Uitspraak 202304067/1/A2
- ECLI
- ECLI:NL:RVS:2024:3781
- Datum uitspraak
- 18 september 2024
- Inhoudsindicatie
- [appellant sub 2] zijn eigenaar van een villa aan de [locatie] in Woerdense Verlaat. Bij besluit van 26 januari 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Nieuwkoop deze villa aangewezen als gemeentelijk monument. Het hiertegen gemaakte bezwaar heeft het college op 1 juli 2021 ongegrond verklaard. Het hoger beroep richt zich tegen de uitspraak van de rechtbank, waarin het beroep van [appellant sub 2] tegen het besluit van 1 juli 2021 ongegrond is verklaard.
- Hoger beroep
- Mondelinge uitspraak
- Monumenten
Toon inhoud
202304067/1/A2.
Datum uitspraak: 18 september 2024
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
PROCES-VERBAAL van de mondelinge uitspraak (artikel 8:67 van de Algemene wet bestuursrecht) op het hoger beroep van:
[appellant sub 1A] en [appellant sub 1B], beiden wonend in Woerdense Verlaat, gemeente Nieuwkoop,
appellanten,
tegen de mondelinge uitspraak van de rechtbank Den Haag van 25 mei 2023 in zaak nr. 21/5161 in het geding tussen:
[appellant sub 2]
en
het college van burgemeester en wethouders van Nieuwkoop.
Openbare zitting gehouden op 18 september 2024 om 13:15 uur.
Tegenwoordig:
Staatsraad mr. C.M. Wissels, lid van de enkelvoudige kamer
Griffier: mr. M. Rijsdijk
Jurist: mr. A. Wolda
Verschenen:
[appellant sub 1A];
het college, vertegenwoordigd door mr. S. Bakker en drs. L.D.N. Driesen-van der Male;
[appellant sub 2] zijn eigenaar van een villa aan de [locatie] in Woerdense Verlaat. Bij besluit van 26 januari 2021 heeft het college deze villa aangewezen als gemeentelijk monument. Het hiertegen gemaakte bezwaar heeft het college op 1 juli 2021 ongegrond verklaard.
Het hoger beroep richt zich tegen de uitspraak van de rechtbank, waarin het beroep van [appellant sub 2] tegen het besluit van 1 juli 2021 ongegrond is verklaard.
Beslissing
De Afdeling bevestigt de uitspraak van de rechtbank.
Gronden
De gronden die [appellant sub 2] in hoger beroep aanvoeren, zijn een herhaling van wat zij in beroep hebben aangevoerd. De rechtbank heeft in haar uitspraak uitgelegd waarom die gronden niet slagen. [appellant sub 2] hebben in hoger beroep niets aangevoerd dat erop wijst dat deze overwegingen niet juist zouden zijn. De Afdeling kan zich vinden in het oordeel van de rechtbank en in de onder 4.1 tot en met 4.6 opgenomen overwegingen, waarop dat oordeel is gebaseerd.
Het college hoeft geen proceskosten te vergoeden.
w.g. Wissels
lid van de enkelvoudige kamer
w.g. Rijsdijk
griffier
705-1112