Ga naar de inhoud
lees voor
Direct naar
  • en (Information in English)
  • de (Deutsche Informationen)
  • fr (Informations en français)
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
  • Actueel
    • Nieuws
    • Zittingsagenda
    • Persagenda
    • Evenementen
    • Piet Hein Donner Scriptieprijs
  • Adviezen
  • Uitspraken
  • Publicaties
    • Brochures
    • Studies en onderzoeken
    • Regelingen
    • Consultaties
    • Jaarverslagen
    • Toespraken vice-president
  • Over ons
    • Raad van State in het kort
    • Organisatie
    • Advisering
    • Bestuursrechtspraak
    • Begrotingstoezicht
    • Toetsing Klimaatwet
    • Geschiedenis
    • Raad van State in beeld
  • Zoeken
  • en
  • de
  • fr
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
Zoeken

  1. Home ›
  2. Uitspraken ›
  3. Uitspraak 202402383/1/R4

Uitspraak 202402383/1/R4

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:2879
Datum uitspraak
24 juli 2024
Inhoudsindicatie
Bij besluit van 4 maart 2024 heeft de raad van de gemeente Heerde het bestemmingsplan "Werverweg ong. Heerde" vastgesteld. Het plan voorziet in de realisatie van 23 woningen op een onbebouwd perceel aan de Werverweg in Wapenveld. [appellant A] en [appellante B] wonen samen aan de Werverweg in Wapenveld op korte afstand van het plangebied. Zij kunnen zich met het plan niet verenigen. [appellant A] en [appellante B] betogen dat hun vrije uitzicht op weilanden en bosgebied door de met het plan mogelijk gemaakte bebouwing zal verdwijnen. [appellant A] en [appellante B] betogen dat de voorziene woningen en het bijbehorende verkeer zullen leiden tot minder rust in de omgeving.
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Gelderland

Toon inhoud

  • Volledige tekst
Volledige tekst

202402383/1/R4.
Datum uitspraak: 24 juli 2024

AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak als bedoeld in artikel 8:57 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: de Awb) in het geding tussen:

[appellant A] en [appellante B], wonend te Wapenveld, gemeente Heerde,

appellanten,

en

de raad van de gemeente Heerde,

verweerder.

Procesverloop

Bij besluit van 4 maart 2024 heeft de raad het bestemmingsplan "Werverweg ong. Heerde" vastgesteld.

Tegen dit besluit hebben [appellant A] en [appellante B] beroep ingesteld.

Geen van de partijen heeft binnen de gestelde termijn verklaard gebruik te willen maken van het recht op zitting te worden gehoord, waarna de Afdeling het onderzoek met toepassing van artikel 8:57, derde lid, van de Awb heeft gesloten.

Overwegingen

Overgangsrecht inwerkingtreding Omgevingswet

1.       Op 1 januari 2024 zijn de Omgevingswet en de Invoeringswet Omgevingswet in werking getreden. Op grond van artikel 4.6, derde lid, van de Invoeringswet Omgevingswet blijft op een beroep tegen een besluit tot vaststelling van een bestemmingsplan waarvan het ontwerp vóór het tijdstip van inwerkingtreding van de Omgevingswet ter inzage is gelegd het recht zoals dat gold onmiddellijk vóór dat tijdstip van toepassing tot het bestemmingsplan onherroepelijk is.
Het ontwerpplan is op 15 november 2023 ter inzage gelegd. Dat betekent dat op deze beroepsprocedure het recht, waaronder de Wet ruimtelijke ordening, zoals dat gold vóór 1 januari 2024 van toepassing blijft.

Inleiding

2.       Het plan voorziet in de realisatie van 23 woningen op een onbebouwd perceel aan de Werverweg in Wapenveld. [appellant A] en [appellante B] wonen samen aan de Werverweg in Wapenveld op korte afstand van het plangebied. Zij kunnen zich met het plan niet verenigen.

Toetsingskader

3.       Bij de vaststelling van een bestemmingsplan moet de raad bestemmingen aanwijzen en regels geven die de raad uit het oogpunt van een goede ruimtelijke ordening nodig acht. De raad heeft daarbij beleidsruimte en moet de betrokken belangen afwegen. De Afdeling oordeelt niet zelf of het plan in overeenstemming is met een goede ruimtelijke ordening. De Afdeling beoordeelt aan de hand van de beroepsgronden of het besluit tot vaststelling van het bestemmingsplan in overeenstemming is met het recht. Daarbij kan aan de orde komen of de nadelige gevolgen van het plan onevenredig zijn in verhouding tot de met het plan te dienen doelen.

Uitzicht

4.       [appellant A] en [appellante B] betogen dat hun vrije uitzicht op weilanden en bosgebied door de met het plan mogelijk gemaakte bebouwing zal verdwijnen.

4.1.    De Afdeling overweegt dat het plan ertoe zal leiden dat het uitzicht vanuit de woning van [appellant A] en [appellante B] zal veranderen, omdat het plan nabij hun woning bebouwing van maximaal 10 meter hoog mogelijk maakt. Naar het oordeel van de Afdeling is dit verlies van uitzicht echter niet zodanig dat de raad het plan niet zo heeft mogen vaststellen. Daarbij betrekt de Afdeling dat de voorziene grondgebonden woningen met een maximale bouwhoogte van 10 meter aansluiten bij de bebouwing in de omgeving en dat de raad de afstand tussen die voorziene woningen en de woning van [appellant A] en [appellante B] voldoende heeft mogen achten. Ook betrekt de Afdeling daarbij dat er geen blijvend recht op vrij uitzicht bestaat.
Het betoog slaagt niet.

Leefomgeving

5.       [appellant A] en [appellante B] betogen dat de voorziene woningen en het bijbehorende verkeer zullen leiden tot minder rust in de omgeving.

5.1.    De Afdeling overweegt dat het plan ertoe zal leiden dat de leefomgeving van [appellant A] en [appellante B] zal veranderen, omdat het plan nieuwe woningen mogelijk maakt in de omgeving van hun woning. Naar het oordeel van de Afdeling zorgt het plan echter niet voor een zodanige verstoring van de leefomgeving van [appellant A] en [appellante B] dat de raad het plan daarom niet heeft mogen vaststellen. Daarbij betrekt de Afdeling dat het plan voorziet in de realisatie van maximaal 23 woningen verdeeld over een plangebied van ongeveer 8.100 m2. Verder is in de plantoelichting vermeld dat uit verkeersonderzoek is gebleken dat de verkeersgeneratie als gevolg van het plan per wegvak minimaal toeneemt, de toegenomen verkeersintensiteiten zeer gering blijven en de wenselijke capaciteiten van de Zwartekolk, Werverweg en Kerkstraat niet in gevaar komen. Volgens de plantoelichting betekent dit dat de in het plan voorziene ontwikkeling niet zal leiden tot extreme verkeersdruk en het extra aantal motorvoertuigbewegingen in het huidige verkeersbeeld zal opgaan.
Het betoog slaagt niet.

Overlast bouwactiviteiten

6.       [appellant A] en [appellante B] hebben aangevoerd dat zij onevenredige overlast zullen ervaren door de bouwactiviteiten. Dit gaat niet over het plan zelf maar over de uitvoering daarvan. Uitvoeringsaspecten kunnen in deze procedure niet aan de orde komen. De Afdeling bespreekt deze beroepsgrond daarom niet inhoudelijk.

Conclusie

7.       Het beroep is ongegrond.

8.       De raad hoeft geen proceskosten te vergoeden.

Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

verklaart het beroep ongegrond.

Aldus vastgesteld door mr. H.C.P. Venema, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. M.M. van Es, griffier.

w.g. Venema
lid van de enkelvoudige kamer

w.g. Van Es
griffier

Uitgesproken in het openbaar op 24 juli 2024

826


  • Zoeken
  • Link kopiëren
  • Citeren
  • Opslaan als PDF-document

Raad van State

De Raad van State is onafhankelijk adviseur van regering en parlement over wetgeving en bestuur en hoogste algemene bestuursrechter van het land.

  • Meer over ons
  • Vacatures

Contact

De Raad van State bevindt zich in het centrum van Den Haag. Wilt u in contact komen met ons of wilt u ons bezoeken voor een zitting?

  • Telefoon
  • Locatie en route
  • Post en e-mail
  • Wet open overheid
  • Nieuwe zaak starten

Altijd op de hoogte

Ontvang ons nieuws via de abonnementenservice in uw mailbox. Op de hoogte gehouden worden over uitspraken die gedaan worden in bepaalde zaken? Meld u dan aan voor de e-mailservice. Of bekijk de voortgang van een bepaalde procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

  • Abonnementenservice
  • E-mailservice uitspraken
  • Voortgang procedure
  • Aanvragen oude uitspraken

Toegankelijkheid | Privacy | Cookiebeleid

Volg ons

  • Bluesky
  • LinkedIn
  • Instagram
  • Mastodon