Ga naar de inhoud
lees voor
Direct naar
  • en (Information in English)
  • de (Deutsche Informationen)
  • fr (Informations en français)
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
  • Actueel
    • Nieuws
    • Zittingsagenda
    • Persagenda
    • Evenementen
    • Piet Hein Donner Scriptieprijs
  • Adviezen
  • Uitspraken
  • Publicaties
    • Brochures
    • Studies en onderzoeken
    • Regelingen
    • Consultaties
    • Jaarverslagen
    • Toespraken vice-president
  • Over ons
    • Raad van State in het kort
    • Organisatie
    • Advisering
    • Bestuursrechtspraak
    • Begrotingstoezicht
    • Toetsing Klimaatwet
    • Geschiedenis
    • Raad van State in beeld
  • Zoeken
  • en
  • de
  • fr
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
Zoeken

  1. Home ›
  2. Uitspraken ›
  3. Uitspraak 200603616/1

Uitspraak 200603616/1

ECLI
ECLI:NL:RVS:2006:AX9552
Datum uitspraak
20 juni 2006
Inhoudsindicatie
Bij besluit van 25 april 2006 heeft de Minister voor Vreemdelingenzaken en Integratie een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen afgewezen. Dit besluit is aangehecht. In de enige grief klaagt appellant dat de voorzieningenrechter het beroep ten onrechte niet-ontvankelijk heeft verklaard, nu hij de gronden daarvan tijdig heeft ingediend.
  • Hoger beroep
  • Asiel

Toon inhoud

  • Volledige tekst
Volledige tekst

200603616/1.
Datum uitspraak: 20 juni 2006

AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger beroep van:

[de vreemdeling],

appellant,

tegen de uitspraak in zaak nos. AWB 06/20043 en 06/20044 van de voorzieningenrechter van de rechtbank 's-Gravenhage, nevenzittingsplaats Zutphen, van 11 mei 2006 in het geding tussen:

appellant

en

de Minister voor Vreemdelingenzaken en Integratie.

1.       Procesverloop

Bij besluit van 25 april 2006 heeft de Minister voor Vreemdelingenzaken en Integratie (hierna: de minister) een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen afgewezen. Dit besluit is aangehecht.

Bij uitspraak van 11 mei 2006, verzonden op dezelfde datum, heeft de voorzieningenrechter van de rechtbank ’s-Gravenhage, nevenzittingsplaats Zutphen (hierna: de voorzieningenrechter), voor zover thans van belang, het daartegen door appellant ingestelde beroep niet-ontvankelijk verklaard. Deze uitspraak is aangehecht.

Tegen deze uitspraak heeft appellant bij brief, bij de Raad van State binnengekomen op 16 mei 2006, hoger beroep ingesteld. Deze brief is aangehecht.

Bij brief van 23 mei 2006 heeft de minister een reactie ingediend.

Vervolgens is het onderzoek gesloten.

2.       Overwegingen

2.1.    In de enige grief klaagt appellant dat de voorzieningenrechter het beroep ten onrechte niet-ontvankelijk heeft verklaard, nu hij de gronden daarvan tijdig heeft ingediend.

2.1.1. Blijkens het bij het besluit van 25 april 2006 behorende uitreikingsblad, is dat besluit op die dag in persoon aan appellant uitgereikt. Appellant heeft vervolgens op diezelfde dag beroep ingesteld.

2.1.2. Nadat is vastgesteld dat het door appellant ingediende beroepschrift geen gronden, als bedoeld in artikel 6:5, eerste lid, aanhef en onder d, van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: de Awb), bevatte, is appellant bij brief van 26 april 2006 op de voet van artikel 6:6 van de Awb de gelegenheid geboden de gronden van het beroep uiterlijk op maandag 1 mei 2006 vóór 24:00 uur aan te vullen.

2.1.3. Appellant heeft de gronden van het beroep per faxbericht op dinsdag 2 mei 2006 om 21:16 uur naar de rechtbank verzonden.

2.1.4. Gelet op de datum waarop het besluit aan appellant in persoon is uitgereikt, is de termijn voor het instellen van het beroep ingevolge het bepaalde in artikel 69, tweede lid, van de Vreemdelingenwet 2000, gelezen in samenhang met artikel 6:8 van de Awb, geëindigd op 2 mei 2006 om 24:00 uur.

2.1.5. Appellant heeft de gronden van het beroep derhalve vóór het einde van de voor het instellen van het beroep gestelde termijn ingediend. Dat de aan appellant voor het herstel van het verzuim geboden termijn, als bedoeld in artikel 6:6 van de Awb, op dat moment was verstreken, kan onder die omstandigheden niet tot het oordeel leiden dat dat te laat is gebeurd. Bij het stellen van een zodanige termijn kan niet worden afgedaan aan de bij wet voor het instellen van beroep gestelde termijn. De voorzieningenrechter heeft het beroep ten onrechte niet-ontvankelijk verklaard. De grief slaagt.

2.2.    Uit het vorenstaande volgt dat het hoger beroep kennelijk gegrond is. De aangevallen uitspraak dient te worden vernietigd wegens strijd met artikel 6:6 van de Awb. De Afdeling zal de zaak met toepassing van artikel 44, eerste lid, aanhef en onder a van de Wet op de Raad van State naar de rechtbank terugwijzen om door haar te worden behandeld en beslist met inachtneming van hetgeen hiervoor is overwogen.

2.3.    De Afdeling zal de proceskosten in hoger beroep vaststellen. De rechtbank dient omtrent de vergoeding van deze kosten te beslissen.

3.       Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State

Recht doende in naam der Koningin:

I.        verklaart het hoger beroep gegrond;

II.       vernietigt de uitspraak van de rechtbank 's-Gravenhage, nevenzittingsplaats Zutphen van 11 mei 2006 zaak no. AWB 06/20043;

III.      wijst de zaak naar de rechtbank terug.

IV.     stelt de bij appellant in verband met de behandeling van het hoger beroep opgekomen kosten vast op € 322,- (zegge: driehonderdtweeëntwintig euro) en bepaalt dat de rechtbank beslist omtrent de vergoeding van deze kosten.

Aldus vastgesteld door mr. R.W.L. Loeb, Voorzitter, en mr. T.M.A. Claessens, en mr. A.W.M. Bijloos, Leden, in tegenwoordigheid van mr. I.S. Vreken, ambtenaar van Staat.

w.g. Loeb
voorzitter

w.g. Vreken
ambtenaar van Staat

Uitgesproken in het openbaar op 20 juni 2006

434-468.


  • Zoeken
  • Link kopiëren
  • Citeren
  • Opslaan als PDF-document

Raad van State

De Raad van State is onafhankelijk adviseur van regering en parlement over wetgeving en bestuur en hoogste algemene bestuursrechter van het land.

  • Meer over ons
  • Vacatures

Contact

De Raad van State bevindt zich in het centrum van Den Haag. Wilt u in contact komen met ons of wilt u ons bezoeken voor een zitting?

  • Telefoon
  • Locatie en route
  • Post en e-mail
  • Wet open overheid
  • Nieuwe zaak starten

Altijd op de hoogte

Ontvang ons nieuws via de abonnementenservice in uw mailbox. Op de hoogte gehouden worden over uitspraken die gedaan worden in bepaalde zaken? Meld u dan aan voor de e-mailservice. Of bekijk de voortgang van een bepaalde procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

  • Abonnementenservice
  • E-mailservice uitspraken
  • Voortgang procedure
  • Aanvragen oude uitspraken

Toegankelijkheid | Privacy | Cookiebeleid

Volg ons

  • Bluesky
  • LinkedIn
  • Instagram
  • Mastodon