Uitspraak 202305506/1/R1


Volledige tekst

202305506/1/R1.
Datum uitspraak: 15 mei 2024

AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak in het geding tussen:

[appellant], wonend te Almere,

appellant,

en

de raad van de gemeente Almere,

verweerder.

Procesverloop

Bij besluit van 29 juni 2023 heeft de raad het bestemmingsplan "Wooncluster Jacques Tatilaan" vastgesteld.

Tegen dit besluit heeft [appellant] beroep ingesteld.

De raad heeft een verweerschrift ingediend.

De raad, The Way You Live Almere (hierna: TWYL) en [appellant] hebben nadere stukken ingediend.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 9 april 2024. Daar zijn verschenen:

- [appellant],

- de raad, vertegenwoordigd door D.J. van der Wal en mr. S.H.W. Gratama, bijgestaan door mr. B. de Haan, advocaat te Arnhem.

Voorts is ter zitting als partij gehoord:

- TWYL, vertegenwoordigd door [gemachtigde], bijgestaan door mr. M.S. Simman, advocaat te Rotterdam.

Overwegingen

Overgangsrecht inwerkingtreding Omgevingswet

1.       Op 1 januari 2024 zijn de Omgevingswet en de Invoeringswet Omgevingswet in werking getreden. Op grond van artikel 4.6, derde lid, van de Invoeringswet Omgevingswet blijft op een beroep tegen een besluit tot vaststelling van een bestemmingsplan waarvan het ontwerp vóór het tijdstip van inwerkingtreding van de Omgevingswet ter inzage is gelegd het recht zoals dat gold onmiddellijk vóór dat tijdstip van toepassing tot het bestemmingsplan onherroepelijk is.

Het ontwerpplan is op 29 december 2022 ter inzage gelegd. Dat betekent dat op deze beroepsprocedure de Wet ruimtelijke ordening, zoals die gold vóór 1 januari 2024, van toepassing blijft.

Toetsingskader

2.       Bij de vaststelling van een bestemmingsplan moet de raad bestemmingen aanwijzen en regels geven die de raad uit het oogpunt van een goede ruimtelijke ordening nodig acht. De raad heeft daarbij beleidsruimte en moet de betrokken belangen afwegen. De Afdeling oordeelt niet zelf of het plan in overeenstemming is met een goede ruimtelijke ordening. De Afdeling beoordeelt aan de hand van de beroepsgronden of het besluit tot vaststelling van het bestemmingsplan in overeenstemming is met het recht. Daarbij kan aan de orde komen of de nadelige gevolgen van het plan onevenredig zijn in verhouding tot de met het plan te dienen doelen.

Inleiding

3.       Het plan heeft betrekking op de gronden van de tennisvereniging Joymere aan de Jacques Tatilaan 1 tot en met 3 te Almere. Omdat het aantal gebruikers van het op deze locatie gelegen tenniscomplex gestaag afneemt, heeft de eigenaar besloten om de bedrijfsvoering van het tenniscomplex te staken. Het plan voorziet met de bestemming "Wonen" in de herontwikkeling naar woningbouw. Daartoe voorziet het plan in ongeveer 61 woningen in de vorm van grondgebonden woningen en appartementen. Daarmee komt het plan volgens de raad tegemoet aan de woningnood in Almere.

[appellant] woont in de omgeving van het plangebied en kan zich met de herontwikkeling van dit gebied tot een wooncluster niet verenigen, omdat deze herontwikkeling volgens hem tot verlies aan park en groen in Almere leidt. Hij voert aan dat onvoldoende mogelijkheid is gegeven tot participatie om te komen tot een alternatieve invulling van het plangebied, waarbij de sportieve bestemming behouden blijft of een andere invulling wordt gevonden; dit ook omdat volgens hem de voorziene woningbouw in strijd is met een eerder besluit om geen nieuwe bebouwing in het Laterna Magikapark toe te staan.

Zienswijze onvolledig weergegeven

4.       [appellant] stelt dat zijn zienswijzen in de nota van beantwoording zienswijzen onvolledig zijn weergegeven. De Afdeling vat dit betoog op als het betoog dat de raad de naar voren gebrachte zienswijzen onvoldoende gemotiveerd heeft weerlegd, zodat het besluit is genomen in strijd met artikel 3:46 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb). [appellant] heeft twintig afzonderlijke zienswijzen op verschillende dagen bij de gemeente ingediend. In de Nota van beantwoording zienswijzen is op deze zienswijzen ingegaan, ook, anders dan [appellant] stelt, op de zienswijze over de handhaving van de bestemming Sport in de vorm van een zogeheten Skills Garden. Dat [appellant] de weerlegging niet deugdelijk vindt, maakt dit niet anders. Verder verzet artikel 3:46 van de Awb zich er niet tegen dat de raad de zienswijzen samengevat weergeeft. Voor een voldoende motivering is het niet nodig dat op elk argument afzonderlijk wordt ingegaan. Niet is gebleken dat bepaalde bezwaren of argumenten niet in de overwegingen zijn betrokken. Het betoog slaagt niet.

Onvoldoende mogelijkheid tot participatie

5.       [appellant] betoogt dat het traject voor burgerparticipatie niet goed is verlopen. Hierbij voert hij aan dat het gemeentebestuur een eenzijdige houding ten gunste van de initiatiefnemer had, waarbij geen ruimte bestond voor een discussie over alternatieven voor woningbouw. In dit verband wijst [appellant] op een passage uit het verslag van de eerste participatieronde. Daarin staat "Onderwerpen zoals de noodzaak tot herbestemming naar wonen, de bouwhoogten en de hoofd-massageleding staan niet open voor participatie". Ook voelde [appellant] zich voor een voldongen feit gesteld en wijst hij op slechte communicatie. Zo vernam hij voor het eerst van het plan via een geplaatst bouwbord.

5.1.    Naar de Afdeling is gebleken, is voorafgaande aan de in de Wet ruimtelijke ordening en het Besluit ruimtelijke ordening geregelde bestemmingsplanprocedure een zogeheten participatietraject doorlopen overeenkomstig het beleid voor de burgerparticipatie-aanpak dat voor ontwikkelingen in binnenstedelijk gebied door de gemeentelijke afdeling Gebiedsontwikkeling is vastgesteld. Het gaat hier om het volgen van een vrijwillig traject dat de raad als extra stap in deze procedure heeft gezet voorafgaand aan de wettelijke voorbereidingsprocedure. Het traject is in overleg tussen de gemeente en de initiatiefnemer tot stand gekomen op basis van het concrete planvoornemen van de initiatiefnemer tot woningbouw. Voorafgaande aan het traject is onderzocht of het planvoornemen past binnen het gemeentelijke beleid en binnen de stedelijke woningbouwambitie en dit was volgens de raad het geval. Het genoemde beleid burgerparticipatie-aanpak houdt bij een niet-gemeentelijke ontwikkeling in dat de initiatiefnemer verantwoordelijk is voor de organisatie van het participatietraject over zijn planvoornemen. Het traject bood tot op zekere hoogte de mogelijkheid om tot aanpassing van het planvoornemen te komen. Dat is ook gebeurd, want naar aanleiding van de participatie is ervoor gekozen de vijfde bouwlaag van de drie urban villa’s te laten vervallen. Na het participatietraject volgt de wettelijke bestemmingsplanprocedure. In deze procedure kan [appellant] het plan principieel bestrijden op punten zoals noodzaak en alternatieven.

Verder heeft de raad toegelicht dat het participatietraject niet alleen via een informatiebord, maar op meerdere manieren was aangekondigd. Namelijk via een huis-aan-huisblad, een bij omwonenden bezorgde brochure, een website en een informatiebord.

Het betoog slaagt niet.

Gezonde mix van functies in de wijk

6.       [appellant] betoogt dat het (voormalige) tenniscomplex een sportlocatie moet blijven om een gezonde mix van functies in de wijk te behouden. In dat verband wijst hij op het gemeentelijk sportbeleid en de doelen van het Fonds Verstedelijking Almere 2.0. Weliswaar acht de huidige uitbater van het tenniscomplex de sportbestemming niet meer rendabel, maar dat neemt niet weg dat een andere sportfunctie of voortzetting door een andere uitbater wel economisch rendabel kan zijn, aldus [appellant].

6.1.    Het gebruik van het tenniscomplex is geëindigd doordat het gebruik de afgelopen jaren, al voor de coronapandemie, sterk is teruggelopen. Daarom heeft de eigenaar besloten om de bedrijfsvoering van het tenniscomplex te staken.

6.2.    De raad erkent het algemene uitgangspunt om te streven naar een gezonde mix van functies in een wijk, waaronder een sportfunctie. Dat uitgangspunt volgt uit de Sportvisie Almere uit 2021. Wel wijst de raad erop dat uit de Sportvisie niet volgt dat de door [appellant] gewenste Skills Garden op de locatie van het tenniscomplex of in de wijk Stad-Oost wordt gerealiseerd, maar dat de mogelijkheid voor realisatie van een dergelijk buitensportcomplex in de wijk Stad-Oost zou worden onderzocht.

6.3.    Gelet op de nota van zienswijzen en het nader verweerschrift heeft de gemeente de mogelijkheid onderzocht om zelf de exploitatie als sportvoorziening ter hand te nemen. De raad heeft evenwel om de volgende redenen ervoor gekozen om het voormalige tenniscomplex te bestemmen voor wonen.

In de eerste plaats zou exploitatie door de gemeente de aankoop van de gronden door de gemeente vereisen. Dat acht de gemeente beleidsmatig en financieel niet haalbaar en geen effectieve besteding van de financiële middelen.

In de tweede plaats waren er in de omgeving andere gronden beschikbaar voor een sportfunctie. Namelijk de gronden van de voormalige skatebaan. Die gronden waren al in eigendom van de gemeente. Daar zal de Skills Garden worden verwezenlijkt.

In de derde plaats heeft de gemeente een belangrijk gewicht toegekend aan de woningnood. Door het voormalige binnenstedelijke tenniscomplex voor woningen te bestemmen wordt hieraan tegemoetgekomen.

In de vierde plaats is niet gebleken van een andere uitbater die de huidige sportbestemming zal willen voortzetten.

6.4.    Gelet op het bovenstaande staat het uitgangspunt om te streven naar een gezonde mix van functies in een wijk er niet aan in de weg dat het voormalige tenniscomplex wordt bestemd voor wonen. Het betoog slaagt niet.

Keuze om geen nieuwe bebouwing toe te staan

7.       [appellant] betoogt dat het plan ten onrechte voorziet in woningbouw op de locatie van het voormalige tenniscomplex. Hiertoe voert hij aan dat dit complex in het Laterna Magikapark ligt. Bij de totstandkoming van het vorige bestemmingsplan "Film-, Park-, Dans-, Verzetswijk en Lumièrepark" van 24 november 2011 is er uitdrukkelijk voor gekozen om binnen het Laterna Magikapark geen nieuwe bebouwing, anders dan ondergeschikte uitbreiding van bestaande vestigingen, mogelijk te maken.

Verder druist aantasting van het Laterna Magikapark volgens [appellant] in tegen de doelen van het Fonds Verstedelijking Almere 2.0. Namelijk het streven naar een gezonde leefomgeving, waar je aangenaam buiten kan ontspannen en bewegen.

7.1.    De raad heeft zich op het standpunt gesteld dat het tenniscomplex niet binnen de begrenzing van het Laterna Magikapark valt, zoals deze is opgenomen in de door de raad vastgestelde Nota Kleur aan groen 2014 en bevestigd in het Meerjarenperspectief GroenBlauw 2020. Volgens [appellant] geven deze stukken slechts een indicatief beeld van de begrenzing van het park en heeft het tenniscomplex altijd deel uitgemaakt van het park. De Afdeling stelt vast dat de gronden van het tenniscomplex onder het vorige bestemmingsplan enkel de bestemming "Sport" hadden en geen andere specifiek beschermende bestemming. De Afdeling ziet in het betoog van [appellant], ook in het geval de begrenzing van het park in de Nota en het meerjarenperspectief als indicatief moet worden beschouwd, geen aanleiding voor het oordeel dat de raad er niet in redelijkheid voor heeft kunnen kiezen de gronden van het tenniscomplex thans voor woningbouw te bestemmen. [appellant] baseert zijn betoog op een keuze die in het voorheen geldende bestemmingsplan is gemaakt.

De inhoud van een bestemmingsplan kan geen belemmering vormen om in een later bestemmingsplan in woningbouw te voorzien. In het algemeen kunnen aan een geldend bestemmingsplan namelijk geen blijvende rechten worden ontleend. De raad kan op grond van gewijzigde feiten en omstandigheden, waaronder de toenemende woningnood, tot andere planologische inzichten komen en na afweging van alle betrokken belangen andere bestemmingen en voorschriften voor gronden vaststellen.

Naar is gebleken, zullen de voorziene woningen worden voorzien van meer groen dan voorheen aanwezig was. Het plan voegt namelijk openbaar groen toe op een locatie die nu niet openbaar toegankelijk is, de totale hoeveelheid verhard oppervlak neemt met het plan significant af en het bestaande groen rondom het (voormalige) tenniscomplex blijft gehandhaafd. Verder is niet gebleken dat de doelen van het Fonds Verstedelijking Almere 2.0. aan de vaststelling van het plan in de weg staan.

Het betoog slaagt niet.

Inlassen zienswijze

8.       [appellant] verzoekt zijn zienswijze als herhaald en ingelast te beschouwen.

8.1.    [appellant] heeft zich in het beroepschrift voor het overige beperkt tot het verwijzen naar de inhoud van de zienswijze. In de overwegingen van het bestreden besluit is ingegaan op deze zienswijze. [appellant] heeft in het beroepschrift of op de zitting geen redenen aangevoerd waarom de weerlegging van die zienswijze in het bestreden besluit onjuist zou zijn.     De betogen slagen niet.

Conclusie

9.       Het beroep is ongegrond.

10.     De raad hoeft geen proceskosten te vergoeden.

Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

verklaart het beroep ongegrond.

Aldus vastgesteld door mr. J.A.W. Scholten-Hinloopen, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. J.S.S. Hupkes, griffier.

w.g. Scholten-Hinloopen
lid van de enkelvoudige kamer

w.g. Hupkes
griffier

Uitgesproken in het openbaar op 15 mei 2024

635