Ga naar de inhoud
lees voor
Direct naar
  • en (Information in English)
  • de (Deutsche Informationen)
  • fr (Informations en français)
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
  • Actueel
    • Nieuws
    • Zittingsagenda
    • Persagenda
    • Evenementen
    • Piet Hein Donner Scriptieprijs
  • Adviezen
  • Uitspraken
  • Publicaties
    • Brochures
    • Studies en onderzoeken
    • Regelingen
    • Consultaties
    • Jaarverslagen
  • Over ons
    • Raad van State in het kort
    • Organisatie
    • Advisering
    • Bestuursrechtspraak
    • Begrotingstoezicht
    • Toetsing Klimaatwet
    • Geschiedenis
    • Raad van State in beeld
  • Zoeken
  • en
  • de
  • fr
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
Zoeken

  1. Home ›
  2. Uitspraken ›
  3. Uitspraak 202307028/1/V3

Uitspraak 202307028/1/V3

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:78
Datum uitspraak
4 januari 2024
Inhoudsindicatie
Bij besluit van 25 oktober 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de vreemdeling in bewaring gesteld.
  • Hoger beroep
  • Bewaring

Toon inhoud

  • Volledige tekst
Volledige tekst

202307028/1/V3.
Datum uitspraak: 4 januari 2024

AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger beroep van:

[de vreemdeling],
appellant,

tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag van 9 november 2023 in zaak nr. NL23.33929 in het geding tussen:

de vreemdeling

en

de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid.

Procesverloop

Bij besluit van 25 oktober 2023 heeft de staatssecretaris de vreemdeling in bewaring gesteld.

Bij uitspraak van 9 november 2023 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.

Tegen deze uitspraak heeft de vreemdeling, vertegenwoordigd door mr. E. Schoneveld, advocaat te Haarlem, hoger beroep ingesteld.

Overwegingen

1.       De vreemdeling klaagt in de eerste grief ten onrechte dat de rechtbank heeft miskend dat de staatssecretaris de inspanningsverplichting voorafgaand aan de bewaring heeft geschonden. Uit de stukken in het dossier blijkt dat de vreemdeling voorafgaand aan zijn strafrechtelijke invrijheidsstelling in voorarrest verbleef en nog niet onherroepelijk was veroordeeld ter zake van het misdrijf waarvan hij werd verdacht. Uit vaste rechtspraak van de Afdeling volgt dat indien de einddatum van de strafrechtelijke detentie nog niet bekend is, niet van de staatssecretaris kan worden gevergd dat hij de uitzetting zo voorbereidt, dat deze aansluitend aan het einde van de detentie plaatsvindt en vreemdelingenbewaring achterwege kan blijven (bijvoorbeeld de uitspraak van 5 januari 2018, ECLI:NL:RVS:2018:17, onder 1.1). De rechtbank heeft terecht, zij het op onjuiste gronden, geoordeeld dat de staatssecretaris de inspanningsverplichting niet heeft geschonden. De grief faalt.

2.       De vreemdeling klaagt in zijn tweede grief verder terecht dat de rechtbank ten onrechte niet heeft getoetst of de staatssecretaris voldoende voortvarend aan zijn uitzetting naar Roemenië heeft gewerkt. De grief leidt echter niet tot het ermee beoogde doel, gelet op het volgende. Op 25 oktober 2023 is de strafrechtelijke detentie van de vreemdeling beëindigd en is hij in bewaring gesteld. Op 30 oktober 2023 is een eerste vertrekgesprek gehouden en is een vluchtaanvraag verzonden naar de Koninklijke Marechaussee. Vervolgens heeft op 1 november 2023 een tweede vertrekgesprek plaatsgevonden, waarin de regievoerder kenbaar heeft gemaakt dat er een vlucht is geboekt voor 3 november 2023. De vreemdeling is op 3 november 2023 uitgezet naar Roemenië. De staatssecretaris heeft daarmee voldoende voortvarend aan de uitzetting van de vreemdeling gewerkt.

3.       De Afdeling ziet ook ambtshalve geen reden om de bewaring onrechtmatig te achten. Het hoger beroep is ongegrond. De uitspraak van de rechtbank wordt met verbetering van gronden bevestigd. De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden.

Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

bevestigt de aangevallen uitspraak.

Aldus vastgesteld door mr. M. Soffers, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. A.M. van Meurs-Heuvel, griffier.

w.g. Soffers
lid van de enkelvoudige kamer

w.g. Van Meurs-Heuvel
griffier

Uitgesproken in het openbaar op 4 januari 2024

47-1086


  • Zoeken
  • Link kopiëren
  • Citeren
  • Opslaan als PDF-document

Raad van State

De Raad van State is onafhankelijk adviseur van regering en parlement over wetgeving en bestuur en hoogste algemene bestuursrechter van het land.

  • Meer over ons
  • Vacatures

Contact

De Raad van State bevindt zich in het centrum van Den Haag. Wilt u in contact komen met ons of wilt u ons bezoeken voor een zitting?

  • Telefoon
  • Locatie en route
  • Post en e-mail
  • Wet open overheid
  • Nieuwe zaak starten

Altijd op de hoogte

Ontvang ons nieuws via de abonnementenservice in uw mailbox. Op de hoogte gehouden worden over uitspraken die gedaan worden in bepaalde zaken? Meld u dan aan voor de e-mailservice. Of bekijk de voortgang van een bepaalde procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

  • Abonnementenservice
  • E-mailservice uitspraken
  • Voortgang procedure
  • Aanvragen oude uitspraken

Toegankelijkheid | Privacy | Cookiebeleid

Volg ons

  • Bluesky
  • LinkedIn
  • Instagram
  • Mastodon