Uitspraak 202303520/1/V3


Volledige tekst

202303520/1/V3.
Datum uitspraak: 7 december 2023

AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger beroep van:

de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid,
appellant,

tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Middelburg, van 30 mei 2023 in zaak nr. NL23.11217 in het geding tussen:

[de vreemdeling]

en

de staatssecretaris.

Procesverloop

Bij besluit van 6 april 2023 heeft de staatssecretaris een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet-ontvankelijk verklaard.

Bij uitspraak van 30 mei 2023 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep gegrond verklaard, dat besluit vernietigd en bepaald dat de staatssecretaris een nieuw besluit op de aanvraag neemt met inachtneming van de uitspraak.

Tegen deze uitspraak heeft de staatssecretaris hoger beroep ingesteld.

De vreemdeling, vertegenwoordigd door mr. A.K.E. van den Heuvel, advocaat te Made, heeft een schriftelijke uiteenzetting gegeven.

Overwegingen

1.       In zijn enige grief klaagt de staatssecretaris terecht dat de rechtbank ten onrechte heeft overwogen dat hij nader onderzoek moet doen naar de internationale beschermingsstatus van de vreemdeling als die de geldigheidsduur van zijn Bulgaarse verblijfsdocument niet tijdig heeft verlengd of dat document niet tijdig heeft vervangen. Het is aan de vreemdeling om aannemelijk te maken dat hij in Bulgarije geen internationale bescherming meer heeft. De Afdeling verwijst hiervoor naar haar uitspraak van 1 november 2023, ECLI:NL:RVS:2023:3967 onder 4-4.14. De grief slaagt.

2.       Het hoger beroep is gegrond. De uitspraak van de rechtbank wordt vernietigd. Omdat er geen beroepsgronden zijn die de rechtbank niet heeft besproken, is het beroep alsnog ongegrond. De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden.

Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

I.        verklaart het hoger beroep gegrond;

II.       vernietigt de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Middelburg, van 30 mei 2023 in zaak nr. NL23.11217;

III.      verklaart het beroep ongegrond.

Aldus vastgesteld door mr. M. Soffers, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. M.W. Schippers, griffier.

w.g. Soffers
lid van de enkelvoudige kamer

w.g. Schippers
griffier

Uitgesproken in het openbaar op 7 december 2023

873