Uitspraak 202204807/1/R3


Volledige tekst

202204807/1/R3.
Datum uitspraak: 18 oktober 2023

AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak in het geding tussen:

[appellant A] en [appellant B], beiden wonend te Vierpolders, gemeente Brielle,
appellanten,

en

de raad van de gemeente Brielle (nu: Voorne aan Zee),
verweerder.

Procesverloop

Bij besluit van 22 juni 2022 heeft de raad het bestemmingsplan "Hotel De Nolle, Vierpolders" gewijzigd vastgesteld.

Tegen dit besluit hebben [appellanten] beroep ingesteld.

De raad heeft een verweerschrift ingediend.

[appellanten] hebben nadere stukken ingediend.

De raad heeft een nader stuk ingediend.

De Afdeling heeft de zaak op een zitting behandeld op 22 augustus 2023, waar [appellant A] en [appellant B] en de raad vertegenwoordigd door mr. P. van der Eijk, zijn verschenen. Voorts is ter zitting Nieuwnoord B.V., vertegenwoordigd door [gemachtigde] als partij gehoord.

Overwegingen

1.       Het plan maakt het mogelijk aan de Groene Kruisweg ter hoogte van De Nolle in Vierpolders een hotel met 104 kamers en 56 appartementen/studio’s te realiseren. Aan dat deel van de gronden van het plangebied zijn de bestemmingen "Gemengd" en "Groen" toegekend. Op dat deel van het plangebied is ook een parkeerterrein voorzien. Daarnaast is een deel van de kreek ten zuiden van De Nolle opgenomen in het plangebied en bestemd als "Natuur". Nieuwnoord B.V. is de initiatiefnemer van de in het plan voorziene ontwikkeling.

2.       [appellanten] wonen ten zuidwesten van het plangebied, aan [locatie] in Vierpolders. Zij kunnen zich niet met het plan verenigen, omdat het hotel een onaanvaardbare aantasting van hun woon- en leefklimaat betekent.

Toetsingskader

3.       Bij de vaststelling van een bestemmingsplan moet de raad bestemmingen aanwijzen en regels geven die de raad uit het oogpunt van een goede ruimtelijke ordening nodig acht. De raad heeft daarbij beleidsruimte en moet de betrokken belangen afwegen. De Afdeling oordeelt niet zelf of het plan in overeenstemming is met een goede ruimtelijke ordening. De Afdeling beoordeelt aan de hand van de beroepsgronden of het besluit tot vaststelling van het bestemmingsplan in overeenstemming is met het recht. Daarbij kan aan de orde komen of de nadelige gevolgen van het plan onevenredig zijn in verhouding tot de met het plan te dienen doelen.

Ruimtelijke uitstraling, bouwhoogte en privacy

4.       [appellanten] betogen dat een hotel met een hoogte van 17 m en een lengte van 130 m niet passend is in de omgeving van hun woning. Gezien de belangrijke entreefunctie van het gebied is het ook niet wenselijk om een gebouw te plaatsen dat zo uit de toon valt ten opzichte van de omliggende bebouwing. Het hotel betekent een onaanvaardbare en onevenredige inbreuk van hun privacy. Zo is de afstand tussen het hotel en hun perceel beperkt en hebben de hotelgasten en bewoners van de appartementen rechtstreeks zicht op hun woning, mede omdat het zicht op geen enkele manier wordt belemmerd. Het zicht is niet afgeschermd met bomen of een wal met groene beplanting. De raad heeft deze gevolgen onvoldoende onderzocht en bij de vaststelling van het plan betrokken.

4.1.    De raad stelt dat het voor het plangebied eerder geldende bestemmingsplan "Nieuwland" de bouw van een hotel met een hoogte van 13,5 m en een lengte van ruim 120 m toestond. Ook is er in de directe omgeving van de woning van [appellanten] al hogere bebouwing aanwezig en volgens de daarvoor geldende bestemmingsplannen toegestaan. De raad stelt dat de in het plan toegestane bouwhoogte van 17 m uit stedenbouwkundig oogpunt passend is en niet leidt tot een andere uitstraling naar de directe omgeving. Het verschil in hoogte tussen 13,5 m en 17 m leidt volgens de raad niet tot een afbreuk van het ruime groene straatbeeld.

De raad stelt verder dat de afstand tussen de voorziene bebouwing van het hotel en de woning van [appellanten] ongeveer 70 m is en daarom niet kan worden gesproken van een beperkte afstand. Daarbij komt dat tussen het hotel en het perceel van [appellanten] de toegang van het hotel, een fietspad, De Nolle en een groene wal zijn gelegen. Ook wijst de raad erop dat ten opzichte van het eerdere plan, het plan erin voorziet dat het bouwvlak van het hotel 40 meter naar het oosten en daarmee verder van de woning af ligt. Hierdoor zal het zicht vanuit het hotel en de appartementen op het perceel van [appellanten] verder worden beperkt.

4.2.    Over de gevolgen van de in het plan voorziene ontwikkeling voor de privacy van [appellanten] oordeelt de Afdeling als volgt.

Op grond van het vorige bestemmingsplan "Nieuwland" mocht binnen het plangebied al een hotel gebouwd worden met een toegestane bouwhoogte van 13,5 m en een lengte van ruim 120 m, waarbij het bouwvlak dichter bij de woning van [appellanten] was gesitueerd. Op de zitting is vast komen te staan dat ten opzichte van de al voorziene situatie het nieuw te bouwen hotel anders op het perceel zal worden gesitueerd, langgerekt van vorm zal blijven en daarmee de architectonische begeleiding van de entree over de Groene Kruisweg zal vormen. Hiermee wordt aandacht gegeven aan de inpassing van het plan in de omgeving en zorgt dit voor een minder massieve bebouwing. Ook is een dergelijke bebouwing in een uitgebracht stedenbouwkundig advies als passend geacht, mede gelet op de in de omgeving al aanwezige bebouwing met een bouwhoogte van 10 tot 12 en 13,5 m.

De afstand van het bouwvlak van het in het plangebied voorziene hotel tot de woning van [appellanten] bedraagt ongeveer 70 m. Ten opzichte van de bebouwingsmogelijkheden die het vorige bestemmingsplan toestond is het bouwvlak als zodanig over een lengte van 40 m naar het oosten en daarmee verder van de woning gesitueerd en worden er aan de zijde van het perceel van [appellanten] minder bebouwingsmogelijkheden toegestaan. Dit betekent, samen met de beperkte verhoging van de toegestane bouwmogelijkheden met 3,5 m, dat het eventuele zicht vanuit het hotel en de appartementen op de woning van [appellanten] niet wezenlijk toeneemt ten opzichte van de invulling van het plangebied waarvoor de eerdere planologische regeling was vastgesteld. Daarbij komt dat tussen het perceel van [appellanten] en het voorziene hotel, een fietspad, De Nolle en een groene wal zijn gelegen.

Overigens is op de zitting nog toegelicht dat een anterieure overeenkomst met initiatiefnemer is gesloten, waarin de verplichting is opgenomen dat een landschappelijk inpassingsplan moet worden opgesteld en dat deze akkoord dient te worden bevonden door een landschapsdeskundige van Dorp Stad & Land. Gebleken is dat de exacte inrichting van het groen in het landschappelijk inpassingsplan is opgenomen en dat deze deel uitmaakt van de reeds aangevraagde omgevingsvergunning. Of daarmee de landschappelijke inrichting van het plangebied voldoende is staat in die procedure ter beoordeling en niet bij de vaststelling van het plan. De Afdeling stelt vast dat in het plan aan de gronden van het plangebied die zijn gelegen aan de zijde van De Nolle en de woning van [appellanten], en aan de strook grond die nagenoeg de gehele begrenzing van het plangebied vormt, de bestemming "Groen" is toegekend. Deze bestemming maakt het volgens artikel 4 van de planregels mogelijk om onder meer te voorzien in groen, taluds en beplanting.

Onder de genoemde omstandigheden heeft de raad de gevolgen van het plan voor de privacy van [appellanten] voldoende betrokken en het besluit in dit opzicht van een deugdelijke motivering voorzien. Hieruit blijkt op welke wijze rekening is gehouden met hun belangen. In wat [appellanten] hebben aangevoerd ziet de Afdeling geen aanleiding voor het oordeel dat de nadelige gevolgen van de voorziene ontwikkeling onevenredig zijn in verhouding tot de met de vaststelling van het plan te dienen doelen. De raad heeft zich dan ook redelijkerwijs op het standpunt kunnen stellen dat het plan niet leidt tot een onaanvaardbare aantasting van de privacy van [appellanten].

4.3.    Voor zover [appellanten] nog wijzen op de welstandsnota en de betekenis die dit volgens hen heeft voor de in het plan voorziene ontwikkeling, overweegt de Afdeling dat de toetsing aan de welstandsnota bij de vaststelling van een bestemmingsplan als hier aan de orde geen rol kan spelen. De welstandsnota is gelet op artikel 2.10, eerste lid, aanhef en onder d, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht pas aan de orde bij de beoordeling van een aanvraag om een omgevingsvergunning voor bouwen.

Het betoog slaagt niet.

Lichthinder

5.       [appellanten] betogen dat nu de bij het hotel behorende parkeerplaats volledig aan de kopse kant van hun woning komt te liggen, zij rechtstreeks zicht hebben op de parkeerplaats en daardoor lichthinder zullen ondervinden van de koplampen, naast het licht dat al afkomstig is van het hotel zelf. [appellanten] hebben met de architect die betrokken is bij het plan gesproken over een mogelijke groene afscheiding van de parkeerplaats, maar zien dit niet terug in het plan.

5.1.    De Afdeling stelt vast dat het parkeren binnen het plangebied plaats zal vinden aan de zijde waar zich de zijgevel van de woning van [appellanten] bevindt. Direct naast de zijgevel van de woning bevindt zich een grondwal met begroeiing, die op maaiveld- en begane grondniveau voor afscherming zorgt, zowel voor de parkeerplaats als licht van het hotel. Verder is naast deze grondwal De Nolle gelegen. Daarbij heeft de raad aangegeven dat de parkeerplaats zal worden voorzien van groene hagen en dat er bomen worden geplant, waardoor er van direct zicht nauwelijks sprake zal zijn. Ook is op de zitting toegelicht dat er aan de zijkant van de parkeerplaats een groene wal met een hoogte van ongeveer 1,70 m wordt gerealiseerd om lichthinder te voorkomen en dat met de groene wal op het parkeerterrein aansluiting is gezocht bij de groene wal aan de zijkant van de woning van [appellanten]. Zoals hiervoor onder 4.2 is overwogen, voorziet het plan op de gronden die zijn gelegen aan de zijde van De Nolle en de woning van [appellanten], waar in het plangebied de parkeerplaats is voorzien, in de bestemming "Groen", waar het realiseren van groen, taluds en beplanting mogelijk is. De nadere invulling hiervan staat, zoals eerder is overwogen, ter beoordeling in de te verlenen omgevingsvergunning en die ligt in deze procedure niet voor.

De Afdeling is dan ook van oordeel dat de raad zich op het standpunt heeft mogen stellen dat er onder deze omstandigheden geen onevenredige mate van lichthinder van de parkeerplaats en het hotel verwacht wordt en dat het plan niet leidt tot onaanvaardbare lichthinder bij de woning en het perceel van [appellanten].

Het betoog slaagt niet.

Geluidhinder verkeer en verkeersafwikkeling

6.       [appellanten] vrezen voor geluidhinder ter plaatse van hun woning als gevolg van het verkeer dat van en naar het hotel gaat. Zij betogen in dit verband dat het geluidonderzoek, waarnaar in de nota van zienswijzen is verwezen, stamt uit 2017 en daarmee niet meer representatief is. Zij vinden het dan ook onzorgvuldig dat dit onderzoek ten grondslag is gelegd aan de besluitvorming.

Zij wijzen er in dit verband op dat het onduidelijk is waar het standpunt van de raad dat het verkeer niet langs hun woning komt, op is gebaseerd. Omdat niet is uitgesloten dat het verkeer van en naar het hotel hun woning wel passeert, is niet onderzocht of de geluidbelasting daardoor (onevenredig) toeneemt.

Ook vrezen [appellanten] voor een toename van verkeer op De Nolle en de rotonde op de Groene Kruisweg (N218). Zij betwisten in dit verband de juistheid van de door de raad gehanteerde aantallen verkeer. [appellanten] betwisten dat De Nolle en de rotonde de toename van verkeer door de voorziene ontwikkeling kunnen verwerken. Zij betogen dat is verzuimd te kijken naar overige projecten die momenteel in ontwikkeling zijn en eveneens extra verkeersdruk met zich meebrengen. Zij baseren zich daarbij op het "Inrichtingsadvies De Nolle". Deze ontwikkelingen zorgen volgens hen voor meer verkeersbewegingen dan in het bestemmingsplan wordt gesuggereerd, waardoor de verkeersintensiteit rondom hun woning toe zal nemen.

6.1.      De raad stelt dat het onderzoek uit 2017, waar [appellanten] naar verwijzen, niet is uitgevoerd in het kader van de vaststelling van het plan, en dat ook in de milieuparagrafen van de plantoelichting met het oog op het aantonen van de uitvoerbaarheid van het plan niet naar het betreffende onderzoek is verwezen.

Voor wat betreft het plan verwijst de raad naar het akoestisch onderzoek opgesteld door RHO adviseurs op 9 december 2021 "Hotel Groene Kruisweg" (hierna: het akoestisch onderzoek). Uit het akoestisch onderzoek volgt dat voor het jaar 2030 een geprognotiseerde intensiteit voor De Nolle is gehanteerd van 7.157 motorvoertuigen per etmaal (mvt/etmaal). Het akoestisch onderzoek richt zich op de geluidbelasting van het hotel, aangezien er in het hotel ook woningen mogelijk gemaakt worden die in het kader van de Wet geluidhinder (hierna: de Wgh) aangemerkt worden als geluidgevoelig object.

In reactie op de door [appellanten] ingediende nadere beroepsgronden is de "Memo verschilberekening [locatie]" (hierna: de memo) opgesteld. De conclusie in deze memo is dat de toename van verkeersgeluid door de in het plan voorziene ontwikkeling in dit geval zodanig is dat het niet akoestisch relevant is en daarmee in het kader van een goede ruimtelijke ordening aanvaardbaar, aldus de raad.

Met betrekking tot verkeershinder en de verkeersafwikkeling stelt de raad dat het rapport waarnaar [appellanten] verwijzen, dateert uit 2009 en dat in de tussenliggende periode enerzijds ruimtelijke ontwikkelingen hebben plaatsgevonden die voor extra verkeer hebben gezorgd. Maar evengoed hebben er verkeerskundige ingrepen plaatsgevonden die eveneens een effect hebben gehad op de afwikkeling van verkeer in verschillende richtingen. Daarbij stelt de raad dat [appellanten] enkele toekomstige ontwikkelingen meenemen in hun redenering, terwijl deze planologisch nog niet geregeld zijn. De raad stelt zich op het standpunt dat in de procedure van de vaststelling van het voorliggende plan rekening moet worden gehouden met het dan geldende verkeersbeeld, waaronder dus ook het verkeer van het hotel. De raad stelt dat in het plan uit is gegaan van de op dat moment meest recente versie van het Regionale Verkeers- en Milieukaart (hierna: RVMK) en dat dit verkeersmodel het toekomstige (voor 2030) verkeersbeeld schetst, op basis van de autonome ontwikkeling van het (bestaande) wegverkeer, geplande ontwikkelingen én geplande ingrepen.

6.2.    De Afdeling stelt vast dat uit de plantoelichting blijkt dat het akoestisch onderzoek aan het besluit tot vaststelling van het plan ten grondslag is gelegd. In het akoestisch onderzoek is voor de prognose van de verkeersintensiteit van De Nolle ook na de realisering van de voorziene ontwikkeling uitgegaan van de RVMK. [appellanten] hebben de juistheid van deze prognose en het verwachte aantal verkeersbewegingen niet gemotiveerd betwist. Van een onzorgvuldige besluitvorming is naar het oordeel van de Afdeling in zoverre dan ook geen sprake.

Daarbij merkt de Afdeling op dat de raad onweersproken heeft gesteld dat het "Inrichtingsadvies De Nolle", waar [appellanten] naar verwijzen, stamt uit 2009 en de huidige situatie niet op een juiste wijze weergeeft. Nadien hebben er in de omgeving van het plangebied andere ruimtelijke ontwikkelingen en verkeerskundige ingrepen plaatsgevonden. Dit heeft geleid tot een toename van verkeersbewegingen en de afwikkeling van het verkeer in verschillende richtingen. In wat [appellanten] hebben aangevoerd ziet de Afdeling geen aanleiding aan de juistheid hiervan te twijfelen.

Met betrekking tot de geluidbelasting op de woning van [appellanten] stelt de Afdeling vast dat het akoestisch onderzoek niet ingaat op de veronderstelde extra geluidbelasting van het extra verkeer van de voorziene ontwikkeling op de woning van [appellanten]. Wel is door de raad de nadere memo overgelegd. In de memo is onderzocht of er sprake is van een geluidtoename vanwege de ontwikkeling van het hotel op de bestaande woning van [appellanten] en of deze geluidtoename aanvaardbaar is. In de memo is de geluidbelasting bepaald voor de autonome situatie in 2030, dat wil zeggen de situatie waar geen sprake is van een ontwikkeling, en de situatie in 2030 inclusief de verkeersgeneratie van het hotel. Zoals op de zitting naar voren is gebracht, kan alleen uit worden gegaan van de ontwikkelingen die ten tijde van het opstellen van de memo mogelijk waren. Eventuele toekomstige ontwikkelingen kunnen niet in de berekening worden meegenomen. Voor elke nieuwe ontwikkeling moet dan ook een nieuwe berekening worden gemaakt. Uit de memo blijkt dat het ontsluiten van het hotel op De Nolle een toename van verkeer over deze weg tot gevolg heeft en dat de consequentie daarvan is dat de geluidbelasting op de bestaande woningen langs deze weg ook toe zal nemen. Voor het menselijk gehoor geldt dat pas bij een toename hoger dan 1,5 dB (afgerond 2 dB) dit als zodanig waarneembaar is. Het hotel zal afgerond 575 mvt/etmaal op een gemiddelde weekdag gaan genereren. In de berekening die in de memo is uitgevoerd, is er "in een worst case-situatie" vanuit gegaan dat al het verkeer zich afwikkelt in zuidelijke richting en op die manier langs de woning van [appellanten] rijdt. Uit de berekening daarvan blijkt dat de geluidtoename door de ontwikkeling het hoogst is op de zijgevel van deze woning en hier maximaal 0,49 dB bedraagt. De geluidtoename is daarmee lager dan 1,5 dB en volgens de memo daarmee niet waarneembaar voor het menselijk gehoor.

De conclusie is dat de verwachte toename van verkeersgeluid door de in het plan voorziene ontwikkeling zodanig is dat het niet akoestisch relevant is en daarmee in het kader van een goede ruimtelijke ordening aanvaardbaar kan worden geacht. In wat [appellanten] hebben aangevoerd ziet de Afdeling geen aanleiding aan de juistheid hiervan te twijfelen.

6.3.    Met betrekking tot de verkeersafwikkeling op De Nolle en de rotonde op de Groene Kruisweg oordeelt de Afdeling dat, nu is gebleken dat [appellanten] zich baseren op een verouderd onderzoek en daarbij toekomstige projecten betrekken die nog niet mogelijk zijn gemaakt, de raad zich redelijkerwijs op het standpunt heeft kunnen stellen dat van een onaanvaardbare toename van het verkeer op De Nolle en de rotonde Groene Kruisweg geen sprake zal zijn. Daarbij neemt de Afdeling in aanmerking dat op de zitting is gebleken dat het hotel een toename van 60 mvt per uur in de spits op de rotonde op de Groene Kruisweg veroorzaakt, en dat [appellanten] deze toename ten onrechte hebben verdubbeld door het op- en afrijdend verkeer bij elkaar op te tellen. Niet is gebleken dat De Nolle, die een gebiedsontsluitingsweg is, en de rotonde op de Groene Kruisweg de toename van het aantal verkeersbewegingen als gevolg van het plan niet kunnen verwerken.

Uit het voorgaande volgt dat de raad onder deze omstandigheden voldoende heeft gemotiveerd dat er sprake is van een situatie die in het kader van een goede ruimtelijke ordening aanvaardbaar is.

Het betoog slaagt niet.

Natuurnetwerk Nederland

7.       [appellanten] betogen dat het plangebied dwars door de Ecologische hoofdstructuur, oftewel het Natuurnetwerk Nederland (hierna: NNN), loopt en dat het NNN door de provincie is aangewezen als "gebied met bijzondere kwaliteit" en valt onder beschermingscategorie 1. In gebieden met deze beschermingscategorie is bij ruimtelijke ontwikkelingen alleen inpassing toegestaan. Aan het NNN wordt de functie natuur toegekend, dat betekent dat ontwikkelingen die ten koste gaan van de waarden en kenmerken van het NNN, niet zijn toegestaan. In deze gebieden geldt het "nee, tenzij" principe, aldus [appellanten].

7.1.    De raad stelt dat om de ontwikkeling van het hotel mogelijk te maken het NNN bij de vaststelling van het plan is verlegd naar het perceel ten zuiden van het in het plangebied voorziene hotel. De zone daarvan is vervolgens opgenomen in het plan en de gronden zijn met het oog daarop bestemd als "Natuur". Tegelijkertijd heeft de raad een zienswijze ingediend bij de provincie met het verzoek de gewijzigde ligging van het NNN ook in de provinciale verordening op te nemen. Het college van provinciale staten van Zuid-Holland heeft hierin aanleiding gezien de "Herziening Omgevingsbeleid Module Ruimte en Wonen" vast te stellen, waarin is opgenomen dat het gaat om een beperkte aanpassing die geen nadelige gevolgen heeft voor de functie van de ecologische verbindingszone en dat de aanpassing zal worden opgenomen in de Omgevingsverordening. De begrenzing van het NNN bij De Nolle is vervolgens aangepast. De raad stelt dan ook dat de ontwikkeling van het hotel geen nadelige gevolgen heeft voor het NNN.

7.2.    Op de zitting is vast komen te staan dat de zone van het NNN is verlegd naar het perceel ten zuiden van het voorziene hotel en door provinciale staten is opgenomen in de Omgevingsverordening. Het gedeelte van het perceel waar [appellanten] in hun betoog naar verwijzen maakt dan ook geen onderdeel meer uit van het NNN. Daarbij neemt de Afdeling in aanmerking dat aan de gronden van het plandeel waarop de zone van het NNN is gelegd de bestemming "Natuur" is toegekend.

Het betoog slaagt niet.

Carpoolplaats

8.       [appellanten] betogen dat zij door het verplaatsen van de carpoolplaats naar het parkeerterrein van de sportvelden veel overlast zullen ervaren aan de achterzijde van hun woning.

8.1.    De beoogde locatie is gelegen buiten het gebied waarop het nu voorliggende plan ziet. Het betreffende bestemmingsplan "Geuzenpark" dat op die beoogde locatie ziet, ligt in deze procedure niet voor. De vraag of een dergelijke carpoolplaats op die locatie is toegestaan valt dan ook buiten de beoordeling van het nu vastgestelde plan.

Het betoog slaagt niet.

Conclusie

9.       Het beroep is ongegrond.

10.     De raad hoeft geen proceskosten te vergoeden.

Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

verklaart het beroep ongegrond.

Aldus vastgesteld door mr. J.H. van Breda, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. P. Plambeck, griffier.

w.g. Van Breda
lid van de enkelvoudige kamer

w.g. Plambeck
griffier

Uitgesproken in het openbaar op 18 oktober 2023

159-1037