Uitspraak 202305141/2/R1


Volledige tekst

202305141/2/R1.
Datum uitspraak: 13 oktober 2023

AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht) in het geding tussen onder meer:

[verzoeker A] en [verzoeker B], beiden wonend te Vogelwaarde, gemeente Hulst,
verzoekers,

en

het college van burgemeester en wethouders van Hulst,
verweerder.

Procesverloop

Bij besluit van 27 juni 2023 heeft het college het wijzigingsplan "[locatie 1] Vogelwaarde" (hierna: het wijzigingsplan) vastgesteld.

Tegen dit besluit hebben onder meer [verzoekers] beroep ingesteld. [verzoekers] hebben tevens de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

[verzoekers] hebben een nader stuk ingediend.

De voorzieningenrechter heeft het verzoek ter zitting behandeld op 3 oktober 2023, waar [verzoeker A] en het college, vertegenwoordigd door P. Verstraeten en D. Dekker, zijn verschenen.

Overwegingen

1.       Het oordeel van de voorzieningenrechter heeft een voorlopig karakter en is niet bindend in de bodemprocedure.

2.       Op grond van het bestemmingsplan "Buitengebied Hulst", zoals vastgesteld op 16 mei 2013 (hierna: het moederplan), is aan het perceel [locatie 1] in Vogelwaarde (hierna: het perceel) de bestemming "Agrarisch" toegekend. Op het perceel zijn een voormalige agrarische bedrijfswoning en een loods van 500 m² aanwezig. Tot 2003 was op het perceel een agrarisch bedrijf gevestigd, maar momenteel vinden er geen agrarische bedrijfsactiviteiten meer plaats. De huidige bewoners van het perceel werken in de transportsector en zijn in het bezit van twee vrachtwagens en vier aanhangers, die zij op het perceel parkeren. Omdat zij de agrarische bedrijfswoning als burgerwoning gebruiken en dat in strijd is met het huidige bestemmingsplan, is het college een handhavingsprocedure gestart. Om de bestaande situatie te legaliseren hebben de bewoners van het perceel het college verzocht om de bestemming te wijzigen naar "Wonen" en in het wijzigingsplan op te nemen dat de vrachtwagens en aanhangers op het perceel mogen worden geparkeerd.

3.       Het moederplan voorziet in artikel 3.6.7 in de mogelijkheid om de bestemming "Agrarisch" te wijzigen in de bestemming "Wonen". Het college heeft medewerking verleend aan het verzoek tot wijziging, omdat volgens hem aan de voorwaarden uit artikel 3.6.7 wordt voldaan. Dit heeft ertoe geleid dat het college op 27 juni 2023 het wijzigingsplan heeft vastgesteld.

Het wijzigingsplan kent, voor zover van belang, aan het perceel de enkelbestemming "Wonen" en de functieaanduiding ‘specifieke vorm van wonen - voormalig agrarisch bedrijf’ toe. Bovendien is in de regels van het wijzigingsplan opgenomen dat binnen het plangebied twee vrachtwagens en vier aanhangers voor woon-werkverkeer zijn toegestaan.

4.       [verzoekers] wonen op het perceel [locatie 2]. Zij stellen hinder en overlast te ondervinden als gevolg van de vrachtwagens en aanhangers.

Spoedeisend belang

5.       De voorzieningenrechter acht een spoedeisend belang aanwezig bij het verzoek om voorlopige voorziening, aangezien het voor [verzoekers] van belang is dat de thans illegale situatie niet wordt gelegaliseerd.

Toetsingskader

6.       Met het bestaan van de wijzigingsbevoegdheid in een bestemmingsplan mag de planologische aanvaardbaarheid van de nieuwe bestemming binnen het gebied waarover de wijzigingsbevoegdheid gaat in beginsel als een gegeven worden beschouwd als is voldaan aan de in het bestemmingsplan gestelde wijzigingsvoorwaarden. Dit neemt niet weg dat het bij het vaststellen van een wijzigingsplan gaat om een bevoegdheid en niet om een plicht. Het feit dat is voldaan aan de wijzigingsvoorwaarden die in een bestemmingsplan zijn opgenomen, doet niets af aan de plicht van het college van burgemeester en wethouders om in de besluitvorming over de vaststelling van een wijzigingsplan ook na te gaan of uit het oogpunt van een goede ruimtelijke ordening, gelet op de betrokken belangen, wijziging van de oorspronkelijke bestemming gerechtvaardigd is.

Beoordeling van het verzoek

7.       [verzoekers] stellen dat het wijzigingsplan een transportbedrijf mogelijk maakt, wat leidt tot geluidsoverlast en verkeersonveilige situaties op de Drie Gezustersdijk.

7.1.    Artikel 3.6.7 van het moederplan luidt:

"Burgemeester en wethouders zijn bevoegd om bij de beëindiging van een agrarisch bedrijf de bestemming 'Agrarisch' met de op de verbeelding opgenomen aanduiding 'bouwvlak' te wijzigen in de bestemming 'Wonen' met de aanduiding 'specifieke vorm van wonen - voormalig agrarisch bedrijf', mits wordt voldaan aan de volgende voorwaarden:

[…]."

Artikel 22.1 luidt:

"De op de verbeelding voor ‘Wonen’ aangewezen gronden zijn bestemd voor:

a. wonen met daaraan ondergeschikt een beroep aan huis met een maximale vloeroppervlakte van 25 m², met dien verstande dat de activiteiten in de woning worden uitgeoefend en de woonfunctie in overwegende mate behouden blijft;

[…]

h. ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke vorm van wonen - voormalig agrarisch bedrijf’, tevens een voormalig agrarisch bedrijf;

[…]"

Artikel 22.4 luidt:

"Tot een strijdig gebruik van gronden en bouwwerken wordt in elk geval gerekend het gebruik of laten gebruiken voor:

[…]

i. kleinschalige beroeps- en bedrijfsmatige activiteiten;

[…]"

Artikel 22.5.1 luidt:

"Het bevoegd gezag kan door middel van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 22.4 sub i ten behoeve van de uitoefening van beroeps- en/of bedrijfsmatige activiteiten in de woning met bijbehorende aan- of uitbouwen en bijgebouwen, mits wordt voldaan aan de volgende voorwaarden:

a. het gebruik een kleinschalig karakter heeft en zal behouden en naar aard met het woonkarakter van de omgeving in overeenstemming is;

[…]

f. het niet betreft zodanige verkeersaantrekkende activiteiten die kunnen leiden tot een nadelige beïnvloeding van de normale afwikkeling van het verkeer dan wel tot een onevenredige parkeerdruk op de openbare ruimte;

[…]"

Artikel 3 van het wijzigingsplan luidt:

"[…]

In aanvulling op Artikel 22 lid 4 geldt het volgende:

a. binnen het plangebied zijn maximaal twee vrachtwagens en vier aanhangers voor woon-werk verkeer toegestaan.

Voor het overige zijn de regels behorende bij Artikel 22 van het moederplan voor zover relevant van toepassing."

7.2.    Het college was bekend met de klachten van onder meer [verzoekers] over de verkeersbewegingen van vrachtwagens op het perceel en het bijbehorende geluid. Het college heeft desondanks geen onderzoek gedaan naar de verkeersbewegingen of de geluidbelasting als gevolg van het wijzigingsplan. Dat klemt temeer omdat niet is gebleken van een toelichting van het college over in hoeverre het parkeren van vrachtwagens en aanhangers in overeenstemming is met een woonbestemming. Gelet op de toetsingsmaatstaf zoals opgenomen onder 6, volgt de voorzieningenrechter het college niet in zijn stelling dat nader onderzoek niet nodig is, omdat op grond van het moederplan meer activiteiten zijn toegestaan op het perceel dan waarin het wijzigingsplan voorziet. Naar het voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter heeft het college zich zonder nader onderzoek niet op het standpunt mogen stellen dat het wijzigingsplan in overeenstemming is met een goede ruimtelijke ordening.

Conclusie

8.       Gelet op het vorenstaande ziet de voorzieningenrechter aanleiding de hierna te melden voorlopige voorziening te treffen.

9.       Het college moet de proceskosten vergoeden.

Beslissing

De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

I.        schorst bij wijze van voorlopige voorziening het besluit van het college van burgemeester en wethouders van Hulst van 27 juni 2023 tot vaststelling van het wijzigingsplan "[locatie 1] Vogelwaarde", voor zover het betreft de vaststelling van artikel 3 van de regels behorende bij dat besluit voor zover op grond van deze bepaling in aanvulling op artikel 22, vierde lid, van de regels van het bestemmingsplan "Buitengebied Hulst" geldt dat binnen het plangebied maximaal twee vrachtwagens en vier aanhangers voor woon-werk verkeer zijn toegestaan;

II.       veroordeelt het college van burgemeester en wethouders van Hulst tot vergoeding van bij [verzoeker A] en [verzoeker B] in verband met de behandeling van het verzoek opgekomen proceskosten tot een bedrag van € 51,92, met dien verstande dat het bestuursorgaan bij betaling van genoemd bedrag aan een van hen aan zijn betalingsverplichting heeft voldaan;

III.      gelast dat het college van burgemeester en wethouders van Hulst aan [verzoeker A] en [verzoeker B] het door hen voor de behandeling van het verzoek betaalde griffierecht ten bedrage van € 184,00 vergoedt, met dien verstande dat het bestuursorgaan bij betaling van genoemd bedrag aan een van hen aan zijn betalingsverplichting heeft voldaan.

Aldus vastgesteld door mr. H.C.P. Venema, voorzieningenrechter, in tegenwoordigheid van mr. L.C.M. Wijgerde, griffier.

w.g. Venema
voorzieningenrechter

w.g. Wijgerde
griffier

Uitgesproken in het openbaar op 13 oktober 2023

672-974