Uitspraak 202303610/2/R1


Volledige tekst

202303610/2/R1.
Datum uitspraak: 13 oktober 2023

AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht) in het geding tussen onder meer:

[verzoeker] en anderen, allen wonend te Kudelstaart, gemeente Aalsmeer,
verzoekers,

en

de raad van de gemeente Aalsmeer,
verweerder.

Procesverloop

Bij besluit van 20 april 2023 heeft de raad het bestemmingsplan "Kudelstaart - Westeinderhage" (hierna: het bestemmingsplan) vastgesteld.

Tegen dit besluit hebben onder meer [verzoeker] en anderen beroep ingesteld. [verzoeker] heeft tevens de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

De raad heeft een verweerschrift ingediend.

Ontwikkelingsmaatschappij Beagle Vastgoed LX B.V. heeft nadere stukken ingediend.

De voorzieningenrechter heeft het verzoek ter zitting behandeld op 3 oktober 2023, waar [verzoeker] en anderen, bij monde van [verzoeker], [verzoeker A] en [verzoeker B], en de raad, vertegenwoordigd door mr. L.P.E. Frusch, I. Boonstra en E. Hooijschuur, zijn verschenen. Voorts is ter zitting Beagle Vastgoed, vertegenwoordigd door mr. R.J.G. Bäcker en mr. T. Zwemmer, beiden advocaat te Den Haag, en [gemachtigde], gehoord.

Overwegingen

1.       Het oordeel van de voorzieningenrechter heeft een voorlopig karakter en is niet bindend in de bodemprocedure.

2.       Het plangebied ligt in het westen van Kudelstaart en betreft het voormalig tuinbouwgebied Westeinderhage. Het huidige bestemmingsplan "Kudelstaart op onderdelen", zoals vastgesteld op 13 juni 2016, kent aan de gronden van het plangebied grotendeels de bestemming "Agrarisch - Tuinbouw" toe. Voorliggend plan voorziet in de realisatie van maximaal 267 woningen en bijbehorende voorzieningen en kent daarom aan de gronden van het plangebied de bestemmingen "Wonen", "Verkeer", "Groen" en "Water" toe. Ten noorden van het plangebied loopt de Herenweg. Ten zuiden van het plangebied loopt de Bilderdammerweg. De te ontwikkelen wijk Westeinderhage zal op drie punten worden ontsloten op de Bilderdammerweg, onder meer op het bestaande kruispunt van de Bilderdammerweg met het Geerland.

[verzoeker] en anderen wonen allen aan het Geerland. Zij kunnen zich niet met het bestemmingsplan verenigen omdat zij vrezen dat de ontwikkeling zal leiden tot verkeersdrukte, verkeersonveiligheid en geluidsoverlast op de Bilderdammerweg.

Toetsingskader

3.       Bij de vaststelling van een bestemmingsplan moet de raad bestemmingen aanwijzen en regels geven die de raad uit het oogpunt van een goede ruimtelijke ordening nodig acht. De raad heeft daarbij beleidsruimte en moet de betrokken belangen afwegen. De Afdeling oordeelt te zijner tijd niet zelf of het plan in overeenstemming is met een goede ruimtelijke ordening. De Afdeling beoordeelt aan de hand van de beroepsgronden of het besluit tot vaststelling van het bestemmingsplan in overeenstemming is met het recht. Daarbij kan aan de orde komen of de nadelige gevolgen van het plan onevenredig zijn in verhouding tot de met het plan te dienen doelen.

Beoordeling van het verzoek

4.       [verzoeker] en anderen betogen dat de raad zich er onvoldoende van heeft verzekerd dat de beoogde ontwikkeling geen nadelige gevolgen heeft voor de doorstroming van het verkeer, de verkeersveiligheid en de geluidsbelasting op de Bilderdammerweg. Volgens [verzoeker] en anderen heeft de raad zich bij de vaststelling van het bestemmingsplan gebaseerd op onjuiste en ontoereikende onderzoeken en had met de vaststelling moeten worden gewacht totdat het verkeerscirculatieplan voor Kudelstaart is afgerond, zodat de resultaten daarvan bij het plan kunnen worden betrokken.

4.1.    De raad heeft aan het plan rapporten van verkeersonderzoeken van het bureau Goudappel van 7 september 2017, 14 juni 2018 en 20 februari 2023 ten grondslag gelegd. Uit de onderzoeken volgt dat de Bilderdammerweg weliswaar een drukke weg is met een hogere verkeersintensiteit dan passend is bij de functie van de weg, maar dat geen problematiek wordt verwacht voor de afwikkeling van het verkeer bij de ontsluiting van de nieuwe wijk Westeinderhage op de Bilderdammerweg ter hoogte van het Geerland. De raad heeft in dat kader toegelicht dat in navolging van het rapport van Goudappel van 7 september 2017 langs de Bilderdammerweg een separaat fietspad zal worden aangelegd om de algehele verkeersveiligheid op die weg te verbeteren. Voor zover [verzoeker] en anderen hebben verwezen naar het rapport "Second opinion Westeinderhage" van het bureau De Baan van 19 december 2022, overweegt de voorzieningenrechter dat daaruit volgt dat de voorgestelde nieuwe inrichting van de Bilderdammerweg niet de optimale oplossing, maar wel de enige haalbare, veilige en realistische oplossing is. Gelet op de aanwezige onderzoeksrapporten ziet de voorzieningenrechter op voorhand geen aanleiding voor het oordeel dat het plan zal leiden tot verkeersonveilige situaties. De raad heeft daarom geen aanleiding hoeven zien om met de vaststelling van het plan te wachten op het verkeerscirculatieplan dat in de zomer van 2024 wordt verwacht.

Ook in wat [verzoeker] en anderen hebben aangevoerd over geluid ziet de voorzieningenrechter geen aanleiding voor het toewijzen van het verzoek. Uit het akoestisch onderzoek "Woningbouwontwikkeling Westeinderhage Kudelstaart" van het bureau Goudappel van 4 april 2022 volgt immers dat geen gevolgen worden verwacht voor de bestaande woningen langs omliggende wegen, omdat geen sprake zal zijn van een zodanige verkeerstoename dat dit leidt tot een significante geluidstoename.

Al met al leidt het betoog dus niet tot de verwachting dat het besluit tot vaststelling van het bestemmingsplan in de bodemprocedure niet in stand zal kunnen blijven.

Conclusie

5.       Gelet op het bovenstaande bestaat geen aanleiding om in afwachting van de uitspraak in de bodemprocedure een voorlopige voorziening te treffen. Het verzoek wordt afgewezen.

6.       De raad hoeft geen proceskosten te vergoeden.

Beslissing

De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

wijst het verzoek af.

Aldus vastgesteld door mr. H.C.P. Venema, voorzieningenrechter, in tegenwoordigheid van mr. L.C.M. Wijgerde, griffier.

w.g. Venema
voorzieningenrechter

w.g. Wijgerde
griffier

Uitgesproken in het openbaar op 13 oktober 2023

672-974