Uitspraak 202300175/2/R4


Volledige tekst

202300175/2/R4.
Datum uitspraak: 11 oktober 2023

AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht, hierna: Awb) in het geding tussen onder meer:

Vechtland Realisatie B.V., gevestigd te Vreeland, gemeente Stichtse Vecht, en andere (hierna tezamen en in enkelvoud: Vechtland Realisatie),
verzoekers,

en

de raad van de gemeente Stichtse Vecht,
verweerder.

Procesverloop

Bij besluit van 1 november 2022 heeft de raad het bestemmingsplan "De Vecht" gewijzigd vastgesteld.

Tegen dit besluit heeft Vechtland Realisatie beroep ingesteld. Vechtland Realisatie heeft de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

De voorzieningenrechter heeft het verzoek ter zitting behandeld op 25 september 2023, waar Vechtland Realisatie, vertegenwoordigd door [gemachtigde] en mr. M. Oude Breuil, advocaat te Nijmegen, en de raad, vertegenwoordigd door mr. Z. Farafonow, ing. S.C. Lutters en drs. B. Bouwman, zijn verschenen.

Overwegingen

Inleiding

1.       Het oordeel van de voorzieningenrechter heeft een voorlopig karakter en is niet bindend in de bodemprocedure.

2.       Vechtland Realisatie heeft op 16 maart 2022 een omgevingsvergunning aangevraagd voor het bouwen van een woonschip op [locatie 1] in Vreeland. Met het oog op een duidelijkere plaatsaanduiding wordt de locatie inmiddels aangeduid als "naast [locatie 2] ". Volgens Vechtland Realisatie is de vergunning voor het woonschip van rechtswege verleend. De rechtbank Midden-Nederland heeft dit bevestigd in haar uitspraak van 26 mei 2023. Om gevolg te geven aan die uitspaak heeft het college van burgemeester en wethouders van Stichtse Vecht (hierna: het college) op 7 juni 2023 bekendgemaakt dat de omgevingsvergunning van rechtswege is verleend. Tegen de omgevingsvergunning is bezwaar gemaakt. Verder bestrijdt het college in het hoger beroep tegen die uitspraak van de rechtbank Midden-Nederland dat de vergunning van rechtswege is verleend.

3.       In het beroep tegen het vastgestelde bestemmingsplan "De Vecht" in deze procedure betoogt Vechtland Realisatie dat de raad bestaand legaal gebruik ten onrechte niet positief heeft bestemd in het bestemmingsplan. Volgens haar zijn er binnen het aanduidingsvlak "woonschepenligplaats" in de Nes acht schepen legaal aanwezig. Eén daarvan is het hare. Toch laat het vastgestelde bestemmingsplan er maar zeven toe. Ter onderbouwing van haar standpunt dat haar woonschip legaal aanwezig is, verwijst zij naar de onder 2 genoemde omgevingsvergunning die volgens haar en de rechtbank Midden-Nederland van rechtswege is verleend.

Het verzoek

4.       Vechtland Realisatie verzoekt de voorzieningenrechter om het bestemmingsplan "De Vecht" te schorsen, voor zover het de functieaanduiding "woonschepenligplaats" in de Nes betreft. Met haar verzoek wil Vechtland Realisatie voorkomen dat het college in de bezwaarprocedure over de onder 2 genoemde omgevingsvergunning zal toetsen aan het bestemmingsplan "De Vecht" en verzekeren dat het college in die procedure toetst aan het voorheen geldende bestemmingsplan "Landelijk gebied Noord". Om dat te bereiken heeft zij ook verzocht om het verzoek om voorlopige voorziening aan te houden totdat de raad het "Verzamelplan Stichtse Vecht 2022" heeft vastgesteld, zodat ook dat plan in het kader van dit verzoek kan worden geschorst. Verder vraagt zij de voorzieningenrechter om te bevestigen dat zij ten tijde van de aanvraag om de omgevingsvergunning voor het bouwen van haar woonschip op grond van het toen geldende bestemmingsplan "Landelijk gebied Noord" een rechtstreekse aanspraak had op het verkrijgen van die omgevingsvergunning.

4.1.    Vechtland Realisatie vraagt in haar verzoek onder meer om een beantwoording door de voorzieningenrechter van rechtsvragen die in de bezwaarprocedure over de onder 2 genoemde omgevingsvergunning aan de orde zijn. Deze procedure gaat niet over die omgevingsvergunning en de voorzieningenrechter geeft daarover dan ook geen oordeel in deze procedure. Ook op het punt dat Vechtland Realisatie bepleit dat zij geen spoedeisend belang heeft bij haar eigen verzoek om voorlopige voorziening brengt dit de voorzieningenrechter niet tot een oordeel over de omgevingsvergunning. De omstandigheden van het geval liggen in ieder geval niet zo dat er geen enkel spoedeisend belang meer over is. Verder ziet de voorzieningenrechter geen aanleiding voor aanhouding van het verzoek totdat het "Verzamelplan Stichtse Vecht 2022" is vastgesteld.

4.2.    Dan blijft de vraag over of aanleiding bestaat om het bestemmingsplan "De Vecht" te schorsen, omdat de raad bij de vaststelling daarvan de onder 2 genoemde omgevingsvergunning niet heeft betrokken. De voorzieningenrechter ziet daarvoor geen aanleiding. Tussen partijen is nog in geschil of de omgevingsvergunning van rechtswege is ontstaan. Hierover loopt zoals gezegd nog een hogerberoepsprocedure. Verder loopt er ook nog een bezwaarprocedure over de omgevingsvergunning. In de uitspraak van de rechtbank Midden-Nederland van 26 mei 2023 staat verder dat het college de aanvraag om de omgevingsvergunning bij besluit van 12 september 2022 buiten behandeling heeft gelaten, omdat de aanvraag volgens het college niet volledig was. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter hoefde de raad er gelet op dat besluit van 12 september 2022 ten tijde van de vaststelling van het bestemmingsplan "De Vecht" op 1 november 2022 geen rekening mee te houden dat er (mogelijk) een omgevingsvergunning van rechtswege was ontstaan. Gelet hierop bestaat aanleiding om het verzoek om voorlopige voorziening af te wijzen.

Proceskosten

5.       De raad hoeft geen proceskosten te vergoeden.

Beslissing

De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

wijst het verzoek af.

Aldus vastgesteld door mr. D.A. Verburg, voorzieningenrechter, in tegenwoordigheid van mr. E.T. de Jong, griffier.

w.g. Verburg
voorzieningenrechter

w.g. De Jong
griffier

Uitgesproken in het openbaar op 11 oktober 2023

628