Ga naar de inhoud
lees voor
Direct naar
  • en (Information in English)
  • de (Deutsche Informationen)
  • fr (Informations en français)
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
  • Actueel
    • Nieuws
    • Zittingsagenda
    • Persagenda
    • Evenementen
    • Piet Hein Donner Scriptieprijs
  • Adviezen
  • Uitspraken
  • Publicaties
    • Brochures
    • Studies en onderzoeken
    • Regelingen
    • Consultaties
    • Jaarverslagen
    • Toespraken vice-president
  • Over ons
    • Raad van State in het kort
    • Organisatie
    • Advisering
    • Bestuursrechtspraak
    • Begrotingstoezicht
    • Toetsing Klimaatwet
    • Geschiedenis
    • Raad van State in beeld
  • Zoeken
  • en
  • de
  • fr
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
Zoeken

  1. Home ›
  2. Uitspraken ›
  3. Uitspraak 202205176/1/V2

Uitspraak 202205176/1/V2

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:139
Datum uitspraak
17 januari 2023
Inhoudsindicatie
De vreemdelingen hebben beroepen ingesteld tegen het niet tijdig nemen van besluiten op hun aanvragen om hun een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen.
  • Hoger beroep
  • Asiel

Toon inhoud

  • Volledige tekst
Volledige tekst

202205176/1/V2.
Datum uitspraak: 17 januari 2023

AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger beroep van:

de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid,

appellant,

tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Middelburg, van 18 augustus 2022 in zaken nrs. NL21.18282 en NL21.18283 in het geding tussen:

[vreemdeling 1] en [vreemdeling 2]

en

de staatssecretaris.

Procesverloop

De vreemdelingen hebben beroepen ingesteld tegen het niet tijdig nemen van besluiten op hun aanvragen om hun een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen.

Bij uitspraak van 18 augustus 2022 heeft de rechtbank die beroepen gegrond verklaard, het met een besluit gelijk te stellen niet tijdig nemen van een besluit vernietigd, de staatssecretaris opgedragen uiterlijk op 26 augustus 2022 nieuwe besluiten bekend te maken en bepaald dat de staatssecretaris aan de vreemdeling een dwangsom van € 100,00 verbeurt voor elke dag waarmee hij die termijn overschrijdt, met een maximum van € 7.500,00.

Bij besluiten van 25 augustus 2022 heeft de staatssecretaris de aanvragen van de vreemdelingen om hun een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, ingewilligd.

Tegen de uitspraak van 18 augustus 2022 heeft de staatssecretaris, vertegenwoordigd door mr. J.P. Heinrich en mr. M.R. Botman, advocaten te Den Haag, hoger beroep ingesteld.

De vreemdelingen, vertegenwoordigd door mr. M.M.J. van Zantvoort, advocaat te 's-Hertogenbosch, hebben een schriftelijke uiteenzetting gegeven.

Daarop heeft de staatssecretaris gereageerd.

Overwegingen

1.       In zijn grieven richt de staatssecretaris zich tegen het oordeel van de rechtbank dat artikel 1 van de Tijdelijke wet opschorting dwangsommen IND (Stb. 2020, 242), zoals die luidt sinds 11 juli 2021, onverbindend moet worden geacht voor zover daarin aan de vreemdelingenrechter de mogelijkheid wordt onthouden om aan zijn uitspraak een dwangsom te verbinden.

2.       Het hoger beroep gaat over een rechtsvraag die de Afdeling heeft beantwoord in haar uitspraak van 30 november 2022, ECLI:NL:RVS:2022:3353 (onder 5 tot en met 5.9, over artikel 1 van de Tijdelijke wet, zoals die luidt sinds 11 juli 2021, en het beginsel van effectieve rechtsbescherming).

3.       De vreemdelingen brengen in hun schriftelijke uiteenzetting terecht naar voren dat de staatssecretaris geen belang heeft bij de beoordeling van het hoger beroep, omdat hij binnen de door de rechtbank gestelde termijn alsnog een besluit heeft genomen en hij de vreemdelingen daarom geen rechterlijke dwangsom is verschuldigd. Verder is het door de staatssecretaris aangevoerde zaaksoverstijgende belang van eenheid in de rechtspraak van de verschillende zittingsplaatsen van de rechtbank Den Haag met de onder 2 genoemde uitspraak van de Afdeling van 30 november 2022 vervallen.

4.       Het hoger beroep is niet-ontvankelijk. De staatssecretaris moet de proceskosten vergoeden. Omdat het hoger beroep uitsluitend is gericht tegen het oordeel van de rechtbank over de dwangsom wegens het niet tijdig nemen van de besluiten, en van eenvoudige aard is, merkt de Afdeling de zaak aan als "licht" en past zij wegingsfactor 0,5 toe.

Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

I.        verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk;

II.       veroordeelt de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid tot vergoeding van bij de vreemdelingen in verband met de behandeling van het hoger beroep opgekomen proceskosten tot een bedrag van € 418,50, geheel toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand.

Aldus vastgesteld door mr. C.M. Wissels, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. G.A. van de Sluis, griffier.

w.g. Wissels
lid van de enkelvoudige kamer

w.g. Van de Sluis

griffier

Uitgesproken in het openbaar op 17 januari 2023

968


  • Zoeken
  • Link kopiëren
  • Citeren
  • Opslaan als PDF-document

Raad van State

De Raad van State is onafhankelijk adviseur van regering en parlement over wetgeving en bestuur en hoogste algemene bestuursrechter van het land.

  • Meer over ons
  • Vacatures

Contact

De Raad van State bevindt zich in het centrum van Den Haag. Wilt u in contact komen met ons of wilt u ons bezoeken voor een zitting?

  • Telefoon
  • Locatie en route
  • Post en e-mail
  • Wet open overheid
  • Nieuwe zaak starten

Altijd op de hoogte

Ontvang ons nieuws via de abonnementenservice in uw mailbox. Op de hoogte gehouden worden over uitspraken die gedaan worden in bepaalde zaken? Meld u dan aan voor de e-mailservice. Of bekijk de voortgang van een bepaalde procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

  • Abonnementenservice
  • E-mailservice uitspraken
  • Voortgang procedure
  • Aanvragen oude uitspraken

Toegankelijkheid | Privacy | Cookiebeleid

Volg ons

  • Bluesky
  • LinkedIn
  • Instagram
  • Mastodon