Uitspraak 202201947/2/V2
- ECLI
- ECLI:NL:RVS:2023:102
- Datum uitspraak
- 12 januari 2023
- Inhoudsindicatie
- Bij uitspraak van 18 mei 2022 heeft de Afdeling bestuursrechtspraak het hoger beroep van de vreemdeling tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Roermond, van 24 maart 2022 in zaak nr. NL21.9930 met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Awb niet-ontvankelijk verklaard.
- Verzet
- Asiel
Toon inhoud
202201947/2/V2.
Datum uitspraak: 12 januari 2023
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak op het verzet (artikel 8:55 van de Algemene wet bestuursrecht) van:
[de vreemdeling],
opposant,
Procesverloop
Bij uitspraak van 18 mei 2022 heeft de Afdeling het hoger beroep van de vreemdeling tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Roermond, van 24 maart 2022 in zaak nr. NL21.9930 met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Awb niet-ontvankelijk verklaard.
Tegen deze uitspraak heeft de vreemdeling, vertegenwoordigd door mr. C.M.G.M. Raafs, advocaat te Maastricht, verzet gedaan.
Overwegingen
1. Tegen een uitspraak waarbij de Afdeling de zaak zonder zitting heeft afgedaan en waarop de Vw 2000 van toepassing is, staat geen verzet open (artikel 83c, eerste lid, van de Vw 2000). Tegen de uitspraak van 18 mei 2022 kan daarom geen verzet worden gedaan.
2. De Afdeling is onbevoegd van het verzet kennis te nemen. De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Beslissing
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
verklaart zich onbevoegd om van het verzet kennis te nemen.
Aldus vastgesteld door mr. J.J.W.P. van Gastel, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. S. Duyster, griffier.
w.g. Van Gastel
lid van de enkelvoudige kamer
w.g. Duyster
griffier
Uitgesproken in het openbaar op 12 januari 2023
664