Uitspraak 200302714/2
- ECLI
- ECLI:NL:RVS:2003:140
- Datum uitspraak
- 18 juni 2003
- Inhoudsindicatie
- Bij besluit van 25 mei 2000 heeft verzoeker aan [aanvrager] een planschadevergoeding toegekend, te vermeerderen met de wettelijke rente.
- Voorlopige voorziening
- Schadevergoeding
Toon inhoud
200302714/2.
Datum uitspraak: 18 juni 2003
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak van de Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht) hangende het hoger beroep van:
de raad van de gemeente Sint-Oedenrode,
verzoeker,
tegen de uitspraak van de rechtbank te 's-Hertogenbosch van 17 maart 2003 in het geding tussen:
[aanvrager], wonend te [woonplaats]
en
verzoeker.
1. Procesverloop
Bij besluit van 25 mei 2000 heeft verzoeker aan [aanvrager] een planschadevergoeding toegekend, te vermeerderen met de wettelijke rente.
Bij besluit van 23 mei 2002 heeft verzoeker het daartegen gemaakte bezwaar gegrond verklaard, het besluit van 25 mei 2000 herroepen en een hogere schadevergoeding, te vermeerderen met de wettelijke rente, toegekend.
Bij uitspraak van 17 maart 2003, verzonden op 19 maart 2003, heeft de rechtbank te 's-Hertogenbosch (hierna: de rechtbank) het daartegen ingestelde beroep gegrond verklaard, de bestreden beslissing op bezwaar vernietigd en verzoeker opgedragen om met in achtneming van deze uitspraak een nieuw besluit te nemen binnen de termijn van vier weken na de datum van verzending van de uitspraak.
Tegen deze uitspraak heeft verzoeker bij brief van 24 april 2003, bij de Raad van State ingekomen op 28 april 2003, hoger beroep ingesteld. De gronden zijn aangevuld bij brief van 15 mei 2003.
Bij eerstgenoemde brief heeft verzoeker de Voorzitter verzocht een voorlopige voorziening te treffen. De gronden van het verzoek zijn aangevuld bij brief van 6 mei 2003.
De Voorzitter heeft het verzoek ter zitting behandeld op 6 juni 2003, waar verzoeker, vertegenwoordigd door M.H.J. van Elst, ambtenaar der gemeente, en [aanvrager], bijgestaan door [gemachtigde], zijn verschenen.
2. Overwegingen
2.1. Verzoeker heeft de Voorzitter verzocht bij wijze van voorlopige voorziening te bepalen dat het hem wordt toegestaan om de uitspraak van de Afdeling op het door hem ingestelde hoger beroep af te wachten en hij niet reeds thans gevolg hoeft te geven aan de uitspraak van de rechtbank.
2.2. Tegenover het belang van verzoeker, zoals dat in het verzoek en ter zitting is toegelicht, staat het belang van [aanvrager] om reeds – al was het maar voorlopig – te kunnen beschikken over het bedrag, waarop hij aanspraak meent te kunnen maken. Dit belang is louter financieel van aard. Nu geen bijzondere omstandigheden zijn gesteld of gebleken, weegt het reeds om die reden als onvoldoende spoedeisend niet op tegen de hiervoor bedoelde belangen van verzoeker.
2.3. Het verzoek dient op na te melden wijze te worden toegewezen.
2.4. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
3. Beslissing
De Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
bepaalt bij wijze van voorlopige voorziening dat verzoeker geen nieuwe beslissing op het bezwaarschrift van [aanvrager] hoeft te nemen, totdat de Afdeling op het hoger beroep heeft beslist.
Aldus vastgesteld door mr. H. Troostwijk, als Voorzitter, in tegenwoordigheid van mr. N.T. Zijlstra, ambtenaar van Staat.
w.g. Troostwijk w.g. Zijlstra
Voorzitter ambtenaar van Staat
Uitgesproken in het openbaar op 18 juni 2003
240.