Ga naar de inhoud
(naar homepage)
lees voor
Direct naar
  • en (Information in English)
  • de (Deutsche Informationen)
  • fr (Informations en français)
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
  • Actueel
    • Nieuws
    • Zittingsagenda
    • Persagenda
    • Evenementen
    • Piet Hein Donner Scriptieprijs
  • Adviezen
  • Uitspraken
  • Publicaties
    • Brochures
    • Studies en onderzoeken
    • Regelingen
    • Consultaties
    • Jaarverslagen
  • Over ons
    • Raad van State in het kort
    • Organisatie
    • Advisering
    • Bestuursrechtspraak
    • Begrotingstoezicht
    • Toetsing Klimaatwet
    • Geschiedenis
    • Raad van State in beeld
  • Zoeken
  • en
  • de
  • fr
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
Zoeken

  1. Home ›
  2. Uitspraken ›
  3. Uitspraak 200302091/1

Uitspraak 200302091/1

ECLI
ECLI:NL:RVS:2003:151
Datum uitspraak
10 juni 2003
Inhoudsindicatie
Bij besluit van 3 april 2003, kenmerk AWH/2003.3774, heeft verweerder aan verzoekster een last onder dwangsom opgelegd als bedoeld in artikel 5:32, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht wegens het overtreden van de in haar vergunning krachtens de Wet verontreiniging oppervlaktewateren (hierna: Wvo-vergunning) opgenomen lozingsnormen voor EOX en CZV. De opgelegde dwangsom bedraagt respectievelijk€ 7.500,00 per geconstateerde overtreding van de lozingsnorm voor EOX en € 5.000,00 per geconstateerde overtreding van de lozingsnorm voor CZV. Het totale maximaal te verbeuren bedrag is vastgesteld op € 75.000,00. De begunstigingstermijn bedraagt 2 weken.
  • Voorlopige voorziening
  • Oppervlaktewateren

Toon inhoud

  • Volledige tekst
Volledige tekst

200302091/1.
Datum uitspraak: 10 juni 2003.

AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak van de Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht) in het geding tussen:

[verzoekster], gevestigd te [plaats]

en

de Staatssecretaris van Verkeer en Waterstaat,
verweerder.

1. Procesverloop

Bij besluit van 3 april 2003, kenmerk AWH/2003.3774, heeft verweerder aan verzoekster een last onder dwangsom opgelegd als bedoeld in artikel 5:32, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht wegens het overtreden van de in haar vergunning krachtens de Wet verontreiniging oppervlaktewateren (hierna: Wvo-vergunning) opgenomen lozingsnormen voor EOX en CZV. De opgelegde dwangsom bedraagt respectievelijk
€ 7.500,00 per geconstateerde overtreding van de lozingsnorm voor EOX en € 5.000,00 per geconstateerde overtreding van de lozingsnorm voor CZV. Het totale maximaal te verbeuren bedrag is vastgesteld op € 75.000,00. De begunstigingstermijn bedraagt 2 weken.

Tegen dit besluit heeft verzoekster bezwaar gemaakt.
Bij brief van 13 mei 2003, bij de Raad van State ingekomen op 14 mei 2003, heeft verzoekster de Voorzitter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

De Voorzitter heeft het verzoek ter zitting behandeld op 2 juni 2003, waar verzoekster, vertegenwoordigd door mr. M.W.L. Simons-Vincks, advocaat te Breda, bijgestaan door [directeur van de vennootschap], en
[bedrijfsleider] van de vennootschap, en verweerder, vertegenwoordigd door mr. D. Eibrink, ing. R.W.P. Valkhof, ing. G.G. van der Waal en drs. J.L.J. Post, allen ambtenaren van het Ministerie van Verkeer en Waterstaat, zijn verschenen.

2. Overwegingen

2.1. Bij het bestreden besluit heeft verweerder aan verzoekster een last onder dwangsom opgelegd strekkende tot naleving van de lozingsnormen voor EOX en CZV zoals opgenomen in het aan de Wvo-vergunning van 8 mei 1998 verbonden voorschrift 5.

In voorschrift 5 van de Wvo-vergunning is, voorzover hier relevant, bepaald dat de lozingsnorm voor EOX maximaal 0,1 mg/l en voor CZV maximaal 500 mg/l bedraagt.

2.2. Verzoekster betoogt dat verweerder onbevoegd was tot het opleggen van de onderhavige last onder dwangsom. Ter zitting heeft zij gesteld dat uit door haar verrichtte metingen is gebleken dat reeds voor het nemen van het bestreden besluit, namelijk vanaf maart 2003, geen overtredingen van voorschrift 5 meer plaatsvonden.

2.2.1. De Voorzitter stelt vast dat de onderhavige last onder dwangsom is opgelegd wegens geconstateerde overtredingen in de periode 7 januari 2003 tot en met 24 februari 2003. Door verzoekster wordt niet betwist dat de lozingsnormen voor EOX en CZV in deze periode werden overschreden. Verweerder is op zichzelf dan ook bevoegd tot het treffen van bestuurlijke handhavingsmaatregelen. De Voorzitter ziet in het door verzoekster gestelde geen reden hieromtrent anders te oordelen. Ter zitting is komen vast te staan dat de door verzoekster bedoelde metingen betrekking hebben op de periode maart 2003 tot en met mei 2003 en dat deze metingen door verzoekster in het kader van voorschrift 8, onder 3, van de vergunning zijn uitgevoerd. Ter zitting heeft verzoekster toegelicht dat zij de meetresultaten eind mei 2003 naar verweerder heeft toegezonden. De Voorzitter stelt dan ook vast dat verweerder ten tijde van het nemen van het bestreden besluit niet met deze meetresultaten, wat hier verder ook van zij, bekend was, zodat hij hiermee geen rekening heeft kunnen houden bij zijn besluitvorming.

2.3. Volgens verzoekster heeft verweerder na afweging van de betrokken belangen niet in redelijkheid kunnen besluiten tot het opleggen van de last onder dwangsom. Zij voert aan dat zij medio juni 2001 de failliete boedel van de voormalige vergunninghoudster Rocore B.V. heeft overgenomen. Zij stelt dat zij vanaf de overname niet aan de desbetreffende lozingsnormen heeft kunnen voldoen, aangezien de normen in de Wvo-vergunning te streng zijn en de door Rocore B.V. aangebrachte zuiveringstechnische voorzieningen niet adequaat functioneerden. Zij stelt dat zij al het mogelijke heeft gedaan om de overtredingen ongedaan te maken. Zij brengt daartoe naar voren dat zij begin 2002 aan een bedrijf de opdracht heeft gegeven tot aanpassing van de voorzieningen. Zij stelt dat deze opdracht niet naar behoren is uitgevoerd en meent dat dit haar niet verweten kan worden. Zij wijst erop dat zij als tijdelijke oplossing twee koolstoffilters heeft laten plaatsen, waardoor er in beginsel per maart 2003 geen overschrijdingen van de normen meer plaatsvinden. Volgens haar zal de definitieve voorziening, te weten een membraamfiltratie-unit, in augustus 2003 in werking zijn.

2.3.1. Verweerder meent dat hij de onderhavige last onder dwangsom in redelijkheid heeft kunnen opleggen. Hij stelt dat verzoekster wist dat zij per medio juni 2001 aan de voorschriften van de Wvo-vergunning moest voldoen. Zijns inziens doet het enkele feit dat zij met derden niet tot een overeenkomst inzake het leveren en installeren van zuiveringstechnische voorzieningen kon komen, niet aan deze verplichting af.

2.3.2. Vanaf medio juni 2001 diende verzoekster te voldoen aan de lozingsnormen voor EOX en CZV zoals opgenomen in voorschrift 5 van de Wvo-vergunning van 8 mei 1998. Deze vergunning is inmiddels onherroepelijk geworden, zodat de hoogte van deze normen thans niet ter discussie staat.

Uit de stukken en het verhandelde ter zitting blijkt dat verzoekster ervan op de hoogte was dat zij per voornoemde datum aan de lozingsnormen voor EOX en CZV moest voldoen. Verzoekster is pas begin 2002 met derden tot een privaatrechtelijke overeenkomst met betrekking tot het installeren van voorzieningen gekomen. Deze overeenkomst is, wat hier verder ook van zij, niet door het ingehuurde bedrijf uitgevoerd. Niet gebleken is echter dat verzoekster niet op een andere wijze aan de normen kon voldoen. De Voorzitter is van oordeel dat verzoekster zelf, door niet tijdig de vereiste voorzieningen en maatregelen te treffen, het risico heeft genomen dat bestuurlijke handhavingsmaatregelen zouden worden getroffen.

Verder overweegt de Voorzitter dat de door verweerder geconstateerde overschrijdingen van de lozingsnormen fors zijn. Uit de stukken blijkt dat de lozingsnorm voor EOX in de periode 7 januari 2003 tot en met 24 februari 2003 vier maal werd overschreden met 100 tot 900%. De norm voor CZV werd eenmaal overschreden met 35%.

Gelet op het vorenstaande is de Voorzitter van oordeel dat verweerder bij de afweging van de betrokken belangen, waaronder het belang van de bescherming van het milieu, in redelijkheid heeft kunnen besluiten tot het opleggen van de onderhavige last onder dwangsom.

2.4. Verzoekster betoogt dat de door verweerder vastgestelde begunstigingstermijn te kort is teneinde de overtredingen te beëindigen. Zij acht een langere begunstigingstermijn tot bijvoorbeeld september 2003 redelijker.

2.4.1. De Voorzitter overweegt dat verzoekster eind maart 2003, weliswaar als tijdelijke oplossing, een tweede koolstoffilter heeft geplaatst. Ter zitting heeft verzoekster toegelicht dat de lozingsnormen van voorschrift 5 hierdoor in beginsel niet meer worden overschreden. Gelet hierop ziet de Voorzitter dan ook geen grond voor het oordeel dat de vastgestelde begunstigingstermijn te kort is teneinde de geconstateerde overtredingen te doen beëindigen.

2.5. Gelet op het vorenstaande wijst de Voorzitter het verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening af.

2.6. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

3. Beslissing

De Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

wijst het verzoek af.

Aldus vastgesteld door mr. K. Brink, als Voorzitter, in tegenwoordigheid van mr. L.J. Können, ambtenaar van Staat.

w.g. Brink w.g. Können
Voorzitter ambtenaar van Staat

Uitgesproken in het openbaar op 10 juni 2003.

301-404.


  • Zoeken
  • Link kopiëren
  • Citeren
  • Opslaan als PDF-document

Raad van State

De Raad van State is onafhankelijk adviseur van regering en parlement over wetgeving en bestuur en hoogste algemene bestuursrechter van het land.

  • Meer over ons
  • Vacatures

Contact

De Raad van State bevindt zich in het centrum van Den Haag. Wilt u in contact komen met ons of wilt u ons bezoeken voor een zitting?

  • Telefoon
  • Locatie en route
  • Post en e-mail
  • Wet open overheid
  • Nieuwe zaak starten

Altijd op de hoogte

Ontvang ons nieuws via de abonnementenservice in uw mailbox. Op de hoogte gehouden worden over uitspraken die gedaan worden in bepaalde zaken? Meld u dan aan voor de e-mailservice. Of bekijk de voortgang van een bepaalde procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

  • Abonnementenservice
  • E-mailservice uitspraken
  • Voortgang procedure
  • Aanvragen oude uitspraken

Toegankelijkheid | Privacy | Cookiebeleid

Volg ons

  • Bluesky
  • LinkedIn
  • Instagram
  • Mastodon