Uitspraak 202205317/2/R4
- ECLI
- ECLI:NL:RVS:2022:2966
- Datum uitspraak
- 5 oktober 2022
- Inhoudsindicatie
- Bij uitspraak van 24 augustus 2022 in zaak nrs. 20/4776 en 21/5211 heeft de rechtbank het beroep van De Trip B.V. tegen het besluit van het college van burgemeester en wethouders van Utrecht van 12 november 2021 ongegrond verklaard. Onderdeel van dat besluit is een last onder dwangsom.
- Mondelinge uitspraak
- Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
Toon inhoud
202205317/2/R4.
Datum uitspraak: 5 oktober 2022
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
PROCES-VERBAAL van de mondelinge uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op het verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht) hangende het hoger beroep van:
De Trip B.V., gevestigd te Utrecht,
verzoekster,
tegen de uitspraak van de rechtbank Midden-Nederland van 24 augustus 2022 in zaak nrs. 20/4776 en 21/5211 in het geding tussen onder meer:
De Trip B.V.
en
het college van burgemeester en wethouders van Utrecht.
Openbare zitting gehouden op 5 oktober 2022 om 15:00 uur.
Tegenwoordig:
Staatsraad mr. H.C.P. Venema, voorzieningenrechter
griffier: mr. M.M. van Es
Verschenen:
De Trip B.V., vertegenwoordigd door [gemachtigde A], bijgestaan door mr. C.G.J.M. Termaat, advocaat te Nijmegen;
Het college, vertegenwoordigd door L.A. Sluiter, bijgestaan door mr. T.N. Sanders, advocaat te Breda;
Stichting Milieugroep Zuilen, vertegenwoordigd door [gemachtigde B]
====================================
Bij uitspraak van 24 augustus 2022 in zaak nrs. 20/4776 en 21/5211 heeft de rechtbank het beroep van De Trip B.V. tegen het besluit van het college van 12 november 2021 ongegrond verklaard. Onderdeel van dat besluit is een last onder dwangsom.
De Trip B.V. heeft tegen deze uitspraak hoger beroep ingesteld.
Daarnaast heeft De Trip B.V. om een voorlopige voorziening verzocht.
Het verzoek heeft als strekking dat door de voorzieningenrechter wordt bepaald dat de begunstigingstermijn van de last onder dwangsom doorloopt totdat de Afdeling uitspraak heeft gedaan in de bodemzaak.
De voorzieningenrechter
I. wijst het verzoek toe en bepaalt bij wijze van voorlopige voorziening dat het besluit van het college van burgemeester en wethouders van Utrecht van 12 november 2021, met kenmerk 5114369, voor zover De Trip B.V. daarbij een last onder dwangsom is opgelegd, wordt geschorst totdat de Afdeling uitspraak heeft gedaan op het hoger beroep van De Trip B.V.;
II. veroordeelt het college van burgemeester en wethouders van Utrecht tot vergoeding van de in verband met de behandeling van het verzoek bij De Trip B.V. opgekomen proceskosten tot een bedrag van € 1.550,38, waarvan € 1.518,00 is toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand;
III. gelast dat het college van burgemeester en wethouders van Utrecht het in verband met de behandeling van het verzoek door De Trip B.V. betaalde griffierecht ten bedrage van € 548,00 vergoedt.
Daartoe overweegt de voorzieningenrechter het volgende.
De beoordeling van het verzoek berust op een belangenafweging. In de hoofdzaak zal onder meer een oordeel moeten worden gegeven over de vraag of De Trip B.V. zich legaal heeft gevestigd en wat de reikwijdte is van de verleende omgevingsvergunning (meer in het bijzonder of deze vergunning mede strekt tot gebruik dat strijdig is met het bestemmingsplan). De rechtsvragen die in hoger beroep aan de orde zijn, lenen zich niet voor beantwoording in deze voorlopige voorzieningenprocedure. Voor de belangenafweging is relevant dat niet onaannemelijk is dat handhaving feitelijk tot gevolg heeft dat De Trip B.V. haar activiteiten moet beëindigen. Verder is niet gebleken van niet langer te dulden overlast voor de bewoners waarvoor Stichting Milieugroep Zuilen opkomt. Onder die omstandigheden heeft handhaving tot gevolg dat de behandeling van het hoger beroep van De Trip B.V. en de ter uitvoering van de uitspraak van de Afdeling van 21 september 2022, ECLI:NL:RVS:2022:2753, door de raad te verrichten beoordeling van het initiatief van De Trip B.V., geen reële betekenis meer zullen hebben als het verzoek zou worden afgewezen. Om die reden is er aanleiding het besluit tot handhaving van 12 november 2021 te schorsen totdat op het hoger beroep zal zijn beslist.
w.g. Venema
voorzieningenrechter
w.g. Van Es
griffier
826