Ga naar de inhoud
(naar homepage)
lees voor
Direct naar
  • en (Information in English)
  • de (Deutsche Informationen)
  • fr (Informations en français)
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
  • Actueel
    • Nieuws
    • Zittingsagenda
    • Persagenda
    • Evenementen
    • Piet Hein Donner Scriptieprijs
  • Adviezen
  • Uitspraken
  • Publicaties
    • Brochures
    • Studies en onderzoeken
    • Regelingen
    • Consultaties
    • Jaarverslagen
  • Over ons
    • Raad van State in het kort
    • Organisatie
    • Advisering
    • Bestuursrechtspraak
    • Begrotingstoezicht
    • Toetsing Klimaatwet
    • Geschiedenis
    • Raad van State in beeld
  • Zoeken
  • en
  • de
  • fr
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
Zoeken

  1. Home ›
  2. Uitspraken ›
  3. Uitspraak 200302894/1

Uitspraak 200302894/1

ECLI
ECLI:NL:RVS:2003:165
Datum uitspraak
2 juni 2003
Inhoudsindicatie
Bij besluit van 4 april 2003, kenmerk 03/03374-MBW/nb, heeft verweerder aan verzoekster een last onder dwangsom als bedoeld in artikel 5:32 van de Algemene wet bestuursrecht opgelegd met het oog op de beëindiging van de overtreding van artikel 13, eerste lid, van het Bouwstoffenbesluit bodem- en oppervlaktewaterenbescherming (hierna: het Besluit).
  • Voorlopige voorziening
  • Milieu - Bestuursdwang / Dwangsom

Toon inhoud

  • Volledige tekst
Volledige tekst

200302894/1.
Datum uitspraak: 2 juni 2003

AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak van de Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht) in het geding tussen:

[verzoekster], gevestigd te [plaats]

en

het college van burgemeester en wethouders van Ridderkerk,
verweerder.

1. Procesverloop

Bij besluit van 4 april 2003, kenmerk 03/03374-MBW/nb, heeft verweerder aan verzoekster een last onder dwangsom als bedoeld in artikel 5:32 van de Algemene wet bestuursrecht opgelegd met het oog op de beëindiging van de overtreding van artikel 13, eerste lid, van het Bouwstoffenbesluit bodem- en oppervlaktewaterenbescherming (hierna: het Besluit).

Tegen dit besluit heeft verzoekster bezwaar gemaakt.
Bij brief van 6 mei 2003, bij de Raad van State ingekomen op 7 mei 2003, heeft verzoekster de Voorzitter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

De Voorzitter heeft het verzoek ter zitting behandeld op 19 mei 2003. Verzoekster is ter zitting vertegenwoordigd door mr. C.H. Blanksma en mr. N.S.J. Koeman, advocaten te Amsterdam, en [gemachtigden]. Verweerder is ter zitting vertegenwoordigd door mr. J. Spätjens, W. Moes en G. Zwerus, gemachtigden.

2. Overwegingen

2.1. Artikel 13, eerste lid, van het Besluit bepaalt dat een bouwstof, niet zijde een categorie 1 bouwstof, op of in de bodem slechts gebruikt wordt in hoeveelheden van ten minste 10.000 ton aaneensluitend in een werk.

2.2. Voor het betoog van verzoekster, inhoudende dat de artikelen 6 en 8 van de Wet bodembescherming geen grondslag bieden voor het stellen van de kwantiteitseis in artikel 13 van het Besluit en dat in dit geval geen sprake is van een werk als bedoeld in die bepaling, ziet de Voorzitter onvoldoende aanknopingspunten.

2.3. Verzoekster betwist niet dat ongeveer 9.000 ton AVI-bodemas is verwerkt in de fundering van een loods van haar. Daarom gaat de Voorzitter er vanuit dat verzoekster handelt in strijd met artikel 13 van het Besluit. Om die reden is verweerder bevoegd daartegen handhavend op te treden.

2.4. Niet bestreden is dat de overtreding is veroorzaakt doordat er in de berekeningen van de benodigde hoeveelheid AVI-bodemas is uitgegaan van een te laag soortelijk gewicht en/of een te hoog verdichtingspercentage. Ook is niet bestreden dat wordt voldaan aan de maatregelen en voorzieningen die het Besluit eist bij het toepassen van bouwstoffen als de onderhavige, zodat de aanwezigheid van de AVI-bodemas geen bedreiging vormt voor de bodem.

2.5. De last strekt tot de verwijdering van de aanwezige AVI-bodemas binnen 3 maanden. De stellingen van partijen omtrent de toereikendheid van die termijn en de meest aangewezen wijze van verwijdering lopen zeer sterk uiteen. Blijkens de overwegingen van het bestreden besluit heeft verweerder een voorstel van verzoekster om de aanwezige as aan te vullen tot 10.000 ton afgewezen, omdat niet zou worden voldaan aan de in artikel 13 van het Besluit gestelde eis dat de bouwstof aansluitend in een werk dient te worden gebruikt. Aan de hand van de ter zitting getoonde tekeningen lijkt het echter aannemelijk dat bij aanvulling aan die eis kan worden voldaan. Derhalve lijkt het ook aannemelijk dat de overtreding op een veel minder belastende wijze kan worden beëindigd dan in de last op dwingende wijze is voorgeschreven.

2.6. Gelet op hetgeen hiervoor is overwogen in de rechtsoverwegingen 2.4 en 2.5, ziet de Voorzitter aanleiding voor het treffen van een voorlopige voorziening.

2.7. Verweerder dient te worden veroordeeld in de proceskosten.

3. Beslissing

De Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

I. schorst bij wijze van voorlopige voorziening het besluit van het college van burgemeester en wethouders van Ridderkerk van 4 april 2003, 03/03374-MBW/nb tot zes weken na bekendmaking van de beslissing op bezwaar, met dien verstande dat indien binnen die termijn wordt verzocht om het treffen van een voorlopige voorziening, de schorsing doorloopt totdat op dat verzoek is beslist;

II. veroordeelt het college van burgemeester en wethouders van Ridderkerk in de door verzoekster in verband met de behandeling van het verzoek gemaakte proceskosten tot een bedrag van € 644,00, welk bedrag geheel is toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand; het bedrag dient door de gemeente Ridderkerk te worden betaald aan verzoekster;

III. gelast dat de gemeente Ridderkerk aan verzoekster het door haar voor de behandeling van het verzoek betaalde griffierecht (€ 232,00) vergoedt.

Aldus vastgesteld door mr. K. Brink, als Voorzitter, in tegenwoordigheid van mr. M.A.G. Stolker, ambtenaar van Staat.

w.g. Brink w.g. Stolker
Voorzitter ambtenaar van Staat

Uitgesproken in het openbaar op 2 juni 2003

157.


  • Zoeken
  • Link kopiëren
  • Citeren
  • Opslaan als PDF-document

Raad van State

De Raad van State is onafhankelijk adviseur van regering en parlement over wetgeving en bestuur en hoogste algemene bestuursrechter van het land.

  • Meer over ons
  • Vacatures

Contact

De Raad van State bevindt zich in het centrum van Den Haag. Wilt u in contact komen met ons of wilt u ons bezoeken voor een zitting?

  • Telefoon
  • Locatie en route
  • Post en e-mail
  • Wet open overheid
  • Nieuwe zaak starten

Altijd op de hoogte

Ontvang ons nieuws via de abonnementenservice in uw mailbox. Op de hoogte gehouden worden over uitspraken die gedaan worden in bepaalde zaken? Meld u dan aan voor de e-mailservice. Of bekijk de voortgang van een bepaalde procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

  • Abonnementenservice
  • E-mailservice uitspraken
  • Voortgang procedure
  • Aanvragen oude uitspraken

Toegankelijkheid | Privacy | Cookiebeleid

Volg ons

  • Bluesky
  • LinkedIn
  • Instagram
  • Mastodon