Uitspraak 200302085/2
- ECLI
- ECLI:NL:RVS:2003:178
- Datum uitspraak
- 27 mei 2003
- Inhoudsindicatie
- Bij besluit van 29 januari 1999 heeft de gemeenteraad van Oss het bestemmingsplan "Buitengebied" vastgesteld.
- Voorlopige voorziening
- RO - Noord-Brabant
Toon inhoud
200302085/2.
Datum uitspraak: 27 mei 2003
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak van de Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht) in het geding tussen:
[verzoeker], wonend te [woonplaats],
en
het college van gedeputeerde staten van Noord-Brabant,
verweerder.
1. Procesverloop
Bij besluit van 29 januari 1999 heeft de gemeenteraad van Oss het bestemmingsplan "Buitengebied" vastgesteld.
Bij besluit van 14 september 1999, no. 211473, heeft verweerder beslist over de goedkeuring van dit plan.
Bij uitspraak van 20 februari 2002, no. 199903341/1, heeft de Afdeling, onder gegrondverklaring van onder meer het beroep van verzoeker, dit besluit gedeeltelijk vernietigd.
Bij besluit van 4 februari 2003, no. 15362, heeft verweerder voorzover nodig opnieuw beslist over de goedkeuring van het plan.
Tegen dit besluit heeft verzoeker bij ongedateerde brief, bij de Raad van State ingekomen op 31 maart 2003, beroep ingesteld.
Bij deze brief heeft verzoeker de Voorzitter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.
De Voorzitter heeft het verzoek ter zitting behandeld op 16 mei 2003, waar verzoeker, in persoon en vergezeld van [gemachtigde], en de gemeenteraad van Oss, vertegenwoordigd door mr. P.W.H. Huijs, ambtenaar van de gemeente, zijn verschenen.
2. Overwegingen
2.1. Het oordeel van de Voorzitter heeft een voorlopig karakter en is niet bindend in de bodemprocedure.
2.2. Verzoeker voert aan dat verweerder ten onrechte wederom goedkeuring heeft verleend aan de steraanduiding “geen bedrijfswoning toegestaan” ter plaatse van het perceel kadastraal bekend [gemeente], sectie […], nummer […], [locatie].
Het verzoek strekt ertoe dat niettemin op het perceel een bedrijfswoning kan worden gebouwd.
2.3. Het verzoek komt erop neer dat kan worden gehandeld als ware aan de steraanduiding goedkeuring onthouden, onder de bepaling dat in zoverre geen nieuw plan behoeft te worden opgesteld. Een voorlopige voorziening die dat mogelijk maakt is, behoudens uitzonderlijke omstandigheden, te verstrekkend, aangezien ook de uitspraak van de Afdeling, gelet op de aard van de toetsing in de bodemprocedure, alleen dan zal strekken tot onthouding van goedkeuring aan de steraanduiding indien voor verweerder geen enkele ruimte bestaat een andersluidende beslissing te nemen. Een zodanige situatie is hier naar het oordeel van de Voorzitter niet aanwezig. Evenmin doen zich naar het oordeel van de Voorzitter uitzonderlijke omstandigheden voor, bijvoorbeeld dat het bestreden besluit evidente gebreken vertoont en bovendien zo urgente belangen in het geding zijn dat de procedure in de hoofdzaak in redelijkheid niet kan worden afgewacht.
Het verzoek dient mitsdien te worden afgewezen.
2.4. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
3. Beslissing
De Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
wijst het verzoek af.
Aldus vastgesteld door dr. D. Dolman, als Voorzitter, in tegenwoordigheid van mr. E. de Groot, ambtenaar van Staat.
w.g. Dolman w.g. De Groot
Voorzitter ambtenaar van Staat
Uitgesproken in het openbaar op 27 mei 2003
210.