Ga naar de inhoud
(naar homepage)
lees voor
Direct naar
  • en (Information in English)
  • de (Deutsche Informationen)
  • fr (Informations en français)
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
  • Actueel
    • Nieuws
    • Zittingsagenda
    • Persagenda
    • Evenementen
    • Piet Hein Donner Scriptieprijs
  • Adviezen
  • Uitspraken
  • Publicaties
    • Brochures
    • Studies en onderzoeken
    • Regelingen
    • Consultaties
    • Jaarverslagen
  • Over ons
    • Raad van State in het kort
    • Organisatie
    • Advisering
    • Bestuursrechtspraak
    • Begrotingstoezicht
    • Toetsing Klimaatwet
    • Geschiedenis
    • Raad van State in beeld
  • Zoeken
  • en
  • de
  • fr
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
Zoeken

  1. Home ›
  2. Uitspraken ›
  3. Uitspraak 200301485/2

Uitspraak 200301485/2

ECLI
ECLI:NL:RVS:2003:182
Datum uitspraak
22 mei 2003
Inhoudsindicatie
Bij besluit van 5 november 2002 heeft het college van burgemeester en wethouders vastgesteld het uitwerkingsplan "Look-west, uitwerking 1e fase".
  • Voorlopige voorziening
  • RO - Zuid-Holland

Toon inhoud

  • Volledige tekst
Volledige tekst

200301485/2.
Datum uitspraak: 22 mei 2003

AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak van de Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht) in het geding tussen:

[verzoeker], wonend te [woonplaats],

en

het college van gedeputeerde staten van Zuid-Holland,
verweerder.

1. Procesverloop

Bij besluit van 5 november 2002 heeft het college van burgemeester en wethouders vastgesteld het uitwerkingsplan "Look-west, uitwerking 1e fase".

Verweerder heeft bij zijn besluit van 7 januari 2003,
kenmerk DRM/ARB/02/12601A, beslist over de goedkeuring van het uitwerkingsplan.

Tegen dit besluit heeft verzoeker bij faxbericht van 6 maart 2003, bij de Raad van State ingekomen op 6 maart 2003, beroep ingesteld.
Bij deze brief heeft verzoeker de Voorzitter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

De Voorzitter heeft het verzoek ter zitting behandeld op 6 mei 2003, waar verzoeker, in persoon, en verweerder, vertegenwoordigd door
ing. J.C. Wassens, ambtenaar bij de provincie, zijn verschenen. Voorts is het college van burgemeester en wethouders van Schipluiden daar gehoord, vertegenwoordigd door mr. G.C.W. van der Feltz, advocaat. Ook is de besloten vennootschap Blauwhoed Eurowoningen daar gehoord, vertegenwoordigd door mr. M.S.E. Frankhuizen, gemachtigde.

2. Overwegingen

2.1. Het oordeel van de Voorzitter heeft een voorlopig karakter en is niet bindend in de bodemprocedure.

2.2. Het plan heeft betrekking op gronden aan de westzijde van de kern Den Hoorn in de Harnaschpolder en voorziet in ongeveer 120 woningen. Het plan vormt de eerste fase van de realisering van een nieuw woongebied.

Verweerder heeft bij zijn bestreden besluit het plan goedgekeurd.

2.3. Verzoeker stelt dat verweerder deze goedkeuring van het plan ten onrechte heeft gegeven. Hij wijst in dit verband op een aantal formele punten en voert aan dat de uitvoerbaarheid van het plan onvoldoende is aangetoond. In dit verband stelt hij onder meer dat de verrichte bodemonderzoeken ondeugdelijk zijn.

Verzoeker heeft in het bijzonder bezwaar tegen de goedkeuring van het plandeel met de bestemming "Verblijfsdoeleinden", voor zover gelegen tussen de woningen [locaties]. Hij voert aan dat de hier voorziene ontsluitingsweg ten behoeve van de voorziene woningen strijdig is met de uitwerkingsregels in het bestemmingsplan "Look-west". Voorts vreest hij als gevolg van deze ontsluitingsweg een aantasting van zijn woon- en leefklimaat. In dit verband wijst hij op verslechtering van de luchtkwaliteit en op geluidhinder.

2.3.1. Ten aanzien van de formele punten overweegt de Voorzitter het volgende.

De Voorzitter stelt vast dat de kennisgeving van het goedkeuringsbesluit van verweerder is gepubliceerd in de Delftse Post. Ook overigens is wat betreft de publicaties niet gebleken dat niet is voldaan aan de wettelijke eisen.

Overigens is ter zitting van de zijde van het college van burgemeester en wethouders verklaard dat aan verzoeker - indien hij daarom zou hebben verzocht - de gelegenheid zou zijn geboden om deze stukken buiten kantooruren in te zien.

Verder stelt de Voorzitter vast dat de plankaart is voorzien van een noordpijl. Van strijd met artikel 16, eerste lid, onder g, van het Besluit op de ruimtelijke ordening 1985 (verder: het Bro 1985) is dan ook geen sprake.

Voorts is niet gebleken van strijd met artikel 15 van het Bro 1985.

2.3.2. Ter zitting heeft verzoeker verklaard zich met de in het plan voorziene woningbouw te kunnen verenigen en dat zijn materiële bezwaar zich uitsluitend richt tegen de situering van de ontsluitingsweg.

Blijkens de plankaart van het bestemmingsplan "Look-west" is aan de aan de orde zijnde gronden de bestemming "Woongebied-uit te werken (W-uw 1,2,3)” toegekend en de aanduiding "interne ontsluiting". Ingevolge de doeleindenomschrijving van artikel 3.1. van de voorschriften van het bestemmingsplan zijn deze gronden onder meer bestemd voor wegen. Ingevolge artikel 3.1. werkt het college van burgemeester en wethouders de in dit artikel genoemde bestemming uit met inachtneming van het gestelde in de beschrijving in hoofdlijnen in dit artikel en die in artikel 1.1.. In de beschrijving in hoofdlijnen van artikel 3.1. wordt onder meer gesproken over "het netwerk van rustige woonstraten".

Blijkens de plankaart van het uitwerkingsplan is aan de aan de orde zijnde gronden de bestemming "Verblijfsdoeleinden" toegekend. Ingevolge artikel 2.3., eerste lid, onder a, van de voorschriften van het uitwerkingsplan zijn deze gronden onder meer bestemd voor voorzieningen voor rijdende en stilstaande voertuigen, zoals rijstroken, fietspaden en parkeerplaatsen.

Gelet hierop ziet de Voorzitter vooralsnog geen reden voor de verwachting dat in de bodemprocedure zal worden geoordeeld dat het uitwerkingsplan wat betreft de bestemming "Verblijfsdoeleinden" niet in overeenstemming is met de in het bestemmingsplan gegeven uitwerkingsregels.

Ten aanzien van de luchtverontreiniging als gevolg van de verkeersintensiteiten op de Woudseweg, overweegt de Voorzitter dat - daargelaten de vraag of het Besluit luchtkwaliteit hier een toetsingskader is -

uit de zonekaart luchtkwaliteit langs (Rijks- en provinciale) wegen is af te leiden dat in 2010 de grenswaarde voor stikstofdioxide niet zal worden overschreden. De Voorzitter ziet geen reden aan de juistheid van deze kaart te twijfelen. Voorts is ter zitting onvoldoende weersproken gesteld dat binnen de planperiode - wanneer de ontsluitingsstructuur van de Harnaschpolder zal zijn afgerond - de luchtkwaliteit ter plaatse zal verbeteren, omdat een groot deel van het autoverkeer dan geen gebruik meer zal maken van de Woudseweg, maar van de verlengde Reinier de Graafweg. Dit in aanmerking nemende zal ook voor fijn stof in 2010 aan de daarvoor geldende grenswaarde kunnen worden voldaan.

Voor zover verzoeker stelt dat sprake is van een reconstructie als bedoeld in artikel 1 van de Wet geluidhinder van de Woudseweg, overweegt de Voorzitter dat - daargelaten de vraag of sprake is van "een of meer wijzigingen op of aan een aanwezige weg" - hij het gelet op de stukken en het verhandelde ter zitting niet aannemelijk acht dat de geluidsbelasting vanwege de weg met 2 dB(A) of meer wordt verhoogd.

Gezien het vorenstaande ziet de Voorzitter geen reden voor de verwachting dat in de bodemprocedure het bestreden besluit zal worden vernietigd omdat verweerder zich niet in redelijkheid op het standpunt heeft kunnen stellen dat het bestreden plandeel niet in strijd is met een goede ruimtelijke ordening of het recht.

2.4. Gelet op het vorenstaande ziet de Voorzitter aanleiding het verzoek af te wijzen.

2.5. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

3. Beslissing

De Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

wijst het verzoek af.

Aldus vastgesteld door mr. J.C.K.W. Bartel, als Voorzitter, in tegenwoordigheid van mr. R.D. van Onselen, ambtenaar van Staat.

w.g. Bartel w.g. Van Onselen
Voorzitter ambtenaar van Staat

Uitgesproken in het openbaar op 22 mei 2003

178-418.


  • Zoeken
  • Link kopiëren
  • Citeren
  • Opslaan als PDF-document

Raad van State

De Raad van State is onafhankelijk adviseur van regering en parlement over wetgeving en bestuur en hoogste algemene bestuursrechter van het land.

  • Meer over ons
  • Vacatures

Contact

De Raad van State bevindt zich in het centrum van Den Haag. Wilt u in contact komen met ons of wilt u ons bezoeken voor een zitting?

  • Telefoon
  • Locatie en route
  • Post en e-mail
  • Wet open overheid
  • Nieuwe zaak starten

Altijd op de hoogte

Ontvang ons nieuws via de abonnementenservice in uw mailbox. Op de hoogte gehouden worden over uitspraken die gedaan worden in bepaalde zaken? Meld u dan aan voor de e-mailservice. Of bekijk de voortgang van een bepaalde procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

  • Abonnementenservice
  • E-mailservice uitspraken
  • Voortgang procedure
  • Aanvragen oude uitspraken

Toegankelijkheid | Privacy | Cookiebeleid

Volg ons

  • Bluesky
  • LinkedIn
  • Instagram
  • Mastodon