Ga naar de inhoud
(naar homepage)
lees voor
Direct naar
  • en (Information in English)
  • de (Deutsche Informationen)
  • fr (Informations en français)
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
  • Actueel
    • Nieuws
    • Zittingsagenda
    • Persagenda
    • Evenementen
    • Piet Hein Donner Scriptieprijs
  • Adviezen
  • Uitspraken
  • Publicaties
    • Brochures
    • Studies en onderzoeken
    • Regelingen
    • Consultaties
    • Jaarverslagen
  • Over ons
    • Raad van State in het kort
    • Organisatie
    • Advisering
    • Bestuursrechtspraak
    • Begrotingstoezicht
    • Toetsing Klimaatwet
    • Geschiedenis
    • Raad van State in beeld
  • Zoeken
  • en
  • de
  • fr
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
Zoeken

  1. Home ›
  2. Uitspraken ›
  3. Uitspraak 200205803/2

Uitspraak 200205803/2

ECLI
ECLI:NL:RVS:2003:189
Datum uitspraak
20 mei 2003
Inhoudsindicatie
Bij besluit van 27 februari 2002 heeft de gemeenteraad van Amsterdam, op voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 14 februari 2002, vastgesteld het bestemmingsplan "Herziening bestemmingsplan Noord-Zuidlijn".
  • Voorlopige voorziening
  • RO - Noord-Holland

Toon inhoud

  • Volledige tekst
Volledige tekst

200205803/2
Datum uitspraak: 20 mei 2003

AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak van de Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op verzoeken om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht) in het geding tussen onder meer:

1. de vereniging "De Bovengrondse" en V. van Lamoen, gevestigd respectievelijk wonend te Amsterdam,
2. [verzoeker sub 2], wonend te [woonplaats],
3. Stichting Behou Gerard Dou, gevestigd te Amsterdam,
verzoekers,

en

het college van gedeputeerde staten van Noord-Holland,
verweerder.

1. Procesverloop

Bij besluit van 27 februari 2002 heeft de gemeenteraad van Amsterdam, op voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 14 februari 2002, vastgesteld het bestemmingsplan "Herziening bestemmingsplan Noord-Zuidlijn".

Verweerder heeft bij zijn besluit van 8 oktober 2002, kenmerk 2002-12214, beslist over de goedkeuring van het bestemmingsplan.

Tegen dit besluit hebben onder meer verzoekers sub 1 bij brief van 18 december 2002, bij de Raad van State ingekomen op 19 december 2002, verzoeker sub 2 bij brief van 16 december 2002, bij de Raad van State ingekomen op 17 december 2003, en verzoekster sub 3 bij brief van 14 december 2002, bij de Raad van State ingekomen op 18 december 2002, beroep ingesteld.
Bij brief van 18 december 2002, bij de Raad van State ingekomen op 19 december 2002, hebben verzoekers sub 1 de Voorzitter verzocht een voorlopige voorziening te treffen. Bij dezelfde brief als waarmee beroep is ingesteld heeft verzoeker sub 2 de Voorzitter verzocht een voorlopige voorziening te treffen. Bij brief van 14 december 2002, bij de Raad van State ingekomen op 22 januari 2003, heeft verzoekster sub 3 de Voorzitter verzocht een voorlopige voorziening te treffen. Verzoekers sub 1 hebben hun verzoek aangevuld bij brief van 24 februari 2003. Verzoekster sub 3 heeft haar verzoek aangevuld bij brieven van 29 januari 2003, 3 februari 2003, 5 februari 2003, 17 februari 2003, 19 februari 2003 en 20 februari 2003.

De Voorzitter heeft de verzoeken ter zitting behandeld op 14 april 2003, waar verzoekers sub 1, in de persoon van [verzoeker] en bijgestaan door mr. H.A. Sarolea, verzoeker sub 2, in persoon, en verweerder, vertegenwoordigd door mr. F. Arents, zijn verschenen.
Voorts zijn daar de gemeenteraad van Amsterdam, vertegenwoordigd door mr. J.P. Smit, alsmede het Projectbureau Noord/Zuidlijn, vertegenwoordigd door mr. N.S.J. Koeman, mr. M. van der Velde-Menting, [gemachtigden], gehoord.
Verzoekster sub 3 is niet verschenen.

2. Overwegingen

2.1. Het oordeel van de Voorzitter heeft een voorlopig karakter en is niet bindend in de bodemprocedure.

2.2. Het bestemmingsplan beoogt een herziening van enkele onderdelen van het bestemmingsplan “Noord-Zuidlijn” waaraan door de Afdeling bij uitspraak van 20 februari 2001, no. E01.99.0226/1, na vernietiging goedkeuring is onthouden. Het laatstgenoemde plan maakt met name de aanleg van een railvervoerverbinding en de bouw van stationsgebouwen mogelijk.

Bij het bestreden besluit heeft verweerder het voorliggende plan goedgekeurd.

2.3. Verzoekers sub 1, 2 en 3 stellen dat het bestreden besluit ten onrechte is genomen en verzoeken schorsing hiervan.

Verzoekers sub 1 voeren aan dat niet ten gronde de bezwaren tegen de herziene plandelen zijn behandeld en dat zich nieuwe feiten en omstandigheden hebben voorgedaan die een nieuwe beoordeling van met name het station Ceintuurbaan rechtvaardigen. Voorts stellen zij dat het plan niet aan de kerngroep van de subcommissie voor de gemeentelijke plannen en de stadsvernieuwing van de provinciale planologische commissie had mogen worden voorgelegd.

Verzoekers sub 2 en 3 menen dat grote vraagtekens dienen te worden gesteld bij de noodzaak, locatie en uitvoerbaarheid van de beoogde railvervoerverbinding.

2.4. De Voorzitter overweegt allereerst, dat de voorliggende herziening van het bestemmingsplan “Noord-Zuidlijn” is gericht op de onderdelen van dat plan, waaraan de Afdeling bij de onder 2.2. genoemde uitspraak goedkeuring heeft onthouden. In dat kader dient te worden bezien of de in geschil zijnde herziening van het bestemmingsplan is vastgesteld met in achtneming van de uitspraak van de Afdeling. Alle bezwaren van verzoekers die geen betrekking hebben op deze toets of op nieuwe feiten en omstandigheden die de betrokken plandelen raken, maar in wezen zien op het reeds onherroepelijke deel van het bestemmingsplan “Noord-Zuidlijn”, kunnen in deze procedure niet meer aan de orde komen.

Vooralsnog ziet de Voorzitter in hetgeen verzoekers sub 1, 2 en 3 hebben aangevoerd onvoldoende aanknopingspunten om te oordelen dat de uitspraak van de Afdeling niet in acht is genomen. Aldus bestaat uit dien hoofde geen reden om aan te nemen dat het bestreden besluit in de bodemprocedure zal worden vernietigd.

Voorts dient te worden bezien of zich nieuwe feiten en omstandigheden hebben voorgedaan, die bij de herziening van het bestemmingsplan in aanmerking genomen moeten worden, en die kunnen leiden tot een van de uitspraak van de Afdeling afwijkende vaststelling van het plan. Verzoekers sub 1 hebben daartoe gewezen op de zogeheten Mondriaan-proef, de onderzoeksbevinding van GEO Delft van 11 augustus 2000 en het rapport van de Audit-commissie NZL, dat na de vorige besluitvorming is verschenen. De Voorzitter ziet niet in dat deze rapportages aangemerkt kunnen worden als nieuwe feiten en omstandigheden, aangezien zij in de procedure, die leidde tot de uitspraak van de Afdeling, aan de orde zijn geweest.Aldus bestaat uit dien hoofde geen reden om aan te nemen dat het bestreden besluit in de bodemprocedure zal worden vernietigd.

In de omstandigheid dat het plan aan de kerngroep van de subcommissie voor de gemeentelijke plannen en de stadsvernieuwing van de provinciale planologische commissie is voorgelegd ziet de Voorzitter geen grond voor de verwachting dat het bestreden besluit in de bodemprocedure op formele gronden zal worden vernietigd.

Gelet op het vorenstaande alsmede in aanmerking genomen dat de bodemzaak op 5 juni 2003 ter zitting door de Afdeling zal worden behandeld, acht de Voorzitter thans geen grond aanwezig om het bestreden besluit te schorsen.

2.5. De verzoeken om het treffen van een voorlopige voorziening dienen te worden afgewezen.

2.6. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding

3. Beslissing

De Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

wijst de verzoeken af.

Aldus vastgesteld door mr. J.C.K.W. Bartel, als Voorzitter, in tegenwoordigheid van mr. A.A. Snijders, ambtenaar van Staat.

w.g. Bartel w.g. Snijders
Voorzitter ambtenaar van Staat

Uitgesproken in het openbaar op 20 mei 2003

279


  • Zoeken
  • Link kopiëren
  • Citeren
  • Opslaan als PDF-document

Raad van State

De Raad van State is onafhankelijk adviseur van regering en parlement over wetgeving en bestuur en hoogste algemene bestuursrechter van het land.

  • Meer over ons
  • Vacatures

Contact

De Raad van State bevindt zich in het centrum van Den Haag. Wilt u in contact komen met ons of wilt u ons bezoeken voor een zitting?

  • Telefoon
  • Locatie en route
  • Post en e-mail
  • Wet open overheid
  • Nieuwe zaak starten

Altijd op de hoogte

Ontvang ons nieuws via de abonnementenservice in uw mailbox. Op de hoogte gehouden worden over uitspraken die gedaan worden in bepaalde zaken? Meld u dan aan voor de e-mailservice. Of bekijk de voortgang van een bepaalde procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

  • Abonnementenservice
  • E-mailservice uitspraken
  • Voortgang procedure
  • Aanvragen oude uitspraken

Toegankelijkheid | Privacy | Cookiebeleid

Volg ons

  • Bluesky
  • LinkedIn
  • Instagram
  • Mastodon