Uitspraak 200300188/2
- ECLI
- ECLI:NL:RVS:2003:192
- Datum uitspraak
- 19 mei 2003
- Inhoudsindicatie
- Bij besluit van 23 april 2002 heeft de gemeenteraad van Heerhugowaard, op voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 19 februari 2002, vastgesteld het bestemmingsplan "Partiële herziening supermarkt Zuidwijk/Huygenhoek".
- Voorlopige voorziening
- RO - Noord-Holland
Toon inhoud
200300188/2
Datum uitspraak: 19 mei 2003
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak van de Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht) in het geding tussen:
de besloten vennootschappen met beperkte aansprakelijkheid
"A&P Holding B.V." en "Vomar Voordeelmarkt B.V.",
gevestigd te Baarn respectievelijk IJmuiden,
verzoeksters,
en
het college van gedeputeerde staten van Noord-Holland,
verweerder.
1. Procesverloop
Bij besluit van 23 april 2002 heeft de gemeenteraad van Heerhugowaard, op voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 19 februari 2002, vastgesteld het bestemmingsplan "Partiële herziening supermarkt Zuidwijk/Huygenhoek".
Verweerder heeft bij zijn besluit van 19 november 2002, kenmerk 2002-18346, beslist over de goedkeuring van het bestemmingsplan.
Tegen dit besluit hebben verzoeksters bij brief van 9 januari 2003, bij de Raad van State ingekomen op 9 januari 2003, beroep ingesteld.
Bij brief van 9 januari 2003, bij de Raad van State ingekomen op 9 januari 2003, hebben verzoeksters de Voorzitter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.
De Voorzitter heeft het verzoek ter zitting behandeld op 14 april 2003, waar verzoeksters, vertegenwoordigd door mr. M. Lanen, en verweerder, vertegenwoordigd door mr. F. Arents, zijn verschenen.
Voorts zijn daar de gemeenteraad van Heerhugowaard, vertegenwoordigd door A. Kögeler, en Bouwfonds Ontwikkeling B.V., vertegenwoordigd door mr. J. Hoekstra en [gemachtigde], gehoord.
2. Overwegingen
2.1. Het oordeel van de Voorzitter heeft een voorlopig karakter en is niet bindend in de bodemprocedure.
2.2. Het bestemmingsplan beoogt de bouw van een supermarkt mogelijk te maken aan de Oosttangent te Heerhugowaard.
Bij het bestreden besluit heeft verweerder het plan goedgekeurd.
2.3. Verzoeksters stellen dat het bestreden besluit ten onrechte is genomen en verzoeken schorsing hiervan. Volgens hen zal de komst van een nieuwe supermarkt leiden tot een ontwrichting van de verzorgingsstructuur. In het bijzonder vrezen verzoeksters dat een deel van de omzet van de door hen geëxploiteerde supermarkten zal wegvloeien naar de nieuwe supermarkt.
2.4. Verweerder heeft het plan goedgekeurd, omdat het volgens hem niet strijdig is met een goede ruimtelijke ordening. De beoogde ontwikkeling zal immers niet resulteren in een ontwrichting van de verzorgingsstructuur ter plaatse.
2.5. De Voorzitter ziet geen reden om aan te nemen dat de komst van een supermarkt zoals voorzien een zodanige ontwrichting van de plaatselijke verzorgingsstructuur tot gevolg zal hebben dat verweerder het plan daarom niet in overeenstemming met een goede ruimtelijke ordening heeft kunnen achten. Naast de resultaten van het bij de planvoorbereiding uitgevoerde distributieplanologisch onderzoek neemt hij hierbij in aanmerking dat blijkens het verhandelde ter zitting ook bij het verdwijnen van één van de thans aanwezige supermarkten voldoende bereikbare voorzieningen blijven bestaan voor de inwoners van de betrokken delen van de gemeente.
Gelet op het vorenstaande ziet de Voorzitter geen reden voor de verwachting dat in de bodemprocedure het bestreden besluit zal worden vernietigd omdat verweerder zich niet in redelijkheid op het standpunt heeft kunnen stellen dat het plan niet strijdig is met een goede ruimtelijke ordening. In verband hiermee ziet de Voorzitter geen aanleiding het bestreden besluit te schorsen.
2.6. Het verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening dient te worden afgewezen.
2.7. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
3. Beslissing
De Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
wijst het verzoek af.
Aldus vastgesteld door mr. J.C.K.W. Bartel, als Voorzitter, in tegenwoordigheid van mr. A.A. Snijders, ambtenaar van Staat.
w.g. Bartel w.g. Snijders
Voorzitter ambtenaar van Staat
Uitgesproken in het openbaar op 19 mei 2003
279