Ga naar de inhoud
(naar homepage)
lees voor
Direct naar
  • en (Information in English)
  • de (Deutsche Informationen)
  • fr (Informations en français)
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
  • Actueel
    • Nieuws
    • Zittingsagenda
    • Persagenda
    • Evenementen
    • Piet Hein Donner Scriptieprijs
  • Adviezen
  • Uitspraken
  • Publicaties
    • Brochures
    • Studies en onderzoeken
    • Regelingen
    • Consultaties
    • Jaarverslagen
  • Over ons
    • Raad van State in het kort
    • Organisatie
    • Advisering
    • Bestuursrechtspraak
    • Begrotingstoezicht
    • Toetsing Klimaatwet
    • Geschiedenis
    • Raad van State in beeld
  • Zoeken
  • en
  • de
  • fr
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
Zoeken

  1. Home ›
  2. Uitspraken ›
  3. Uitspraak 200206846/1

Uitspraak 200206846/1

ECLI
ECLI:NL:RVS:2003:AF8987
Datum uitspraak
21 mei 2003
Inhoudsindicatie
Bij besluit van 29 oktober 2001 heeft het college van burgemeester en wethouders van Beek (hierna: het college) aan DSM Industriebeheer B.V., thans DSM Limburg B.V. (hierna: DSM), met toepassing van artikel 19, tweede lid, van de Wet op de Ruimtelijke Ordening (hierna: WRO) vrijstelling verleend voor de aanleg van civieltechnische werken, deel uitmakende van de vrachtingang van DSM, gelegen aan de Prins Mauritslaan te Beek (hierna: de civieltechnische werken).
  • Hoger beroep
  • Bouwen

Toon inhoud

  • Volledige tekst
Volledige tekst

200206846/1.
Datum uitspraak: 21 mei 2003

AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak op het hoger beroep van:

Stichting Houdt Neerbeek Leefbaar, gevestigd te Beek,
appellante,

tegen de uitspraak van de rechtbank te Maastricht van 20 november 2002 in het geding tussen:

appellante

en

het college van burgemeester en wethouders van Beek.

1. Procesverloop

Bij besluit van 29 oktober 2001 heeft het college van burgemeester en wethouders van Beek (hierna: het college) aan DSM Industriebeheer B.V., thans DSM Limburg B.V. (hierna: DSM), met toepassing van artikel 19, tweede lid, van de Wet op de Ruimtelijke Ordening (hierna: WRO) vrijstelling verleend voor de aanleg van civieltechnische werken, deel uitmakende van de vrachtingang van DSM, gelegen aan de Prins Mauritslaan te Beek (hierna: de civieltechnische werken).

Bij besluit van 21 januari 2002 heeft het college het daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.

Bij uitspraak van 20 november 2002, verzonden op dezelfde dag, heeft de rechtbank te Maastricht (hierna: de rechtbank) het daartegen ingestelde beroep ongegrond verklaard. Deze uitspraak is aangehecht.

Tegen deze uitspraak heeft appellante bij brief van 24 december 2002, bij de Raad van State ingekomen op dezelfde dag, hoger beroep ingesteld. Deze brief is aangehecht.

Bij brief van 10 februari 2003 heeft het college een memorie van antwoord ingediend.

Bij brief van 3 februari 2003 heeft DSM een reactie ingediend.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 17 april 2003, waar appellante, vertegenwoordigd door [voorzitter], bijgestaan door mr. J.M.E. Kessels, advocaat te Venlo, en het college, vertegenwoordigd door mr. E.J.T.H.M. Savelkoul, ambtenaar van de gemeente, bijgestaan door prof. mr. B.P.M. van Ravels, advocaat te Breda, zijn verschenen. Tevens is DSM Limburg B.V., vertegenwoordigd door mr. F.J.C.M. de Kok, advocaat te Heerlen, en [gemachtigde], gehoord.

2. Overwegingen

2.1. Het hoger beroep richt zich tegen de beslissing van de rechtbank waarbij het beroep van appellante tegen de bij de beslissing op bezwaar gehandhaafde vrijstelling voor de civieltechnische werken ongegrond is verklaard.

2.2. Bij besluit van 2 juli 2002 hebben gedeputeerde staten, met toepassing van artikel 28 van de WRO, het bestemmingsplan “Kern Neerbeek” goedgekeurd. De aanleg van de civieltechnische werken is op grond van dit bestemmingsplan toegestaan.

Bij uitspraak van heden, inzake nr. 200204495/1, heeft de Afdeling het beroep van appellante tegen het besluit van gedeputeerde staten van 2 juli 2002 ongegrond verklaard. Met deze uitspraak is het bestemmingsplan in rechte onaantastbaar geworden.

Thans zou derhalve voor de aanleg van de civieltechnische werken geen gebruik meer behoeven te worden gemaakt van de door het college met toepassing van artikel 19, tweede lid, van de WRO verleende vrijstelling.

2.3. Uit het vorenstaande volgt dat appellante geen belang meer heeft bij de beoordeling van het hoger beroep.

2.4. Het hoger beroep is niet-ontvankelijk.

2.5. Voor een proceskostenveroordeling is geen aanleiding.

3. Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State

Recht doende in naam der Koningin:

verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk.

Aldus vastgesteld door dr. D. Dolman, Voorzitter, en mr. R.H. Lauwaars en mr. H.Ph.J.A.M. Hennekens, Leden, in tegenwoordigheid van mr. A.M. van Meurs-Heuvel, ambtenaar van Staat.

w.g. Dolman w.g. Van Meurs-Heuvel
Voorzitter ambtenaar van Staat

Uitgesproken in het openbaar op 21 mei 2003

47-429.


  • Zoeken
  • Link kopiëren
  • Citeren
  • Opslaan als PDF-document

Raad van State

De Raad van State is onafhankelijk adviseur van regering en parlement over wetgeving en bestuur en hoogste algemene bestuursrechter van het land.

  • Meer over ons
  • Vacatures

Contact

De Raad van State bevindt zich in het centrum van Den Haag. Wilt u in contact komen met ons of wilt u ons bezoeken voor een zitting?

  • Telefoon
  • Locatie en route
  • Post en e-mail
  • Wet open overheid
  • Nieuwe zaak starten

Altijd op de hoogte

Ontvang ons nieuws via de abonnementenservice in uw mailbox. Op de hoogte gehouden worden over uitspraken die gedaan worden in bepaalde zaken? Meld u dan aan voor de e-mailservice. Of bekijk de voortgang van een bepaalde procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

  • Abonnementenservice
  • E-mailservice uitspraken
  • Voortgang procedure
  • Aanvragen oude uitspraken

Toegankelijkheid | Privacy | Cookiebeleid

Volg ons

  • Bluesky
  • LinkedIn
  • Instagram
  • Mastodon