Ga naar de inhoud
(naar homepage)
lees voor
Direct naar
  • en (Information in English)
  • de (Deutsche Informationen)
  • fr (Informations en français)
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
  • Actueel
    • Nieuws
    • Zittingsagenda
    • Persagenda
    • Evenementen
    • Piet Hein Donner Scriptieprijs
  • Adviezen
  • Uitspraken
  • Publicaties
    • Brochures
    • Studies en onderzoeken
    • Regelingen
    • Consultaties
    • Jaarverslagen
    • Toespraken vice-president
  • Over ons
    • Raad van State in het kort
    • Organisatie
    • Advisering
    • Bestuursrechtspraak
    • Begrotingstoezicht
    • Toetsing Klimaatwet
    • Geschiedenis
    • Raad van State in beeld
  • Zoeken
  • en
  • de
  • fr
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
Zoeken

  1. Home ›
  2. Uitspraken ›
  3. Uitspraak 202203060/1/V3

Uitspraak 202203060/1/V3

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:1806
Datum uitspraak
24 juni 2022
Inhoudsindicatie
Bij besluiten van 3 mei 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de vreemdelingen in bewaring gesteld.
  • Hoger beroep
  • Bewaring

Toon inhoud

  • Volledige tekst
Volledige tekst

202203060/1/V3.
Datum uitspraak: 24 juni 2022

AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger beroep van:

[vreemdeling 1] en [vreemdeling 2], mede voor hun minderjarige kind,

appellanten,

tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Arnhem, van 12 mei 2022 in zaken nrs. NL22.7814, NL22.7815, NL22.8047 in het geding tussen:

de vreemdelingen

en

de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid.

Procesverloop

Bij besluiten van 3 mei 2022 heeft de staatssecretaris de vreemdelingen in bewaring gesteld.

Bij uitspraak van 12 mei 2022 heeft de rechtbank de daartegen door de vreemdelingen ingestelde beroepen ongegrond verklaard en de verzoeken om schadevergoeding afgewezen.

Tegen deze uitspraak hebben de vreemdelingen, vertegenwoordigd door mr. D.W.M. van Erp, advocaat te Utrecht, hoger beroep ingesteld.

Overwegingen

1.       De vreemdelingen klagen in hun eerste grief dat de rechtbank ten onrechte heeft overwogen dat de staatssecretaris terecht de zware grond 3k - een overdrachtsbesluit hebben ontvangen en geen medewerking verlenen aan de overdracht aan de lidstaat die verantwoordelijk is voor de behandeling van hun asielverzoek - aan het bewaringsbesluit ten grondslag heeft gelegd, omdat uit uitspraken van de Afdeling van 13 januari 2022, ECLI:NL:RVS:2022:85, en 28 maart 2022, ECLI:NL:RVS:2022:917, volgt dat het weigeren om mee te werken aan de coronatest voor risico komt van de vreemdeling.

1.1.    De rechtbank heeft voor de vraag of de staatssecretaris terecht de vreemdelingen de zware grond 3k heeft tegengeworpen, verwezen naar de genoemde uitspraken van de Afdeling. De Afdeling heeft daarin overwogen dat een vreemdeling, wanneer hij de voor de overdracht vereiste coronatest weigert, niet voldoet aan de op hem rustende plicht om actief en volledig mee te werken aan die overdracht. Die uitspraken gaan over de vraag of zicht op overdracht onder de Dublinverordening ontbreekt. Omdat de plicht om aan een door de staatssecretaris geregelde overdracht mee te werken juist bij de zware grond 3k aan de orde is, is die overweging ook van belang bij de toepassing van die grond. De omstandigheid dat de vreemdelingen hadden verklaard de coronatest niet te willen ondergaan betekent feitelijk dat zij niet meewerken aan de overdracht. Daarom volstond het om dit in het besluit bij de toepassing van de zware grond 3k te vermelden.

De grief faalt.

2.       Wat de vreemdelingen verder hebben aangevoerd, leidt niet tot vernietiging van de uitspraak van de rechtbank. Dit oordeel hoeft niet verder te worden gemotiveerd. De reden daarvoor is dat het hogerberoepschrift in zoverre geen vragen bevat die in het belang van de rechtseenheid, de rechtsontwikkeling of de rechtsbescherming in algemene zin beantwoord moeten worden (artikel 91, tweede lid, van de Vw 2000).

3.       Het hoger beroep is ongegrond. De uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd. De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden.

Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

bevestigt de aangevallen uitspraak.

Aldus vastgesteld door mr. C.M. Wissels, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. W.M.P. van Gemert, griffier.

w.g. Wissels
lid van de enkelvoudige kamer

w.g. Van Gemert

griffier

Uitgesproken in het openbaar op 24 juni 2022

47


  • Zoeken
  • Link kopiëren
  • Citeren
  • Opslaan als PDF-document

Raad van State

De Raad van State is onafhankelijk adviseur van regering en parlement over wetgeving en bestuur en hoogste algemene bestuursrechter van het land.

  • Meer over ons
  • Vacatures

Contact

De Raad van State bevindt zich in het centrum van Den Haag. Wilt u in contact komen met ons of wilt u ons bezoeken voor een zitting?

  • Telefoon
  • Locatie en route
  • Post en e-mail
  • Wet open overheid
  • Nieuwe zaak starten

Altijd op de hoogte

Ontvang ons nieuws via de abonnementenservice in uw mailbox. Op de hoogte gehouden worden over uitspraken die gedaan worden in bepaalde zaken? Meld u dan aan voor de e-mailservice. Of bekijk de voortgang van een bepaalde procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

  • Abonnementenservice
  • E-mailservice uitspraken
  • Voortgang procedure
  • Aanvragen oude uitspraken

Toegankelijkheid | Privacy | Cookiebeleid

Volg ons

  • Bluesky
  • LinkedIn
  • Instagram
  • Mastodon