Ga naar de inhoud
(naar homepage)
lees voor
Direct naar
  • en (Information in English)
  • de (Deutsche Informationen)
  • fr (Informations en français)
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
  • Actueel
    • Nieuws
    • Zittingsagenda
    • Persagenda
    • Evenementen
    • Piet Hein Donner Scriptieprijs
  • Adviezen
  • Uitspraken
  • Publicaties
    • Brochures
    • Studies en onderzoeken
    • Regelingen
    • Consultaties
    • Jaarverslagen
  • Over ons
    • Raad van State in het kort
    • Organisatie
    • Advisering
    • Bestuursrechtspraak
    • Begrotingstoezicht
    • Toetsing Klimaatwet
    • Geschiedenis
    • Raad van State in beeld
  • Zoeken
  • en
  • de
  • fr
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
Zoeken

  1. Home ›
  2. Uitspraken ›
  3. Uitspraak 200202990/1

Uitspraak 200202990/1

ECLI
ECLI:NL:RVS:2003:AF6756
Datum uitspraak
2 april 2003
Inhoudsindicatie
Bij besluit van 13 juni 2001, kenmerk LMV 2001036383, heeft verweerder zijn besluit van 10 december 1998 ingetrokken, waarbij hij ten behoeve van het college van gedeputeerde staten van Noord-Holland het eigendomsrecht heeft gevorderd van de opstal en het gebruik van de ondergrond van het perceel van appellant aan de [locatie].
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • Milieu - Overige

Toon inhoud

  • Volledige tekst
Volledige tekst

200202990/1.
Datum uitspraak: 2 april 2003

AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak in het geding tussen:

[appellant], wonend te [woonplaats],

en

de Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer,
verweerder.

1. Procesverloop

Bij besluit van 13 juni 2001, kenmerk LMV 2001036383, heeft verweerder zijn besluit van 10 december 1998 ingetrokken, waarbij hij ten behoeve van het college van gedeputeerde staten van Noord-Holland het eigendomsrecht heeft gevorderd van de opstal en het gebruik van de ondergrond van het perceel van appellant aan de [locatie].

Bij besluit van 24 april 2002, kenmerk LMV 2002.032770, heeft verweerder het hiertegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.

Tegen dit besluit heeft appellant bij brief van 1 juni 2002, bij de Raad van State ingekomen op 4 juni 2002, beroep ingesteld.

Na afloop van het vooronderzoek zijn nog stukken ontvangen van verweerder. Deze zijn aan de andere partij toegezonden.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 31 januari 2003, waar appellant in persoon, bijgestaan door [gemachtigde], en verweerder, vertegenwoordigd door mr. F.A.G. van Kuijen en mr. A.M. van Tol, beiden ambtenaar van het ministerie, zijn verschenen.
Voorts is het college van gedeputeerde staten van Noord-Holland daar gehoord, vertegenwoordigd door J. de Moor en S.P. de Jong, beiden ambtenaar van de provincie.

2. Overwegingen

2.1. Bij besluit van 30 juni 1992 heeft het college van gedeputeerde staten van Noord-Holland besloten dat het op en rondom onderhavig perceel aanwezige geval van ernstige verontreiniging multifunctioneel gesaneerd dient te worden. Bij besluit van 10 december 1998 heeft verweerder, teneinde de sanering van dit geval van ernstige verontreiniging mogelijk te maken, het eigendomsrecht gevorderd van de opstal en het gebruik van de ondergrond van het perceel van appellant. Blijkens de stukken is in de directe omgeving van het onderhavige perceel het geval van verontreiniging reeds gedeeltelijk gesaneerd, doch ter plaatse van het perceel van appellant dient nog te worden gesaneerd. Bij brieven van 26 juli 2000 en 27 maart 2001 heeft het college van gedeputeerde staten van Noord-Holland aan verweerder verzocht over te gaan tot intrekking van het vorderingsbesluit van 10 december 1998, omdat zou zijn gebleken dat uitvoering van dit vorderingsbesluit niet langer nodig is. Naar aanleiding hiervan heeft verweerder bij het primaire besluit van 13 juni 2001 zijn besluit van 10 december 1998 ingetrokken.

2.2. Appellant kan zich niet verenigen met de intrekking van het vorderingsbesluit. Hij stelt dat verweerder er ten onrechte van uit gaat dat de ondergrond van zijn perceel niet zwaar vervuild is en een multifunctionele sanering derhalve niet nodig zou zijn. Appellant heeft daartoe naar voren gebracht dat er geen boringen zijn verricht op zijn perceel.

2.2.1. Verweerder stelt zich op het standpunt dat het op basis van nieuwe inzichten niet langer noodzakelijk blijkt te zijn dat wordt gekozen voor een saneringsvariant waarbij de opstal van appellant gesloopt moet worden, zodat vordering van dit pand niet meer noodzakelijk is. Uit het evaluatierapport van de sanering en uit latere onderzoeksrapporten blijkt volgens verweerder op basis van boringen aan de rand van het perceel dat de verontreiniging aldaar veel minder ernstig is dan aanvankelijk is ingeschat. Bovendien blijkt geen drijflaag aanwezig te zijn. De keuze voor een andere saneringsvariant stelt verweerder afhankelijk van verder onderzoek op onderhavig perceel.

2.2.2. Ingevolge artikel 50, eerste lid, onder a, van de Wet bodembescherming kan onze Minister, indien dat noodzakelijk is om de sanering van een geval van ernstige verontreiniging mogelijk te maken, op verzoek van gedeputeerde staten ten behoeve van een bij dat verzoek aangewezen openbaar lichaam vorderen de eigendom of het gebruik van onroerende zaken, gelegen binnen het grondgebied waarop zich in dat geval de oorzaak van de verontreiniging bevindt, dan wel de verontreiniging of de directe gevolgen daarvan zich voordoen.

2.2.3. Vast staat dat op het perceel van appellant nog een gedeelte van het geval van ernstige verontreiniging aanwezig is en dat deze verontreiniging nog dient te worden gesaneerd. Blijkens de considerans van het bestreden besluit heeft verweerder bij zijn besluitvorming rekening gehouden met de in opdracht van het college van gedeputeerde staten door Wareco Amsterdam B.V. uitgebrachte rapporten aangaande een nader en aanvullend bodemonderzoek en een studie naar de saneringsvarianten met betrekking tot de resterende verontreiniging op het onderhavige perceel, gedateerd 18 mei 2000 en 28 februari 2001. Gelet op de inhoud van deze rapporten, alsmede het verhandelde ter zitting moet naar het oordeel van de Afdeling rekening worden gehouden met de mogelijkheid dat voor de sanering van deze resterende verontreiniging andere saneringswijzen mogelijk zijn dan een multifunctionele sanering door middel van ontgraving. In dat verband merkt de Afdeling op dat ter zitting namens het college van gedeputeerde staten is aangegeven dat dienaangaande een nieuw saneringsplan zal worden opgesteld.

Gelet op het vorenstaande heeft verweerder bij afweging van de betrokken belangen zich naar het oordeel van de Afdeling in redelijkheid op het standpunt kunnen stellen dat intrekking van het vorderingsbesluit aangewezen is.

2.3. Het beroep is ongegrond.

2.4. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

3. Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State

Recht doende in naam der Koningin:

verklaart het beroep ongegrond.

Aldus vastgesteld door mr. J.M. Boll, Voorzitter, en mr. K. Brink en mr. A.W.M. Bijloos, Leden, in tegenwoordigheid van mr. P.A. Melse, ambtenaar van Staat.

w.g. Boll w.g. Melse
Voorzitter ambtenaar van Staat

Uitgesproken in het openbaar op 2 april 2003

191-335.


  • Zoeken
  • Link kopiëren
  • Citeren
  • Opslaan als PDF-document

Raad van State

De Raad van State is onafhankelijk adviseur van regering en parlement over wetgeving en bestuur en hoogste algemene bestuursrechter van het land.

  • Meer over ons
  • Vacatures

Contact

De Raad van State bevindt zich in het centrum van Den Haag. Wilt u in contact komen met ons of wilt u ons bezoeken voor een zitting?

  • Telefoon
  • Locatie en route
  • Post en e-mail
  • Wet open overheid
  • Nieuwe zaak starten

Altijd op de hoogte

Ontvang ons nieuws via de abonnementenservice in uw mailbox. Op de hoogte gehouden worden over uitspraken die gedaan worden in bepaalde zaken? Meld u dan aan voor de e-mailservice. Of bekijk de voortgang van een bepaalde procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

  • Abonnementenservice
  • E-mailservice uitspraken
  • Voortgang procedure
  • Aanvragen oude uitspraken

Toegankelijkheid | Privacy | Cookiebeleid

Volg ons

  • Bluesky
  • LinkedIn
  • Instagram
  • Mastodon