Ga naar de inhoud
(naar homepage)
lees voor
Direct naar
  • en (Information in English)
  • de (Deutsche Informationen)
  • fr (Informations en français)
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
  • Actueel
    • Nieuws
    • Zittingsagenda
    • Persagenda
    • Evenementen
    • Piet Hein Donner Scriptieprijs
  • Adviezen
  • Uitspraken
  • Publicaties
    • Brochures
    • Studies en onderzoeken
    • Regelingen
    • Consultaties
    • Jaarverslagen
  • Over ons
    • Raad van State in het kort
    • Organisatie
    • Advisering
    • Bestuursrechtspraak
    • Begrotingstoezicht
    • Toetsing Klimaatwet
    • Geschiedenis
    • Raad van State in beeld
  • Zoeken
  • en
  • de
  • fr
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
Zoeken

  1. Home ›
  2. Uitspraken ›
  3. Uitspraak 200200620/1

Uitspraak 200200620/1

ECLI
ECLI:NL:RVS:2003:AF5156
Datum uitspraak
5 maart 2003
Inhoudsindicatie
Bij besluit van 8 augustus 2000 heeft de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (hierna: de Minister) aan de Nederlandse vereniging van gebruikersverenigingen van huisartseninformatiesystemen (hierna: de vereniging) krachtens de Subsidieregeling volksgezondheid subsidie verleend voor de voorstudie van een huisartseninformatiesysteem.
  • Hoger beroep
  • Overige uitspraken (tot 2004)

Toon inhoud

  • Volledige tekst
Volledige tekst

200200620/1.
Datum uitspraak: 5 maart 2003

AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak op het hoger beroep van:

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid "PharmaPartners B.V.", gevestigd te Oosterhout,
appellante,

tegen de uitspraak van de arrondissementsrechtbank te Breda van 12 december 2001 in het geding tussen:

appellante

en

de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport.

1. Procesverloop

Bij besluit van 8 augustus 2000 heeft de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (hierna: de Minister) aan de Nederlandse vereniging van gebruikersverenigingen van huisartseninformatiesystemen (hierna: de vereniging) krachtens de Subsidieregeling volksgezondheid subsidie verleend voor de voorstudie van een huisartseninformatiesysteem.

Bij besluit van 12 april 2001 heeft de Minister het daartegen door appellante gemaakte bezwaar, onder verwijzing naar een advies van VWS-commissie bezwaarschriften Awb, niet-ontvankelijk verklaard.

Bij uitspraak van 12 december 2001, verzonden op 21 december 2001, heeft de arrondissementsrechtbank te Breda (hierna: de rechtbank) het daartegen door appellante ingestelde beroep gegrond verklaard, voorzover appellante niet-ontvankelijk is verklaard, omdat zij niet als belanghebbende kan worden aangemerkt, en voor het overige ongegrond. Deze uitspraak is aangehecht.

Tegen deze uitspraak heeft appellante bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 31 januari 2002, hoger beroep ingesteld. Deze brief is aangehecht.

Bij brief van 23 april 2002 heeft de Minister van antwoord gediend.

De zaak is door een meervoudige kamer van de Afdeling verwezen naar een enkelvoudige.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 2 januari 2003, waar appellante, vertegenwoordigd door mr. drs. P. Rens, advocaat te Rotterdam, en [gemachtigde] en de Minister, vertegenwoordigd door G.C.C. Molenaar en G.J. Buijs, beiden ambtenaar ten departemente, zijn verschenen.

2. Overwegingen

2.1. In hoger beroep is uitsluitend aan de orde of het oordeel van de rechtbank dat de Minister het bezwaarschrift van appellante terecht niet-ontvankelijk heeft verklaard, juist is.

2.2. Zoals de Afdeling eerder heeft overwogen (zie onder meer de uitspraak van 2 februari 2001 in zaak nr. 200002282/1, AB 2001, 114), dient een belanghebbende, niet zijnde de aanvrager, in zaken, waarbij hij van het besluit niet schriftelijk op de hoogte is gesteld en waarvan geen publicatie, als bedoeld in artikel 3:41, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht heeft plaatsgevonden, in beginsel binnen twee weken, nadat hij van het bestaan van het besluit op de hoogte is geraakt, desgewenst bezwaar te maken.

2.3. Niet in geschil is dat appellante medio september 2000 heeft vernomen dat de Minister aan de vereniging subsidie had verleend. Appellante heeft op 6 oktober 2000 en derhalve buiten de hiervoor aangegeven termijn bezwaar gemaakt. Het oordeel van de rechtbank is dan ook juist. Overigens wordt in het midden gelaten of appellante, zoals door de rechtbank overwogen, ten onrechte niet als belanghebbende bij het besluit van 8 augustus 2000 is aangemerkt.

2.4. Het hoger beroep is ongegrond. De aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd.

2.5. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

3. Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State

Recht doende in naam der Koningin:

bevestigt de uitspraak van 12 december 2001 van de arrondissementsrechtbank te Breda, voorzover aangevallen.

Aldus vastgesteld door mr. R.W.L. Loeb, Lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. O. van Loon, ambtenaar van Staat.

w.g. Loeb w.g. Van Loon
Lid van de enkelvoudige kamer ambtenaar van Staat

Uitgesproken in het openbaar op 5 maart 2003

284-424.


  • Zoeken
  • Link kopiëren
  • Citeren
  • Opslaan als PDF-document

Raad van State

De Raad van State is onafhankelijk adviseur van regering en parlement over wetgeving en bestuur en hoogste algemene bestuursrechter van het land.

  • Meer over ons
  • Vacatures

Contact

De Raad van State bevindt zich in het centrum van Den Haag. Wilt u in contact komen met ons of wilt u ons bezoeken voor een zitting?

  • Telefoon
  • Locatie en route
  • Post en e-mail
  • Wet open overheid
  • Nieuwe zaak starten

Altijd op de hoogte

Ontvang ons nieuws via de abonnementenservice in uw mailbox. Op de hoogte gehouden worden over uitspraken die gedaan worden in bepaalde zaken? Meld u dan aan voor de e-mailservice. Of bekijk de voortgang van een bepaalde procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

  • Abonnementenservice
  • E-mailservice uitspraken
  • Voortgang procedure
  • Aanvragen oude uitspraken

Toegankelijkheid | Privacy | Cookiebeleid

Volg ons

  • Bluesky
  • LinkedIn
  • Instagram
  • Mastodon