Ga naar de inhoud
(naar homepage)
lees voor
Direct naar
  • en (Information in English)
  • de (Deutsche Informationen)
  • fr (Informations en français)
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
  • Actueel
    • Nieuws
    • Zittingsagenda
    • Persagenda
    • Evenementen
    • Piet Hein Donner Scriptieprijs
  • Adviezen
  • Uitspraken
  • Publicaties
    • Brochures
    • Studies en onderzoeken
    • Regelingen
    • Consultaties
    • Jaarverslagen
  • Over ons
    • Raad van State in het kort
    • Organisatie
    • Advisering
    • Bestuursrechtspraak
    • Begrotingstoezicht
    • Toetsing Klimaatwet
    • Geschiedenis
    • Raad van State in beeld
  • Zoeken
  • en
  • de
  • fr
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
Zoeken

  1. Home ›
  2. Uitspraken ›
  3. Uitspraak 200202050/1

Uitspraak 200202050/1

ECLI
ECLI:NL:RVS:2003:AF5128
Datum uitspraak
5 maart 2003
Inhoudsindicatie
Bij besluit van 19 september 2000 heeft de Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen (hierna: de Staatssecretaris) appellantes verzoek om een meerjarige instellingssubsidie in het kader van de Cultuurnota 2001-2004 op grond van de Wet op het specifiek cultuurbeleid (hierna: de Wsc) afgewezen.
  • Hoger beroep
  • Overige uitspraken (tot 2004)

Toon inhoud

  • Volledige tekst
Volledige tekst

200202050/1.
Datum uitspraak: 5 maart 2003

AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak op het hoger beroep van:

de stichting "Stichting Cococon", gevestigd te Winterswijk,
appellante,

tegen de uitspraak van de rechtbank te Zutphen van 15 februari 2002 in het geding tussen:

appellante

en

de Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen.

1. Procesverloop

Bij besluit van 19 september 2000 heeft de Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen (hierna: de Staatssecretaris) appellantes verzoek om een meerjarige instellingssubsidie in het kader van de Cultuurnota 2001-2004 op grond van de Wet op het specifiek cultuurbeleid (hierna: de Wsc) afgewezen.

Bij beslissing op bezwaar van 15 juni 2001 heeft de Staatssecretaris het voormelde besluit herroepen en appellantes subsidieverzoek afgewezen op grond van artikel 4:35, eerste lid, onder b en c, van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: de Awb).

Bij uitspraak van 15 februari 2002, verzonden op 1 maart 2002, heeft de rechtbank te Zutphen (hierna: de rechtbank) het daartegen door appellante ingestelde beroep ongegrond verklaard. Deze uitspraak is aangehecht.

Tegen deze uitspraak heeft appellante bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 10 april 2002, hoger beroep ingesteld. Deze brief is aangehecht.

Bij brief van 11 juni 2002 heeft de Staatssecretaris van antwoord gediend.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 9 januari 2003, waar appellante, vertegenwoordigd door [penningmeester] en [secretaris] van de stichting, en de Staatssecretaris, vertegenwoordigd door mr. R. Snel, advocaat te Den Haag, zijn verschenen.

2. Overwegingen

2.1. De onderhavige uitspraak kan niet los worden gezien van de uitspraak van de Afdeling van heden inzake nr. 200202049/1, die betrekking heeft op een geschil tussen appellante en de Staatssecretaris over de vermindering van de meerjarige instellingssubsidie over de Cultuurnotaperiode 1997-2000 en waarin wordt geoordeeld dat de Staatssecretaris zich met recht op het standpunt heeft gesteld dat appellante niet heeft voldaan aan haar subsidieverplichtingen en dat hij de subsidieverlening met toepassing van artikel 4:48 van de Awb terecht heeft verminderd.

2.2. Gebleken is dat de indiening van stukken door appellante met betrekking tot de financiële verantwoording over de jaren 1995 en 1996 vertraging heeft opgelopen. Voorts staat – gezien hetgeen in 2.1. is overwogen – vast dat appellante terzake van de over de Cultuurnotaperiode 1997-2000 verleende subsidie niet heeft voldaan aan de daaraan verbonden subsidievoorwaarden. Verder heeft de Staatssecretaris zich niet ten onrechte op het standpunt gesteld dat appellante, waar het de financiële verantwoording betreft, de deskundigheid, capaciteiten en bekwaamheden mist om aan haar subsidieverplichtingen te voldoen.

Uit het ter zitting verhandelde noch uit de stukken is gebleken dat appellante teneinde nieuwe achterstanden te voorkomen haar organisatiestructuur zodanig heeft aangepast dat zij inmiddels in staat is te voldoen aan de eisen, die aan, in het kader van de Cultuurnota gesubsidieerde, instellingen met betrekking tot inhoudelijke en financiële verantwoording worden opgelegd.

2.2.1. Gelet hierop heeft de rechtbank terecht overwogen dat sprake is van concrete aanwijzingen, die het oordeel kunnen dragen dat de Staatssecretaris terecht heeft aangenomen dat zich bij een nieuwe subsidieverlening waarschijnlijk een van de in artikel 4:35, eerste lid, onder b en c, van de Awb genoemde intrekkingsgronden zal voordoen.

2.2.2. Met de rechtbank moet worden geoordeeld dat geen plaats is voor het oordeel dat de Staatssecretaris het algemene belang dat geen subsidies moeten worden toegekend aan aanvragers ten aanzien van wie met waarschijnlijkheid kan worden aangenomen dat zij de verplichtingen verbonden aan de subsidieverlening niet zullen nakomen, alsmede de specifieke belangen van overige aanvragers, niet in redelijkheid heeft kunnen laten prevaleren boven het belang van appellante.

2.2.3. Bij zijn besluit van 15 juni 2001 heeft de Staatssecretaris derhalve terecht toepassing gegeven aan artikel 4:35, eerste lid, onderdelen b en c, van de Awb.

2.3. Het vorenoverwogene leidt tot de slotsom dat de rechtbank terecht tot het oordeel is gekomen dat de Staatssecretaris de weigering van de door appellante in het kader van de Cultuurnota 2001-2004 aangevraagde subsidie met recht heeft gehandhaafd.

2.4. Het hoger beroep is ongegrond. De aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd.

3. Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State

Recht doende in naam der Koningin:

bevestigt de aangevallen uitspraak.

Aldus vastgesteld door mr. P.J. Boukema, Voorzitter, en mr. P.A. Offers en mr. J.A.W. Scholten-Hinloopen, Leden, in tegenwoordigheid van mr. J.J. Schuurman, ambtenaar van Staat.

w.g. Boukema w.g. Schuurman
Voorzitter ambtenaar van Staat

Uitgesproken in het openbaar op 5 maart 2003

282-408.


  • Zoeken
  • Link kopiëren
  • Citeren
  • Opslaan als PDF-document

Raad van State

De Raad van State is onafhankelijk adviseur van regering en parlement over wetgeving en bestuur en hoogste algemene bestuursrechter van het land.

  • Meer over ons
  • Vacatures

Contact

De Raad van State bevindt zich in het centrum van Den Haag. Wilt u in contact komen met ons of wilt u ons bezoeken voor een zitting?

  • Telefoon
  • Locatie en route
  • Post en e-mail
  • Wet open overheid
  • Nieuwe zaak starten

Altijd op de hoogte

Ontvang ons nieuws via de abonnementenservice in uw mailbox. Op de hoogte gehouden worden over uitspraken die gedaan worden in bepaalde zaken? Meld u dan aan voor de e-mailservice. Of bekijk de voortgang van een bepaalde procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

  • Abonnementenservice
  • E-mailservice uitspraken
  • Voortgang procedure
  • Aanvragen oude uitspraken

Toegankelijkheid | Privacy | Cookiebeleid

Volg ons

  • Bluesky
  • LinkedIn
  • Instagram
  • Mastodon