Ga naar de inhoud
(naar homepage)
lees voor
Direct naar
  • en (Information in English)
  • de (Deutsche Informationen)
  • fr (Informations en français)
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
  • Actueel
    • Nieuws
    • Zittingsagenda
    • Persagenda
    • Evenementen
    • Piet Hein Donner Scriptieprijs
  • Adviezen
  • Uitspraken
  • Publicaties
    • Brochures
    • Studies en onderzoeken
    • Regelingen
    • Consultaties
    • Jaarverslagen
  • Over ons
    • Raad van State in het kort
    • Organisatie
    • Advisering
    • Bestuursrechtspraak
    • Begrotingstoezicht
    • Toetsing Klimaatwet
    • Geschiedenis
    • Raad van State in beeld
  • Zoeken
  • en
  • de
  • fr
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
Zoeken

  1. Home ›
  2. Uitspraken ›
  3. Uitspraak 200200872/1

Uitspraak 200200872/1

ECLI
ECLI:NL:RVS:2003:AF5012
Datum uitspraak
26 februari 2003
Inhoudsindicatie
Op 19 september 2001 heeft het college van burgemeester en wethouders van Ubbergen (hierna: het college) een nieuw besluit genomen jegens appellanten, waarbij het verzoek van appellanten om ontheffing te verkrijgen van het inrijverbod voor motorvoertuigen voor het fietspad, op Nederlands grondgebied, gemeente Ubbergen, tussen de Leutherstrasse en de Thornsestraat, is afgewezen.
  • Hoger beroep
  • Overige uitspraken (tot 2004)

Toon inhoud

  • Volledige tekst
Volledige tekst

200200872/1.
Datum uitspraak: 26 februari 2003

AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak op het hoger beroep van:

[appellanten], wonend te [woonplaats],

tegen de uitspraak van de rechtbank te Arnhem van 8 januari 2002 in het geding tussen:

appellanten

en

het college van burgemeester en wethouders van Ubbergen.

1. Procesverloop

Op 19 september 2001 heeft het college van burgemeester en wethouders van Ubbergen (hierna: het college) een nieuw besluit genomen jegens appellanten, waarbij het verzoek van appellanten om ontheffing te verkrijgen van het inrijverbod voor motorvoertuigen voor het fietspad, op Nederlands grondgebied, gemeente Ubbergen, tussen de Leutherstrasse en de Thornsestraat, is afgewezen.

Op 28 oktober 2001 hebben appellanten daartegen beroep ingesteld bij de rechtbank.

Bij uitspraak van 8 januari 2002, verzonden op 15 januari 2002, heeft de rechtbank te Arnhem (hierna: de rechtbank) het beroep niet-ontvankelijk verklaard. Deze uitspraak is aangehecht.

Tegen deze uitspraak hebben appellanten bij brief, ingekomen bij de Raad van State op 12 februari 2002, hoger beroep ingesteld. De gronden zijn aangevuld bij brief van 25 april 2002. Deze brieven zijn aangehecht.

Bij brief van 17 juni 2002 heeft het college van antwoord gediend.

Na afloop van het vooronderzoek zijn op 27, 29 en 30 augustus 2002 nadere stukken, met bijlagen, ontvangen van appellanten. Deze zijn aan de andere partij toegezonden.

De zaak is door een meervoudige kamer van de Afdeling verwezen naar een enkelvoudige.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 10 september 2002, waar appellanten, in persoon, en het college, vertegenwoordigd door [gemachtigde], zijn verschenen.

2. Overwegingen

2.1. Ingevolge artikel 6:5, eerste lid, aanhef en onder d, van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: de Awb) moet een beroepschrift ten minste de gronden van het beroep bevatten.

Artikel 6:6 van de Awb bepaalt, voorzover van belang, dat indien niet is voldaan aan artikel 6:5 dit beroep niet-ontvankelijk kan worden verklaard, mits de indiener de gelegenheid heeft gehad het verzuim te herstellen binnen een daartoe gestelde termijn.

2.2. De rechtbank heeft terecht en op goede gronden appellanten niet-ontvankelijk verklaard in hun beroep. Onweersproken is gebleven dat appellanten niet binnen de gestelde termijn van 4 weken na 31 oktober 2001, de gronden van het beroep hebben ingediend. Evenmin hebben appellanten tijdig uitstel verzocht.

2.3. Het hoger beroep is ongegrond. De aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd.

2.4. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

3. Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State

Recht doende in naam der Koningin:

bevestigt de aangevallen uitspraak.

Aldus vastgesteld door mr. H.G. Lubberdink, Lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. J. de Koning, ambtenaar van Staat.

w.g. Lubberdink w.g. De Koning
Lid van de enkelvoudige kamer ambtenaar van Staat

Uitgesproken in het openbaar op 26 februari 2003

221.


  • Zoeken
  • Link kopiëren
  • Citeren
  • Opslaan als PDF-document

Raad van State

De Raad van State is onafhankelijk adviseur van regering en parlement over wetgeving en bestuur en hoogste algemene bestuursrechter van het land.

  • Meer over ons
  • Vacatures

Contact

De Raad van State bevindt zich in het centrum van Den Haag. Wilt u in contact komen met ons of wilt u ons bezoeken voor een zitting?

  • Telefoon
  • Locatie en route
  • Post en e-mail
  • Wet open overheid
  • Nieuwe zaak starten

Altijd op de hoogte

Ontvang ons nieuws via de abonnementenservice in uw mailbox. Op de hoogte gehouden worden over uitspraken die gedaan worden in bepaalde zaken? Meld u dan aan voor de e-mailservice. Of bekijk de voortgang van een bepaalde procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

  • Abonnementenservice
  • E-mailservice uitspraken
  • Voortgang procedure
  • Aanvragen oude uitspraken

Toegankelijkheid | Privacy | Cookiebeleid

Volg ons

  • Bluesky
  • LinkedIn
  • Instagram
  • Mastodon