Ga naar de inhoud
(naar homepage)
lees voor
Direct naar
  • en (Information in English)
  • de (Deutsche Informationen)
  • fr (Informations en français)
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
  • Actueel
    • Nieuws
    • Zittingsagenda
    • Persagenda
    • Evenementen
    • Piet Hein Donner Scriptieprijs
  • Adviezen
  • Uitspraken
  • Publicaties
    • Brochures
    • Studies en onderzoeken
    • Regelingen
    • Consultaties
    • Jaarverslagen
  • Over ons
    • Raad van State in het kort
    • Organisatie
    • Advisering
    • Bestuursrechtspraak
    • Begrotingstoezicht
    • Toetsing Klimaatwet
    • Geschiedenis
    • Raad van State in beeld
  • Zoeken
  • en
  • de
  • fr
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
Zoeken

  1. Home ›
  2. Uitspraken ›
  3. Uitspraak 200204779/1

Uitspraak 200204779/1

ECLI
ECLI:NL:RVS:2003:AF4717
Datum uitspraak
19 februari 2003
Inhoudsindicatie
Bij besluit van 12 november 1996 heeft de Staatssecretaris van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (hierna: de Staatssecretaris) de aan appellante toegekende huursubsidie over de tijdvakken 1 juli 1992 - 1 juli 1993, 1 juli 1993 - 1 juli 1994, 1 juli 1994 - 1 juli 1995 en 1 juli 1995 - 1 juli 1996 ingetrokken.
  • Hoger beroep
  • Overige uitspraken (tot 2004)

Toon inhoud

  • Volledige tekst
Volledige tekst

200204779/1.
Datum uitspraak:19 februari 2003

AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak op het hoger beroep van:

[appellante], wonend te [woonplaats],

tegen de uitspraak van de rechtbank 's-Gravenhage van 19 juli 2002 in het geding tussen:

appellante

en

de Staatssecretaris van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (thans de Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer).

1. Procesverloop

Bij besluit van 12 november 1996 heeft de Staatssecretaris van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (hierna: de Staatssecretaris) de aan appellante toegekende huursubsidie over de tijdvakken 1 juli 1992 - 1 juli 1993, 1 juli 1993 - 1 juli 1994, 1 juli 1994 - 1 juli 1995 en 1 juli 1995 - 1 juli 1996 ingetrokken.

Bij besluit van 14 november 2001 heeft de Staatssecretaris het daartegen door appellante gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.

Bij uitspraak van 19 juli 2002, verzonden op 23 juli 2002, heeft de rechtbank 's-Gravenhage (hierna: de rechtbank) het daartegen door appellante ingestelde beroep ongegrond verklaard. Deze uitspraak is aangehecht.

Tegen deze uitspraak heeft appellante bij brief van 29 augustus 2002, bij de Raad van State ingekomen op 30 augustus 2002, hoger beroep ingesteld. Deze brief is aangehecht.

Bij brief van 22 oktober 2002 heeft de Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (hierna: de Minister) een memorie van antwoord ingediend.

De zaak is door een meervoudige kamer van de Afdeling verwezen naar een enkelvoudige.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 30 januari 2003, waar appellante in persoon, bijgestaan door mr. M.H.J. Toxopeus, advocaat te Zoetermeer, en de Minister, vertegenwoordigd door mr. R.F. Thunnissen, advocaat te Den Haag, zijn verschenen.

2. Overwegingen

2.1. Bij brief van 22 januari 1997 heeft de Staatssecretaris het eerder geretourneerde besluit van 12 november 1996 aan appellante ook op haar bij de gemeentelijke basisadministratie (GBA) bekend staande adres verzonden. Gelet op alle in het dossier aanwezige geretourneerde post en op de omstandigheid, dat zoals ter zitting is gebleken al deze stukken, met uitzondering van de brief van 22 januari 1997, geretourneerd zijn met de mededeling dat het adres [locatie] moet zijn “p/a” [locatie], is de rechtbank terecht tot de conclusie gekomen dat het bezwaarschrift van appellante ruim na ommekomst van de bezwaartermijn bij de Staatssecretaris is ingediend. Verweerder heeft appellante dan ook op goede gronden niet-ontvankelijk verklaard in haar bezwaarschrift. Het oordeel van de rechtbank dat het beroep van appellante ongegrond is, is dan ook juist.

2.2. Het hoger beroep is ongegrond. De aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd.

2.3. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

3. Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State

Recht doende in naam der Koningin:

bevestigt de aangevallen uitspraak.

Aldus vastgesteld door mr. A.W.M. Bijloos, Lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. S.W. Schortinghuis, ambtenaar van Staat.

w.g. Bijloos w.g. Schortinghuis
Lid van de enkelvoudige kamer ambtenaar van Staat

Uitgesproken in het openbaar op 19 februari 2003

66-420.


  • Zoeken
  • Link kopiëren
  • Citeren
  • Opslaan als PDF-document

Raad van State

De Raad van State is onafhankelijk adviseur van regering en parlement over wetgeving en bestuur en hoogste algemene bestuursrechter van het land.

  • Meer over ons
  • Vacatures

Contact

De Raad van State bevindt zich in het centrum van Den Haag. Wilt u in contact komen met ons of wilt u ons bezoeken voor een zitting?

  • Telefoon
  • Locatie en route
  • Post en e-mail
  • Wet open overheid
  • Nieuwe zaak starten

Altijd op de hoogte

Ontvang ons nieuws via de abonnementenservice in uw mailbox. Op de hoogte gehouden worden over uitspraken die gedaan worden in bepaalde zaken? Meld u dan aan voor de e-mailservice. Of bekijk de voortgang van een bepaalde procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

  • Abonnementenservice
  • E-mailservice uitspraken
  • Voortgang procedure
  • Aanvragen oude uitspraken

Toegankelijkheid | Privacy | Cookiebeleid

Volg ons

  • Bluesky
  • LinkedIn
  • Instagram
  • Mastodon