Uitspraak 202006017/2/R1
- ECLI
- ECLI:NL:RVS:2021:339
- Datum uitspraak
- 8 februari 2021
- Inhoudsindicatie
- Het beroep richt zich tegen het besluit van de raad van de gemeente Haarlem van 17 september 2020, waarbij het bestemmingsplan "Overdelft" is vastgesteld. [verzoeker] heeft de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.
- Mondelinge uitspraak
- RO - Noord-Holland
Toon inhoud
202006017/2/R1.
Datum uitspraak: 8 februari 2021
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
PROCES-VERBAAL van de mondelinge uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op het verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht) in het geding tussen:
[verzoeker], wonend te Haarlem,
en
de raad van de gemeente Haarlem,
verweerder.
Openbare zitting via een videoverbinding gehouden op 8 februari 2021 om 14:30 uur.
Tegenwoordig:
Staatsraad mr. E. Steendijk, voorzieningenrechter
griffier: mr. W.S. van Helvoort
Verschenen:
[verzoeker], bijgestaan door [gemachtigde];
De raad van de gemeente Haarlem, vertegenwoordigd door N. Brink.
====================================
Het beroep richt zich tegen het besluit van de raad van de gemeente Haarlem van 17 september 2020, waarbij het bestemmingsplan "Overdelft" is vastgesteld. [verzoeker] heeft de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.
De voorzieningenrechter
wijst het verzoek af.
Daartoe overweegt de voorzieningenrechter het volgende.
Een voorlopige voorziening kan alleen worden getroffen als sprake is van een spoedeisend belang daar bij.
Het plan is conserverend van aard en beoogt het planologisch regime van acht - soms verouderde - plannen in één plan te vervatten, voordat de Omgevingswet in werking treedt.
[verzoeker] heeft in zijn verzoek aangevoerd dat initiatieven zouden kunnen worden ingediend voor het realiseren van gebouwen of voor voorzieningen, zoals snelfietsroutes. Verder voert hij aan dat in het plan nieuwe beleidsuitgangspunten hadden moeten worden vertaald, dat de planverbeelding, de regels en de toelichting op het plan fouten bevatten. Hij heeft er wat betreft dit laatste op gewezen dat de raad bijvoorbeeld maatvoeringen uit een van de vorige plannen heeft overgenomen in het nu vastgestelde plan, zonder na te gaan of dit overal in het nieuwe plangebied logisch of wenselijk is. Verder stelt [verzoeker] dat hij en anderen onvoldoende zijn betrokken bij de voorbereiding van het plan.
Het nu vastgestelde plan voorziet niet in de door [verzoeker] ter zitting genoemde mogelijke initiatieven. Voor de mogelijke initiatieven zal, zoals ook door de raad ter zitting bevestigd, hetzij een omgevingsvergunning voor het afwijken van het nu vastgestelde plan moeten worden aangevraagd hetzij een nieuwe planprocedure moeten worden doorlopen. [verzoeker] heeft verder geen concrete initiatieven kunnen noemen die het nu ter beoordeling staande plan mogelijk maakt en die onomkeerbare gevolgen met zich kunnen brengen en om die reden zouden moeten dwingen tot het treffen van een voorlopige voorziening.
Daarom is er geen spoedeisend belang bij de door [verzoeker] gevraagde voorziening en moet deze worden afgewezen.
De voorzieningenrechter is verhinderd het proces-verbaal te ondertekenen.
De griffier is verhinderd het proces-verbaal te ondertekenen.
361.