Uitspraak 202006932/2/A3
- ECLI
- ECLI:NL:RVS:2021:83
- Datum uitspraak
- 5 januari 2021
- Inhoudsindicatie
- Bij uitspraak van de voorzieningenrechter van de rechtbank Noord-Nederland van 11 december 2020 is het beroep gericht tegen het besluit van de burgemeester van Waadhoeke van 21 oktober 2020 gegrond verklaard, is dit besluit deels vernietigd en is de duur van de sluiting bepaald op 6 maanden. Het geding betreft het sluiten van een pand wegens overtreding van de Opiumwet.
- Mondelinge uitspraak
- Hoger Beroep - Overige
Toon inhoud
202006932/2/A3.
Datum uitspraak: 5 januari 2021
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
PROCES-VERBAAL van de mondelinge uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op het verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht) in afwachting van een uitspraak op het hoger beroep van:
de burgemeester van Waadhoeke,
verzoeker,
tegen de uitspraak van de voorzieningenrechter van de rechtbank Noord-Nederland van 11 december 2020 in zaken nrs. 20/3298 en 20/3299 in het geding tussen:
[wederpartij A] en [wederpartij B] en [wederpartij C], wonend te Ried, gemeente Waadhoeke,
en
verzoeker.
Openbare zitting gehouden op 5 januari 2021 om 13:00 uur.
Tegenwoordig:
Staatsraad mr. C.J. Borman, voorzieningenrechter
Griffier: mr. E.R. Fernandez
Verschenen:
Verzoeker, vertegenwoordigd door mr. E.F. van der Goot, advocaat te Leeuwarden, en S. Boelens, heeft via een videoverbinding aan de zitting deelgenomen;
[wederpartij A] en [wederpartij B] en [wederpartij C], bijgestaan door mr. M.J. Schimmel, advocaat te Bussum, hebben ook via een videoverbinding aan de zitting deelgenomen.
====================================
De voorzieningenrechter
- wijst het verzoek om schorsing van de rechtbankuitspraak af;
- veroordeelt de burgemeester van Waadhoeke tot vergoeding van bij [wederpartij A] en [wederpartij B] en [wederpartij C] in verband met de behandeling van het verzoek opgekomen proceskosten tot een bedrag van € 1.068,00 (zegge: duizendachtenzestig euro), geheel toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand.
Gronden:
- [wederpartijen] hebben aangegeven dat zij hun [zoon] niet in hun woning zullen laten verblijven;
- het aan het verzoek om schorsing ten grondslag gelegde belang om deze terugkeer te verhinderen, ontbreekt dus;
- in zoverre rechtvaardigt het doel om herhaling van de overtreding te voorkomen geen langere sluiting dan uit de uitspraak van de rechtbank voortvloeit;
- mocht toch verblijf aan [zoon] worden verleend, dan staat het de burgemeester vrij om opnieuw een schorsingsverzoek in te dienen;
- [zoon] heeft sinds de ontdekking van de drugs op 2 maart 2020 in hechtenis verbleven;
- op het moment van sluiting van het pand verbleef degene die de aanwezigheid van drugs had veroorzaakt dus reeds ruim vier maanden niet in het pand;
- aangenomen kan worden dat na de aanhouding van [zoon] - die plaatsvond in het kader van een grootschalig internationaal onderzoek naar drugshandel - en de inbeslagname van drugs, geld en andere zaken op 2 maart 2020 de periode is ingegaan waarin in het drugsmilieu de bekendheid van het pand als drugspand verdwijnend is;
- in zoverre is ook de doelstelling van het verdwijnen van de bekendheid als drugspand en de doelstelling van het beëindigen van eventuele loop naar het pand reeds ruim tien maanden gediend;
- aannemelijk is dat [wederpartijen] er belang bij hebben voor hun bedrijfsuitoefening weer de beschikking te krijgen over het pand;
- bijkomend is dat een aanzienlijk gedeelte van de lokale bevolking sluiting van het pand niet wenselijk vindt. In zoverre vereist ook de signaalfunctie richting inwoners dat de drugsbestrijding serieus wordt genomen geen langere sluiting dan de rechtbank gerechtvaardigd achtte;
- gelet op het voorgaande weegt het belang van de burgemeester bij schorsing van de rechtbankuitspraak niet op tegen het belang van [wederpartijen] om deze uitspraak wel na te leven in afwachting van een uitspraak op het hoger beroep van de burgemeester.
De voorzieningenrechter is verhinderd de uitspraak te ondertekenen. De griffier is verhinderd de uitspraak te ondertekenen.
753.