Uitspraak 201804471/3/R4


Volledige tekst

201804471/3/R4.
Datum uitspraak: 23 december 2020

AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak in het geding tussen:

1.    [appellant sub 1], wonend te Amersfoort,

2.    Tankstation De Hoogekamp B.V., gevestigd te Hoogland,

gemeente Amersfoort,

appellanten,

en

de raad van de gemeente Amersfoort,

verweerder.

Procesverloop

Bij uitspraak van 20 mei 2020, ECLI:NL:RVS:2020:1272, heeft de Afdeling de raad opgedragen om binnen 16 weken na de verzending van deze uitspraak de daarin omschreven gebreken in het besluit van 24 april 2018 tot vaststelling van het bestemmingsplan "Laan van Duurzaamheid", te herstellen. Deze uitspraak is aangehecht.

Bij beschikking van 17 augustus 2020 heeft de Afdeling de hiervoor genoemde hersteltermijn verlengd tot 8 oktober 2020.

Bij besluit van 15 september 2020 heeft de raad ter uitvoering van de tussenuitspraak het bestemmingsplan "Laan van Duurzaamheid" opnieuw vastgesteld. Dit besluit vervangt het besluit van 24 april 2018.

[appellant sub 1] en De Hoogekamp zijn in de gelegenheid gesteld hun zienswijze over de wijze waarop het gebrek is hersteld naar voren te brengen. Van deze gelegenheid heeft De Hoogekamp gebruik gemaakt. De Afdeling heeft bepaald dat een nadere zitting achterwege blijft. Vervolgens heeft de Afdeling het onderzoek gesloten.

Overwegingen

Wijze van toetsen

1.    Bij de vaststelling van een bestemmingsplan moet de raad bestemmingen aanwijzen en regels geven die de raad uit een oogpunt van een goede ruimtelijke ordening nodig acht. De raad heeft daarbij beleidsruimte en moet de betrokken belangen afwegen. De Afdeling beoordeelt aan de hand van de beroepsgronden of het besluit tot vaststelling van het bestemmingsplan in overeenstemming is met het recht. De Afdeling stelt niet zelf vast of het plan in overeenstemming is met een goede ruimtelijke ordening, maar beoordeelt aan de hand van die gronden of de raad zich in redelijkheid op het standpunt heeft kunnen stellen dat het plan strekt ten behoeve van een goede ruimtelijke ordening.

De tussenuitspraak

2.    De Afdeling heeft in 15.1 van de tussenuitspraak overwogen dat de behoefte aan het tankstation niet inzichtelijk is gemaakt, zodat het bestreden besluit in zoverre niet berust op een deugdelijke motivering.

In 20.3 van de tussenuitspraak heeft de Afdeling overwogen dat de raad geen onderzoek heeft verricht naar de gevolgen van het extra verkeer vanwege de nieuwe woningen en dat het plan daarom in zoverre is vastgesteld in strijd met de bij het nemen van een besluit te betrachten zorgvuldigheid.

De beroepen tegen het besluit van 24 april 2018

3.    Gelet op hetgeen is overwogen in de tussenuitspraak zijn de beroepen van [appellant sub 1] en De Hoogekamp tegen het besluit van 24 april 2018 gegrond, zodat dit besluit dient te worden vernietigd.

Het besluit van 15 september 2020

4.    Bij de tussenuitspraak heeft de Afdeling de raad opgedragen om alsnog de behoefte aan het voorziene tankstation te onderbouwen en om onderzoek te verrichten naar de gevolgen van de verkeersaantrekkende werking van de voorziene woningen voor de verkeersafwikkeling en -veiligheid in de omgeving en om op grond van de uitkomsten van dat onderzoek nader te motiveren dat deze gevolgen ruimtelijk aanvaardbaar zijn. De raad kon er ook voor kiezen het besluit te wijzigen.

5.    Ter uitvoering van de tussenuitspraak heeft de raad bij besluit van 15 september 2020 het bestemmingsplan "Laan van Duurzaamheid" opnieuw vastgesteld. De gronden die in het bestemmingsplan van 24 april 2018 waren bestemd voor "Bedrijf", waarop het tankstation was voorzien, maken geen deel uit van het plangebied. Het besluit van 15 september 2020 maakt dus geen tankstation mogelijk. Voor het overige is de planregeling niet gewijzigd ten opzichte van het besluit van 24 april 2018.

Om aan de opdracht uit de tussenuitspraak te voldoen heeft de raad tevens de gevolgen van de voorziene woningen voor de verkeersafwikkeling en - veiligheid onderbouwd in de notitie "Toets verkeersafwikkeling ontwikkeling Laan van Duurzaamheid" van HaskoningDHV van 10 juli 2020.

6.    Ingevolge artikel 6:19, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht heeft een beroep van rechtswege mede betrekking op een besluit tot intrekking, wijziging of vervanging van het bestreden besluit, tenzij partijen daarbij onvoldoende belang hebben.

7.    Het beroep van De Hoogekamp was uitsluitend gericht tegen het door het besluit van 24 april 2018 voorziene tankstation. Nu het besluit van 15 september 2020 geheel tegemoetkomt aan het beroep van De Hoogekamp heeft zij geen belang bij het beroep tegen dit besluit, zodat geen beroep van rechtswege is ontstaan.

8.      Het beroep van [appellant sub 1] is van rechtswege mede gericht tegen het besluit van 15 september 2020. [appellant sub 1] heeft geen zienswijze naar voren gebracht tegen dit besluit. De Afdeling leidt hieruit af dat [appellant sub 1] geen bezwaren heeft tegen het besluit van 15 september 2020. Het van rechtswege ontstane beroep van [appellant sub 1] is daarom ongegrond.

Proceskosten

9.    De raad dient op na te melden wijze in de proceskosten te worden veroordeeld.

Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

I.    verklaart de beroepen van [appellant sub 1], en Tankstation De Hoogekamp B.V., tegen het besluit van de raad van Amersfoort van 24 april 2018 tot vaststelling van het bestemmingsplan "Laan van Duurzaamheid" gegrond;

II.    vernietigt het besluit van de raad van Amersfoort van 24 april 2018 tot vaststelling van het bestemmingsplan "Laan van Duurzaamheid";

III.    verklaart het beroep van [appellant sub 1] tegen het besluit van de raad van Amersfoort van 15 september 2020, ongegrond;

IV.    veroordeelt de raad van de gemeente Amersfoort tot vergoeding van in verband met de behandeling van de beroepen opgekomen proceskosten ten aanzien van:

- [appellant sub 1] tot een bedrag van € 1.050,00 (zegge: duizendenvijftig euro), geheel toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand;

- Tankstation De Hoogekamp B.V. tot een bedrag van € 1.050,00 (zegge: duizendenvijftig euro), geheel toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand;

V.    gelast dat de raad van de gemeente Amersfoort aan de hierna vermelde appellanten het door hen voor de behandeling van hun beroepen betaalde griffierecht vergoedt:

- € 338,00 (zegge: driehonderdachtendertig euro) voor Tankstation De Hoogekamp B.V.;

- € 170,00 (zegge: honderdzeventig euro) voor [appellant sub 1].

Aldus vastgesteld door mr. C.H.M. van Altena, voorzitter, en mr. R.W.L. Koopmans en mr. H.J.M. Baldinger, leden, in tegenwoordigheid van mr. D. Milosavljević, griffier.

w.g. Van Altena    w.g. Milosavljević
voorzitter    griffier

Uitgesproken in het openbaar op 23 december 2020

739.