Uitspraak 201901887/1/R3


Volledige tekst

201901887/1/R3.
Datum uitspraak: 12 augustus 2020

AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak in het geding tussen:

[appellant A], kantoorhoudend te Almelo, in zijn hoedanigheid van curator in het faillissement van NPB Beheer B.V. en Megahome.nl Grond B.V., en Coöperatieve Rabobank U.A., gevestigd te Amsterdam (hierna tezamen en in enkelvoud: [appellant]),

appellanten,

en

de raad van de gemeente Hengelo,

verweerder.

Procesverloop

Bij besluit van 15 januari 2019 heeft de raad het bestemmingsplan Gezondheidspark, Aletta Jacobslaan" vastgesteld.

Tegen dit besluit heeft [appellant] beroep ingesteld.

De raad heeft een verweerschrift ingediend.

[appellant] heeft nadere stukken ingediend.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 9 juli 2020, waar [appellant], van wie [appellant A] en [gemachtigde], bijgestaan door mr. G.H.J. Heutink, advocaat te Amsterdam, en de raad, vertegenwoordigd door S. Prinsen, G. Dijkhuis, P. Neuteboom en R.J.J. Platenkamp, zijn verschenen.

Overwegingen

Inleiding

1.    Het plangebied bevindt zich ten westen van de kern Hengelo en wordt begrensd door de Aletta Jacobslaan aan de noordzijde en de Geerdinksweg aan de oostzijde.

In het voorheen geldende plan "Gezondheidspark" hadden de gronden van het plangebied de bestemming "Wonen". Na de vaststelling en inwerkingtreding van dat bestemmingsplan is de woningbouw niet tot ontwikkeling gekomen. In het bestreden plan "Gezondheidspark, Aletta Jacobslaan" is deze ontwikkeling geschrapt. Aan deze gronden is grotendeels de bestemming "Groen" toegekend. Deze wijziging houdt volgens paragraaf 1.1 van de plantoelichting verband met de omstandigheid dat er sprake is van een groot aanbod van zogenoemde harde plannen voor woningbouw in Hengelo, terwijl dit aanbod niet aansluit op de vraag.

2.    [appellant A] is de curator in het faillissement van NPB Beheer B.V. en Megahome.nl Grond B.V. De gronden van het plangebied vallen in de failliete boedel van NPB Beheer B.V. en Megahome.nl Grond B.V. [appellant] is tegen het schrappen van de mogelijkheid tot woningbouw en tegen het toekennen van een groenbestemming.

Intrekking beroepsgrond

3.    Ter zitting heeft [appellant] zijn beroepsgrond over de terinzagelegging van het ontwerpbestemmingsplan ingetrokken.

Toetsingskader

4.    Bij de vaststelling van een bestemmingsplan moet de raad bestemmingen aanwijzen en regels geven die de raad uit een oogpunt van een goede ruimtelijke ordening nodig acht. De raad heeft daarbij beleidsruimte en moet de betrokken belangen afwegen. De Afdeling beoordeelt aan de hand van de beroepsgronden of het besluit tot vaststelling van het bestemmingsplan in overeenstemming is met het recht. De Afdeling stelt niet zelf vast of het plan in overeenstemming is met een goede ruimtelijke ordening, maar beoordeelt aan de hand van die gronden of de raad zich in redelijkheid op het standpunt heeft kunnen stellen dat het plan strekt ten behoeve van een goede ruimtelijke ordening.

Bestemming "Wonen"

5.    [appellant] betoogt dat aan de gronden van het plangebied de op grond van het vorige plan geldende bestemming "Wonen" had moeten worden toegekend. [appellant] wijst erop dat gelet op de aanvraag om een omgevingsvergunning van 11 september 2018 sprake was van een ten tijde van de vaststelling van dit plan kenbaar, voldoende concreet initiatief. De raad had derhalve moeten bezien of medewerking kon worden verleend aan het initiatief, wat hij heeft nagelaten. In dit verband wijst [appellant] erop dat in de "Nota zienswijzen ontwerpbestemmingsplan Gezondheidspark, Aletta Jacobslaan" (hierna: de zienswijzennota) is vermeld dat het bouwplan niet voldoet aan de redelijke eisen van welstand, terwijl hiermee geen ruimtelijke afweging is gemaakt.

[appellant] betoogt verder dat de gronden van het plangebied geschikt zijn voor woningbouw, omdat in het vorige plan "Gezondheidspark" de bestemming "Wonen" was toegekend aan deze gronden en hiermee een logische verbinding werd gevormd tussen het centrum en de rest van de bebouwde kom van Hengelo. De enkele omstandigheid dat het bestaande gebruik van deze woonbestemming afwijkt, doet hieraan niet af. Daar komt bij dat in verschillende krantenartikelen is vermeld dat zowel het gemeentebestuur als de provincie positief staan tegenover extra woningbouw in Hengelo. Weliswaar blijkt uit de zienswijzennota dat de gronden van het plangebied niet kunnen worden toegevoegd aan het gemeentelijke woningbouwprogramma, maar [appellant] betoogt dat hiermee voorbij wordt gegaan aan de omstandigheid dat het gaat om een bestaand plan. Voor zover de raad zich op het standpunt stelt dat de locatie niet zal worden ontwikkeld, wijst [appellant] erop dat hij een aanvraag om een omgevingsvergunning heeft ingediend die past binnen de planregels van het vorige plan "Gezondheidspark" en dat de raad hiermee ten onrechte geen rekening heeft gehouden.

5.1.    De Afdeling stelt voorop dat in het algemeen aan een geldend bestemmingsplan geen blijvende rechten kunnen worden ontleend. De raad kan op grond van gewijzigde planologische inzichten en na afweging van alle betrokken belangen andere bestemmingen en regels voor gronden vaststellen.

5.2.    De raad dient bij de keuze van een bestemming een afweging te maken van alle belangen die betrokken zijn bij de vaststelling van het plan. Daarbij heeft de raad beleidsruimte. De raad dient bij de vaststelling van een bestemmingsplan rekening te houden met een particulier initiatief betreffende ruimtelijke ontwikkelingen, voor zover dat initiatief voldoende concreet is, tijdig kenbaar is gemaakt en ten tijde van de vaststelling van het plan op basis van de op dat moment bekende gegevens de ruimtelijke aanvaardbaarheid daarvan kan worden beoordeeld.

5.3.    De Afdeling stelt vast dat het initiatief van [appellant] om 43 woningen te realiseren op de gronden van het plangebied voldoende concreet is en tijdig kenbaar is gemaakt en dat de raad ten tijde van de vaststelling van het plan de ruimtelijke aanvaardbaarheid van dit initiatief heeft beoordeeld.

5.4.    In de zienswijzennota heeft de raad uiteengezet dat in het voorheen geldende plan "Gezondheidspark" de gronden van het plangebied de bestemming "Wonen" hadden, omdat deze bestemming paste binnen de ruimtelijke inzichten die destijds golden. Die ruimtelijke inzichten zijn echter gewijzigd. Volgens de op 22 november 2016 vastgestelde "Woonvisie Hengelo 2016-2026" en het hierbij behorende "Kwalitatief afwegingskader voor nieuwe woningbouwinitiatieven" (hierna tezamen: de Woonvisie) bestaat er nauwelijks nog ruimte voor de toevoeging van nieuwe woningbouwlocaties in Hengelo. Om ruimte vrij te maken, worden ontwikkelingen die niet zijn gerealiseerd of die zijn voorzien op plekken waar ruimtelijk gezien niet langer behoefte bestaat aan woningbouw, geschrapt. Uit paragraaf 4.4.2.1 van de plantoelichting blijkt dat op 29 november 2016 het woningbouwprogramma "Woningbouwplanning en programmering 2015-2025 Hengelo" is vastgesteld en dat de gronden van het plangebied hierin zijn aangewezen als te ontwikkelen woningbouwlocatie. Daarna is gedurende een jaar de voortgang van de in het woningbouwprogramma opgenomen projecten gevolgd en is bekeken of die projecten de beoogde bijdrage aan het woningbouwprogramma leveren. Omdat de gronden van het plangebied niet tot ontwikkeling zijn gekomen en het vorige plan "Gezondheidspark" volgens het gemeentebestuur onvoldoende bijdraagt aan de gewenste woningbouwontwikkeling, is besloten om deze gronden niet langer aan te wijzen als te ontwikkelen locatie. Op 30 januari 2018 is het woningbouwprogramma opnieuw vastgesteld en zijn deze gronden hierin niet langer opgenomen. Gelet hierop heeft de raad nu de keuze gemaakt om niet langer de bestemming "Wonen" toe te kennen aan de gronden van het plangebied.

In de zienswijzennota is verder vermeld dat de aanvraag om een omgevingsvergunning van 11 september 2018 weliswaar is afgewezen, maar dat het initiatief van [appellant] alsnog is bekeken. Als de gronden van het plangebied worden ingericht als woningbouwlocatie wordt volgens de raad niet voldaan aan een van de harde uitgangspunten uit de Woonvisie, te weten dat daarmee een bijdrage moet worden geleverd aan de ruimtelijke kwaliteit van het gebied of dat daarmee een knelpunt wordt opgelost. Verder stelt de raad dat de gronden van het plangebied op dit moment een groene uitstraling hebben en dat deze uitstraling past bij de omgeving van het plangebied. Hiermee wordt een uitloopgebied vanuit de stad richting het buitengebied gevormd. In dit verband wijst de raad erop dat, zoals in de Woonvisie is vermeld, het bebouwen van lege plekken geen doel op zich is.

Gelet op het voorgaande stelt de Afdeling vast dat de raad bij de vaststelling van het plan heeft bezien of medewerking kon worden verleend aan het initiatief van [appellant]. [appellant] heeft de feiten en omstandigheden die bij deze besluitvorming zijn betrokken niet als zodanig betwist. De Afdeling acht niet aannemelijk gemaakt dat bij de besluitvorming niet een zorgvuldig traject is doorlopen. Voorts is de Afdeling van oordeel dat de raad zich op goede gronden op het standpunt heeft kunnen stellen dat het initiatief van [appellant] niet zou stroken met de uitgangspunten van de Woonvisie en ziet zij daarom, mede gelet op de aan de raad toekomende beleidsruimte, geen aanleiding voor het oordeel dat de raad niet in redelijkheid heeft kunnen besluiten om niet langer de bestemming "Wonen" toe te kennen aan de gronden van het gehele plangebied.

Het betoog faalt.

Financiële uitvoerbaarheid

6.    [appellant] betoogt dat de financiële uitvoerbaarheid van het plan niet is verzekerd. Daartoe stelt hij dat uit het in zijn opdracht door Gloudemans opgestelde taxatierapport van 8 januari 2019 volgt dat de begrote planschade als gevolg van de planologische wijziging € 2.880.000,00 is, terwijl de raad in de plantoelichting en in de zienswijzennota niet is ingegaan op de financiële uitvoerbaarheid van het plan.

6.1.    In het kader van een beroep tegen een bestemmingsplan kan een betoog over de uitvoerbaarheid van dat plan, waaronder de financieel-economische uitvoerbaarheid, alleen leiden tot vernietiging van het bestreden besluit voor zover het aangevoerde leidt tot de conclusie dat de raad op voorhand in redelijkheid had moeten inzien dat het plan om financieel-economische of andere redenen niet uitvoerbaar is.

6.2.    [appellant] heeft in zijn beroepschrift voor het eerst gewezen op de financiële uitvoerbaarheid van het plan. De raad heeft in zijn verweerschrift en ter zitting toegelicht dat hij de bestemming "Groen" financieel uitvoerbaar acht. In dit verband heeft de raad erop gewezen dat een verzoek om planschade kan worden ingediend en dat eventuele vergoeding van planschade voor rekening van de gemeente zal komen. Verder heeft de raad ter zitting toegelicht dat hij verwacht dat er geen planschade hoeft te worden betaald, omdat [appellant] het risico dat de onder het oude planologische regime bestaande bouw- of gebruiksmogelijkheden op zijn perceel zouden vervallen passief heeft aanvaard, aldus de raad. In hetgeen [appellant] heeft aangevoerd ziet de Afdeling geen aanleiding voor het oordeel dat de raad in de gegeven omstandigheden op voorhand in redelijkheid had moeten inzien dat het plan om financieel-economische redenen niet uitvoerbaar is.

Het betoog faalt.

Conclusie

7.    Het beroep is ongegrond.

8.    Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

verklaart het beroep ongegrond.

Aldus vastgesteld door mr. W.D.M. van Diepenbeek, voorzitter, en mr. J.E.M. Polak en mr. R.J.J.M. Pans, leden, in tegenwoordigheid van mr. R.I.Y. Lap, griffier.

De voorzitter is verhinderd de uitspraak te ondertekenen.

De griffier is verhinderd de uitspraak te ondertekenen.

Uitgesproken in het openbaar op 12 augustus 2020

288-926.