Ga naar de inhoud
(naar homepage)
lees voor
Direct naar
  • en (Information in English)
  • de (Deutsche Informationen)
  • fr (Informations en français)
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
  • Actueel
    • Nieuws
    • Zittingsagenda
    • Persagenda
    • Evenementen
    • Piet Hein Donner Scriptieprijs
  • Adviezen
  • Uitspraken
  • Publicaties
    • Brochures
    • Studies en onderzoeken
    • Regelingen
    • Consultaties
    • Jaarverslagen
    • Toespraken vice-president
  • Over ons
    • Raad van State in het kort
    • Organisatie
    • Advisering
    • Bestuursrechtspraak
    • Begrotingstoezicht
    • Toetsing Klimaatwet
    • Geschiedenis
    • Raad van State in beeld
  • Zoeken
  • en
  • de
  • fr
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
Zoeken

  1. Home ›
  2. Uitspraken ›
  3. Uitspraak 201905364/1/R4

Uitspraak 201905364/1/R4

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1823
Datum uitspraak
29 juli 2020
Inhoudsindicatie
In het besluit het college van burgemeester en wethouders van Heerlen van 1 mei 2019 staat dat de toepassing van spoedeisende bestuursdwang heeft bestaan uit het verwijderen van twee papieren tassen met oud papier die op 29 april 2019 zijn aangetroffen in de Van der Maesenstraat in Heerlen. Het is niet in geschil dat [appellant] het oud papier daar verkeerd heeft aangeboden door het op straat te zetten op een dag dat geen oud papier zou worden opgehaald. [appellant] stelt dat hij per ongeluk zijn oud papier heeft aangeboden op 29 april 2019, de ophaaldag van het tuinafval, omdat hij het icoontje voor tuinafval op de afvalkalender had aangezien voor het icoontje voor oud papier. Volgens [appellant] stond zijn oud papier er nog toen hij die dag thuis kwam van zijn werk en heeft hij het toen weer mee naar binnen genomen.
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Afval

Toon inhoud

  • Volledige tekst
Volledige tekst

201905364/1/R4.
Datum uitspraak: 29 juli 2020

AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak in het geding tussen:

[appellant], wonend te [woonplaats],

en

het college van burgemeester en wethouders van Heerlen,

verweerder.

Procesverloop

Bij besluit van 1 mei 2019 heeft het college zijn beslissing om op 29 april 2019 spoedeisende bestuursdwang toe te passen wegens het verkeerd aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen, op schrift gesteld. Daarbij heeft het college vermeld dat de kosten van de toepassing van bestuursdwang, te weten € 131,00, voor rekening van [appellant] komen.

Bij besluit van 20 juni 2019 heeft het college het door [appellant] hiertegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.

Tegen dit besluit heeft [appellant] beroep ingesteld.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting aan de orde gesteld op 9 juli 2020.

Overwegingen

1.    In het besluit van 1 mei 2019 staat dat de toepassing van spoedeisende bestuursdwang heeft bestaan uit het verwijderen van twee papieren tassen met oud papier die op 29 april 2019 zijn aangetroffen in de Van der Maessenstraat (lees: Van der Maesenstraat) in Heerlen. Het is niet in geschil dat [appellant] het oud papier daar verkeerd heeft aangeboden door het op straat te zetten op een dag dat geen oud papier zou worden opgehaald.

2.    [appellant] stelt dat hij per ongeluk zijn oud papier heeft aangeboden op 29 april 2019, de ophaaldag van het tuinafval, omdat hij het icoontje voor tuinafval op de afvalkalender had aangezien voor het icoontje voor oud papier. Volgens [appellant] stond zijn oud papier er nog toen hij die dag thuis kwam van zijn werk en heeft hij het toen weer mee naar binnen genomen.

[appellant] voert aan dat het college ten onrechte heeft bepaald dat de kosten van het toepassen van bestuursdwang voor zijn rekening komen, terwijl het college geen kosten heeft gemaakt, omdat het oud papier is blijven staan en hij het later zelf weer mee naar binnen heeft genomen. Ter onderbouwing daarvan heeft hij bij zijn beroepschrift een aantal foto's gevoegd van de tas met oud papier die volgens het besluit van 1 mei 2019 twee dagen eerder zou zijn verwijderd door het college. Op de foto's van [appellant] is duidelijk dezelfde tas met dezelfde inhoud te zien als op de foto's bij het besluit van 1 mei 2019.

2.1.    In het besluit op bezwaar stelt het college dat niet vast is komen te staan dat [appellant] het papier zelf weer heeft weggenomen. Met de bij het beroepschrift gevoegde foto's heeft [appellant] dat echter wel aannemelijk gemaakt. De Afdeling acht het aannemelijk dat [appellant] deze foto's achteraf heeft gemaakt om aan te tonen dat hij het oud papier zelf weer mee naar binnen heeft genomen. Aangezien aannemelijk is geworden dat [appellant] en niet het college het oud papier heeft weggehaald, heeft het college in het besluit van 1 mei 2019 ten onrechte gesteld dat het spoedeisende bestuursdwang heeft toegepast door het afval direct te verwijderen en dat het daarvoor kosten heeft gemaakt. Omdat het college geen kosten heeft gemaakt, kon het ook geen kosten bij [appellant] in rekening brengen.

Het betoog slaagt.

3.    Het beroep is gegrond. Het besluit van 20 juni 2019 moet worden vernietigd. De Afdeling zal zelf in de zaak voorzien door het primaire besluit van 1 mei 2019 te herroepen en te bepalen dat deze uitspraak in de plaats treedt van het vernietigde besluit. Dit heeft tot gevolg dat als [appellant] het bedrag van € 131,00 al heeft betaald, de gemeente dit bedrag zal moeten terugbetalen.

4.    Van proceskosten die voor vergoeding in aanmerking komen, is niet gebleken.

Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

I.    verklaart het beroep gegrond;

II.    vernietigt het besluit van het college van burgemeester en wethouders van Heerlen van 20 juni 2019, kenmerk BZW.19.00599.001;

III.    herroept het besluit van 1 mei 2019, kenmerk Z-19212587;

IV.    bepaalt dat deze uitspraak in de plaats treedt van het vernietigde besluit;

V.    gelast dat het college van burgemeester en wethouders van Heerlen aan [appellant] het door hem voor de behandeling van het beroep betaalde griffierecht ten bedrage van € 47,00 (zegge: zevenenveertig euro) vergoedt.

Aldus vastgesteld door mr. F.C.M.A. Michiels, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. L.S. Kors, griffier.

w.g. Michiels    w.g. Kors
lid van de enkelvoudige kamer    griffier

Uitgesproken in het openbaar op 29 juli 2020

687.


  • Zoeken
  • Link kopiëren
  • Citeren
  • Opslaan als PDF-document

Raad van State

De Raad van State is onafhankelijk adviseur van regering en parlement over wetgeving en bestuur en hoogste algemene bestuursrechter van het land.

  • Meer over ons
  • Vacatures

Contact

De Raad van State bevindt zich in het centrum van Den Haag. Wilt u in contact komen met ons of wilt u ons bezoeken voor een zitting?

  • Telefoon
  • Locatie en route
  • Post en e-mail
  • Wet open overheid
  • Nieuwe zaak starten

Altijd op de hoogte

Ontvang ons nieuws via de abonnementenservice in uw mailbox. Op de hoogte gehouden worden over uitspraken die gedaan worden in bepaalde zaken? Meld u dan aan voor de e-mailservice. Of bekijk de voortgang van een bepaalde procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

  • Abonnementenservice
  • E-mailservice uitspraken
  • Voortgang procedure
  • Aanvragen oude uitspraken

Toegankelijkheid | Privacy | Cookiebeleid

Volg ons

  • Bluesky
  • LinkedIn
  • Instagram
  • Mastodon