Ga naar de inhoud
(naar homepage)
lees voor
Direct naar
  • en (Information in English)
  • de (Deutsche Informationen)
  • fr (Informations en français)
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
  • Actueel
    • Nieuws
    • Zittingsagenda
    • Persagenda
    • Evenementen
    • Piet Hein Donner Scriptieprijs
  • Adviezen
  • Uitspraken
  • Publicaties
    • Brochures
    • Studies en onderzoeken
    • Regelingen
    • Consultaties
    • Jaarverslagen
    • Toespraken vice-president
  • Over ons
    • Raad van State in het kort
    • Organisatie
    • Advisering
    • Bestuursrechtspraak
    • Begrotingstoezicht
    • Toetsing Klimaatwet
    • Geschiedenis
    • Raad van State in beeld
  • Zoeken
  • en
  • de
  • fr
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
Zoeken

  1. Home ›
  2. Uitspraken ›
  3. Uitspraak 201901092/1/V1

Uitspraak 201901092/1/V1

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1694
Datum uitspraak
8 april 2020
Inhoudsindicatie
Bij besluit van 10 april 2017 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag om de vreemdelingen een machtiging tot voorlopig verblijf te verlenen, afgewezen.
  • Hoger beroep
  • Vreemdelingenkamer - Overige

Toon inhoud

  • Volledige tekst
Volledige tekst

201901092/1/V1.
Datum uitspraak: 8 april 2020

AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger beroep van:

[vreemdeling 1] en [vreemdeling 2],

appellanten,

tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Middelburg, van 10 januari 2019 in zaak nr. 18/4875 in het geding tussen:

de vreemdelingen

en

de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid.

Procesverloop

Bij besluit van 10 april 2017 heeft de staatssecretaris een aanvraag om de vreemdelingen een machtiging tot voorlopig verblijf te verlenen, afgewezen.

Bij besluit van 6 juni 2018 heeft de staatssecretaris het daartegen door de vreemdelingen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.

Bij uitspraak van 10 januari 2019 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdelingen ingestelde beroep ongegrond verklaard.

Tegen deze uitspraak hebben de vreemdelingen, vertegenwoordigd door mr. M.C.M. van der Mark, advocaat te Goes, hoger beroep ingesteld.

Overwegingen

1.    De eerste grief leidt niet tot vernietiging van de uitspraak van de rechtbank. Dit oordeel hoeft niet verder te worden gemotiveerd. De reden daarvoor is dat de grief geen vragen bevat die in het belang van de rechtseenheid, de rechtsontwikkeling of de rechtsbescherming in algemene zin beantwoord moeten worden (artikel 91, tweede lid, van de Vw 2000).

2.    In hun tweede grief klagen de vreemdelingen terecht dat de rechtbank het beroep op de artikelen 3, 9 en 10 van het IVRK in verband met de eis om een toestemmingsverklaring over te leggen van de achterblijvende ouder ten onrechte onbesproken heeft gelaten.

De grief slaagt.

3.    Wat de vreemdelingen in hun derde grief aanvoeren gaat over een rechtsvraag die eerder door de Afdeling is beantwoord (uitspraak van 31 januari 2020, ECLI:NL:RVS:2020:329). Uit die uitspraak volgt dat de vreemdelingen terecht aanvoeren dat de rechtbank niet heeft onderkend dat de staatssecretaris ten onrechte bij de afwijzing van de aanvragen geen individuele beoordeling heeft gemaakt.

De grief slaagt.

4.    Het hoger beroep is gegrond. De uitspraak van de rechtbank wordt vernietigd. De Afdeling beoordeelt het beroep. Daarbij bespreekt zij alleen beroepsgronden waarover de rechtbank nog geen oordeel heeft gegeven en beroepsgronden waarop na de overwegingen in hoger beroep nog moet worden beslist.

5.    De vreemdelingen hebben in beroep aangevoerd dat het vereiste van het overleggen van een toestemmingsverklaring van de achterblijvende ouder een belemmering vormt die gezinshereniging in hun geval onmogelijk maakt. Dit vereiste doet volgens hen daarom afbreuk aan het doel en nuttig effect van de Gezinsherenigingsrichtlijn (PB 2003 L 251, met rectificatie in PB 2012 L 71), temeer daar er van kinderontvoering geen sprake is. De vreemdelingen voeren verder aan dat de staatssecretaris de belangen van hen als kinderen niet kenbaar in zijn besluit heeft betrokken en wijzen daarbij in het bijzonder op de artikelen 3, 9 en 10 van het IVRK.

5.1.    Uit de uitspraak van de uitspraak van de Afdeling van 12 december 2019, ECLI:NL:RVS:2019:4201, volgt dat de richtlijn in beginsel niet in de weg staat aan het in paragraaf C2/4.1 van de Vc 2000 neergelegde vereiste van het overleggen van een toestemmingsverklaring van de achterblijvende ouder. Uit die uitspraak volgt verder dat onder omstandigheden het enkele risico op kinderontvoering onvoldoende is als motivering door de staatssecretaris waarom hij aan dit vereiste vasthoudt, wanneer een vreemdeling anderszins aannemelijk heeft gemaakt dat de achterblijvende ouder toestemming geeft voor zijn vertrek naar Nederland.

In dit geval is de staatssecretaris in het besluit ten onrechte niet ingegaan op de door de vreemdelingen aangevoerde omstandigheden dat zij met de andere echtgenote van referent zijn opgegroeid en haar als hun moeder beschouwen, het contact met hun biologische moeder sinds 2011 is verbroken en dat het door de oorlog in Syrië niet mogelijk is om met haar in contact te komen en een toestemmingsverklaring te verkrijgen. Gelet op de artikelen 5 en 17 van de richtlijn, artikel 24 van het EU Handvest en de door de vreemdelingen ingeroepen bepalingen van het IVRK, voor zover deze gelet op hun formulering, normen bevatten die zonder nadere uitwerking in nationale wet- en regelgeving door de rechter direct toepasbaar zijn, betogen zij verder terecht dat de staatssecretaris de belangen van hen als kinderen in dit verband evenmin kenbaar in zijn besluitvorming heeft betrokken. De staatssecretaris heeft het besluit in zoverre onvoldoende gemotiveerd.

De beroepsgrond slaagt.

6.    Het beroep is gegrond. Het besluit van 6 juni 2018 wordt vernietigd. De staatssecretaris moet de proceskosten vergoeden. Omdat de griffier voor de behandeling van het hoger beroep geen griffierecht heeft geheven, hoeft de staatssecretaris dat niet te vergoeden.

Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

I.    verklaart het hoger beroep gegrond;

II.    vernietigt de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Arnhem, van 10 januari 2019 in zaak nr. 18/4875;

III.    verklaart het beroep gegrond;

IV.    vernietigt het besluit van 6 juni 2018, V-nummers […] en […];

V.    veroordeelt de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid tot vergoeding van bij de vreemdelingen in verband met de behandeling van het beroep en het hoger beroep opgekomen proceskosten tot een bedrag van € 1.575,00 (zegge: vijftienhonderdvijfenzeventig euro), geheel toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand;

VI.    gelast dat de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid aan de vreemdelingen het door hen betaalde griffierecht ten bedrage van € 170,00 (zegge: honderdzeventig euro) voor de behandeling van het beroep vergoedt.

Aldus vastgesteld door mr. H.G. Sevenster, voorzitter, en mr. G.M.H. Hoogvliet en mr. C.M. Wissels, leden, in tegenwoordigheid van mr. T. van Goeverden-Clarenbeek, griffier.

w.g. Sevenster    w.g. Van Goeverden-Clarenbeek
voorzitter    griffier

Uitgesproken in het openbaar op 8 april 2020

488-850.


  • Zoeken
  • Link kopiëren
  • Citeren
  • Opslaan als PDF-document

Raad van State

De Raad van State is onafhankelijk adviseur van regering en parlement over wetgeving en bestuur en hoogste algemene bestuursrechter van het land.

  • Meer over ons
  • Vacatures

Contact

De Raad van State bevindt zich in het centrum van Den Haag. Wilt u in contact komen met ons of wilt u ons bezoeken voor een zitting?

  • Telefoon
  • Locatie en route
  • Post en e-mail
  • Wet open overheid
  • Nieuwe zaak starten

Altijd op de hoogte

Ontvang ons nieuws via de abonnementenservice in uw mailbox. Op de hoogte gehouden worden over uitspraken die gedaan worden in bepaalde zaken? Meld u dan aan voor de e-mailservice. Of bekijk de voortgang van een bepaalde procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

  • Abonnementenservice
  • E-mailservice uitspraken
  • Voortgang procedure
  • Aanvragen oude uitspraken

Toegankelijkheid | Privacy | Cookiebeleid

Volg ons

  • Bluesky
  • LinkedIn
  • Instagram
  • Mastodon