Ga naar de inhoud
(naar homepage)
lees voor
Direct naar
  • en (Information in English)
  • de (Deutsche Informationen)
  • fr (Informations en français)
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
  • Actueel
    • Nieuws
    • Zittingsagenda
    • Persagenda
    • Evenementen
    • Piet Hein Donner Scriptieprijs
  • Adviezen
  • Uitspraken
  • Publicaties
    • Brochures
    • Studies en onderzoeken
    • Regelingen
    • Consultaties
    • Jaarverslagen
  • Over ons
    • Raad van State in het kort
    • Organisatie
    • Advisering
    • Bestuursrechtspraak
    • Begrotingstoezicht
    • Toetsing Klimaatwet
    • Geschiedenis
    • Raad van State in beeld
  • Zoeken
  • en
  • de
  • fr
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
Zoeken

  1. Home ›
  2. Uitspraken ›
  3. Uitspraak 200106243/1

Uitspraak 200106243/1

ECLI
ECLI:NL:RVS:2002:AF2470
Datum uitspraak
24 december 2002
Inhoudsindicatie
Bij besluit van 13 november 2001, kenmerk 795053, hebben verweerders krachtens de Wet milieubeheer aan de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid [vergunninghouder] een revisievergunning als geregeld in artikel 8.4, eerste lid, van deze wet verleend voor het ruimen van een zand- en een grinddepot op de percelen [locaties]. Dit aangehechte besluit is op 26 november 2001 ter inzage gelegd.
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • Overige uitspraken (tot 2004)

Toon inhoud

  • Volledige tekst
Volledige tekst

200106243/1.
Datum uitspraak: 24 december 2002

AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak in het geding tussen:

[appellant] en anderen, wonend te [woonplaats],

en

gedeputeerde staten van Noord-Brabant,
verweerders.

1. Procesverloop

Bij besluit van 13 november 2001, kenmerk 795053, hebben verweerders krachtens de Wet milieubeheer aan de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid [vergunninghouder] een revisievergunning als geregeld in artikel 8.4, eerste lid, van deze wet verleend voor het ruimen van een zand- en een grinddepot op de percelen [locaties]. Dit aangehechte besluit is op 26 november 2001 ter inzage gelegd.

Tegen dit besluit hebben appellanten bij brief van 18 december 2001, bij de Raad van State ingekomen op 19 december 2001, beroep ingesteld. Deze brief is aangehecht.

Bij brief van 6 maart 2002 hebben verweerders een verweerschrift ingediend.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 11 november 2002, waar appellanten in de personen van [gemachtigden], en verweerders, vertegenwoordigd door mr. G.J.J.M. Boots, bijgestaan door H.G.J.M. Huibregts en ing. G.B.A. Mogot, allen ambtenaren van de provincie, zijn verschenen. Voorts is daar gehoord vergunninghoudster, vertegenwoordigd door mr. D.R. de Poorter, advocaat te Nijmegen, bijgestaan door [gemachtigde].

2. Overwegingen

2.1. De Afdeling overweegt het volgende.

In het dictum van het bestreden besluit hebben verweerders bepaald dat de aanvraag om vergunning deel uitmaakt van de vergunning. Dat betekent dat vergunninghoudster aan de aanvraag is gebonden voorzover in het bestreden besluit niet anders is bepaald. Bij het bestreden besluit, gelezen in samenhang met de aanvraag om vergunning, is uitsluitend vergunning verleend voor het ruimen van een zand- en een grinddepot op de percelen [locaties].

Naar aanleiding van het verhandelde ter zitting stelt de Afdeling vast dat de zand- en grinddepots waarop de vergunning betrekking heeft zijn geruimd. Nu de vergunning niet voorziet in de mogelijkheid tot het hervullen en herruimen van de depots, noch in andere activiteiten ter plaatse, is zij daarmee feitelijk uitgewerkt. Appellanten kunnen daardoor niet meer bewerkstelligen wat zij met het instellen van het beroep hebben beoogd. Gelet op het vorenstaande en nu ook anderszins niet is gebleken van feiten of omstandigheden die op het tegendeel wijzen, hebben appellanten geen processueel belang meer bij een oordeel over de rechtmatigheid van het bestreden besluit.

2.2. Het beroep is niet-ontvankelijk.

2.3. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

3. Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State

Recht doende in naam der Koningin:

verklaart het beroep niet-ontvankelijk.

Aldus vastgesteld door mr. Th.G. Drupsteen, Voorzitter, en mr. M. Oosting en drs. H. Borstlap, Leden, in tegenwoordigheid van mr. S.L. Toorenburg-Bovenkerk, ambtenaar van Staat.

w.g. Drupsteen w.g. Toorenburg-Bovenkerk
Voorzitter ambtenaar van Staat

Uitgesproken in het openbaar op 24 december 2002

301.


  • Zoeken
  • Link kopiëren
  • Citeren
  • Opslaan als PDF-document

Raad van State

De Raad van State is onafhankelijk adviseur van regering en parlement over wetgeving en bestuur en hoogste algemene bestuursrechter van het land.

  • Meer over ons
  • Vacatures

Contact

De Raad van State bevindt zich in het centrum van Den Haag. Wilt u in contact komen met ons of wilt u ons bezoeken voor een zitting?

  • Telefoon
  • Locatie en route
  • Post en e-mail
  • Wet open overheid
  • Nieuwe zaak starten

Altijd op de hoogte

Ontvang ons nieuws via de abonnementenservice in uw mailbox. Op de hoogte gehouden worden over uitspraken die gedaan worden in bepaalde zaken? Meld u dan aan voor de e-mailservice. Of bekijk de voortgang van een bepaalde procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

  • Abonnementenservice
  • E-mailservice uitspraken
  • Voortgang procedure
  • Aanvragen oude uitspraken

Toegankelijkheid | Privacy | Cookiebeleid

Volg ons

  • Bluesky
  • LinkedIn
  • Instagram
  • Mastodon