Ga naar de inhoud
(naar homepage)
lees voor
Direct naar
  • en (Information in English)
  • de (Deutsche Informationen)
  • fr (Informations en français)
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
  • Actueel
    • Nieuws
    • Zittingsagenda
    • Persagenda
    • Evenementen
    • Piet Hein Donner Scriptieprijs
  • Adviezen
  • Uitspraken
  • Publicaties
    • Brochures
    • Studies en onderzoeken
    • Regelingen
    • Consultaties
    • Jaarverslagen
    • Toespraken vice-president
  • Over ons
    • Raad van State in het kort
    • Organisatie
    • Advisering
    • Bestuursrechtspraak
    • Begrotingstoezicht
    • Toetsing Klimaatwet
    • Geschiedenis
    • Raad van State in beeld
  • Zoeken
  • en
  • de
  • fr
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
Zoeken

  1. Home ›
  2. Uitspraken ›
  3. Uitspraak 200201316/1

Uitspraak 200201316/1

ECLI
ECLI:NL:RVS:2002:AF1168
Datum uitspraak
27 november 2002
Inhoudsindicatie
Burgemeester en wethouders van Utrecht (hierna: burgemeester en wethouders) hebben bij besluiten van 23 februari 1999 en 7 december 1999 de Kaatstraat te Utrecht met ingang van 12 april 2000 voor het verkeer in twee richtingen opengesteld.
  • Hoger beroep
  • Overige uitspraken (tot 2004)

Toon inhoud

  • Volledige tekst
Volledige tekst

200201316/1.
Datum uitspraak: 27 november 2002.

AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak op het hoger beroep van:

[appellanten], wonend te [woonplaats],

tegen de uitspraak van de rechtbank te Utrecht van 18 januari 2002 in het geding tussen:

appellanten

en

burgemeester en wethouders van Utrecht.

1. Procesverloop

Burgemeester en wethouders van Utrecht (hierna: burgemeester en wethouders) hebben bij besluiten van 23 februari 1999 en 7 december 1999 de Kaatstraat te Utrecht met ingang van 12 april 2000 voor het verkeer in twee richtingen opengesteld.

Bij besluit van 31 oktober 2002 hebben burgemeester en wethouders de daartegen door de Bewonersgroep Leefbaar Votulast gemaakte bezwaren ongegrond verklaard. Dit besluit is aangehecht.

Bij uitspraak van 18 januari 2002, verzonden op dezelfde dag, heeft de rechtbank te Utrecht (hierna: de rechtbank) het daartegen door appellanten ingestelde beroep ongegrond verklaard. Deze uitspraak is aangehecht.

Tegen deze uitspraak hebben appellanten bij brief, ingekomen bij de Raad van State op 1 maart 2002, hoger beroep ingesteld. Deze brief is aangehecht.

De zaak is door een meervoudige kamer van de Afdeling verwezen naar een enkelvoudige.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 10 september 2002, waar appellanten vertegenwoordigd door [gemachtigde] en [gemachtigde], en burgemeester en wethouders, vertegenwoordigd door mr. S. Ramdoelare Tewari en H. Servaas, beiden werkzaam bij de gemeente Utrecht, zijn verschenen.

2. Overwegingen

2.1. Artikel 6:13 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb) bepaalt, voorzover hier van belang, dat geen beroep kan worden ingesteld tegen een op bezwaar genomen besluit door een belanghebbende aan wie redelijkerwijs kan worden verweten geen bezwaar te hebben gemaakt tegen het oorspronkelijke besluit.

2.2. Vaststaat dat appellanten geen bezwaar hebben gemaakt tegen het besluit dat aan dit geschil ten grondslag ligt voor zover het betreft het opnieuw openstellen van de Kaatstraat voor tweerichtingverkeer.

Niet is gebleken van omstandigheden die nopen tot het oordeel dat appellanten daarvan redelijkerwijs geen verwijt kan worden gemaakt. Aan appellanten kwam dan ook ingevolge het bepaalde in artikel 6:13 van de Awb niet het recht toe beroep bij de rechtbank in te stellen.

De rechtbank heeft dit miskend.

2.3. Het hoger beroep is gegrond. De aangevallen uitspraak dient te worden vernietigd. Doende wat de rechtbank zou behoren te doen, zal de Afdeling het beroep bij de rechtbank alsnog niet-ontvankelijk verklaren.

2.4. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding, nu van in aanmerking te nemen kosten niet is gebleken.

3. Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State

Recht doende in naam der Koningin:

I. verklaart het hoger beroep gegrond;

II. vernietigt de uitspraak van de rechtbank te Utrecht van 18 januari 2002, SBR 00/2387;

III. verklaart het bij de rechtbank ingestelde beroep van appellanten niet-ontvankelijk.

IV. gelast dat de gemeente Utrecht aan appellanten het door hen voor de behandeling van het hoger beroep betaalde griffierecht ten bedrage van
€ 165,-- vergoedt.

Aldus vastgesteld door mr. H.G. Lubberdink, Lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. J. de Koning, ambtenaar van Staat.

w.g. Lubberdink w.g. De Koning
Lid van de enkelvoudige kamer ambtenaar van Staat

Uitgesproken in het openbaar op 27 november 2002.

221.


  • Zoeken
  • Link kopiëren
  • Citeren
  • Opslaan als PDF-document

Raad van State

De Raad van State is onafhankelijk adviseur van regering en parlement over wetgeving en bestuur en hoogste algemene bestuursrechter van het land.

  • Meer over ons
  • Vacatures

Contact

De Raad van State bevindt zich in het centrum van Den Haag. Wilt u in contact komen met ons of wilt u ons bezoeken voor een zitting?

  • Telefoon
  • Locatie en route
  • Post en e-mail
  • Wet open overheid
  • Nieuwe zaak starten

Altijd op de hoogte

Ontvang ons nieuws via de abonnementenservice in uw mailbox. Op de hoogte gehouden worden over uitspraken die gedaan worden in bepaalde zaken? Meld u dan aan voor de e-mailservice. Of bekijk de voortgang van een bepaalde procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

  • Abonnementenservice
  • E-mailservice uitspraken
  • Voortgang procedure
  • Aanvragen oude uitspraken

Toegankelijkheid | Privacy | Cookiebeleid

Volg ons

  • Bluesky
  • LinkedIn
  • Instagram
  • Mastodon