Ga naar de inhoud
(naar homepage)
lees voor
Direct naar
  • en (Information in English)
  • de (Deutsche Informationen)
  • fr (Informations en français)
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
  • Actueel
    • Nieuws
    • Zittingsagenda
    • Persagenda
    • Evenementen
    • Piet Hein Donner Scriptieprijs
  • Adviezen
  • Uitspraken
  • Publicaties
    • Brochures
    • Studies en onderzoeken
    • Regelingen
    • Consultaties
    • Jaarverslagen
    • Toespraken vice-president
  • Over ons
    • Raad van State in het kort
    • Organisatie
    • Advisering
    • Bestuursrechtspraak
    • Begrotingstoezicht
    • Toetsing Klimaatwet
    • Geschiedenis
    • Raad van State in beeld
  • Zoeken
  • en
  • de
  • fr
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
Zoeken

  1. Home ›
  2. Uitspraken ›
  3. Uitspraak 200201553/1

Uitspraak 200201553/1

ECLI
ECLI:NL:RVS:2002:AF0863
Datum uitspraak
20 november 2002
Inhoudsindicatie
Bij besluit van 29 juni 2000 heeft de raad van de gemeente Apeldoorn (hierna: de raad) een vergoeding aan appellante toegekend ten bedrage van ƒ 11.000,00/€ 4991,58 op voet van artikel 49 van de Wet op de Ruimtelijke Ordening.
  • Hoger beroep
  • Overige uitspraken (tot 2004)

Toon inhoud

  • Volledige tekst
Volledige tekst

200201553/1.
Datum uitspraak: 20 november 2002

AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak op het hoger beroep van:

[appellant], wonend te [woonplaats],

tegen de uitspraak van de rechtbank te Zutphen van 1 februari 2002 in het geding tussen:

appellante

en

de raad van de gemeente Apeldoorn.

1. Procesverloop

Bij besluit van 29 juni 2000 heeft de raad van de gemeente Apeldoorn (hierna: de raad) een vergoeding aan appellante toegekend ten bedrage van ƒ 11.000,00/€ 4991,58 op voet van artikel 49 van de Wet op de Ruimtelijke Ordening.

Bij besluit van 22 maart 2001 heeft de raad het daartegen door appellante gemaakte bezwaar ongegrond verklaard. Dit besluit en het advies van de Onafhankelijke bezwarencommissie van 11 oktober 2000, waarnaar in het besluit wordt verwezen, zijn aangehecht.

Bij uitspraak van 1 februari 2002, verzonden op 4 februari 2002, heeft de rechtbank te Zutphen (hierna: de rechtbank) het daartegen door appellante ingestelde beroep ongegrond verklaard. Deze uitspraak is aangehecht.

Tegen deze uitspraak heeft appellante bij brief van 14 maart 2002, bij de Raad van State ingekomen op 15 maart 2002, hoger beroep ingesteld. Deze brief is aangehecht.

Bij brief van 1 mei 2002 heeft de raad van antwoord gediend.

Na afloop van het vooronderzoek zijn nadere stukken ontvangen van appellante. Deze zijn in afschrift aan de raad toegezonden.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 3 oktober 2002, waar appellante in persoon, vergezeld van [partij], en de raad, vertegenwoordigd door J. Schoneveld, ambtenaar van de gemeente, zijn verschenen.

2. Overwegingen

2.1. Niet in geschil is dat appellante ten gevolge van het op

3 december 1997 in rechte onaantastbaar geworden bestemmingsplan “Sprengenweg-Noord herziening Loolaan/Maduralaan” in een planologisch nadeliger situatie is komen te verkeren, waardoor zij schade heeft geleden in de vorm van een waardevermindering van haar appartement met ƒ 40.000,00/€ 18151,21.

2.2. Bij het in bezwaar gehandhaafde besluit heeft de raad zich, in overeenstemming met het terzake door de Stichting Adviesbureau Onroerende Zaken (hierna: SAOZ) uitgebrachte advies van december 1999, op het standpunt gesteld dat een gedeelte van de schade redelijkerwijs voor rekening van appellante dient te blijven wegens voorzienbaarheid daarvan.

De raad heeft op basis van het advies van de SAOZ een vergoeding vastgesteld ten bedrage van ƒ 11.000,00/€ 4991,58 voor het gedeelte van de schade dat niet voorzienbaar was.

2.3. Terecht en op goede gronden heeft de rechtbank dit standpunt niet onjuist geacht. De Afdeling ziet in de herhaling in hoger beroep van hetgeen in beroep naar voren is gebracht, geen aanleiding daarover anders te oordelen dan de rechtbank heeft gedaan.

2.4. Het hoger beroep is ongegrond. De aangevallen uitspraak dient, met overneming van de gronden van de rechtbank, te worden bevestigd.

2.5. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

3. Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State

Recht doende in naam der Koningin:

bevestigt de aangevallen uitspraak.

Aldus vastgesteld door mr. P. van Dijk, Voorzitter, en mr. H. Bekker en mr. T.M.A. Claessens, Leden, in tegenwoordigheid van mr. R.P. Hoogenboom, ambtenaar van Staat.

w.g. Van Dijk w.g. Hoogenboom
Voorzitter ambtenaar van Staat

Uitgesproken in het openbaar op 20 november 2002

119-401.


  • Zoeken
  • Link kopiëren
  • Citeren
  • Opslaan als PDF-document

Raad van State

De Raad van State is onafhankelijk adviseur van regering en parlement over wetgeving en bestuur en hoogste algemene bestuursrechter van het land.

  • Meer over ons
  • Vacatures

Contact

De Raad van State bevindt zich in het centrum van Den Haag. Wilt u in contact komen met ons of wilt u ons bezoeken voor een zitting?

  • Telefoon
  • Locatie en route
  • Post en e-mail
  • Wet open overheid
  • Nieuwe zaak starten

Altijd op de hoogte

Ontvang ons nieuws via de abonnementenservice in uw mailbox. Op de hoogte gehouden worden over uitspraken die gedaan worden in bepaalde zaken? Meld u dan aan voor de e-mailservice. Of bekijk de voortgang van een bepaalde procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

  • Abonnementenservice
  • E-mailservice uitspraken
  • Voortgang procedure
  • Aanvragen oude uitspraken

Toegankelijkheid | Privacy | Cookiebeleid

Volg ons

  • Bluesky
  • LinkedIn
  • Instagram
  • Mastodon