Ga naar de inhoud
(naar homepage)
lees voor
Direct naar
  • en (Information in English)
  • de (Deutsche Informationen)
  • fr (Informations en français)
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
  • Actueel
    • Nieuws
    • Zittingsagenda
    • Persagenda
    • Evenementen
    • Piet Hein Donner Scriptieprijs
  • Adviezen
  • Uitspraken
  • Publicaties
    • Brochures
    • Studies en onderzoeken
    • Regelingen
    • Consultaties
    • Jaarverslagen
    • Toespraken vice-president
  • Over ons
    • Raad van State in het kort
    • Organisatie
    • Advisering
    • Bestuursrechtspraak
    • Begrotingstoezicht
    • Toetsing Klimaatwet
    • Geschiedenis
    • Raad van State in beeld
  • Zoeken
  • en
  • de
  • fr
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
Zoeken

  1. Home ›
  2. Uitspraken ›
  3. Uitspraak 200201336/1

Uitspraak 200201336/1

ECLI
ECLI:NL:RVS:2002:AF0848
Datum uitspraak
20 november 2002
Inhoudsindicatie
Bij besluit van 5 april 2001 heeft de burgemeester van Emmen (hierna: de burgemeester) een aanvraag van appellanten om een exploitatievergunning voor de uitoefening van hun prostitutiebedrijf aan de [locatie] te [plaats] afgewezen.
  • Hoger beroep
  • Overige uitspraken (tot 2004)

Toon inhoud

  • Volledige tekst
Volledige tekst

200201336/1.
Datum uitspraak: 20 november 2002

AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak op het hoger beroep van:

[appellanten], wonend te [woonplaats],

tegen de uitspraak van de rechtbank te Assen van 24 januari 2002 in het geding tussen:

appellanten

en

de burgemeester van Emmen.

1. Procesverloop

Bij besluit van 5 april 2001 heeft de burgemeester van Emmen (hierna: de burgemeester) een aanvraag van appellanten om een exploitatievergunning voor de uitoefening van hun prostitutiebedrijf aan de [locatie] te [plaats] afgewezen.

Bij besluit van 23 juli 2001 heeft de burgemeester het daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard. Dit besluit en het advies van de commissie voor de rechtsbescherming, Kamer bezwaar en beroep van 9 juli 2001, waarnaar in het besluit wordt verwezen, zijn aangehecht.

Bij uitspraak van 24 januari 2002, verzonden op dezelfde dag, heeft de rechtbank te Assen (hierna: de rechtbank) het daartegen ingestelde beroep ongegrond verklaard. Deze uitspraak is aangehecht.

Tegen deze uitspraak hebben appellanten bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 6 maart 2002, hoger beroep ingesteld. De gronden zijn aangevuld bij brief van 3 april 2002. Deze brieven zijn aangehecht.

Bij brief van 17 mei 2002 heeft de burgemeester van antwoord gediend.

De zaak is door een meervoudige kamer van de Afdeling verwezen naar een enkelvoudige.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 27 september 2002, waar appellanten in persoon, bijgestaan door mr. R.J. de Boer, advocaat te Coevorden, en de burgemeester, vertegenwoordigd door A.S. Heine, ambtenaar bij de gemeente, zijn verschenen.

2. Overwegingen

2.1. Ingevolge artikel 2:39, eerste lid, van de Algemene Plaatselijke Verordening van de gemeente Emmen (hierna: de APV), is het verboden een prostitutiebedrijf of escortbedrijf te exploiteren of te wijzigen zonder vergunning van de burgemeester. (Het aantal prostitutiebedrijven is niet hoger dan 6).

Ingevolge artikel 2:47, eerste lid, aanhef en onder b, van de APV, voor zover hier van belang, wordt de vergunning als hiervoor bedoeld geweigerd indien de vestiging of de exploitatie van het prostitutie- of escortbedrijf in strijd is met een geldend bestemmingsplan.

2.2. Tussen partijen is niet in geschil en ook voor de Afdeling staat vast dat appellanten op voormeld adres reeds sinds 1980 een prostitutiebedrijf exploiteren. De burgemeester heeft zijn weigering om de gevraagde exploitatievergunning te verlenen gehandhaafd op grond van artikel 2:47 van de APV, omdat naar zijn oordeel de exploitatie van het prostitutiebedrijf op de gewenste locatie in strijd is met het geldende bestemmingsplan.

Ter zitting in hoger beroep heeft de gemachtigde van de burgemeester desgevraagd verklaard dat bij de beslissing op de aanvraag van 22 september 2000 om vergunning de inmiddels op 29 maart 2001 vastgestelde “Partiële herziening van de voorschriften van diverse bestemmingsplannen van de gemeente Emmen ten aanzien van prostitutie- en escortbedrijven” geen rol heeft gespeeld. De “Partiële Herziening Buitengebied Gemeente Emmen” van 24 juni 1999 is voor de onderhavige situatie niet relevant. Gelet daarop is de beslissing op de aanvraag door de burgemeester terecht getoetst aan het bestemmingsplan “Buitengebied Gemeente Emmen” van 1987, zijnde het geldend bestemmingsplan als bedoeld in artikel 2:47 van de APV. Ingevolge de tot laatstgenoemd plan behorende voorschriften rust op het betreffende perceel een agrarische bestemming. Het gebruik van het perceel ten behoeve van het prostitutiebedrijf is daarmee in strijd. Echter, in aanmerking nemend dat het strijdige gebruik dateert vanaf medio 1980, had tevens dienen te worden beoordeeld of het gebruik valt onder de werking van het in artikel 4.1, tweede lid, neergelegde overgangsrecht. Nu de burgemeester dit bij het voorbereiden en nemen van het bestreden besluit heeft nagelaten, is het besluit niet op zorgvuldige wijze voorbereid. De rechtbank heeft dit niet onderkend.

2.3. Uit het voorgaande volgt dat het hoger beroep gegrond is. De aangevallen uitspraak dient te worden vernietigd. Doende hetgeen de rechtbank zou behoren te doen, zal de Afdeling het beroep bij de rechtbank alsnog gegrond verklaren en de beslissing op bezwaar vernietigen wegens strijd met artikel 3:2 van de Algemene wet bestuursrecht.

2.4. Voor een proceskostenveroordeling bestaat aanleiding op na te melden wijze.

3. Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State

Recht doende in naam der Koningin:

I. verklaart het hoger beroep gegrond;

II. vernietigt de uitspraak van de rechtbank te Assen van 24 januari 2002, in zaaknr. 01/733 GEMWT;

III. verklaart het bij de rechtbank in die zaak ingestelde beroep gegrond;

IV. vernietigt het besluit van de burgemeester van Emmen van 23 juli 2001;

V. draagt de burgemeester van Emmen op binnen zes weken na de verzending van deze uitspraak met inachtneming daarvan een nieuw besluit te nemen;

VI. veroordeelt de burgemeester van Emmen in de door appellanten in verband met de behandeling van het beroep en het hoger beroep gemaakte proceskosten tot een bedrag van € 1288,00, welk bedrag geheel is toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand; het bedrag dient door de gemeente Emmen te worden betaald aan appellanten;

VII. gelast dat de gemeente Emmen aan appellanten het door hen voor de behandeling van het beroep en het hoger beroep betaalde griffierecht
(€ 267,10) vergoedt.

Aldus vastgesteld door mr. B.J. van Ettekoven, Lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. P.M.M. de Leeuw- van Zanten, ambtenaar van Staat.

w.g. Van Ettekoven w.g. De Leeuw- van Zanten
Lid van de enkelvoudige kamer ambtenaar van Staat

Uitgesproken in het openbaar op 20 november 2002

97-367.


  • Zoeken
  • Link kopiëren
  • Citeren
  • Opslaan als PDF-document

Raad van State

De Raad van State is onafhankelijk adviseur van regering en parlement over wetgeving en bestuur en hoogste algemene bestuursrechter van het land.

  • Meer over ons
  • Vacatures

Contact

De Raad van State bevindt zich in het centrum van Den Haag. Wilt u in contact komen met ons of wilt u ons bezoeken voor een zitting?

  • Telefoon
  • Locatie en route
  • Post en e-mail
  • Wet open overheid
  • Nieuwe zaak starten

Altijd op de hoogte

Ontvang ons nieuws via de abonnementenservice in uw mailbox. Op de hoogte gehouden worden over uitspraken die gedaan worden in bepaalde zaken? Meld u dan aan voor de e-mailservice. Of bekijk de voortgang van een bepaalde procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

  • Abonnementenservice
  • E-mailservice uitspraken
  • Voortgang procedure
  • Aanvragen oude uitspraken

Toegankelijkheid | Privacy | Cookiebeleid

Volg ons

  • Bluesky
  • LinkedIn
  • Instagram
  • Mastodon