Ga naar de inhoud
(naar homepage)
lees voor
Direct naar
  • en (Information in English)
  • de (Deutsche Informationen)
  • fr (Informations en français)
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
  • Actueel
    • Nieuws
    • Zittingsagenda
    • Persagenda
    • Evenementen
    • Piet Hein Donner Scriptieprijs
  • Adviezen
  • Uitspraken
  • Publicaties
    • Brochures
    • Studies en onderzoeken
    • Regelingen
    • Consultaties
    • Jaarverslagen
  • Over ons
    • Raad van State in het kort
    • Organisatie
    • Advisering
    • Bestuursrechtspraak
    • Begrotingstoezicht
    • Toetsing Klimaatwet
    • Geschiedenis
    • Raad van State in beeld
  • Zoeken
  • en
  • de
  • fr
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
Zoeken

  1. Home ›
  2. Uitspraken ›
  3. Uitspraak 200201907/1

Uitspraak 200201907/1

ECLI
ECLI:NL:RVS:2002:AF0253
Datum uitspraak
13 november 2002
Inhoudsindicatie
Bij besluit van 23 april 1999 heeft de Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (hierna: de Staatssecretaris) appellanten een tegemoetkoming op de voet van de Regeling tegemoetkoming schade bij extreem zware regenval (hierna: de WTS1-regeling) toegekend.
  • Hoger beroep
  • Overige uitspraken (tot 2004)

Toon inhoud

  • Volledige tekst
Volledige tekst

200201907/1
Datum uitspraak: 13 november 2002

AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak op het hoger beroep van:

[appellanten], beiden wonend te [woonplaats]

tegen de uitspraak van de rechtbank te Middelburg van 26 februari 2002 in het geding tussen:

appellanten

en

de Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties.

1. Procesverloop

Bij besluit van 23 april 1999 heeft de Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (hierna: de Staatssecretaris) appellanten een tegemoetkoming op de voet van de Regeling tegemoetkoming schade bij extreem zware regenval (hierna: de WTS1-regeling) toegekend.

Bij besluit van 31 juli 2001 heeft de Staatssecretaris het daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard. Dit besluit is aangehecht.

Bij uitspraak van 26 februari 2002, verzonden op dezelfde dag, heeft de rechtbank te Middelburg (hierna: de rechtbank) het daartegen ingestelde beroep ongegrond verklaard. Deze uitspraak is aangehecht.

Tegen deze uitspraak hebben appellanten bij brief van 3 april 2002, bij de Raad van State ingekomen op 5 april 2002, hoger beroep ingesteld. Deze brief is aangehecht.

Bij brief van 29 mei 2002 heeft de Staatssecretaris een memorie van antwoord ingediend.

De zaak is door een meervoudige kamer van de Afdeling verwezen naar een enkelvoudige.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 10 oktober 2002, waar appellanten, vertegenwoordigd door [appellant] in persoon, bijgestaan door mr. ir. J.L. Mieras, gemachtigde, en de Staatssecretaris, vertegenwoordigd door mr. ing. R.T.G. van der Veldt, werkzaam bij Laser, zijn verschenen. Tevens is gehoord [partij], werkzaam bij het Bureau Cöordinatie Expertise-bureaus (hierna: BCE).

2. Overwegingen

2.1. Ingevolge artikel 4, eerste lid, aanhef en onder e, van de Wet tegemoetkoming schade bij rampen en zware ongevallen (hierna: de Wet), voor zover hier van belang, heeft een gedupeerde recht op een tegemoetkoming in onder meer:

e. teeltplanschade, waaronder wordt verstaan het financieel verlies dat is geleden door een mindere opbrengst dan redelijkerwijs mocht worden verwacht.

2.2. In de Beleidsregels voor de toekenning van teeltplanschade op grond van de WTS1-regeling 1998 (Staatscourant 1998, nr. 208, blz. 9) (hierna: Beleidsregels) heeft de Staatssecretaris bekend gemaakt welke grondslagen worden gehanteerd voor de berekening van de voor vergoeding in aanmerking komende teeltplanschade. In de bijlage bij deze Beleidsregels is ter berekening van de voor een tegemoetkoming in aanmerking komende teeltplanschade, voor plantuien (eerstejaars) een normbedrag van € 5853,00/ƒ 12.900,00 per hectare opgenomen.

2.3. De kern van de aangevallen uitspraak is dat de rechtbank weliswaar erkent dat op basis van door appellanten verstrekte opbrengstgegevens over de jaren 1995, 1996 en 1997 geconcludeerd moet worden dat hun gemiddelde opbrengst afwijkt van de KWIN-norm, doch dat het een afwijking van slechts 4,8% betreft. Dit verschil kan niet zó significant worden genoemd, dat de Staatssecretaris niet in redelijkheid aan de KWIN-norm had kunnen vasthouden.

2.4. Niet in geschil is dat appellanten uitsluitend duurdere rassen eerstejaars plantuien telen.

Van deze duurdere rassen uitgaande, menen zij dat de Staatssecretaris ter bepaling van de hoogte van de tegemoetkoming niet van het normbedrag, gebaseerd op de Kwantitatieve informatie voor de land- en tuinbouw (hierna: KWIN) van € 5853,00/ƒ 12.900,00 per hectare had mogen uitgaan, maar een bedrag van € 8445,85/ƒ 18.612,20 per hectare had moeten hanteren.

2.5. Zoals de Afdeling herhaaldelijk heeft overwogen, onder meer in haar uitspraak van 18 september 2002, zaak nummer 200106074/1 (aangehecht), mag de Staatssecretaris in beginsel de KWIN-normbedragen in de bijlage bij de Beleidsregels, waarvan de juistheid als algemeen uitgangspunt ook door appellanten niet wordt betwist, toepassen. Toepassing van deze norm komt echter in strijd met artikel 4, eerste lid, aanhef en onder e, van de Wet, als appellanten aannemelijk kunnen maken dat hun productiemethode zodanig afwijkt van de productiemethode van die waarop de gegevens van de KWIN zijn gebaseerd, dat de norm niet aansluit op de redelijkerwijs te verwachten opbrengst van de geteelde plantuien.

Een zodanige situatie doet zich naar de mening van de Staatssecretaris eerst voor, wanneer sprake is van een significant verschil, waarbij de afwijking

– aanzienlijk – meer dient te bedragen dan 4,8%.

2.6. Ter zitting is onweersproken gebleken dat door de teelt van alleen de duurdere rassen het verschil tussen de door appellanten gerealiseerde gemiddelde opbrengst en de opbrengstgegevens, waarop de KWIN-norm is gebaseerd, ten minste 20% bedraagt.

Dit betekent dat de aangevallen uitspraak, waarin van een afwijking van slechts 4,8% is uitgegaan, berust op onjuiste gegevens en daarom moet worden vernietigd. Het hoger beroep is derhalve gegrond.

Nu in de beslissing op bezwaar in het geheel geen afwijking is aangenomen, steunt zij niet op een draagkrachtige motivering en moet zij op die grond worden vernietigd. De Staatssecretaris zal opnieuw op het bezwaarschrift moeten beslissen.

2.7. De Staatssecretaris dient op na te melden wijze in de in beroep en in hoger beroep gemaakte kosten te worden veroordeeld.

3. Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State

Recht doende in naam der Koningin:

I. verklaart het hoger beroep gegrond;

II. vernietigt de uitspraak van de rechtbank te Middelburg van

26 februari 2002, Awb 01/509;

III. verklaart het bij de rechtbank ingestelde beroep gegrond;

IV. vernietigt het besluit van de Staatssecretaris van Binnenlandse

Zaken en Koninkrijksrelaties van 31 juli 2001, 99.2.0780;

V. veroordeelt de Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en

Koninkrijksrelaties in de door appellanten in verband met de

behandeling van het beroep en het hoger beroep gemaakte

proceskosten tot een bedrag van € 1356,--/ƒ 2988,41, waarvan

een bedrag van € 1288,74/ƒ 2840,00 is toe te rekenen aan door

een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand; het bedrag dient

door de Staat der Nederlanden (het Ministerie van Binnenlandse

Zaken en Koninkrijksrelaties) te worden betaald aan appellanten;

VI. gelast dat de Staat der Nederlanden (het Ministerie van

Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties) aan appellanten het door

hen voor de behandeling van het beroep en het hoger beroep

betaalde griffierecht € 267,00/ƒ 588,61 vergoedt.

Aldus vastgesteld door mr. T.M.A. Claessens, Lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. M.E.E. Wolff, ambtenaar van Staat.

w.g. Claessens w.g. Wolff
Lid van de enkelvoudige kamer ambtenaar van Staat

Uitgesproken in het openbaar op 13 november 2002

238.


  • Zoeken
  • Link kopiëren
  • Citeren
  • Opslaan als PDF-document

Raad van State

De Raad van State is onafhankelijk adviseur van regering en parlement over wetgeving en bestuur en hoogste algemene bestuursrechter van het land.

  • Meer over ons
  • Vacatures

Contact

De Raad van State bevindt zich in het centrum van Den Haag. Wilt u in contact komen met ons of wilt u ons bezoeken voor een zitting?

  • Telefoon
  • Locatie en route
  • Post en e-mail
  • Wet open overheid
  • Nieuwe zaak starten

Altijd op de hoogte

Ontvang ons nieuws via de abonnementenservice in uw mailbox. Op de hoogte gehouden worden over uitspraken die gedaan worden in bepaalde zaken? Meld u dan aan voor de e-mailservice. Of bekijk de voortgang van een bepaalde procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

  • Abonnementenservice
  • E-mailservice uitspraken
  • Voortgang procedure
  • Aanvragen oude uitspraken

Toegankelijkheid | Privacy | Cookiebeleid

Volg ons

  • Bluesky
  • LinkedIn
  • Instagram
  • Mastodon