Ga naar de inhoud
(naar homepage)
lees voor
Direct naar
  • en (Information in English)
  • de (Deutsche Informationen)
  • fr (Informations en français)
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
  • Actueel
    • Nieuws
    • Zittingsagenda
    • Persagenda
    • Evenementen
    • Piet Hein Donner Scriptieprijs
  • Adviezen
  • Uitspraken
  • Publicaties
    • Brochures
    • Studies en onderzoeken
    • Regelingen
    • Consultaties
    • Jaarverslagen
    • Toespraken vice-president
  • Over ons
    • Raad van State in het kort
    • Organisatie
    • Advisering
    • Bestuursrechtspraak
    • Begrotingstoezicht
    • Toetsing Klimaatwet
    • Geschiedenis
    • Raad van State in beeld
  • Zoeken
  • en
  • de
  • fr
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
Zoeken

  1. Home ›
  2. Uitspraken ›
  3. Uitspraak 200106020/1

Uitspraak 200106020/1

ECLI
ECLI:NL:RVS:2002:AE5431
Datum uitspraak
17 juli 2002
Inhoudsindicatie
Bij besluit van 19 september 2000 heeft het dagelijks bestuur van de deelgemeente Hillegersberg-Schiebroek (hierna: het dagelijks bestuur) aan het bestuur van de Hockeyclub Rotterdam bouwvergunning verleend voor het oprichten van een clubaccomodatie en een tribune op het perceel, kadastraal bekend gemeente Schiebroek, sectie B, nr. 130, (voorlopig) plaatselijk bekend [locatie] te [plaats].
  • Hoger beroep
  • Bouwen

Toon inhoud

  • Volledige tekst
Volledige tekst

200106020/1.
Datum uitspraak: 17 juli 2002

AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak op het hoger beroep van:

[appellanten], wonend te [woonplaats],

tegen de uitspraak van de arrondissementsrechtbank te Rotterdam van 5 november 2001 in het geding tussen:

appellanten

en

het dagelijks bestuur van de deelgemeente Hillegersberg-Schiebroek (gemeente Rotterdam).

1. Procesverloop

Bij besluit van 19 september 2000 heeft het dagelijks bestuur van de deelgemeente Hillegersberg-Schiebroek (hierna: het dagelijks bestuur) aan het bestuur van de Hockeyclub Rotterdam bouwvergunning verleend voor het oprichten van een clubaccomodatie en een tribune op het perceel, kadastraal bekend gemeente Schiebroek, sectie B, nr. 130, (voorlopig) plaatselijk bekend [locatie] te [plaats].

Bij besluit van 11 december 2000 heeft het dagelijks bestuur het daartegen door appellanten gemaakte bezwaar ongegrond verklaard en ten behoeve van het bouwplan alsnog vrijstelling verleend op grond van artikel 2.5.14, eerste lid, onder m, van de Bouwverordening Rotterdam. Dit besluit en het preadvies van de commissie voor beroep- en bezwaarschriften van 14 november 2000, waarnaar in het besluit wordt verwezen, zijn aangehecht.

Bij uitspraak van 5 november 2001, verzonden op 5 november 2001, heeft de arrondissementsrechtbank te Rotterdam (hierna: de rechtbank) het daartegen ingestelde beroep ongegrond verklaard. Deze uitspraak is aangehecht.

Tegen deze uitspraak hebben appellanten bij brief van 4 december 2001, bij de Raad van State ingekomen op 6 december 2001, hoger beroep ingesteld. Deze brief is aangehecht.

Bij brief van 25 maart 2002 heeft het dagelijks bestuur een memorie van antwoord ingediend.

De zaak is door een meervoudige kamer van de Afdeling verwezen naar een enkelvoudige.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 25 juni 2002, waar appellanten in persoon, bijgestaan door mr. J. Vijlbrief-van der Schaft, advocaat te Rotterdam, en het dagelijks bestuur, vertegenwoordigd door mr. H. Barendrecht en drs. J.C. Hoefnagel, beiden ambtenaar van de gemeente, zijn verschenen.

2. Overwegingen

2.1. De bouwvergunning is verleend voor het oprichten van een clubgebouw in drie bouwlagen met een schuine kap en een tribune.

2.2. Ingevolge het vigerende Uitbreidingsplan in hoofdzaak “Verlengde Molenlaan-Provinciale weg 20” is de grond waarop het bouwplan is gesitueerd bestemd voor “recreatie”.

2.3. De Afdeling is van oordeel dat de rechtbank op goede gronden, onder verwijzing naar de toelichting op het Uitbreidingsplan Schiebroek-Noord en de uitspraak van de toenmalige Afdeling rechtspraak d.d. 19 februari 1985, heeft geoordeeld dat het in geding zijnde sportcomplex in overeenstemming is met de bestemming “recreatie”.

De Afdeling merkt hierbij op dat in het onderhavige geding, anders dan appellanten ter zitting hebben betoogd, niet de vraag beantwoord dient te worden of het sportcomplex een zogenaamde bijzondere voorziening is, maar of het bouwplan in overeenstemming is met de bestemming “recreatie”. Evenmin is de aanleg van kunstgrasvelden en de plaatsing van lichtmasten in deze procedure aan de orde.

2.4. Voorts is de Afdeling niet gebleken dat een van de overige weigeringsgronden van artikel 44 van de Woningwet aan vergunning–verlening in de weg stond. De Afdeling deelt het oordeel van de rechtbank dat het dagelijks bestuur in het onderhavige geval in redelijkheid vrijstelling ingevolge de gemeentelijke bouwverordening heeft kunnen verlenen voor het overschrijden van de achtergevelrooilijn. Ook in hetgeen appellanten met betrekking tot de welstand hebben aangevoerd, ziet de Afdeling geen grond voor het oordeel dat de rechtbank tot een onjuiste conclusie is gekomen. Met de rechtbank is de Afdeling daarnaast van oordeel dat het dagelijks bestuur in dit geval de parkeernormen in de bouwverordening mocht hanteren die gelden voor sportvelden en clubaccomodaties alsmede dat het dagelijks bestuur voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat aan de van toepassing zijnde parkeernormen zal worden voldaan.

2.5. Het betoog van appellanten dat het dagelijks bestuur de aanvraag om bouwvergunning ingevolge artikel 52 van de Woningwet had moeten aanhouden, faalt eveneens. De rechtbank heeft terecht overwogen dat niet is gebleken dat in het onderhavige geval permanente voorzieningen zijn aangebracht ten behoeve van de gelijktijdige aanwezigheid van meer dan 6000 toeschouwers. Appellanten hebben hun standpunt dat met het bouwplan wordt beoogd een bezoekersaantal van 7500 personen te realiseren, niet aannemelijk gemaakt. De enkele verwijzing naar publicaties in de media, waarin een vergelijking wordt gemaakt met het Wagnerstadion te Amstelveen, is hiertoe onvoldoende.

2.6. Het hoger beroep is ongegrond. De aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd.

2.7. Voor een proceskostenveroordeling is geen aanleiding.

3. Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State

Recht doende in naam der Koningin:

bevestigt de aangevallen uitspraak.

Aldus vastgesteld door mr. H. Troostwijk, Lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. R.A. de Wit, ambtenaar van Staat.

w.g. Troostwijk w.g. De Wit
Lid van de enkelvoudige kamer ambtenaar van Staat

Uitgesproken in het openbaar op 17 juli 2002

141.


  • Zoeken
  • Link kopiëren
  • Citeren
  • Opslaan als PDF-document

Raad van State

De Raad van State is onafhankelijk adviseur van regering en parlement over wetgeving en bestuur en hoogste algemene bestuursrechter van het land.

  • Meer over ons
  • Vacatures

Contact

De Raad van State bevindt zich in het centrum van Den Haag. Wilt u in contact komen met ons of wilt u ons bezoeken voor een zitting?

  • Telefoon
  • Locatie en route
  • Post en e-mail
  • Wet open overheid
  • Nieuwe zaak starten

Altijd op de hoogte

Ontvang ons nieuws via de abonnementenservice in uw mailbox. Op de hoogte gehouden worden over uitspraken die gedaan worden in bepaalde zaken? Meld u dan aan voor de e-mailservice. Of bekijk de voortgang van een bepaalde procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

  • Abonnementenservice
  • E-mailservice uitspraken
  • Voortgang procedure
  • Aanvragen oude uitspraken

Toegankelijkheid | Privacy | Cookiebeleid

Volg ons

  • Bluesky
  • LinkedIn
  • Instagram
  • Mastodon