Ga naar de inhoud
(naar homepage)
lees voor
Direct naar
  • en (Information in English)
  • de (Deutsche Informationen)
  • fr (Informations en français)
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
  • Actueel
    • Nieuws
    • Zittingsagenda
    • Persagenda
    • Evenementen
    • Piet Hein Donner Scriptieprijs
  • Adviezen
  • Uitspraken
  • Publicaties
    • Brochures
    • Studies en onderzoeken
    • Regelingen
    • Consultaties
    • Jaarverslagen
    • Toespraken vice-president
  • Over ons
    • Raad van State in het kort
    • Organisatie
    • Advisering
    • Bestuursrechtspraak
    • Begrotingstoezicht
    • Toetsing Klimaatwet
    • Geschiedenis
    • Raad van State in beeld
  • Zoeken
  • en
  • de
  • fr
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
Zoeken

  1. Home ›
  2. Uitspraken

Uitspraken

De Afdeling bestuursrechtspraak toetst of de overheid het recht goed heeft toegepast bij het nemen van een besluit. In dit onderdeel vindt u alle uitspraken die de Raad van State op zijn website publiceert. Meer informatie over de taak van de Afdeling bestuursrechtspraak vindt u in de rubriek Bestuursrechtspraak.


aantal resultaten: 122.734
aantal resultaten per pagina

Toon overzicht van de actuele uitspraken:

  • Hoofdzaken
  • Voorlopige voorzieningen
  • Interessant voor de media

202206796/1/R3

Bij besluit van 11 oktober 2022 heeft de raad van de gemeente Hellendoorn het bestemmingsplan "[locatie 1] te Nijverdal" gewijzigd vastgesteld. Aan de [locatie 1] in Nijverdal bevindt zich op de begane grond een commerciële ruimte met daarboven één appartement. [partij] wil op dit perceel, op de begane grond een commerciële ruimte, en daarboven zeven appartementen realiseren. Deze ontwikkeling is in strijd met het bestemmingsplan "Nijverdal Centrum", omdat ter plaatse maximaal het bestaande aantal woningen is toegestaan en mag worden gebouwd. Om de voorgenomen ontwikkeling mogelijk te maken, heeft de raad het bestemmingsplan "[locatie 1] te Nijverdal" gewijzigd vastgesteld. [appellant] is eigenaar en bewoner van het appartement aan de [locatie 2] te Nijverdal, dat op de bovenste verdieping van het gebouw naast het beoogde appartementengebouw ligt. Hij is het niet eens met het plan, voor zover dit de bouw van een muur op een afstand van 30 cm van de zijgevel van zijn appartement mogelijk maakt. Hij vreest voor een aantasting van zijn woon- en leefklimaat.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:2235
Datum uitspraak
29 mei 2024
  • Tussenuitspraak/bestuurlijke lus
  • RO - Overijssel
  • uitspraakin de zaak202206796/1/R3

202207210/1/R1

Bij besluit van 26 oktober 2022 heeft de raad van de gemeente Hilversum het "Chw-bestemmingsplan 1221" vastgesteld. Het bestemmingsplan is opgesteld op basis van de mogelijkheden die de Chw biedt en is een zogenoemd bestemmingsplan met verbrede reikwijdte. Het plangebied is aangemerkt als innovatief experiment en als ontwikkelingsgebied. Het plangebied ligt in het oosten van Hilversum en wordt globaal begrensd door de Huygensstraat/Hoge Larenseweg, de Jan van der Heydenstraat en de spoorlijn Amsterdam - Amersfoort. Het plangebied is volgens de raad toe aan een kwaliteitsimpuls. De wijk moet veiliger, gezonder, duurzamer en leefbaarder worden. Om dit te bewerkstelligen, wil de raad de wijk tot 2040 op een geleidelijke en organische wijze transformeren tot een gemengd woongebied. Het bestemmingsplan richt zich op het behoud van de bestaande functies en bebouwing en maakt daarnaast vernieuwing mogelijk. Daarbij wordt onderscheid gemaakt tussen consolidatiegebieden, moderniseringsgebieden en ontwikkellocaties. De consolidatiegebieden binnen het plangebied zijn gebieden waar consolidatie van de bestaande situatie het uitgangspunt is.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:2232
Datum uitspraak
29 mei 2024
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • RO - Noord-Holland
  • uitspraakin de zaak202207210/1/R1

202207211/1/R1

Bij besluit van 30 augustus 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders van Hilversum ten behoeve van het Chw-bestemmingsplan 1221 hogere waarden als bedoeld in artikel 110a van de Wet geluidhinder vastgesteld. Bij besluit van 26 oktober 2022 heeft de raad van de gemeente Hilversum het bestemmingsplan vastgesteld. Het bestemmingsplan is opgesteld op basis van de mogelijkheden die de Crisis- en herstelwet biedt en is een zogenoemd bestemmingsplan met verbrede reikwijdte. Het plangebied is aangemerkt als innovatief experiment en als ontwikkelingsgebied. Het ligt in het oosten van Hilversum en wordt globaal begrensd door de Huygensstraat/Hoge Larenseweg, de Jan van der Heydenstraat en de spoorlijn Amsterdam - Amersfoort. Op 7 ontwikkellocaties, met een totaaloppervlak van ongeveer 47.000 m², worden nieuwe woningen gerealiseerd. Om de bouw van de woningen mogelijk te maken is noodzakelijk dat hogere waarden voor de geluidsbelasting ten gevolge van het wegverkeer en spoorverkeer worden vastgesteld. Bij het besluit hogere waarden heeft het college dat gedaan. Het college heeft hogere waarden vastgesteld van ten hoogste 68 dB.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:2159
Datum uitspraak
29 mei 2024
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • RO - Geluid
  • RO - Noord-Holland
  • uitspraakin de zaak202207211/1/R1

202301433/1/A2

Bij besluit van 14 oktober 2019 heeft het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam aan [appellant] een boete van € 20.500,- opgelegd wegens het zonder vergunning onttrekken van de woning aan de [locatie] in Amsterdam aan de woningvoorraad. [appellant] is sinds 1 februari 2019 eigenaar van de woning aan de [locatie]. De woning heeft drie kamers en een oppervlak van 97 m2. Naar aanleiding van een ‘melding woonfraude’ dat de woning aan toeristen zou worden verhuurd, hebben toezichthouders op 26 juli 2019 de woning bezocht. Uit het van dit bezoek opgemaakte rapport van bevindingen blijkt dat de toezichthouders daar hebben gesproken met twee toeristen, een man en een vrouw, uit de Verenigde Staten. De vrouw heeft verklaard dat zij de woning samen met haar man en haar drie volwassen kinderen heeft geboekt voor de periode 22 juli 2019 tot en met 27 juli 2019 via de website homeexchange.com. Deze website faciliteert woningruil. Verder heeft de vrouw verklaard dat zij voor het gebruik van de woning niet hebben betaald. Uit het rapport blijkt verder dat er op het adres niemand staat ingeschreven in de Basisregistratie Personen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:2242
Datum uitspraak
29 mei 2024
  • Hoger beroep
  • Boete
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202301433/1/A2

202301489/1/R1

Bij besluit van 7 december 2020 heeft het college van dijkgraaf en heemraden van het Waterschap Vallei en Veluwe de legger "VEWA-COVO deel 1" vastgesteld. Daarin is ASR voor 50% aangewezen als onderhoudsplichtige voor het buitengewoon onderhoud van een duiker. ASR heeft het perceel, kadastraal bekend als gemeente Heerde, sectie M, perceelnummer 1243, in eigendom. [appellant] is erfpachter van dat perceel. Het perceel wordt door hem gebruikt als agrarische grond. Langs het perceel ligt een watergang. Deze bevindt zich op het perceel van het waterschap dat grenst aan het perceel van ASR. In de watergang op het perceel van het waterschap ligt een dam met duiker, die het perceel van ASR en het daarnaast gelegen perceel ontsluit. Het college heeft in het kader van het rijksprogramma "Ruimte voor de Rivier" met het oog op hoogwaterbescherming de watergang verbreed. Om te zorgen dat het perceel van ASR en het daarnaast gelegen perceel ontsloten blijven, heeft het college de voormalige dam verbreed en de voormalige duiker vervangen door een grotere nieuwe duiker met kenmerk KDU-75342.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:2236
Datum uitspraak
29 mei 2024
  • Hoger beroep
  • Waterschapszaken
  • uitspraakin de zaak202301489/1/R1

202303190/1/V6

Bij brieven van 9 december 2021 heeft de minister van Buitenlandse Zaken aanvragen van [appellant A] en [appellant B] voor een verklaring omtrent het bezit van het Nederlanderschap, afgewezen. [appellant A] en [appellant B] zijn broers en wonen beiden in het Verenigd Koninkrijk sinds hun geboorte op onderscheidenlijk [geboortedatum] 1970 en [geboortedatum] 1972. Omdat hun vader sinds 1966 door naturalisatie de Nederlandse nationaliteit bezat, hebben zij bij hun geboorte van rechtswege de Nederlandse nationaliteit verkregen. Ook zijn zij vanaf hun geboorte Brits staatsburger. [appellant A] en [appellant B] hebben ieder afzonderlijk in augustus 2021 een aanvraag ingediend voor de afgifte van een verklaring omtrent het bezit van het Nederlanderschap. De minister heeft in brieven van 9 december 2021 aangegeven dat hij de verklaring niet kan afgeven, omdat [appellant A] en [appellant B] beiden het Nederlanderschap van rechtswege hebben verloren ingevolge artikel 15, aanhef en onder c, van de Rijkswet op het Nederlanderschap, zoals die bepaling luidde tussen 1 januari 1985 en 1 april 2003 (hierna: artikel 15, aanhef en onder c, van de RWN (oud)).

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:2214
Datum uitspraak
29 mei 2024
  • Hoger beroep
  • Nederlanderschap
  • uitspraakin de zaak202303190/1/V6

202304896/1/A2

Bij beslissing van 16 februari 2023 heeft de examencommissie van het Instituut voor Bewegingsstudies van de Hogeschool Utrecht, namens het instellingsbestuur, aan [appellante] een bindend negatief studieadvies gegeven voor de bacheloropleiding Fysiotherapie. Bij beslissing van 13 juni 2023 heeft het college van beroep voor de examens van de Hogeschool Utrecht het daartegen door [appellante] ingestelde administratief beroep ongegrond verklaard. [appellante] is op 1 februari 2021 gestart met de deeltijd bacheloropleiding Fysiotherapie aan de Hogeschool Utrecht. Op 16 februari 2023 heeft zij een BNSA gekregen, omdat zij niet heeft voldaan aan de studievoortgangsnorm van vijftig nieuwe studiepunten. [appellante] heeft vijf nieuwe studiepunten behaald en daarnaast een vrijstelling ontvangen voor dertig studiepunten. Aan de beslissing van 13 juni 2023 heeft het college ten grondslag gelegd dat [appellante] vijf nieuwe studiepunten van het propedeutische jaar heeft behaald, terwijl de studievoortgangsnorm vijftig studiepunten bedraagt.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:2176
Datum uitspraak
29 mei 2024
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Studentenzaken
  • uitspraakin de zaak202304896/1/A2

202305841/1/A2

Bij besluit van 29 juli 2022 heeft de Commissie Schadefonds Geweldsmisdrijven een verzoek van [appellant] om herziening van een besluit van 3 december 2021 afgewezen. Deze zaak gaat over de vraag of de CSG het verzoek om herziening terecht heeft afgewezen en zich terecht op het standpunt heeft gesteld dat er geen nieuw gebleken feiten of veranderde omstandigheden zijn. De CSG heeft de aanvraag van 16 maart 2021 bij besluit van 23 september 2021 afgewezen, omdat [appellant] niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij het slachtoffer is van een opzettelijk gepleegd geweldsmisdrijf, als bedoeld in artikel 3 van de Wet schadefonds geweldsmisdrijven. De CSG heeft het door [appellant] daartegen gemaakte bezwaar bij besluit van 3 december 2021 ongegrond verklaard. De CSG heeft in haar besluiten meerdere processen-verbaal van de politie over het gestelde geweldsmisdrijf betrokken. [appellant] heeft geen rechtsmiddelen aangewend tegen het besluit van 3 december 2021.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:2233
Datum uitspraak
29 mei 2024
  • Hoger beroep
  • Schadevergoeding
  • uitspraakin de zaak202305841/1/A2

202306657/1/A2

Bij besluit van 18 februari 2020 heeft het college van gedeputeerde staten van Gelderland aan [appellant sub 2] een tegemoetkoming in planschade van € 9.500,00 toegekend. [appellant sub 2] is sinds 16 januari 2001 eigenaar van de woning met bijbehorend kantoorpand op de percelen aan de [locatie] te Angerlo. Op 12 maart 2019 heeft hij het college verzocht om een tegemoetkoming in de planschade die hij in de vorm van waardevermindering van de onroerende zaak heeft geleden als gevolg van de inwerkingtreding van het provinciale inpassingsplan Windplan Bijvanck. Het inpassingsplan is de planologische grondslag voor het realiseren van een windpark van vier windturbines met een maximale tiphoogte van 185 m op een kortste afstand van 610 m in het ten zuiden en oosten van de onroerende zaak gelegen plangebied. Pure Energie heeft met de provincie Gelderland een overeenkomst als bedoeld in artikel 6.4a van de Wet ruimtelijke ordening gesloten, waarbij zij zich heeft verbonden om eventuele door het college toe te kennen tegemoetkomingen in planschade als gevolg van de inwerkingtreding van het inpassingsplan voor haar rekening te nemen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:2228
Datum uitspraak
29 mei 2024
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • Schadevergoeding
  • uitspraakin de zaak202306657/1/A2

202306808/1/A2

Bij besluit van 18 augustus 2021 heeft de Commissie Schadefonds Geweldsmisdrijven een aanvraag van [appellante] om een uitkering uit het schadefonds geweldsmisdrijven afgewezen.[appellante] heeft op 21 april 2021 een uitkering uit het fonds aangevraagd vanwege seksueel misbruik en mishandeling door haar broer tussen 1978 en 1992. Aan de afwijzing van de aanvraag heeft de CSG ten grondslag gelegd dat [appellante] geen aangifte heeft gedaan en ook geen andere objectieve aanwijzingen voor een geweldsmisdrijf heeft gegeven. De informatie van de huisarts en de sociaalpedagogisch hulpverlener zijn volgens de CSG geen objectieve aanwijzingen. Bij besluit van 23 december 2021 heeft de CSG de afwijzing gehandhaafd en zich op het standpunt gesteld dat ook het intakebericht van de psychologen van [appellante] geen objectieve informatie bevat over het geweldsmisdrijf.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:2234
Datum uitspraak
29 mei 2024
  • Hoger beroep
  • Schadevergoeding
  • uitspraakin de zaak202306808/1/A2

202306851/1/A2

Bij brief van 20 oktober 2023 heeft [appellant] bij de Afdeling Bestuursrechtspraak een verzoek ingediend om de examencommissie van de Graduate School of Humanities van de Faculteit der Geesteswetenschappen te veroordelen tot vergoeding van schade die hij stelt te hebben geleden door een onrechtmatige beslissing van 24 mei 2022. [appellant] is in het studiejaar 2021-2022 gestart met de masteropleiding Philosophy aan de Universiteit van Amsterdam. In het eerste semester heeft hij de vakken History and Philosophy of the Humanities, Ethics and Politics of Surveillance and Privacy, Ontology: Historical Perspectives, Colloquium Philosophy, Theories of Justice en Threats to Autonomy: Manipulation, Nudging and Coercion afgerond. [appellant] heeft aan zijn verzoek om schadevergoeding ten grondslag gelegd dat hij door de onrechtmatige beslissing van 24 mei 2022 ten onrechte tot 1 november 2022 was uitgesloten van het afleggen van tentamens en het volgen van onderwijs. Niettemin heeft hij collegegeld betaald over de periode van 24 mei 2022 tot en met 31 augustus 2022. Daarnaast heeft hij een jaar studievertraging opgelopen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:2222
Datum uitspraak
29 mei 2024
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Schadevergoeding
  • Studentenzaken
  • uitspraakin de zaak202306851/1/A2

202306948/2/R3

[appellant] heeft hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank van 28 september 2023 in zaak nr. 22/3635. Het college van burgemeester en wethouders van Goeree-Overflakkee heeft een gedingstuk overgelegd en met verwijzing naar artikel 8:29 van de Awb medegedeeld dat uitsluitend de Afdeling kennis zal mogen nemen van dit stuk.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:2184
Datum uitspraak
29 mei 2024
  • Geheimhoudingsbeslissing
  • Openbaarheid
  • uitspraakin de zaak202306948/2/R3

202307035/1/A2

Bij beslissing van 24 januari 2023 heeft een examinator van de bacheloropleiding Fysiotherapie van de Hogeschool Utrecht aan het door [appellante] afgelegde toetsonderdeel ‘Pitch’ van de cursus ‘Beweegzorg in de Wijk’ een onvoldoende toegekend. Bij beslissing van 7 maart 2023 heeft de examencommissie het verzoek van [appellante] om de toets opnieuw te laten beoordelen door een onafhankelijke examinator niet-ontvankelijk verklaard. [appellante] is op 1 februari 2021 gestart met de deeltijd bacheloropleiding Fysiotherapie aan de Hogeschool Utrecht. Onderdeel van de propedeuse is de cursus ‘Beweegzorg in de Wijk’. Deze cursus bestaat uit een kennistoets, een verslag en een pitch die ieder afzonderlijk worden beoordeeld. [appellante] heeft de kennistoets en het verslag met voldoende resultaat afgelegd, maar de herkansing op 24 januari 2023 van haar pitch is door de examinator beoordeeld met een 5. Op 21 februari 2023 heeft [appellante] de examencommissie verzocht om haar pitch opnieuw te beoordelen omdat omstandigheden voorafgaand en tijdens de pitch een negatief effect hebben gehad op haar beoordeling. De examencommissie heeft dit verzoek niet-ontvankelijk verklaard.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:2175
Datum uitspraak
29 mei 2024
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Studentenzaken
  • uitspraakin de zaak202307035/1/A2

202307043/1/A2

Bij beslissing van 28 november 2022 heeft de examencommissie het verzoek van [appellante] voor een extra toetskans voor drie verschillende toetsen afgewezen. Het verzoek van [appellante] zag op de kennistoets EZ Musculoskeletale problematiek, de kennistoets Extramuraal CNA/RCA/ONCO en de kennistoets IZ Zorginstellingen. [appellante] heeft op 14 november 2022 de examencommissie verzocht om een extra toetskans voor de kennistoetsen EZ Musculoskeletale problematiek, Extramuraal CNA/RCA/ONCO en IZ Zorginstellingen uit het tweede studiejaar. Door privéomstandigheden en technische problemen heeft zij de toetsen niet optimaal kunnen maken. Vanwege een aandoening aan haar oog maakt [appellante] gebruik van de software Claroread. Voor een van de toetsen beschikte [appellante] niet over haar eigen computer. Voor de andere twee toetsen ondervond zij problemen met het gebruik van Claroread. Zij heeft daarom gebruik moeten maken van de aanwezige computer van de instelling in het calamiteitenlokaal. Claroread werkte volgens [appellante] niet goed op die computer. De examencommissie heeft het verzoek afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:2177
Datum uitspraak
29 mei 2024
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Studentenzaken
  • uitspraakin de zaak202307043/1/A2

202307163/1/V6

Bij besluit van 1 maart 2023 (hierna: het besluit) heeft de minister van Buitenlandse Zaken de aanvraag van [appellant] om op enige wijze zijn overkomst naar Nederland te faciliteren, afgewezen. [appellant] heeft de Afghaanse nationaliteit en verblijft in Afghanistan. Op 19 september 2021 heeft hij de minister gevraagd om hem en zijn gezin vanuit Afghanistan naar Nederland over te brengen. [appellant] stelt dat hij van 2008 tot 2010 heeft gewerkt als bewaker van Afghan Security Guard voor de Nederlandse krijgsmacht in Uruzgan, Afghanistan. De minister heeft de aanvraag afgewezen, omdat [appellant] niet valt onder de bij de brief van 11 oktober 2021 getroffen speciale voorziening (Kamerstukken II 2021/22, 27 925, nr. 860). Volgens de minister valt [appellant] namelijk niet onder de groep medewerkers en hun kerngezinsleden van een ten laste van de begroting van de minister van Buitenlandse Zaken of de begroting van de minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking gefinancierd project op het gebied van sociale vooruitgang, vrede en veiligheid of duurzame ontwikkeling.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:2243
Datum uitspraak
29 mei 2024
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Overige
  • uitspraakin de zaak202307163/1/V6

202307165/1/V6

Bij besluit van 1 maart 2023 heeft de minister minister van Buitenlandse Zaken de aanvraag van [appellant] om op enige wijze zijn overkomst naar Nederland te faciliteren, afgewezen. [appellant] heeft de Afghaanse nationaliteit en verblijft in Afghanistan. Op 24 januari 2023 heeft hij de minister gevraagd om hem en zijn gezin vanuit Afghanistan naar Nederland over te brengen. [appellant] stelt dat hij van 2006 tot en met 2010 heeft gewerkt als bewaker van Afghan Security Guard voor de Nederlandse krijgsmacht in Uruzgan, Afghanistan. De minister heeft de aanvraag afgewezen, omdat [appellant] niet valt onder de bij de brief van 11 oktober 2021 getroffen speciale voorziening (Kamerstukken II 2021/22, 27 925, nr. 860). De minister heeft hiervoor als reden gegeven dat [appellant] niet voorkomt in de database van het ministerie van Defensie met meldingen van Nederlandse veteranen en hulpverzoeken die uiterlijk 11 oktober 2021 zijn gedaan. De minister heeft niet beoordeeld of [appellant] daadwerkelijk als bewaker van ASG heeft gewerkt voor de Nederlandse krijgsmacht.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:2160
Datum uitspraak
29 mei 2024
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Overige
  • uitspraakin de zaak202307165/1/V6

202307166/1/V6

Bij besluit van 1 maart 2023 (hierna: het besluit) heeft de minister van Buitenlandse Zaken de aanvraag van [appellant] om op enige wijze zijn overkomst naar Nederland te faciliteren, afgewezen. [appellant] heeft de Afghaanse nationaliteit en verblijft in Afghanistan. Op 5 januari 2022 heeft hij de minister van Buitenlandse Zaken gevraagd om hem en zijn gezin vanuit Afghanistan naar Nederland over te brengen. [appellant] stelt dat hij van 15 oktober 2006 tot en met 31 december 2010 heeft gewerkt als bewaker van Afghan Security Guard voor de Nederlandse krijgsmacht in Uruzgan, Afghanistan. De minister heeft de aanvraag afgewezen, omdat [appellant] niet valt onder de bij de brief van 11 oktober 2021 getroffen speciale voorziening (Kamerstukken II 2021/22, 27 925, nr. 860; hierna: de Kamerbrief). De minister heeft hiervoor als reden gegeven dat [appellant] niet voorkomt in de database van het ministerie van Defensie met meldingen van Nederlandse veteranen en hulpverzoeken die uiterlijk 11 oktober 2021 zijn gedaan. De minister heeft niet beoordeeld of [appellant] daadwerkelijk als bewaker van ASG heeft gewerkt voor de Nederlandse krijgsmacht.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:2226
Datum uitspraak
29 mei 2024
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Overige
  • uitspraakin de zaak202307166/1/V6

202401169/1/A3

Bij besluit van 30 juli 2020 heeft de Autoriteit aan [appellante] een boete van € 6.000 opgelegd wegens overtreding van Verordening 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van Richtlijn 95/46/EG (de AVG). [appellante] is een recruitmentbedrijf. Zij verwerkt persoonsgegevens van personen die zich via haar website hebben ingeschreven, onder meer om die personen via e-mail te kunnen benaderen met relevante vacatures. De Autoriteit heeft in november 2018 en maart 2019 klachten van drie personen ontvangen dat [appellante] niet tijdig reageerde op hun verzoeken om verwijdering van hun persoonsgegevens. De Autoriteit heeft naar aanleiding van deze klachten een onderzoek ingesteld. In het onderzoeksrapport van 3 december 2019 heeft de Autoriteit geconcludeerd dat [appellante] in strijd met de AVG heeft gehandeld. De Autoriteit heeft aan [appellante] een boete van € 6.000 opgelegd wegens overtreding artikel 17, eerste lid, in samenhang gelezen met artikel 12, derde lid, van de AVG.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:2221
Datum uitspraak
29 mei 2024
  • Hoger beroep
  • Boete
  • Persoonsgegevens
  • uitspraakin de zaak202401169/1/A3

202402929/1/A2

Het beroep richt zich tegen het besluit van het college van burgemeester en wethouder van Den Haag van 8 mei 2024, waarbij [appellante] uit het Nederlandse kiezersregister voor de verkiezing van de leden van het Europees Parlement is geschrapt, omdat zij ook in België als kiezer is geregistreerd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:2256
Datum uitspraak
29 mei 2024
  • Mondelinge uitspraak
  • Kieswet
  • uitspraakin de zaak202402929/1/A2

202403155/1/A2

Het beroep richt zich tegen het besluit van het college van van burgemeester en wethouders van Den Haag, verweerder 17 mei 2024, waarbij [appellant] uit het Nederlandse kiezersregister voor de verkiezing van de leden van het Europees Parlement is geschrapt, omdat hij ook in Spanje als kiezer is geregistreerd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:2257
Datum uitspraak
29 mei 2024
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • Mondelinge uitspraak
  • Kieswet
  • uitspraakin de zaak202403155/1/A2

202306661/1/V3

Bij besluit van 5 oktober 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de vreemdeling in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:2181
Datum uitspraak
28 mei 2024
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaak202306661/1/V3

202401776/2/V2

Bij besluit van 10 september 2019 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdelingen om hun een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen. Bij besluit van 25 juni 2021, aangevuld op 16 oktober 2023, heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid het daartegen door de vreemdelingen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:2193
Datum uitspraak
28 mei 2024
  • Voorlopige voorziening
  • Regulier
  • uitspraakin de zaak202401776/2/V2

202402584/1/V2 en 202402584/2/V2

Bij besluit van 30 mei 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen en geweigerd haar krachtens artikel 64 van de Vw 2000 ambtshalve uitstel van vertrek te verlenen. Bij uitspraak van 28 maart 2024 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep ongegrond verklaard.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:2199
Datum uitspraak
28 mei 2024
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202402584/1/V2 en 202402584/2/V2

202307949/2/R1

Bij besluit van 8 november 2023 heeft de raad van de gemeente Amstelveen het bestemmingsplan "Alsemlaan-Jasmijnlaan 2023" vastgesteld. Het bestemmingsplan maakt het mogelijk om op de locatie Alsemlaan-Jasmijnlaan 113 zorgwoningen met parkeergarage, respijtzorgvoorziening en een collectieve ruimte met omliggend openbaar gebied te realiseren. De zorgwoningen worden verdeeld over 2 gebouwen. Onder deze 2 gebouwen wordt een verdiepte parkeerkelder gerealiseerd met 88 parkeerplaatsen. Het plangebied ligt in de woonwijk Westwijk Zuidoost in Amstelveen. Het betreft een perceel, doorsneden door een fietspad, dat in eigendom is van de gemeente Amstelveen. [verzoeker] en anderen wonen aan de Jasmijnlaan, Tamarindelaan en Marjoleinlaan, in directe nabijheid van het plangebied. Zij zijn het niet eens met de bouwplannen op het perceel. [verzoeker] en anderen hebben de voorzieningenrechter verzocht de bestreden besluiten te schorsen totdat de Afdeling in de hoofdzaak uitspraak heeft gedaan. Zij willen hiermee voorkomen dat door de uitvoering van de besluiten onomkeerbare situaties ontstaan.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:2179
Datum uitspraak
27 mei 2024
  • Voorlopige voorziening
  • RO - Noord-Holland
  • uitspraakin de zaak202307949/2/R1

202400108/1/V3

Bij besluit van 13 oktober 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:2167
Datum uitspraak
27 mei 2024
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202400108/1/V3

202401297/2/R3

Bij besluit van 14 december 2023 heeft de raad van de gemeente Den Haag het bestemmingsplan "Anna van Hannoverstraat 4" vastgesteld. Het plan voorziet in herontwikkeling van het perceel Anna van Hannoverstraat 4. Op dit perceel staat een pand waar voorheen het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid gevestigd was. Er worden maximaal 1.200 woningen mogelijk gemaakt, variërend van 40 m2 tot 160 m2 bruto vloeroppervlak. Daarnaast worden diverse andere functies mogelijk gemaakt, zoals detailhandel, horeca en maatschappelijke voorzieningen. Stichting het Cuypersgenootschap en Erfgoedvereniging Bond Heemschut maken zich met name zorgen dat het door Hertzberger ontworpen bestaande pand aan de Anna van Hannoverstraat 4 binnen afzienbare termijn wordt gesloopt. Stichting Wijkberaad maakt zich met name zorgen over de effecten van het plan op het voorzieningenniveau in de wijk Bezuidenhout. Daarom hebben zij beroep ingesteld tegen de vaststelling van het plan en gevraagd de voorlopige voorziening te treffen dat het bestemmingsplan wordt geschorst totdat de Afdeling uitspraak heeft gedaan in de bodemzaak.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:2180
Datum uitspraak
27 mei 2024
  • Voorlopige voorziening
  • RO - Zuid-Holland
  • uitspraakin de zaak202401297/2/R3

202402475/1/V3

Bij besluit van 24 maart 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de vreemdeling in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:2182
Datum uitspraak
27 mei 2024
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaak202402475/1/V3

202402502/2/V2

Bij besluit van 8 juli 2021 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om afgifte van een document als bedoeld in artikel 9, eerste lid, van de Vw 2000, waaruit rechtmatig verblijf als gemeenschapsonderdaan blijkt, afgewezen. Bij besluit van 2 juni 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid het daartegen door de vreemdeling gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:2183
Datum uitspraak
27 mei 2024
  • Voorlopige voorziening
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202402502/2/V2

202402522/2/V3

Bij besluit van 18 januari 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:2185
Datum uitspraak
27 mei 2024
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202402522/2/V3

202402565/1/V3

Bij besluit van 27 maart 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de vreemdeling in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:2186
Datum uitspraak
27 mei 2024
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaak202402565/1/V3

202402586/1/V3

Bij besluit van 3 april 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de vreemdeling in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:2187
Datum uitspraak
27 mei 2024
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaak202402586/1/V3

202402733/1/V3

Bij besluit van 2 april 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de vreemdeling in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:2188
Datum uitspraak
27 mei 2024
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaak202402733/1/V3

202307999/1/R3

Bij besluit van 7 juni 2018 heeft het college het verzoek van [appellant] om handhavend op te treden tegen scootmobielbergingen op het Willem Dreespark in Den Haag afgewezen. Bij besluit van 18 december 2018 heeft het college het door [appellant] daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard. Bij uitspraak van 7 augustus 2020 heeft de rechtbank Den Haag het door [appellant] daartegen ingestelde beroep gegrond verklaard. De rechtbank heeft het besluit van 18 december 2018 vernietigd, voor zover dat ziet op de handhaving ten aanzien van twee scootmobielbergingen waarvan de omgevingsvergunning is ingetrokken en het college opgedragen een nieuwe beslissing op bezwaar te nemen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:2213
Datum uitspraak
27 mei 2024
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Mondelinge uitspraak
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202307999/1/R3

202401612/3/A2

Stichting ISA heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de minister voor Primair en Voortgezet Onderwijs van 5 maart 2024 en de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen. Op 29 mei 2024 vindt de mondelinge behandeling van het verzoek om een voorlopige voorziening plaats. De minister heeft een aantal gedingstukken overgelegd en met verwijzing naar artikel 8:29 van de Awb medegedeeld dat uitsluitend de voorzieningenrechter van de Afdeling kennis zal mogen nemen van deze stukken.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:2246
Datum uitspraak
27 mei 2024
  • Geheimhoudingsbeslissing
  • Openbaarheid
  • uitspraakin de zaak202401612/3/A2

202300316/1/V3

Bij besluit van 28 november 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:2162
Datum uitspraak
24 mei 2024
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202300316/1/V3

202300442/1/V3

Bij besluit van 28 november 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:2163
Datum uitspraak
24 mei 2024
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202300442/1/V3

202302361/1/V1

De vreemdelingen hebben beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op aanvragen om hun een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:2164
Datum uitspraak
24 mei 2024
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202302361/1/V1

202302419/1/V3

Bij besluit van 26 augustus 2021 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om haar een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen. Bij besluit van 10 november 2021 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid het daartegen door de vreemdeling gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:2165
Datum uitspraak
24 mei 2024
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaak202302419/1/V3

202307795/1/V2

Bij besluit van 22 april 2020 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag om de vreemdeling een machtiging tot voorlopig verblijf te verlenen, afgewezen. Bij besluit van 4 augustus 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid het daartegen door de vreemdeling gemaakte bezwaar opnieuw ongegrond verklaard.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:2166
Datum uitspraak
24 mei 2024
  • Hoger beroep
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202307795/1/V2

202402674/1/R2 en 202402674/2/R2

Bij besluit van 25 oktober 2023 heeft het college van burgemeester en wethouders van Hilvarenbeek een last onder bestuursdwang opgelegd aan [verzoeker] wegens overtreding van het bouwbesluit 2012. In hoger beroep is nog aan de orde het onderdeel van de last onder bestuursdwang dat er gevaar is voor het instorten van de woning en brandonveiligheid vanwege de omstandigheid dat in de woning veel spullen staan. Het is volgens het college bij brand daarom niet goed mogelijk om te vluchten en hulpdiensten kunnen de woning niet goed bereiken. De relevante maatregel die het college hierbij heeft opgelegd is om het perceel en de bijgebouwen op te ruimen door de verschillende (kapotte) goederen en materialen te verwijderen en verwijderd te houden. [verzoeker] betoogt dat het oordeel van de rechtbank dat de noodzaak tot het wind- en waterdicht maken van de woning en het treffen van herstelmaatregelen aan elektra onvoldoende is onderbouwd, ook betekent dat onvoldoende is onderbouwd dat er gevaar is voor de instorten van de woning.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:2161
Datum uitspraak
24 mei 2024
  • Voorlopige voorziening
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202402674/1/R2 en 202402674/2/R2

202402686/1/V2 en 202402686/2/V2

Bij besluiten van 14 maart 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid aanvragen van de vreemdelingen om hun een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:2170
Datum uitspraak
24 mei 2024
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202402686/1/V2 en 202402686/2/V2

202402732/2/V2

De vreemdeling heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op een aanvraag om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen. Bij uitspraak van 3 april 2024 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep gegrond verklaard en de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid opgedragen om binnen acht weken na de uitspraak een besluit op de aanvraag te nemen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:2171
Datum uitspraak
24 mei 2024
  • Voorlopige voorziening
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202402732/2/V2

202402793/1/V3 en 202402793/2/V3

Bij besluit van 27 maart 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:2189
Datum uitspraak
24 mei 2024
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202402793/1/V3 en 202402793/2/V3

202402876/1/V2 en 202402876/2/V2

Bij besluit van 4 december 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:2190
Datum uitspraak
24 mei 2024
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202402876/1/V2 en 202402876/2/V2

202402906/2/V1

Bij besluit van 21 december 2021 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag om de vreemdeling een machtiging tot voorlopig verblijf te verlenen, afgewezen. Bij besluit van 22 mei 2023 heeft de staatssecretaris het daartegen door de vreemdeling gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:2169
Datum uitspraak
24 mei 2024
  • Voorlopige voorziening
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202402906/2/V1

202403156/1/V3 en 202403156/2/V3

Bij besluit van 15 april 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen. Bij uitspraak van 13 mei 2024 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep ongegrond verklaard.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:2192
Datum uitspraak
24 mei 2024
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202403156/1/V3 en 202403156/2/V3

202107657/1/V3

Bij besluit van 16 november 2021 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de vreemdeling in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:2149
Datum uitspraak
23 mei 2024
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaak202107657/1/V3

202303393/1/V3

Bij besluit van 23 november 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:2152
Datum uitspraak
23 mei 2024
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202303393/1/V3

202307032/1/V3

Bij besluit van 23 oktober 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de vreemdeling in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:2155
Datum uitspraak
23 mei 2024
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaak202307032/1/V3

202307660/3/V1

De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid heeft hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Amsterdam, van 17 november 2023 in zaak nr. NL21.13476. De minister van Buitenlandse Zaken heeft, op verzoek van de Afdeling krachtens artikel 8:45 van de Awb, de vertrouwelijke versie van gedingstukken overgelegd en met verwijzing naar artikel 8:29 van de Awb medegedeeld dat uitsluitend de Afdeling kennis zal mogen nemen van deze stukken.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:2116
Datum uitspraak
23 mei 2024
  • Geheimhoudingsbeslissing
  • Openbaarheid
  • uitspraakin de zaak202307660/3/V1

202401921/1/V3

Bij besluit van 4 maart 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de vreemdeling in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:2156
Datum uitspraak
23 mei 2024
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaak202401921/1/V3

202402904/2/V1

De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid heeft gewijzigde identiteitsgegevens van de vreemdelingen opgenomen in kennisgevingen van 28 september 2023, 28 juli 2023 en 5 januari 2024. Bij besluiten van 7 februari 2024 en 21 februari 2024 heeft De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de daartegen door de vreemdelingen gemaakte bezwaren niet-ontvankelijk verklaard.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:2157
Datum uitspraak
23 mei 2024
  • Voorlopige voorziening
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202402904/2/V1

BRS.24.000125

Bij besluit van 14 maart 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de vreemdeling in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:2112
Datum uitspraak
23 mei 2024
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaakBRS.24.000125

202307656/4/V6

De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid heeft hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 17 november 2023 in zaak nr. 23/386. De minister van Buitenlandse Zaken heeft, op verzoek van de Afdeling krachtens artikel 8:45 van de Awb, de vertrouwelijke versie van gedingstukken overgelegd en met verwijzing naar artikel 8:29 van de Awb medegedeeld dat uitsluitend de Afdeling kennis zal mogen nemen van deze stukken.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:2115
Datum uitspraak
23 mei 2024
  • Geheimhoudingsbeslissing
  • Openbaarheid
  • uitspraakin de zaak202307656/4/V6

202306441/2/V1

Op 3 november 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de vreemdeling gesignaleerd in het Schengen Informatiesysteem. Bij besluit van 3 februari 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid het daartegen door de vreemdeling gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:2101
Datum uitspraak
22 mei 2024
  • Voorlopige voorziening
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202306441/2/V1

202401537/2/R3

Bij besluit van 12 december 2023 heeft de raad van de gemeente Coevorden het bestemmingsplan "Buitengebied, Gelpenberg, Fietspad" vastgesteld. Het plan maakt een fietspad mogelijk langs de bestaande weg Gelpenberg te Coevorden. De Gelpenberg is een doorgaande weg tussen de dorpen Aalden en Witteveen. Aan deze weg liggen een asielzoekerscentrum, een groot recreatiepark, een golfbaan, woningen en een aantal agrarische percelen. Het beoogde fietspad is voorzien aan de zuidzijde van de Gelpenberg.[verzoekers] hebben allebei een agrarisch perceel in eigendom dat voor een deel is gesitueerd binnen het plangebied. Teneinde het voorziene fietspad aldaar te kunnen aanleggen zullen de betreffende delen van die percelen daartoe beschikbaar moeten komen. De raad heeft aangegeven daartoe zo nodig het instrument van onteigening te willen inzetten. [verzoekers] hebben verschillende gronden tegen het bestemmingsplan aangevoerd. In deze voorlopige voorzieningenprocedure gaat het alleen om de vraag of aanleiding bestaat om het bestemmingsplan te schorsen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:2114
Datum uitspraak
22 mei 2024
  • Voorlopige voorziening
  • RO - Drenthe
  • uitspraakin de zaak202401537/2/R3

202402331/1/V3

Bij besluit van 18 maart 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de vreemdeling in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:2102
Datum uitspraak
22 mei 2024
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaak202402331/1/V3

202402403/2/V3

Bij besluit van 6 november 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid ambtshalve geweigerd krachtens artikel 64 van de Vw 2000 te bepalen dat uitzetting van de vreemdeling achterwege blijft. Bij besluit van 25 januari 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid het daartegen door de vreemdeling gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:2104
Datum uitspraak
22 mei 2024
  • Voorlopige voorziening
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202402403/2/V3

202402404/1/V3 en 202402404/2/V3

Bij besluit van 19 februari 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:2168
Datum uitspraak
22 mei 2024
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202402404/1/V3 en 202402404/2/V3

202402493/1/V3 en 202402493/2/V3

Bij besluit van 19 februari 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:2105
Datum uitspraak
22 mei 2024
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202402493/1/V3 en 202402493/2/V3

202402654/1/V2 en 202402654/2/V2

Bij besluit van 29 december 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet-ontvankelijk verklaard.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:2108
Datum uitspraak
22 mei 2024
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202402654/1/V2 en 202402654/2/V2

BRS.24.000124

Bij besluit van 14 maart 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de vreemdeling in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:2090
Datum uitspraak
22 mei 2024
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaakBRS.24.000124

202001431/2/R4

Bij besluit van 30 juni 2017 heeft het algemeen bestuur van de bestuurscommissie van het stadsdeel West aan WoonHolland Randstad B.V. een omgevingsvergunning verleend voor het verbouwen van het pand op het perceel Admiralengracht 40 te Amsterdam. Het bouwplan voorziet in diverse muurdoorbraken op de begane grond, een aanbouw met dakterras op de begane grond, een dakuitbouw en dakterras op de vierde verdieping, een dakterras en toegangsopbouw op de vijfde verdieping, het wijzigen van de bergingen tot woonfunctie op de vierde verdieping en het samenvoegen van de vierde verdieping met de derde verdieping. Bij besluit van 14 januari 2020 heeft het college het door [appellant] hiertegen gemaakte bezwaar opnieuw ongegrond verklaard. Bij tussenuitspraak van 26 april 2022 heeft de Afdeling overwogen dat het besluit van 14 januari 2020 in strijd is met respectievelijk artikel 14.2.2, aanhef en onder a, van de planregels, artikel 7:12, eerste lid, van de Awb en artikel 18.2.5 in samenhang gelezen met artikel 1.25 van de planregels.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:2138
Datum uitspraak
22 mei 2024
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202001431/2/R4

202004159/1/R2

Bij besluit van 27 februari 2018 heeft het college van gedeputeerde staten van Noord-Brabant aan Duinoord op grond van artikel 2.7, tweede lid, van de Wet natuurbescherming vergunning verleend voor het wijzigen van een recreatiebedrijf, gelegen aan de Duinoordseweg 8 te Helvoirt in de gemeente Haaren. Duinoord exploiteert sinds 1978 een recreatiebedrijf met recreatiepark te Helvoirt in de gemeente Haaren. Het recreatiepark ligt aan de oostkant van Natura 2000-gebied Loonse en Drunense Duinen & Leemkuilen. Een deel van het recreatiepark ligt in het Natura-2000 gebied. De stichting en BMF en Natuurmonumenten betogen dat het college het besluit niet heeft kunnen baseren op de ‘Quickscan natuurwetgeving ontwikkelingen Park Duinoord (Helvoirt) sinds 7 december 2004’ van Faunaconsult van 20 april 2017 en het rapport "Beoordeling effecten recreatief gebruik oud eikenbos Duinoord van 23 december 2020 van Tauw. Daaruit kan namelijk niet de zekerheid worden verkregen dat de natuurlijke kenmerken van het Natura 2000-gebied niet worden aangetast.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:2130
Datum uitspraak
22 mei 2024
  • Hoger beroep
  • Natuurbescherming
  • uitspraakin de zaak202004159/1/R2

202004485/3/R3

Bij tussenuitspraak van 10 augustus 2022, ECLI:NL:RVS:2022:2301, heeft de Afdeling de raad van de gemeente Midden-Delfland opgedragen om binnen 26 weken na verzending van de tussenuitspraak de daarin geconstateerde gebreken in het besluit van 23 juni 2020 tot vaststelling van het exploitatieplan "Centrumplan Den Hoorn 2020" te herstellen. Bij het besluit van 23 juni 2020 heeft de raad het exploitatieplan "Centrumplan Den Hoorn 2020" vastgesteld. Dit exploitatieplan hoort bij het bestemmingsplan "Centrumplan Den Hoorn 2016", waarin een supermarkt en woningen worden mogelijk gemaakt in het centrum van Den Hoorn. De Afdeling heeft op 10 augustus 2022 een tussenuitspraak gedaan over het beroep van Plus en anderen tegen het besluit van 23 juni 2020 tot vaststelling van het exploitatieplan. Zij heeft daarin onder 30 geoordeeld dat het exploitatieplan is vastgesteld in strijd met artikel 6.13, eerste lid, van de Wro gelezen in samenhang met artikel 6.2.4, aanhef en onder e, van het Besluit ruimtelijke ordening (hierna: Bro) en de artikelen 3:2 en 3:46 van de Awb.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:2141
Datum uitspraak
22 mei 2024
  • Tussenuitspraak/bestuurlijke lus
  • RO - Zuid-Holland
  • uitspraakin de zaak202004485/3/R3

202100645/1/R2

Bij besluit van 20 december 2018, gewijzigd bij besluit van 7 februari 2019, heeft het college van burgemeester en wethouders van Reusel-De Mierden besloten het verzoek van de Stichting Groen Kempenland om intrekking van de omgevingsvergunning van onder meer de veehouderij op het perceel [locatie 1] in Reusel, niet in behandeling te nemen. De stichting heeft het college bij brief van 26 oktober 2018 verzocht om de op 6 november 2012 aan de veehouderij [locatie 1] te Reusel verleende omgevingsvergunning voor de activiteiten bouwen en milieu, met toepassing van artikel 2.33, tweede lid, onder a, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht in te trekken. Op grond van deze vergunning bestaat het recht om in de bestaande stal 2 1152 vleesvarkens te houden en in een nieuw te bouwen stal 3 1980 vleesvarkens. Volgens de stichting zijn er in de inrichting gedurende meer dan drie jaren geen handelingen verricht met gebruikmaking van de vergunning. Zij heeft zich daarbij gebaseerd op de jaarlijkse registratie van het aantal stuks vee dat in de inrichting wordt gehouden door middel van de Landbouwtelling, ook wel meitelling genoemd, in de jaren 2010 tot en met 2015.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:2142
Datum uitspraak
22 mei 2024
  • Hoger beroep
  • Milieu - Overige
  • Vee e.a. dieren
  • uitspraakin de zaak202100645/1/R2

202100648/1/R2

Bij besluit van 10 februari 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Bladel het verzoek van de stichting afgewezen om de omgevingsvergunning beperkte milieutoets die op 16 februari 2016 is verleend aan [partij] voor het houden van een veehouderij aan de [locatie] te Bladel gedeeltelijk in te trekken. In het proefbedrijf De Raamloop dat is gevestigd op het perceel vindt reguliere dierlijke productie plaats. Daarnaast vindt onderzoek plaats naar de ontwikkeling van producten en concepten die bijdragen aan verduurzaming van de varkenshouderij. Het bedrijf wordt gebruikt voor praktijkproeven, onderwijs, demonstraties en trainingen. De stichting Groen Kempenland heeft bij het college een verzoek ingediend tot het (gedeeltelijk) intrekken van deze omgevingsvergunning voor zover daarbij volgens haar gedurende drie jaren geen (volledig) gebruik is gemaakt van deze omgevingsvergunning. Het college heeft dit verzoek afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:2139
Datum uitspraak
22 mei 2024
  • Hoger beroep
  • Milieu - Overige
  • Vee e.a. dieren
  • uitspraakin de zaak202100648/1/R2

202103896/1/R3

Op 5 april 2017 heeft de Inspectie Leefomgeving en Transport ingestemd met het verlichtingsplan voor het Windpark N33. Het geschil gaat over het antwoord op de vraag of de instemmingen van de ILT van 5 april 2017 en 3 april 2019 besluiten zijn in de zin van artikel 1:3 van de Algemene wet bestuursrecht. Volgens de minister is dit niet het geval. De minister heeft het bezwaar van [wederpartij] daarom niet-ontvankelijk verklaard bij besluit van 23 februari 2021. Daartegen is [wederpartij] in beroep gegaan. De rechtbank heeft in de uitspraak geoordeeld dat de instemmingen van de ILT Awb-besluiten zijn, en de minister daarom het bezwaar tegen deze besluiten ten onrechte om die reden niet-ontvankelijk heeft verklaard. De rechtbank heeft de minister opgedragen een nieuw besluit op het bezwaar van [wederpartij] te nemen. De minister kan zich met de uitspraak niet verenigen en heeft daartegen hoger beroep ingesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:2136
Datum uitspraak
22 mei 2024
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Overige
  • uitspraakin de zaak202103896/1/R3

202104555/1/A3

Bij besluit van 20 maart 2020 heeft de deken van de Orde van Advocaten Den Haag verzoeken van [appellant] om een advocaat aan te wijzen afgewezen en niet in behandeling genomen. In deze procedure heeft [appellant] twee verzoeken bij de deken gedaan. Het eerste verzoek houdt in dat hij de deken verzoekt om op basis van gefinancierde rechtsbijstand te voorzien in vervangende fungerende rechtsbijstand, omdat de eerder op grond van artikel 13 van de Advocatenwet aangewezen advocaat is uitgeschreven. Het tweede verzoek houdt in dat hij de deken verzoekt een advocaat aan te wijzen die hem kan bijstaan in een op te starten civiele procedure tegen het Openbaar Ministerie. [appellant] betoogt dat hij geen aanvraag heeft gedaan in de zin van artikel 13 van de Advocatenwet.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:2055
Datum uitspraak
22 mei 2024
  • Hoger beroep
  • Rechtsbijstand
  • uitspraakin de zaak202104555/1/A3

202104562/1/R4

Bij besluit van 21 juni 2021 heeft de minister van Infrastructuur en Waterstaat het saneringsplan "West-Nederland Zuid - Fase 1" vastgesteld en een aantal geluidproductieplafonds verlaagd. Het saneringsplan heeft betrekking op geluidhinder bij diverse wegvakken van verschillende rijkswegen, met name in Zuid-Holland. Het bevat bronmaatregelen en afschermende maatregelen die ertoe leiden dat de geluidproductieplafonds op de referentiepunten langs een aantal van de in het plan genoemde rijkswegen moeten worden verlaagd. [appellant sub 1], [appellant sub 2], [appellant sub 3] en [appellant sub 4] en anderen wonen allen parallel aan of in de omgeving van de rijksweg A44. Zij kunnen zich om uiteenlopende redenen niet verenigen met het saneringsplan. [appellant sub 1] woont aan de [locatie 1] in Sassenheim. Die weg loopt parallel aan de rijksweg A44. In het besluit wordt voorzien in geluidsarm asfalt ter hoogte van de woning van [appellant sub 1]. Verder is zijn woning aangewezen als object waar nader onderzoek naar de binnenwaarden kan plaatsvinden, wat mogelijk kan leiden tot het nemen van geluidwerende maatregelen aan de gevel. [appellant sub 1] vreest dat de maatregelen niet voldoende effectief zullen zijn.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:2143
Datum uitspraak
22 mei 2024
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • RO - Geluid
  • uitspraakin de zaak202104562/1/R4

202105306/1/A3

Bij afzonderlijke besluiten van 11 januari 2018 heeft de minister van Buitenlandse Zaken de aanvragen van [appellant A] en [appellant B] om een Nederlands paspoort niet in behandeling genomen. Bij afzonderlijke besluiten van 6 april 2018 heeft de minister van Buitenlandse Zaken de door [appellant A] en [appellant B] daartegen gemaakte bezwaren ongegrond verklaard. [appellant A] is geboren op [geboortedatum] 1969 in Turkije. Op 26 april 1994 heeft hij het Nederlanderschap verkregen en op 12 maart 1996 is hij getrouwd met [echtgenoot]. [appellant A] heeft voor het laatst op 12 mei 2005 een Nederlands paspoort verkregen, dat geldig was tot 12 mei 2010. Hij heeft van 20 oktober 2006 tot en met 20 oktober 2016 onafgebroken hoofdverblijf gehad in Turkije. [appellant B] is geboren op [geboortedatum] 2007 en is de dochter van [appellant A] en [moeder]. Haar ouders zijn niet getrouwd en zij heeft door haar geboorte de Turkse nationaliteit verkregen. Zij heeft nooit de Nederlandse nationaliteit verkregen en heeft ook nooit in Nederland gewoond.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:2122
Datum uitspraak
22 mei 2024
  • Hoger beroep
  • Paspoort
  • uitspraakin de zaak202105306/1/A3

202105744/1/A3

Bij e-mailbericht van 17 maart 2020 heeft de deken van de Orde van Advocaten Midden-Nederland verzoeken van [appellant] om advocaten aan te wijzen afgewezen. In deze procedure heeft [appellant] twee verzoeken bij de deken gedaan. Bij het eerste verzoek heeft [appellant] de deken verzocht een vervangende advocaat aan te wijzen, omdat de advocaat die hem eerder bijstond per 1 januari 2017 van het tableau is uitgeschreven. Bij het tweede verzoek heeft [appellant] de deken verzocht een advocaat aan te wijzen voor het starten dan wel voortzetten van een vorderingsprocedure tegen een advocaat. De rechtbank heeft geoordeeld dat de deken geen dwangsom verschuldigd is aan [appellant], omdat hij het besluit van 26 juni 2020 heeft genomen op de laatste dag van de termijn van twee weken na de dag waarop hij in gebreke is gesteld. Verder heeft de rechtbank geoordeeld dat tegen een beslissing op grond van artikel 13 van de Advocatenwet alleen beklag kan worden gedaan bij het Hof van Discipline.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:2056
Datum uitspraak
22 mei 2024
  • Hoger beroep
  • Rechtsbijstand
  • uitspraakin de zaak202105744/1/A3

202200463/3/A3 en 202204543/2/A3

Bij brief, ingekomen op 30 april 2024, heeft [verzoeker] verzocht om wraking van de staatsraden mr. J.M. Willems, voorzitter, mr. C.M. Wissels en mr. J. Schipper-Spanninga, leden van de meervoudige kamer belast met de behandeling van de zaak nrs. 202200463/1/A3 en 202204543/1/A3. Op verzoek van een partij kan ingevolge artikel 8:15 van de Awb elk van de rechters die een zaak behandelt, worden gewraakt op grond van feiten of omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden. Daarnaast voert [verzoeker] ten tweede aan dat de staatsraden vooringenomen zijn, omdat ze zijn uitstelverzoek hebben afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:2119
Datum uitspraak
22 mei 2024
  • Wraking
  • Openbaarheid
  • uitspraakin de zaak202200463/3/A3 en 202204543/2/A3

202201133/1/A3

Bij besluit van 26 maart 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Roerdalen beslist op een verzoek op grond van de Wet openbaarheid van bestuur. [appellant] heeft op 16 januari 2020 gevraagd om bepaalde informatie te verstrekken, wat het college na overleg met [appellant] heeft opgevat als verzoek om openbaarmaking op grond van de Wob. Het gaat om documenten over het "Project herontwikkeling Bosweg" en over handhaving tegen [appellant] wegens een loods/garage in zijn tuin aan de Bosweg. Bij het verzoek is ook gevraagd naar de contacten tussen de gemeente en Stichting Wonen Limburg. Het college heeft het verzoek gedeeltelijk ingewilligd. De gevraagde documenten, voor zover die bestaan, zijn verstrekt, maar bepaalde informatie daarin is mede naar aanleiding van een zienswijze van Stichting Wonen Limburg weggelakt. Volgens het college kon openbaarmaking van bepaalde passages in de gevraagde documenten onder meer geweigerd worden op grond van artikel 10, tweede lid, aanhef en onder g, van de Wob. Stichting Wonen Limburg heeft bepaalde informatie in vertrouwen gedeeld met het college.

Datum uitspraak
22 mei 2024
  • Hoger beroep
  • Openbaarheid
  • uitspraakin de zaak202201133/1/A3

202201734/1/R3

Bij besluit van 24 februari 2022 heeft de raad van de gemeente Vlaardingen het bestemmingsplan "Blankenburgverbinding A15/A20 (tracébesluit)" vastgesteld. Het plan beoogt uitvoering te geven aan het tracébesluit "Blankenburgverbinding" van 28 maart 2016 voor het deel dat binnen het grondgebied van de gemeente Vlaardingen valt. [appellant sub 1] is eigenaar en bewoner van de woning op het perceel [locatie] in Vlaardingen. Hij is het niet eens met het plan omdat hij vreest voor geluidoverlast van de A20 bij zijn woning. Het plan beoogt uitvoering te geven aan het tracébesluit "Blankenburgverbinding" van 28 maart 2016 voor het deel dat binnen het grondgebied van de gemeente Vlaardingen valt. [appellant sub 1] is eigenaar en bewoner van de woning op het perceel [locatie] in Vlaardingen. Hij is het niet eens met het plan omdat hij vreest voor geluidoverlast van de A20 bij zijn woning. Gasunie kan zich niet verenigen met het plan vanwege het op de verbeelding van het plan ontbreken van de aardgastransportleidingen en de hierbij behorende bestemming "Leiding - Gas" en de warmtetransportleidingen en de dubbelbestemming "Leiding - Warmtetransportleiding".

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:2144
Datum uitspraak
22 mei 2024
  • Tussenuitspraak/bestuurlijke lus
  • RO - Zuid-Holland
  • uitspraakin de zaak202201734/1/R3

202201928/1/A3

Bij besluit van 12 december 2018 heeft het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam een verzoek van TCA op grond van de Wet openbaarheid van bestuur afgewezen. TCA heeft op 7 augustus 2018 verzocht om openbaarmaking van documenten naar aanleiding van de inhoud van een aanvullend proces-verbaal van 13 juli 2018 , dat is opgemaakt naar aanleiding van oplegging van een verkeersboete wegens het parkeren op een invalideparkeerplaats. Het gaat daarbij om openbaarmaking van processen-verbaal en verkeersbesluiten. Ook bevat het verzoek allerlei vragen. Het college heeft dit verzoek afgewezen, zoals blijkt uit het besluit op bezwaar, omdat het verzoek voor een deel niet onder de Wob valt nu wordt gevraagd om antwoorden op vragen, voor een deel ziet op documenten die al openbaar zijn of die niet bestaan en voor een deel misbruik van recht oplevert. De rechtbank heeft het beroep niet-ontvankelijk verklaard, omdat TCA geen procesbelang heeft. TCA heeft namelijk op 14 september 2018 een inhoudelijk identiek verzoek ingediend en over dat besluit, dat ziet op dezelfde materie, heeft de bestuursrechter al eerder geoordeeld in zaak nr. 18/5682 (lees: 19/3737).

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:2135
Datum uitspraak
22 mei 2024
  • Hoger beroep
  • Openbaarheid
  • uitspraakin de zaak202201928/1/A3

202201977/1/A2

Bij besluit van 22 januari 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van IJsselstein twee parkeerplaatsen op het Herteveld in IJsselstein aangewezen als parkeergelegenheid voor het opladen van elektrische personenauto’s. Aan de besluiten van 24 augustus 2021 heeft het college onder meer ten grondslag gelegd dat het besluit van 22 januari 2021 is genomen ten behoeve van het waarborgen van optimale benutting van de openbare oplaadvoorziening, het waarborgen van de bruikbaarheid van de weg, het beperken van de door het verkeer veroorzaakte overlast, hinder en schade en gevolgen voor het milieu en het bevorderen van een doelmatig of zuinig energieverbruik. Het college is niet op andere punten ingegaan, omdat die verband houden met de locatiekeuze van de laadpaal. Dat is bij het verkeersbesluit een vaststaand gegeven en is dus volgens het college niet iets om in de belangenafweging te betrekken.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:2123
Datum uitspraak
22 mei 2024
  • Hoger beroep
  • Wegenverkeerswet
  • uitspraakin de zaak202201977/1/A2

202202098/1/R4

Bij besluit van 7 oktober 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Rucphen aan vergunninghoudster een omgevingsvergunning verleend voor de activiteit milieu voor het veranderen van een varkenshouderij aan de [locatie 1] in Sprundel. Vergunninghoudster heeft aan de [locatie 1] in Sprundel een varkenshouderij. Daarvoor is op 16 januari 2007 een revisievergunning verleend voor het houden van 4.837 vleesvarkens en 648 opfokzeugen (in totaal 5.485 varkens) en 6 paarden. [appellant sub 2] woont aan de [locatie 2] in Sprundel. De afstand tussen de varkenshouderij van vergunninghoudster en zijn woning bedraagt ongeveer 130 m. [appellant sub 2] ervaart geuroverlast van de varkenshouderij.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:2129
Datum uitspraak
22 mei 2024
  • Hoger beroep
  • Milieu - Overige
  • Vee e.a. dieren
  • uitspraakin de zaak202202098/1/R4

202202465/1/R2

Bij besluit van 21 februari 2022 heeft de raad van de gemeente Vaals het bestemmingsplan "Herstelbesluit Cottessen 10c te Vijlen" vastgesteld. Het plan maakt bij de bestaande kampeerboerderij "Vakantiehoeve Bellet" aan de Cottessen 10c in Vijlen een uitbreiding mogelijk van het aantal kampeerplaatsen van 15 naar 20. Het voornemen is om 2 vaste en 3 flexibele kampeerplaatsen te realiseren. Daarvoor wordt voor de gronden waarop deze kampeerplaatsen zijn voorzien de bestemming "Agrarisch met waarden - Natuur en landschap" met de functieaanduiding "kampeerboerderij" gewijzigd naar de bestemming "Recreatie" met onder meer de functieaanduiding "kampeerterrein". Daardoor hoeven de kampeeractiviteiten niet meer ondergeschikt te zijn aan agrarische bedrijfsactiviteiten.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:2134
Datum uitspraak
22 mei 2024
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Limburg
  • uitspraakin de zaak202202465/1/R2

202203149/1/A2

Bij besluit van 12 maart 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van IJsselstein twee parkeerplaatsen nabij [locatie] in IJsselstein aangewezen als parkeergelegenheid voor het opladen van elektrische personenauto’s. Aan het besluit van 16 november 2021 heeft het college onder meer ten grondslag gelegd dat het besluit van 12 maart 2021 is genomen ten behoeve van het waarborgen van de bruikbaarheid van de weg, het beperken van de door het verkeer veroorzaakte overlast, hinder en schade en gevolgen voor het milieu en het bevorderen van een doelmatig of zuinig energieverbruik. Het college heeft deze belangen afgewogen tegen de lokale parkeerdruk. Het college is niet op andere punten ingegaan, omdat die verband houden met de locatiekeuze van de laadpaal. Dat is bij het verkeersbesluit een vaststaand gegeven en is dus volgens het college niet iets om in de belangenafweging te betrekken. Volgens de rechtbank heeft het college in het besluit van 16 november 2021 ten onrechte geen aandacht besteed aan argumenten van [wederpartij] over de locatie van de parkeerplaatsen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:2128
Datum uitspraak
22 mei 2024
  • Hoger beroep
  • Wegenverkeerswet
  • uitspraakin de zaak202203149/1/A2

202203633/1/R4

Bij besluit van 3 juni 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Epe geweigerd aan [appellant] een omgevingsvergunning te verlenen voor het gebruik van het gastenverblijf aan [locatie 1] in Epe als huurwoning voor een periode van 10 jaar. Bij besluit van 1 december 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Epe het door [appellant] daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard en het besluit van 3 juni 2020 onder aanvulling van de motivering in stand gelaten. [appellant] is eigenaar van de woning aan [locatie 2] en het daarbij behorende gastenverblijf aan [locatie 1] in Epe. Hij heeft op 8 april 2020 een omgevingsvergunning aangevraagd voor het in strijd met het bestemmingsplan gebruiken van het gastenverblijf als huurwoning voor een periode van 10 jaar. Het gebruik van het gastenverblijf als huurwoning is in strijd met het bestemmingsplan "Buitengebied Epe", omdat binnen het bestemmingsvlak waarin de woning en het gastenverblijf liggen, ten hoogste één woning is toegestaan en omdat gastenverblijven niet mogen worden gebruikt voor bewoning.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:2127
Datum uitspraak
22 mei 2024
  • Hoger beroep
  • Project strijd bestemmingsplan
  • uitspraakin de zaak202203633/1/R4

202204294/1/A3

Bij besluiten van 16 december 2020 heeft de commissie van advies voor bezwaarschriften Het Hogeland verzoeken van [appellanten] op grond van de Wet openbaarheid van bestuur ingewilligd. De commissie heeft duidelijk gemaakt dat zij niet beschikt over andere informatie dan de informatie die al aan [appellanten] is toegezonden en openbaar is gemaakt. [appellanten] hebben in hoger beroep in de kern, net als bij de rechtbank, procedurele en bevoegdheidsgebreken naar voren gebracht.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:2133
Datum uitspraak
22 mei 2024
  • Hoger beroep
  • Openbaarheid
  • uitspraakin de zaak202204294/1/A3

202204420/1/A3

Bij brief van 6 december 2021 heeft de deken van de Orde van Advocaten Zeeland-West-Brabant een verzoek van [appellant] om vrijstelling van het griffierecht wegens betalingsonmacht niet-ontvankelijk verklaard. Daarnaast heeft de deken geweigerd het verzoek om vrijstelling door te sturen naar de Raad van Discipline. Bij besluit van 11 januari 2022 heeft de deken van de Orde van Advocaten Zeeland-West-Brabant het door [appellant] daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard. In deze procedure heeft [appellant] een klacht ingediend over een advocaat bij de deken. Daarover heeft de deken op 24 november 2021 een zogeheten dekenstandpunt ingenomen. Daarbij heeft de deken het standpunt ingenomen dat de klachten van [appellant] ongegrond zijn. Daarbij heeft de deken aan [appellant] medegedeeld dat hij de klacht kan voorleggen aan de Raad van Discipline als hij het niet eens is met het dekenstandpunt en dat hij daarvoor een bedrag van € 50,- aan griffierecht moet betalen, zoals in artikel 46e van de Advocatenwet is bepaald. [appellant] betoogt dat hem feitelijk de toegang tot de rechter wordt ontzegd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:2057
Datum uitspraak
22 mei 2024
  • Hoger beroep
  • Geld
  • Rechtsbijstand
  • uitspraakin de zaak202204420/1/A3

202204523/1/A3

Bij brief van 6 december 2021 heeft de deken van de Orde van Advocaten Zeeland-West-Brabant gereageerd op een verzoek van [appellant] om vrijstelling van de verplichting om griffierecht te betalen wegens betalingsonmacht en om dit verzoek zo nodig door te sturen naar de Raad van Discipline. [appellant] heeft op 31 maart 2021 een tuchtklacht ingediend tegen een advocaat, die hem eerder heeft bijgestaan in een civiele zaak. Het ging om de aankoop van een aantal ‘mobile homes’ in 2005 die [appellant] niet geleverd heeft gekregen. Volgens de deken is geen sprake van tuchtrechtelijk verwijtbaar handelen van de advocaat. De klacht van [appellant] is daarom ongegrond verklaard. Daarbij heeft de deken aan [appellant] medegedeeld dat hij de klacht kan voorleggen aan de Raad van Discipline als hij het niet eens is met het dekenstandpunt. [appellant] is erop gewezen dat hij voor het doorsturen daarvan het bedrag van € 50,- aan griffierecht moet betalen, zoals in artikel 46e van de Advocatenwet is bepaald. [appellant] heeft de deken verzocht om hem vrij te stellen van de verplichting om € 50,- te betalen. Ook heeft [appellant] de deken verzocht het vrijstellingsverzoek door te sturen naar de Raad van Discipline.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:2058
Datum uitspraak
22 mei 2024
  • Hoger beroep
  • Geld
  • Rechtsbijstand
  • uitspraakin de zaak202204523/1/A3

202204564/2/A2 en 202307269/2/A2

Bij e-mailbericht, ingekomen op 15 april 2024, heeft [verzoeker] verzocht om wraking van staatsraden mr. W. den Ouden en mr. J.M. Willems als voorzitter en lid van de meervoudige kamer belast met de behandeling van de zaken nrs. 202204564/1/A2 en 202307269/1/A2. Op verzoek van een partij kan ingevolge artikel 8:15 van de Awb elk van de rechters die een zaak behandelt, worden gewraakt op grond van feiten of omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden. [verzoeker] heeft aan zijn verzoek om wraking ten grondslag gelegd dat als gevolg van de gang van zaken op de zitting van 11 april 2024 de staatsraden bij hem de indruk hebben gewekt partijdig en vooringenomen te zijn. Hij voert aan dat de staatsraden aan het begin van de zitting hebben medegedeeld dat zij het dossier hebben gelezen, maar dat hem vervolgens diverse kritische vragen zijn gesteld, terwijl de antwoorden hen na lezing van het dossier bekend hadden kunnen zijn. Ook zijn aspecten van de zaak niet besproken, die wel in de stukken naar voren zijn gebracht, zoals een verzoek om aanhouding van de zaak.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:2117
Datum uitspraak
22 mei 2024
  • Wraking
  • Schadevergoeding
  • uitspraakin de zaak202204564/2/A2 en 202307269/2/A2

202204663/1/A3

Bij brief van 11 november 2021 heeft de deken van de Orde van Advocaten Zeeland-West-Brabant zijn standpunt over een klacht van [appellant] tegen een advocaat kenbaar gemaakt. In deze procedure heeft [appellant] een klacht ingediend over een advocaat bij de deken. Daarover heeft de deken op 11 november 2021 een zogeheten dekenstandpunt ingenomen. Volgens de deken is geen sprake van tuchtrechtelijk verwijtbaar handelen van de advocaat. De klacht van [appellant] is daarom ongegrond. Daarbij heeft de deken aan [appellant] medegedeeld dat hij de klacht kan voorleggen aan de Raad van Discipline als hij het niet eens is met het dekenstandpunt en dat hij daarvoor een bedrag van € 50,- aan griffierecht moet betalen, zoals in artikel 46e van de Advocatenwet is bepaald. [appellant] heeft tegen het dekenstandpunt bezwaar gemaakt, omdat volgens hem de deken uitgaat van onjuiste feiten. De deken heeft dit bezwaar bij het besluit van 6 december 2021 niet-ontvankelijk verklaard, omdat geen bezwaar en beroep mogelijk is tegen het dekenstandpunt. De rechtbank heeft dit besluit rechtmatig geacht.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:2059
Datum uitspraak
22 mei 2024
  • Hoger beroep
  • Rechtsbijstand
  • uitspraakin de zaak202204663/1/A3

202204731/1/A2

Bij besluiten van 16 januari 2020 en 1 december 2020 heeft het Instituut Mijnbouwschade Groningen de aanvragen van wijlen [erflater] en [appellante] om schadevergoeding voor mijnbouwschade afgewezen. [appellante] is eigenaar van de woning en garage aan [locatie] te Oudeschans. De woning is in 1980 gebouwd en de garage is in 1992 herbouwd, nadat deze in 1990 is afgebrand. Op 6 september 2017 heeft [appellante] schade aan de woning als gevolg van mijnbouwactiviteiten gemeld bij het Centrum Veilig Wonen. Het Instituut heeft de aanvragen van [appellante] om vergoeding van schade als gevolg van mijnbouwactiviteiten aan de woning en aan de garage afgewezen. De afwijzingen zijn gehandhaafd in bezwaar. In hoger beroep is in geschil of het Instituut de aanvragen mocht afwijzen, omdat op de schades aan de woning en de garage het bewijsvermoeden uit artikel 6:177a BW niet van toepassing is en [appellante] niet aannemelijk heeft gemaakt dat de schades in causaal verband staan tot aardbevingen als gevolg van mijnbouwactiviteiten. Verder is in geschil of het Instituut in strijd met het vertrouwensbeginsel heeft gehandeld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:2132
Datum uitspraak
22 mei 2024
  • Hoger beroep
  • Schadevergoeding
  • uitspraakin de zaak202204731/1/A2

202204760/1/A3

Bij brieven van 21, 23 en 26 juli 2021 heeft de deken van de Orde van Advocaten Zeeland-West-Brabant [appellant] medegedeeld dat het dossier over een klacht tegen een advocaat alleen aan de Raad van Discipline wordt voorgelegd na betaling van € 50,-. In deze procedure heeft [appellant] bij de deken een klacht ingediend tegen een advocaat. Daarover heeft de deken op 21 juli 2021 een zogeheten dekenstandpunt ingenomen. Volgens de deken is geen sprake van tuchtrechtelijk verwijtbaar handelen van de advocaat. De klacht van [appellant] is daarom ongegrond. Daarbij heeft de deken aan [appellant] medegedeeld dat hij de klacht kan voorleggen aan de Raad van Discipline als hij het niet eens is met het dekenstandpunt en dat hij daarvoor een bedrag van € 50,- aan griffierecht moet betalen, zoals in artikel 46e van de Advocatenwet is bepaald. [appellant] betoogt dat de rechtbank ten onrechte heeft geoordeeld dat de deken het bezwaar terecht niet-ontvankelijk heeft verklaard. Volgens hem wordt daarmee hem de toegang tot de rechter ontzegd. Daarnaast zijn de kosten voor de behandeling van de klacht door de Raad van Discipline onnodig hoog.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:2060
Datum uitspraak
22 mei 2024
  • Hoger beroep
  • Rechtsbijstand
  • uitspraakin de zaak202204760/1/A3

202205030/1/A3

Bij brief van 17 augustus 2021 heeft de deken van de Orde van Advocaten Zeeland-West-Brabant een verzoek van [appellant] om hem vrij te stellen van de verplichting om € 50,- griffierecht te betalen niet-ontvankelijk verklaard. Bij datzelfde besluit heeft de deken een verzoek van [appellant] om het vrijstellingsverzoek door te sturen naar de Raad van Discipline afgewezen. In deze procedure heeft [appellant] bij de deken een klacht ingediend tegen een advocaat. Daarover heeft de deken op 21 juli 2021 een zogeheten dekenstandpunt ingenomen. Volgens de deken is geen sprake van tuchtrechtelijk verwijtbaar handelen van de advocaat. De klacht van [appellant] is daarom ongegrond. Daarbij heeft de deken aan [appellant] medegedeeld dat hij de klacht kan voorleggen aan de Raad van Discipline als hij het niet eens is met het dekenstandpunt en dat hij daarvoor een bedrag van € 50,- aan griffierecht moet betalen, zoals in artikel 46e van de Advocatenwet is bepaald. [appellant] betoogt dat de rechtbank ten onrechte heeft geoordeeld dat het bezwaar niet-ontvankelijk is. Volgens hem wordt daarmee hem de toegang tot de rechter ontzegd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:2061
Datum uitspraak
22 mei 2024
  • Hoger beroep
  • Geld
  • Rechtsbijstand
  • uitspraakin de zaak202205030/1/A3

202207122/1/R1

Bij besluit van 19 maart 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Zaanstad geweigerd aan [appellant] een omgevingsvergunning te verlenen voor het bouwen van een steiger op het perceel [locatie] in Wormerveer. Het perceel van [appellant] ligt op het voormalig bedrijventerrein Brokking. Dit voormalige bedrijventerrein is getransformeerd naar een woongebied aan de Zaan. De woningbouwontwikkeling Brokking bestaat uit de deelplannen ‘De Tuin’, ‘De Pijl’ en ‘Het Arsenaal’. Het perceel maakt deel uit van het deelplan ‘De Tuin’. ‘De Tuin’ is omgeven door water. Aan de noordzijde van ‘De Tuin’ ligt de Zaan. Het perceel van [appellant] ligt direct aan en gedeeltelijk in de Zaan. Voor het deel van het perceel met de woning en de tuin van [appellant] geldt het bestemmingsplan "Zaans Pijl" met de bestemming "Woongebied". Voor het deel van het perceel dat in het water ligt, geldt het bestemmingsplan "Bedrijventerrein Noorderveld" met de bestemming "Water-1". [appellant] wil op dit deel van het perceel een steiger van 18 m bij 2 m aanleggen. Hij heeft daarvoor een omgevingsvergunning aangevraagd. Het college heeft de gevraagde vergunning geweigerd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:2121
Datum uitspraak
22 mei 2024
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202207122/1/R1

202207463/1/A2

Bij brief van 19 augustus 2022 heeft het college van gedeputeerde staten van Limburg [appellant] in de gelegenheid gesteld om zijn oplegger, die werd bewaard op het depot van de provincie Limburg in Sittard, daar op te halen. In deze brief werd ook aangegeven waarom deze oplegger in opdracht van de provincie daarheen was weggesleept. Het college heeft verder - aanvullend - aangeboden de oplegger te verplaatsen naar het (woon- of bedrijfs)adres van [appellant]. Daarnaast heeft het college in deze brief aangegeven dat de oplegger zou worden getaxeerd en vernietigd en dat de getaxeerde waarde van de oplegger aan [appellant] zou worden vergoed met aftrek van de eventuele kosten indien [appellant] van het aanbod geen gebruik maakt. De oplegger van [appellant] stond geparkeerd langs de provinciale weg N271 bij Milsbeek. De oplegger heeft in de avond van 11 mei 2021 in brand gestaan. Op 11 mei 2021 heeft de politie Limburg dat incident gemeld bij het Centraal Meldpunt Vrachtautoberging. In het kader van het Incident Management is aan een bergingsbedrijf de opdracht gegeven de oplegger weg te slepen en naar een depot te brengen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:2140
Datum uitspraak
22 mei 2024
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Overige
  • uitspraakin de zaak202207463/1/A2

202300657/1/A2

Bij besluit van 3 mei 2021 heeft het bestuur van de raad voor rechtsbijstand de aanvraag van [appellante] om de toevoeging met kenmerk 3LE2770 afgewezen. [appellante] heeft de toevoeging met kenmerk 3LE2770 aangevraagd voor een beroepsprocedure tegen de afwijzing van een aanvraag om een toevoeging voor een civiele procedure met kenmerk 3KU1538. [appellante] heeft in die civiele procedure een schadevergoeding van € 70.000,00 gevorderd van de verhuurder van het pand waarin haar brasserie gehuisvest was. De raad heeft de aanvraag om de toevoeging met kenmerk 3KU1538 bij besluit van 6 augustus 2020 afgewezen omdat het een bedrijfsmatig rechtsbelang betreft en de uitzonderingen van artikel 12, tweede lid, aanhef en onder e, 1o en 2o, van de Wrb niet van toepassing zijn. Bij uitspraak van 21 april 2021 (in zaak nr. 20/6054) heeft de rechtbank vastgesteld dat niet in geschil is dat sprake is van een bedrijfsmatig rechtsbelang en geoordeeld dat de raad zijn besluit van 6 augustus 2020 onvoldoende heeft gemotiveerd wat betreft de uitzondering onder 1o (hierna: de uitspraak van 21 april 2021). Daarna heeft de raad bij besluit van 7 juni 2021 alsnog de toevoeging met kenmerk 3KU1538 verleend.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:2120
Datum uitspraak
22 mei 2024
  • Hoger beroep
  • Rechtsbijstand
  • uitspraakin de zaak202300657/1/A2

202301094/1/V6

Bij besluit van 23 augustus 2021 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid het Nederlanderschap van [appellant] ingetrokken. Op 27 maart 2008 is ten behoeve van [appellant] een machtiging tot voorlopig verblijf aangevraagd met als doel "verblijf bij partner". [appellant] heeft een Nigeriaans paspoort overgelegd op naam van [voornaam] [appellant], geboren op [geboortedatum] 1982 in Nigeria. Bij een besluit van 1 juli 2008 heeft de staatssecretaris aan [appellant] een verblijfsvergunning regulier verleend. [appellant] heeft op 15 juni 2011 een verzoek om verlening van het Nederlanderschap ingediend. Hij heeft daarbij verklaard dat hij alle gegevens naar waarheid heeft verstrekt en geen voor de beoordeling van het verzoek relevante gegevens heeft verzwegen. Ook heeft hij verklaard dat hij zich ervan bewust is dat het verstrekken van onjuiste gegevens of het verzwijgen van een relevant gegeven ertoe kan leiden dat de Nederlandse nationaliteit wordt ingetrokken, zelfs als dit tot staatloosheid leidt. Bij een Koninklijk Besluit van 7 februari 2012 is het Nederlanderschap verleend aan [appellant].

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:2126
Datum uitspraak
22 mei 2024
  • Hoger beroep
  • Nederlanderschap
  • uitspraakin de zaak202301094/1/V6

202303003/1/A3

Bij brief van 25 mei 2022 heeft de deken van de Orde van Advocaten Gelderland gereageerd op een verzoek van [appellant] om het verzoek om vrijstelling van een betalingsverplichting door te sturen naar de Raad van Discipline. Bij besluit van 6 juli 2022 heeft de deken van de Orde van Advocaten Gelderland het door [appellant] daartegen gemaakte bezwaar niet-ontvankelijk verklaard. Een hoger beroep wordt ingevolge artikel 8:41, vierde, vijfde en zesde lid, gelezen in verbinding met artikel 8:108, eerste lid, van de Awb niet-ontvankelijk verklaard als betaling van het griffierecht niet heeft plaatsgevonden binnen vier weken na de dag van verzending van de mededeling waarin de indiener van een beroepschrift is gewezen op het moeten betalen van het griffierecht, tenzij redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat de indiener in verzuim is geweest.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:2137
Datum uitspraak
22 mei 2024
  • Hoger beroep
  • Geld
  • uitspraakin de zaak202303003/1/A3

202305561/1/R2

Bij besluit van 15 oktober 2021 heeft het college van gedeputeerde staten van Fryslân een vergunning op grond van artikel 2.7, tweede lid van de Wet natuurbescherming verleend aan maatschap [vergunninghouder] voor de wijziging van een geitenmelkveehouderij aan de [locatie] in Sibrandahûs. Op 15 oktober 2021 heeft het college een natuurvergunning verleend aan maatschap [maatschap] voor het houden van geiten, zoogkoeien en jongvee. In overwegingen 6 tot en met 6.3 komt de rechtbank tot het oordeel dat het relativiteitsvereiste (artikel 8:69a van de Awb) in de weg staat aan vernietiging van de natuurvergunning. Het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied "Waddenzee" ligt op ongeveer 7,8 km van de woning van [appellant]. Hierdoor is volgens de rechtbank het belang van [appellant], dat is gelegen in het behoud van een goede kwaliteit van zijn leefomgeving, onvoldoende verweven met de belangen die de Wnb beoogt te beschermen. [appellant] betoogt dat zijn belangen voldoende verweven zijn met het algemeen belang, omdat hij een gebruiker is van de Waddenzee en vaak bij de Waddenzee is voor wandelingen en regelmatig naar de Waddeneilanden gaat.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:2148
Datum uitspraak
22 mei 2024
  • Hoger beroep
  • Natuurbescherming
  • Vee e.a. dieren
  • uitspraakin de zaak202305561/1/R2

202306367/1/R2

Bij besluit van 29 maart 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders van Oisterwijk geweigerd aan [appellant] een omgevingsvergunning te verlenen voor het legaliseren van een bouwwerk aan [locatie 1] te Heukelom. Op het perceel aan [locatie 1] te Heukelom staat een van de eveneens op het perceel aanwezige woning losstaand bouwwerk, dat wordt omschreven als een tuinsieraad of folly. Het tuinsieraad is een hoofdzakelijk stalen object, dat uiteindelijk geheel begroeid moet worden. Tot het tuinsieraad behoort een tuinhaard met een gemetselde bakstenen schoorsteen. Het geheel is in totaal 9,5 m hoog. De schoorsteen is gebouwd zonder een omgevingsvergunning. In januari 2022 heeft [appellant] een aanvraag om een omgevingsvergunning ingediend voor het legaliseren van de tuinhaard met schoorsteen. Het college heeft deze aanvraag geweigerd. Op grond van het bestemmingsplan "Buitengebied correctieve herziening" is de maximale bouwhoogte voor bouwwerken, geen gebouw zijnde 3 m. De schoorsteen van 9,5 m hoog is volgens het college geen ondergeschikt bouwonderdeel, dus telt het mee bij de berekening van de maximale bouwhoogte.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:2125
Datum uitspraak
22 mei 2024
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202306367/1/R2

202306488/1/A3

Bij brief van 29 september 2022 heeft de deken van de Orde van Advocaten Limburg gereageerd op een klacht van [appellant] tegen een advocaat. Bij besluit van 16 februari 2023 heeft de deken van de Orde van Advocaten Limburg het door [appellant] daartegen gemaakte bezwaar niet-ontvankelijk verklaard.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:2089
Datum uitspraak
22 mei 2024
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Overige
  • uitspraakin de zaak202306488/1/A3

202400290/1/A2

Bij besluit van 19 april 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders van IJsselstein twee parkeerplaatsen nabij [locatie] in IJsselstein aangewezen als parkeergelegenheid voor het opladen van elektrische personenauto’s. Aan het besluit van 18 oktober 2022 heeft het college onder meer ten grondslag gelegd dat het besluit van 19 april 2022 is genomen om het gebruik van de laadpaal te garanderen. Het college heeft dit belang afgewogen tegen de lokale parkeerdruk. Het college is niet op andere punten ingegaan, omdat die verband houden met de locatiekeuze van de laadpaal. Dat is bij het verkeersbesluit een vaststaand gegeven en is dus volgens het college niet iets om in de belangenafweging te betrekken. Volgens de rechtbank heeft het college in het besluit van 18 oktober 2022 ten onrechte geen aandacht besteed aan de argumenten van [wederpartij] over de locatie van de parkeerplaatsen. Het college moet bij het nemen van een verkeersbesluit onder meer een afweging maken van de bij dat besluit betrokken belangen. Het college moet bekijken of de voor één of meer belanghebbenden nadelige gevolgen van een besluit niet onevenredig zijn in verhouding tot de met dat besluit te dienen doelen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:2124
Datum uitspraak
22 mei 2024
  • Hoger beroep
  • Wegenverkeerswet
  • uitspraakin de zaak202400290/1/A2

202403087/1/A2

De beroepen richten zich tegen het besluit van het Centraal Stembureau van de Universiteit van Amsterdam van 17 mei 2024, waarbij het verzoek om verlenging van de stemperiode voor de verkiezingen voor de CSR met twee dagen is afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:2191
Datum uitspraak
22 mei 2024
  • Mondelinge uitspraak
  • Studentenzaken
  • uitspraakin de zaak202403087/1/A2

202305843/1/V3

Bij besluit van 27 juni 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:2077
Datum uitspraak
21 mei 2024
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202305843/1/V3
vorige pagina1...919293...1.228volgende pagina

Facetten
Gepubliceerd
  • Uitspraken uit
Type uitspraak
Proceduresoort
Rechtsgebied
Bevat

Raad van State

De Raad van State is onafhankelijk adviseur van regering en parlement over wetgeving en bestuur en hoogste algemene bestuursrechter van het land.

  • Meer over ons
  • Vacatures

Contact

De Raad van State bevindt zich in het centrum van Den Haag. Wilt u in contact komen met ons of wilt u ons bezoeken voor een zitting?

  • Telefoon
  • Locatie en route
  • Post en e-mail
  • Digitaal procederen
  • Wet open overheid
  • Nieuwe zaak starten

Altijd op de hoogte

Ontvang ons nieuws via de abonnementenservice in uw mailbox. Op de hoogte gehouden worden over uitspraken die gedaan worden in bepaalde zaken? Meld u dan aan voor de e-mailservice. Of bekijk de voortgang van een bepaalde procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

  • Abonnementenservice
  • E-mailservice uitspraken
  • Voortgang procedure
  • Aanvragen oude uitspraken

Toegankelijkheid | Privacy | Cookiebeleid

Volg ons

  • Bluesky
  • LinkedIn
  • Instagram
  • Mastodon