Ga naar de inhoud
(naar homepage)
lees voor
Direct naar
  • en (Information in English)
  • de (Deutsche Informationen)
  • fr (Informations en français)
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
  • Actueel
    • Nieuws
    • Zittingsagenda
    • Persagenda
    • Evenementen
    • Piet Hein Donner Scriptieprijs
  • Adviezen
  • Uitspraken
  • Publicaties
    • Brochures
    • Studies en onderzoeken
    • Regelingen
    • Consultaties
    • Jaarverslagen
    • Toespraken vice-president
  • Over ons
    • Raad van State in het kort
    • Organisatie
    • Advisering
    • Bestuursrechtspraak
    • Begrotingstoezicht
    • Toetsing Klimaatwet
    • Geschiedenis
    • Raad van State in beeld
  • Zoeken
  • en
  • de
  • fr
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
Zoeken

  1. Home ›
  2. Uitspraken

Uitspraken

De Afdeling bestuursrechtspraak toetst of de overheid het recht goed heeft toegepast bij het nemen van een besluit. In dit onderdeel vindt u alle uitspraken die de Raad van State op zijn website publiceert. Meer informatie over de taak van de Afdeling bestuursrechtspraak vindt u in de rubriek Bestuursrechtspraak.


aantal resultaten: 123.844
aantal resultaten per pagina

Toon overzicht van de actuele uitspraken:

  • Hoofdzaken
  • Voorlopige voorzieningen
  • Interessant voor de media

202306899/1/A2

Bij uitspraak van 8 november 2023 (ECLI:NL:RVS:2023:4119) heeft de Afdeling bestuursrechtspraak het hoger beroep van [verzoeker] tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag van 15 april 2022 in zaken nrs. 20/4684, 20/4685, 20/4679, 20/4678, 20/4683 en 21/558 ongegrond verklaard. De Afdeling heeft in de uitspraak van 8 november 2023 de uitspraak van de rechtbank van 15 april 2022 bevestigd. De rechtbank heeft terecht de beroepen van [verzoeker] tegen de besluiten van 10 juli 2020 en 22 januari 2021 ongegrond verklaard. De raad heeft het inkomen van [verzoeker] in de peiljaren 2015 en 2016 correct vastgesteld en mocht op basis daarvan terecht de toevoegingen voor gesubsidieerde rechtsbijstand intrekken. Ook heeft de raad het inkomen over het peiljaar 2020 correct vastgesteld en mocht op basis daarvan een eigen bijdrage van € 798,- vragen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3400
Datum uitspraak
21 augustus 2024
  • Herziening
  • Rechtsbijstand
  • uitspraakin de zaak202306899/1/A2

202306900/1/A2

Bij uitspraak van 8 november 2023 (ECLI:NL:RVS:2023:4114) heeft de Afdeling bestuursrechtspraak het hoger beroep van [verzoeker] tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag van 1 maart 2022 in zaak nr. 20/3802 ongegrond verklaard. De Afdeling is in de uitspraak van 8 november 2023 van oordeel dat de rechtbank in de uitspraak van 15 april 2022 terecht tot de conclusie komt dat de raad geen schadevergoeding aan [verzoeker] verschuldigd is. Voor toekenning van een schadevergoeding bestaat geen aanleiding, omdat de gestelde schadeoorzaak - het besluit van 25 april 2008 waarbij een verzoek om herziening van een afwijzing van een aanvraag om gesubsidieerde rechtsbijstand buiten behandeling is gesteld - niet onrechtmatig is.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3397
Datum uitspraak
21 augustus 2024
  • Herziening
  • Rechtsbijstand
  • Schadevergoeding
  • uitspraakin de zaak202306900/1/A2

202307398/1/A2

Bij besluit van 2 december 2021 heeft het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen [appellant] een onderzoek naar zijn geschiktheid voor het besturen van motorrijtuigen opgelegd. Het CBR heeft op 7 oktober 2021 van de politie Oost-Nederland een mededeling ontvangen van het vermoeden dat [appellant] niet langer beschikt over de vereiste rijvaardigheid en/of geschiktheid voor het besturen van een motorrijtuig. De mededeling van de politie is gebaseerd op enkele op ambtsbelofte opgemaakte processen-verbaal. [appellant] is op 27 augustus 2021 in een auto aangehouden door een politieambtenaar wegens de verdenking van rijden onder invloed van alcohol en/of drugs en zijn weigering om medewerking te verlenen aan een bloedonderzoek.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3419
Datum uitspraak
21 augustus 2024
  • Hoger beroep
  • Wegenverkeerswet
  • uitspraakin de zaak202307398/1/A2

202307676/1/V6

Bij besluit van 23 februari 2023 heeft de minister van Buitenlandse Zaken een aanvraag van appellanten om op enige wijze hun overkomst naar Nederland te faciliteren, afgewezen. Appellanten hebben de Afghaanse nationaliteit en verblijven in Afghanistan. Zij bestaan uit [appellant], zijn echtgenote, hun zoon en dochter, en zijn vader. Op 16 september 2021 heeft [appellant] de minister gevraagd om hen vanuit Afghanistan naar Nederland over te brengen. [appellant] stelt dat hij van ongeveer 2010 tot 2014 als lid van de Afghaanse faciliterende staf heeft gewerkt voor de Nederlandse functionarissen van de European Union Police Mission in Afghanistan aan het Police Staff College in Kabul. De minister heeft de aanvraag afgewezen, omdat [appellant] niet valt onder de bij de brief van 11 oktober 2021 getroffen speciale voorziening (Kamerstukken II 2021/22, 27 925, nr. 860; de Kamerbrief).

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3322
Datum uitspraak
21 augustus 2024
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Overige
  • uitspraakin de zaak202307676/1/V6

202307707/1/V6

Bij besluit van 28 juni 2022 heeft de minister van Buitenlandse Zaken een aanvraag van appellanten om op enige wijze hun overkomst naar Nederland te faciliteren, afgewezen. Appellanten hebben de Afghaanse nationaliteit en verblijven in Pakistan. Zij bestaan uit [appellante] en haar twee meerderjarige dochters. Zij hebben de minister gevraagd om hen vanuit Afghanistan naar Nederland over te brengen. [appellante] stelt dat zij van 1 juli 2007 tot 31 december 2016 heeft gewerkt als schoonmaakster op het hoofdkwartier van de European Union Police Mission in Afghanistan en het Police Staff College in Kabul. De minister heeft de aanvraag afgewezen, omdat [appellante] niet valt onder de bij de brief van 11 oktober 2021 getroffen speciale voorziening (Kamerstukken II 2021/22, 27 925, nr. 860; de Kamerbrief).

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3411
Datum uitspraak
21 augustus 2024
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Overige
  • uitspraakin de zaak202307707/1/V6

202307710/1/V6

Bij besluit van 29 juni 2022 heeft de minister van Buitenlandse Zaken een aanvraag van appellanten om op enige wijze hun overkomst naar Nederland te faciliteren, afgewezen. Appellanten hebben de Afghaanse nationaliteit en verblijven in Afghanistan. Zij bestaan uit [appellant], haar echtgenoot en hun vijf meerderjarige kinderen. Op 24 augustus 2021 heeft zij de minister gevraagd om hen vanuit Afghanistan naar Nederland over te brengen. [appellant] stelt dat zij van 16 december 2008 tot en met 30 april 2017 heeft gewerkt als schoonmaakster op het hoofdkwartier van de European Union Police Mission in Afghanistan en het Police Staff College in Kabul.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3408
Datum uitspraak
21 augustus 2024
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Overige
  • uitspraakin de zaak202307710/1/V6

202307711/1/V6

Bij besluit van 29 juni 2022 heeft de minister van Buitenlandse Zaken een aanvraag van appellanten om op enige wijze hun overkomst naar Nederland te faciliteren, afgewezen. Appellanten hebben de Afghaanse nationaliteit en verblijven in Afghanistan. Zij bestaan uit [appellant], zijn echtgenote en hun zes kinderen. Op 27 augustus 2021 heeft hij de minister gevraagd om hen vanuit Afghanistan naar Nederland over te brengen. [appellant] stelt dat hij van oktober 2007 tot 2016 heeft gewerkt als kok op het hoofdkwartier van de European Union Police Mission in Afghanistan in Kabul. Op het hoofdkwartier werden ook de maaltijden bereid voor het Police Staff College in Kabul.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3409
Datum uitspraak
21 augustus 2024
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Overige
  • uitspraakin de zaak202307711/1/V6

202307713/1/V6

Bij besluit van 29 juni 2022 heeft de minister van Buitenlandse Zaken een aanvraag van appellanten om op enige wijze hun overkomst naar Nederland te faciliteren, afgewezen. Appellanten hebben de Afghaanse nationaliteit en verblijven in Afghanistan. Zij bestaan uit [appellant], haar echtgenoot, hun zoon, zijn vrouw en hun minderjarige kind. Op 25 augustus 2021 heeft zij de minister gevraagd om hen vanuit Afghanistan naar Nederland over te brengen. [appellant] stelt dat zij van 22 december 2008 tot en met 30 april 2017 heeft gewerkt als coördinator van de schoonmaakdienst op het hoofdkwartier van de European Union Police Mission in Afghanistan in Kabul. De schoonmakers die zij coördineerde, werkten ook op het Police Staff College in Kabul.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3407
Datum uitspraak
21 augustus 2024
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Overige
  • uitspraakin de zaak202307713/1/V6

202400236/1/A2

Op 2 juni 2023 heeft de directeur van de Hogeschool Windesheim locatie Almere namens het College van Bestuur van de Hogeschool Windesheim het verzoek van [appellante] om verschillende voorzieningen te treffen vanwege een functiebeperking, afgewezen. [appellante] doet een voltijdse opleiding HBO-Rechten aan de Hogeschool Windesheim. Vanwege haar medische conditie ervaart zij functiebeperkingen bij het volgen van onderwijs en het maken van tentamens. Daarom heeft zij verschillende voorzieningen bij de opleiding aangevraagd die haar ondersteunen bij het volgen van regulier onderwijs. [appellante] heeft zeven voorzieningen aangevraagd. Ten eerste de mogelijkheid om online deel te nemen aan lessen door in te bellen bij docenten via Teams. Ten tweede, indien dit niet mogelijk is, de vraag of de studentbegeleider kan meedenken over online deelname via een medestudent. Ten derde de kans om vaker dan nu het geval is een gesprek te voeren met de studentbegeleider. Ten vierde de mogelijkheid om telefonisch of via mail op latere momenten vakinhoudelijke vragen te stellen aan docenten die binnen een aantal dagen worden beantwoord.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3410
Datum uitspraak
21 augustus 2024
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • Studentenzaken
  • uitspraakin de zaak202400236/1/A2

202401886/1/A2

[appellante] heeft het opleidingsmanagement verzocht de absenties die op 7 en 8 september zijn geregistreerd, te verwijderen. [appellante] volgt sinds het studiejaar 2023/2024 voltijd de bacheloropleiding Verpleegkundige aan de Hogeschool van Amsterdam. Zij was voor de start van het studiejaar 2023/2024 nog niet op de hoogte van de groepsindeling en haar rooster en heeft de opleidingen meerdere malen verzocht om deze informatie. Uiteindelijk heeft de opleiding op 11 september 2023 deze informatie aan haar bekend gemaakt. [appellante] is hierdoor afwezig geweest bij twee verplichte lessen op 7 en 8 september 2023, waarvoor twee absenties zijn geregistreerd. Het CBE heeft aan de beslissing van 13 februari 2024 ten grondslag gelegd dat de afwijzing van het verzoek van [appellante] om de geregistreerde absenties te verwijderen geen beslissing is in de zin van artikel 7.61 van de WHW. Volgens het CBE is de registratie van feitelijke afwezigheid namelijk niet op rechtsgevolg gericht. Het feit dat de vaststelling van het aantal keren dat [appellante] afwezig is, kan leiden tot consequenties voor de beoordeling, maakt dit niet anders.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3389
Datum uitspraak
21 augustus 2024
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Studentenzaken
  • uitspraakin de zaak202401886/1/A2

202402305/1/A2

Bij beslissing van 19 september 2023 heeft de Centrale Studentenadministratie het verzoek van [appellante] om een deel van het instellingscollegegeldtarief over studiejaar 2022-2023 kwijt te schelden, afgewezen. [appellante] is een studente met een buitenlandse nationaliteit. Sinds studiejaar 2021-2022 volgt zij de masteropleiding Economics aan de Universiteit van Amsterdam. Voor [appellante] geldt het instellingscollegegeldtarief. In studiejaar 2021-2022 bedroeg dit vanwege de Covid-19 pandemie € 14.291,00 en voor de aanvang van het studiejaar 2022-2023 heeft de UvA dit vastgesteld op € 16.060,00. [appellante] heeft het instellingscollegegeldtarief deels betaald. Het nog openstaande bedrag van € 843,74 heeft zij in september 2023 betaald. Omdat zij hinder heeft ondervonden door persoonlijke omstandigheden, heeft zij de CSA verzocht een bedrag van € 800,00 met toepassing van de hardheidsclausule kwijt te schelden.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3383
Datum uitspraak
21 augustus 2024
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Studentenzaken
  • uitspraakin de zaak202402305/1/A2

202402798/1/A2

Bij beslissing van 5 februari 2024 hebben de examinatoren het door [appellant] afgelegde examen beoordeeld met een 5,0. [appellant] is sinds studiejaar 2016-2017 ingeschreven als student voor de voltijdsopleiding HBO-ICT aan De Haagse Hogeschool. In studiejaar 2022-2023 heeft hij voor het eerst deelgenomen aan het examentraject. Dat jaar haalde hij zowel voor de eerste kans, als voor de tweede kans een onvoldoende. Een schikkingsgesprek met de examencommissie IT&D heeft toen geleid tot een derde kans voor het examentraject. Hiervoor zijn twee nieuwe examinatoren aangewezen. Op 29 januari 2024 heeft de examenzitting van de derde kans plaatsgevonden. De examinatoren hebben ook die kans op 5 februari 2024 beoordeeld met een onvoldoende. [appellant] betoogt dat de procedure in administratief beroep niet juist is verlopen. Het administratief beroepschrift is via de examencommissie bij het CBE ingediend, terwijl dit volgens hem direct bij het CBE moest worden ingediend. Daardoor heeft de procedure vertraging opgelopen, heeft hij onnodig collegegeld betaald en frustratie ervaren. Daarbij was de procedure bij het CBE niet transparant en was er sprake van partijdigheid.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3382
Datum uitspraak
21 augustus 2024
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Studentenzaken
  • uitspraakin de zaak202402798/1/A2

202403328/1/A2

Bij beslissing van 15 januari 2024 heeft de directeur van de vestiging Hogeschool Inholland Rotterdam & Dordrecht namens het college van bestuur van Hogeschool Inholland aan [appellante] een schriftelijke waarschuwing opgelegd. [appellante] is een studente aan de Inholland Hogeschool. Het CvB heeft haar vanwege ongepast gedrag binnen het gebouw van de Hogeschool een schriftelijke waarschuwing gegeven. Het CvB heeft zich op het standpunt gesteld dat de beslissing zorgvuldig tot stand is gekomen en is gebaseerd op een volledige beoordeling van de feiten. De gedragingen van [appellante], namelijk het in de publieke ruimte schreeuwen, schelden en het doen van dreigende uitspraken richting een medestudent, zijn in strijd met hoofdstuk 3, paragraaf 3.1, Huisregels, Onderdeel A, artikel 1, eerste lid, van de Onderwijsgids 2023-2024. Er ontstond hierdoor een situatie waarmee [appellante] afbreuk heeft gedaan aan een veilige en respectvolle leeromgeving. Het CvB heeft geconcludeerd dat de directeur de in de Huisregels, Onderdeel C, artikel 3, derde lid, onder b, van de Onderwijsgids 2023-2024 als ordemaatregel genoemde schriftelijke waarschuwing mocht opleggen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3381
Datum uitspraak
21 augustus 2024
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Studentenzaken
  • uitspraakin de zaak202403328/1/A2

202404222/1/A2

Bij beslissing van 23 april 2024 heeft de examencommissie voortgezet algemeen volwassenonderwijs van het Vista College [appellante] wegens fraude uitgesloten van het centrale examen geschiedenis. Bij beslissing van 5 juli 2024 heeft de commissie het daartegen door [appellante] ingestelde administratief beroep gegrond verklaard. [appellante] volgt het voortgezet algemeen volwassenonderwijs aan het Vista College in Maastricht. In het kader van deze opleiding heeft zij het schoolexamen geschiedenis afgelegd. [appellante] had tijdens dit examen, tegen de regels in, een geannoteerd woordenboek bij zich. De examencommissie heeft haar bij beslissing van 23 april 2024 daarom wegens fraude uitgesloten voor het centrale examen geschiedenis. De examencommissie heeft [appellante] daarmee een punitieve sanctie opgelegd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3395
Datum uitspraak
21 augustus 2024
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Studentenzaken
  • uitspraakin de zaak202404222/1/A2

202301789/1/V1

De vreemdeling heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op een aanvraag om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen. Bij uitspraak van 24 februari 2023 heeft de rechtbank dat beroep niet-ontvankelijk verklaard. Tegen deze uitspraak heeft de vreemdeling, vertegenwoordigd door mr. T.M. van der Wal, advocaat te Leeuwarden, hoger beroep ingesteld. De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid en de vreemdeling hebben nadere stukken ingediend. Bij besluit van 14 juni 2024 heeft de staatssecretaris de aanvraag van de vreemdeling ingewilligd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3360
Datum uitspraak
20 augustus 2024
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202301789/1/V1

202400740/1/V3

Bij besluit van 11 januari 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de vreemdeling opgedragen de Europese Unie onmiddellijk te verlaten en een inreisverbod tegen hem uitgevaardigd. Bij uitspraak van 30 januari 2024 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep ongegrond verklaard. Tegen deze uitspraak heeft de vreemdeling, vertegenwoordigd door mr. G.A. Dorsman, advocaat in Rotterdam, hoger beroep ingesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3374
Datum uitspraak
20 augustus 2024
  • Hoger beroep
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202400740/1/V3

202402722/2/R1

Bij besluit van 23 oktober 2019 heeft het college van burgemeester en wethouders van Sluis het handhavingsverzoek van de maatschap van 2 juli 2019 afgewezen. Renover exploiteert op het perceel Margarethaweg 2 te Oostburg een kerstbomenkwekerij. De maatschap is exploitant van een pluimveebedrijf en is gevestigd op het perceel [locatie]. Bij besluit van 23 augustus 2023 heeft het college Renover gelast om binnen twee maanden de overtreding van artikel 2.1, eerste lid, onder b, van de Wabo ongedaan te maken. Aan de last is een dwangsom van € 25.000,00 ineens verbonden. Volgens de maatschap strekte de aan Renover opgelegde last onder dwangsom niet ver genoeg, wat voor de maatschap reden was om beroep in te stellen tegen dit besluit. Renover betoogt dat er concreet zicht is op legalisatie van de overtreding, omdat er in het verleden omgevingsvergunningen zijn verleend. Daarmee staat vast dat zij weer een omgevingsvergunning kan krijgen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3362
Datum uitspraak
20 augustus 2024
  • Voorlopige voorziening
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202402722/2/R1

202403250/1/V3

Bij besluit van 26 april 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de vreemdeling in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3345
Datum uitspraak
20 augustus 2024
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaak202403250/1/V3

202403292/1/V3

Bij besluit van 28 april 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de vreemdeling een vrijheidsontnemende maatregel opgelegd. Bij uitspraak van 21 mei 2024 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen. Tegen deze uitspraak heeft de vreemdeling, vertegenwoordigd door mr. J.P. van Mulken, advocaat in Nuth, hoger beroep ingesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3359
Datum uitspraak
20 augustus 2024
  • Hoger beroep
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202403292/1/V3

202404081/1/V2

Bij besluit van 13 december 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen. Bij besluit van 5 februari 2024 heeft de staatssecretaris het daartegen door de vreemdeling gemaakte bezwaar ongegrond verklaard. Bij uitspraak van 5 juni 2024 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep ongegrond verklaard.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3358
Datum uitspraak
20 augustus 2024
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaak202404081/1/V2

202404701/2/V2

Bij besluit van 7 april 2021 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag tot het wijzigen van de beperking van de aan de vreemdeling verleende verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd afgewezen en een aanvraag om verlenging van de geldigheidsduur van die verblijfsvergunning afgewezen. Bij besluit van 17 augustus 2022 heeft de staatssecretaris het daartegen door de vreemdeling gemaakte bezwaar ongegrond verklaard. Bij uitspraak van 2 juli 2024 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep ongegrond verklaard.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3357
Datum uitspraak
20 augustus 2024
  • Voorlopige voorziening
  • Regulier
  • uitspraakin de zaak202404701/2/V2

202404704/2/V3

Bij besluit van 18 juni 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3352
Datum uitspraak
20 augustus 2024
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202404704/2/V3

202404955/2/V3

Bij besluiten van 25 juni 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid aanvragen van de vreemdelingen om hun een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3428
Datum uitspraak
20 augustus 2024
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202404955/2/V3

202405025/2/V2

Bij besluit van 5 juni 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3425
Datum uitspraak
20 augustus 2024
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202405025/2/V2

202405035/2/V3

Bij besluit van 18 juni 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3355
Datum uitspraak
20 augustus 2024
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202405035/2/V3

202405139/1/V3 en 202405139/2/V3

Bij besluit van 19 maart 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet-ontvankelijk verklaard. Bij uitspraak van 9 augustus 2024 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep ongegrond verklaard. Tegen deze uitspraak heeft de vreemdeling, vertegenwoordigd door mr. A. Alkir, advocaat in Eindhoven, hoger beroep ingesteld. Ook heeft hij de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3371
Datum uitspraak
20 augustus 2024
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202405139/1/V3 en 202405139/2/V3

BRS.24.000262

Bij besluit van 26 juni 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de vreemdeling een vrijheidsontnemende maatregel opgelegd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3321
Datum uitspraak
20 augustus 2024
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaakBRS.24.000262

202404526/2/A2

Ten aanzien van zaak nr. 202404526/1/A2, die op 21 augustus 2024 op zitting zal worden behandeld, heeft mr. G.T.J.M. Jurgens, als lid van de enkelvoudige kamer belast met de behandeling van deze zaak, op 19 augustus 2024 het verzoek gedaan zich te mogen verschonen. De staatsraad heeft te kennen gegeven dat zij bij de voorbereiding van deze zaak heeft geconstateerd dat het college van beroep voor de examens van de Radboud Universiteit een van de partijen is. Tot en met juni 2024 was de staatsraad lid van de academische opleidingsraad van de faculteit der rechtsgeleerdheid van de Radboud Universiteit. Om iedere schijn van vooringenomenheid bij de behandeling van deze zaak te voorkomen, heeft de staatsraad verzocht zich te mogen verschonen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3367
Datum uitspraak
20 augustus 2024
  • Verschoning
  • Hoger Beroep - Overige
  • uitspraakin de zaak202404526/2/A2

202205876/1/V2.

Bij besluit van 6 april 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet-ontvankelijk verklaard.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3336
Datum uitspraak
19 augustus 2024
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202205876/1/V2.

202300288/1/V2.

Bij besluit van 18 februari 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet-ontvankelijk verklaard.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3337
Datum uitspraak
19 augustus 2024
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202300288/1/V2.

202302061/1/V1

De vreemdeling, vertegenwoordigt door mr. S. Thelosen, advocaat te Amsterdam, heeft hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Haarlem, van 6 maart 2023 in zaak nr. 22/7451.De vreemdeling heeft het hoger beroep ingetrokken en de Afdeling verzocht om de staatssecretaris (nu: de minister van Asiel en Migratie) te veroordelen in de bij hem opgekomen proceskosten.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3338
Datum uitspraak
19 augustus 2024
  • Hoger beroep
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202302061/1/V1

202403079/1/V3

Bij besluit van 19 april 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de vreemdeling in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3344
Datum uitspraak
19 augustus 2024
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaak202403079/1/V3

202403594/1/V3

Bij besluit van 24 mei 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de vreemdeling in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3346
Datum uitspraak
19 augustus 2024
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaak202403594/1/V3

202404274/2/V3

Bij besluit van 26 april 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3347
Datum uitspraak
19 augustus 2024
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202404274/2/V3

202404290/1/V3 en 202404290/2/V3.

Bij besluit van 18 juni 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3348
Datum uitspraak
19 augustus 2024
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202404290/1/V3 en 202404290/2/V3.

202404342/2/V3

Bij besluit van 17 februari 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3350
Datum uitspraak
19 augustus 2024
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202404342/2/V3

202404693/1/V3

Bij besluit van 9 juli 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie de vreemdeling in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3351
Datum uitspraak
19 augustus 2024
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaak202404693/1/V3

202404798/1/V2 en 202404798/2/V2

Bij besluit van 6 juni 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet-ontvankelijk verklaard.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3330
Datum uitspraak
19 augustus 2024
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202404798/1/V2 en 202404798/2/V2

202404869/2/V3

Bij besluiten van 2 mei 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de aanvragen van de vreemdelingen om hun een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3353
Datum uitspraak
19 augustus 2024
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202404869/2/V3

202404991/2/V3

Bij besluit van 12 december 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3354
Datum uitspraak
19 augustus 2024
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202404991/2/V3

202405007/1/V3 en 202405007/2/V3

Bij besluit van 28 mei 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3349
Datum uitspraak
19 augustus 2024
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202405007/1/V3 en 202405007/2/V3

202405205/2/V2

Bij besluit van 12 juli 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen. Bij uitspraak van 19 augustus 2024 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep ongegrond verklaard. Tegen deze uitspraak heeft de vreemdeling hoger beroep ingesteld. Ook heeft hij de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3370
Datum uitspraak
19 augustus 2024
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202405205/2/V2

202404603/2/V3

Bij besluit van 22 november 2016 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag om de vreemdeling een machtiging tot voorlopig verblijf te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3329
Datum uitspraak
16 augustus 2024
  • Voorlopige voorziening
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202404603/2/V3

202404728/1/V1 en 202404728/2/V1

Bij besluit van 8 december 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3328
Datum uitspraak
16 augustus 2024
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202404728/1/V1 en 202404728/2/V1

202404926/2/V3

Bij besluit van 30 april 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3324
Datum uitspraak
16 augustus 2024
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202404926/2/V3

202405012/2/V3

Bij besluit van 28 juni 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3335
Datum uitspraak
16 augustus 2024
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202405012/2/V3

202201740/1/V3

Bij besluit van 15 februari 2018 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag om de vreemdeling een machtiging tot voorlopig verblijf te verlenen (hierna: mvv), afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3306
Datum uitspraak
15 augustus 2024
  • Hoger beroep
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202201740/1/V3

202403606/2/V3

Bij besluiten van 4 november 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid aanvragen van de vreemdelingen om hun een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3308
Datum uitspraak
15 augustus 2024
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202403606/2/V3

202403850/1/V3

Bij besluit van 9 juni 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de vreemdeling in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3315
Datum uitspraak
15 augustus 2024
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaak202403850/1/V3

202404145/2/R1

Het verzoek richt zich tegen het besluit van het college van burgemeester en wethouders van Arnhem van 27 mei 2024, waarbij het door [verzoekster] tegen het besluit van 31 oktober 2023 gemaakte bezwaar ongegrond is verklaard. In het besluit van 31 oktober 2023 heeft het college ingestemd met het deelsaneringsplan voor de locatie Bethaniënstraat 222-238 (grondwal). [verzoekster] heeft beroep ingesteld tegen het besluit van 27 mei 2024 en de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen. [verzoekster] betoogt dat de bezwaarschriftencommissie niet onafhankelijk is. Zij voert aan dat het advies en het besluit op bezwaar al enkele dagen na de hoorzitting tot stand zijn gekomen. Hierdoor heeft zij het vermoeden dat er onderlinge afstemming heeft plaatsgevonden tussen de bezwaarschriftencommissie en het college. Verder betoogt zij dat het college haar belangen niet heeft meegewogen in de besluitvorming. Zij vreest schade aan haar woning te ondervinden als gevolg van de werkzaamheden ten behoeve van de bodemsanering in de grondwal. Ook vreest zij voor het vrijkomen van gevaarlijke stoffen en verspreiding van de Japanse duizendknoop.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3361
Datum uitspraak
15 augustus 2024
  • Mondelinge uitspraak
  • Voorlopige voorziening
  • Bodembescherming
  • uitspraakin de zaak202404145/2/R1

202404158/1/V3

Bij besluit van 14 juni 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de vreemdeling in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3309
Datum uitspraak
15 augustus 2024
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaak202404158/1/V3

202404405/2/V3

Bij besluit van 5 december 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3314
Datum uitspraak
15 augustus 2024
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202404405/2/V3

202404501/2/V3

Bij besluit van 24 maart 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3312
Datum uitspraak
15 augustus 2024
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202404501/2/V3

202404587/1/V3

Bij besluit van 5 juli 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie de vreemdeling in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3311
Datum uitspraak
15 augustus 2024
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaak202404587/1/V3

202404692/2/V3

Bij besluiten van 5 juni 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid aanvragen van de vreemdelingen om hun een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3310
Datum uitspraak
15 augustus 2024
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202404692/2/V3

202404713/2/V3

Bij besluit van 27 juni 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3305
Datum uitspraak
15 augustus 2024
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202404713/2/V3

202404742/2/V3

Bij besluiten van 2 mei 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de aanvragen van de vreemdelingen om hun een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3326
Datum uitspraak
15 augustus 2024
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202404742/2/V3

202404749/2/V3

Bij besluit van 2 mei 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3327
Datum uitspraak
15 augustus 2024
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202404749/2/V3

202404766/2/V1

Bij besluit van 4 juli 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, opnieuw afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3307
Datum uitspraak
15 augustus 2024
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202404766/2/V1

202405003/2/V3

Bij besluit van 14 maart 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de vreemdeling de toegang tot Nederland geweigerd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3325
Datum uitspraak
15 augustus 2024
  • Voorlopige voorziening
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202405003/2/V3

202405037/1/V3 en 202405037/2/V3

Bij besluit van 28 mei 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3323
Datum uitspraak
15 augustus 2024
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202405037/1/V3 en 202405037/2/V3

202405104/3/V3

Bij besluit van 3 juni 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3334
Datum uitspraak
15 augustus 2024
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202405104/3/V3

202405114/1/V3 en 202405114/2/V3

Bij besluit van 6 oktober 2023 heeft de minister een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3333
Datum uitspraak
15 augustus 2024
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202405114/1/V3 en 202405114/2/V3

BRS.24.000154

Bij besluit van 8 april 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de vreemdeling in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3268
Datum uitspraak
15 augustus 2024
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaakBRS.24.000154

202306205/1/V3

Bij besluit van 5 september 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de vreemdeling in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3275
Datum uitspraak
14 augustus 2024
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaak202306205/1/V3

202400551/4/R2

Bij besluit van 7 oktober 2022 heeft het college van gedeputeerde staten van Noord-Brabant het verzoek van BMF en andere om handhavend op te treden tegen [opfokbedrijf] dat zonder de vereiste natuurvergunning een pluimveehouderij in werking heeft aan de [locatie] in Someren, afgewezen. De pluimveehouderij heeft een natuurvergunning nodig, omdat de activiteiten leiden tot stikstofdepositie op verschillende nabijgelegen Natura 2000-gebieden. Het college heeft de natuurvergunning tot drie keer toe verleend, maar die is steeds vernietigd omdat het college niet goed heeft gemotiveerd waarom met het extern salderen de zekerheid is verkregen dat het project de natuurlijke kenmerken van de Natura 2000-gebieden niet aantast. Het verlenen van natuurvergunningen ligt al enige tijd stil in de provincie Noord-Brabant. [opfokbedrijf] is wel in bedrijf zonder natuurvergunning. BMF en andere hebben daarom een verzoek om handhaving ingediend bij het college. Het college heeft zich eerder op het standpunt gesteld dat handhaven niet evenredig is, omdat [opfokbedrijf] naar verwachting alsnog in aanmerking komt voor een natuurvergunning en handhaving grote financiële gevolgen voor het bedrijf zal hebben.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3267
Datum uitspraak
14 augustus 2024
  • Voorlopige voorziening
  • Milieu - Bestuursdwang / Dwangsom
  • Natuurbescherming
  • uitspraakin de zaak202400551/4/R2

202401210/1/V2

Bij besluit van 9 december 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid vastgesteld dat de vreemdeling niet in aanmerking komt voor bescherming op grond van Richtlijn 2001/55/EG.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3279
Datum uitspraak
14 augustus 2024
  • Hoger beroep
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202401210/1/V2

202403591/1/V3

Bij besluit van 17 mei 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de vreemdeling in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3277
Datum uitspraak
14 augustus 2024
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaak202403591/1/V3

202403890/1/V3

Bij besluit van 24 mei 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de vreemdeling in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3276
Datum uitspraak
14 augustus 2024
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaak202403890/1/V3

202404168/1/V3

Bij besluit van 24 mei 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de vreemdeling in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3278
Datum uitspraak
14 augustus 2024
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaak202404168/1/V3

202404248/2/R2

Bij besluit van 24 juli 2023 heeft het college van burgemeester en wethouders van Tilburg aan [verzoekster sub 1] een omgevingsvergunning verleend voor het realiseren van 6 buitenbanen voor padel, inclusief het plaatsen van een geluidscherm en lichtmasten. De aanvraag waarvoor de omgevingsvergunning is verleend ziet op het realiseren van 6 buitenbanen voor het spelen van padel, met de eerdergenoemde voorzieningen op het perceel [locatie] in Tilburg. [verzoekster sub 2] wenst het project te realiseren. Het college heeft de vergunning mede verleend voor het afwijken van de geldende bestemmingsplannen "Stadsrand Dalem - Reeshofweide 2013" en "Stadsrand Dalem - Reeshofweide 2013, 1e wijziging", omdat de buitenbanen niet binnen de omschrijving van de voor het perceel geldende bestemming "Gemengd - 3" passen. Ook is afwijking van de bestemmingsplannen toegestaan, omdat lichtmasten van 6 m hoog en een geluidscherm van 6,83 m hoog zijn voorzien, terwijl volgens artikel 7.2.4 van de planregels van het plan "Stadsrand Dalem - Reeshofweide 2013" ter plaatse een bouwhoogte van 5 m is toegestaan voor bouwwerken geen gebouwen zijnde.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3269
Datum uitspraak
14 augustus 2024
  • Voorlopige voorziening
  • Bouwen
  • Project strijd bestemmingsplan
  • uitspraakin de zaak202404248/2/R2

202404547/1/V3 en 202404547/2/V3

Bij besluit van 7 mei 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen als kennelijk ongegrond.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3313
Datum uitspraak
14 augustus 2024
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202404547/1/V3 en 202404547/2/V3

202404591/1/V1 en 202404591/2/V1

Bij besluit van 9 februari 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3272
Datum uitspraak
14 augustus 2024
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202404591/1/V1 en 202404591/2/V1

202404629/2/V2

Bij besluit van 7 maart 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3271
Datum uitspraak
14 augustus 2024
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202404629/2/V2

202404630/1/V1 en 202404630/2/V1

Bij besluit van 17 oktober 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid vastgesteld dat de vreemdeling niet in aanmerking komt voor bescherming op grond van Richtlijn 2001/55/EG.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3270
Datum uitspraak
14 augustus 2024
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202404630/1/V1 en 202404630/2/V1

202404858/2/V2

Bij besluit van 18 mei 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3316
Datum uitspraak
14 augustus 2024
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202404858/2/V2

202003249/1/A2

Bij besluit van 28 februari 2019 heeft het college van burgemeester en wethouders van Nijmegen geweigerd aan [appellant sub 2] een vergunning te verlenen voor het omzetten van de zelfstandige woonruimte aan de [locatie] in Nijmegen in maximaal negen onzelfstandige woonruimten, te bewonen door maximaal negen personen. Wimbledon heeft bij het college een aanvraag ingediend voor een vergunning voor het omzetten van de zelfstandige woning aan de [locatie] in Nijmegen in negen onzelfstandige wooneenheden, te bewonen door negen personen. In artikel 12, eerste lid, van de Huisvestingsverordening Nijmegen 2019, die gold van 7 februari 2019 tot 31 december 2019, is bepaald dat in de hele gemeente Nijmegen het verbod geldt als bedoeld in artikel 21, eerste lid, aanhef en onder c, van de Huisvestingswet 2014. Dat is het verbod om zonder vergunning van het college zelfstandige woonruimte om te zetten in of omgezet te houden als onzelfstandige woonruimte. Het college heeft geweigerd de gevraagde omzettingsvergunning te verlenen, omdat volgens het college niet wordt voldaan aan de in de beleidsregels neergelegde leefbaarheidstoets.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3293
Datum uitspraak
14 augustus 2024
  • Hoger beroep
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202003249/1/A2

202105761/1/A3

Bij besluiten van 7 augustus 2020 heeft de voorzitter van de Veiligheidsregio Utrecht aan [bedrijf] twee lasten onder dwangsom opgelegd. [bedrijf] exploiteert de horecabedrijven ‘de Karseboom’ en ‘Tjommies Music Bar’. Op 1 en 2 augustus 2020 is door opsporingsambtenaren vastgesteld dat in de twee horecabedrijven de Noodverordening COVID-19 Veiligheidsregio Utrecht van 15 juli 2020 werd overtreden, omdat de voorgeschreven minimale afstand van 1,5 meter tussen personen niet in acht werd genomen. De voorzitter heeft daarom bij afzonderlijke besluiten van 7 augustus 2020 aan [bedrijf] twee lasten onder dwangsom opgelegd. De lasten houden in dat per direct tijdens openingstijden van ‘de Karseboom’ en ‘Tjommies Music Bar’ alle maatregelen uit de Noodverordening nageleefd moeten worden. Op 11 december 2020 heeft de voorzitter besloten om twee verbeurde dwangsommen in te vorderen nadat tijdens controles op 23 en 29 augustus 2020 in ‘de Karseboom’ is geconstateerd dat de bezoekers niet te allen tijde 1,5 meter afstand hielden. Ook zaten niet alle bezoekers op een vaste zitplaats.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3297
Datum uitspraak
14 augustus 2024
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202105761/1/A3

202201421/1/R3

Bij besluit van 3 november 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Molenlanden, op verzoek van [verzoeker A] en [verzoeker B] aan [appellant] een last onder bestuursdwang opgelegd. [appellant] woont op het perceel [locatie 1] in Goudriaan. Op het perceel is het bestemmingsplan "Buitengebied Graafstroom" van toepassing. De gronden van het perceel zijn onder meer bestemd voor "Wonen" en "Agrarisch met waarden". Ook ligt er een bouwvlak op het perceel. [appellant] woont in een bouwwerk op het zuidelijk deel van het perceel. [verzoeker], eigenaar van het perceel [locatie 2] in Goudriaan, heeft het college op 19 juni 2019 verzocht om handhavend op te treden tegen het illegaal in stand laten en bewonen van de woning door [appellant]. Het verzoek om handhaving is toegewezen en het college heeft bij besluit van 17 maart 2020 een last onder dwangsom opgelegd. [appellant] heeft daar bezwaar tegen gemaakt.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3282
Datum uitspraak
14 augustus 2024
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202201421/1/R3

202201507/3/R4

Bij tussenuitspraak van 28 februari 2024, ECLI:NL:RVS:2024:841, heeft de Afdeling de raad van de gemeente Winterswijk opgedragen om binnen 12 weken na de verzending van de tussenuitspraak de daarin geconstateerde gebreken in het besluit van 27 januari 2022 tot vaststelling van het bestemmingsplan "Bruine gebieden" te herstellen. De Afdeling heeft in de tussenuitspraak twee gebreken in het besluit van 27 januari 2022 vastgesteld. In de eerste plaats is de Afdeling onder 6.1 van de tussenuitspraak tot de conclusie gekomen dat het vaststellingsbesluit en het plan, in onderlinge samenhang bezien, in strijd zijn met de rechtszekerheid. Dit omdat het vaststellingsbesluit en de digitale versie van het plan zoals die destijds via de landelijke voorziening kon worden geraadpleegd niet met elkaar overeenstemden. Bij de publicatie van de digitale versie van het plan was namelijk per abuis de verbeelding die hoorde bij het ontwerpplan beschikbaar gesteld. Op die verbeelding was op het perceel [locatie] in Winterswijk de aanduiding "aaneengebouwd" opgenomen, terwijl uit de overwegingen van het vaststellingsbesluit bleek dat deze aanduiding zou worden gewijzigd naar "vrijstaand".

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3289
Datum uitspraak
14 augustus 2024
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Gelderland
  • uitspraakin de zaak202201507/3/R4

202203042/1/R4

Bij brief van 18 maart 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Zevenaar het verzoek van [appellant] om handhavend op te treden tegen het kappen van bomen op het perceel [locatie 1] te Babberich toegewezen. Op het perceel is een groenstrook met veldesdoorns aanwezig. Het perceel [locatie 1] is inmiddels gesplitst in meerdere percelen, waardoor de groenstrook op dit moment van verschillende eigenaren is. [eigenaar] is een van de eigenaren. [appellant] woont op het aangrenzende perceel, aan de [locatie 2]. Op 24 december 2019 heeft [appellant] het college verzocht om handhavend op te treden tegen de kap van bomen op het perceel in strijd met artikel 3.5.2 en bijlage 2 van de planregels. Een toezichthouder van de gemeente Zevenaar had al eerder op 2 december 2019 naar aanleiding van een telefoontje van [appellant] een controle uitgevoerd op het perceel. Tijdens deze controle is geconstateerd dat er kapwerkzaamheden aan de aanwezige veldesdoorns waren verricht. Deze kapwerkzaamheden waren voor het college aanleiding om op 18 maart 2020 het verzoek om handhavend op te treden toe te wijzen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3283
Datum uitspraak
14 augustus 2024
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • Kapvergunningen
  • uitspraakin de zaak202203042/1/R4

202204624/1/R3

Bij besluit van 15 april 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Enschede aan Twence Holding B.V. omgevingsvergunning verleend voor het voortzetten van het gebruik in afwijking van het geldende bestemmingsplan van gronden op het perceel "Zonnepark Boeldershoek-West" in Enschede ten behoeve van het al bestaande zonnepark, voor een periode van 25 jaar, gerekend vanaf 14 maart 2017. Op 14 maart 2017 heeft het college met toepassing van artikel 2.12, eerste lid, onder a, onder 2o, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, gelezen in samenhang artikel 4, aanhef en onderdeel 11, van bijlage II van het Besluit omgevingsrecht, aan Twence omgevingsvergunning verleend voor het tijdelijk in afwijking van het bestemmingsplan plaatsen van zonnepanelen en een hekwerk op gronden tussen de Twekkerlermarkeweg en de rijksweg A35, aangeduid als het perceel "Zonnepark Boeldershoek-West", in Enschede. Deze vergunning maakte hier voor een periode van 10 jaar een zonnepark van ongeveer 20 ha groot mogelijk.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3292
Datum uitspraak
14 augustus 2024
  • Hoger beroep
  • Project strijd bestemmingsplan
  • uitspraakin de zaak202204624/1/R3

202204714/1/R1

Bij besluit van 13 juli 2022 heeft de raad van de gemeente Amsterdam het bestemmingsplan "Museumkwartier-Valeriusbuurt 2022" vastgesteld. Het vorige plan "Museumkwartier - Valeriusbuurt" was in 2011 vastgesteld en is op onderdelen verouderd. Het plan waarover het geschil nu gaat is bedoeld om het planologische regime te actualiseren voor het gebied ten zuidwesten van het stadscentrum van Amsterdam en ten zuiden van het Vondelpark. Het westelijke deel van het plangebied wordt gevormd door de Valeriusbuurt - een woonbuurt - en het oostelijke deel door het Museumkwartier. Het Museumkwartier is een stadswijk met veel niet-woonfuncties, zoals winkels, hotels, kantoren en consulaten. Met het plan wordt ook gestreefd naar een evenwicht tussen het mogelijk maken van investeringen en beschermen van de bestaande kwaliteiten in het plangebied. Bij het herstelbesluit heeft de raad het plan opnieuw, gewijzigd vastgesteld. Zo is de raad aan een aantal beroepen tegemoetgekomen. Ook zijn enkele ambtshalve wijzigingen vastgesteld. In de Nota van wijzigingen is opgenomen welke aanpassingen in het herstelbesluit zijn gemaakt.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3290
Datum uitspraak
14 augustus 2024
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • RO - Noord-Holland
  • uitspraakin de zaak202204714/1/R1

202204926/1/A3

Bij besluit van 11 februari 2021 heeft de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid aan [appellante] twee boetes opgelegd, één van € 1.350,00 en één van € 8,100,00, vanwege het overtreden van het Arbeidsomstandighedenbesluit. [appellante] is een gecertificeerd bedrijf dat zich onder andere richt op asbestsanering en het slopen en renoveren van gebouwen. [appellante] heeft een project aangenomen op het adres [locatie 1]-[locatie 2] te Rotterdam, om onder andere restanten van spuitasbest op het dak te verwijderen. Op 17 juni 2020 is bij de Nederlandse Arbeidsinspectie een melding binnengekomen dat op het dak van het pand gelegen aan de [locatie 1] te Rotterdam werkzaamheden werden verricht met asbest en dat bij die werkzaamheden geen maatregelen werden genomen om valgevaar te voorkomen. Naar aanleiding hiervan hebben twee arbeidsinspecteurs van de Nederlandse Arbeidsinspectie op 18 juni 2020 de betreffende locatie geïnspecteerd. De arbeidsinspecteurs hebben gezien dat op de betreffende locatie werkzaamheden werden verricht, waaronder de sloop van een voormalig kantoorpand van acht verdiepingen, inclusief asbestverwijdering.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3189
Datum uitspraak
14 augustus 2024
  • Hoger beroep
  • Boete
  • uitspraakin de zaak202204926/1/A3

202204927/1/A3

Bij besluit van 11 februari 2021 heeft de staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, nu de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid aan [appellante] een schriftelijke ‘waarschuwing preventieve stillegging van werk’ gegeven. [appellante] is een gecertificeerd bedrijf dat zich onder andere richt op asbestsanering en het slopen en renoveren van gebouwen. [appellante] heeft een project aangenomen op het adres [locatie 1]-[locatie 2] te Rotterdam, om onder andere restanten van spuitasbest op het dak te verwijderen. De Nederlandse Arbeidsinspectie heeft op 18 juni 2020 tijdens een inspectie gezien dat op de betreffende locatie werkzaamheden werden verricht, waaronder de sloop van een voormalig kantoorpand van acht verdiepingen, inclusief asbestverwijdering. De Nederlandse Arbeidsinspectie heeft onder meer een overtreding van artikel 4.54d, vijfde lid, van het Arbeidsomstandighedenbesluit geconstateerd. De asbestwerkzaamheden werden namelijk niet verricht door of onder voortdurend toezicht van een persoon die in het bezit is van een certificaat van vakbekwaamheid voor het toezicht houden op het werken met asbest.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3188
Datum uitspraak
14 augustus 2024
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Overige
  • uitspraakin de zaak202204927/1/A3

202205027/1/A3

Bij besluit van 20 mei 2019 heeft het college van burgemeester en wethouders van Amstelveen [appellant] een last onder dwangsom opgelegd. [appellant] is op 20 maart 2019, omstreeks 03:15 uur, als bestuurder van een auto, in het kader van een controle op de Bovenkerkerweg in Amstelveen staande gehouden. De politie heeft vastgesteld dat [appellant] in de top 600 van veelplegers voorkomt, waarna de politie de auto heeft doorzocht. Onder de bijrijdersstoel lagen twee Torx schroevendraaiers die voor het verwijderen van navigatiesystemen uit auto’s kunnen worden gebruikt en in het dashboardkastje lag een lockpicker waarmee auto’s kunnen worden opengebroken. Dit is aangemerkt als overtreding van artikel 2:44, eerste lid, van de Algemene Plaatselijke Verordening van de gemeente Amstelveen. Deze bepaling verbiedt het op een openbare plaats vervoeren of bij zich hebben van inbrekerswerktuigen. Er zijn door de politie drie bestuurlijke rapportages opgemaakt.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3288
Datum uitspraak
14 augustus 2024
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202205027/1/A3

202206699/1/R3

Bij brief van 30 mei 2022 heeft [appellant] beroep ingesteld tegen het volgens hem niet (tijdig) bekendmaken door het college van een van rechtswege verleende omgevingsvergunning voor het bewonen van de eerste verdieping van het pand op het perceel [locatie] te Leeuwarden. Op 31 december 2021 heeft [appellant] een brief afgegeven op het gemeentehuis. In het beroepschrift van 30 mei 2022 schrijft [appellant] dat die brief een aanvraag om omgevingsvergunning betreft. Volgens [appellant] heeft het college niet tijdig op deze aanvraag beslist, wat zou betekenen dat van rechtswege een vergunning is gegeven voor het bewonen van de eerste verdieping van zijn bedrijfspand. Tegen het niet tijdig bekendmaken van een beschikking van rechtswege staat op grond van artikel 8:55f, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht, beroep open. De rechtbank heeft het beroep van [appellant] niet-ontvankelijk verklaard. [appellant] kan zich hier niet mee verenigen en heeft hoger beroep ingesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3287
Datum uitspraak
14 augustus 2024
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Overige
  • uitspraakin de zaak202206699/1/R3

202300173/1/V2

Bij besluit van 25 februari 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen en haar ambtshalve een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd verleend. De vreemdeling is geboren op [geboortedatum] 1983 en heeft de Syrische nationaliteit. Op 15 februari 2018 heeft de minister aan de vreemdeling en haar minderjarige kinderen een zogenoemde nareisvergunning verleend. In september 2019 heeft hij die vergunning ingetrokken, omdat de vreemdeling zich heeft laten uitschrijven uit de basisregistratie personen per 17 oktober 2018. Tegen deze intrekking heeft zij geen rechtsmiddelen aangewend. Nadat de vreemdeling Nederland had verlaten, is zij via Libanon naar Syrië gegaan om daar haar zieke moeder te bezoeken. In Syrië verbleef zij bij haar vader in de provincie Rif Damascus. Tijdens haar verblijf in Syrië is haar moeder overleden, is de vreemdeling bevallen en heeft zij haar been gebroken. Door deze gebeurtenissen stelt de vreemdeling langer in Syrië te zijn gebleven dan zij voor ogen had. Op 25 november 2020 is zij opnieuw naar Nederland gekomen en heeft zij asiel aangevraagd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3175
Datum uitspraak
14 augustus 2024
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202300173/1/V2

202303074/1/R2

Bij besluit van 25 mei 2021 heeft het college van gedeputeerde staten van Zuid-Holland een vergunning op grond van artikel 2.7, tweede lid, van de Wet natuurbescherming verleend aan BPD Ontwikkeling B.V. (hierna: BPD) voor de bouw en het gebruik van 19 woningen aan het Molenblok 1 tot en met 19 in Monster. Op 6 april 2020 heeft BPD de natuurvergunning aangevraagd voor de bouw en het gebruik van 19 woningen in Monster. BPD heeft het bouwplan ook aangemeld voor de "Spoedaanpak stikstof bouw en infrastructuur" op grond van de Regeling natuurbescherming, zoals gewijzigd op 13 maart 2020, nr. WJZ/20072948. Op grond van hoofdstuk 2 van de Rnb is er een register waarin gegevens over depositieruimte worden opgenomen. Dit register wordt ook wel stikstofregistratiesysteem genoemd. Die depositieruimte kan onder meer worden ingezet voor de verlening van natuurvergunningen voor woningbouwprojecten en voor tracébesluiten.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3300
Datum uitspraak
14 augustus 2024
  • Hoger beroep
  • Natuurbescherming
  • uitspraakin de zaak202303074/1/R2

202305478/1/V6

Bij besluit van 10 juni 2020 heeft de burgemeester van Rotterdam geweigerd de verklaring van [appellante] dat zij het Nederlanderschap wil verkrijgen, te bevestigen. [appellante] heeft op 6 maart 2020 een optieverklaring tot verkrijging van het Nederlanderschap als bedoeld in artikel 6, eerste lid, aanhef en onder k, van de Rijkswet op het Nederlanderschap afgelegd. De burgemeester heeft de bevestiging hiervan eerst geweigerd, omdat de vader van [appellante] het Nederlanderschap niet door optie op grond van artikel 6, eerste lid, aanhef en onder i of j, van de RWN heeft verkregen en dit wel is vereist. De burgemeester heeft het bezwaar hiertegen van [appellante] gegrond verklaard, het besluit van 10 juni 2020 herroepen en alsnog de verkrijging van het Nederlanderschap door [appellante] bevestigd. De burgemeester heeft hieraan ten grondslag gelegd dat [appellante] wel voldoet aan artikel 6, eerste lid, aanhef en onder k, van de RWN, omdat zij is geboren als kind van een van de in onderdeel i bedoelde personen die het Nederlanderschap heeft verkregen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3286
Datum uitspraak
14 augustus 2024
  • Hoger beroep
  • Nederlanderschap
  • uitspraakin de zaak202305478/1/V6

202305633/1/V6

Bij besluit van 25 november 2021 heeft de minister een aanvraag van [appellant] om op enige wijze zijn overkomst naar Nederland te faciliteren, afgewezen. [appellant] heeft de Afghaanse nationaliteit en verblijft in Afghanistan. [appellant] heeft op 21 november 2021 een aanvraag ingediend om te bereiken dat de minister zijn overkomst naar Nederland faciliteert. Hij stelt dat hij gevaar loopt, omdat hij in Herat, Afghanistan, heeft gewerkt als fixer voor een team van BNNVARA dat in Afghanistan in april en mei 2021 opnames maakte voor een documentaire. Hij stelt dat hij met de programmamakers meeging om contacten te leggen met lokale Afghanen en te vertalen en dat hij optrad als persoonlijk beveiliger. De minister heeft de aanvraag afgewezen, omdat [appellant] volgens hem niet in aanmerking komt voor het faciliteren van zijn overkomst naar Nederland. [appellant] is namelijk niet opgeroepen tijdens de acute evacuatiefase en behoort ook niet tot een van de groepen waarvoor het kabinet bij brief van 11 oktober 2021 (Kamerstukken II 2021/22, 27 925, nr. 860) de speciale voorziening in het leven heeft geroepen, aldus de minister.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3281
Datum uitspraak
14 augustus 2024
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Overige
  • uitspraakin de zaak202305633/1/V6

202305636/1/V6

Bij besluit van 25 november 2021 heeft de minister van Buitenlandse Zaken een aanvraag van appellanten om op enige wijze hun overkomst naar Nederland te faciliteren, afgewezen. Appellanten hebben de Afghaanse nationaliteit en verblijven in Afghanistan. Zij bestaan uit [appellant], haar echtgenoot en hun kinderen. [appellant] stelt actief te zijn geweest als vrouwenrechtenactiviste. Zij is in die hoedanigheid geïnterviewd op een meisjesschool waarvan zij directrice was, voor een tweedelige documentaireserie van BNNVARA. Appellanten hebben daarom op 22 november 2021 een aanvraag ingediend om te bereiken dat de minister hun overkomst naar Nederland faciliteert. De minister heeft die aanvraag afgewezen, omdat [appellant] volgens hem niet in aanmerking komt voor het faciliteren van haar overkomst naar Nederland. Zij heeft namelijk geen oproep gekregen tijdens de acute evacuatiefase en behoort ook niet tot een van de groepen waarvoor het kabinet bij brief van 11 oktober 2021 de speciale voorziening in het leven heeft geroepen, aldus de minister.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3280
Datum uitspraak
14 augustus 2024
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Overige
  • uitspraakin de zaak202305636/1/V6

202305713/1/V2

Bij besluit van 21 april 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen. De vreemdeling is geboren op [geboortedatum] 1993 en heeft de Syrische nationaliteit. In 2013 heeft zij Syrië verlaten en is zij naar Egypte gegaan waar zij verbleef bij haar voormalige echtgenoot. Sindsdien is zij minimaal zes keer teruggegaan naar Syrië. De periodes dat zij daar verbleef, variëren van één tot drie maanden. In Syrië verbleef de vreemdeling bij haar ouders in een gebied dat onder controle staat van het regime van president Bashar al-Assad. Steeds is zij legaal en gecontroleerd door de Syrische autoriteiten in- en uitgereisd en heeft zij geen problemen ondervonden. In 2019 was haar recentste terugkeer naar Syrië waar zij tot eind oktober 2021 bij haar ouders heeft verbleven en heeft gewerkt als lerares op een school. Eind oktober 2021 heeft de vreemdeling zonder toestemming van de autoriteiten Syrië verlaten. Vervolgens is zij naar Nederland gereisd en heeft zij asiel aangevraagd. De minister heeft de asielaanvraag van de vreemdeling afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3291
Datum uitspraak
14 augustus 2024
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202305713/1/V2

202305868/1/V6

Bij besluit van 1 maart 2023 heeft de minister van Buitenlandse Zaken een verzoek van [appellant] om op enige wijze zijn overkomst naar Nederland te faciliteren, afgewezen. [appellant] heeft de Afghaanse nationaliteit en verblijft in Afghanistan. Op 26 januari 2023 heeft hij de minister gevraagd om hem en zijn gezin vanuit Afghanistan naar Nederland over te brengen. [appellant] stelt dat hij van 2008 tot 2010 heeft gewerkt als bewaker van ‘Afghan Security Guard’ voor de Nederlandse krijgsmacht in Uruzgan, Afghanistan. De minister heeft het verzoek afgewezen, omdat [appellant] niet valt onder de bij de brief van 11 oktober 2021 getroffen speciale voorziening (Kamerstukken II 2021/22, 27 925, nr. 860; de Kamerbrief). De minister heeft hiervoor in het besluit als reden gegeven dat [appellant] niet rechtstreeks in dienst was bij het Ministerie van Defensie, maar bij een onderaannemer. In het verweerschrift heeft de minister dit standpunt verlaten en zich vervolgens op het standpunt gesteld dat [appellant] niet voorkomt in de database van het Ministerie van Defensie met meldingen van Nederlandse veteranen en hulpverzoeken die voor 11 oktober 2021 zijn gedaan.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3298
Datum uitspraak
14 augustus 2024
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Overige
  • uitspraakin de zaak202305868/1/V6

202306249/1/V6

Bij besluit van 1 maart 2023 heeft de minister van Buitenlandse Zaken een verzoek van [appellant] om op enige wijze zijn overkomst naar Nederland te faciliteren, afgewezen [appellant] heeft de Afghaanse nationaliteit en verblijft in Afghanistan. Op 29 september 2022 heeft hij de minister gevraagd om hem en zijn gezin vanuit Afghanistan naar Nederland over te brengen. Dit verzoek is afgewezen bij besluit van 16 november 2022. Op 29 januari 2023 heeft hij opnieuw verzocht om overbrenging. [appellant] stelt dat hij van 2006 tot 2010 heeft gewerkt als bewaker van ‘Afghan Security Guard’ voor de Nederlandse krijgsmacht in Uruzgan, Afghanistan. De minister heeft het verzoek afgewezen, omdat [appellant] niet valt onder de bij de brief van 11 oktober 2021 getroffen speciale voorziening (Kamerstukken II 2021/22, 27 925, nr. 860; de Kamerbrief). De minister heeft hiervoor in het besluit als reden gegeven dat hij niet rechtstreeks in dienst was bij het Ministerie van Defensie, maar bij een onderaannemer.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3295
Datum uitspraak
14 augustus 2024
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Overige
  • uitspraakin de zaak202306249/1/V6

202306250/1/V6

Bij besluit van 1 maart 2023 heeft de minister van Buitenlandse Zaken een verzoek van [appellante] om op enige wijze de overkomst van haar en haar zoon naar Nederland te faciliteren, afgewezen. [appellante] heeft de Afghaanse nationaliteit en verblijft in Afghanistan. Niet in geschil is dat haar man heeft gewerkt als bewaker van ‘Afghan Security Guard’ voor de Nederlandse krijgsmacht in Uruzgan, Afghanistan. Haar man zou op [datum] 2019 zijn vermoord door de Taliban in verband met zijn werkzaamheden als bewaker van ASG tussen 2006 en 2010. Op 4 december 2022 heeft zij de minister gevraagd om haar en haar zoon vanuit Afghanistan naar Nederland over te brengen. De minister heeft het verzoek afgewezen, omdat [appellante] niet valt onder de bij de brief van 11 oktober 2021 getroffen speciale voorziening (Kamerstukken II 2021/22, 27 925, nr. 860; de Kamerbrief). De minister heeft hiervoor in het besluit als reden gegeven dat de man van [appellante] niet rechtstreeks in dienst was bij het Ministerie van Defensie, maar bij een onderaannemer.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3296
Datum uitspraak
14 augustus 2024
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Overige
  • uitspraakin de zaak202306250/1/V6

202306252/1/V6

Bij besluit van 23 februari 2023 heeft de minister van Buitenlandse Zaken een verzoek van [appellant] om op enige wijze zijn overkomst naar Nederland te faciliteren, afgewezen. [appellant] heeft de Afghaanse nationaliteit en verblijft in Afghanistan. Op 26 september 2022 heeft hij de minister gevraagd om hem en zijn gezin vanuit Afghanistan naar Nederland over te brengen. [appellant] stelt dat hij van 2006 tot 2010 heeft gewerkt als bewaker van ‘Afghan Security Guard’ voor de Nederlandse krijgsmacht in Uruzgan, Afghanistan. De minister heeft het verzoek afgewezen, omdat [appellant] niet valt onder de bij de brief van 11 oktober 2021 getroffen speciale voorziening (Kamerstukken II 2021/22, 27 925, nr. 860; de Kamerbrief). De minister heeft hiervoor in het besluit als reden gegeven dat [appellant] niet rechtstreeks in dienst was bij het Ministerie van Defensie, maar bij een onderaannemer. In het verweerschrift heeft de minister dit standpunt verlaten en zich vervolgens op het standpunt gesteld dat [appellant] niet voorkomt in de database van het Ministerie van Defensie met meldingen van Nederlandse veteranen en hulpverzoeken die voor 11 oktober 2021 zijn gedaan.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3294
Datum uitspraak
14 augustus 2024
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Overige
  • uitspraakin de zaak202306252/1/V6

202306253/1/V6

Bij besluit van 17 februari 2023 heeft de minister van Buitenlandse Zaken een verzoek van [appellant] om op enige wijze zijn overkomst naar Nederland te faciliteren, afgewezen. [appellant] heeft de Afghaanse nationaliteit en verblijft in Afghanistan. Op 5 oktober 2022 heeft hij de minister gevraagd om hem en zijn gezin vanuit Afghanistan naar Nederland over te brengen. [appellant] stelt dat hij van 2004 tot 2009 heeft gewerkt als chauffeur, inkoper en schoonmaker van de ‘International Security Assistance Force’ voor de Nederlandse krijgsmacht in Uruzgan, Afghanistan. De minister heeft het verzoek afgewezen, omdat [appellant] niet valt onder de bij de brief van 11 oktober 2021 getroffen speciale voorziening (Kamerstukken II 2021/22, 27 925, nr. 860; de Kamerbrief). Onder die speciale voorziening vallen twee groepen vreemdelingen. Niet in geschil is dat [appellant] niet is genomineerd door een niet-gouvernementele organisatie in het kader van de speciale voorziening en hij dus niet onder die groep van de speciale voorziening valt. De minister heeft zich in het besluit op het standpunt gesteld dat [appellant] ook niet onder de tweede groep valt, omdat hij niet voorkomt in de database van het ministerie.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3299
Datum uitspraak
14 augustus 2024
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Overige
  • uitspraakin de zaak202306253/1/V6

202306254/1/V6

Bij besluit van 1 maart 2023 heeft de minister van Buitenlandse Zaken een verzoek van [appellant] om op enige wijze zijn overkomst naar Nederland te faciliteren, afgewezen. [appellant] heeft de Afghaanse nationaliteit en verblijft in Afghanistan. Op 15 december 2022 heeft hij de minister gevraagd om hem en zijn gezin vanuit Afghanistan naar Nederland over te brengen. [appellant] stelt dat hij van 2008 tot 2010 heeft gewerkt als bewaker van ‘Afghan Security Guard’ voor de Nederlandse krijgsmacht in Uruzgan, Afghanistan. De minister heeft het verzoek afgewezen, omdat [appellant] niet valt onder de bij de brief van 11 oktober 2021 getroffen speciale voorziening (Kamerstukken II 2021/22, 27 925, nr. 860; de Kamerbrief). De minister heeft hiervoor in het besluit als reden gegeven dat [appellant] niet rechtstreeks in dienst was bij het Ministerie van Defensie, maar bij een onderaannemer. In het verweerschrift heeft de minister dit standpunt verlaten en zich vervolgens op het standpunt gesteld dat [appellant] niet voorkomt in de database van het Ministerie van Defensie met meldingen van Nederlandse veteranen en hulpverzoeken die voor 11 oktober 2021 zijn gedaan.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3301
Datum uitspraak
14 augustus 2024
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Overige
  • uitspraakin de zaak202306254/1/V6

202306255/1/V6

Bij besluit van 1 maart 2023 heeft de minister van Buitenlandse Zaken een verzoek van [appellant] om op enige wijze zijn overkomst naar Nederland te faciliteren, afgewezen. [appellant] heeft de Afghaanse nationaliteit en verblijft in Afghanistan. Op 30 januari 2023 heeft hij de minister gevraagd om hem en zijn gezin vanuit Afghanistan naar Nederland over te brengen. [appellant] stelt dat hij van 2006 tot 2009 heeft gewerkt als bewaker van ‘Afghan Security Guard’ voor de Nederlandse krijgsmacht in Uruzgan, Afghanistan. De minister heeft het verzoek afgewezen, omdat [appellant] niet valt onder de bij de brief van 11 oktober 2021 getroffen speciale voorziening (Kamerstukken II 2021/22, 27 925, nr. 860; de Kamerbrief). De minister heeft hiervoor in het besluit als reden gegeven dat [appellant] niet rechtstreeks in dienst was bij het Ministerie van Defensie, maar bij een onderaannemer. In het verweerschrift heeft de minister dit standpunt verlaten en zich vervolgens op het standpunt gesteld dat [appellant] niet voorkomt in de database van het Ministerie van Defensie met meldingen van Nederlandse veteranen en hulpverzoeken die voor 11 oktober 2021 zijn gedaan.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3302
Datum uitspraak
14 augustus 2024
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Overige
  • uitspraakin de zaak202306255/1/V6
vorige pagina1...919293...1.239volgende pagina

Facetten
Gepubliceerd
  • Uitspraken uit
Type uitspraak
Proceduresoort
Rechtsgebied
Bevat

Raad van State

De Raad van State is onafhankelijk adviseur van regering en parlement over wetgeving en bestuur en hoogste algemene bestuursrechter van het land.

  • Meer over ons
  • Vacatures

Contact

De Raad van State bevindt zich in het centrum van Den Haag. Wilt u in contact komen met ons of wilt u ons bezoeken voor een zitting?

  • Telefoon
  • Locatie en route
  • Post en e-mail
  • Wet open overheid
  • Nieuwe zaak starten

Altijd op de hoogte

Ontvang ons nieuws via de abonnementenservice in uw mailbox. Op de hoogte gehouden worden over uitspraken die gedaan worden in bepaalde zaken? Meld u dan aan voor de e-mailservice. Of bekijk de voortgang van een bepaalde procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

  • Abonnementenservice
  • E-mailservice uitspraken
  • Voortgang procedure
  • Aanvragen oude uitspraken

Toegankelijkheid | Privacy | Cookiebeleid

Volg ons

  • Bluesky
  • LinkedIn
  • Instagram
  • Mastodon