Ga naar de inhoud
(naar homepage)
lees voor
Direct naar
  • en (Information in English)
  • de (Deutsche Informationen)
  • fr (Informations en français)
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
  • Actueel
    • Nieuws
    • Zittingsagenda
    • Persagenda
    • Evenementen
    • Piet Hein Donner Scriptieprijs
  • Adviezen
  • Uitspraken
  • Publicaties
    • Brochures
    • Studies en onderzoeken
    • Regelingen
    • Consultaties
    • Jaarverslagen
    • Toespraken vice-president
  • Over ons
    • Raad van State in het kort
    • Organisatie
    • Advisering
    • Bestuursrechtspraak
    • Begrotingstoezicht
    • Toetsing Klimaatwet
    • Geschiedenis
    • Raad van State in beeld
  • Zoeken
  • en
  • de
  • fr
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
Zoeken

  1. Home ›
  2. Uitspraken

Uitspraken

De Afdeling bestuursrechtspraak toetst of de overheid het recht goed heeft toegepast bij het nemen van een besluit. In dit onderdeel vindt u alle uitspraken die de Raad van State op zijn website publiceert. Meer informatie over de taak van de Afdeling bestuursrechtspraak vindt u in de rubriek Bestuursrechtspraak.


aantal resultaten: 124.976
aantal resultaten per pagina

Toon overzicht van de actuele uitspraken:

  • Hoofdzaken
  • Voorlopige voorzieningen
  • Interessant voor de media

202300598/1/A2

Bij besluit van 13 september 2021 heeft de Dienst Wegverkeer de tenaamstelling van het voertuig met kenteken […] vervallen verklaard. [appellant] is houder van het kenteken van het voertuig dat hij in 2014 heeft gekocht. Het kenteken is afgegeven op 17 oktober 1995. Op 22 juli 2021 heeft een technisch medewerker van de RDW een onderzoek ingesteld naar de identiteit van het voertuig. Naar aanleiding van het onderzoek zijn op twee onderdelen van het voertuig nummers aangetroffen die niet overeenkomen met het originele VIN. Verder was het niet mogelijk om het motorblok in het voertuig te identificeren en is het nummer van de versnellingsbak afkomstig van een andere Mercedes die als status ‘geschoond' heeft. De onderzoeksbevindingen zijn opgenomen in een onderzoeksrapport. Volgens dat rapport is het niet mogelijk om de originele identiteit van het voertuig vast te stellen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4601
Datum uitspraak
13 november 2024
  • Hoger beroep
  • Wegenverkeerswet
  • uitspraakin de zaak202300598/1/A2

202301668/1/A2

Bij besluit van 5 november 2020 heeft het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen (CBR) bepaalt dat het rijbewijs van [appellant] ongeldig blijft. Het CBR heeft naar aanleiding van een ongeval waar [appellant] bij betrokken is geweest een melding van de politie ontvangen over het vermoeden dat hij niet over rijgeschiktheid beschikt. Het CBR heeft [appellant] daarom een medisch onderzoek naar zijn rijgeschiktheid opgelegd. Bij besluit van 4 september 2018 heeft het CBR het rijbewijs van [appellant] ongeldig verklaard, omdat [appellant] de opleggingskosten van het medisch onderzoek niet heeft betaald. Daarna heeft hij alsnog de kosten voldaan en heeft een medisch onderzoek plaatsgevonden. Omdat er onvoldoende informatie was verschaft om een volledige rapportage op te maken heeft het CBR bij besluit van 3 oktober 2019 besloten dat het rijbewijs van [appellant] ongeldig bleef.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4610
Datum uitspraak
13 november 2024
  • Hoger beroep
  • Wegenverkeerswet
  • uitspraakin de zaak202301668/1/A2

202302121/1/A3

Bij besluit van 27 oktober 2021 heeft de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid aan [appellante] een boete van € 13.500,00 opgelegd, vanwege het overtreden van artikel 2.28, eerste lid, van het Arbeidsomstandighedenbesluit. [appellante] is een kleine onderneming die zich bezighoudt met de renovatie van vastgoed dat door verkamering in vervallen staat verkeerd. Aan [bouwbedrijf] (de aannemer) was door [appellante] opdracht gegeven om sloopwerkzaamheden uit te voeren voor de realisatie van appartementen. Op 16 december 2019 is bij de Nederlandse Arbeidsinspectie (voorheen: Inspectie SZW) een melding binnengekomen dat aan het bouwwerk, aan de [locatie] in Groningen, sloopwerkzaamheden zijn uitgevoerd waarbij de aannemer en uitzendkrachten werden blootgesteld aan asbesthoudende materialen. Naar aanleiding hiervan hebben twee arbeidsinspecteurs van de Nederlandse Arbeidsinspectie op 12 februari 2020 de betreffende locatie geïnspecteerd. De arbeidsinspecteurs hebben geconstateerd dat er voorafgaand aan de werkzaamheden geen asbestinventarisatie heeft plaatsgevonden.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4622
Datum uitspraak
13 november 2024
  • Hoger beroep
  • Boete
  • uitspraakin de zaak202302121/1/A3

202302148/1/R1

Bij besluit van 23 februari 2023 heeft de raad van de gemeente Purmerend het bestemmingsplan "Burgemeester D. Kooimanweg 4 t/m 14 - 2022" vastgesteld. Het bestreden bestemmingsplan voorziet in een juridisch-planologisch kader voor de transformatie van het bedrijventerrein in het Wagenweggebied, aan de rand van de stad aan de Burgemeester D. Kooimanweg 4 tot en met 14, naar woningbouw. Voorzien wordt in 489 appartementen verdeeld over verschillende woontorens. De voorziene bouwhoogte varieert van 30 tot 60 meter. Verder is op ongeveer 130 meter ten westen van de voorziene woontorens aan de Wherekant 27-30 een parkeerterrein voorzien. [appellanten] wonen nabij het plangebied en kunnen zich niet met de voorziene ontwikkeling verenigen. Zij vrezen hierdoor een aantasting van hun woon- en leefklimaat en voeren in dat verband verschillende beroepsgronden aan. Zo vrezen zij voor een toename van de parkeerdruk in hun directe woonomgeving en/of voor schaduw- en geluidhinder als gevolg van de voorziene bouwhoogte van maximaal 60 meter van de woontorens. Volgens een aantal appellanten is de voorziene bouwhoogte ook niet passend in de omgeving.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4624
Datum uitspraak
13 november 2024
  • Tussenuitspraak/bestuurlijke lus
  • RO - Noord-Holland
  • uitspraakin de zaak202302148/1/R1

202302736/1/A2

Bij besluit van 8 oktober 2021 heeft de Dienst Wegverkeer de tenaamstelling van het voertuig met kenteken […] vervallen verklaard. [appellant] is houder van het kenteken van het voertuig. Op 9 september 2021 heeft een technisch medewerker van de RDW een onderzoek ingesteld naar de identiteit van het voertuig. Uit het onderzoek is gebleken dat het VIN niet overeenkomt met de carrosserie en de aandrijflijn. De VIN-opbouw betreft een rechts gestuurd voertuig, terwijl het aangeboden voertuig een links gestuurde carrosserie heeft. De carrosserie is niet omgebouwd van rechts naar links. Daarnaast is ook geen typeplaatje op het voertuig aangetroffen. Tijdens de import in 2009 was het voertuig driedeurs uitgevoerd in de kleur rood. Het nu onderzochte voertuig is een vijfdeurs uitvoering. De kleur van het voertuig komt niet overeen met de originele kleur. Het voertuig heeft twee maal een kleurwissel gehad. Van rood naar wit en vervolgens van wit naar grijs. De huidige carrosserie is nooit rood geweest. Verder is het aangetroffen motornummer geen origineel Landrover-nummer. De fabrikant heeft de aangetroffen bak- en asnummers niet kunnen koppelen aan een VIN.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4600
Datum uitspraak
13 november 2024
  • Hoger beroep
  • Wegenverkeerswet
  • uitspraakin de zaak202302736/1/A2

202303336/1/R4

Bij besluit van 21 maart 2023 heeft de raad van de gemeente Renswoude het bestemmingsplan "Buursteeg 2" vastgesteld. Op de grens tussen de gemeenten Renswoude en Veenendaal bevindt zich het Fort aan de Buursteeg. Het Fort is opgedeeld in twee delen en maakt onderdeel uit van de Grebbelinie. Het eerste deel van het Fort ligt in de gemeente Veenendaal. Het gebied van dit bestemmingsplan bestaat uit het tweede deel van het Fort dat in de gemeente Renswoude ligt. In het plangebied bevindt zich het Grebbelinie bezoekerscentrum. In hetzelfde pand is ook restaurant de Grebbelounge gevestigd. Staatsbosbeheer is eigenaar van het pand en van de gronden die behoren tot het plangebied. Op het terrein van het Fort zijn verder een parkeerterrein en twee zeecontainers aanwezig. Een deel van het plangebied is in gebruik voor de organisatie van outdooractiviteiten. In het verleden waren in het pand met het bezoekerscentrum ook een kantoorruimte en een ontvangstruimte aanwezig.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4611
Datum uitspraak
13 november 2024
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • RO - Utrecht
  • uitspraakin de zaak202303336/1/R4

202303982/1/A3

Bij besluit van 13 december 2022 heeft de burgemeester van Leidschendam-Voorburg aan [appellant] op grond van artikel 2 van de Wet tijdelijk huisverbod (Wth) een huisverbod en een contactverbod met [partij] en hun minderjarige kind opgelegd voor de duur van tien dagen. De burgemeester heeft aan [appellant] een huisverbod opgelegd, dat gold van 13 december 2022 (13:51 uur) tot 23 december 2022 (13:51 uur), voor de woning aan de [locatie] in Voorburg. Het huisverbod omvatte tevens een contactverbod met de op dat adres woonachtige achterblijfster en het minderjarige kind van [appellant] en achterblijfster. Op 22 december 2022 heeft de burgemeester het huisverbod met een aansluitende periode van 18 dagen verlengd tot 10 januari 2023 (13:51 uur). De rechtbank heeft geoordeeld dat ten tijde van het huisverbod sprake was van omstandigheden als bedoeld in artikel 2 van de Wth en dat de burgemeester daarom terecht het huisverbod aan [appellant] heeft opgelegd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4703
Datum uitspraak
13 november 2024
  • Hoger beroep
  • Huisverbod
  • uitspraakin de zaak202303982/1/A3

202304928/1/A3

Bij besluit, verzonden op 14 april 2023, (hierna: het besluit van 14 april 2023) heeft de Nationale ombudsman, voor zover hier van belang, twee verzoeken van [appellante] op grond van de Wet open overheid buiten behandeling gesteld. [appellante] betoogt dat de rechtbank ten onrechte het besluit van 14 april 2023 in zijn geheel heeft vernietigd. Volgens haar had de rechtbank het besluit slechts moeten vernietigen voor zover het op haar Woo-verzoeken betrekking heeft en moet de Afdeling dit corrigeren. De rechtbank heeft het besluit van 14 april 2023 vernietigd voor zover het betrekking heeft op de Woo-verzoeken van [appellante]. [appellante] betoogt dat de rechtbank ten onrechte alleen ten aanzien van het voor het beroep betaalde griffierecht heeft bepaald dat de ombudsman dit moet vergoeden. Volgens haar had de rechtbank dit ook moeten bepalen ten aanzien van het voor het verzoek om een voorlopige voorziening betaalde griffierecht. De reden voor de afwijzing van het verzoek was volgens haar immers louter technisch van aard.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4591
Datum uitspraak
13 november 2024
  • Hoger beroep
  • Openbaarheid
  • uitspraakin de zaak202304928/1/A3

202305266/1/A3

Bij besluit van 23 mei 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders van Gorinchem een aanvraag van [appellant A] en [appellant B] om een bewonersparkeervergunning afgewezen. [appellant B] bezit een woning in het centrum van Gorinchem waar zij samen tijdens de werkweek met [appellant A] verblijft. [appellant B] en [appellant A] werken beiden in Gorinchem. Zij bezitten ook een woning in [land], waar zij in het bevolkingsregister staan ingeschreven. Het college heeft hun aanvraag om een bewonersparkeervergunning afgewezen, omdat zij niet staan ingeschreven in de Basisregistratie Personen. Niet in geschil is dat zij daarom niet voldoen aan de voorwaarden voor de vergunning. De vraag in deze procedure is of het tegenwerpen van de eis dat een aanvrager volgens de BRP moet wonen in het deel van Gorinchem waarvoor de parkeervergunning wordt aangevraagd, in algemene zin, dan wel in het specifieke geval van [appellant A] en [appellant B], evenredig is. De rechtbank heeft overwogen dat het vereiste dat een aanvrager ingeschreven moet staan in de BRP geschikt en noodzakelijk is gelet op het belang van een goed uitvoerbaar en controleerbaar vergunningenstelsel, en met het oog op het reguleren van de parkeerdruk in Gorinchem.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4614
Datum uitspraak
13 november 2024
  • Hoger beroep
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202305266/1/A3

202306028/1/A3

Bij besluit van 20 mei 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders van Zandvoort een aanvraag van [appellant] om een bewonersparkeervergunning afgewezen. [appellant] heeft een eigen parkeerplaats bij zijn woning, maar wil een bewonersparkeervergunning om zijn tweede auto te kunnen parkeren op de openbare weg. Dit is volgens het college op grond van artikel 4, tweede lid, van de Parkeerverordening 2022 en artikel 4, derde en vijfde lid van de Nadere Regels parkeerverordening Zandvoort echter niet mogelijk, omdat op het adres van [appellant] volgens de ‘Beleidsregels Adressenlijst maximum aantal parkeervergunningen Zandvoort’ geen bewonersparkeervergunning wordt verleend. De rechtbank is het college hierin gevolgd en heeft onder meer overwogen dat het evenredigheidsbeginsel noch in algemene zin, noch in het specifieke geval van [appellant] wordt geschonden.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4608
Datum uitspraak
13 november 2024
  • Hoger beroep
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202306028/1/A3
vorige pagina1...907908909...12.498volgende pagina

Facetten
Gepubliceerd
  • Uitspraken uit
Type uitspraak
Proceduresoort
Rechtsgebied
Bevat

Raad van State

De Raad van State is onafhankelijk adviseur van regering en parlement over wetgeving en bestuur en hoogste algemene bestuursrechter van het land.

  • Meer over ons
  • Vacatures

Contact

De Raad van State bevindt zich in het centrum van Den Haag. Wilt u in contact komen met ons of wilt u ons bezoeken voor een zitting?

  • Telefoon
  • Locatie en route
  • Post en e-mail
  • Wet open overheid
  • Nieuwe zaak starten

Altijd op de hoogte

Ontvang ons nieuws via de abonnementenservice in uw mailbox. Op de hoogte gehouden worden over uitspraken die gedaan worden in bepaalde zaken? Meld u dan aan voor de e-mailservice. Of bekijk de voortgang van een bepaalde procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

  • Abonnementenservice
  • E-mailservice uitspraken
  • Voortgang procedure
  • Aanvragen oude uitspraken

Toegankelijkheid | Privacy | Cookiebeleid

Volg ons

  • Bluesky
  • LinkedIn
  • Instagram
  • Mastodon