Ga naar de inhoud
lees voor
Direct naar
  • en (Information in English)
  • de (Deutsche Informationen)
  • fr (Informations en français)
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
  • Actueel
    • Nieuws
    • Zittingsagenda
    • Persagenda
    • Evenementen
    • Piet Hein Donner Scriptieprijs
  • Adviezen
  • Uitspraken
  • Publicaties
    • Brochures
    • Studies en onderzoeken
    • Regelingen
    • Consultaties
    • Jaarverslagen
    • Toespraken vice-president
  • Over ons
    • Raad van State in het kort
    • Organisatie
    • Advisering
    • Bestuursrechtspraak
    • Begrotingstoezicht
    • Toetsing Klimaatwet
    • Geschiedenis
    • Raad van State in beeld
  • Zoeken
  • en
  • de
  • fr
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
Zoeken

  1. Home ›
  2. Uitspraken

Uitspraken

De Afdeling bestuursrechtspraak toetst of de overheid het recht goed heeft toegepast bij het nemen van een besluit. In dit onderdeel vindt u alle uitspraken die de Raad van State op zijn website publiceert. Meer informatie over de taak van de Afdeling bestuursrechtspraak vindt u in de rubriek Bestuursrechtspraak.


aantal resultaten: 127.009
aantal resultaten per pagina

Toon overzicht van de actuele uitspraken:

  • Hoofdzaken
  • Voorlopige voorzieningen
  • Interessant voor de media

202406400/1/A3

Bij besluit van 3 maart 2023 heeft de raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut Werknemersverzekeringen een verzoek om rectificatie van persoonsgegevens afgewezen. [appellante] heeft een rectificatieverzoek ingediend om een rapport van een verzekeringsarts van 17 januari 2023 aan te passen. Het UWV heeft het rectificatieverzoek afgewezen, omdat niet is gebleken van onjuistheden of onvolledigheden in het rapport. Het rectificatieverzoek heeft het UWV als patiëntverklaring toegevoegd aan het medisch dossier. Bij besluit van 12 juni 2023 heeft het UWV zijn besluit gehandhaafd. [appellante] betoogt dat haar rectificatieverzoek beoordeeld had moeten worden door een verzekeringsarts. Dit volgt volgens haar uit artikel 10 van het Reglement Behandeling bezwaarschriften UWV 2022 (het Reglement). Bovendien heeft de rechtbank volgens [appellante] ten onrechte geoordeeld dat het UWV het rectificatieverzoek mocht afwijzen, omdat uit een medisch rapport uit 2011 blijkt dat het rapport van 15 augustus 2012 onjuistheden bevat.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:5018
Datum uitspraak
26 augustus 2026
  • Hoger beroep
  • Persoonsgegevens
  • uitspraakin de zaak202406400/1/A3

202406435/1/A3

Bij besluit van 6 februari 2023 heeft de raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut Werknemersverzekeringen een verzoek om rectificatie van persoonsgegevens afgewezen. [appellante] heeft een rectificatieverzoek ingediend om een rapport van een verzekeringsarts van 15 augustus 2012 aan te passen. Het UWV heeft het rectificatieverzoek afgewezen, omdat niet is gebleken van onjuistheden of onvolledigheden in het rapport. Het rectificatieverzoek heeft het UWV als patiëntverklaring toegevoegd aan het medisch dossier. Bij besluit van 8 juni 2023 heeft het UWV het besluit gehandhaafd. De rechtbank heeft dat besluit in stand gelaten. [appellante] betoogt in de kern dat haar rectificatieverzoek beoordeeld had moeten worden door een verzekeringsarts. Dit volgt volgens haar uit artikel 10 van het Reglement Behandeling bezwaarschriften UWV 2022 (het Reglement). Verder blijkt volgens [appellante] uit een medisch rapport uit 2011 dat het rapport van 15 augustus 2012 onjuistheden bevat, wat de rechtbank ten onrechte niet heeft onderkend.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:4930
Datum uitspraak
26 augustus 2026
  • Hoger beroep
  • Persoonsgegevens
  • uitspraakin de zaak202406435/1/A3

202406492/1/R1

Bij besluit van 16 januari 2024 heeft het dagelijks bestuur van het Waterschap Vechtstromen op grond van artikel 5.24 van de Waterwet de huidige en (eventuele) toekomstige rechthebbenden van (delen van) nader genoemde percelen in de nabijheid van de Glanerbeek de verplichting opgelegd om de tijdelijke werkzaamheden in het kader van de aanleg en verbetering van een waterstaatswerk te gedogen. Op 21 september 2021 heeft het dagelijks bestuur het "Projectplan Waterwet Glanerbeek, Traject Klooster-N35" vastgesteld. Dat projectplan voorziet, ter uitvoering van de Kaderrichtlijn Water (KRW) in verbetering van de ecologische kwaliteit van de Glanerbeek. Daartoe worden onder meer de vispasseerbaarheid en hydromorfologische omstandigheden van de Glanerbeek verbeterd en de beekbegeleidende bomen en struiken versterkt. Verder krijgt de Glanerbeek over een lengte van ruim 5 km langs beide oevers een andere natuurlijke inrichting en meer ruimte om te meanderen. Het projectplan is inmiddels onherroepelijk. [appellant] voert in hoger beroep aan dat het waterschap nalatig en misleidend te werk is gegaan. Hij wijst erop dat hij niet op de hoogte is gesteld van de vaststelling van het projectplan in 2021 en dat het waterschap ook nooit eerder heeft gezegd dat het gaat om een project ter uitvoering van de KRW.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:5005
Datum uitspraak
26 augustus 2026
  • Hoger beroep
  • Water
  • uitspraakin de zaak202406492/1/R1

202406541/1/A3

Bij besluit van 10 januari 2023 heeft de minister van Justitie en Veiligheid het verzoek van [appellant] om inzage in zijn Passenger Name Records (PNR-gegevens) toegewezen. [appellant] ondervindt problemen bij het reizen naar het buitenland. Zo is hem meerdere keren de toegang tot Turkije geweigerd, waardoor hij zijn schoonfamilie niet kan bezoeken. [appellant] wil weten wat de rol is van de Nederlandse overheid in deze. Daarom heeft hij op 21 december 2022 op grond van artikel 25 van de Wet Politiegegevens verzocht om inzage in zijn PNR-gegevens. De minister heeft dit verzoek toegewezen en heeft hem een overzicht verstrekt van de registraties en meldingen waarin zijn gegevens door de Passagiersinformatie-eenheid Nederland (Pi-NL) zijn verwerkt. Daarbij heeft de minister te kennen gegeven dat uit de registers blijkt dat de PNR-gegevens van [appellant] niet aan andere bevoegde instanties zijn verstrekt. De rechtbank heeft geoordeeld dat de minister heeft voldaan aan het verzoek van [appellant]. Volgens de rechtbank heeft de minister voldoende toegelicht op welke wijze en met welke gegevens is gezocht in het systeem. [appellant] betoogt dat de rechtbank ten onrechte heeft geoordeeld dat het besluit zorgvuldig is genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:4986
Datum uitspraak
26 augustus 2026
  • Hoger beroep
  • Politiegegevens
  • uitspraakin de zaak202406541/1/A3

202407279/1/R4

Bij besluit van 26 september 2024 heeft de raad van de gemeente Wijchen het bestemmingsplan "Hazelaarweg 11, Wijchen" vastgesteld. Het plan voorziet in drie vrijstaande woningen aan de Hazelaarweg 11. Het plangebied ligt binnen de bebouwde kom in het noordoosten van de kern Wijchen. Volgens de plantoelichting zijn de woningen bedoeld voor senioren en wordt een bestaande woning in het plangebied gesloopt. [appellant] woont tegenover het plangebied en vreest voor nadelige gevolgen voor zijn woon- en leefklimaat. [appellant] betoogt dat het plan leidt tot parkeerproblemen en verkeersonveilige situaties. Hij voert daartoe aan dat niet kan worden voldaan aan de norm in de planregels van 2,6 parkeerplaatsen per woning op eigen terrein. [appellant] betoogt dat het plan onvoldoende aansluit op de omgeving. Volgens hem is er geen rekening gehouden met de landschappelijke kwaliteiten van het gebied en past de beoogde bebouwingsdichtheid niet in de landelijke omgeving.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:4987
Datum uitspraak
26 augustus 2026
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Gelderland
  • uitspraakin de zaak202407279/1/R4

202407297/1/R1

Bij besluit van 4 oktober 2023 heeft het college van burgemeester en wethouders van Haarlemmermeer [appellante sub 2] onder oplegging van een dwangsom van € 100.000,00 ineens gelast om het gebruik van het pand op het adres [locatie] in Hoofddorp als zelfstandig kantoor te staken en gestaakt te houden wegens strijd met het ter plaatse geldende bestemmingsplan. [appellante sub 2] is eigenaar van de bedrijfsruimte aan de [locatie] in Hoofddorp. Deze ruimte wordt gebruikt als zelfstandig kantoor voor een uitzendbureau. Ter plaatse geldt het bestemmingsplan "Hoofddorp Noord" op grond waarvan het perceel de bestemming "Bedrijf" en de functieaanduiding "bedrijf tot en met categorie 2" heeft. Volgens het college is het gebruik van de bedrijfsruimte als zelfstandig kantoor in strijd met het bestemmingsplan en daarom heeft het, na een daartoe strekkend verzoek van omwonende [partij], een last onder dwangsom opgelegd. [appellante sub 2] is het daar niet mee eens, omdat volgens haar het gebruik als zelfstandig kantoor wordt beschermd door het overgangsrecht uit artikel 39.2 van de regels bij het bestemmingsplan.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:4992
Datum uitspraak
26 augustus 2026
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202407297/1/R1

202407472/1/A3

Bij besluit van 23 januari 2024 heeft de minister van Buitenlandse Zaken geweigerd om de aanvraag voor een Nederlands paspoort in behandeling te nemen. [appellant] is geboren op [geboortedatum] in Turkije. Hij verkreeg de Nederlandse nationaliteit door als minderjarige te delen in de naturalisatie van zijn vader en behield daarbij zijn Turkse nationaliteit. Op 14 november 2011 is aan [appellant] voor het laatst een Nederlands paspoort verstrekt. Op 6 december 2023 heeft [appellant] een aanvraag voor een Nederlands paspoort ingediend. De minister heeft geweigerd om deze aanvraag in behandeling te nemen. Hij heeft zich daarbij op het standpunt gesteld dat [appellant] ingevolge artikel 15, eerste lid, aanhef en onder c, van de Rijkswet op het Nederlanderschap (RWN) het Nederlanderschap niet meer bezit. Volgens de minister heeft hij het Nederlanderschap van rechtswege verloren op 14 november 2021 omdat hij zowel de Nederlandse als Turkse nationaliteit had en hij op dat moment gedurende een onafgebroken periode van tien jaar hoofdverblijf heeft gehad in Turkije. [appellant] betoogt dat de rechtbank ten onrechte heeft geoordeeld dat er in de procedure over een paspoortaanvraag geen ruimte bestaat voor een Unierechtelijke evenredigheidsbeoordeling.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:5010
Datum uitspraak
26 augustus 2026
  • Hoger beroep
  • Paspoort
  • uitspraakin de zaak202407472/1/A3

202407789/1/R2

Bij besluit van 20 september 2023 heeft het college van burgemeester en wethouders van Bladel [appellant] gelast om de bewoning van de bedrijfswoning aan de [locatie A] in Netersel te staken en gestaakt te houden. Daaraan heeft het een dwangsom van € 1.500,00 per week met een maximum van €15.000,00 verbonden. [appellant] woont op [locatie A] in Netersel en is mede-eigenaar van het naastgelegen perceel [locatie B]. Naar aanleiding van een handhavingsverzoek van [partij], die op [locatie B] woont, heeft het college aan [appellant] een last onder dwangsom opgelegd. Volgens het college woont [appellant] in strijd met het bestemmingsplan in een bedrijfswoning. Volgens het college vinden er op dit moment namelijk geen bedrijfsmatige agrarische activiteiten meer plaats op [locatie A] en [locatie B]. De rechtbank heeft het beroep van [appellant] ongegrond verklaard. Volgens de rechtbank is sprake van een overtreding omdat een bedrijfswoning wordt bewoond terwijl geen agrarisch bedrijf meer aanwezig is. [appellant] voert aan dat hij een ‘rustende boer’ is en daarom in de bedrijfswoning mag blijven wonen. [appellant] betoogt dat de rechtbank had moeten onderkennen dat het college moest afzien van handhaving, omdat hij de overtreding op korte termijn ongedaan zou maken.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:5006
Datum uitspraak
26 augustus 2026
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202407789/1/R2

202500105/1/A3

Bij besluit van 15 december 2023 heeft de minister van Sociale zaken en Werkgelegenheid aan [appellant] twee boetes opgelegd van in totaal € 20.250,00 en besloten om inspectiegegevens openbaar te maken. appellant] is eigenaar van verschillende panden in Den Haag. Op enig moment heeft hij besloten om zijn winkelpand aan de [locatie] in Den Haag te verbouwen tot drie woningen. Op 5 september 2022 ontving de Nederlandse Arbeidsinspectie (NLA) een handhavingsbrief van de Omgevingsdienst Haaglanden (ODH) over werkzaamheden aan het pand. De toezichthouder heeft geconstateerd dat asbest was verwijderd en dat dit niet volgens de geldende regels was uitgevoerd. Uit het boeterapport blijkt dat arbeidsinspecteurs twee overtredingen hebben geconstateerd. Bij werkzaamheden zijn asbesthoudende golfplaten op het dak van een schuur en wandbeplating van een koelcel verwijderd. De rechtbank heeft overwogen dat niet in geschil is dat er geen veiligheids-en gezondheidsplan was opgesteld. Ook niet in geschil is dat het bedrijf dat de werkzaamheden heeft uitgevoerd niet gecertificeerd was. Volgens de rechtbank staat dus vast dat het Arbobesluit is overtreden.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:5009
Datum uitspraak
26 augustus 2026
  • Hoger beroep
  • Boete
  • uitspraakin de zaak202500105/1/A3

202500474/1/A3

Op 4 juni 2022 is [appellante] door de bewaarder via een kennisgeving geïnformeerd over een bijhouding van de Basisregistratie Kadaster (BRK). Op 3 mei 2022 is een verklaring van erfrecht ingeschreven in de openbare registers. Op basis van de ingeschreven verklaring van erfrecht heeft bijhouding van de BRK plaatsgevonden. Uit de verklaring blijkt dat de eigendom van onroerend goed, te verdelen onder zeven erfgenamen, onder wie [appellante], voor de helft is bezwaard met het recht van vruchtgebruik. Voor iedere erfgenaam is als gevolg daarvan 1/14 deel onbezwaard en 1/14 deel bezwaard eigendom ingeschreven. [appellante] kan zich hier niet in vinden omdat volgens haar onjuist is dat nog vruchtgebruik op het onroerend goed zou rusten. Volgens de bewaarder kan hij bij het bijhouden van de registers alleen uitgaan van de inhoud van akten zoals deze staan ingeschreven in de openbare registers. Mocht het vruchtgebruik zijn geëindigd dan moet dat daarom blijken uit een notariële akte of een rechterlijke uitspraak. Hangende beroep heeft [appellante] alsnog een notariële akte laten opstellen en is het geregistreerde vruchtgebruik doorgehaald.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:4991
Datum uitspraak
26 augustus 2026
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Overige
  • uitspraakin de zaak202500474/1/A3
vorige pagina1...888990...12.701volgende pagina

Facetten
Gepubliceerd
  • Uitspraken uit
Type uitspraak
Proceduresoort
Rechtsgebied
Bevat

Raad van State

De Raad van State is onafhankelijk adviseur van regering en parlement over wetgeving en bestuur en hoogste algemene bestuursrechter van het land.

  • Meer over ons
  • Vacatures

Contact

De Raad van State bevindt zich in het centrum van Den Haag. Wilt u in contact komen met ons of wilt u ons bezoeken voor een zitting?

  • Telefoon
  • Locatie en route
  • Post en e-mail
  • Wet open overheid
  • Nieuwe zaak starten

Altijd op de hoogte

Ontvang ons nieuws via de abonnementenservice in uw mailbox. Op de hoogte gehouden worden over uitspraken die gedaan worden in bepaalde zaken? Meld u dan aan voor de e-mailservice. Of bekijk de voortgang van een bepaalde procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

  • Abonnementenservice
  • E-mailservice uitspraken
  • Voortgang procedure
  • Aanvragen oude uitspraken

Toegankelijkheid | Privacy | Cookiebeleid

Volg ons

  • Bluesky
  • LinkedIn
  • Instagram
  • Mastodon