Ga naar de inhoud
(naar homepage)
lees voor
Direct naar
  • en (Information in English)
  • de (Deutsche Informationen)
  • fr (Informations en français)
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
  • Actueel
    • Nieuws
    • Zittingsagenda
    • Persagenda
    • Evenementen
    • Piet Hein Donner Scriptieprijs
  • Adviezen
  • Uitspraken
  • Publicaties
    • Brochures
    • Studies en onderzoeken
    • Regelingen
    • Consultaties
    • Jaarverslagen
    • Toespraken vice-president
  • Over ons
    • Raad van State in het kort
    • Organisatie
    • Advisering
    • Bestuursrechtspraak
    • Begrotingstoezicht
    • Toetsing Klimaatwet
    • Geschiedenis
    • Raad van State in beeld
  • Zoeken
  • en
  • de
  • fr
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
Zoeken

  1. Home ›
  2. Uitspraken

Uitspraken

De Afdeling bestuursrechtspraak toetst of de overheid het recht goed heeft toegepast bij het nemen van een besluit. In dit onderdeel vindt u alle uitspraken die de Raad van State op zijn website publiceert. Meer informatie over de taak van de Afdeling bestuursrechtspraak vindt u in de rubriek Bestuursrechtspraak.


aantal resultaten: 122.726
aantal resultaten per pagina

Toon overzicht van de actuele uitspraken:

  • Hoofdzaken
  • Voorlopige voorzieningen
  • Interessant voor de media

202103467/3/R4

Bij tussenuitspraak van 15 november 2023 (ECLI:NL:RVS:2023:4251) heeft de Afdeling de raad van de gemeente Hardenberg opgedragen om binnen 12 weken na verzending van de tussenuitspraak, met inachtneming van wat onder 19.2.1 en 21.1 is overwogen, het besluit van 23 maart 2021 van de raad te herstellen. De Afdeling heeft bij tussenuitspraak geoordeeld dat het besluit van 23 maart 2021, waarbij het bestemmingsplan "Rollepaal, Langewijk 135 Dedemsvaart" is vastgesteld, in strijd is met de artikelen 3:2 en 3:46 van de Awb en in strijd is met de rechtszekerheid. Reden hiervoor is dat de raad de mogelijke cumulatieve geurhinder in relatie tot de goede ruimtelijke ordening niet heeft beoordeeld. Daarnaast lieten artikel 3.4.2 en artikel 3.4.3 van de planregels ruimte voor interpretatie, omdat de formulering daarvan onvoldoende duidelijk was. Bij besluit van 12 maart 2024 heeft de raad het bestemmingsplan "Rollepaal, Langewijk 135 Dedemsvaart" gewijzigd vastgesteld. De raad heeft daarbij, onder verwijzing naar een onderzoek van Olfasense B.V. van december 2023, kenmerk VDBD23A1, gemotiveerd dat sprake is van een aanvaardbaar cumulatief geurhinderniveau.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:2708
Datum uitspraak
3 juli 2024
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • RO - Overijssel
  • uitspraakin de zaak202103467/3/R4

202103635/1/A3

Bij besluiten van 15 februari 2019 heeft het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam de aanvragen van Electric Tours voor exploitatievergunningen voor het vervoeren van passagiers voor twaalf vaartuigen afgewezen. Op 8 januari 2019 heeft het college de Regeling uitgifteronde 2022 voor exploitatievergunningen passagiersvaart (hierna: Regeling 2022) vastgesteld, die op 17 januari 2019 in werking is getreden. In artikel 1, eerste lid, van die regeling is bepaald dat een exploitatievergunning voor passagiersvaart slechts wordt verleend indien daarvoor een aanvraag is ingediend in de periode tussen 1 maart 2020 en 31 maart 2020. In het tweede lid is bepaald dat aanvragen die zijn ingediend in een andere periode worden afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:2701
Datum uitspraak
3 juli 2024
  • Hoger beroep
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202103635/1/A3

202103776/1/A3

Bij vier afzonderlijke besluiten van 18 juli 2017 heeft de raad van bestuur van de Kansspelautoriteit de exploitatievergunningen van de B.V.’s, als bedoeld in artikel 30h van de Wet op de kansspelen, ingetrokken. Bij vier afzonderlijke besluiten van 15 augustus 2017 heeft de Ksa aan de B.V.’s opgedragen de exploitatie van speelautomaten zonder vergunning te staken en gestaakt te houden door middel van het opleggen van een last onder bestuursdwang. Bij vier afzonderlijke besluiten van 15 augustus 2017 heeft de Ksa besloten tot openbaarmaking van de besluiten tot het opleggen van de last onder bestuursdwang aan de B.V.’s. Bij vier afzonderlijke besluiten van 22 november 2018 heeft de Ksa de door de B.V.’s gemaakte bezwaren tegen de besluiten van 18 juli 2017 en 15 augustus 2017 ongegrond verklaard. Uit informatie van de Justitiële Informatiedienst is gebleken dat [gemachtigde A] en [gemachtigde B] op respectievelijk 10 februari 2016 en 7 april 2016 een transactievoorstel van het Openbaar Ministerie hebben geaccepteerd, inhoudende dat een bedrag van € 15.000,00 wordt voldaan ter voorkoming van strafvervolging voor witwassen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:2690
Datum uitspraak
3 juli 2024
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Overige
  • uitspraakin de zaak202103776/1/A3

202106035/1/R4 en 202106039/1/R4

Bij besluit van 16 december 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Ermelo geweigerd om aan [appellante] een omgevingsvergunning te verlenen voor de bouw van een chalet aan de [locatie] in Ermelo. Bij besluit van 16 december 2020 heeft het college aan [appellante] een last onder dwangsom opgelegd, omdat zij het chalet zonder omgevingsvergunning heeft gebouwd. [appellante] is eigenaar van het chalet aan de [locatie] in Ermelo. In 2019 heeft zij het oude chalet op die plek afgebroken en vervangen door een nieuw, kleiner chalet. [appellante] verhuurt het chalet als woning aan derden. Tussen partijen is niet in geschil dat het chalet is gebouwd zonder omgevingsvergunning en dat het in strijd is met artikel 3.2.1 van de regels van het bestemmingsplan "Recreatieterreinen", omdat het toen gedeeltelijk buiten het bouwvlak is gebouwd. Op 2 oktober 2020 heeft [appellante] een omgevingsvergunning aangevraagd om het in 2019 gebouwde chalet te legaliseren. Op 16 december 2020 heeft het college geweigerd om deze omgevingsvergunning te verlenen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:2678
Datum uitspraak
3 juli 2024
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202106035/1/R4 en 202106039/1/R4

202106567/1/R2

Bij besluit van 1 juli 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Eindhoven aan City Gaming B.V. een omgevingsvergunning verleend voor het verbouwen van het pand, het plaatsen van speeltoestellen en het plaatsen en verlichten van een logo, en ook voor het intern verbouwen van de niet-monumentale kapel tot ondergeschikte horeca in de Heilig Hart van Jezus kerk aan de Ploegstraat 3 in Eindhoven, ten behoeve van sport- en recreatiecentrum "Mysteria". City Gaming B.V. wil het concept "Sport- en recreatiecentrum Mysteria" in de Heilig Hart van Jezus kerk onderbrengen. De kerk ligt aan de Ploegstraat 3 in Eindhoven. Dit concept bestaat uit verschillende sportieve en recreatieve activiteiten en is gericht op een brede doelgroep. De activiteiten omvatten onder andere de "Maze runner" (een interactief bewegingsconcept), een lasergame arena, een "augmented reality klimwand", een smartwall en een multifunctioneel speelveld. Er komt ook een horecavoorziening in de kerk. Het college heeft aan City Gaming B.V. een omgevingsvergunning verleend het hergebruiken van de kerk. Een aantal omwonenden is het niet eens met de verleende omgevingsvergunning, omdat zij vrezen voor overlast.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:2693
Datum uitspraak
3 juli 2024
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202106567/1/R2

202107670/1/R4

Bij besluit van 14 oktober 2021 heeft de raad van de gemeente Maasdriel het bestemmingsplan “Kerkdriel Noord, Paddenstoelenbuurt” en het gelijknamige exploitatieplan vastgesteld. Deze zaak gaat over een bestemmingsplan en een exploitatieplan voor de ontwikkeling van de Paddenstoelenbuurt in Kerkdriel-Noord. Een eerder bestemmingsplan "Kerkdriel Noord" dat voor de ontwikkeling van de hele wijk Kerkdriel-Noord was vastgesteld is bij uitspraak van de Afdeling van 2 maart 2011, ECLI:NL:RVS:2011:BP6388, grotendeels vernietigd. Het exploitatieplan dat voor dat grotendeels vernietigde bestemmingsplan was vastgesteld, is door de Afdeling bij uitspraak van 25 juli 2012, ECLI:NL:RVS:2012:BX2561, in zijn geheel vernietigd. De ontwikkeling van de wijk is daarna in twee fasen opgedeeld. Het bestemmingsplan voor het westelijke deel van de wijk, de Kersenbuurt, is in fase 1 tot stand gekomen. Met het nu voorliggende bestemmingsplan voor de Paddenstoelenbuurt is beoogd 187 woningen mogelijk te maken. [appellant A] en [appellant B] hebben samen de onverdeelde eigendom van kadastraal perceel sectie en nummer N1408.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:2721
Datum uitspraak
3 juli 2024
  • Tussenuitspraak/bestuurlijke lus
  • RO - Gelderland
  • uitspraakin de zaak202107670/1/R4

202108150/1/A3

Bij brief van 15 september 2015 heeft de stadsdeelvoorzitter aan [appellante] meegedeeld dat zij is opgenomen in de treiteraanpak van de gemeente Amsterdam. Bij besluit van 19 augustus 2019 heeft de burgemeester van Amsterdam het verzoek van [appellante] om beëindiging van de uitwisseling van haar persoonsgegevens in het kader van de treiteraanpak en om verwijdering van haar persoonsgegevens afgewezen. [appellante] is opgenomen in de zogenaamde treiteraanpak. Met deze aanpak heeft de gemeente Amsterdam in samenwerking met onder meer de politie, het Openbaar Ministerie, woningbouwcorporaties en Jeugdbescherming Amsterdam, een werkwijze ontwikkeld om bijzondere gevallen van ernstige overlast en intimidatie in de woonomgeving tegen te gaan. [appellante] vindt dat zij onterecht in de treiteraanpak is opgenomen. Zij heeft een klacht ingediend en de burgemeester gevraagd te erkennen dat zij te laat op de hoogte is gesteld van haar opname in de treiteraanpak en dat het besluit om haar in de treiteraanpak op te nemen ten onrechte genomen is. Daarnaast heeft zij de burgemeester gevraagd om haar opname in de treiteraanpak en de dossieropbouw daaromtrent te beëindigen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:2715
Datum uitspraak
3 juli 2024
  • Hoger beroep
  • Persoonsgegevens
  • uitspraakin de zaak202108150/1/A3

202202011/1/R4

Bij besluit van 20 december 2017 heeft het college van burgemeester en wethouders van Zeist een verzoek van wijlen [verzoeker] om handhavend op te treden tegen door [partij] op de Lagegrond in Zeist geplaatste paaltjes en hekwerk afgewezen. [appellante] woont aan de [locatie 1] in Zeist. Deze weg eindigt bij haar woning. [partij] woont dichter bij het begin van dezelfde weg, aan de [locatie 2]. [partij] heeft ter hoogte van haar perceel paaltjes en een hekwerk geplaatst aan weerszijden van de Lagegrond, waardoor de weg op dat punt is versmald. [verzoeker], de echtgenoot van [appellante], heeft op 24 november 2017 het college verzocht handhavend op te treden tegen [partij] om de paaltjes en het hekwerk verwijderd te krijgen, om de bereikbaarheid van zijn woning voor hulpdiensten te waarborgen. Na zijn overlijden op [datum] 2018 heeft [appellante] de procedure voortgezet. Het college heeft vervolgens bij besluit van 26 januari 2021 opnieuw geweigerd handhavend op te treden. Het college heeft zich daarin op het standpunt gesteld dat artikel 6.37 van het Bouwbesluit niet van toepassing is door het overgangsrecht in artikel 9.2, achtste lid, van het Bouwbesluit en dat er daarom geen wettelijke bepaling is op grond waarvan hij handhavend kan optreden.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:2682
Datum uitspraak
3 juli 2024
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202202011/1/R4

202202126/1/R3

Bij besluit van 1 februari 2022 heeft de raad van de gemeente Pekela het bestemmingsplan "[locatie 1] te Nieuwe Pekela" vastgesteld. Het plan kent aan het perceel [locatie 1] in Nieuwe Pekela een woonbestemming toe. Voorheen hadden de gronden een agrarische bestemming. [appellanten] wonen ten oosten van het plangebied op het perceel [locatie 2] en hebben hier een agrarisch bedrijf. Zij vrezen een beperking van hun (toekomstige) bedrijfsvoering door de toegekende woonbestemming. [partij A] en [partij B] zijn eigenaar van de gronden van het perceel.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:2710
Datum uitspraak
3 juli 2024
  • Tussenuitspraak/bestuurlijke lus
  • RO - Groningen
  • uitspraakin de zaak202202126/1/R3

202202459/2/R3

Bij tussenuitspraak van 1 november 2023, ECLI:NL:RVS:2023:4054, heeft de Afdeling de raad van de gemeente Deventer opgedragen om binnen 12 weken na de verzending van de tussenuitspraak de daarin geconstateerde gebreken in het besluit van 16 februari 2022 tot vaststelling van het bestemmingsplan “Oranjekwartier” te herstellen. De Afdeling heeft in de tussenuitspraak onder 7.3 geoordeeld dat de raad met de geciteerde passage uit paragraaf 4.3.2 van de plantoelichting en het opnemen van de voorwaardelijke verplichting in artikel 15.3 van de planregels niet voldoende heeft onderzocht en niet draagkrachtig heeft gemotiveerd dat in de tuinen bij de voorziene woningen sprake zal zijn van een aanvaardbare geluidbelasting. De motivering dat en waarom de geluidbelasting aanvaardbaar zal zijn en de voorwaardelijke verplichting hebben alleen betrekking op de geluidbelasting op de gevels van en in de woningen. Het bestreden besluit is daarom in strijd met de artikelen 3:2 en 3:46 van de Algemene wet bestuursrecht.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:2719
Datum uitspraak
3 juli 2024
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Overijssel
  • uitspraakin de zaak202202459/2/R3

202203010/1/R3

Bij besluit van 7 augustus 2020 heeft het college van gedeputeerde staten van Noord-Brabant zijn beslissing om op 3 augustus 2020 spoedeisende bestuursdwang toe te passen vanwege het uitvoeren van werkzaamheden in strijd met de Ontgrondingenwet en de Wet natuurbescherming op schrift gesteld. Bij dit besluit heeft het college ook een last onder dwangsom opgelegd. Deze zaak gaat over de realisatie van een recreatiepark met 100 recreatiewoningen in Someren. Hierbij zijn drie bv’s betrokken: AH Investment, RVB Infra en Heihorsten. AH Investment was de eigenaar van de gronden, RVB Infra de uitvoerder en de toeleverancier voor infrastructurele projecten en Heihorsten initiatiefnemer en ontwikkelaar van het project, verkoper van de te bouwen woningen en vervolgens exploitant van het recreatiepark. [appellant sub 4] is bij alle drie de bv’s betrokken als bestuurder. Tijdens een controle op 3 augustus 2020, naar aanleiding van een melding van graafwerkzaamheden, heeft een toezichthouder op locatie in Someren vastgesteld dat er werkzaamheden plaatsvonden waarvoor vergunningen op grond van de Ontgrondingenwet en de Wnb nodig waren die niet waren verleend.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:2720
Datum uitspraak
3 juli 2024
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • Ontgrondingen
  • uitspraakin de zaak202203010/1/R3

202206249/1/R1

Bij besluit van 2 maart 2021 heeft het dagelijks bestuur van Wetterskip Fryslân zijn beslissing van 17 februari 2021 tot het toepassen van spoedeisende bestuursdwang ter zake het verwijderen van verontreinigende stoffen en het bergen van het schip "[naam]" op schrift gesteld. Daarbij heeft het dagelijks bestuur vermeld dat de kosten van de toepassing van bestuursdwang voor rekening van [appellant] komen. Het dagelijks bestuur heeft zich op het standpunt gesteld dat het lekken van olie uit het schip in het water een spoedeisend gevaar op verontreiniging opleverde en een overtreding was van de artikelen 6.2 en 6.8 van de Waterwet. Daarom heeft het dagelijks bestuur op 17 februari 2021 besloten om spoedeisende bestuursdwang toe te passen en de kosten daarvan te verhalen op [appellant]. In dat kader heeft het dagelijks bestuur HEBO Maritiemservice de opdracht gegeven om de gelekte olie te ruimen en verdere lekkage van olie tegen te gaan. HEBO heeft de al gelekte olie geruimd en het schip op 20 februari 2021 geborgen. Het dagelijks bestuur heeft zijn beslissing om spoedeisende bestuursdwang toe te passen op 2 maart 2021 op schrift gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:2705
Datum uitspraak
3 juli 2024
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • Waterwet
  • uitspraakin de zaak202206249/1/R1

202206278/1/R4

[appellanten] hebben hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank van 19 september 2022, waarbij het door hen gedane verzet tegen de uitspraak van de rechtbank van 24 december 2021 ongegrond is verklaard. Bij besluit van 7 juni 2021 heeft het college aan [appellant A] twee lasten onder dwangsom opgelegd. Bij besluit van 15 september 2021 heeft het college het door [appellant A] daartegen gemaakte bezwaar niet-ontvankelijk verklaard, omdat hij de gronden van het bezwaar niet heeft ingediend. [appellanten] hebben hiertegen beroep ingesteld. In de uitspraak van 24 december 2021 heeft de rechtbank het beroep van [appellant A] met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, aanhef en onder c, van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: de Awb) ongegrond verklaard, omdat (kort gezegd) [appellant A] de bezwaargronden niet tijdig heeft ingediend en het college zijn bezwaar daarom niet-ontvankelijk mocht verklaren. De rechtbank heeft het beroep van [appellant B] met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, aanhef en onder b, van de Awb niet-ontvankelijk verklaard, omdat het besluit op bezwaar van 15 september 2021 alleen is gericht aan [appellant A].

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:2681
Datum uitspraak
3 juli 2024
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202206278/1/R4

202206559/1/A3

Bij besluit van 17 juli 2019 heeft het college van burgemeester en wethouders van Utrecht een verzoek van [appellant] om openbaarmaking van documenten op grond van de Wet openbaarheid van bestuur afgewezen. [appellant] heeft het college op grond van de Wob verzocht om openbaarmaking van alle informatie over (mogelijke) integriteitsschendingen door medewerkers of ambtenaren van de gemeente Utrecht in de periode 1 juli 2017 tot en met 1 mei 2019. Het college heeft vervolgens elf dossiers aangetroffen die vallen onder dit verzoek. De openbaarmaking van deze dossiers heeft het college geweigerd met een beroep op artikel 10, tweede lid, aanhef en onder e en g, van de Wob. Verder heeft het college een niet naar personen herleidbaar overzicht gemaakt van de gevallen van (mogelijke) integriteitsschendingen. Dit overzicht heeft het college aan [appellant] verstrekt. De rechtbank heeft bij uitspraak van 4 maart 2021, ECLI:NL:RBMNE:2021:954, geoordeeld dat het college de openbaarmaking van de dossiers met nummer 3, 8, 9, 10 en 11 heeft mogen weigeren met een beroep op artikel 10, tweede lid, aanhef en onder e en g, van de Wob.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:2699
Datum uitspraak
3 juli 2024
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • Openbaarheid
  • uitspraakin de zaak202206559/1/A3

202207049/1/A3

Bij besluit van 26 mei 2021 heeft de minister voor Rechtsbescherming de aanvraag van [appellant] voor een verklaring omtrent het gedrag afgewezen. [appellant] heeft op 30 maart 2021 een aanvraag ingediend voor een VOG voor de functie van koerier bij [bedrijf]. Hij geeft aan een VOG nodig te hebben voor het verrichten van koeriersdiensten voor bepaalde opdrachtgevers, zoals PostNL en DHL. De minister heeft de aanvraag afgewezen in verband met verschillende veroordelingen die in het Justitieel Documentatiesysteem zijn geregistreerd binnen de terugkijktermijn. Het gaat om veroordelingen vanwege onverzekerd rijden, bedreiging, overtreding van de Wet wapens en munitie en overtreding van de Zwitserse narcotica-, wapen- en verkeerswetgeving. Volgens de minister vormen deze strafbare feiten, indien herhaald, een risico voor het welzijn en de veiligheid van anderen en de samenleving als geheel bij het uitvoeren van werkzaamheden als koerier. Volgens de minister weegt het algemeen belang voor beperking van de risico’s voor de samenleving zwaarder dan het belang van [appellant].

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:2704
Datum uitspraak
3 juli 2024
  • Hoger beroep
  • Verklaring omtrent gedrag
  • uitspraakin de zaak202207049/1/A3

202207148/1/R3

Bij besluit van 5 juli 2022 heeft het college van gedeputeerde staten van Zuid-Holland voor 29 woningen in de gemeente Leiden hogere waarden voor de ten hoogste toelaatbare geluidbelasting vanwege wegverkeer vastgesteld ten behoeve van de vaststelling van het provinciaal inpassingsplan "Partiële Herziening PIP RijnlandRoute N206 Europaweg". De bestreden besluiten zijn vastgesteld voor het project RijnlandRoute. Dit project voorziet in een nieuwe provinciale verbindingsweg tussen de A44 bij Katwijk en de A4 bij Leiden. Ook voorziet het project in aanpassingen aan weggedeelten van de bestaande provinciale weg N206 en de rijkswegen A4 en A44. Om de realisatie van het project RijnlandRoute planologisch mogelijk te maken, hebben onder meer provinciale staten bij besluit van 10 december 2014 het provinciaal inpassingsplan "RijnlandRoute" vastgesteld en bij besluit van 23 maart 2016 dit provinciaal inpassingsplan gewijzigd. Met de uitspraak van 20 juli 2016, ECLI:NL:RVS:2016:2038, heeft de Afdeling einduitspraak gedaan over het moederplan, waarna met de uitvoering van het project is gestart.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:2692
Datum uitspraak
3 juli 2024
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Inpassingsplan
  • RO - Geluid
  • uitspraakin de zaak202207148/1/R3

202207366/1/R1

Bij besluit van 9 juni 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Zaanstad aan [vergunninghouders] een omgevingsvergunning verleend voor het gebruiken van de agrarische bedrijfswoning, gelegen aan [locatie] te Assendelft, als plattelandswoning. De Taurushoeve exploiteert een melkveehouderij aan de Akere 7 in Assendelft. Bij dit bedrijf horen twee bedrijfswoningen. De verleende omgevingsvergunning heeft betrekking op de tweede bedrijfswoning, gelegen aan de [locatie], waarvan [vergunninghouders] eigenaar zijn en die in planologisch opzicht onderdeel uitmaakt van de melkveehouderij. De Taurushoeve vreest in haar uitbreidingsmogelijkheden te worden beperkt als gevolg van de verleende omgevingsvergunning voor het gebruik van deze bedrijfswoning als plattelandswoning. De Taurushoeve betoogt dat de rechtbank heeft miskend dat het college zich niet op het standpunt heeft kunnen stellen dat ter plaatse sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat en dat het college, gelet daarop, geen omgevingsvergunning voor het gebruik als plattelandswoning heeft kunnen verlenen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:2706
Datum uitspraak
3 juli 2024
  • Hoger beroep
  • Project strijd bestemmingsplan
  • uitspraakin de zaak202207366/1/R1

202300025/1/R4

Bij besluit van 6 januari 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam aan appellanten lasten onder dwangsom opgelegd wegens overtreding van verschillende artikelen uit het Activiteitenbesluit milieubeheer (hierna: het Activiteitenbesluit) en de Activiteitenregeling milieubeheer bij de inrichting op het perceel Dirk van den Burgweg 60 in Hoek van Holland. OK Oliecentrale B.V. exploiteert een benzinestation aan de Dirk van den Burgweg 60 in Hoek van Holland (hierna: het benzinestation). Bij dit benzinestation wordt ook LPG verkocht. Tijdens een controle van de inrichting op 20 juli 2019 hebben toezichthouders van de DCMR Milieudienst Rijnmond geconstateerd dat de op dat moment toezichthoudende medewerker in de inrichting niet op de hoogte was van de te verrichten handelingen bij incidenten en calamiteiten. Verder is geconstateerd dat de veiligheidsinstructies voor LPG niet duidelijk zichtbaar aanwezig waren binnen de inrichting en dat de jaarlijkse verklaringen van medewerkers over de instructies die zij op grond van artikel 5.68, vierde lid, van de Activiteitenregeling moeten ontvangen niet in het logboek aanwezig waren.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:2707
Datum uitspraak
3 juli 2024
  • Hoger beroep
  • Milieu - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202300025/1/R4

202300413/1/R1

Bij besluit van 30 november 2018 heeft het college van burgemeester en wethouders van Uithoorn aan [vergunninghouder] een omgevingsvergunning verleend voor het uitvoeren van constructieve wijzigingen in de woning aan het [locatie 1] in Uithoorn. [vergunninghouder] en [partij] zijn eigenaar van de twee-onder-een-kapwoning op het perceel [locatie 1] in Uithoorn. De aanvraag van [vergunninghouder] om een omgevingsvergunning heeft betrekking op het uitvoeren van constructieve wijzigingen in de woning. Het gaat om het vervangen van de begane grondvloer en het doorbreken van de muur tussen de woonkamer en de keuken. Het college heeft de gevraagde omgevingsvergunning verleend, omdat het bouwplan volgens het college in overeenstemming is met het Bouwbesluit 2012 en zich ook geen andere weigeringsgronden als bedoeld in artikel 2.10, eerste lid, van de Wabo voordoen. [appellant] is eigenaar van de naastgelegen woning onder dezelfde kap op het perceel [locatie 2]. Hij vreest voor geluidsoverlast en verzakking van de fundering van zijn woning als gevolg van de constructieve wijzigingen in de naastgelegen woning.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:2691
Datum uitspraak
3 juli 2024
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202300413/1/R1

202300448/1/R3

Bij brief van 1 maart 2022, abusievelijk gedateerd 14 februari 2022, heeft het college van burgemeester en wethouders van Brielle (nu: Voorne aan Zee) het verzoek van [appellant] om handhavend op te treden afgewezen. [appellant] is één van de eigenaren van het perceel aan de [locatie 1] te Zwartewaal, waar hij de paardenhouderij "[naam]" exploiteert. Op dit perceel staan achttien stallen, waarvan er dertien worden verhuurd, een paardrijbak met mestopslag, vier paddocks en een schuur. Daarnaast huurt hij een perceel aan de Meeldijk te Zwartewaal. In 2021 is door het college van de toenmalige gemeente Brielle handhavend opgetreden tegen de paardenhouderij van [appellant], vanwege de aanwezigheid van illegale paardrijbakken en lichtmasten en een overschrijding van het in het bestemmingsplan toegestane aantal vierkante meters aan buitenruimte. In een brief van 12 januari 2022 heeft [appellant] het college verzocht om ook handhavend op te treden tegen paardenhouderijen op 26 andere percelen wegens strijd met het geldende bestemmingsplan.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:2645
Datum uitspraak
3 juli 2024
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202300448/1/R3
  • persberichtbij de uitspraak in de zaak202300448/1/R3

202301068/1/R2

Bij besluit van 20 december 2022 heeft de raad van de gemeente Veldhoven de bestemmingsplannen "De Run 7000 ASML 2022" en "De Run 7000 ASML 2022 geluid" vastgesteld. ASML wil haar hoofdvestiging in Veldhoven uitbreiden. Het bedrijf maakt een grote groei door, omdat de vraag naar chipmachines mondiaal zeer groot is. Om deze groei voort te zetten, beoogt ASML op De Run 7000 verder uit te breiden. Het bestemmingsplan "De Run 7000 ASML 2022" maakt deze uitbreidingen mogelijk. De uiterst gevoelige chipmachines van ASML worden ontwikkeld en vervaardigd in een volstrekt stof- en trillingvrije omgeving, zogeheten "cleanrooms". Doordat de machines steeds groter worden om de toenemende mate van verfijning van chipproductie mogelijk te maken, wordt voorzien in omvangrijkere bedrijfsgebouwen. Het gaat hierbij om cleanrooms die qua oppervlakte toenemen. Het plangebied ligt aan de zuidzijde van Veldhoven. Het plangebied wordt aan de noordzijde globaal begrensd door de Kempenbaan, aan de oostzijde door bedrijven aan De Run en de bestaande ASML-gebouwen, aan de zuidzijde door de A67 en aan de westzijde door bedrijven en sportvoorzieningen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:2700
Datum uitspraak
3 juli 2024
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • RO - Geluid
  • RO - Noord-Brabant
  • uitspraakin de zaak202301068/1/R2
  • persberichtbij de uitspraak in de zaak202301068/1/R2

202302755/1/R3

Bij besluit van 7 maart 2023 heeft de raad van de gemeente Noordwijk het bestemmingsplan " tussen [locatie 1] en [locatie 2], De Zilk" vastgesteld. De vaststellingsprocedure van dit plan is begonnen met een aanvraag van de toenmalige eigenaar van het perceel tussen de [locatie 1] en [locatie 2] tot wijziging van het bestemmingsplan, om de bouw van één woning op het perceel mogelijk te maken. [appellant] is de eigenaar van de naastgelegen woning aan de [locatie 1]. Hij heeft tijdens de voorontwerpfase zijn zorgen over dit plan geuit door middel van inspraak. Deze zorgen zijn toentertijd deels terecht bevonden, waardoor in het ontwerpplan de maximale bouw- en goothoogte van de nieuwe woning zijn verlaagd. Verder staat in een e-mail van een gemeenteambtenaar dat aan het college zou worden voorgesteld de afstand tussen de nieuwe woning en de woning van [appellant] te vergroten. Later is in reactie op zijn zienswijze bij dit ontwerpplan medegedeeld dat de breedte van de woning zal worden verkleind, maar dat de maximale hoogten weer worden bepaald op de hoogten die in het voorontwerpplan waren opgenomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:2687
Datum uitspraak
3 juli 2024
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Zuid-Holland
  • uitspraakin de zaak202302755/1/R3

202303165/1/R1

Bij besluit van 28 maart 2023 heeft het college van burgemeester en wethouders van Almere het wijzigingsplan "Agrarisch gebied Buitenvaart, J. Huydecoperweg 22" vastgesteld. Aan de J. Huydecoperweg 24 is een land- en tuinbouwbedrijf voor het telen van aardbeien en kersen in kassen gevestigd. Het gaat om de [vennotschap] waarvan de vennoten zijn [vennoot A] en [vennoot B] (hierna: de ouders) en [de zoon]. Bij het bedrijf horen de twee bedrijfswoningen aan de J. Huydecoperweg 22 en 24. Het bedrijf is momenteel voor de helft in eigendom van de ouders. Zij woonden tot voor kort in de bedrijfswoning aan de J. Huydecoperweg 22. Voor de andere helft is het bedrijf in eigendom van de zoon. Hij woont in de bedrijfswoning aan de J. Huydecoperweg 24. De ouders treden terug, waarna de zoon het bedrijf zal voortzetten. De formele overdracht moet nog plaatsvinden, maar feitelijk is de exploitatie al volledig in handen van de zoon.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:2717
Datum uitspraak
3 juli 2024
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Flevoland
  • uitspraakin de zaak202303165/1/R1

202303230/1/V1

De vreemdeling en referent hebben beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op een aanvraag om haar een machtiging tot voorlopig verblijf te verlenen. Bij uitspraak van 28 april 2023 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling en referent ingestelde beroep gegrond verklaard en bepaald dat de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid binnen twee weken na de dag van verzending van de uitspraak alsnog een besluit op de aanvraag bekendmaakt. In deze uitspraak verduidelijkt de Afdeling op welk moment die beslistermijn ingaat bij een gegrond beroep tegen het niet tijdig nemen van een besluit op een aanvraag om verlening van een mvv voor nareis (nareisaanvraag).

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:2642
Datum uitspraak
3 juli 2024
  • Hoger beroep
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202303230/1/V1

202303471/1/A2

Bij besluiten van 13 maart 2018 heeft de raad van bestuur van de Sociale Verzekeringsbank het door [appellant] te veel ontvangen bedrag van € 391,08 aan gezinsbijslag teruggevorderd. [appellant] had over het jaar 2017 recht op gezinsbijslag. De SVB heeft ten onrechte een te hoog bedrag aan gezinsbijslag over dat jaar teruggevorderd. De SVB heeft de terugvordering daarom op een lager bedrag vastgesteld. [appellant] stelt dat dat bedrag nog steeds te hoog is. Ook vindt hij dat hij schade heeft geleden door de onrechtmatige terugvorderingsbesluiten en door het overschrijden van de redelijke termijn. Hij heeft daarom beroep ingesteld bij de rechtbank en een verzoek om schadevergoeding ingediend. De SVB heeft het besluit van 13 juni 2019 hangende de beslissing op het daartegen ingestelde beroep gewijzigd met het besluit van 23 december 2020. Op grond van artikel 6:19, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht heeft dat beroep van rechtswege mede betrekking op het besluit van 23 december 2020. Omdat niet is gebleken dat [appellant] nog een belang heeft bij een inhoudelijke beoordeling van het besluit van 13 juni 2019, is het daartegen ingestelde beroep niet-ontvankelijk.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:2718
Datum uitspraak
3 juli 2024
  • Hoger beroep
  • Geld
  • uitspraakin de zaak202303471/1/A2

202303610/1/R1

Bij besluit van 20 april 2023 heeft de raad van de gemeente Aalsmeer het bestemmingsplan "Kudelstaart-Westeinderhage" vastgesteld. Het plangebied ligt in het westen van Kudelstaart en betreft het voormalige tuinbouwgebied Westeinderhage. Het huidige bestemmingsplan "Kudelstaart op onderdelen", zoals vastgesteld op 13 juni 2016, kent aan de gronden van het plangebied grotendeels de bestemming "Agrarisch - Tuinbouw" toe. Het nu voorliggende plan voorziet in de realisatie van maximaal 267 woningen. Ten noorden van het plangebied loopt de Herenweg. Ten zuiden van het plangebied loopt de Bilderdammerweg. Er zijn drie beroepen tegen het plan ingediend. Het eerste beroep is van [appellante sub 1] en anderen. Het plan voorziet op relatief korte afstand van het autoschade-herstelbedrijf [appellante sub 1] in nieuwe woningen. [appellante sub 1] en anderen vrezen dat dat zal leiden tot een beperking van hun gebruiksmogelijkheden.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:2703
Datum uitspraak
3 juli 2024
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Noord-Holland
  • uitspraakin de zaak202303610/1/R1

202303695/1/A2

Bij besluit van 31 oktober 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam de aanvraag van [appellante] om een urgentieverklaring afgewezen. [appellante] heeft op 28 september 2022 een urgentieverklaring aangevraagd. Zij woont sinds 6 januari 2021 op het adres [locatie] in Amsterdam. Haar woning bevindt zich op de eerste etage van een portiekflat van vier hoog. In haar aanvraag stelt zij dat zij lijdt aan suïcidale misofonie. Misofonie is een hersenaandoening waarbij geluiden een heftige emotie kunnen roepen. [appellante] geeft in de toelichting bij haar aanvraag aan dat in haar woning continu stressoren aanwezig zijn, in de vorm van geluiden van de mensen die boven haar wonen. Het gaat daarbij niet om burenoverlast maar om normale geluiden van lopen en spullen neerzetten en verschuiven. Door een opnamestop kon zij niet bij het Amsterdam UMC terecht voor een behandeling voor deze aandoening. Zij heeft zich daarom aangemeld bij K. Hillebrand, orthopedagoog en misofoniebehandelaar. Zij omschrijft haar klachten als een interne kwelling die gepaard gaat met onder meer gevoelens van extreme woede en wanhoop en wat maakt dat sprake is van een hoog suïciderisico.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:2713
Datum uitspraak
3 juli 2024
  • Tussenuitspraak/bestuurlijke lus
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202303695/1/A2

202304143/1/A2

Bij besluit van 1 juli 2021 heeft de Commissie Schadefonds Geweldsmisdrijven een aanvraag van [appellant] om een uitkering uit het schadefonds geweldsmisdrijven (verder: het schadefonds) afgewezen. Op 15 februari 2021 heeft [appellant] een uitkering uit het schadefonds aangevraagd. Op 28 april 2019 reed hij met een bijrijder op een scooter in IJmuiden en is toen meerdere keren beschoten met een vuurwapen vanuit een rijdende auto. De scooter is tweemaal geraakt; [appellant] en de bijrijder raakten niet gewond. [appellant] stelt schade in de vorm van psychisch letsel te hebben geleden. Het Gerechtshof Amsterdam (hierna: het hof) heeft in het arrest van 2 april 2021, ECLI:NL:GHAMS:2021:951 de dader schuldig bevonden aan, onder meer, poging tot doodslag op [appellant] en de bijrijder en de dader veroordeeld tot een gevangenisstraf van 6 jaar. Aan de afwijzing van de aanvraag heeft de CSG ten grondslag gelegd dat [appellant] weliswaar het slachtoffer is van een opzettelijk gepleegd geweldsmisdrijf, als bedoeld in artikel 3 van de Wet schadefonds geweldsmisdrijven, maar dat [appellant] een eigen aandeel heeft gehad in de aanleiding van het geweldsmisdrijf.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:2697
Datum uitspraak
3 juli 2024
  • Hoger beroep
  • Schadevergoeding
  • uitspraakin de zaak202304143/1/A2

202304960/1/R4

Bij besluit van 30 mei 2023 heeft de raad van de gemeente Stichtse Vecht het bestemmingsplan "Maarsseveense Plassen e.o. 2e herziening" vastgesteld. Op 30 januari 2018 heeft de raad het bestemmingsplan "Maarsseveense Plassen e.o." vastgesteld. In dat bestemmingsplan heeft de raad in de loop van tijd een aantal onvolkomenheden aangetroffen. Daarbij komt dat de Afdeling het plan deels heeft vernietigd in haar uitspraak van 31 juli 2019, ECLI:NL:RVS:2019:2652. Met het nu voorliggende plan beoogt de raad het plan uit 2018 te repareren. Voor onder meer het terrein aan de Westbroekse Binnenweg 44 in Tienhoven is daarbij in de verbeelding voorzien in bouwvlakken voor de aanwezige woningen. Na het instellen van beroep door De Molenpolder heeft [appellante] de eigendom van de gronden waar het in deze procedure om gaat, via vererving van De Molenpolder verkregen. Zij heeft meegedeeld het beroep te willen voortzetten. Zij voert aan dat zij door de planregeling in haar mogelijkheden om op haar gronden een of meer woningen te bouwen wordt beperkt.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:2714
Datum uitspraak
3 juli 2024
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Utrecht
  • uitspraakin de zaak202304960/1/R4

202305199/1/A2

[appellant] heeft bezwaar gemaakt tegen alle door het college van burgemeester en wethouders van Haarlemmermeer toe te wijzen en uit te keren subsidies aan de Stichting Dunamare Onderwijsgroep. Volgens de rechtbank heeft [appellant] zijn bezwaar niet gericht tegen een concreet besluit dat al is genomen. Het college heeft het bezwaar daarom terecht niet-ontvankelijk verklaard. Het college heeft het bezwaar van [appellant] bij besluit van 16 juni 2021 niet-ontvankelijk verklaard, omdat niet is komen vast te staan dat dat bezwaar is gericht tegen besluiten, waartegen [appellant] bezwaar kan maken. Volgens de rechtbank heeft [appellant] zijn bezwaar niet gericht tegen een concreet besluit dat al is genomen. Het college heeft het bezwaar daarom terecht niet-ontvankelijk verklaard. De rechtbank heeft ten overvloede overwogen dat [appellant] geen belanghebbende is bij een besluit tot verstrekking van subsidie aan de school waarop zijn zoon tot 18 mei 2021 onderwijs volgde.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:2695
Datum uitspraak
3 juli 2024
  • Hoger beroep
  • Subsidie
  • uitspraakin de zaak202305199/1/A2

202305224/1/R1

Bij besluit van 15 juni 2023 heeft de raad van de gemeente Hoorn het bestemmingsplan "Bangert en Oosterpolder fase 5a zuid" vastgesteld. Het plan maakt een woonwijk met 94 woningen, parkeerplaatsen en ontsluitingen naar de omgeving mogelijk. Voorheen bestond het plangebied uit agrarisch grasland met enkele sloten. De ouders van [appellant] hebben in 1996 de tuingrond achter hun woning aan de Westblokker in Blokker verkocht aan EWF. Volgens [appellant] is bij de verkoop met EWF afgesproken dat het stuk grond dat in het eigendom van zijn ouders bleef, zou worden aangesloten bij de ontwikkeling. Op dit perceel rust op grond van het op 3 oktober 2006 vastgestelde bestemmingsplan "Bangert en Oosterpolder" de bestemming "Woondoeleinden (uit te werken)". [appellant] is inmiddels mede-eigenaar van dit perceel aan de zuidelijke grens van het plangebied. Hij kan zich niet verenigen met het besluit, omdat dit perceel niet binnen het plangebied ligt.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:2712
Datum uitspraak
3 juli 2024
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Noord-Holland
  • uitspraakin de zaak202305224/1/R1

202305953/1/V1

De vreemdelingen hebben beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op aanvragen om hun een machtiging tot voorlopig verblijf te verlenen. Bij uitspraak van 22 augustus 2023 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdelingen ingestelde beroep gegrond verklaard en bepaald dat de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid binnen vier weken alsnog een besluit op de aanvragen bekendmaakt, binnen acht weken als hij gelegenheid tot herstel van verzuimen biedt, binnen zestien weken als hij nader onderzoek in de vorm van een identificerend gehoor of DNA-onderzoek aanbiedt en binnen twintig weken als hij zowel gelegenheid tot herstel van verzuimen als nader onderzoek aanbiedt. In deze uitspraak geeft de Afdeling duidelijkheid over de beslistermijn die de rechter stelt na gegrondverklaring van een beroep tegen het niet tijdig nemen van een besluit op een aanvraag om verlening van een mvv voor nareis (nareisaanvraag).

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:2643
Datum uitspraak
3 juli 2024
  • Hoger beroep
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202305953/1/V1

202306148/1/A2

[appellant] heeft bezwaar gemaakt tegen alle door de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap toe te wijzen en uit te keren subsidies aan de Stichting Dunamare Onderwijsgroep. De minister heeft het bezwaar van [appellant] bij besluit van 1 juni 2021 niet-ontvankelijk verklaard, omdat niet is komen vast te staan dat dat bezwaar is gericht tegen besluiten, waartegen [appellant] bezwaar kan maken. Volgens de rechtbank heeft [appellant] zijn bezwaar niet gericht tegen een concreet besluit dat al is genomen. De minister heeft het bezwaar daarom terecht niet-ontvankelijk verklaard. De rechtbank heeft ten overvloede overwogen dat [appellant] geen belanghebbende is bij een besluit tot verstrekking van subsidie aan de school waarop zijn zoon tot 18 mei 2021 onderwijs volgde.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:2694
Datum uitspraak
3 juli 2024
  • Hoger beroep
  • Onderwijs
  • Subsidie
  • uitspraakin de zaak202306148/1/A2

202306149/1/A2

[appellant] heeft bezwaar gemaakt tegen alle door de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap toe te wijzen en uit te keren subsidies aan de Stichting Dunamare Onderwijsgroep. De minister heeft het bezwaar van [appellant] bij besluit van 21 juni 2021 niet-ontvankelijk verklaard, omdat niet is komen vast te staan dat dat bezwaar is gericht tegen besluiten, waartegen [appellant] bezwaar kan maken. Volgens de rechtbank heeft [appellant] zijn bezwaar niet gericht tegen een concreet besluit dat al is genomen. De minister heeft het bezwaar daarom terecht niet-ontvankelijk verklaard. De rechtbank heeft ten overvloede overwogen dat [appellant] geen belanghebbende is bij een besluit tot verstrekking van subsidie aan de school waarop zijn zoon tot 18 mei 2021 onderwijs volgde.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:2696
Datum uitspraak
3 juli 2024
  • Hoger beroep
  • Onderwijs
  • Subsidie
  • uitspraakin de zaak202306149/1/A2

202306227/1/R4

Stichting CORE heeft beroep ingesteld wegens het niet tijdig beslissen op haar bezwaarschrift van 22 september 2021, gericht tegen de afwijzing van 13 september 2021 van haar verzoek om toestemming voor het vervoer van huis-, tuin- en grofvuil. Bij uitspraak van 26 april 2023, ECLI:NL:RVS:2023:1631, heeft de Afdeling het beroep wegens niet tijdig beslissen gegrond verklaard, het met een besluit gelijk te stellen niet tijdig nemen van een besluit op het bezwaar van Stichting CORE van 22 september 2021 vernietigd en het college opgedragen om uiterlijk binnen twee weken na verzending van de uitspraak een besluit te nemen op het bezwaar van Stichting CORE. De Afdeling heeft verder bepaald dat het college een dwangsom verbeurt voor elke dag dat het de hiervoor genoemde termijn voor de bekendmaking van het te nemen besluit overschrijdt, waarbij de hoogte van de dwangsom € 100,00 per dag bedraagt, met een maximum van € 15.000,00.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:2680
Datum uitspraak
3 juli 2024
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Afval
  • Milieu - Overige
  • uitspraakin de zaak202306227/1/R4

202306543/1/V1

De vreemdeling heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op een aanvraag om haar een machtiging tot voorlopig verblijf te verlenen. Bij uitspraak van 3 oktober 2023 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep gegrond verklaard en bepaald dat de staatssecretaris binnen twintig weken alsnog een besluit op de aanvraag bekendmaakt. In deze uitspraak geeft de Afdeling duidelijkheid over de beslistermijn die de rechter stelt na gegrondverklaring van een beroep tegen het niet tijdig nemen van een besluit op een aanvraag om verlening van een mvv voor nareis (nareisaanvraag).

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:2644
Datum uitspraak
3 juli 2024
  • Hoger beroep
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202306543/1/V1

202306568/1/A2

Op 21 februari 2022 heeft [appellante] bij de CSG een aanvraag ingediend om een uitkering uit het schadefonds. Zij heeft in het aanvraagformulier vermeld dat zij op 19 mei 2013 slachtoffer is geworden van mishandeling en ten gevolge daarvan lichamelijk letsel aan haar rechteroor heeft opgelopen. Aan het besluit van 18 juli 2022 heeft de CSG ten grondslag gelegd dat [appellante] geen ernstig lichamelijk letsel, als bedoeld in artikel 3 van de Wet schadefonds geweldsmisdrijven, heeft opgelopen. Volgens een advies van de medisch adviseur van de CSG 12 juli 2022 is er geen verband vast te stellen tussen de klachten van [appellante] aan haar rechteroor, waarvoor zij twee operaties heeft ondergaan, en de mishandeling. In het bezwaarschrift van 21 juli 2022 heeft [appellante] aangevoerd dat de CSG niet heeft onderkend dat zij niet slechts is geslagen, maar ook is gewurgd, waardoor zij het benauwd kreeg en geen adem meer kon krijgen. In andere gevallen heeft de CSG aangenomen dat bij een poging tot wurging sprake is van ernstig letsel. In die zin zou de CSG dus aan [appellante] een uitkering in letselcategorie 1 kunnen toekennen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:2679
Datum uitspraak
3 juli 2024
  • Hoger beroep
  • Schadevergoeding
  • uitspraakin de zaak202306568/1/A2

202306889/1/R4

Bij besluit van 21 augustus 2023 heeft het college van burgemeester en wethouders van Tilburg zijn beslissing om op 4 augustus 2023 spoedeisende bestuursdwang toe te passen wegens het in strijd met de Afvalstoffenverordening gemeente Tilburg 2019 aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen, op schrift gesteld. De toepassing van spoedeisende bestuursdwang heeft bestaan uit het verwijderen een vuilniszak die op 4 augustus 2023 in Tilburg is aangetroffen naast een ondergronds inzamelvoorziening aan het Nassauplein. Het college is ervan uitgegaan dat [appellante] de vuilniszak verkeerd heeft aangeboden, omdat daarin een medicijndoosje is aangetroffen met daarop haar naam en adresgegevens. Volgens [appellante] is het aangetroffen medicijndoosje van haar. Zij weet niet of de aangetroffen vuilniszak van haar is en betwist dat zij deze op het Nassauplein in Tilburg heeft achtergelaten. [appellante] geeft aan dat zij haar vuilniszakken altijd in haar eigen container of in die van haar buurvrouw doet. Zij wijst er verder op dat sprake is van overlast bij haar in de buurt waarbij vuilniszakken worden verplaatst of opengemaakt.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:2688
Datum uitspraak
3 juli 2024
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Afval
  • uitspraakin de zaak202306889/1/R4

202307279/1/R3

Bij besluit van 26 september 2023 heeft de raad van de gemeente Midden-Delfland het bestemmingsplan "Maaslandse Zoom" vastgesteld. Het plan voorziet in de mogelijkheid om vrijstaande woningen, twee-onder-een-kapwoningen, rijtjeswoningen en gestapelde woningen op een perceel aan de dorpsrand van Maasland te realiseren. Het perceel bevindt zich aan de Hofsingel, die ten westen van het plangebied is gelegen. Het plangebied bevindt zich ten noorden van de Commanderij en sportvelden en ten zuiden van de begraafplaats en een school voor vmbo van Lentiz. Aan beide zijden van het perceel ligt een bestaande watergang. De Historische Vereniging Maasland en de Midden-Delfland Vereniging kunnen zich niet verenigen met de maximaal toegestane bouwhoogte van de gestapelde woningen en hebben daarom beroep ingesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:2689
Datum uitspraak
3 juli 2024
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Zuid-Holland
  • uitspraakin de zaak202307279/1/R3

202307411/1/R4

Bij besluit van 15 november 2023 heeft het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam zijn beslissing om op 6 november 2023 spoedeisende bestuursdwang toe te passen wegens het in strijd met de Afvalstoffenverordening Rotterdam 2009 aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen, op schrift gesteld. Het college heeft daarbij vermeld dat de kosten van de toepassing van bestuursdwang, te weten € 154,00, voor rekening van [appellant] komen. De toepassing van spoedeisende bestuursdwang heeft bestaan uit het verwijderen van een doos die op 6 november 2023 in Rotterdam is aangetroffen op Wilbertoord ter hoogte van nummer 315 naast de ondergrondse afvalcontainer. Het college is ervan uitgegaan dat [appellant] de doos verkeerd heeft aangeboden, omdat zijn naam en adresgegevens op een adreslabel op de doos zijn aangetroffen. [appellant] betwist dat hij de doos verkeerd heeft aangeboden. Hij betoogt dat ten onrechte een boete aan hem is opgelegd. Volgens [appellant] zou hij nooit een doos naast een vuilcontainer plaatsen. Hij vermoedt dat de doos op straat is gekomen toen milieumedewerkers de vuilcontainer gingen legen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:2686
Datum uitspraak
3 juli 2024
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Afval
  • uitspraakin de zaak202307411/1/R4

202307544/1/R4

Bij besluit van 6 augustus 2023 heeft het college van burgemeester en wethouders van Den Haag zijn beslissing om op 21 juli 2023 spoedeisende bestuursdwang toe te passen wegens het in strijd met de Afvalstoffenverordening 2010 van de gemeente Den Haag aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen, op schrift gesteld. De toepassing van spoedeisende bestuursdwang heeft bestaan uit het verwijderen van een doos die op 21 juli 2023 in Den Haag is aangetroffen naast een aangewezen inzamelvoorziening op de Herman Costerstraat ter hoogte van huisnummer 151. Het college is ervan uitgegaan dat [appellant] de doos verkeerd heeft aangeboden, omdat zijn naam en adresgegevens op een adreslabel op de doos zijn aangetroffen. [appellant] betoogt dat hij niet degene is geweest die de doos naast de inzamelvoorziening heeft geplaatst. Volgens [appellant] heeft hij een pakket afgehaald bij het Post NL afhaalpunt bij Karwei op de Uitenhagestraat 87 in Den Haag. Hij heeft aan de baliemedewerkster van Karwei gevraagd of hij de lege doos daar kon achterlaten. Zij heeft toestemming gegeven om de doos op het binnenterrein van Karwei neer te leggen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:2684
Datum uitspraak
3 juli 2024
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Afval
  • uitspraakin de zaak202307544/1/R4

202400191/1/A2

Bij besluit van 6 september 2022 heeft de CSG (Commissie Schadefonds Geweldsmisdrijven) de aanvraag van [appellant] om een uitkering uit het Schadefonds Geweldsmisdrijven afgewezen. Op 4 maart 2022 heeft [appellant] een aanvraag ingediend om een uitkering uit het schadefonds. [appellant] stelt dat hij op 9 januari 2022 slachtoffer is geworden van een geweldsmisdrijf naar aanleiding van een familieconflict. Door dit misdrijf stelt hij lichamelijk letsel (letsel aan beide ogen) en psychische klachten opgelopen te hebben. Op 14 januari 2022 heeft [appellant] aangifte gedaan. Deze aangifte is geseponeerd wegens gebrek aan bewijs. Bij besluit van 6 september 2022, gehandhaafd bij besluit van 6 januari 2023, heeft de CSG de aanvraag van [appellant] afgewezen. Volgens de CSG is er onvoldoende objectieve informatie om aannemelijk te achten dat [appellant] slachtoffer is geworden van een opzettelijke gepleegd misdrijf als bedoeld in de Wet schadefondsgeweldsmisdrijven.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:2716
Datum uitspraak
3 juli 2024
  • Hoger beroep
  • Schadevergoeding
  • uitspraakin de zaak202400191/1/A2

202400397/1/R4

Bij besluit van 22 september 2023 heeft het college van burgemeester en wethouders van Den Haag zijn beslissing om op 5 september 2023 spoedeisende bestuursdwang toe te passen wegens het in strijd met de Afvalstoffenverordening 2010 van de gemeente Den Haag aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen, op schrift gesteld. Daarbij heeft het college vermeld dat een gedeelte van de kosten van de toepassing van bestuursdwang, te weten € 199,57, voor rekening van [appellante] komt. De toepassing van spoedeisende bestuursdwang heeft bestaan uit het verwijderen van een doos die op 5 september 2023 is aangetroffen in Den Haag naast een aangewezen inzamelvoorziening op de Schrijnwerkersgaarde. Het college is ervan uitgegaan dat [appellante] de doos verkeerd heeft aangeboden, omdat haar naam en adresgegevens op een adreslabel op de doos zijn aangetroffen. [appellante] betoogt dat de bij haar in huis wonende kleindochter van 12 jaar oud de doos naast de container heeft geplaatst. Volgens [appellante] stonden er meerdere spullen naast de container en was haar kleindochter er niet van op de hoogte dat de doos niet naast de container mocht worden geplaatst.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:2683
Datum uitspraak
3 juli 2024
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Afval
  • uitspraakin de zaak202400397/1/R4

202401090/1/R4

Bij besluit van 16 september 2023 heeft het college van burgemeester en wethouders van Den Haag zijn beslissing om op 4 september 2023 spoedeisende bestuursdwang toe te passen wegens het in strijd met de Afvalstoffenverordening 2010 van de gemeente Den Haag aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen, op schrift gesteld. Daarbij heeft het college vermeld dat een gedeelte van de kosten van de toepassing van bestuursdwang, te weten € 199,57, voor rekening van [appellant] komt. De toepassing van spoedeisende bestuursdwang heeft bestaan uit het verwijderen van een doos die op 4 september 2023 is aangetroffen in Den Haag naast een aangewezen inzamelvoorziening op de Jan Bronnerkade ter hoogte van huisnummer 229. Het college is ervan uitgegaan dat [appellant] de doos verkeerd heeft aangeboden, omdat zijn naam en adresgegevens op een adreslabel op de doos zijn aangetroffen. [appellant] betwist niet dat de doos van hem afkomstig is. Hij betoogt dat hij de doos niet naast de inzamelvoorziening heeft geplaatst. Volgens [appellant] bleef de aangetroffen doos steken in het deksel van de container. Het deksel sloot wel, maar blokkeerde.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:2685
Datum uitspraak
3 juli 2024
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Afval
  • uitspraakin de zaak202401090/1/R4

202401237/1/A2

Bij beslissing van 18 oktober 2023 heeft de voorzitter aan [appellant] medegedeeld dat hij per direct wordt verwijderd van de locatie Kabelweg 88 van het MBO College Westpoort en bepaald dat [appellant] minimaal een jaar moet wachten totdat hij zich weer kan inschrijven voor een opleiding die op deze locatie wordt gegeven. Bij beslissing van 10 oktober 2023 heeft de voorzitter [appellant] per direct, onder aanzegging van een mogelijke verwijdering, voor onbepaalde tijd geschorst. Aan die beslissing heeft de voorzitter ten grondslag gelegd dat [appellant] zeer onwenselijk gedrag heeft vertoond en dat waarschuwen niet helpt. Volgens de voorzitter heeft [appellant] op 3 oktober 2023 met gebruikmaking van zijn telefoon geluidsoverlast veroorzaakt, is hij aan apparatuur van de school gekomen en heeft hij met een markeerstift op de vloer geschreven. Verder is op 10 oktober 2023 geconstateerd dat [appellant] zonder rijbewijs op een gestolen motorfiets naar school is gekomen. Nadat hij daarmee werd geconfronteerd heeft [appellant] roekeloos vluchtgedrag vertoond en heeft de school om veiligheidsredenen de politie ingeschakeld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:2698
Datum uitspraak
3 juli 2024
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • Studentenzaken
  • uitspraakin de zaak202401237/1/A2

202402590/1/V3

Bij besluit van 5 april 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de vreemdeling in bewaring gesteld. De vreemdeling heeft de Marokkaanse nationaliteit. Hij is op 17 februari 2024 in bewaring gesteld krachtens artikel 59, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vw 2000. Op 7 maart 2024 diende hij een aanvraag om toetsing aan het EU-recht in en een aanvraag om een reguliere verblijfsvergunning. Op 18 maart 2024 heeft de staatssecretaris de maatregel opgeheven en heeft hij een nieuwe maatregel opgelegd krachtens artikel 59, eerste lid, aanhef en onder b, van de Vw 2000. Op 2 april 2024 is de reguliere aanvraag niet in behandeling genomen. Op 5 april 2024 heeft de staatssecretaris de tweede maatregel opgeheven en heeft hij de nu voorliggende maatregel opgelegd krachtens artikel 59, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vw 2000. Op 8 april 2024 heeft de staatssecretaris de aanvraag om toetsing aan het EU-recht afgewezen, omdat volgens hem sprake is van misbruik van recht. Deze uitspraak gaat over de vraag of er een wettelijke grondslag was voor de inbewaringstelling op 5 april 2024.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:2711
Datum uitspraak
3 juli 2024
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaak202402590/1/V3
  • persberichtbij de uitspraak in de zaak202402590/1/V3

202402797/1/V3

Bij besluit van 25 maart 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de vreemdeling in bewaring gesteld. De vreemdeling heeft de Algerijnse nationaliteit. Hij is op 18 januari 2024 in bewaring gesteld krachtens artikel 59, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vw 2000. De staatssecretaris heeft deze maatregel opgeheven op 21 maart 2024, omdat de vreemdeling een strafrechtelijke detentie van drie dagen moest uitzitten. Op 22 maart 2024 diende de vreemdeling een aanvraag om toetsing aan het EU-recht in. De vreemdeling zou op 25 maart 2024, aansluitend op de strafrechtelijke detentie, worden uitgezet naar Algerije. Op die dag heeft hij echter op de luchthaven Schiphol voor de derde keer een asielaanvraag ingediend. Daarop heeft de staatssecretaris de nu voorliggende maatregel opgelegd krachtens artikel 59b, eerste lid, aanhef en onder b, van de Vw 2000. Op 5 april 2024 heeft de staatssecretaris de asielaanvraag van de vreemdeling afgewezen en heeft hij de maatregel van bewaring opgeheven. Deze uitspraak gaat over de vraag of er een wettelijke grondslag was voor de inbewaringstelling op 25 maart 2024.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:2709
Datum uitspraak
3 juli 2024
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaak202402797/1/V3
  • persberichtbij de uitspraak in de zaak202402797/1/V3

202201972/1/V2

Bij besluit van 17 september 2021 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet-ontvankelijk verklaard.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:2668
Datum uitspraak
2 juli 2024
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202201972/1/V2

202205189/1/V3

Bij besluit van 20 januari 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, ingewilligd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:2669
Datum uitspraak
2 juli 2024
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202205189/1/V3

202206094/1/V2

Bij besluit van 11 maart 2020 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de aan de vreemdeling verleende verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd ingetrokken, hem opgedragen de Europese Unie (hierna: EU) onmiddellijk te verlaten en tegen hem een inreisverbod uitgevaardigd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:2670
Datum uitspraak
2 juli 2024
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaak202206094/1/V2

202303870/1/V3

Bij besluit van 10 november 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de vreemdeling opgedragen de Europese Unie onmiddellijk te verlaten en een inreisverbod tegen hem uitgevaardigd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:2671
Datum uitspraak
2 juli 2024
  • Hoger beroep
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202303870/1/V3

202402338/1/V3

Bij besluit van 29 maart 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de vreemdeling opgehouden voor verhoor.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:2673
Datum uitspraak
2 juli 2024
  • Hoger beroep
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202402338/1/V3

202403097/2/V3

Bij besluit van 5 april 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:2672
Datum uitspraak
2 juli 2024
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202403097/2/V3

202403781/2/V2

Bij besluit van 20 januari 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:2676
Datum uitspraak
2 juli 2024
  • Voorlopige voorziening
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202403781/2/V2

202304213/1/A2

Het hoger beroep richt zich tegen de uitspraak van 23 mei 2023 van de rechtbank Noord-­Nederland. RDW heeft een verzoek van [appellant] om de tenaamstelling van zeven voertuigen (scooters) vervallen te verklaren afgewezen. [appellant] heeft niet met de bedoeling om zelf eigenaar te worden maar op verzoek van anderen, als vriendendienst, de voertuigen op zijn naam gesteld. In hoger beroep gaat het geschil nog om drie van die voertuigen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:2862
Datum uitspraak
2 juli 2024
  • Hoger beroep
  • Mondelinge uitspraak
  • Wegenverkeerswet
  • uitspraakin de zaak202304213/1/A2

202304696/1/A2

Het hoger beroep richt zich tegen de uitspraak van 30 mei 2023 van de rechtbank Noord­-Holland. De achtergrond van dit geschil is de inschrijving van een auto van [appellant] in het kentekenregister. Zijn auto is ingeschreven met een grijs in plaats van met een geel kenteken, en [appellant] heeft op de zitting bij de Afdeling aangegeven zich hierin te kunnen vinden. Op de zitting bij de Afdeling heeft [appellant] zijn onvrede verwoord over de procedure bij RDW en de rechtbank. Hij betoogt dat RDW zijn vraag over waarom andere bestelauto’s wel een geel kenteken hebben gekregen niet heeft beantwoord. Ook stelt hij dat de rechtbank heeft verzuimd hem stukken door te sturen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:2863
Datum uitspraak
2 juli 2024
  • Hoger beroep
  • Mondelinge uitspraak
  • Wegenverkeerswet
  • uitspraakin de zaak202304696/1/A2

202304964/1/A2

Het hoger beroep richt zich tegen de uitspraak van 23 juni 2023 van de rechtbank Amsterdam. [appellante] heeft een aanvraag om een toevoeging voor rechtsbijstand ingediend voor een geschil met een dierenarts, omdat zij de dierenarts aansprakelijk acht voor het ten onrechte verwijderen van de baarmoeder van haar raskat (een Brits korthaar) na complicaties bij een bevalling. De raad voor rechtsbijstand heeft de aanvraag afgewezen omdat de kosten volgens de raad niet in verhouding staan tot het belang van de zaak. [appellante] is het hier niet mee eens.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:2864
Datum uitspraak
2 juli 2024
  • Hoger beroep
  • Mondelinge uitspraak
  • Rechtsbijstand
  • uitspraakin de zaak202304964/1/A2

202205700/1/V2

Bij besluit van 11 juni 2021 heeft de de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag om de vreemdelingen een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:2661
Datum uitspraak
1 juli 2024
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaak202205700/1/V2

202307864/1/V2

Bij besluit van 3 oktober 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:2662
Datum uitspraak
1 juli 2024
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202307864/1/V2

202403146/2/V2

Bij besluit van 28 juli 2020 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag om de vreemdelingen een machtiging tot voorlopig verblijf te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:2632
Datum uitspraak
1 juli 2024
  • Voorlopige voorziening
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202403146/2/V2

202403651/1/V2 en 202403651/2/V2

Bij besluit van 14 mei 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:2663
Datum uitspraak
1 juli 2024
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202403651/1/V2 en 202403651/2/V2

202403786/2/V3

Bij besluit van 16 april 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:2664
Datum uitspraak
1 juli 2024
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202403786/2/V3

202403833/2/V3

Bij besluit van 26 maart 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:2665
Datum uitspraak
1 juli 2024
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202403833/2/V3

BRS.24.000227

Bij besluit van 24 mei 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de vreemdeling in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:2641
Datum uitspraak
1 juli 2024
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaakBRS.24.000227

202005538/1/R2

Bij besluit van 10 december 2018 heeft het college van burgemeester en wethouders van Stein het verzoek van [appellant] om handhavend op te treden tegen het niet-naleven van een voorschrift uit de omgevingsvergunning van 19 maart 2013 door [partij] afgewezen. [partij] exploiteert aan de [locatie 1] en [locatie 2] in Elsloo een bedrijf voor het stallen van oldtimers, caravans en campers en het verkopen van oldtimeronderdelen. Het college heeft op 19 maart 2013 aan [partij] een omgevingsvergunning verleend voor het inrichten van een binnenstalling voor oldtimers, caravans en campers (hierna ook: voertuigen) op zijn perceel in strijd met het bestemmingsplan. In die vergunning is onder meer de volgende voorwaarde opgenomen: "De oldtimers, caravan en campers mogen uitsluitend inpandig worden gestald met uitzondering van voertuigen die onlangs gebracht zijn of die binnen 48 uur gehaald worden. Deze mogen gedurende maximaal 48 uur tijdelijk op het voorterrein worden gestald in afwachting van het ophalen van het voertuig dan wel inpandig stallen van afgeleverde voertuigen". [appellant] woont aan de [locatie 3] in Elsloo, in de buurt van het bedrijf van [partij].

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:2722
Datum uitspraak
1 juli 2024
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202005538/1/R2

202401694/3/A3

Bij brief, ingekomen op 11 juni 2024 heeft [verzoeker] verzocht om wraking van staatsraden mr. C.J. Borman, mr. C.H. Bangma en mr. M. den Heyer als voorzitter en leden van de meervoudige kamer belast met de behandeling van de zaak nr. 202401694/1/A3. Op verzoek van een partij kan ingevolge artikel 8:15 van de Awb elk van de rechters die een zaak behandelt, worden gewraakt op grond van feiten of omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden. Gegeven de berusting van staatsraad Borman, beslist de Afdeling nog slechts op het wrakingsverzoek voor zover dat is gericht tegen staatsraden Bangma en Den Heyer. Als maatstaf geldt dat een staatsraad uit hoofde van zijn aanstelling wordt verondersteld onpartijdig te zijn en dat het aan de verzoeker is om aannemelijk te maken dat zich bijzondere omstandigheden voordoen die een uitzondering op deze veronderstelling rechtvaardigen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:2658
Datum uitspraak
1 juli 2024
  • Wraking
  • Openbaarheid
  • uitspraakin de zaak202401694/3/A3

202306441/4/V1

Op 3 november 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de vreemdeling gesignaleerd in het Schengen Informatiesysteem. Bij besluit van 3 februari 2023 heeft de staatssecretaris het daartegen door de vreemdeling gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:2651
Datum uitspraak
28 juni 2024
  • Voorlopige voorziening
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202306441/4/V1

202307746/1/V3

Bij besluit van 25 november 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de vreemdeling een vrijheidsontnemende maatregel opgelegd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:2639
Datum uitspraak
28 juni 2024
  • Hoger beroep
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202307746/1/V3

202400900/2/V2

Bij besluit van 27 maart 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem krachtens artikel 64 van de Vw 2000 uitstel van vertrek te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:2660
Datum uitspraak
28 juni 2024
  • Voorlopige voorziening
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202400900/2/V2

202401553/1/V1

Bij besluit van 9 december 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem krachtens artikel 64 van de Vw 2000 uitstel van vertrek te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:2656
Datum uitspraak
28 juni 2024
  • Hoger beroep
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202401553/1/V1

202401629/2/R3

Bij besluit van 19 december 2023 heeft de raad van de gemeente Twenterand het bestemmingsplan "Vriezenveen Lintbebouwing en Centrumgebied PH Almeloseweg 3-5" vastgesteld. Het plangebied ligt aan de Almeloseweg 3 en 5 en de Begherstraat 1 in Vriezenveen. De bestaande bebouwing bestaat, van noord naar zuid, uit een winkel-/bedrijfspand, een voormalige synagoge en een vrijstaande woning. [partij], projectontwikkelaar, wil het winkel-/bedrijfspand en de vrijstaande woning slopen en daarvoor in de plaats een appartementengebouw bouwen met maximaal twaalf appartementen verdeeld over een noordelijk en een zuidelijk appartementenblok. Deze appartementenblokken worden met gangen met elkaar verbonden. De voormalige synagoge wordt behouden en gerestaureerd. De nieuwbouw wordt om de synagoge heen gebouwd. [verzoeker] woont op de derde verdieping van het appartementengebouw Torenblik, dat tegenover het plangebied, aan de andere kant van de Almeloseweg, ligt. Zijn appartement ligt tegenover de vrijstaande woning. [verzoeker] vreest voor een aantasting van zijn woon- en leefklimaat. [verzoeker] heeft de voorzieningenrechter verzocht om het bestemmingsplan te schorsen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:2622
Datum uitspraak
28 juni 2024
  • Voorlopige voorziening
  • RO - Overijssel
  • uitspraakin de zaak202401629/2/R3

202402222/1/V1

Bij besluit van 15 augustus 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem krachtens artikel 64 van de Vw 2000 uitstel van vertrek te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:2655
Datum uitspraak
28 juni 2024
  • Hoger beroep
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202402222/1/V1

202402380/1/V3

Bij besluit van 5 maart 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:2657
Datum uitspraak
28 juni 2024
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202402380/1/V3

202402489/1/V3

Bij besluit van 8 maart 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:2654
Datum uitspraak
28 juni 2024
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202402489/1/V3

202403411/2/V2

Bij besluit van 14 juli 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:2652
Datum uitspraak
28 juni 2024
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202403411/2/V2

202403482/2/V1

Bij besluit van 8 juli 2020 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:2653
Datum uitspraak
28 juni 2024
  • Voorlopige voorziening
  • Regulier
  • uitspraakin de zaak202403482/2/V1

202403704/1/V3 en 202403704/2/V3

Bij besluit van 26 april 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:2659
Datum uitspraak
28 juni 2024
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202403704/1/V3 en 202403704/2/V3

202403769/1/V3 en 202403769/2/V3

Bij besluit van 30 april 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:2650
Datum uitspraak
28 juni 2024
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202403769/1/V3 en 202403769/2/V3

202205314/1/R4

Bij besluit van 9 juni 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van West Betuwe aan [partij] een omgevingsvergunning verleend voor het realiseren van drie logieskamers in een bestaande fruitschuur aan de [locatie] in Buurmalsen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:2756
Datum uitspraak
28 juni 2024
  • Hoger beroep
  • Mondelinge uitspraak
  • RO - Gelderland
  • uitspraakin de zaak202205314/1/R4

202306081/2/R2

Bij uitspraak van 16 februari 2023, in zaak nr. 21/3955, heeft de rechtbank Zeeland-West-Brabant een beroep van [appellant A] en 9 andere inwoners van Poortvliet tegen het besluit van het college van burgemeester en wethouders van Tholen van 27 juli 2021 waarin de bezwaren van deze 10 personen niet-ontvankelijk zijn verklaard wegens het ontbreken van belanghebbendheid, gegrond verklaard en het besluit van het college van 27 juli 2021 gedeeltelijk vernietigd. De rechtbank heeft het college opgedragen om een nieuw inhoudelijk besluit te nemen op de bezwaren van [appellant A], [appellante B], [appellante C] en [appellante D] (hierna: [appellant A] en anderen). De uitspraak van 22 december 2023 met zaaknummer 202306081/1/R2, ECLI:NL:RVS:2023:4784, is komen te vervallen met deze uitspraak van 28 juni 2024 met zaaknummer 202306081/2/R2.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:2666
Datum uitspraak
28 juni 2024
  • Verzet
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202306081/2/R2

202301042/1/V1

Bij besluit van 1 juni 2022 heeft het het Centraal Orgaan opvang asielzoekers de aan de vreemdeling verleende verstrekkingen op grond van de Regeling verstrekkingen asielzoekers en andere categorieën vreemdelingen 2005

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:2635
Datum uitspraak
27 juni 2024
  • Hoger beroep
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202301042/1/V1

202301301/1/V1

Bij besluit van 15 november 2019 heeft de de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:2636
Datum uitspraak
27 juni 2024
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202301301/1/V1

202304575/1/V1

Bij besluit van 22 juli 2020 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag om de vreemdeling een machtiging tot voorlopig verblijf te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:2638
Datum uitspraak
27 juni 2024
  • Hoger beroep
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202304575/1/V1

202306240/1/V3

Bij besluit van 1 juni 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:2627
Datum uitspraak
27 juni 2024
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202306240/1/V3

202307091/2/A3

Bij besluit van 29 oktober 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Brunssum aan [verzoekster] een - als preventief aangeduide - last onder bestuursdwang opgelegd om voor 1 november 2020 de overtreding van artikel 5:6 van de Algemeen Plaatselijke Verordening van de gemeente Brunssum te beëindigen. [verzoekster] mocht met toestemming van het college van 1 september 2020 tot 1 november 2020 met twee caravans nabij de telefoonmast op de Emmaweg in Brunssum staan. Op 29 oktober 2020 heeft het college een preventieve last onder bestuursdwang opgelegd, omdat [verzoekster] te kennen had gegeven niet van plan te zijn de desbetreffende locatie per 1 november 2020 te verlaten. De last is opgelegd omdat er sprake is van een overtreding van artikel 5:6 van de Apv. In een mutatierapport van de politie staat dat er begin november nog drie caravans op de desbetreffende locatie stonden. Bij uitspraak van 16 november 2020 heeft de voorzieningenrechter bepaald dat de begunstigingstermijn van de aan [verzoekster] opgelegde last wordt verlengd tot en met 24 november 2020.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:2623
Datum uitspraak
27 juni 2024
  • Voorlopige voorziening
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202307091/2/A3

202307457/1/V1

Bij besluit van 5 september 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling tot opheffing van een tegen hem uitgevaardigd inreisverbod afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:2626
Datum uitspraak
27 juni 2024
  • Hoger beroep
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202307457/1/V1

202307479/1/V2

Bij besluiten van 26 april 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid aanvragen van de vreemdelingen om hun een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:2634
Datum uitspraak
27 juni 2024
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202307479/1/V2

202307903/1/V1

Bij besluit van 12 juni 2019 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:2637
Datum uitspraak
27 juni 2024
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaak202307903/1/V1

202400511/1/V2 en 202400511/2/V2

Bij besluiten van 3 november 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid aanvragen van de vreemdelingen om hun een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:2646
Datum uitspraak
27 juni 2024
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202400511/1/V2 en 202400511/2/V2

202401669/1/V3

Bij besluit van 29 juni 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om afgifte van een document als bedoeld in artikel 9, eerste lid, van de Vw 2000, waaruit rechtmatig verblijf als gemeenschapsonderdaan blijkt, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:2633
Datum uitspraak
27 juni 2024
  • Hoger beroep
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202401669/1/V3

202402079/1/V3

Bij besluit van 18 maart 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de vreemdeling in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:2640
Datum uitspraak
27 juni 2024
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaak202402079/1/V3

202402789/1/V3

Bij besluit van 18 april 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de vreemdeling in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:2629
Datum uitspraak
27 juni 2024
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaak202402789/1/V3

202403145/1/V3

Bij besluit van 1 maart 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:2647
Datum uitspraak
27 juni 2024
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202403145/1/V3

202403145/2/V3

Bij besluit van 1 maart 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:2648
Datum uitspraak
27 juni 2024
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202403145/2/V3

202403188/1/V3

Bij besluit van 24 april 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de vreemdeling in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:2628
Datum uitspraak
27 juni 2024
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaak202403188/1/V3

202403218/1/V3

Bij besluiten van 5 mei 2024 heeft de staatssecretaris een eerder genomen terugkeerbesluit aangevuld en de vreemdeling in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:2630
Datum uitspraak
27 juni 2024
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaak202403218/1/V3

202403506/1/V3

Bij besluiten van 10 april 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid aanvragen van de vreemdelingen om hun een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:2631
Datum uitspraak
27 juni 2024
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202403506/1/V3

202403739/1/V2 en 202403739/2/V2

Bij besluit van 26 april 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:2625
Datum uitspraak
27 juni 2024
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202403739/1/V2 en 202403739/2/V2

BRS.24.000166

Bij besluit van 23 april 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de vreemdeling in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:2550
Datum uitspraak
27 juni 2024
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaakBRS.24.000166

202107626/1/V3

Bij besluit van 23 januari 2020 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om haar krachtens artikel 64 van de Vw 2000 uitstel van vertrek te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:2560
Datum uitspraak
26 juni 2024
  • Hoger beroep
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202107626/1/V3
vorige pagina1...868788...1.228volgende pagina

Facetten
Gepubliceerd
  • Uitspraken uit
Type uitspraak
Proceduresoort
Rechtsgebied
Bevat

Raad van State

De Raad van State is onafhankelijk adviseur van regering en parlement over wetgeving en bestuur en hoogste algemene bestuursrechter van het land.

  • Meer over ons
  • Vacatures

Contact

De Raad van State bevindt zich in het centrum van Den Haag. Wilt u in contact komen met ons of wilt u ons bezoeken voor een zitting?

  • Telefoon
  • Locatie en route
  • Post en e-mail
  • Digitaal procederen
  • Wet open overheid
  • Nieuwe zaak starten

Altijd op de hoogte

Ontvang ons nieuws via de abonnementenservice in uw mailbox. Op de hoogte gehouden worden over uitspraken die gedaan worden in bepaalde zaken? Meld u dan aan voor de e-mailservice. Of bekijk de voortgang van een bepaalde procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

  • Abonnementenservice
  • E-mailservice uitspraken
  • Voortgang procedure
  • Aanvragen oude uitspraken

Toegankelijkheid | Privacy | Cookiebeleid

Volg ons

  • Bluesky
  • LinkedIn
  • Instagram
  • Mastodon