Ga naar de inhoud
(naar homepage)
lees voor
Direct naar
  • en (Information in English)
  • de (Deutsche Informationen)
  • fr (Informations en français)
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
  • Actueel
    • Nieuws
    • Zittingsagenda
    • Persagenda
    • Evenementen
    • Piet Hein Donner Scriptieprijs
  • Adviezen
  • Uitspraken
  • Publicaties
    • Brochures
    • Studies en onderzoeken
    • Regelingen
    • Consultaties
    • Jaarverslagen
    • Toespraken vice-president
  • Over ons
    • Raad van State in het kort
    • Organisatie
    • Advisering
    • Bestuursrechtspraak
    • Begrotingstoezicht
    • Toetsing Klimaatwet
    • Geschiedenis
    • Raad van State in beeld
  • Zoeken
  • en
  • de
  • fr
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
Zoeken

  1. Home ›
  2. Uitspraken

Uitspraken

De Afdeling bestuursrechtspraak toetst of de overheid het recht goed heeft toegepast bij het nemen van een besluit. In dit onderdeel vindt u alle uitspraken die de Raad van State op zijn website publiceert. Meer informatie over de taak van de Afdeling bestuursrechtspraak vindt u in de rubriek Bestuursrechtspraak.


aantal resultaten: 122.664
aantal resultaten per pagina

Toon overzicht van de actuele uitspraken:

  • Hoofdzaken
  • Voorlopige voorzieningen
  • Interessant voor de media

202500244/2/V1

Bij besluit van 29 oktober 2024 heeft de minister een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:169
Datum uitspraak
17 januari 2025
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202500244/2/V1

202500316/3/V3

Bij besluit van 30 december 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie de vreemdeling een vrijheidsontnemende maatregel opgelegd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:168
Datum uitspraak
17 januari 2025
  • Voorlopige voorziening
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaak202500316/3/V3

202500318/3/V3

Bij besluit van 11 december 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie de vreemdeling een vrijheidsontnemende maatregel opgelegd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:163
Datum uitspraak
17 januari 2025
  • Voorlopige voorziening
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaak202500318/3/V3

202402652/1/R3 en 202402652/2/R3

Bij besluit van 3 augustus 2023 heeft het college van burgemeester en wethouders van Hengelo aan Solar Park Boeldershoek B.V. (hierna: SPB) een omgevingsvergunning verleend als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder a en c, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (hierna: Wabo), voor de realisatie van een deel van een zonnepark op percelen aan de Boekelose Veldweg (ongenummerd) in Hengelo. Met de verleende omgevingsvergunningen maakt het college de realisatie van een zonnepark mogelijk op verschillende percelen nabij de Boekelose Veldweg 21 in Hengelo. Het zonnepark is daarbij opgedeeld in een deel waarvoor de gemeente een omgevingsvergunning heeft gekregen en een deel waarvoor SPB een omgevingsvergunning heeft gekregen. Beide delen van het zonnepark hebben een omvang van ongeveer 12 ha, waardoor het zonnepark in totaal een omvang heeft van ongeveer 24 ha.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:141
Datum uitspraak
16 januari 2025
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202402652/1/R3 en 202402652/2/R3

202407272/1/V3

Bij besluit van 11 november 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie de vreemdeling in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:140
Datum uitspraak
16 januari 2025
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaak202407272/1/V3

202407658/1/V3

Bij besluit van 14 november 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie de vreemdeling in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:139
Datum uitspraak
16 januari 2025
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaak202407658/1/V3

202408050/2/V1

Bij besluit van 9 november 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:138
Datum uitspraak
16 januari 2025
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202408050/2/V1

202500280/2/V3

Bij besluit van 4 november 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:148
Datum uitspraak
16 januari 2025
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202500280/2/V3

202500316/2/V3

Bij besluit van 30 december 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie de vreemdeling een vrijheidsontnemende maatregel opgelegd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:171
Datum uitspraak
16 januari 2025
  • Mondelinge uitspraak
  • Voorlopige voorziening
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaak202500316/2/V3

202500318/2/V3

Bij besluit van 11 december 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie de vreemdeling een vrijheidsontnemende maatregel opgelegd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:160
Datum uitspraak
16 januari 2025
  • Mondelinge uitspraak
  • Voorlopige voorziening
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202500318/2/V3

BRS.24.000278

Bij besluit van 9 juli 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de vreemdeling in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:74
Datum uitspraak
16 januari 2025
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaakBRS.24.000278

202203034/1/V1

Bij besluit van 19 maart 2021 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag om de vreemdeling een machtiging tot voorlopig verblijf te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:84
Datum uitspraak
15 januari 2025
  • Hoger beroep
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202203034/1/V1

202404261/1/V2

Bij besluit van 4 augustus 2021 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag om de vreemdeling een machtiging tot voorlopig verblijf te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:85
Datum uitspraak
15 januari 2025
  • Hoger beroep
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202404261/1/V2

202404294/1/V3

Bij besluit van 19 juni 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de vreemdeling in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:86
Datum uitspraak
15 januari 2025
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaak202404294/1/V3

202405597/1/V2

Bij besluiten van 1 augustus 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid vastgesteld dat de vreemdeling geen verblijfsrecht als gemeenschapsonderdaan in Nederland meer heeft en een aanvraag van de vreemdeling om afgifte van een document als bedoeld in artikel 9, eerste lid, van de Vw 2000, waaruit rechtmatig verblijf als gemeenschapsonderdaan blijkt, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:87
Datum uitspraak
15 januari 2025
  • Hoger beroep
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202405597/1/V2

202407234/2/V3

Bij besluit van 4 januari 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid vastgesteld dat de vreemdeling geen verblijfsrecht als gemeenschapsonderdaan in Nederland meer heeft.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:88
Datum uitspraak
15 januari 2025
  • Voorlopige voorziening
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202407234/2/V3

202407398/1/V3

Bij besluit van 5 november 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie de vreemdeling in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:89
Datum uitspraak
15 januari 2025
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaak202407398/1/V3

202407400/1/V3

Bij besluit van 4 november 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie de vreemdeling in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:90
Datum uitspraak
15 januari 2025
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaak202407400/1/V3

202407405/1/V3

Bij besluit van 7 november 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie de vreemdeling in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:91
Datum uitspraak
15 januari 2025
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaak202407405/1/V3

202407417/1/V1 en 202407417/2/V1

Bij kennisgeving gewijzigde identiteitsgegevens van 22 april 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid aan de Afdeling Vreemdelingenpolitie, Identificatie en Mensenhandel laten weten de geboortedatum van de vreemdeling te hebben gewijzigd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:92
Datum uitspraak
15 januari 2025
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202407417/1/V1 en 202407417/2/V1

202407420/1/V3

Bij besluit van 7 november 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie de vreemdeling in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:93
Datum uitspraak
15 januari 2025
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaak202407420/1/V3

202407422/1/V3

Bij besluit van 7 november 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie de vreemdeling in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:94
Datum uitspraak
15 januari 2025
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaak202407422/1/V3

202407425/1/V3

Bij besluit van 6 november 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie de vreemdeling in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:95
Datum uitspraak
15 januari 2025
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaak202407425/1/V3

202407863/1/V2 en 202407863/2/V2

Bij besluit van 8 augustus 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet-ontvankelijk verklaard.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:96
Datum uitspraak
15 januari 2025
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202407863/1/V2 en 202407863/2/V2

202408024/1/V1 en 202408024/2/V1

Bij besluit van 11 december 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid vastgesteld dat de vreemdeling geen verblijfsrecht als gemeenschapsonderdaan in Nederland meer heeft. Ook heeft de staatssecretaris de vreemdeling opgedragen om Nederland binnen één maand te verlaten.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:97
Datum uitspraak
15 januari 2025
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202408024/1/V1 en 202408024/2/V1

202408098/2/V1

Bij besluit van 10 januari 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag om de vreemdelingen een machtiging tot voorlopig verblijf te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:133
Datum uitspraak
15 januari 2025
  • Voorlopige voorziening
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202408098/2/V1

202500278/2/V3

Bij besluit van 7 december 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie de vreemdeling een vrijheidsontnemende maatregel opgelegd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:136
Datum uitspraak
15 januari 2025
  • Voorlopige voorziening
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202500278/2/V3

202500282/2/V3

Bij besluit van 29 december 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie de vreemdeling een vrijheidsontnemende maatregel opgelegd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:135
Datum uitspraak
15 januari 2025
  • Voorlopige voorziening
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202500282/2/V3

202500283/2/V3

Bij besluit van 26 december 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie de vreemdeling een vrijheidsontnemende maatregel opgelegd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:134
Datum uitspraak
15 januari 2025
  • Voorlopige voorziening
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202500283/2/V3

202106451/1/R4

Bij besluit van 7 juli 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Dantumadiel aan [appellante sub 1] een omgevingsvergunning verleend voor het veranderen van haar loon- en melkveehouderijbedrijf aan [locatie 1] en [locatie 2] in Hurdegaryp. [appellante sub 1] exploiteert aan [locatie 1] en [locatie 2] in Hurdegaryp een loon- en melkveehouderijbedrijf. Bij het besluit van 7 juli 2020 heeft het college aan [appellante sub 1] een omgevingsvergunning verleend voor het vergroten van de melkveestal bij haar bedrijf en het ten behoeve daarvan kappen/rooien van houtopstanden, verwijderen van een houtsingel en dempen en aanpassen van sloten. [appellant sub 2A] woont aan [locatie 3], [appellant sub 2B] aan [locatie 4], en [appellant sub 2C] aan [locatie 5] in Feanwâlden. Zij zijn het niet eens met de verleende omgevingsvergunning voor het vergroten van de melkveestal. Zij vrezen met name voor geurhinder omdat de melkveestal wordt vergroot in de richting van hun woningen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:121
Datum uitspraak
15 januari 2025
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • Vee e.a. dieren
  • uitspraakin de zaak202106451/1/R4

202201139/1/R4

Bij besluit van 16 juli 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Helmond een verzoek van [appellant A] en [appellant B] om handhaving afgewezen. [appellant A] en [appellant B] wonen aan de [locatie] in Stiphout-Zuid. Stiphout-Zuid is een gebied aan de zuidrand van de wijk Stiphout in Helmond waar het bestemmingsplan "Stiphout-Zuid" geldt. Het bestemmingsplan is op 11 maart 2014 in werking getreden en voorziet onder meer in nieuwbouw van woningen. [appellant A] en [appellant B] hebben op 30 april 2018 een bouwkavel in dit nieuwbouwproject gekocht. In Stiphout-Zuid zijn inmiddels 58 woningen gerealiseerd. [appellant A] en [appellant B] betogen dat de gemeente bij de verkoop van de bouwkavels in 2017 en 2018 de verwachting heeft gewekt dat de verkeersinrichting van Stiphout-Zuid overeenkomstig de toelichting bij het bestemmingsplan en het daarbij behorende beeldkwaliteitsplan Stiphout-Zuid zou worden gerealiseerd. Omdat de verkeersinrichting van Stiphout-Zuid niet met die verwachtingen strookt, is de gerealiseerde verkeersinrichting volgens [appellant A] en [appellant B] op een aantal punten in strijd met het bestemmingsplan.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:102
Datum uitspraak
15 januari 2025
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202201139/1/R4

202201657/1/A3

Bij besluit van 16 maart 2020 heeft de burgemeester van Waalwijk het bedrijfspand van [appellant] aan de [locatie] in Waalwijk gesloten voor de duur van zes maanden. Op 28 november 2019 heeft er een controle plaatsgevonden in het bedrijfspand aan de [locatie] in Waalwijk dat werd gehuurd en gebruikt door [vennootschap], maar eigendom is van [appellant]. [vennootschap] handelt onder meer in motorblokken. Na de controle is door een deskundige van het Landelijk Intelligence- en expertisecentrum Voertuigcriminaliteit vastgesteld dat van de gecontroleerde motorblokken die in het pand zijn aangetroffen, ten minste 56% van diefstal afkomstig was. Na op 30 januari 2020 eerst een voornemen daartoe kenbaar te hebben gemaakt, heeft de burgemeester met het besluit van 16 maart 2020 het bedrijfspand gesloten voor de duur van zes maanden. De burgemeester heeft het pand op 14 mei 2020 daadwerkelijk gesloten. Volgens de burgemeester was de sluiting noodzakelijk en passend om de handel in gestolen goederen ongedaan te maken, het gebruik en de bekendheid van het pand waar strafbare feiten worden gepleegd te doorbreken en recidive te voorkomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:110
Datum uitspraak
15 januari 2025
  • Hoger beroep
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202201657/1/A3

202201835/1/R1

Bij besluit van 22 juni 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Apeldoorn aan [appellant A] en [appellant B] een last onder bestuursdwang opgelegd tot het in overeenstemming brengen van de verharding met de verleende omgevingsvergunning en het verwijderen van drie bouwwerken op hun perceel. [appellant A] en [appellant B] betogen dat de rechtbank ten onrechte niet heeft beoordeeld of het besluit op 5 januari 2021 is verzonden, waardoor niet vast staat dat het beroep te laat is ingediend. Volgens [appellant A] en [appellant B] blijkt de datum van verzending van het besluit niet uit de stukken en ook niet uit het verhandelde ter zitting bij de rechtbank. Ook wijzen zij erop dat het besluit, in tegenstelling tot het eerdere besluit van 22 juni 2020, niet aangetekend is verzonden. Verder betogen [appellant A] en [appellant B] dat voor zover er wel sprake is van termijnoverschrijding, de rechtbank ten onrechte heeft geoordeeld dat die termijnoverschrijding niet verschoonbaar is. Zij voeren hiertoe aan dat zij wegens bijzondere omstandigheden niet in staat waren om tijdig beroep in te stellen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:101
Datum uitspraak
15 januari 2025
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202201835/1/R1

202204724/2/R1

Bij besluit van 20 november 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Tilburg aan Waardse Nistelrode B.V. een omgevingsvergunning verleend voor het bouwen van bedrijfsruimten aan de Dostalstraat 64-01 tot en met 64-18 in Tilburg. Bij besluiten van 16 april 2021 heeft het college de door onder meer [appellant sub 1] en [appellant sub 2] en anderen daartegen gemaakte bezwaren ongegrond verklaard. Bij tussenuitspraak van 19 juni 2024, ECLI:NL:RVS:2024:2498, heeft de Afdeling het college opgedragen om binnen 12 weken na verzending van de tussenuitspraak het daarin omschreven gebrek in de besluiten van 16 april 2021 te herstellen. De Afdeling heeft in overweging 8.2 van de tussenuitspraak overwogen dat met de door het college gemaakte belangenafweging, zoals weergegeven in overweging 8.1 van de tussenuitspraak, de belangen van [appellant sub 1] en [appellant sub 2] en anderen niet volledig zijn betrokken bij het besluit tot verlening van de gevraagde omgevingsvergunning.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:124
Datum uitspraak
15 januari 2025
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202204724/2/R1

202205656/1/A2

Bij besluit van 29 juli 2021 heeft de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap [appellant] voor een bedrag van € 22.627,16 subsidie verleend voor de instandhouding van een woonhuis-rijksmonument. In de beslissing op bezwaar heeft de minister vermeld dat het rijksmonument in de registeromschrijving van de Rijksdienst Cultureel Erfgoed staat als een grote boerderij (1875) van Oldambtster type met hoofdschuur, twee dwars aangebouwde bijschuren en een gesmeed hek. Verder staat in de omschrijving dat de tuin niet onder de bescherming valt. Nu de tuin blijkens het rijksmonumentenregister expliciet buiten de reikwijdte van de bescherming van het woonhuis valt, en de tuin ook niet zelfstandig is beschermd met inschrijving in het monumentenregister, zijn de onderhoudskosten van de tuin niet subsidiabel. Met betrekking tot de isolatie van de woning heeft de minister zich op het standpunt gesteld dat op grond van het Besluit vaststelling beleidsregels instandhoudingssubsidie woonhuis-rijksmonumenten alleen de kosten van de instandhouding van historisch waardevol isolatiemateriaal subsidiabel zijn. [appellant] heeft vlas vervangen door nieuw, niet historisch waardevol isolatiemateriaal. De isolatiekosten zijn daarom ook niet subsidiabel gesteld, aldus de minister.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:127
Datum uitspraak
15 januari 2025
  • Hoger beroep
  • Subsidie
  • uitspraakin de zaak202205656/1/A2

202206140/1/A2

Bij besluit van 10 november 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Amersfoort de aanvraag van [appellant] om tegemoetkoming in planschade afgewezen. [appellant] is eigenaar van de woning aan [locatie] in Amersfoort. Op 11 maart 2020 heeft hij een aanvraag ingediend om tegemoetkoming in planschade die hij in de vorm van waardevermindering van de woning heeft geleden als gevolg van de inwerkingtreding, op 2 februari 2018, van het op 12 december 2017 door het college genomen besluit tot het verlenen van een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder c, in samenhang met artikel 2.12, eerste lid, sub a en c onder 3, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht. Deze omgevingsvergunning voorziet in afwijking van het ter plaatse geldende bestemmingsplan, in de bouw van een zogenoemd afscheidshuis op de parkeerplaats van de voormalige kerk op het perceel Ringweg Dorrestein 9 in Amersfoort, in de nabijheid van de woning. [partij] heeft met de gemeente Amersfoort een overeenkomst gesloten, waarbij zij zich heeft verbonden eventuele door het college toe te kennen tegemoetkomingen in planschade.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:113
Datum uitspraak
15 januari 2025
  • Hoger beroep
  • Schadevergoeding
  • uitspraakin de zaak202206140/1/A2

202206842/1/R3

Bij besluit van 23 december 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Noordenveld het handhavingsverzoek van [partijen] tegen de activiteiten van [appellant] op het perceel [locatie 1] in Peize afgewezen. [appellant] is gevestigd aan [locatie 1] in Peize. [partij B] woont naast het hoveniersbedrijf op het perceel [locatie 2]. [partij B] ervaart overlast van het bedrijf en heeft daarom op 24 september 2020 een handhavingsverzoek ingediend. Volgens [partij B] wordt het hoveniersbedrijf in strijd met de beheersverordening "Herziening Woonwijken Peize" geëxploiteerd op het perceel. Naar aanleiding van het verzoek is een toezichthouder op het perceel gaan controleren. Deze controles hebben er uiteindelijk toe geleid dat het college een last onder dwangsom heeft opgelegd en die met het besluit op bezwaar in stand is gelaten. [partij B] heeft beroep ingesteld, omdat de last onder dwangsom volgens haar ten onrechte niet strekte tot beëindiging van alle activiteiten van het hoveniersbedrijf op het perceel.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:106
Datum uitspraak
15 januari 2025
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202206842/1/R3

202207200/1/R3

Bij besluit van 10 juli 2018 heeft het college het college van burgemeester en wethouders van Oldenzaal aan KPN B.V. een omgevingsvergunning verleend voor het bouwen van een mast voor telecommunicatiedoeleinden, het plaatsen van een perceelafscheiding en het kappen van twee bomen op het perceel nabij het perceel Schipleidelaan 3 in Oldenzaal. KPN wil een volledige mobiele dekking realiseren voor de wijk De Thij in Oldenzaal. Daarom heeft KPN een omgevingsvergunning aangevraagd voor de bouw van een zendmast met een hoogte van 40 m en een perceelsafscheiding en voor de kap van 2 bomen op het perceel nabij Schipleidelaan 3 in Oldenzaal. [appellant] woont op het perceel [locatie] in Oldenzaal. De afstand tussen de zendmast en de grens van zijn woonperceel bedraagt 30 m en tot zijn woning 78 m. [appellant] kan zich niet verenigen met de bouw van de zendmast, omdat die zijn woon- en leefklimaat aantast.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:119
Datum uitspraak
15 januari 2025
  • Tussenuitspraak/bestuurlijke lus
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202207200/1/R3

202207332/1/A3

Bij besluit van 1 juli 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam de parkeervergunning van [appellant A] voor sector 75 ingetrokken omdat hij niet meer is ingeschreven op het adres waarop de parkeervergunning is toegekend en bij besluit van 1 juli 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam de parkeervergunning van [appellant B] voor sector 75 ingetrokken omdat zij niet meer is ingeschreven op het adres waarop de parkeervergunning is toegekend. Per 1 juli 2021 wonen [appellant A] en [appellant B] op de [locatie] in Rotterdam, dat valt onder parkeersector 71. Het college heeft daarom onder verwijzing naar haar parkeerbeleid bij de besluiten van 1 juli 2021 de parkeervergunning van [appellant A] en [appellant B] voor parkeersector 75 ingetrokken, omdat zij niet langer in de basisregistratie personen stonden ingeschreven op het adres waarop zij de parkeervergunning toegekend hadden gekregen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:108
Datum uitspraak
15 januari 2025
  • Hoger beroep
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202207332/1/A3

202207468/1/A3

Bij besluit van 19 april 2022 heeft de deken het verzoek van [appellant] om handhavend op te treden afgewezen. [appellant] heeft bij brief van 17 januari 2022 een verzoek tot handhaving tegen [partij] bij de Deken ingediend. [appellant] heeft hierbij verzocht om een onderzoek te laten verrichten naar het patronaat van [partij], zijn voormalig patroon. De deken heeft dit handhavingsverzoek afgewezen omdat er geen overtreding is geconstateerd op grond van artikel 3.13 van de Verordening op de advocatuur (hierna: de Voda) die bestuursrechtelijk kan worden gehandhaafd. De deken heeft de afwijzing van het handhavingsverzoek in bezwaar gehandhaafd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:23
Datum uitspraak
15 januari 2025
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202207468/1/A3

202207472/1/A3

Bij brief van 19 april 2022 heeft de deken van de Amsterdamse Orde van Advocaten het verzoek van [appellant] om handhavend op te treden afgewezen. [appellant] heeft bij brief van 17 januari 2022 de deken verzocht een onderzoek uit te voeren naar de gang van zaken rond het niet afgeven van een stageverklaring aan hem. Dit handhavingsverzoek is door de deken afgewezen, omdat het verzoek ziet op handelen van de [mentor] en de deken en niet op de voormalig patroon van [appellant], [partij]. Om deze reden valt het handhavingsverzoek niet onder artikel 45g van de Advocatenwet en is er geen bestuursrechtelijke handhaving mogelijk. Evenmin is volgens de deken gebleken van een tuchtrechtelijke overtreding. Het bezwaar is niet-ontvankelijk verklaard, omdat het handhavingsverzoek geen betrekking heeft op bepalingen van de Verordening op de advocatuur die bestuursrechtelijk kunnen worden gehandhaafd. Er kan dus geen bezwaar tegen worden gemaakt.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:24
Datum uitspraak
15 januari 2025
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Overige
  • uitspraakin de zaak202207472/1/A3

202207475/1/A3

Bij brief van 25 maart 2022 heeft de deken gereageerd op het handhavingsverzoek van [appellant] en hem meegedeeld dat het onderzoek is afgerond. [appellant] heeft op 5 februari 2021 de deken verzocht om een onderzoek in te stellen omdat [appellant] vanuit een anoniem e-mailadres informatie heeft ontvangen over gevoerde rechtszaken, waarbij hij betrokken is geweest. [appellant] heeft hierbij de deken verzocht om handhavend op te treden. De deken heeft bij brief van 24 februari 2021 in eerste instantie gesteld dat hij niet bevoegd is om een onderzoek in te stellen. De deken heeft het bezwaar tegen die brief daarom niet-ontvankelijk verklaard. Bij nader indien heeft de deken tijdens de zitting bij de rechtbank in de beroepsprocedure die heeft geleid tot de uitspraak van 18 november 2021, gesteld dat het handhavingsverzoek moest worden afgewezen en dat het bezwaar hiertegen ongegrond was.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:105
Datum uitspraak
15 januari 2025
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Overige
  • uitspraakin de zaak202207475/1/A3

202207476/1/A3

Bij besluit van 30 april 2019 heeft de raad van de Amsterdamse Orde van advocaten het verzoek van [appellant] tot wijziging van zijn patronaat goedgekeurd. [appellant] liep tot en met 17 februari 2020 stage ten behoeve van de beroepsopleiding voor de advocatuur. Tijdens zijn stage heeft [appellant] de Amsterdamse Orde verzocht in te stemmen met een wijziging van zijn patronaat. De Amsterdamse Orde heeft ingestemd met dat verzoek. De stage van [appellant] is geëindigd zonder stageverklaring. Met ingang van 3 juni 2020 is [appellant] geschrapt van het tableau. [appellant] heeft op 12 mei 2021 verzocht om herziening van het besluit van 30 april 2019 tot goedkeuring van de wijziging van zijn patronaat. Dit herzieningsverzoek is afgewezen en het administratief beroep is niet-ontvankelijk verklaard. [appellant] heeft ook administratief beroep ingesteld tegen het goedkeuringsbesluit van 30 april 2019. Dit administratief beroep is ook niet-ontvankelijk verklaard omdat [appellant] te laat zijn administratief beroepschrift heeft ingediend.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:103
Datum uitspraak
15 januari 2025
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Overige
  • uitspraakin de zaak202207476/1/A3

202300249/1/A3

Bij uitspraak van 6 december 2022 heeft de rechtbank een beroep van [appellant] tegen het niet tijdig nemen van een besluit door de minister op een informatieverzoek op grond van de Wet open overheid niet-ontvankelijk verklaard. Bij brief van 29 juli 2022 heeft [appellant] verzocht om openbaarmaking op grond van de Woo van alle communicatie tussen de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland en Talis met betrekking tot de intrekking van een aan Talis verleende investeringsverklaring. Op 30 augustus 2022 heeft [appellant] beroep ingesteld tegen het door de minister niet tijdig nemen van een besluit op zijn verzoek. De rechtbank heeft het beroep van [appellant] niet-ontvankelijk verklaard, omdat hij de minister niet eerst overeenkomstig artikel 6:12 van de Algemene wet bestuursrecht in gebreke heeft gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:122
Datum uitspraak
15 januari 2025
  • Hoger beroep
  • Openbaarheid
  • uitspraakin de zaak202300249/1/A3

202300446/1/R3

Bij besluit van 29 november 2022 heeft de raad van de gemeente Hellendoorn het bestemmingsplan "Herziening Brugstraat naast 25, Reefhuisweg 1 en Hammerweg 16b" vastgesteld. Het plan bestaat uit drie deelgebieden, te weten het perceel direct ten noordoosten van de Brugstraat 25 in Daarleveen en de twee voormalig agrarische bedrijfspercelen aan de Reefhuisweg 1 en de Hammerweg 16B in Hellendoorn. De raad heeft het voornemen om ongeveer 440 m2 en 640 m2 aan ontsierende bebouwing aan respectievelijk de Reefhuisweg 1 en de Hammerweg 16B te slopen. Ter compensatie hiervoor wordt een woning op het perceel naast de Brugstraat 25 gerealiseerd. Het plan "Herziening Brugstraat naast 25, Reefhuisweg 1 en Hammerweg 16B" voorziet hierin. [appellant A] en [appellant B] zijn omwonenden van de locatie naast Brugstraat 25, waar de compensatiewoning wordt gebouwd. [appellant A] en [appellant B] betogen dat het besluit van de raad tot vaststelling van het plan op onjuiste wijze bekend is gemaakt en daarom niet in werking is getreden.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:125
Datum uitspraak
15 januari 2025
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Overijssel
  • uitspraakin de zaak202300446/1/R3

202300919/1/A2

Bij besluit van 1 december 2021 heeft de RGS de aanvraag van [appellante] om herregistratie als chirurg in het register van medisch specialisten, afgewezen. [appellante] was sinds 1 januari 2005 ingeschreven in het register van chirurgen. Na een eerdere aanvraag om herregistratie van [appellante] van 29 juli 2019 heeft de RGS haar geregistreerd tot en met 10 mei 2021, in plaats van de door [appellante] gewenste datum van 1 augustus 2024. Bij uitspraak van 20 juli 2022, ECLI:NL:RVS:2022:2052, heeft de Afdeling de rechtsgevolgen van dat besluit in stand gelaten. [appellante] heeft op 9 mei 2021 een aanvraag gedaan om herregistratie tot en met 10 mei 2026. De RGS heeft het verzoek afgewezen omdat [appellante] niet voldoet aan de voorwaarden voor herregistratie als bedoeld in artikel D.8, eerste lid, van het Kaderbesluit CGS. De RGS heeft niet kunnen vaststellen dat [appellante] in de referteperiode van 10 mei 2016 tot en met 10 mei 2021 werkzaamheden als chirurg heeft verricht.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:107
Datum uitspraak
15 januari 2025
  • Hoger beroep
  • Gezondheidszorg
  • uitspraakin de zaak202300919/1/A2

202300934/1/R1

Bij besluit van 9 augustus 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Reimerswaal aan [vergunninghouder] een omgevingsvergunning verleend voor het ombouwen van een winkel aan de [locatie 1] in Krabbendijke in vijf appartementen en het verbouwen van een zesde appartement op de bovenverdieping. [appellant] woont op het adres [locatie 2] in de nabijheid van het perceel [locatie]. Hij vreest onder meer verloedering van de dorpskern als gevolg van de realisering van de appartementen. [appellant] betoogt dat de rechtbank heeft miskend dat sprake is van een omgevingsvergunning van rechtswege en dat het college niet bevoegd was om het besluit van 9 augustus 2021 te nemen. [appellant] voert aan dat hij bij de rechtbank heeft aangevoerd dat door het college relevante stukken met betrekking tot van belang zijnde procedurele aspecten zowel in bezwaar als beroep niet zijn overgelegd. [appellant] stelt zich op het standpunt dat uit de door het college in beroep vervolgens alsnog overgelegde stukken kan worden afgeleid dat het besluit van 9 augustus 2021 onbevoegd is genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:120
Datum uitspraak
15 januari 2025
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202300934/1/R1

202301210/1/A3

Bij besluit van 14 juni 2021 heeft de burgemeester van Schouwen-Duiveland aan [appellant] een last onder dwangsom van € 15.000,- opgelegd. [appellant] is eigenaar van restaurant, wijnbar en slijterij "[bedrijf]" aan de [locatie 1] in Zierikzee. In een besluit van 4 juni 2021 heeft de burgemeester aan [appellant] voor het exploiteren van een terras op ’t Luitje zonder exploitatievergunning een last onder dwangsom opgelegd van € 1.000,- per dag, met een maximum van € 5.000,-. Omdat [appellant] niet heeft voldaan aan de last, heeft de burgemeester op 14 juni 2021 een nieuwe last onder dwangsom van € 15.000,- opgelegd. De begunstigingstermijn liep tot 15 juni 2021 om 12:00 uur. Toezichthouders van de gemeente hebben op 15 juni 2021 om 12:10 uur geconstateerd dat [appellant] weer niet aan de last heeft voldaan. In een besluit van 16 juni 2021 heeft de burgemeester vastgesteld dat de dwangsom op grond van het besluit van 14 juni 2021 is verbeurd. De rechtbank heeft geoordeeld dat [appellant] artikel 2:28 van de Algemene plaatselijke verordening gemeente Schouwen-Duiveland 2015 heeft overtreden.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:118
Datum uitspraak
15 januari 2025
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202301210/1/A3

202301749/1/R4

Bij besluit van 9 februari 2023 heeft de raad van de gemeente Soest het bestemmingsplan "Dalweg e.o." vastgesteld. Het bestemmingsplan bevat een uit te werken woonbestemming voor de bouw van maximaal 250 woningen in een gebied ten noorden van de Dalweg in Soest. Aan de uitwerkingsplicht is een voorlopig bouwverbod gekoppeld. Daarnaast maakt het plan bebouwing voor maatschappelijke voorzieningen mogelijk. Appellanten wonen in de directe omgeving van het plangebied. Kort gezegd vinden zij dat de nieuwe woningen te dicht op hun woningen kunnen worden gerealiseerd. Ook wordt een te groot aantal woningen in te hoge bebouwing mogelijk gemaakt. [appellanten sub 1] betogen dat de raad geen globaal bestemmingsplan met uitwerkingsplicht had mogen vaststellen, maar te zijner tijd een gedetailleerd bestemmingsplan had moeten vaststellen. Nu wordt de verdere concretisering uit handen gegeven aan het college van burgemeester en wethouders met de ontwikkelaar en vindt geen openbare bespreking meer plaats van deze ruimtelijke ontwikkeling. [appellanten sub 1] kunnen hierdoor ook geen invloed meer uitoefenen op de verdere concretisering van de plannen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:104
Datum uitspraak
15 januari 2025
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • RO - Utrecht
  • uitspraakin de zaak202301749/1/R4

202301797/1/A3

Bij besluit van 20 november 2019 heeft het Groen Ontwikkelingsfonds Brabant B.V. de subsidieaanvraag van [appellant] voor het project "Ecologische Verbindingszone Setersheike, gemeente Haaren" afgewezen. [appellant] heeft op 26 december 2018 subsidie aangevraagd voor natuurontwikkeling op de percelen, kadastraal bekend gemeente Haaren C 1765, 1766, 1533 en 1655, gelegen aan de Ruiting te Haaren (gemeente Oisterwijk), ter realisatie van een ecologische verbindingszone met de naam "Stersheike" tussen de Essche Stroom en het Helvoirtsbroek. Deze aanvraag is op 28 januari 2019 ontvangen door het Groen Ontwikkelfonds Brabant B.V. De percelen zijn in eigendom van [appellant]. Het college heeft het Landelijk Bureau Bibob verzocht om een advies, als bedoeld in artikel 9 van de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur. Het LBB heeft op 5 juli 2021 advies uitgebracht. Het college is op grond van het advies van oordeel dat ernstig gevaar bestaat dat de subsidie mede wordt gebruikt om strafbare feiten te plegen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:112
Datum uitspraak
15 januari 2025
  • Hoger beroep
  • Subsidie
  • Wet Bibob
  • uitspraakin de zaak202301797/1/A3

202302519/1/A2

Bij brief van 23 november 2021 heeft de staatssecretaris van Economische Zaken en Klimaat een verzoek van [appellant] om wijziging van het toepassingsgebied van drie financiële regelingen over de vergoeding van mijnbouwschade en subsidies in het aardbevingsgebied in Groningen afgewezen. [appellant] heeft bij brief van 31 juli 2021 verzocht om wijziging van de toepassingsgebieden van de Waardedalingsregeling van het Instituut Mijnbouwschade Groningen, de Subsidieregeling verduurzaming, onderhoud en verbetering gebouwen aardbevingsgebied Groningen en regelingen met betrekking tot het Nationaal Programma Groningen. De rechtbank heeft aan haar uitspraak ten grondslag gelegd dat de staatssecretaris niet bevoegd is om de door [appellant] bedoelde regelingen te wijzigen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:126
Datum uitspraak
15 januari 2025
  • Hoger beroep
  • Subsidie
  • uitspraakin de zaak202302519/1/A2

202303177/1/A2

Bij besluit van 20 september 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam een aanvraag van [wederpartij] voor aangepast leerlingenvervoer voor haar [zoon] voor het schooljaar 2021-2022 afgewezen. [zoon] is geboren op [geboortedatum]. Hij ging ten tijde van het bestreden besluit naar de bassischool voor speciaal onderwijs De Vlinder. Het gezin bestaat naast [wederpartij] en [zoon] uit zijn vader en nog drie andere kinderen die jonger zijn dan [zoon]. De afstand tussen de woning van het gezin en de school van [zoon] is 5,17 kilometer. [wederpartij] stelt in de aanvraag dat [zoon] niet naar school kan fietsen, ook niet onder begeleiding. Ook kan [zoon] niet zelfstandig of met een begeleider met het openbaar vervoer naar school reizen. Zij heeft daarom verzocht om aangepast vervoer als bedoeld in artikel 12, eerste lid, van de Verordening.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:114
Datum uitspraak
15 januari 2025
  • Hoger beroep
  • Onderwijs
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202303177/1/A2

202304217/1/A3

Bij besluit van 7 december 2021 heeft de burgemeester van Almelo het pand aan de [locatie] in Almelo gesloten voor de duur van drie maanden. [wederpartij] exploiteert een horecagelegenheid aan de [locatie] in Almelo genaamd [Buurthuis]. Op 28 oktober 2021 hebben twee toezichthouders van de gemeente Almelo een controle uitgevoerd in het pand. In het proces-verbaal van bevindingen staat dat de toezichthouders bij de controle onder meer hebben aangetroffen een op de zijkant gelegde pokertafel, een plastic zak met een grote hoeveelheid plastic pokerfiches, een grote hoeveelheid spelkaarten en een niet-aangesloten knop door middel waarvan in één handeling alle aangesloten elektrische apparaten kunnen worden uitgeschakeld. Ook zijn er twee losse bonrollen aangetroffen, waarvan het bij de toezichthouder ambtshalve bekend is dat één van de bonrollen kan worden gebruikt voor het printen van wedtickets. Verder staat in het proces-verbaal dat de toezichthouders een laptop hebben aangetroffen die nog warm was. De politie gaf te kennen dat deze werd dichtgeklapt bij binnenkomst. De toezichthouders hebben de laptop meegenomen voor onderzoek.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:100
Datum uitspraak
15 januari 2025
  • Hoger beroep
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202304217/1/A3

202304394/1/A2

Bij besluit van 10 mei 2021 heeft de minister van Economische Zaken en Klimaat de aanvraag van [appellant sub 1] om tegemoetkoming in planschade afgewezen. In deze zaak is in geschil of [appellant sub 1] aanspraak kan maken op een tegemoetkoming in planschade. [appellant sub 1] heeft op 4 oktober 2004 de eigendom van de woning aan de [locatie A] te [plaats] verkregen. Bij brief van 22 juli 2020 heeft hij de minister verzocht om een tegemoetkoming in de planschade die hij heeft geleden door het inpassingsplan Windpark N33. Het inpassingsplan is op 16 februari 2017 vastgesteld. Het voorziet in de bouw van 35 windturbines in de gemeenten Menterwolde, Oldambt en Veendam. De afstand tussen de meest dichtbij zijnde windturbines en de woning is tussen de 1.500 en 2.300 meter. Yard heeft met de minister een overeenkomst als bedoeld in artikel 6.4a van de Wet ruimtelijke ordening gesloten. Daarbij heeft Yard zich verbonden om door de minister toe te kennen tegemoetkomingen in planschade als gevolg van het inpassingsplan voor haar rekening te nemen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:128
Datum uitspraak
15 januari 2025
  • Hoger beroep
  • Schadevergoeding
  • uitspraakin de zaak202304394/1/A2

202304431/1/R1

Bij besluit van 19 juli 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam [appellant] gelast binnen zes weken na dagtekening van dit besluit het gebouw dat is gerealiseerd aan de achterzijde van het pand [locatie] te Amsterdam, inclusief de daarin aangebrachte airco-installaties, te verwijderen en verwijderd te houden, onder oplegging van een dwangsom. [appellant] is sinds 2014 appartementsgerechtigde van de (horeca)bedrijfsruimte in de [locatie] te Amsterdam. De bedrijfsruimte op de begane grond wordt sinds 2007 verhuurd aan restaurant [ naam restaurant]. In een brief van 25 november 2020 aan de afdeling Bouwtoezicht van het stadsdeel Centrum heeft Vereniging Hendrick de Keyser aangegeven dat haar huurders, die met hun tuin grenzen aan de tuin van [locatie], overlast ervaren van installaties van het restaurant. Naar aanleiding van de brief heeft een toezichthouder van de gemeente Amsterdam op 12 januari 2021 en 10 mei 2021 een bezoek gebracht aan de bedrijfsruimte.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:115
Datum uitspraak
15 januari 2025
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202304431/1/R1

202304996/1/R1

Bij uitspraak van 5 januari 2022 heeft de rechtbank het beroep van [appellant] tegen het herhaald niet tijdig nemen van een besluit op een bezwaarschrift van 12 augustus 2019 met vereenvoudigde behandeling gegrond verklaard en het college van burgemeester en wethouders van Utrecht onder het opleggen van een dwangsom opgedragen binnen twee weken na de dag van verzending van de uitspraak alsnog een besluit bekend te maken. [appellant] is eigenaar van het pand aan de [locatie 1] te Utrecht. Hij heeft het college op 30 mei 2019 verzocht om handhavend op te treden tegen het slopen van een dwarsmuur en steunpilaar in het naburige pand aan de [locatie 2]. Bij besluit van 23 juli 2019 heeft het college dat verzoek afgewezen. Tegen dat besluit heeft [appellant] bij brief van 12 augustus 2019 bezwaar gemaakt. Vervolgens heeft [appellant] diverse keren beroep ingesteld bij de rechtbank tegen het (herhaald) niet tijdig nemen van een besluit op bezwaar. De rechtbank heeft bij de uitspraak van 5 januari 2022 op het voorlaatste van die beroepen beslist.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:37
Datum uitspraak
15 januari 2025
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202304996/1/R1

202305080/1/R1

Bij uitspraak van 17 december 2021 heeft de rechtbank het beroep van [appellant] tegen het niet tijdig nemen van een besluit op een bezwaarschrift van 4 januari 2019 met vereenvoudigde behandeling gegrond verklaard, het met een besluit gelijk te stellen niet tijdig nemen van een besluit vernietigd en het college van burgemeester en wethouders van Utrecht onder het opleggen van een dwangsom opgedragen binnen twee weken na de dag van verzending van de uitspraak alsnog een besluit bekend te maken. [appellant] is eigenaar van het pand aan de [locatie 1] te Utrecht. Het college heeft hem bij besluit van 26 november 2018 een last onder dwangsom opgelegd tot herstel van de keldermuur tussen dat pand en het naburige pand aan de [locatie 2]. Tegen dat besluit heeft [appellant] bij brief van 4 januari 2019 bezwaar gemaakt. Vervolgens heeft [appellant] beroep ingesteld bij de rechtbank tegen het niet tijdig nemen van een besluit op bezwaar. De rechtbank heeft bij de uitspraak van 17 december 2021 op dat beroep beslist.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:109
Datum uitspraak
15 januari 2025
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202305080/1/R1

202306159/1/A2

Bij besluit van 27 januari 2022 heeft het college van gedeputeerde staten van Zeeland aan [appellant] een tegemoetkoming van € 10.302,00 toegekend voor faunaschade door grauwe ganzen op zijn percelen. Het agrarisch bedrijf van [appellant] heeft in 2021 (grove) peen en winterwortelen geteeld op twee percelen aan de [locatie 1] en [locatie 2] in Graauw. Deze percelen (in totaal 18,024 ha) liggen in een ganzenfoerageergebied. Binnen een dergelijk gebied mogen grauwe ganzen tussen 1 november en 15 februari niet worden verstoord of gedood. In november 2021 hebben grauwe ganzen schade aangericht aan de gewassen op de percelen van [appellant]. [appellant] heeft op 11 november 2021 het college verzocht hem op grond van artikel 6.1 van de Wet natuurbescherming tegemoet te komen in de schade die grauwe ganzen hebben toegebracht.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:123
Datum uitspraak
15 januari 2025
  • Hoger beroep
  • Schadevergoeding
  • uitspraakin de zaak202306159/1/A2

202400826/1/A2

Het hoger beroep richt zich tegen de uitspraak van 20 december 2023 van de rechtbank Amsterdam, waarbij de rechtbank het beroep van [appellant] tegen het besluit van het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam van 22 juli 2022 ongegrond heeft verklaard. Bij dit besluit is het college bij de afwijzing van de aanvraag om een urgentieverklaring gebleven. Bij besluit van 1 november 2024 is door het college aan [appellant] in het kader van een WMO-beschikking ‘Begeleid thuis voor gezinnen’ toegekend. [appellant] heeft vervolgens een zelfstandige woning toegewezen gekregen, waar zij per 3 april 2024 samen met haar zoon staat ingeschreven in de Basisregistratie Personen. De huurovereenkomst voor deze woning staat op dit moment nog op naam van de zorginstantie, maar zoals door het college ter zitting is toegelicht zal die op haar eigen naam worden gezet, zodra zij geen begeleiding meer nodig heeft.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:238
Datum uitspraak
15 januari 2025
  • Hoger beroep
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202400826/1/A2

202401027/1/V6

Bij besluiten van 5 juli 2022 en 9 februari 2023 heeft de minister van Buitenlandse Zaken aanvragen van [appellant] om op enige wijze zijn overkomst naar Nederland te faciliteren, afgewezen. Op 15 augustus 2021 hebben de Taliban Kabul ingenomen. Op 18 augustus 2021 heeft de Tweede Kamer een motie aangenomen, waarin zij de regering heeft verzocht om de in die motie genoemde groepen personen uit Afghanistan te evacueren en om, indien evacuatie niet mogelijk zou blijken, deze personen aan te merken als risicogroep als zij asiel aanvragen in Nederland (de motie Belhaj). In de motie Belhaj staat dat het, naast tolken, ten minste gaat om personen die de Nederlandse overheid hebben bijgestaan (onder andere bewakers, judiciële medewerkers, koks en chauffeurs), medewerkers van Nederlandse ontwikkelingsprojecten, mensenrechten- en in het bijzonder vrouwenrechtenverdedigers, fixers van journalisten en journalisten. Op 26 augustus 2021, 13 oktober 2021 en 25 juni 2022 heeft [appellant] de minister gevraagd om hem en zijn gezin naar Nederland over te brengen. [appellant] stelt dat hij tussen 28 mei 2021 en 31 december 2021 via een externe dienstverlener heeft gewerkt als bewaker bij de Nederlandse ambassade in Kabul.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:129
Datum uitspraak
15 januari 2025
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Overige
  • uitspraakin de zaak202401027/1/V6

202401077/1/V6

Bij besluit van 14 maart 2022 heeft de minister van Buitenlandse Zaken een aanvraag van appellanten om op enige wijze hun overkomst naar Nederland te faciliteren, afgewezen. Appellanten hebben de Afghaanse nationaliteit en verblijven in Afghanistan. Zij bestaan uit [appellant], zijn echtgenote en hun kinderen. Op 10 augustus 2021 heeft [appellant] de minister gevraagd om hem en zijn gezin naar Nederland over te brengen. [appellant] stelt dat het bedrijf [naam bedrijf] (hierna: het bedrijf) tussen 2009 en 2011 de primaire aannemer was voor de bouw van een gevangenis in Tarin Kowt in de provincie Uruzgan, Afghanistan. In die gevangenis hebben ook Talibanstrijders opgesloten gezeten. Zijn vader was de eigenaar van het bedrijf en hij de vicepresident. De Staat der Nederlanden, vertegenwoordigd door de minister, was de opdrachtgever van het bouwproject. De minister heeft de aanvraag afgewezen. Appellanten hebben tijdens de acute evacuatiefase namelijk geen oproep gekregen om naar het vliegveld van Kabul te komen voor evacuatie.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:116
Datum uitspraak
15 januari 2025
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Overige
  • uitspraakin de zaak202401077/1/V6

202401081/1/V6

Bij besluit van 3 november 2022 heeft de minister van Buitenlandse Zaken een aanvraag van [appellant] om op enige wijze zijn overkomst naar Nederland te faciliteren, afgewezen. Op 15 augustus 2021 hebben de Taliban Kabul ingenomen. Op 18 augustus 2021 heeft de Tweede Kamer een motie aangenomen, waarin zij de regering heeft verzocht om de in die motie genoemde groepen personen uit Afghanistan te evacueren en om, indien evacuatie niet mogelijk zou blijken, deze personen aan te merken als risicogroep als zij asiel aanvragen in Nederland (de motie Belhaj). In de motie staat dat het, naast tolken, ten minste gaat om personen die de Nederlandse overheid hebben bijgestaan (onder andere bewakers, judiciële medewerkers, koks en chauffeurs), medewerkers van Nederlandse ontwikkelingsprojecten, mensenrechten- en in het bijzonder vrouwenrechtenverdedigers, fixers van journalisten en journalisten. Op 23 augustus 2021, 30 augustus 2021, 14 september 2021, 1 oktober 2021 en 13 september 2022 heeft [appellant] de minister gevraagd om hem en zijn gezin naar Nederland over te brengen. [appellant] stelt dat hij sinds 2008 via een externe dienstverlener heeft gewerkt als bewaker bij de Nederlandse ambassade in Kabul.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:130
Datum uitspraak
15 januari 2025
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Overige
  • uitspraakin de zaak202401081/1/V6

202401082/1/V6

Bij besluit van 3 november 2022 heeft de minister van Buitenlandse Zaken een aanvraag van [appellant] om op enige wijze zijn overkomst naar Nederland te faciliteren, afgewezen. Op 15 augustus 2021 hebben de Taliban Kabul ingenomen. Op 18 augustus 2021 heeft de Tweede Kamer een motie aangenomen, waarin zij de regering heeft verzocht om de in die motie genoemde groepen personen uit Afghanistan te evacueren en om, indien evacuatie niet mogelijk zou blijken, deze personen aan te merken als risicogroep als zij asiel aanvragen in Nederland (de motie Belhaj). In de motie staat dat het, naast tolken, ten minste gaat om personen die de Nederlandse overheid hebben bijgestaan (onder andere bewakers, judiciële medewerkers, koks en chauffeurs), medewerkers van Nederlandse ontwikkelingsprojecten, mensenrechten- en in het bijzonder vrouwenrechtenverdedigers, fixers van journalisten en journalisten. Op 15 september 2021 en 30 augustus 2022 heeft [appellant] de minister gevraagd om hem en zijn gezin naar Nederland over te brengen. [appellant] stelt dat hij tussen 23 juli 2008 en 4 december 2021 via een externe dienstverlener heeft gewerkt als bewaker bij de Nederlandse ambassade in Kabul.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:131
Datum uitspraak
15 januari 2025
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Overige
  • uitspraakin de zaak202401082/1/V6

202401233/1/V6

Bij besluit van 17 januari 2020 heeft de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid [appellant] een boete opgelegd van € 1.250,00, omdat hij niet op tijd heeft voldaan aan de inburgeringsplicht. In een brief van 12 december 2016 heeft de staatssecretaris [appellant] laten weten dat hij inburgeringsplichtig is. Zijn inburgeringstermijn is op 21 oktober 2016 gestart en hij moest voor 17 november 2019 aan zijn inburgeringsplicht voldoen. Omdat [appellant] niet op tijd aan de inburgeringsplicht heeft voldaan, heeft de staatssecretaris hem een boete opgelegd. [appellant] betoogt dat het hem niet of maar beperkt valt te verwijten dat hij niet op tijd aan zijn inburgeringsplicht heeft voldaan. De staatssecretaris heeft hem namelijk niet tijdig laten weten dat hij een boete zou krijgen wanneer hij niet binnen de termijn zou zijn ingeburgerd. Ook heeft de staatssecretaris hem niet gewezen op de mogelijkheid om een ontheffing van de inburgeringsplicht te krijgen. Als hij dit wel had geweten, dan had hij meer hulp kunnen vragen om aan de vereisten voor ontheffing te voldoen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:111
Datum uitspraak
15 januari 2025
  • Hoger beroep
  • Boete
  • uitspraakin de zaak202401233/1/V6

202405294/1/R3

[appellant A] en [appellant B] hebben beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit door de raad van de gemeente Dordrecht omtrent de vaststelling van het bestemmingsplan "Maasterras fase 1". Het ontwerpplan voorziet in een nieuwe woonwijk met ongeveer 2.200 woningen en diverse voorzieningen. [appellant A] en [appellant B] zijn eigenaren van het perceel [locatie] dat is gelegen in het plangebied. Zij vrezen dat de met het ontwerpbestemmingsplan beoogde ontwikkeling tot gevolg heeft dat zij niet in hun woning kunnen blijven wonen. [appellant A] en [appellant B] betogen dat de raad niet tijdig een besluit heeft genomen omtrent de vaststelling van het plan. Zij verzoeken de Afdeling hun beroep gegrond te verklaren en de raad op te dragen binnen een door de Afdeling te bepalen termijn alsnog te besluiten omtrent de vaststelling van het plan onder oplegging van een dwangsom voor elke dag dat de raad die termijn overschrijdt. Zij hebben er belang bij dat zo spoedig mogelijk een besluit wordt genomen, omdat zij zekerheid willen over hun toekomstige woonsituatie.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:117
Datum uitspraak
15 januari 2025
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Zuid-Holland
  • uitspraakin de zaak202405294/1/R3

202406702/1/A2

Bij beslissing van 25 juni 2024 heeft de directeur van de Academie Verloskunde Amsterdam Groningen [appellante] een bindend negatief studieadvies (hierna: BNSA) gegeven voor de opleiding B Verloskunde VT. [appellante] is in september 2022 met de opleiding begonnen. Na een eerdere beslissing waarbij [appellante] een BNSA heeft gekregen, heeft de directeur haar bij beslissing van 19 september 2023 laten weten dat zij vanwege haar persoonlijke omstandigheden mag doorgaan met een verlengde BSA-termijn en dat zij vóór 1 september 2024 het programma voor het eerste jaar (60 EC) moet hebben afgerond. [appellante] moest nog 5 EC behalen voor het studieonderdeel ‘Stage 1.2. Beoordeling korte praktijkbeoordeling (KPB) en wettelijke verrichtingen; 6.1a nacontrole en 6.1b nacontrole evaluatie zorg’ (hierna: studieonderdeel Stage 1.2 respectievelijk de twee KPB’s). Dit is niet gelukt. Volgens [appellante] komt dit door haar persoonlijke omstandigheden.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:99
Datum uitspraak
15 januari 2025
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Studentenzaken
  • uitspraakin de zaak202406702/1/A2

202406747/1/A2

Bij beslissing van 15 juli 2024 heeft de directeur van het domein Onderwijs & Innovatie [appellant] een bindend negatief studieadvies voor de bacheloropleiding Leraar Basisonderwijs gegeven. [appellant] is in het studiejaar 2023-2024 gestart met de duale bacheloropleiding Leraar Basisonderwijs. In dit eerste studiejaar heeft zij geen studiepunten behaald, waardoor zij niet heeft voldaan aan de minimumnorm van 50 van de 60 studiepunten. Ook heeft zij de toelatingstoetsen Natuur & Techniek en Aardrijkskunde niet succesvol afgerond. Om deze redenen heeft [appellant] een BNSA gekregen. Het college van beroep voor de examens van Hogeschool Inholland heeft dit BNSA in stand gelaten. [appellante] is het niet eens met de beslissing van het college. Zij voert aan dat problemen op haar werk een grote invloed op haar hebben gehad en haar studievoortgang hebben belemmerd. Verder stelt zij dat zij door miscommunicatie met haar leercoach geen herkansing heeft gekregen voor haar toelatingstoetsen. Het college heeft om deze redenen ten onrechte het BNSA in stand gelaten. [appellante] voert tot slot aan dat het college niet alle stukken heeft meegenomen in de beslissing.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:98
Datum uitspraak
15 januari 2025
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Studentenzaken
  • uitspraakin de zaak202406747/1/A2

202202721/1/V1

Bij besluit van 17 december 2020 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van referent om zijn meerderjarige dochter een machtiging tot voorlopig verblijf te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:82
Datum uitspraak
14 januari 2025
  • Hoger beroep
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202202721/1/V1

202302163/1/V2

Bij besluit van 28 februari 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, ingewilligd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:73
Datum uitspraak
14 januari 2025
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202302163/1/V2

202407029/1/V1

Bij besluit van 17 september 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:81
Datum uitspraak
14 januari 2025
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202407029/1/V1

202407045/2/V2

Bij besluit van 17 juni 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:80
Datum uitspraak
14 januari 2025
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202407045/2/V2

202407128/1/V3 en 202407128/2/V3

Bij besluit van 5 februari 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:137
Datum uitspraak
14 januari 2025
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202407128/1/V3 en 202407128/2/V3

202407980/1/V1 en 202407980/2/V1

Bij besluit van 24 september 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet-ontvankelijk verklaard.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:79
Datum uitspraak
14 januari 2025
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202407980/1/V1 en 202407980/2/V1

BRS.24.000412

Bij besluit van 12 oktober 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie de vreemdeling in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:55
Datum uitspraak
14 januari 2025
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaakBRS.24.000412

202102060/2/A3

VCR en anderen hebben hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank. In die uitspraak heeft de rechtbank geoordeeld. Sena heeft op verzoek van de Afdeling de vertrouwelijke versies van een aantal gedingstukken overgelegd en met verwijzing naar artikel 8:29 van de Awb medegedeeld dat uitsluitend de Afdeling kennis zal mogen nemen van deze stukken. Sena heeft de Afdeling wegens het bestaan van gewichtige redenen verzocht te bepalen dat alleen de Afdeling van de stukken kennis zal nemen. De reden is volgens Sena dat in het voorliggende geschil de openbaarmaking van de overeenkomsten aan de orde is. Verder zou openbaarmaking Sena schaden in haar onderhandelingspositie en bevatten de overeenkomsten bedrijfsgevoelige informatie en persoonsgegevens. Deze redenen wegen zwaarder dan het belang van de andere partijen. VCR en anderen vinden dat het verzoek geheel of in ieder geval gedeeltelijk moet worden afgewezen omdat Sena het verzoek onvoldoende heeft gemotiveerd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:56
Datum uitspraak
14 januari 2025
  • Geheimhoudingsbeslissing
  • Openbaarheid
  • uitspraakin de zaak202102060/2/A3

202406140/1/A3

De Afdeling heeft in haar uitspraak van 17 april 2024, zaaknr. 202203050/1/A3, de burgemeester van Den Haag opgedragen om binnen twaalf weken na verzending van die uitspraak met inachtneming van hetgeen daarin is overwogen een nieuw besluit te nemen en dit op de wettelijk voorgeschreven wijze bekend te maken. [appellant] heeft beroep bij de Afdeling ingesteld wegens het niet tijdig nemen van een besluit door de burgemeester. De burgemeester heeft nog geen besluit genomen. De termijn die de Afdeling in haar uitspraak van 17 april 2024 heeft gegeven, is daarom overschreden. Ter zitting is met partijen besproken welke beslistermijn zou moeten worden opgelegd. Uiteindelijk konden alle partijen zich vinden in een uiterste beslisdatum van 14 maart 2025.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:179
Datum uitspraak
14 januari 2025
  • Hoger beroep
  • Mondelinge uitspraak
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202406140/1/A3

202406777/1/A3

De Afdeling heeft in haar uitspraak van 17 april 2024, zaaknr. 202202784/1/A3, de burgemeester van Den Haag opgedragen om binnen twaalf weken na verzending van die uitspraak met inachtneming van hetgeen daarin is overwogen een nieuw besluit te nemen en dit op de wettelijk voorgeschreven wijze bekend te maken. [appellant] heeft beroep bij de Afdeling ingesteld wegens het niet tijdig nemen van een besluit door de burgemeester. De burgemeester heeft nog geen besluit genomen. De termijn die de Afdeling in haar uitspraak van 17 april 2024 heeft gegeven, is daarom overschreden. Ter zitting is met partijen besproken welke beslistermijn zou moeten worden opgelegd. Uiteindelijk konden alle partijen zich vinden in een uiterste beslisdatum van 14 maart 2025.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:177
Datum uitspraak
14 januari 2025
  • Hoger beroep
  • Mondelinge uitspraak
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202406777/1/A3

202405689/1/V2

Bij besluit van 25 februari 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen. Bij uitspraak van 13 augustus 2024 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep ongegrond verklaard.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:68
Datum uitspraak
13 januari 2025
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202405689/1/V2

202407269/1/V3

Bij besluit van 6 november 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie de vreemdeling in bewaring gesteld. Bij uitspraak van 28 november 2024 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:69
Datum uitspraak
13 januari 2025
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaak202407269/1/V3

202407466/1/V3 en 202407466/2/V3

Bij besluit van 18 september 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:52
Datum uitspraak
13 januari 2025
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202407466/1/V3 en 202407466/2/V3

202407790/1/V2 en 202407790/2/V2

Bij besluiten van 23 mei 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie aanvragen van de vreemdelingen om hun een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:53
Datum uitspraak
13 januari 2025
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202407790/1/V2 en 202407790/2/V2

202407862/1/V3

Bij besluit van 5 december 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie de vreemdeling in bewaring gesteld

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:54
Datum uitspraak
13 januari 2025
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaak202407862/1/V3

202407888/1/V2 en 202407888/2/V2

Bij besluit van 22 oktober 2024 heeft de minister een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet-ontvankelijk verklaard. Bij uitspraak van 19 december 2024 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep ongegrond verklaard. Tegen deze uitspraak heeft de vreemdeling, vertegenwoordigd door mr. M. Pater, advocaat in Assen, hoger beroep ingesteld. Ook heeft hij de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:72
Datum uitspraak
13 januari 2025
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202407888/1/V2 en 202407888/2/V2

202407893/1/V3 en 202407893/2/V3

Bij besluit van 27 november 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:83
Datum uitspraak
13 januari 2025
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202407893/1/V3 en 202407893/2/V3

202407895/1/V3 en 202407895/2/V3

Bij besluit van 30 augustus 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet-ontvankelijk verklaard. Bij uitspraak van 16 december 2024 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep ongegrond verklaard.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:67
Datum uitspraak
13 januari 2025
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202407895/1/V3 en 202407895/2/V3

202407913/2/V2

Bij besluit van 17 januari 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen. Bij tussenuitspraak van 10 maart 2023 heeft de rechtbank de vreemdeling in de gelegenheid gesteld om nader bewijs te verzamelen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:58
Datum uitspraak
13 januari 2025
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202407913/2/V2

202408012/1/V2 en 202408012/2/V2

Bij besluit van 3 oktober 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet-ontvankelijk verklaard.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:66
Datum uitspraak
13 januari 2025
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202408012/1/V2 en 202408012/2/V2

BRS.24.000427

Bij besluit van 1 november 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie de vreemdeling in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:47
Datum uitspraak
13 januari 2025
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaakBRS.24.000427

202406320/1/A3

De Afdeling heeft in haar uitspraak van 17 april 2024, zaaknr. 202202956/1/A3, de burgemeester van Den Haag opgedragen om binnen twaalf weken na verzending van die uitspraak met inachtneming van hetgeen daarin is overwogen een nieuw besluit te nemen en dit op de wettelijk voorgeschreven wijze bekend te maken. [appellanten] heeft beroep bij de Afdeling ingesteld wegens het niet tijdig nemen van een besluit door de burgemeester. De burgemeester heeft nog geen besluit genomen. De termijn die de Afdeling in haar uitspraak van 17 april 2024 heeft gegeven, is daarom overschreden. Ter zitting is met partijen besproken welke beslistermijn zou moeten worden opgelegd. Uiteindelijk konden alle partijen zich vinden in een uiterste beslistermijn van 14 maart 2025.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:178
Datum uitspraak
13 januari 2025
  • Hoger beroep
  • Mondelinge uitspraak
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202406320/1/A3

202304507/1/V2

Bij besluit van 2 maart 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:48
Datum uitspraak
10 januari 2025
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202304507/1/V2

202404669/1/V1

De vreemdeling heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op een aanvraag om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen. Bij uitspraak van 2 juli 2024 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep niet-ontvankelijk verklaard. Tegen deze uitspraak heeft de vreemdeling, vertegenwoordigd door mr. E.C. Kaptein, advocaat in Amsterdam, hoger beroep ingesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:71
Datum uitspraak
10 januari 2025
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202404669/1/V1

202406110/1/V1

De vreemdeling heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op een aanvraag om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:49
Datum uitspraak
10 januari 2025
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202406110/1/V1

202407662/2/V1

Bij besluit van 23 oktober 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:50
Datum uitspraak
10 januari 2025
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202407662/2/V1

202407742/2/V2

Bij besluit van 9 augustus 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen. Bij uitspraak van 18 december 2024 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep ongegrond verklaard.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:70
Datum uitspraak
10 januari 2025
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202407742/2/V2

202407808/1/V2 en 202407808/2/V2

Bij besluit van 14 augustus 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen. Bij uitspraak van 12 december 2024 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep ongegrond verklaard.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:65
Datum uitspraak
10 januari 2025
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202407808/1/V2 en 202407808/2/V2

202407939/2/V2 en 202407939/2/V2

Bij besluit van 18 november 2024 heeft de minister een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen. Bij uitspraak van 20 december 2024 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep ongegrond verklaard. Tegen deze uitspraak heeft de vreemdeling, vertegenwoordigd door mr. E. Maalsen, advocaat in Nijmegen, hoger beroep ingesteld. Ook heeft hij de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:62
Datum uitspraak
10 januari 2025
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202407939/2/V2 en 202407939/2/V2

202408043/1/V3 en 202408043/2/V3

Bij besluit van 29 november 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:51
Datum uitspraak
10 januari 2025
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202408043/1/V3 en 202408043/2/V3

202301419/1/V3

Bij besluit van 25 mei 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de vreemdeling opgedragen de Europese Unie (hierna: de EU) onmiddellijk te verlaten en een inreisverbod tegen hem uitgevaardigd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:42
Datum uitspraak
9 januari 2025
  • Hoger beroep
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202301419/1/V3

202401893/1/V2

Bij besluit van 7 juni 2022 heeft de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie een aanvraag van de vreemdelingen om afgifte van een document als bedoeld in artikel 9, eerste lid, van de Vw 2000, waaruit rechtmatig verblijf als gemeenschapsonderdaan blijkt, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:43
Datum uitspraak
9 januari 2025
  • Hoger beroep
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202401893/1/V2

202404994/1/R4 en 202404994/2/R4

Bij besluit van 18 juni 2024 heeft het college van burgemeester en wethouders van Veenendaal het wijzigingsplan "t Kofschip 6" vastgesteld. Het wijzigingsplan voorziet in de realisatie van 10 rijwoningen en 24 appartementen op een voormalige schoollocatie in Veenendaal. Het plangebied grenst aan de west- en noordzijde aan de straten ’t Kofschip en Prauw. Het college heeft het wijzigingsplan vastgesteld op grond van de wijzigingsbevoegdheid in artikel 8.3 van de regels van het bestemmingsplan "Woongebieden 2018". Op grond van dat bestemmingsplan gelden de bestemming "Maatschappelijk" en de aanduiding "Wetgevingszone - wijzigingsgebied" binnen het plangebied. Op grond van artikel 8.3 van de bestemmingsplanregels is het college bevoegd om onder voorwaarden de bestemming te wijzigen in de bestemmingen "Wonen", "Groen" en "Verkeer". Met het wijzigingsplan heeft het college van deze bevoegdheid gebruik gemaakt. [verzoeker] woont direct naast het plangebied op het adres Prauw 22 in Veenendaal. Hij is het niet eens met het wijzigingsplan.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:46
Datum uitspraak
9 januari 2025
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • RO - Utrecht
  • uitspraakin de zaak202404994/1/R4 en 202404994/2/R4
vorige pagina1...585960...1.227volgende pagina

Facetten
Gepubliceerd
  • Uitspraken uit
Type uitspraak
Proceduresoort
Rechtsgebied
Bevat

Raad van State

De Raad van State is onafhankelijk adviseur van regering en parlement over wetgeving en bestuur en hoogste algemene bestuursrechter van het land.

  • Meer over ons
  • Vacatures

Contact

De Raad van State bevindt zich in het centrum van Den Haag. Wilt u in contact komen met ons of wilt u ons bezoeken voor een zitting?

  • Telefoon
  • Locatie en route
  • Post en e-mail
  • Digitaal procederen
  • Wet open overheid
  • Nieuwe zaak starten

Altijd op de hoogte

Ontvang ons nieuws via de abonnementenservice in uw mailbox. Op de hoogte gehouden worden over uitspraken die gedaan worden in bepaalde zaken? Meld u dan aan voor de e-mailservice. Of bekijk de voortgang van een bepaalde procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

  • Abonnementenservice
  • E-mailservice uitspraken
  • Voortgang procedure
  • Aanvragen oude uitspraken

Toegankelijkheid | Privacy | Cookiebeleid

Volg ons

  • Bluesky
  • LinkedIn
  • Instagram
  • Mastodon