Ga naar de inhoud
(naar homepage)
lees voor
Direct naar
  • en (Information in English)
  • de (Deutsche Informationen)
  • fr (Informations en français)
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
  • Actueel
    • Nieuws
    • Zittingsagenda
    • Persagenda
    • Evenementen
    • Piet Hein Donner Scriptieprijs
  • Adviezen
  • Uitspraken
  • Publicaties
    • Brochures
    • Studies en onderzoeken
    • Regelingen
    • Consultaties
    • Jaarverslagen
    • Toespraken vice-president
  • Over ons
    • Raad van State in het kort
    • Organisatie
    • Advisering
    • Bestuursrechtspraak
    • Begrotingstoezicht
    • Toetsing Klimaatwet
    • Geschiedenis
    • Raad van State in beeld
  • Zoeken
  • en
  • de
  • fr
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
Zoeken

  1. Home ›
  2. Uitspraken

Uitspraken

De Afdeling bestuursrechtspraak toetst of de overheid het recht goed heeft toegepast bij het nemen van een besluit. In dit onderdeel vindt u alle uitspraken die de Raad van State op zijn website publiceert. Meer informatie over de taak van de Afdeling bestuursrechtspraak vindt u in de rubriek Bestuursrechtspraak.


aantal resultaten: 122.629
aantal resultaten per pagina

Toon overzicht van de actuele uitspraken:

  • Hoofdzaken
  • Voorlopige voorzieningen
  • Interessant voor de media

202500308/2/R4

Bij besluit van 26 november 2024 heeft de raad van de gemeenteraad van Lopik het bestemmingsplan "BP Woningbouwlocatie Zeldenrust, Benschop" vastgesteld. Het plangebied bevindt zich aan de noordzijde van de kern Benschop. Het plan maakt de ontwikkeling van 13 appartementen en 29 woningen mogelijk. Het plangebied wordt ontsloten op de weg het Dorp. Ten westen van de percelen waar de woningen zijn voorzien bevindt zich een kerk met naastgelegen agrarische gronden die als parkeerplaats voor de kerk worden gebruikt. Met het plan wordt dit parkeerterrein positief bestemd. [verzoekster] woont in de directe nabijheid van het plangebied op het adres [locatie]. [verzoekster] betoogt dat het plan leidt tot een toename van de stikstofdepositie op het nabijgelegen natuurgebied. [verzoekster] betoogt dat onvoldoende in beeld is gebracht dat het plan voorziet in een goede verkeersafwikkeling. Ter onderbouwing hiervan voert zij aan dat het plan zorgt voor meer verkeer op de weg het Dorp, terwijl dit nu al een drukke weg is. Bovendien is volgens haar geen rekening gehouden met de verkeersbewegingen van bezoekers van de kerk.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2410
Datum uitspraak
27 mei 2025
  • Voorlopige voorziening
  • RO - Utrecht
  • uitspraakin de zaak202500308/2/R4

202501809/1/V3

Bij besluit van 3 maart 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie appellant in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2418
Datum uitspraak
27 mei 2025
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaak202501809/1/V3

202502225/1/V3

Bij besluit van 27 februari 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie appellant in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2405
Datum uitspraak
27 mei 2025
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaak202502225/1/V3

202502570/2/V3

Bij besluit van 24 februari 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie verzoeker opgedragen de Europese Unie onmiddellijk te verlaten.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2406
Datum uitspraak
27 mei 2025
  • Voorlopige voorziening
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202502570/2/V3

202502619/2/V2

Bij besluit van 24 december 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van verzoeker om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen. Bij uitspraak van 29 april 2025 heeft de rechtbank het daartegen door verzoeker ingestelde beroep ongegrond verklaard. Tegen deze uitspraak heeft verzoeker hoger beroep ingesteld. Ook heeft zij de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2485
Datum uitspraak
27 mei 2025
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202502619/2/V2

BRS.25.000299

Bij besluit van 16 januari 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie appellant een vrijheidsontnemende maatregel opgelegd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2367
Datum uitspraak
27 mei 2025
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaakBRS.25.000299

BRS.25.000518

Bij besluit van 2 december 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van betrokkene om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2378
Datum uitspraak
27 mei 2025
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.25.000518

202304498/1/V1

Bij besluit van 10 februari 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2384
Datum uitspraak
26 mei 2025
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaak202304498/1/V1

202401139/1/V1.

Bij besluiten van 30 november 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid aanvragen van appellanten om hun een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2394
Datum uitspraak
26 mei 2025
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202401139/1/V1.

202403127/1/V3.

Bij besluit van 29 april 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid appellant in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2395
Datum uitspraak
26 mei 2025
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaak202403127/1/V3.

202405962/1/V2

Bij besluit van 14 juni 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van betrokkene om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2396
Datum uitspraak
26 mei 2025
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202405962/1/V2

202500244/1/V1

Bij besluit van 29 oktober 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2400
Datum uitspraak
26 mei 2025
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202500244/1/V1

202502116/1/V3

Bij besluit van 17 november 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2374
Datum uitspraak
26 mei 2025
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202502116/1/V3

202502405/1/V3

Bij besluit van 6 april 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie appellant in bewaring gesteld

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2376
Datum uitspraak
26 mei 2025
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaak202502405/1/V3

202502595/1/V2

Het geschil betreft een om herziening van de uitspraak van de Afdeling van 30 april 2025, ECLI:NL:RVS:2025:1911.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2401
Datum uitspraak
26 mei 2025
  • Herziening
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202502595/1/V2

202502621/2/V1

Verzoeker heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op een aanvraag om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2375
Datum uitspraak
26 mei 2025
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202502621/2/V1

202502623/2/V2

Bij besluit van 1 september 2023, aangevuld bij besluit van 17 september 2024, heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van verzoeker om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2402
Datum uitspraak
26 mei 2025
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202502623/2/V2

202502797/1/V2 en 202502797/3/V2

Bij besluit van 10 december 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2386
Datum uitspraak
26 mei 2025
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202502797/1/V2 en 202502797/3/V2

202502801/1/V3

Bij besluit van 13 januari 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2387
Datum uitspraak
26 mei 2025
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202502801/1/V3

202502821/2/V1

Bij besluit van 10 december 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van verzoeker om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2385
Datum uitspraak
26 mei 2025
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202502821/2/V1

BRS.25.000493

Bij besluit van 11 november 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van betrokkene om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2366
Datum uitspraak
26 mei 2025
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.25.000493

BRS.25.000557

Bij besluit van 13 september 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van betrokkene om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, ingewilligd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2368
Datum uitspraak
26 mei 2025
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.25.000557

202203014/6/R1

Bij besluit van 5 mei 2022 met kenmerk D323092 heeft het college van burgemeester en wethouders van Bergen aan [vergunninghoudster] een omgevingsvergunning verleend voor het afwijken van het bestemmingsplan ten behoeve van het slopen van bestaande bebouwing en het realiseren van nieuwbouw met 20 woningen, detailhandel met horeca en een ondergrondse parkeergarage met 46 parkeerplekken op het Plein (sectie C2309) in Bergen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2364
Datum uitspraak
23 mei 2025
  • Voorlopige voorziening
  • Bouwen
  • Project strijd bestemmingsplan
  • uitspraakin de zaak202203014/6/R1

202205569/1/V2

Bij besluit van 28 september 2021 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van betrokkene om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2371
Datum uitspraak
23 mei 2025
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202205569/1/V2

202500730/1/V3

Bij besluit van 19 november 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie betrokkene een vrijheidsontnemende maatregel opgelegd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2372
Datum uitspraak
23 mei 2025
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaak202500730/1/V3

202502104/1/V3 en 202502104/2/V3

Bij besluit van 21 september 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van appellant om haar een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2382
Datum uitspraak
23 mei 2025
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Regulier
  • uitspraakin de zaak202502104/1/V3 en 202502104/2/V3

202502409/1/V2

Bij besluit van 14 juni 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de aan appellant verleende verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd ingetrokken en een aanvraag tot het wijzigen van de beperking van die verblijfsvergunning afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2373
Datum uitspraak
23 mei 2025
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaak202502409/1/V2

202502816/1/V1

Bij besluit van 2 maart 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag om appellant een machtiging tot voorlopig verblijf te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2370
Datum uitspraak
23 mei 2025
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaak202502816/1/V1

202502825/1/V2 en 202502825/2/V2

Bij besluit van 26 maart 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2383
Datum uitspraak
23 mei 2025
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202502825/1/V2 en 202502825/2/V2

BRS.24.000029

Bij besluit van 24 januari 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid betrokkene in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2349
Datum uitspraak
23 mei 2025
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaakBRS.24.000029

BRS.25.000496

Bij besluit van 13 januari 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag om betrokkene een machtiging tot voorlopig verblijf te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2350
Datum uitspraak
23 mei 2025
  • Voorlopige voorziening
  • Regulier
  • uitspraakin de zaakBRS.25.000496

BRS.25.000500

Bij besluit van 23 augustus 2023, aangevuld bij besluit van 4 oktober 2023, heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van verzoeker om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2352
Datum uitspraak
23 mei 2025
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.25.000500

202402441/1/V3

Bij besluit van 28 augustus 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid bepaald dat op 4 september 2023 het recht op bescherming eindigt dat betrokkene geniet op grond van Richtlijn 2001/55/EG en het daarop gebaseerde Uitvoeringsbesluit (EU) 2022/382 van 4 maart 2022. De staatssecretaris heeft dit besluit op 13 februari 2024 ingetrokken.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2358
Datum uitspraak
22 mei 2025
  • Hoger beroep
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202402441/1/V3

202404034/2/R3

Bij besluit van 21 juni 2021 heeft het college aan [vergunninghouder] een omgevingsvergunning verleend voor het veranderen van een voormalig schoolgebouw aan de Zeezwaluwstraat 4 in Den Haag in 16 appartementen, en voor het realiseren van een in- of uitrit. De aanvraag van 7 december 2020 is gedaan voor het veranderen van het voormalige schoolgebouw op het perceel in 16 appartementen en het realiseren van een in- of uitrit. Blijkens de aanvraag en de daarbij behorende tekeningen zijn op het perceel 12 parkeerplaatsen voorzien. [verzoeker] woont direct naast het perceel, aan de [locatie]. Hij vreest dat het gebruik van het perceel voor parkeren geluidsoverlast zal veroorzaken in de avond en nacht.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2359
Datum uitspraak
22 mei 2025
  • Voorlopige voorziening
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202404034/2/R3

202404488/1/V3

Bij besluit van 6 januari 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van betrokkene om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2357
Datum uitspraak
22 mei 2025
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202404488/1/V3

202406146/1/V3

Bij besluiten van 25 augustus 2020 en van 28 augustus 2020 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid aanvragen van appellanten om hun een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2356
Datum uitspraak
22 mei 2025
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaak202406146/1/V3

202406525/1/V1

Appellant heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op een aanvraag om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2355
Datum uitspraak
22 mei 2025
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202406525/1/V1

202406951/3/A3

Bij twee afzonderlijke besluiten van 9 mei 2022 heeft de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid [appellante] een boete opgelegd wegens een overtreding van de Arbeidsomstandighedenwet en een waarschuwing voor preventieve stillegging van werkzaamheden gegeven. [verzoekster]verzoekt de voorzieningenrechter van de Afdeling om het waarschuwingsbesluit te schorsen, omdat de minister bij besluit van 6 maart 2024, dat in deze procedure overigens niet voorligt, preventieve stillegging van de werkzaamheden heeft bevolen. Volgens [verzoekster] heeft stillegging van de werkzaamheden voor haar onomkeerbare financiële gevolgen, zodat een faillissement onafwendbaar is. Bovendien kleven aan het waarschuwingsbesluit zo ernstige procedurele en inhoudelijke gebreken, dat dit geen stand kan houden, aldus [verzoekster].

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2274
Datum uitspraak
22 mei 2025
  • Voorlopige voorziening
  • Boete
  • uitspraakin de zaak202406951/3/A3

202500710/2/R2

Bij besluit van 7 november 2024 heeft de raad van de gemeente Valkenswaard het bestemmingsplan "Eurocircuit" vastgesteld. Het plan voorziet in het planologisch borgen van het Eurocircuit en het toekomstbestendig maken van het circuit. Het Eurocircuit is een rallycrosscircuit voor auto’s en motoren dat wordt gebruikt voor wedstrijden en trainingen door de NRV en de MVV. Daarnaast biedt het terrein ruimte aan een wielervereniging, fietscrossvereniging en een politiehondenvereniging voor trainingen. Groen en Heem en [verzoeker sub 1] en anderen verzoeken om schorsing van het bestemmingsplan voor zover dat meer mogelijk maakt dan het vorige planologisch regime. Op de zitting is toegelicht dat het verzoek alleen ziet op de gronden met de bestemming "Sport-Motorcrossterrein" en "Sport-Autosportterrein". Groen en Heem en [verzoeker sub 1] en anderen voeren beroepsgronden aan over onder andere: welk gebruik is toegestaan onder het overgangsrecht, de toegestane duur van het gebruik van de baan in relatie tot openstelling van het eurocircuit, stikstofdepositie en gevolgen voor Natura 2000-gebieden, geluidhinder, geurhinder, de Interim Omgevingsverordening Noord-Brabant, de watertoets en verkeer.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2275
Datum uitspraak
22 mei 2025
  • Voorlopige voorziening
  • RO - Noord-Brabant
  • uitspraakin de zaak202500710/2/R2

202501722/2/R2

Bij besluit van 19 januari 2024 heeft het college van burgemeester en wethouders van Eindhoven aan Springplank040 een omgevingsvergunning verleend voor het verbouwen en uitbreiden van het pand aan de Cyclamenstraat 1 in Eindhoven ten behoeve van huisvesting van voormalige dak- en thuislozen. Springplank040 is een organisatie die zich inzet voor maatschappelijke opvang in Eindhoven van zowel jongeren als volwassenen die zijn vastgelopen in de maatschappij. Mensen die dakloos dreigen te raken of zijn geworden kunnen zich bij deze organisatie melden. Tijdens een intake wordt bekeken welke behoefte bestaat en welke maatwerkoplossing het beste past. De doelgroep van Springplank040 is te verdelen in drie categorieën (A, B en C), variërend van een lichte (categorie A) tot zware problematiek (categorie C). Springplank040 wenst aan de Cyclamenstraat 1 een maatwerkvoorziening tijdelijk wonen bestemd voor dak- en thuislozen in categorieën A en B te realiseren. In een maatwerkvoorziening woont een inwoner tijdelijk zelfstandig in een beheerde omgeving met ambulante begeleiding. [verzoeker sub 1] en anderen wonen in de directe omgeving van de Cyclamenstraat 1. Zij kunnen zich niet met de plannen verenigen en hebben verzocht om een voorlopige voorziening om te voorkomen dat wordt begonnen met de sloop- en bouwwerkzaamheden.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2361
Datum uitspraak
22 mei 2025
  • Voorlopige voorziening
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202501722/2/R2

202501875/1/V3

Bij besluit van 6 maart 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie appellant in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2273
Datum uitspraak
22 mei 2025
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaak202501875/1/V3

202502416/1/V1

Bij besluit van 28 oktober 2024 heeft het Centraal Orgaan opvang asielzoekers de opvangvoorzieningen van appellant beëindigd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2389
Datum uitspraak
22 mei 2025
  • Hoger beroep
  • Opvang asielzoekers
  • uitspraakin de zaak202502416/1/V1

202502563/1/V3

Bij besluit van 8 april 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie appellant in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2369
Datum uitspraak
22 mei 2025
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaak202502563/1/V3

BRS.25.000039

Bij besluit van 15 november 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie betrokkene een vrijheidsontnemende maatregel opgelegd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2264
Datum uitspraak
22 mei 2025
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaakBRS.25.000039

BRS.25.000223

Bij besluit van 28 januari 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie betrokkene een vrijheidsontnemende maatregel opgelegd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2265
Datum uitspraak
22 mei 2025
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaakBRS.25.000223

BRS.25.000289

Bij besluit van 3 maart 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie appellant in bewaring gesteld

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2260
Datum uitspraak
22 mei 2025
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaakBRS.25.000289

BRS.25.000384

Bij besluit van 25 maart 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie appellant in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2261
Datum uitspraak
22 mei 2025
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaakBRS.25.000384

BRS.25.000485

Bij besluit van 18 februari 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie appellant in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2262
Datum uitspraak
22 mei 2025
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaakBRS.25.000485

202403024/1/A2

Bij besluit van 15 maart 2023 heeft de Stichting Urgentiebepaling Woningzoekenden Rijnmond de aanvraag van [appellant] om een urgentieverklaring afgewezen. Het hiertegen gemaakte bezwaar heeft de SUWR bij besluit van 13 juli 2023 ongegrond verklaard. [appellant] woonde ten tijde van de besluitvorming met zijn echtgenote en drie kinderen in een driekamerappartement in Rotterdam. Inmiddels is één van die kinderen uitwonend. Hij heeft hij op 25 januari 2023 op medische gronden een urgentieverklaring aangevraagd. [appellant] is bekend met slaapapneu waardoor hij in de woonkamer slaapt. Volgens de SUWR voldoet [appellant] niet aan artikel 5.1, aanhef en onder b, van bijlage 1 bij de Verordening Woonruimte bemiddeling regio Rotterdam 2020

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2413
Datum uitspraak
22 mei 2025
  • Hoger beroep
  • Mondelinge uitspraak
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202403024/1/A2

202403696/1/A2

Bij besluit van 23 maart 2023 heeft de Stichting Urgentiebepaling Woningzoekenden Rijnmond de aanvraag van [appellant] om een urgentieverklaring afgewezen. Het hiertegen gemaakte bezwaar heeft de SUWR bij besluit van 17 augustus 2023 ongegrond verklaard.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2423
Datum uitspraak
22 mei 2025
  • Hoger beroep
  • Mondelinge uitspraak
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202403696/1/A2

202500946/3/R1

[appellante] heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de raad van de gemeente Amstelveen van 27 november 2024 waarbij het bestemmingsplan en het exploitatieplan "De Scheg Midden" zijn vastgesteld. Het onderhavige bestemmingsplan gaat over de realisatie van 457 nieuwe woningen en een nieuwe gebiedsontsluitingsweg, in combinatie met verkeersfuncties, groen(voorzieningen) en water(gangen). Het plangebied kent in de huidige situatie voor het grootste deel agrarische en glastuinbouw percelen. Het bestemmingsplan is grotendeels gelegen ten zuiden van de wijk Westwijk. Het grootste deel van het plangebied is gelegen in het glastuinbouwgebied van de Legmeerpolder en heeft betrekking op de beoogde woonwijk Scheg Midden.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2379
Datum uitspraak
22 mei 2025
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Noord-Holland
  • uitspraakin de zaak202500946/3/R1

202402012/1/V3

Bij besluit van 23 augustus 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid bepaald dat op 4 september 2023 het recht op bescherming eindigt dat appellant geniet op grond van Richtlijn 2001/55/EG en het daarop gebaseerde Uitvoeringsbesluit (EU) 2022/382 van 4 maart 2022. De staatssecretaris heeft dit besluit op 31 januari 2024 ingetrokken.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2270
Datum uitspraak
21 mei 2025
  • Hoger beroep
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202402012/1/V3

202402013/1/V3

Bij besluit van 1 september 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid bepaald dat op 4 september 2023 het recht op bescherming eindigt dat appellant geniet op grond van Richtlijn 2001/55/EG (hierna: de Richtlijn Tijdelijke Bescherming) en het daarop gebaseerde Uitvoeringsbesluit (EU) 2022/382 van 4 maart 2022. De staatssecretaris heeft dit besluit op 31 januari 2024 ingetrokken.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2271
Datum uitspraak
21 mei 2025
  • Hoger beroep
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202402013/1/V3

202500179/1/V3

Bij besluit van 24 november 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie betrokkene een vrijheidsontnemende maatregel opgelegd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2272
Datum uitspraak
21 mei 2025
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaak202500179/1/V3

202500366/2/R1

Bij besluit van 16 december 2024 heeft de raad van de gemeente Noordoostpolder het bestemmingsplan "Ens Oost- fase 4" vastgesteld. Tegen dit besluit heeft [verzoeker] beroep ingesteld. [verzoeker] heeft de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2242
Datum uitspraak
21 mei 2025
  • Voorlopige voorziening
  • RO - Flevoland
  • uitspraakin de zaak202500366/2/R1

202502266/2/V3

Bij besluit van 21 januari 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van verzoeker om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2269
Datum uitspraak
21 mei 2025
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202502266/2/V3

202502774/1/V3 en 202502774/2/V3

Bij besluit van 31 maart 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2354
Datum uitspraak
21 mei 2025
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202502774/1/V3 en 202502774/2/V3

BRS.25.000371

Bij uitspraak van 1 april 2025 heeft de rechtbank het daartegen door appellant ingestelde beroep ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2253
Datum uitspraak
21 mei 2025
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaakBRS.25.000371

202200368/1/A3

Bij besluit van 19 mei 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Maastricht een aanvraag van Meysti om op het indelingsplan voor het pleinterras Onze Lieve Vrouweplein te worden geplaatst, buiten behandeling gesteld. Meysti exploiteert horecalokaliteit Bistro De Comedie, gelegen aan het Onze Lieve Vrouwenplein 30b in Maastricht. Meysti heeft een aanvraag ingediend om te worden geplaatst op het indelingsplan van het pleinterras aan het Onze Lieve Vrouweplein. Het college heeft deze aanvraag buiten behandeling gesteld omdat Meysti niet voldoet aan het daartoe gestelde loodlijncriterium. Dat wil zeggen dat de loodlijn van de gevel van de horecalokaliteit van Meysti niet uitkomt op het pleinterras. Meysti betoogt dat het loodlijncriterium ten onrechte is opgenomen in artikel 11, vijfde lid, aanhef en onder c, van de Terrasverordening gemeente Maastricht. Het loodlijncriterium is bepalend voor de vraag of een exploitant in aanmerking kan komen voor plaatsing op het indelingsplan.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2343
Datum uitspraak
21 mei 2025
  • Hoger beroep
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202200368/1/A3

202200600/1/A3

Bij besluit van 1 maart 2016 heeft het college van burgemeester en wethouders van Breda een aanvraag voor een omgevingsvergunning van [appellant] afgewezen op grond van artikel 3 van de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur. [appellant] heeft een omgevingsvergunning gevraagd voor het slopen van schuren en bergingen op het landgoed [naam landgoed] en voor de nieuwbouw, op dezelfde locatie, van een zwembad met badhuisje, een schuur en een garage. Het college heeft de vergunning geweigerd omdat er ernstig gevaar is dat de vergunning mede zal worden gebruikt om uit gepleegde strafbare feiten verkregen, op geld waardeerbare, voordelen te benutten of mede zal worden gebruikt om strafbare feiten te plegen. Het college heeft aan de weigering een advies van het Landelijk Bureau Bibob van 4 juni 2015 ten grondslag gelegd. Dit advies is op verzoek van het college uitgebracht naar aanleiding van een vergunningaanvraag van de Stichting Volkshuisvesting Utrecht voor de verbouwing van panden aan de [locatie 1]-[locatie 2] te Breda.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2294
Datum uitspraak
21 mei 2025
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • Wet Bibob
  • uitspraakin de zaak202200600/1/A3

202201900/1/R2 en 202201916/1/R2

Bij besluit van 16 november 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Breda voor het bestemmingsplan "Ulvenhout, [locatie A]" hogere grenswaarden als bedoeld in artikel 110a van de Wet geluidhinder vastgesteld voor nieuwe woningen aan de [locatie A]. Bij besluit van 20 januari 2022 heeft de raad van de gemeente Breda het bestemmingsplan "Ulvenhout, [locatie A]" vastgesteld. Het bestemmingsplan wijzigt de bestemming deels naar "Wonen" om drie woningen met parkeervoorzieningen en tuinen te kunnen realiseren op het perceel. Het perceel aan de [locatie A] is eigendom van [belanghebbende]. Daar is een oude schuur aanwezig en de gronden worden gebruikt voor kleinschalige teeltactiviteiten. [appellant sub 2], [appellanten sub 1] en [appellant sub 3A] en [appellant sub 3B] wonen (schuin) tegenover de [locatie A] en zijn het niet eens met de gewijzigde bestemming. De milieuvereniging zet zich in voor de bescherming van het milieu in Breda en aangrenzende gemeenten en is het ook niet eens met de gewijzigde bestemming.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2341
Datum uitspraak
21 mei 2025
  • Tussenuitspraak/bestuurlijke lus
  • RO - Geluid
  • RO - Noord-Brabant
  • uitspraakin de zaak202201900/1/R2 en 202201916/1/R2

202201926/1/R4

Bij besluit van 22 februari 2022 heeft de minister van Infrastructuur en Waterstaat het saneringsplan "West-Nederland Noord 3" vastgesteld en geluidproductieplafonds verlaagd. Het saneringsplan heeft betrekking op diverse wegvlakken van de A1, A7, A10 en N200 in de provincie Noord-Holland. Het saneringsplan bevat bronmaatregelen en afschermende maatregelen die ertoe leiden dat de geluidproductieplafonds op meerdere referentiepunten langs een aantal van de genoemde rijkswegen moeten worden verlaagd. Een geluidproductieplafond is de toegestane geluidproductie op een referentiepunt. [appellant] woont aan de [locatie] in Benningbroek nabij de rijksweg A7. Zijn woning is als saneringsobject aangemerkt. In het saneringsplan wordt voorzien in de aanleg van stiller asfalt, zogenoemd tweelaags zeer open asfaltbeton, ter hoogte van de woning van [appellant].

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2329
Datum uitspraak
21 mei 2025
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Geluid
  • uitspraakin de zaak202201926/1/R4

202202126/2/R3

Bij besluit van 1 februari 2022 heeft de raad van de gemeente Pekela het bestemmingsplan "[locatie] te Nieuwe Pekela" vastgesteld. De Afdeling heeft in de tussenuitspraak onder 12.3 en 12.4, kort samengevat en voor zover hier relevant, geoordeeld dat de raad, anders dan hij heeft beoogd, in artikel 3.5 van de planregels niet heeft geregeld wat hij daarmee beoogde. Met deze planregeling is in dit concrete geval een inrichting als erf namelijk niet verboden. Weliswaar geldt dat bepaalde gronden op grond van artikel 3.5 van de planregels niet als achtererfgebied zijn aan te merken, maar dat doet er niet aan af dat de inrichting van deze gronden als erf nog steeds mogelijk is. Dit betekent dat op de gronden met de aanduiding "wonen uitgesloten" toch nog omgevingsvergunningvrije bouwwerken met geluidsgevoelige ruimten kunnen worden opgericht. Daarmee is niet uitgesloten dat de bedrijfsvoering van [appellant A] en [appellante B] op het naastgelegen perceel wordt belemmerd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2281
Datum uitspraak
21 mei 2025
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • RO - Groningen
  • uitspraakin de zaak202202126/2/R3

202203181/1/A2

Bij besluit van 18 juli 2019 heeft het college van burgemeesters en wethouders van Utrecht [appellante] een schriftelijke aanwijzing gegeven wegens overtreding van de Wet kinderopvang. Bij besluit van 20 augustus 2019 heeft het college [appellante] een bestuurlijke boete ter hoogte van € 73.000,00 opgelegd. [appellante] is houder van verschillende kinderopvangverblijven. Eén van de kinderdagverblijven is [naam], gehuisvest in de [locatie] in Utrecht. Op 4 april en 18 april 2019 hebben toezichthouders van de gemeente Utrecht een onaangekondigd incidenteel onderzoek uitgevoerd bij het kinderdagverblijf. De bevindingen hiervan zijn neergelegd in het inspectierapport van 24 mei 2019 respectievelijk 21 mei 2019. In de inspectierapporten staat dat [appellante] niet voldoet aan alle eisen van de Wko. Het college heeft [appellante] daarom een schriftelijke aanwijzing gegeven en een bestuurlijke boete van € 73.000,00 opgelegd. Bij de beslissing op bezwaar heeft het college de bestuurlijke boete gematigd tot een bedrag van € 65.500,00. [appellante] is het niet eens met de opgelegde boetes en heeft beroep ingesteld bij de rechtbank.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2310
Datum uitspraak
21 mei 2025
  • Hoger beroep
  • Boete
  • uitspraakin de zaak202203181/1/A2

202203573/1/A3

Bij besluit van 2 april 2019 heeft het college van burgemeester en wethouders van Veere het door [appellant A] ingediende verzoek om handhaving afgewezen. [appellant A] heeft het college verzocht om handhavend op te treden tegen de exploitatie van tien kleinschalige kampeerterreinen door anderen dan degene die daarvoor een kampeervergunning hebben. Het college heeft naar aanleiding hiervan geconstateerd dat bij twee van de tien gevallen de eigendom van de grond niet overeen komt met de tenaamstelling op de kampeervergunning, wat in strijd is met de Kampeerverordening 2015. Het verzoek om handhaving is desondanks afgewezen, omdat het kleinschalig kamperen zou gaan vallen onder een nieuwe kampeerregeling in het bestemmingsplan "3e herziening buitengebied Veere" en de kampeerverordening zou worden ingetrokken. Dat dat nog niet was gebeurd hing samen met het feit dat het bestemmingsplan als gevolg van daartegen ingestelde rechtsmiddelen nog niet onherroepelijk was. Omdat het kamperen onder het bestemmingsplan wel aan de regels voldoet, is handhaven op grond van de in te trekken kampeerverordening door het college onevenredig geacht.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2283
Datum uitspraak
21 mei 2025
  • Hoger beroep
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202203573/1/A3

202203584/1/A3

Bij besluit van 25 februari 2021 heeft de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties geweigerd om een verklaring van geen bezwaar aan [appellante] te verlenen. [appellante] heeft gesolliciteerd naar de vertrouwensfunctie van taal- en cultuurspecialist Russisch c.q. audiobewerker bij de Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst. Voor de vervulling van deze functie heeft zij een VGB op veiligheidsmachtigingsniveau A nodig. De AIVD heeft hiertoe een veiligheidsonderzoek verricht. Op basis van dit onderzoek heeft de minister besloten om de VGB te weigeren. [appellante] is het hier niet mee eens.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2149
Datum uitspraak
21 mei 2025
  • Tussenuitspraak/bestuurlijke lus
  • Hoger Beroep - Overige
  • uitspraakin de zaak202203584/1/A3

202205791/1/A3

Bij brief van 3 maart 2020 heeft de minister van Volksgezondheid Welzijn en Sport NVIG medegedeeld dat hij het door NVIG ingediende handhavingsverzoek niet in behandeling neemt. Bij besluit van 26 juni 2020 heeft de minister het door NVIG daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard. NVIG is een onderneming die via haar website lachgas aanbiedt in de vorm van slagroompatronen van 8 gram. De doelgroep van NVIG zijn, blijkens haar eigen bewoordingen, horecagelegenheden en de ‘thuiskok’. NVIG heeft per brief van 17 oktober 2019 de minister verzocht om handhavend op te treden tegen de activiteiten van Bumblebee B.V.. Ten tijde van het handhavingsverzoek importeerde Bumblebee medisch lachgas om het vervolgens te verkopen aan horecazaken in Nederland. Bumblebee verkocht dit lachgas via haar website. De minister heeft op 3 maart 2020 NVIG per brief meegedeeld dat hij het handhavingsverzoek niet in behandeling neemt omdat NVIG geen belanghebbende is en het handhavingsverzoek daarom geen aanvraag is in de zin van artikel 1:3, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2339
Datum uitspraak
21 mei 2025
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202205791/1/A3

202207029/1/R3 en 202207068/1/R3

Bij besluit van 19 oktober 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam ten behoeve van het bestemmingsplan "Schiekadeblok" hogere waarden als bedoeld in artikel 110a van de Wet geluidhinder vastgesteld. Het plan maakt de herontwikkeling van het gebied tussen de Schiekade, de Delftsestraat, het Delftseplein en het spooremplacement in Rotterdam mogelijk. Het plan gaat uit van een totale nieuwbouwontwikkeling tussen de 110.000 en 140.000 m² bvo met twee nieuwe woontorens. In de Perrontoren zijn maximaal 200 woningen toegestaan, deze toren mag maximaal 70 m hoog worden. In de Schieblocktoren zijn maximaal 450 woningen toegestaan, deze toren mag maximaal 200 m hoog worden. Daarnaast voorziet het plan in nieuwe detailhandel (ongeveer 2.200 m² bvo), horeca met inbegrip van een poppodium met 24-uurs-horeca, maximaal 45.500 m² aan kantoorruimte, een hotel en de mogelijkheid om een parkeergarage voor 230 voertuigen te realiseren. Ook wordt met het plan in de renovatie en transformatie van een aantal binnen het plangebied aanwezige gebouwen voorzien.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2292
Datum uitspraak
21 mei 2025
  • Tussenuitspraak/bestuurlijke lus
  • RO - Zuid-Holland
  • uitspraakin de zaak202207029/1/R3 en 202207068/1/R3

202207446/1/R1

Bij besluit van 16 november 2022 heeft het college krachtens artikel 39, tweede lid, eerste volzin, van de Wet bodembescherming geweigerd in te stemmen met het op 28 maart 2022 door Evos ingediend "Raamsaneringsplan historische olieverontreiniging Evos Amsterdam East B.V." van Arcadis van 14 maart 2022 met betrekking tot een geval van verontreiniging ter plaatse van de percelen plaatselijk bekend als Heining 100 te Amsterdam. Op de locatie ligt het werkterrein van Evos. Zij exploiteert een op- en overslagbedrijf voor vloeibare energie en chemische producten. De locatie is vanaf 1975 door de rechtsvoorganger van Evos, Oiltanking Amsterdam B.V., en later door Evos aldus in gebruik geweest en dit gebruik duurt nog steeds voort. De gemeente Amsterdam is bloot eigenaar van de betreffende gronden. Het Havenbedrijf Amsterdam N.V. is economisch eigenaar van die gronden en heeft deze in erfpacht uitgegeven aan Evos. Ten gevolge van de betreffende bedrijfsactiviteiten op de locatie is de bodem op het zuidelijke deel ervan verontreinigd geraakt met minerale olie en vluchtige aromaten.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2344
Datum uitspraak
21 mei 2025
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • Bodembescherming
  • uitspraakin de zaak202207446/1/R1

202300189/1/R2

Bij besluit van 22 november 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Tilburg [appellant] opgedragen de overtreding van artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder a en c, en artikel 2.3a, eerste lid, van de Wabo aan de [locatie] in Tilburg te beëindigen en beëindigd te houden. Als hij dat niet doet, moet hij een dwangsom betalen van € 1.000,00 per constatering met een maximum van € 5.000,00. [appellant] wil een berging bij zijn woning bouwen en heeft daarvoor de werkzaamheden opgestart. Het college heeft [appellant] opgedragen te stoppen met de bouw, omdat hij geen omgevingsvergunning heeft voor de bouw van de berging. Op dezelfde dag heeft [appellant] bij het Kadaster een verzoek ingediend voor splitsing van zijn perceel in twee kadastrale percelen. Vanaf 9 oktober 2020 heeft het stuk grond waarop de al bestaande berging achteraan het erf staat, een apart kadastraal nummer. Volgens [appellant] heeft hij daarom geen omgevingsvergunning meer nodig, omdat de bouw nu vergunningvrij is.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2324
Datum uitspraak
21 mei 2025
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202300189/1/R2

202300192/1/R4

Bij besluit van 13 oktober 2022 heeft de raad van de gemeente Oldebroek het bestemmingsplan "Buitengebied, [locatie]" (hierna: het bestemmingsplan) vastgesteld. Het bestemmingsplan en het reparatieplan voorzien in een uitwerking van de mogelijkheden voor [appellante] op haar perceel [locatie] met het oog op een nabij voorziene woningbouwlocatie. [appellante] is van mening dat zij door de functieaanduidingen "specifieke vorm van agrarisch uitgesloten - mestopslag" en "specifieke vorm van agrarisch uitgesloten - bedrijfsmatig agrarisch gebruik" wordt beperkt in haar bedrijfsvoering. [appellante] voert aan dat de mestopslag naast de bedrijfswoning op haar perceel rechtmatig aanwezig is wat blijkt uit de uitspraak van de Afdeling van 21 juni 2023.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2226
Datum uitspraak
21 mei 2025
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Gelderland
  • uitspraakin de zaak202300192/1/R4

202300251/1/A2

Bij besluit van 20 februari 2020 heeft het college van burgemeesters en wethouders van Utrecht aan [appellante] een bestuurlijke boete opgelegd van € 25.000,00 wegens overtreding van de Wet kinderopvang. [appellante] is houder van verschillende kinderopvangverblijven. Eén van de kinderdagverblijven is [naam], gehuisvest in de [locatie] in Utrecht. Op 12 juli 2019 heeft de toezichthouder van de gemeente Utrecht een onaangekondigd incidenteel onderzoek uitgevoerd bij het kinderdagverblijf. De bevindingen hiervan zijn neergelegd in een inspectierapport van 23 september 2019. In het inspectierapport heeft de toezichthouder vermeld dat [appellante] niet voldoet aan alle eisen van de Wko. Het college heeft [appellante] daarom een bestuurlijke boete opgelegd van € 25.000,00. Bij de beslissing op bezwaar heeft het college de bestuurlijke boete gematigd tot een bedrag van € 10.000,00. [appellante] is het niet eens met de opgelegde boete en heeft beroep ingesteld bij de rechtbank. De rechtbank heeft overwogen dat het college de bestuurlijke boetes aan [appellante] mocht opleggen en dat er geen aanleiding is om de boetes te matigen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2223
Datum uitspraak
21 mei 2025
  • Hoger beroep
  • Boete
  • uitspraakin de zaak202300251/1/A2

202300780/1/A3

Bij besluit van 5 oktober 2021 heeft de minister van Defensie geweigerd om een verklaring van geen bezwaar aan [appellant] te verlenen. [appellant] heeft gesolliciteerd naar de vertrouwensfunctie van officier inlichtingen en veiligheid - human terrain analist bij het Joint Intelligence, Surveillance, Target Acquisition & Reconnaissance Commando van het Commando Landstrijdkrachten. Voor de vervulling van deze functie heeft hij een VGB op veiligheidsmachtigingsniveau A nodig. De Militaire Inlichtingen- en Veiligheidsdienst heeft hiertoe een veiligheidsonderzoek verricht. Op basis van dit onderzoek heeft de minister besloten om de VGB te weigeren. [appellant] is het hier niet mee eens. De minister heeft zich in het besluit van 16 mei 2022 op het standpunt gesteld dat er onvoldoende waarborgen aanwezig zijn dat [appellant] onder alle omstandigheden de uit de vertrouwensfunctie voortvloeiende plichten getrouwelijk zal volbrengen, omdat er een risico is op ongewenste beïnvloeding door de Russische overheid.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2148
Datum uitspraak
21 mei 2025
  • Tussenuitspraak/bestuurlijke lus
  • Hoger Beroep - Overige
  • uitspraakin de zaak202300780/1/A3

202301178/1/R3

Bij besluit van 9 februari 2023 heeft het college van gedeputeerde staten van Flevoland aan de gemeente Almere een ontgrondingenvergunning verleend voor het uitvoeren van graafwerkzaamheden voor de aanleg van watergangen, riolering en gemalen voor de ontwikkeling van een nieuwe wijk Nobelhorst 4e fase en Twentse kant. De gemeente heeft het college verzocht de hiervoor bedoelde, aan haar verleende ontgrondingenvergunning in te trekken. Het college heeft die ontgrondingenvergunning op 19 april 2024 ingetrokken.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2290
Datum uitspraak
21 mei 2025
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Ontgrondingen
  • uitspraakin de zaak202301178/1/R3

202301496/1/A3

Bij besluit van 14 mei 2021 heeft de burgemeester van Den Haag aan Hague 5 een Drank- en Horecawetvergunning, een exploitatievergunning en een permanente ontheffing van de sluitingstijden verleend. Sport- en poolbar Hague 5 was ten tijde van belang gevestigd op het adres Javastraat 132 in Den Haag. Hague 5 valt onder de zogenoemde "zware horeca". Op de locatie waar Hague 5 was gevestigd was op grond van het geldende bestemmingsplan, Archipelbuurt e.o., op dat moment geen "zware horeca" toegestaan. Dit is anders als de locatie eerder al voor "zware horeca" werd gebruikt en dat gebruik niet langer dan een jaar onderbroken is geweest. Dit volgt uit het overgangsrecht, dat is neergelegd in artikel 4.5 van het bestemmingsplan. Hague 5 heeft op 15 maart 2021 een Drank- en Horecawetvergunning, een exploitatievergunning voor de categorie "zware horeca" en een permanente ontheffing van de sluitingstijden aangevraagd. De burgemeester heeft deze vergunningen op 14 mei 2021 verleend.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2295
Datum uitspraak
21 mei 2025
  • Hoger beroep
  • Drank en horeca
  • uitspraakin de zaak202301496/1/A3

202301538/1/R2

Bij besluit van 13 augustus 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Etten-Leur aan De Ruwenberg Vastgoed B.V. een omgevingsvergunning verleend voor het realiseren van teeltondersteunende voorzieningen aan de Liesbosweg 380A in Etten-Leur. Ruwenberg exploiteert een fruitteeltbedrijf op de gronden aan de Liesbosweg 380A in Etten-Leur. Zij heeft een omgevingsvergunning aangevraagd voor het realiseren van tov op een deel van haar gronden ter bescherming van haar frambozenteelt (hierna: de vergunde tov). Het college heeft deze omgevingsvergunning verleend op grond van artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Wabo. Op grond van de bestektekening die bij deze vergunning hoort, mogen de vergunde tov 2,9 m hoog zijn en bestaan uit houten plantbedden en palen met daaroverheen kappen van plasticfolie.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2340
Datum uitspraak
21 mei 2025
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202301538/1/R2

202302142/1/A2

Bij besluit van 15 juli 2021 heeft het college een verzoek van [appellant] om terugvordering van verschillende aan [partij A], [partij B] en [partij C] verstrekte subsidies afgewezen. Het college heeft aan [partij] in de periode 2010-2012 subsidies verleend en in de periode 2010-2014 die subsidies vastgesteld. Deze subsidiebesluiten zijn gebaseerd op de destijds geldende Subsidieverordening particuliere woningverbetering 2000, Subsidieregeling Nieuwe Binnenweg en de Nadere regels subsidieregeling Nieuwe Binnenweg 2009. Op grond van deze regelgeving kon het college aan eigenaren van de in die regels aangewezen panden subsidie verstrekken voor verbetering van woningen en bedrijfsruimten. Het doel was de revitalisering van de Nieuwe Binnenweg in Rotterdam door eigenaren van die panden te stimuleren het achterstallige onderhoud aan hun panden weg te werken tot een hoger niveau dan wettelijk van hen kon worden geëist.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2296
Datum uitspraak
21 mei 2025
  • Hoger beroep
  • Subsidie
  • uitspraakin de zaak202302142/1/A2

202302332/1/A3

Bij besluit van 16 juni 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Súdwest-Fryslân de adresgegevens van [appellant] in de Basisregistratie personen met ingang van 15 mei 2020 ambtshalve gewijzigd in "vertrokken met onbekende bestemming". [appellant] stond ingeschreven in de brp op het adres [locatie] in IJlst. Op 1 april 2020 hebben zich op dit adres nieuwe bewoners ingeschreven. Op basis van deze inschrijving is het college een onderzoek gestart naar de adresgegevens van [appellant]. Op 16 juni 2020 heeft het college ambtshalve de registratie van [appellant] in de brp gewijzigd naar "vertrokken met onbekende bestemming". De rechtbank heeft geoordeeld dat het college de inschrijving in de brp ambtshalve heeft mogen wijzigen naar "vertrokken met onbekende bestemming".

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2338
Datum uitspraak
21 mei 2025
  • Hoger beroep
  • Basisregistratie
  • uitspraakin de zaak202302332/1/A3

202302461/1/A3

Bij de uitspraak van 29 maart 2023 heeft de Afdeling het hoger beroep van het college van burgemeester en wethouders van Utrecht tegen de uitspraak van de rechtbank Midden-Nederland van 6 mei 2022, ECLI:NL:RBMNE:2022:1938, gegrond verklaard. [verzoeker] heeft de Afdeling verzocht de uitspraak van 29 maart 2023 te herzien. [verzoeker] heeft aan zijn verzoek om herziening ten grondslag gelegd dat de Afdeling de door hem gestelde schending van grondrechten niet heeft meegenomen bij de beoordeling van het hoger beroep, dat de Afdeling haar overwegingen niet juridisch heeft onderbouwd en dat de Afdeling is afgedwaald van de beoordeling van zijn oorspronkelijke verzoek tot rectificatie van gegevens in de basisregistratie personen. Daarnaast heeft [verzoeker] aangevoerd dat de procedure waarmee het college de Wet basisregistratie personen tracht uit voeren, zelf in strijd is met de wet.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2333
Datum uitspraak
21 mei 2025
  • Herziening
  • Basisregistratie
  • uitspraakin de zaak202302461/1/A3

202303275/1/A3

Bij besluit van 12 maart 2021 heeft de burgemeester van Amsterdam de aanvraag van Cornelis Troost om uitbreiding van het terras toegewezen. Cornelis Troost exploiteert het café Brouwerij Troost aan het Cornelis Troostplein 21 in Amsterdam. Op 17 december 2020 heeft Cornelis Troost een vergunning voor een uitbreiding van het terras aangevraagd. In een besluit van 12 maart 2021 heeft de burgemeester deze aanvraag toegewezen. De toegestane terrasuitbreiding heeft een oppervlakte van 16m2 (4 bij 4 meter), is gelegen op het trottoir schuin tegenover het al bestaande terras en wordt gescheiden door een trottoir en een fietspad. In een besluit van 7 april 2021 heeft de burgemeester de vergunningaanvraag alsnog afgewezen en het besluit van 12 maart 2021 ingetrokken. De uitbreiding van het terras bleek toch niet mogelijk gelet op het Terrassenplan Ferdinand Bolstraat Zuid. Het Terrassenplan heeft het terras van Cornelis Troost op 0,75 meter diep en 34,45 meter breed vastgesteld. Na vaststelling van het Terrassenplan zijn verdere uitbreidingen van het terras niet meer mogelijk. Cornelis Troost is het hier niet mee eens.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2330
Datum uitspraak
21 mei 2025
  • Hoger beroep
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202303275/1/A3

202303557/1/A3

Bij besluit van 22 september 2020 heeft de raad van bestuur van het Erasmus Universitair Medisch Centrum Rotterdam beslist op een verzoek van [appellante] om, voor zover hier van belang, haar de stukken in haar personeelsdossier, arbo-dossier en re-integratiedossier te overhandigen. [appellante] heeft ruim 32 jaar gewerkt als operatieassistente bij het Erasmus Universitair Medisch Centrum in Rotterdam. De raad heeft bij besluit van 1 juni 2012 het dienstverband wegens ziekte beëindigd. Bij brief van 7 juli 2020 heeft [appellante] de raad onder verwijzing naar eerdere correspondentie verzocht om haar, voor zover hier van belang, op grond van de Algemene verordening gegevensbescherming de stukken in haar personeelsdossier, arbodossier en re-integratiedossier te overhandigen. Zij vindt dat de raad haar onrecht heeft aangedaan bij de aanloop naar en de uitvoering van de beëindiging van haar dienstverband. Met de stukken wil zij controleren in hoeverre haar vorige gemachtigde ten onrechte het ontslagbesluit niet heeft aangevochten en of deze gemachtigde schadeplichtig is.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2313
Datum uitspraak
21 mei 2025
  • Hoger beroep
  • Persoonsgegevens
  • uitspraakin de zaak202303557/1/A3

202303614/1/A3

Bij besluit van 1 juli 2021 heeft de burgemeester van Westland aan [appellant] een last onder dwangsom opgelegd voor het overtreden van artikel 2:74 van de Algemene plaatselijke verordening Westland 2019. De last houdt in dat [appellant] per geconstateerde overtreding een dwangsom verbeurt van € 5.000,00 met een maximum van € 20.000,00. De burgemeester heeft aan zijn besluitvorming een bestuurlijke rapportage van 3 maart 2021 ten grondslag gelegd. Uit deze rapportage blijkt dat [appellant] op 2 maart 2021 op zijn scooter is weggereden van de politie nadat hem was gevraagd te stoppen. De politie had [appellant] herkend omdat hij eerder, op 18 mei 2020, betrokken was bij drugshandel. De politie is [appellant] achtervolgd, maar moest de achtervolging staken omdat [appellant] op een gevaarlijke wijze deelnam aan het verkeer. Een uur later is [appellant] opnieuw herkend door de politie. Hij is toen weggerend van de politie en is een tuin in gevlucht. In de tussentijd heeft [appellant] zich van een tas ontdaan, waarin zich later drugs bleken te bevinden. [appellant] is aangehouden en heeft aan de politie verklaard dat de drugs voor vrienden bedoeld waren.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2297
Datum uitspraak
21 mei 2025
  • Hoger beroep
  • Drugs
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202303614/1/A3

202303760/1/A2

Bij besluit van 12 augustus 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Utrecht [appellante] een bestuurlijke boete opgelegd van € 12.500,00 wegens overtreding van de Wet kinderopvang. [appellante] is houder van verschillende kinderopvangverblijven. Eén van de kinderdagverblijven is [naam], gehuisvest in de [locatie] in Utrecht. Op 3 december 2019 heeft een toezichthouder van de gemeente Utrecht een onaangekondigd nader onderzoek uitgevoerd bij het kinderdagverblijf. De bevindingen hiervan zijn neergelegd in het inspectierapport van 20 januari 2020. In het inspectierapport staat dat [appellante] niet voldoet aan alle eisen van de Wko. Het college heeft [appellante] daarom een bestuurlijke boete van € 12.500,00 en vier lasten onder dwangsom opgelegd. Op 5 oktober 2020 hebben toezichthouders van de gemeente Utrecht tijdens een onaangekondigd nader onderzoek opnieuw overtredingen van de Wko geconstateerd. De bevindingen van dit onderzoek zijn neergelegd in het inspectierapport van 3 december 2020. Het college is daarom overgegaan tot invordering van de door [appellante] verbeurde dwangsommen van € 9.000,00.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2322
Datum uitspraak
21 mei 2025
  • Hoger beroep
  • Boete
  • uitspraakin de zaak202303760/1/A2

202303901/1/R2

Bij besluit van 13 april 2023 heeft de raad van de gemeente Gemert-Bakel het bestemmingsplan "Proeftuin Elsendorp" vastgesteld. [appellant] heeft een pluimveebedrijf. Ten zuiden van zijn bedrijf ligt Naturistisch Recreatiepark Elsendorp. Het bestreden besluit is een bestemmingsplan met verbrede reikwijdte voor het buitengebied rondom Elsendorp in de gemeente Gemert-Bakel. [appellant] stelt overlast te ondervinden van dit recreatiepark. Hij verzet zich tegen het bestemmingsplan, voor zover dit ruimte biedt aan het recreatiepark om uit te breiden rondom zijn bedrijf, in het bijzonder op twee percelen ten westen van zijn bedrijf.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2298
Datum uitspraak
21 mei 2025
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • RO - Noord-Brabant
  • uitspraakin de zaak202303901/1/R2

202304025/1/A3

Bij besluit van 18 juli 2022 heeft de minister van Infrastructuur en Waterstaat het door [appellante] daartegen gemaakte bezwaar gegrond verklaard en de boete voor twee overtredingen ingetrokken. De minister heeft bij het besluit van 9 september 2020 aan [appellante] een bestuurlijke boete opgelegd van € 62.250,00 wegens overtreding van artikel 4:3, eerste lid, van de Arbeidstijdenwet. Uit een door de Inspectie Leefomgeving en Transport opgesteld boeterapport van 11 september 2019 volgt dat [appellante] geen deugdelijke registratie van de arbeids- en rusttijden heeft bijgehouden. Op 20 juni 2022 heeft ILT een aanvullend boeterapport uitgebracht. De minister heeft over de controleperiode van 1 oktober 2019 tot en met 28 oktober 2018 zeventien overtredingen geconstateerd en daarvoor een gemaximeerde boete opgelegd. De minister heeft bij het besluit van 18 juli 2022 de boete voor twee overtredingen ingetrokken, en de gemaximeerde boete van € 62.250,00 gehandhaafd. [appellante] betoogt verder dat de boete gelet op de omstandigheden verder gematigd had moeten worden.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2303
Datum uitspraak
21 mei 2025
  • Hoger beroep
  • Boete
  • uitspraakin de zaak202304025/1/A3

202304039/1/A3

Bij besluit van 14 juli 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Veere geen gevolg gegeven aan de aangifte van [appellant sub 1] tot wijziging van haar woonadres in de basis registratie personen. [appellant sub 1] is eigenaar van de woning aan de [locatie 1]. Deze woning grenst met de achtertuin aan de achtertuin van de woning in de [locatie 2], waar haar ouders wonen. Bij besluit van 27 maart 2018 heeft het college [appellant sub 1] een last onder dwangsom opgelegd wegens het laten gebruiken van de woning aan de [locatie 1] voor recreatieve doeleinden en het laten gebruiken van het bijgebouw bij deze woning voor recreatief nachtverblijf zonder dat de woning permanent wordt bewoond. Hierbij is vastgesteld dat [appellant sub 1] zelf woont in de [locatie 2] in de woning van haar ouders. Dit heeft geleid tot het verbeuren van dwangsommen, omdat uit controles van de woning bleek dat deze verhuur ook na het opleggen van de last werd voortgezet. De feiten en omstandigheden in die zaak staan inmiddels onherroepelijk vast (zie de uitspraak van de Afdeling van 14 april 2021, ECLI:NL:RVS:2021:769).

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2291
Datum uitspraak
21 mei 2025
  • Hoger beroep
  • Basisregistratie
  • uitspraakin de zaak202304039/1/A3

202304608/1/A3

Bij besluit van 12 maart 2021 heeft de burgemeester van Apeldoorn [appellant] een last onder dwangsom opgelegd voor het overtreden van artikel 2:74 van de Algemene plaatselijke verordening gemeente Apeldoorn 2014. De burgemeester heeft aan [appellant] een last onder dwangsom opgelegd van € 20.000,00 voor het overtreden van artikel 2:74 van de APV. Op grond van deze bepaling is het verboden om op of aan de weg post te vatten of zich daar heen en weer te bewegen met het kennelijke doel drugs aan te bieden of daarbij te bemiddelen. De last houdt in dat [appellant] de dwangsom verbeurt als hij artikel 2:74 van de APV opnieuw overtreedt. Aan zijn besluit heeft de burgemeester meerdere bestuurlijke rapportages ten grondslag gelegd. Volgens de rapportage van 15 februari 2021 blijkt uit politieonderzoek dat [appellant] betrokken was bij drugshandel op straat. Uit de rapportage van 20 mei 2021 blijkt dat in de woning van [appellant] substantiële hoeveelheden als harddrugs geïdentificeerde stoffen zijn gevonden. Uit de rapportages van 18 november 2021 en 7 december 2021 blijkt dat [appellant] weer actief was in drugshandel op straat.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2301
Datum uitspraak
21 mei 2025
  • Hoger beroep
  • Drugs
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202304608/1/A3

202304866/1/A3

Bij besluit van 6 juli 2021 heeft de de minister van Defensie de verklaring van geen bezwaar van [appellant] ingetrokken. [appellant] werkt sinds 2003 als tolk Russisch — Nederlands, onder meer als operationeel tolk bij de repatriëringsmissie na het neerhalen van de vlucht MH-17, waarvoor hij een veteranen-status heeft ontvangen. In 2009 is [appellant] aangesteld als reserveofficier. In de periode 2003-2019 is [appellant] door Defensie ongeveer 60 keer ingezet in Russischtalige landen voor oefeningen, wapenbeheersingsinspecties en overige werkzaamheden. [appellant] is in 2013 begonnen als stafofficier bij Bureau Reservisten en Samenleving, onderdeel van de Directie Aansturing Operationele Gereedheid bij Defensie. Daarna is hij doorgegroeid als plaatsvervangend hoofd van het Bureau. [appellant] heeft voor zijn werkzaamheden een VGB op veiligheidsmachtigingsniveau B nodig. Met het besluit van 19 januari 2022 is de minister bij zijn besluit gebleven om de VGB op vmn B van [appellant] in te trekken. [appellant] is het hier niet mee eens.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2147
Datum uitspraak
21 mei 2025
  • Tussenuitspraak/bestuurlijke lus
  • Hoger Beroep - Overige
  • uitspraakin de zaak202304866/1/A3

202305688/1/A2

Bij besluit van 27 september 2022 heeft woningcorporatie Zayaz namens het college van burgemeester en wethouders van 's-Hertogenbosch, appellant, een aanvraag van [wederpartij] om een huisvestingsvergunning afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2278
Datum uitspraak
21 mei 2025
  • Hoger beroep
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202305688/1/A2

202306210/1/A3

Bij besluit van 30 december 2020 heeft de minister van Infrastructuur en Waterstaat aan [appellante] een bestuurlijke boete opgelegd van € 20.750,00. De minister heeft de bestuurlijke boete opgelegd wegens overtreding van artikel 4:3, eerste lid, van de Arbeidstijdenwet. Uit een door de Inspectie Leefomgeving en Transport opgesteld boeterapport van 29 oktober 2019 volgt dat [appellante] van twee werknemers in de controleperiode van 3 december 2019 tot 30 december 2019 geen deugdelijke registratie van de arbeids- en rusttijden heeft bijgehouden. Voor verschillende dagen ontbraken de zogenoemde M-bestanden (van de tachograaf) en C-bestanden (van de bestuurderskaart). De minister heeft 21 overtredingen geconstateerd en daarvoor voormelde boete opgelegd. De rechtbank heeft geoordeeld dat de boete terecht is opgelegd omdat sprake is van meerdere overtredingen en de boete niet onevenredig hoog is. De rechtbank heeft de boete wegens overschrijding van de redelijke termijn met 20% wel gematigd tot een bedrag van € 16.600,00.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2293
Datum uitspraak
21 mei 2025
  • Hoger beroep
  • Boete
  • uitspraakin de zaak202306210/1/A3

202306409/1/A2

Bij besluiten van 9 maart 2022 heeft Dienst Toeslagen de huurtoeslag van [appellante] voor de jaren 2017, 2018 en 2019 definitief vastgesteld op nihil. Bij besluit van 22 augustus 2022 heeft Dienst Toeslagen de door [appellante] daartegen gemaakte bezwaren ongegrond verklaard. Bij uitspraak van 1 september 2023 heeft de rechtbank het door [appellante] daartegen ingestelde beroep ongegrond verklaard. Tegen deze uitspraak heeft [appellante] hoger beroep ingesteld. De Dienst Toeslagen heeft een schriftelijke uiteenzetting gegeven. [appellante] heeft in 2016 een aanvraag om huurtoeslag ingediend bij de Dienst Toeslagen. Haar zoon, dochter en moeder staan ingeschreven in de Basisregistratie personen op het woonadres van [appellante]. De moeder van [appellante] is op 6 november 2019 overleden. De Dienst Toeslagen heeft op 9 maart 2022 de huurtoeslag van [appellante] voor de jaren 2017, 2018 en 2019 definitief vastgesteld op nihil. Daarbij is de dienst uitgegaan van een gezamenlijk toetsingsinkomen in 2017 van € 66.872,00 voor de periode 1 januari 2017 tot en met 31 augustus 2017 en € 68.786,00 voor de periode 1 september 2017 tot en met 31 december 2017.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2321
Datum uitspraak
21 mei 2025
  • Hoger beroep
  • Geld
  • uitspraakin de zaak202306409/1/A2

202306601/1/A2

Bij besluit van 5 juli 2021 heeft het college van gedeputeerde staten van Zuid-Holland, voor zover thans van belang, aan [appellante sub 1] een tegemoetkoming in planschade toegekend van € 125.897,-, exclusief wettelijke rente. De vennoten van [appellante sub 1] hebben het eigendom van het perceel aan de [locatie 1] op 15 maart 1995 verkregen. Op 19 december 2006 hebben zij het eigendom verkregen van het perceel aan de [locatie 2]. [appellante sub 1] exploiteerde ten tijde van belang een hotel, restaurant en café aan de [locatie 1] en de [locatie 2]. Op beide percelen rust zowel de bestemming ‘Wonen’ als de bestemming ‘Horeca tot en met horecacategorie 2’. De rechtbank heeft overwogen dat Thorbecke de geluidsbelasting van het oude planologische regime onvoldoende inzichtelijk heeft gemaakt, waardoor ook de door haar gestelde toename van de geluidsbelasting onvoldoende inzichtelijk is. Bovendien heeft Thorbecke niet inzichtelijk gemaakt wat onder het nieuwe planologische regime de gecumuleerde geluidsbelasting van de windturbines en de andere, reeds bestaande, geluidsbronnen is.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2314
Datum uitspraak
21 mei 2025
  • Hoger beroep
  • Schadevergoeding
  • uitspraakin de zaak202306601/1/A2

202306606/1/A2

Bij besluit van 27 augustus 2020 heeft het college van gedeputeerde staten van Zuid-Holland het verzoek van [wederpartij] om een tegemoetkoming in door hem geleden planschade afgewezen. Bij brief van 19 februari 2020 heeft [wederpartij] het college verzocht om een tegemoetkoming in planschade die hij stelt te hebben geleden als gevolg van het provinciaal inpassingsplan "Windpark Spui", dat op 7 november 2016 in werking is getreden en op 17 januari 2018 onherroepelijk is geworden. Met dit plan is de oprichting van windpark Spui, bestaande uit vijf in een lijnopstelling staande windturbines, mogelijk gemaakt langs het Spui, ten oosten van Nieuw-Beijerland en ten noorden van Piershil. De maximale bouwhoogte van de windturbines is 140 meter en de rotordiameter is maximaal 136 meter (de tiphoogte is dus maximaal 208 meter). De dichtstbijzijnde windturbine is gelegen op circa 620 meter van de woning. Volgens [wederpartij] leidt het windpark tot geluidhinder en horizonvervuiling en is zijn woning slechter te verkopen. De geleden planschade bedraagt volgens [wederpartij] € 70.000,-.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2318
Datum uitspraak
21 mei 2025
  • Hoger beroep
  • Schadevergoeding
  • uitspraakin de zaak202306606/1/A2

202306608/1/A2

Bij besluit van 30 maart 2021 heeft het college van gedeputeerde staten van Zuid-Holland het verzoek van [wederpartij] om een tegemoetkoming in door hem geleden planschade afgewezen. Bij brief van 19 mei 2020 heeft [wederpartij] het college verzocht om een tegemoetkoming in planschade die hij stelt te hebben geleden als gevolg van het provinciaal inpassingsplan "Windpark Spui", dat op 7 november 2016 in werking is getreden en op 17 januari 2018 onherroepelijk is geworden. Met dit plan is de oprichting van windpark Spui, bestaande uit vijf in een lijnopstelling staande windturbines, mogelijk gemaakt langs het Spui, ten oosten van Nieuw-Beijerland en ten noorden van Piershil. De maximale bouwhoogte van de windturbines is 140 meter en de rotordiameter is maximaal 136 meter (de tiphoogte is dus maximaal 208 meter). De dichtstbijzijnde windturbine is gelegen op circa 525 meter van de woning. Volgens [wederpartij] leidt het windpark tot geluidhinder, slagschaduw en lichtschittering in zijn woning. Bovendien worden het uitzicht en de situeringswaarde van zijn woning aangetast door het windpark. De omvang van de geleden planschade is volgens [wederpartij] € 35.000,-.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2319
Datum uitspraak
21 mei 2025
  • Hoger beroep
  • Schadevergoeding
  • uitspraakin de zaak202306608/1/A2

202306611/1/A2

Bij besluit van 30 maart 2021 heeft het college van gedeputeerde staten van Zuid-Holland het verzoek van [wederpartij] om een tegemoetkoming in door hem geleden planschade afgewezen. Bij brief van 11 mei 2020 heeft [wederpartij] het college verzocht om een tegemoetkoming in planschade die hij stelt te hebben geleden als gevolg van het provinciaal inpassingsplan "Windpark Spui", dat op 7 november 2016 in werking is getreden en op 17 januari 2018 onherroepelijk is geworden. Met dit plan is de oprichting van windpark Spui, bestaande uit vijf in een lijnopstelling staande windturbines, mogelijk gemaakt langs het Spui, ten oosten van Nieuw-Beijerland en ten noorden van Piershil. De maximale bouwhoogte van de windturbines is 140 meter en de rotordiameter is maximaal 136 meter (de tiphoogte is dus maximaal 208 meter). De dichtstbijzijnde windturbine is gelegen op circa 550 meter van de woning. Volgens [wederpartij] leidt het windpark tot geluidhinder, slagschaduw en lichtschittering in zijn woning. Bovendien worden het uitzicht en de situeringswaarde van zijn woning aangetast door het windpark. De omvang van de geleden planschade is volgens [wederpartij] € 27.000,-.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2312
Datum uitspraak
21 mei 2025
  • Hoger beroep
  • Schadevergoeding
  • uitspraakin de zaak202306611/1/A2

202306614/1/A2

Bij besluit van 29 september 2020, aangevuld bij besluit van 5 november 2020 heeft het college van gedeputeerde staten van Zuid-Holland, voor zover thans van belang, [wederpartij] een tegemoetkoming in planschade toegekend van € 2.900,-, exclusief wettelijke rente. Bij brief van 30 januari 2020 heeft [wederpartij] het college verzocht om een tegemoetkoming in planschade die hij stelt te hebben geleden als gevolg van het provinciaal inpassingsplan "Windpark Spui", dat op 7 november 2016 in werking is getreden en op 17 januari 2018 onherroepelijk is geworden. Met dit plan is de oprichting van windpark Spui, bestaande uit vijf in een lijnopstelling staande windturbines, mogelijk gemaakt langs het Spui, ten oosten van Nieuw-Beijerland en ten noorden van Piershil. De maximale bouwhoogte van de windturbines is 140 meter en de rotordiameter is maximaal 136 meter (de tiphoogte is dus maximaal 208 meter). De dichtstbijzijnde windturbine is gelegen op circa 730 meter van de woning. Volgens [wederpartij] is de waarde van zijn woning met € 100.000,- verminderd als gevolg van het windpark, omdat het uitzicht is aangetast en hij veel last heeft van geluidhinder.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2311
Datum uitspraak
21 mei 2025
  • Hoger beroep
  • Schadevergoeding
  • uitspraakin de zaak202306614/1/A2

202306617/1/A2

Bij besluit van 30 juli 2020 heeft het college van gedeputeerde staten van Zuid-Holland, voor zover thans van belang, aan [wederpartij] een tegemoetkoming in planschade toegekend van € 17.900,-, exclusief wettelijke rente. Bij brief van 13 februari 2020 heeft [wederpartij] het college verzocht om een tegemoetkoming in planschade die hij stelt te hebben geleden als gevolg van het provinciaal inpassingsplan "Windpark Spui", dat op 7 november 2016 in werking is getreden en op 17 januari 2018 onherroepelijk is geworden. Met dit plan is de oprichting van windpark Spui, bestaande uit vijf in een lijnopstelling staande windturbines, mogelijk gemaakt langs het Spui, ten oosten van Nieuw-Beijerland en ten noorden van Piershil. De maximale bouwhoogte van de windturbines is 140 meter en de rotordiameter is maximaal 136 meter (de tiphoogte is dus maximaal 208 meter). De dichtstbijzijnde windturbine is gelegen op circa 560 meter van de woning. Volgens [wederpartij] leidt het windpark tot geluidhinder in en rond de woning. Bovendien worden het uitzicht en de situeringswaarde van zijn woning aangetast door het windpark.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2317
Datum uitspraak
21 mei 2025
  • Hoger beroep
  • Schadevergoeding
  • uitspraakin de zaak202306617/1/A2

202306619/1/A2

Bij besluit van 30 maart 2021 heeft het college van gedeputeerde staten van Zuid-Holland, voor zover thans van belang, aan [wederpartij] een tegemoetkoming in planschade toegekend van € 3.050,-, exclusief wettelijke rente. Bij brief van 23 april 2020 heeft [wederpartij] het college verzocht om een tegemoetkoming in planschade die hij stelt te hebben geleden als gevolg van het provinciaal inpassingsplan "Windpark Spui", dat op 7 november 2016 in werking is getreden en op 17 januari 2018 onherroepelijk is geworden. Met dit plan is de oprichting van windpark Spui, bestaande uit vijf in een lijnopstelling staande windturbines, mogelijk gemaakt langs het Spui, ten oosten van Nieuw-Beijerland en ten noorden van Piershil. De maximale bouwhoogte van de windturbines is 140 meter en de rotordiameter is maximaal 136 meter (de tiphoogte is dus maximaal 208 meter). De dichtstbijzijnde windturbine is gelegen op circa 620 meter van de woning. Volgens [wederpartij] leidt het windpark tot geluidhinder in zijn woning, in de tuin en op het dakterras. Bovendien worden het uitzicht en de situeringswaarde van zijn woning aangetast door het windpark.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2320
Datum uitspraak
21 mei 2025
  • Hoger beroep
  • Schadevergoeding
  • uitspraakin de zaak202306619/1/A2

202306621/1/A2

Bij besluit van 20 juli 2021 heeft het college van gedeputeerde staten van Zuid-Holland [appellant sub 1] een tegemoetkoming in planschade toegekend van € 27.800,-, exclusief wettelijke rente ter hoogte van € 360,89. Bij brief van 26 november 2020 heeft [appellant sub 1] het college verzocht om een tegemoetkoming in planschade die hij stelt te hebben geleden als gevolg van het provinciaal inpassingsplan "Windpark Spui", dat op 7 november 2016 in werking is getreden en op 17 januari 2018 onherroepelijk is geworden. Met dit plan is de oprichting van windpark Spui, bestaande uit vijf in een lijnopstelling staande windturbines, mogelijk gemaakt langs het Spui, ten oosten van Nieuw-Beijerland en ten noorden van Piershil. De maximale bouwhoogte van de windturbines is 140 meter en de rotordiameter is maximaal 136 meter (de tiphoogte is dus maximaal 208 meter). De dichtstbijzijnde windturbine is gelegen op circa 390 meter van de woning. Volgens [appellant sub 1] leidt het windpark tot geluidhinder in zijn woning, waardoor zijn slaap wordt verstoord.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2136
Datum uitspraak
21 mei 2025
  • Hoger beroep
  • Schadevergoeding
  • uitspraakin de zaak202306621/1/A2

202307137/1/A3

Bij besluit van 31 maart 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders van Delft de nummeraanduiding [locatie 1] te Delft ingetrokken. De panden aan de [locatie 2] in Delft waren ten tijde in geding in eigendom van [appellante]. In 1996 is een vergunning verleend voor het samenvoegen van deze panden door middel van muurdoorbraken. Volgens het college van burgemeester en wethouders van Delft is er door deze samenvoeging één verblijfsobject ontstaan en is hij op grond van artikel 6 van de Wet Basisregistratie Adressen en Gebouwen (hierna: Wet Bag) en artikel 3, tweede en vierde lid, van de Verordening naamgeving en nummering (adressen) Delft 2022 (hierna: Verordening) verplicht om de nummeraanduiding in te trekken. Daarom heeft het college de nummeraanduiding [locatie 1] in Delft ingetrokken. [appellante] is het daar niet mee eens. Zij meent dat het pand de oude nummeraanduiding moet behouden en dat het college ten onrechte tot intrekking is overgegaan.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2279
Datum uitspraak
21 mei 2025
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Overige
  • uitspraakin de zaak202307137/1/A3
vorige pagina1...373839...1.227volgende pagina

Facetten
Gepubliceerd
  • Uitspraken uit
Type uitspraak
Proceduresoort
Rechtsgebied
Bevat

Raad van State

De Raad van State is onafhankelijk adviseur van regering en parlement over wetgeving en bestuur en hoogste algemene bestuursrechter van het land.

  • Meer over ons
  • Vacatures

Contact

De Raad van State bevindt zich in het centrum van Den Haag. Wilt u in contact komen met ons of wilt u ons bezoeken voor een zitting?

  • Telefoon
  • Locatie en route
  • Post en e-mail
  • Digitaal procederen
  • Wet open overheid
  • Nieuwe zaak starten

Altijd op de hoogte

Ontvang ons nieuws via de abonnementenservice in uw mailbox. Op de hoogte gehouden worden over uitspraken die gedaan worden in bepaalde zaken? Meld u dan aan voor de e-mailservice. Of bekijk de voortgang van een bepaalde procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

  • Abonnementenservice
  • E-mailservice uitspraken
  • Voortgang procedure
  • Aanvragen oude uitspraken

Toegankelijkheid | Privacy | Cookiebeleid

Volg ons

  • Bluesky
  • LinkedIn
  • Instagram
  • Mastodon