Ga naar de inhoud
(naar homepage)
lees voor
Direct naar
  • en (Information in English)
  • de (Deutsche Informationen)
  • fr (Informations en français)
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
  • Actueel
    • Nieuws
    • Zittingsagenda
    • Persagenda
    • Evenementen
    • Piet Hein Donner Scriptieprijs
  • Adviezen
  • Uitspraken
  • Publicaties
    • Brochures
    • Studies en onderzoeken
    • Regelingen
    • Consultaties
    • Jaarverslagen
    • Toespraken vice-president
  • Over ons
    • Raad van State in het kort
    • Organisatie
    • Advisering
    • Bestuursrechtspraak
    • Begrotingstoezicht
    • Toetsing Klimaatwet
    • Geschiedenis
    • Raad van State in beeld
  • Zoeken
  • en
  • de
  • fr
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
Zoeken

  1. Home ›
  2. Uitspraken

Uitspraken

De Afdeling bestuursrechtspraak toetst of de overheid het recht goed heeft toegepast bij het nemen van een besluit. In dit onderdeel vindt u alle uitspraken die de Raad van State op zijn website publiceert. Meer informatie over de taak van de Afdeling bestuursrechtspraak vindt u in de rubriek Bestuursrechtspraak.


aantal resultaten: 122.629
aantal resultaten per pagina

Toon overzicht van de actuele uitspraken:

  • Hoofdzaken
  • Voorlopige voorzieningen
  • Interessant voor de media

202406213/1/R1

Bij besluit van 8 juni 2023 heeft het college van burgemeester en wethouders van Heerlen gedeeltelijk en onder voorwaarden ingestemd met de door [appellant] op 20 oktober 2022 ingediende resultaten van een grondwatermonitoring. [appellant] heeft een bodemsanering uitgevoerd op zijn perceel dat kadastraal bekend staat als Heerlen, sectie V, nummer 2667. Met het besluit van 8 juni 2023 heeft het college voorwaardelijk ingestemd met het saneringsverslag en [appellant] opgedragen een nadere grondwatermonitoring uit te voeren. Op 29 juli 2024 heeft [appellant] de resultaten van die monitoring ingediend bij het college en verzocht om alsnog onvoorwaardelijk in te stemmen met het saneringsverslag. Het college heeft dit verzoek bij brief van 22 augustus 2024 buiten behandeling gesteld. Dit moet zo worden begrepen dat het college het verzoek heeft afgewezen. Het college heeft daartoe besloten, omdat de bemonstering van peilbuizen GX8 en GX9 niet is meegenomen in de op 29 juli 2024 ingediende resultaten. [appellant] kan zich daarmee niet verenigen. Volgens hem maken de hiervoor genoemde peilbuizen geen onderdeel uit van het saneringsplan waarmee is ingestemd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2545
Datum uitspraak
4 juni 2025
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Bodembescherming
  • uitspraakin de zaak202406213/1/R1

202500006/1/A2

Bij beslissing van 20 augustus 2024 heeft de Centrale Studenten Administratie namens het college van bestuur van Hogeschool Inholland vastgesteld dat [appellante] niet voldoet aan de voor haar geldende studienorm en hiervoor geen verschoonbare redenen bekend zijn, en haar medegedeeld dat de Immigratie- en Naturalisatiedienst hierover zal worden ingelicht. [appellante] is in september 2019 begonnen met de opleiding aan de Hogeschool Inholland. Als internationale student moet [appellante] ieder studiejaar in verband met haar verblijfsvergunning voldoen aan de studienorm op basis van de Wet modern migratiebeleid, ook wel Momi-studienorm genoemd. Indien een student niet voldoet aan de Momi-studienorm, moet het college dit aan de IND melden, tenzij sprake is van persoonlijke omstandigheden als gevolg waarvan onvoldoende studievoortgang kon worden geboekt. [appellante] heeft in het studiejaar 2023-2024 in het totaal 9 studiepunten behaald, terwijl de norm die voor haar geldt 30 studiepunten is.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2535
Datum uitspraak
4 juni 2025
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Studentenzaken
  • uitspraakin de zaak202500006/1/A2

202500988/1/A2

Bij besluit van 8 oktober 2024 heeft de opleiding M-GEO van de Universiteit Twente een verzoek van [appellant] om restitutie dan wel kwijtschelding van een gedeelte van het collegegeld afgewezen. [appellant] heeft in de studiejaren 2020-2021 en 2021-2022 deelgenomen aan de post-initiële opleiding Master of Geo-Information Science and Earth Oberservation aan de Universiteit Twente. Hij heeft deze opleiding niet binnen de nominale studieduur afgerond en moest nog een masteronderzoek doen. In november 2022 kwalificeerde [appellant] niet voor de afstudeerfase M-GEO. Vervolgens is hij overgestapt naar het Postgraduate Diploma programme. Na afronding van deze opleiding is hij per 31 maart 2023 uitgeschreven als student en per 20 april 2023 afgemeld bij de Immigratie- en Naturalisatiedienst. [appellant] heeft zich voor het studiejaar 2023-2024 aangemeld voor de opleiding M-GEO om het masteronderzoek te doen. Het instellingscollegegeld bedroeg € 16.750,00.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2522
Datum uitspraak
4 juni 2025
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • Studentenzaken
  • uitspraakin de zaak202500988/1/A2

202307295/1/V3

Bij besluit van 16 juni 2021 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van referent om betrokkenen een machtiging tot voorlopig verblijf (hierna: een mvv) te verlenen, afgewezen. Bij besluit van 18 april 2023 heeft de staatssecretaris het daartegen door referent gemaakte bezwaar ongegrond verklaard. Bij uitspraak van 31 oktober 2023 heeft de rechtbank het daartegen door referent en betrokkenen ingestelde beroep gegrond verklaard, dat besluit vernietigd en bepaald dat de staatssecretaris een nieuw besluit op het gemaakte bezwaar neemt met inachtneming van de uitspraak.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2491
Datum uitspraak
3 juni 2025
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaak202307295/1/V3

202403939/1/V2

Bij besluit van 9 mei 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen. Bij uitspraak van 20 juni 2024 heeft de rechtbank het daartegen door appellant ingestelde beroep ongegrond verklaard. Tegen deze uitspraak heeft appellant, vertegenwoordigd door mr. M.E. Muller, advocaat in Gouda, hoger beroep ingesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2496
Datum uitspraak
3 juni 2025
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202403939/1/V2

202403941/1/V2

Bij besluit van 9 mei 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen. Bij uitspraak van 20 juni 2024 heeft de rechtbank het daartegen door appellant ingestelde beroep ongegrond verklaard. Tegen deze uitspraak heeft appellant, vertegenwoordigd door mr. M.E. Muller, advocaat in Gouda, hoger beroep ingesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2498
Datum uitspraak
3 juni 2025
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202403941/1/V2

202407035/1/V2

Bij besluit van 8 juli 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van betrokkene om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen. Bij uitspraak van 13 november 2024 heeft de rechtbank het daartegen door betrokkene ingestelde beroep gegrond verklaard, dat besluit vernietigd en bepaald dat de minister een nieuw besluit op de aanvraag neemt met inachtneming van de uitspraak.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2495
Datum uitspraak
3 juni 2025
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202407035/1/V2

202407433/3/R2

Bij besluit van 24 september 2024 heeft de raad van de gemeente Reusel-De Mierden het bestemmingsplan "Buitengebied 2023" gewijzigd vastgesteld. Met het plan wordt het planologisch regime voor het buitengebied van de gemeente Reusel-De Mierden geactualiseerd. Daarnaast voorziet het plan voor de bestemming "Wonen" in een verruiming van de maximaal toegestane oppervlakte voor bijbehorende bouwwerken van 100 m2 naar 150 m2, en op bouwpercelen groter dan 1.000 m2 naar 200 m2. Op basis van deze verruiming is een omgevingsvergunning verleend voor het bouwen van een garage van 156 m2 op het perceel [locatie 1] in Reusel. [verzoeker] woont aan [locatie 2], welk perceel direct grenst aan [locatie 1]. [verzoeker] is het niet eens met de verruiming. Om te voorkomen dat in de bezwaarprocedure over de omgevingsvergunning getoetst wordt aan het bestemmingsplan "Buitengebied 2023" heeft hij de voorzieningenrechter verzocht de voorlopige voorziening te treffen dat het bestemmingsplan wordt geschorst, voor zover het de bouw van de vergunde garage mogelijk maakt, totdat de Afdeling op het beroep heeft beslist.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2481
Datum uitspraak
3 juni 2025
  • Voorlopige voorziening
  • RO - Noord-Brabant
  • uitspraakin de zaak202407433/3/R2

202501661/1/V1

Bij besluit van 13 april 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van appellant om haar een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd te verlenen, ingewilligd. Bij besluit van 31 augustus 2023 heeft de staatssecretaris het daartegen door appellant gemaakte bezwaar ongegrond verklaard. Bij uitspraak van 7 maart 2025 heeft de rechtbank het daartegen door appellant ingestelde beroep ongegrond verklaard.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2493
Datum uitspraak
3 juni 2025
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaak202501661/1/V1

202502639/1/V3 en 202502639/2/V3.

Bij besluit van 30 april 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van appellant om haar een EU-verblijfsvergunning voor langdurig ingezetenen te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2497
Datum uitspraak
3 juni 2025
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202502639/1/V3 en 202502639/2/V3.

202502742/1/V2

Bij besluit van 21 maart 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen. Bij uitspraak van 14 mei 2025 heeft de rechtbank het daartegen door appellant ingestelde beroep ongegrond verklaard. Tegen deze uitspraak heeft appellant, vertegenwoordigd door mr. E.C. Kaptein, advocaat in Amsterdam, hoger beroep ingesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2492
Datum uitspraak
3 juni 2025
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202502742/1/V2

202502826/1/V2 en 202502826/2/V2

Bij besluit van 7 januari 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2494
Datum uitspraak
3 juni 2025
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202502826/1/V2 en 202502826/2/V2

202502958/1/V1 en 202502958/2/V1

Bij besluit van 9 juli 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van appellant om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, opnieuw afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2505
Datum uitspraak
3 juni 2025
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202502958/1/V1 en 202502958/2/V1

202304098/1/V1

Betrokkene heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op een aanvraag om haar een machtiging tot voorlopig verblijf (hierna: mvv) te verlenen. Bij uitspraak van 5 juni 2023 heeft de rechtbank het beroep gegrond verklaard en bepaald dat de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid binnen twee weken na de dag van verzending van de uitspraak alsnog een besluit op de aanvraag bekendmaakt en aan betrokkene een dwangsom verbeurt van € 100,00 voor elke dag dat hij die termijn overschrijdt, met een maximum van € 7.500,00.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2490
Datum uitspraak
2 juni 2025
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaak202304098/1/V1

202304241/1/V2

Bij besluit van 12 augustus 2021 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de aan betrokkene verleende verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd ingetrokken en de aanvraag om verlenging van de geldigheidsduur van die verblijfsvergunning afgewezen. Bij besluit van 18 november 2022 heeft de staatssecretaris het daartegen door betrokkene gemaakte bezwaar opnieuw ongegrond verklaard.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2488
Datum uitspraak
2 juni 2025
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaak202304241/1/V2

202307396/1/V2

Bij besluit van 16 oktober 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen. Bij uitspraak van 24 november 2023 heeft de rechtbank het daartegen door appellant ingestelde beroep ongegrond verklaard. Tegen deze uitspraak heeft appellant, vertegenwoordigd door mr. A.S. Sewman, advocaat in Lemmer, hoger beroep ingesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2489
Datum uitspraak
2 juni 2025
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202307396/1/V2

202402268/1/V3

Bij besluit van 22 december 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag om appellant een machtiging tot voorlopig verblijf te verlenen, afgewezen. Bij besluit van 23 oktober 2023 heeft de staatssecretaris het daartegen door appellant gemaakte bezwaar ongegrond verklaard. Bij uitspraak van 14 maart 2024 heeft de rechtbank het daartegen door appellant ingestelde beroep ongegrond verklaard.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2500
Datum uitspraak
2 juni 2025
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaak202402268/1/V3

202407987/1/V3 en 202407987/2/V3

Bij besluit van 30 juli 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet-ontvankelijk verklaard.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2501
Datum uitspraak
2 juni 2025
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202407987/1/V3 en 202407987/2/V3

202502296/1/V1

Bij besluit van 22 maart 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van appellant om wijziging van de beperking van een aan haar verleende verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd afgewezen. Bij besluit van 19 oktober 2023 heeft de staatssecretaris het daartegen door appellant gemaakte bezwaar ongegrond verklaard. Bij uitspraak van 21 maart 2025 heeft de rechtbank het daartegen door appellant ingestelde beroep ongegrond verklaard.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2486
Datum uitspraak
2 juni 2025
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaak202502296/1/V1

202502668/2/V2

Bij besluit van 20 augustus 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van verzoeker om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen. Bij uitspraak van 2 mei 2025 heeft de rechtbank het daartegen door verzoeker ingestelde beroep ongegrond verklaard. Tegen deze uitspraak heeft verzoeker hoger beroep ingesteld. Ook heeft hij de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2499
Datum uitspraak
2 juni 2025
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202502668/2/V2

202502861/2/V2

Bij besluit van 30 januari 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van verzoeker om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2513
Datum uitspraak
2 juni 2025
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202502861/2/V2

202502899/2/V2

Bij besluit van 31 januari 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van verzoeker om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2514
Datum uitspraak
2 juni 2025
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202502899/2/V2

BRS.25.000629

Bij besluit van 26 augustus 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van verzoeker om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2503
Datum uitspraak
2 juni 2025
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.25.000629

202207084/4/R2

Bij besluit van 21 juli 2022 heeft de raad van de gemeente Roosendaal het bestemmingsplan "Buitengebied Wouw 2020" vastgesteld. Het bestemmingsplan voorziet door middel van een binnenplanse afwijkingsbevoegdheid in de mogelijkheid tot het plaatsen van tijdelijke teeltondersteunende voorzieningen (TTOV) op gronden met de bestemming "Agrarisch met waarden-2". In deze procedure gaat het alleen om de gronden gelegen aan de [locatie] in Wouwse Plantage. [verzoeker] heeft beroepsgronden aangevoerd over de Interim Omgevingsverordening Noord-Brabant, landschappelijke inpassing, struweelvogels, definitiebepalingen en het aspect verdroging en stikstofdepositie uit de passende beoordeling.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2411
Datum uitspraak
28 mei 2025
  • Voorlopige voorziening
  • RO - Noord-Brabant
  • uitspraakin de zaak202207084/4/R2

202306237/1/V1

Bij besluit van 13 oktober 2020 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag om betrokkene een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2416
Datum uitspraak
28 mei 2025
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaak202306237/1/V1

202306523/1/V2

Bij besluit van 6 december 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen. Ook heeft de staatssecretaris ambtshalve geweigerd krachtens artikel 64 van de Vw 2000 te bepalen dat uitzetting van appellant achterwege blijft, geweigerd hem ambtshalve een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd te verlenen en hem opgedragen de Europese Unie binnen vier weken te verlaten.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2422
Datum uitspraak
28 mei 2025
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202306523/1/V2

202402131/1/V2

Bij besluit van 2 december 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van betrokkene om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen. Bij uitspraak van 29 maart 2024 heeft de rechtbank het daartegen door betrokkene ingestelde beroep gegrond verklaard, dat besluit vernietigd en bepaald dat de staatssecretaris een nieuw besluit op de aanvraag neemt met inachtneming van de uitspraak.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2484
Datum uitspraak
28 mei 2025
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202402131/1/V2

202407886/1/V3

Bij besluit van 10 november 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie appellant een vrijheidsontnemende maatregel opgelegd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2421
Datum uitspraak
28 mei 2025
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaak202407886/1/V3

202500215/1/A3 en 202500215/2/A3

Op 21 april 2024 heeft [verzoeker] beroep ingesteld bij de rechtbank Gelderland tegen - naar eigen zeggen - een beslissing van de minister van Justitie en Veiligheid van 17 april 2024. [verzoeker] heeft in 2001 letselschade opgelopen in zijn baan bij het bedrijf Color Neon B.V. als eerste monteur lichtreclame. Omdat hij het niet eens was met de toegekende uitkering op grond van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering en loondoorbetaling door zijn werkgever heeft hij procedures gevoerd. Die hebben vervolgens geleid tot vele andere procedures bij rechtbanken, de Centrale Raad van Beroep, de Hoge Raad en de Afdeling, met op hun beurt verzet-, herzienings- en wrakingsprocedures. De rechtbank heeft zich onbevoegd verklaard. Zij heeft overwogen dat [verzoeker] op de zitting van 7 november 2024 heeft bevestigd dat een besluit van de minister van J&V van 17 april 2024 niet bestaat. [verzoeker] stelt dat de rechtbank hem niet goed heeft begrepen. Hij heeft bij het OM Oost-Nederland een Woo-verzoek ingediend over een aangifte van hem tegen een advocaat die hem in het verleden bijstond in een letselschadeprocedure.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2377
Datum uitspraak
28 mei 2025
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Openbaarheid
  • uitspraakin de zaak202500215/1/A3 en 202500215/2/A3

202501716/3/A2

Bij beslissing van 27 maart 2025 heeft het college van bestuur van de Radboud Universiteit aan [verzoeker] met ingang van die dag voor drie maanden een campus- en onderwijsverbod aan de Radboud Universiteit opgelegd. Bij uitspraak van 8 april 2025 heeft de voorzieningenrechter bij wijze van voorlopige voorziening de beslissing van 27 maart 2025 onder voorwaarden geschorst.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2487
Datum uitspraak
28 mei 2025
  • Voorlopige voorziening
  • Studentenzaken
  • uitspraakin de zaak202501716/3/A2

202501947/1/R4 en 202501947/2/R4

Bij besluit van 6 maart 2023 heeft het college van burgemeester en wethouders van West Maas en Waal aan [vergunninghouder] een omgevingsvergunning verleend voor een bedrijfsverzamelgebouw aan de Veesteeg in Boven-Leeuwen. [vergunninghouder] heeft op 16 juni 2022 een aanvraag om verlening van een omgevingsvergunning ingediend voor een bedrijfsverzamelgebouw op een nog onbebouwd perceel aan de Veesteeg in Boven-Leeuwen. Het bouwplan voor dit bedrijfsverzamelgebouw valt buiten het bouwvlak, dat is opgenomen in het geldende bestemmingsplan "Bedrijventerreinen". Dat bestemmingsplan heeft de raad van de gemeente Maas en Waal bij besluit van 29 januari 2015 vastgesteld. Op grond van het bestemmingsplan is binnen het bouwvlak een bouwwerk met een maximale bouwhoogte tot 20 m en een goothoogte van 7,5 m toegestaan. Dit bouwvlak is gelegen op een afstand van 5 m van het perceel van [verzoekster] en heeft een lengte van ongeveer 104 meter.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2363
Datum uitspraak
28 mei 2025
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Bouwen
  • Project strijd bestemmingsplan
  • uitspraakin de zaak202501947/1/R4 en 202501947/2/R4

202502610/2/V2

Bij besluit van 20 augustus 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van verzoeker om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen. Bij uitspraak van 9 april 2025 heeft de rechtbank het daartegen door verzoeker ingestelde beroep ongegrond verklaard. Tegen deze uitspraak heeft verzoeker hoger beroep ingesteld. Ook heeft hij de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2482
Datum uitspraak
28 mei 2025
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202502610/2/V2

202502649/1/V3 en 202502649/2/V3

Bij besluit van 4 december 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van appellant om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2420
Datum uitspraak
28 mei 2025
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202502649/1/V3 en 202502649/2/V3

202502696/2/V1

Bij besluit van 7 september 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van verzoeker om hem een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2417
Datum uitspraak
28 mei 2025
  • Voorlopige voorziening
  • Regulier
  • uitspraakin de zaak202502696/2/V1

BRS.25.000051

Bij besluit van 9 oktober 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie betrokkene een vrijheidsontnemende maatregel opgelegd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2390
Datum uitspraak
28 mei 2025
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaakBRS.25.000051

BRS.25.000052

Bij besluit van 12 oktober 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie betrokkene een vrijheidsontnemende maatregel opgelegd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2391
Datum uitspraak
28 mei 2025
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaakBRS.25.000052

BRS.25.000403

Bij besluit van 5 februari 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van verzoeker om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2393
Datum uitspraak
28 mei 2025
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.25.000403

BRS.25.000505

Bij besluit van 9 februari 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van betrokkene om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, ingewilligd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2388
Datum uitspraak
28 mei 2025
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.25.000505

202104207/1/R2

Bij besluit van 29 april 2021 heeft de raad het bestemmingsplan "Herijking Nuenen-West" en het gelijknamige exploitatieplan vastgesteld. Het bestemmingsplan is opgesteld op basis van de mogelijkheden die de Chw biedt en is een zogenoemd bestemmingsplan met verbrede reikwijdte. Het plangebied ligt ten westen van het centrum van Nuenen. Het gebied wordt doorkruist door de Europalaan, die Nuenen met Eindhoven verbindt. Voor een groot deel van het plangebied gold het plan "Uitbreidingsplan Nuenen West". Op basis van dat bestemmingsplan rustte op een aanzienlijk deel van de gronden van het plangebied een uit te werken woonbestemming voor zo’n 1.575 woningen. Op dit moment wordt het gebied voornamelijk voor agrarische doeleinden gebruikt, met verspreid over het gebied verschillende woningen. Het plan maakt mogelijk dat binnen het plangebied 1.615 woningen kunnen worden gebouwd. De ontwikkeling van de woonwijk vindt in drie fases plaats. De gronden voor fase 1 hebben de bestemming "Woongebied - 1", de gronden voor fase 2 de bestemming "Woongebied - 2" en de gronden voor fase 3 de bestemming "Woongebied - Uit te werken". Voor gronden met de laatstgenoemde bestemming zal dus, om de daar voorziene woningen te kunnen realiseren, nog een uitwerkingsplan moeten worden vastgesteld. In het plangebied komen verder de bestemmingen "Wonen", "Groen", "Verkeer" en "Gemengd" voor.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2457
Datum uitspraak
28 mei 2025
  • Tussenuitspraak/bestuurlijke lus
  • RO - Noord-Brabant
  • uitspraakin de zaak202104207/1/R2

202105130/1/R4

Bij besluit van 18 september 2018 heeft het college van burgemeester en wethouders van Bronckhorst aan De Wagenschuur B.V. omgevingsvergunning verleend voor het realiseren van een kleinschalig kampeerterrein met maximaal 15 kampeerplaatsen voor tenten op het perceel Spalderkampseweg 3 te Hummelo. De bij besluit van 18 september 2018 verleende omgevingsvergunning voor het realiseren van een kleinschalig kampeerterrein met maximaal 15 kampeerplaatsen voor tenten, is verleend voor de activiteit als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder c, van de Wabo. Het college heeft de omgevingsvergunning verleend met toepassing van artikel 2.12, eerste lid, aanhef en onder a, onder 1º, van de Wabo in samenhang gelezen met artikel 5.6.4 van de planregels van het bestemmingsplan "Landelijk gebied Bronckhorst". [appellant] woont op het perceel [locatie] in Hummelo en is eigenaar van het perceel dat grenst aan het perceel waarop de omgevingsvergunning betrekking heeft. Hij is het niet eens met de uitspraak van de rechtbank van 25 juni 2021.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2429
Datum uitspraak
28 mei 2025
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202105130/1/R4

202200314/2/R3

Bij tussenuitspraak van 18 september 2024 (ECLI:NL:RVS:2024:3756) heeft de Afdeling het college van burgemeester en wethouders van Westerkwartier opgedragen om binnen 12 weken na verzending van de tussenuitspraak het geconstateerde gebrek in het besluit van 25 februari 2021 te herstellen. Stichting MTB-Zuidhorn wil een mountainbikeroute aanleggen die loopt door het Johan Smitpark en het Waterpark. Een deel van de MTB-route loopt over de openbare weg. De Stichting heeft onder meer betoogd dat de MTB-route op twee plekken zal worden aangesloten op de openbare weg, maar dat voor het maken van een uitweg naar die openbare weg geen omgevingsvergunning is verleend. Het college stelde zich in reactie daarop op het standpunt dat de aanvraag van Stichting MTB-Zuidhorn niet ziet op het aanleggen van in- en uitritten. Er worden volgens het college geen nieuwe toegangen tot de parken gemaakt.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2463
Datum uitspraak
28 mei 2025
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202200314/2/R3

202200821/1/A3

Bij besluit van 2 april 2021 heeft de raad van bestuur van het kadaster een verzoek van [appellant A] op grond van de Wet openbaarheid van bestuur afgewezen. [appellant A] heeft op grond van de Wob de raad van bestuur verzocht de volgende documenten openbaar te maken: - de eerste aanmelding voor verkaveling van een perceel in Almere en de overige documenten behorende bij de indeling in bouwkavels; - twee matenplannen; - aantekeningen van de landmeter bij het inmeten van 27 november 2002. Het gaat om documenten die zien op de indeling in bouwkavels in project ‘Bouwexpo 2011/Gewild Wonen’ in Almere. De raad van bestuur heeft het verzoek afgewezen. De eerst gevraagde documenten zijn al openbaar en hoeven daarom niet te worden verstrekt. De matenplannen berusten niet bij het kadaster en kunnen volgens de raad van bestuur dan ook niet openbaar worden gemaakt. De aantekeningen van de landmeter staan op het relaas van bevindingen en dat is ook openbaar, zodat openbaarmaking op grond van de Wob eveneens niet aan de orde is.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2472
Datum uitspraak
28 mei 2025
  • Hoger beroep
  • Openbaarheid
  • uitspraakin de zaak202200821/1/A3

202201490/2/R2

Bij tussenuitspraak van 13 maart 2024, ECLI:NL:RVS:2024:1046, heeft de Afdeling het college van burgemeester en wethouders van Veldhoven opgedragen om binnen 12 weken na verzending van deze uitspraak met inachtneming van hetgeen daarin is overwogen het gebrek in het besluit van 9 maart 2021 te herstellen, zo nodig het besluit te wijzigen dan wel in plaats daarvan een ander besluit te nemen. De Afdeling heeft in de tussenuitspraak onder 9.2 geoordeeld dat de rechtbank niet heeft onderkend dat het besluit van 9 maart 2021 niet op een deugdelijke motivering berust, omdat daarin onvoldoende is gemotiveerd dat er geen aanleiding was om te veronderstellen dat beschermde diersoorten op het perceel aanwezig waren en van een mogelijke verstoring daarvan geen sprake was. De Afdeling heeft geconcludeerd dat het besluit van 9 maart 2021 in strijd met artikel 7:12 van de Algemene wet bestuursrecht is genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2467
Datum uitspraak
28 mei 2025
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202201490/2/R2

202202021/1/R4

Bij besluit van 15 februari 2022 heeft de raad van de gemeente Renswoude het bestemmingsplan "Groot Overeem II" vastgesteld. Groot Overeem is een bedrijventerrein aan de westkant van Renswoude. Met het plan maakt de raad een uitbreiding van het bedrijventerrein mogelijk ten westen van het bestaande bedrijventerrein. Deze gronden hebben in de huidige situatie een agrarische bestemming. De uitbreiding van het bedrijventerrein is gelegen naast de Lunterse Beek, die ook onderdeel is van het plangebied. Lambalgen exploiteert het landgoed Berkhorst, waar onder meer het landgoed Groot Wolfswinkel onderdeel van is. Groot Wolfswinkel ligt ten noordwesten van het plangebied. [appellant sub 2], [appellant sub 3] en [appellant sub 5] en anderen wonen in de omgeving van het plangebied. [appellant sub 4] en anderen exploiteren tegenover het plangebied een veehouderij en wonen daar ook. Zij zijn het allen niet eens met het plan.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2466
Datum uitspraak
28 mei 2025
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • RO - Utrecht
  • uitspraakin de zaak202202021/1/R4

202202635/1/R4

Bij besluit van 11 februari 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Epe geweigerd handhavend op te treden tegen door [appellant] gestelde overtredingen op het perceel [locatie 1] te Epe (hierna: het perceel). [partij] woont op het perceel en [appellant] woont op het daaraan grenzende perceel [locatie 2] te Epe. [appellant] heeft het college van burgemeester en wethouders van Epe verzocht handhavend op te treden tegen diverse overtredingen op het perceel. In hoger beroep is uitsluitend nog een door [partij] gebouwde carport onderdeel van het geschil tussen partijen. Volgens [appellant] is deze carport zonder omgevingsvergunning gerealiseerd op zijn perceel. [appellant] betoogt dat de rechtbank ten onrechte heeft overwogen dat het college niet bevoegd was handhavend op te treden tegen de carport omdat bij besluit van 13 maart 2008 een bouwvergunning zou zijn verleend voor de carport. [appellant] voert daartoe aan dat uit het besluit van 13 maart 2008 volgt dat een aanvraag is ingediend voor het gedeeltelijk vergroten van een carport.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2454
Datum uitspraak
28 mei 2025
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202202635/1/R4

202203354/1/R2

Bij besluit van 14 oktober 2020 heeft het college van gedeputeerde staten van Noord-Holland een vergunning verleend op grond van artikel 2.7, tweede lid, van de Wet natuurbescherming aan BPD voor de realisatie en het gebruik van 163 woningen in Egmond aan den Hoef. BPD heeft op 9 april 2020 een aanvraag gedaan voor een natuurvergunning voor het project Delversduin. De natuurvergunning is verleend, omdat na extern salderen met stikstofdepositieruimte uit het stikstofregistratiesysteem, volgens het college, de natuurlijke kenmerken van de betreffende Natura 2000-gebieden met zekerheid niet werden aangetast. De rechtbank heeft het besluit vernietigd en het college opgedragen om een nieuw besluit op de aanvraag te nemen. Dit heeft het college gedaan op 22 mei 2024. De natuurvergunning is geweigerd, omdat het project leidt tot een gelijkblijvende of lagere stikstofdepositie ten opzichte van de referentiesituatie (intern salderen), zodat een natuurvergunning niet was vereist. De referentiesituatie is ontleend aan algemene regels over bemesten. [wederpartij] en anderen betogen dat niet is uitgesloten dat het project Overduin leidt tot stikstofdepositie op het Natura 2000-gebied Noordhollands Duinreservaat en dat daarom wel een natuurvergunning nodig is.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2404
Datum uitspraak
28 mei 2025
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • Natuurbescherming
  • uitspraakin de zaak202203354/1/R2
  • persberichtbij de uitspraak in de zaak202203354/1/R2

202205484/1/A3

Bij besluit van 22 mei 2020 heeft de minister van Buitenlandse Zaken de aanvraag van appellante om haar een Nederlands paspoort te verstrekken niet in behandeling genomen. Appellante heeft op 22 januari 2020 bij de Nederlandse ambassade in Nairobi een aanvraag voor een Nederlands paspoort ingediend. Daaraan heeft zij een geboorteakte ten grondslag gelegd waarin staat dat [appellante] in Hardenberg is geboren op [geboortedatum] 1996, dochter van [vader] en [moeder]. De persoon met de identiteit op deze geboorteakte, verkreeg het Nederlanderschap door naturalisatie op 20 november 2000 door als minderjarige te delen in de naturalisatie van haar moeder. Ter onderbouwing dat appellante daadwerkelijk de persoon is die zij stelt te zijn en die wordt genoemd op de geboorteakte heeft zij een verwantschapsonderzoek met [vader] overgelegd. Met het besluit van 25 maart 2021 heeft de minister besloten om de aanvraag niet in behandeling te nemen, omdat de identiteit en daarmee samenhangend de Nederlandse nationaliteit van haar niet kan worden vastgesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2446
Datum uitspraak
28 mei 2025
  • Hoger beroep
  • Paspoort
  • uitspraakin de zaak202205484/1/A3

202205697/1/R2

Bij besluit van 26 november 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Maastricht [appellant A] en anderen een last onder dwangsom opgelegd voor het strijdig gebruik van het pand aan de [locatie] in Maastricht. Niet in geschil is dat door [appellant A] en anderen op het perceel sushi op bestelling werd bereid, die vervolgens kon worden afgehaald of bezorgd. Naar aanleiding van een melding van overlast heeft het college van burgemeester en wethouders van Maastricht een controle uitgevoerd op het perceel en geconstateerd dat het pand werd gebruikt in strijd met de bestemming "Gemengd" van het bestemmingsplan "Maastricht Zuidwest" en het uitwerkingsplan "Winkelcentrum Carré". Het college van burgemeester en wethouders van Maastricht heeft [appellant A] en anderen gelast om het gebruik van het pand als horecafunctie (afhaalcentrum) te staken en gestaakt te houden. Het college van burgemeester en wethouders van Maastricht heeft zich op het standpunt gesteld dat het ter plaatse bereiden van maaltijden die vervolgens worden bezorgd of afgehaald niet onder het begrip ‘detailhandel’ als bedoeld in het bestemmingsplan valt.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2458
Datum uitspraak
28 mei 2025
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202205697/1/R2

202206488/1/A3

Bij besluit van 3 juli 2019 heeft het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam het verzoek van [appellant] om correctie van zijn adresgegevens in de Basisregistratie personen afgewezen. Het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam heeft op 27 september 1996 [appellant] ambtshalve uitgeschreven uit de brp en zijn adresgegevens gewijzigd van "[locatie]" in "onbekend". Op 8 januari 1998 is [appellant] weer ingeschreven op het adres [locatie]. [appellant] heeft op 19 april 2019 het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam verzocht om zijn adresgegevens in de periode van 27 september 1996 tot en met 8 januari 1998 te wijzigen van "onbekend" naar "[locatie]". Het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam heeft dit verzoek afgewezen omdat niet is gebleken dat [appellant] in die periode op dat adres heeft gewoond.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2444
Datum uitspraak
28 mei 2025
  • Hoger beroep
  • Basisregistratie
  • uitspraakin de zaak202206488/1/A3

202206513/1/A3

Bij besluit van 25 mei 2021 heeft de burgemeester van Deventer bij [appellante] twee dwangsommen van in totaal € 6.000,00 ingevorderd. [appellante] exploiteert een horecagelegenheid genaamd [bedrijf]. Op 29 november 2016 heeft de burgemeester van Deventer aan [appellante] een last onder dwangsom opgelegd om overtreding van artikel 2:29, eerste lid, van de Algemene plaatselijke verordening Deventer te voorkomen. Op grond van deze bepaling is het verboden om de inrichting na sluitingstijd geopend te hebben. Bij niet naleving van de last verbeurde [appellante] een dwangsom van € 3.000,00 per constatering, met een maximum van € 15.000,00. Op 14 november 2020 en 13 maart 2021 hebben verbalisanten van de gemeente geconstateerd dat [appellante] de sluitingstijd van [bedrijf] heeft overschreden. In een besluit van 25 mei 2021 heeft de burgemeester van Deventer daarom tweemaal de dwangsom ingevorderd. De rechtbank heeft geoordeeld dat [appellante] de last onder dwangsom tweemaal heeft overtreden.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2470
Datum uitspraak
28 mei 2025
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202206513/1/A3

202206727/1/R2

Bij besluit van 24 februari 2020 heeft de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit het verzoek van Milieudefensie om handhavend op te treden tegen de verhoging van de maximumsnelheid op een aantal snelwegtrajecten in Nederland afgewezen. Deze zaak gaat over het traject van de rijksweg A2 tussen knooppunt Leenderheide (km 169,9) en aansluiting Budel (km 185,2) (hierna: traject Leenderheide-Budel). Bij verkeersbesluit van 15 december 2016 (hierna: Verkeersbesluit 1) heeft de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit van Infrastructuur & Waterstaat de maximumsnelheid voor de hele dag op het traject verhoogd van 120 km/uur naar het wettelijk maximum van 130 km/uur. In Verkeersbesluit 1 is voor de motivering van mogelijke effecten van de snelheidsverhoging voor natuurgebieden verwezen naar het Programma aanpak stikstof 2015-2021 (hierna: het PAS).

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2465
Datum uitspraak
28 mei 2025
  • Hoger beroep
  • Wegenwet
  • uitspraakin de zaak202206727/1/R2

202206956/1/R2

Bij besluit van 3 maart 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Leudal het verzoek van [partij] om handhavend op te treden tegen het huisvesten van arbeidsmigranten in strijd met het bestemmingsplan "Landgoed Leudal 2018" op het Landgoed Leudal aan de Roggelseweg 54a in Haelen, afgewezen. [appellant sub 2] is eigenaar van het Landgoed Leudal. Dit landgoed was voorheen een camping en wordt gefaseerd omgevormd naar een landgoed met verblijfsaccommodaties voor onder meer groepsverblijf en zakelijke trainingen. Om dit mogelijk te maken, is op 17 april 2018 door de raad van de gemeente Leudal het bestemmingsplan vastgesteld. Dit bestemmingsplan is verdeeld in drie fases. Alleen in fase I mogen volgens de toelichting van dat plan ter overbrugging tot 2026 maximaal 300 arbeidsmigranten tijdelijk (namelijk voor een verblijfsduur van maximaal 9 maanden) worden gehuisvest als ondergeschikte functie aan de functies van verblijfsrecreatie en training.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2450
Datum uitspraak
28 mei 2025
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202206956/1/R2

202207376/1/R2

Bij besluit van 18 oktober 2022 heeft de raad van de gemeente Oirschot het bestemmingsplan "Buitengebied, herziening [locatie 1]" gewijzigd vastgesteld. Het plan voorziet in de herinrichting van het perceel [locatie 1] in Oirschot. De voormalige agrarische bestemming wordt gewijzigd naar de bestemmingen "Bedrijf" en "Groen" ten behoeve van een inpandige opslag en werkplaats voor (onderhouds)handelingen, een ruimte voor de presentatie van (verhuur)objecten (showroom) en een uitpandige levende showroom waarbij maximaal 10 caravans en stacaravans in een landschappelijke setting kleinschalig worden verhuurd aan maximaal 20-25 personen. [appellant] woont aan de [locatie 2] in Veldhoven. In het verleden was [appellant] voornemens het perceel te kopen voor het verhuren, opslaan en repareren van koelunits, maar hij heeft daar in 2019 van afgezien. Hij is het hoofdzakelijk niet eens met het plan, omdat de raad met het vaststellen van dit plan, volgens hem, onrechtmatig jegens hem heeft gehandeld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2430
Datum uitspraak
28 mei 2025
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Noord-Brabant
  • uitspraakin de zaak202207376/1/R2

202300939/1/A3

Op 10 februari 2014 en 13 mei 2014 is [appellante] overeenkomsten aangegaan met het college om haar auto te mogen parkeren in parkeerterrein Benthuizerstraat, dat in eigendom is van de gemeente Rotterdam. Bij brief van 19 mei 2022 heeft het college het stallingsabonnement van 13 mei 2014 opgezegd omdat de gemeente zich op het standpunt heeft gesteld dat [appellante] niet binnen de doelgroep van het stallingsabonnement valt. Bij brieven van 28 en 29 juni 2022 heeft het college de overeenkomst tot ingebruikgeving van 10 februari 2014 geëindigd vanwege ‘parkeertechnische redenen’. Tegen die brieven heeft [appellante] bezwaar gemaakt. Het college heeft de bezwaren van [appellante] tegen de brieven niet-ontvankelijk verklaard, omdat de brieven volgens het college geen besluiten zijn, maar privaatrechtelijke rechtshandelingen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2447
Datum uitspraak
28 mei 2025
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Overige
  • uitspraakin de zaak202300939/1/A3

202302148/2/R1

Bij tussenuitspraak van 13 november 2024, ECLI:NL:RVS:2024:4624 heeft de Afdeling de raad van de gemeente Purmerend opgedragen om binnen twaalf weken na verzending van de tussenuitspraak de daarin omschreven gebreken in het besluit van 23 februari 2023 tot vaststelling van het bestemmingsplan "Burgemeester D. Kooimanweg 4 t/m 14-2022" te herstellen. Het bestreden bestemmingsplan voorziet in een juridisch-planologisch kader voor de transformatie van het bedrijventerrein in het Wagenweggebied, aan de rand van de stad aan de Burgemeester D. Kooimanweg 4 tot en met 14, naar woningbouw. Voorzien wordt in 489 appartementen verdeeld over verschillende woontorens. Daarnaast is op ongeveer 130 meter ten westen van de voorziene woontorens aan de Wherekant 27-30 een parkeerterrein voorzien. Appellanten zijn omwonenden van het plangebied en vrezen parkeeroverlast. De Afdeling heeft in de tussenuitspraak onder 12.2 geoordeeld dat het vastgestelde plan wat betreft artikel 12.2, onder a, onder 2, van de planregels niet in overeenstemming was met hetgeen de raad bedoeld heeft te regelen. In zoverre is het besluit van 23 februari 2023 onzorgvuldig voorbereid.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2476
Datum uitspraak
28 mei 2025
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • RO - Noord-Holland
  • uitspraakin de zaak202302148/2/R1

202303001/1/A3

Bij besluit van 13 september 2019 heeft de burgemeester van Amsterdam een aanvraag van Villa Seldenrust om een vergunning voor het exploiteren van een horecabedrijf met terras deels geweigerd. Villa Seldenrust heeft op 8 oktober 2018 een vergunning aangevraagd voor de exploitatie van een alcoholverstrekkend horecabedrijf in het voormalige dienstgebouw behorend bij de begraafplaats Vredenhof aan de Haarlemmerweg 369 in Amsterdam. De rechtbank heeft geoordeeld dat de burgemeester haar er niet van heeft overtuigd dat het terras dat op de situatietekening van de omgevingsvergunning is weergegeven is vergund. De rechtbank heeft hiertoe overwogen dat dit niet ondubbelzinnig is op te maken uit de omgevingsvergunning en de daarbij behorende ruimtelijke onderbouwing.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2473
Datum uitspraak
28 mei 2025
  • Hoger beroep
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202303001/1/A3

202303173/1/A2

Bij besluit van 3 februari 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders van Den Haag aan [appellant] een boete van € 10.000 opgelegd wegens het in gebruik geven van een woning zonder de benodigde huisvestingsvergunning. [appellant] heeft bezwaar gemaakt tegen het besluit van het college van burgemeester en wethouders van Den Haag van 3 februari 2022. Het college van burgemeester en wethouders van Den Haag heeft zich in het besluit van 21 april 2022 op het standpunt gesteld dat het bezwaar niet-ontvankelijk is, omdat [appellant] het bezwaarschrift niet tijdig heeft ingediend en deze termijnoverschrijding niet verschoonbaar is. Het college heeft het bezwaarschrift namelijk op 5 april 2022 ontvangen, terwijl de termijn voor het indienen van bezwaar verliep op 17 maart 2022. Daarmee is het bezwaar niet tijdig ingediend. Het college van burgemeester en wethouders van Den Haag heeft de door [appellant] aanvoerde reden dat hij op vakantie was niet verschoonbaar geacht. De rechtbank heeft geoordeeld dat de door [appellant] in beroep aangevoerde redenen, namelijk dat hij met vakantie was, corona had en bij zijn vriendin verbleef, zijn zaakwaarnemer fouten heeft gemaakt, de brievenbus kapot was en de brief uiteindelijk toch in de brievenbus lag, geen geldige redenen zijn voor het te laat indienen van het bezwaar. De rechtbank heeft het beroep ongegrond verklaard.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2456
Datum uitspraak
28 mei 2025
  • Hoger beroep
  • Boete
  • uitspraakin de zaak202303173/1/A2

202303307/1/A2

Bij besluit van 25 maart 2021 heeft de Autoriteit Persoonsgegevens een klacht van [appellant] met een verzoek om corrigerende maatregelen tegen de Belastingdienst afgewezen. Op 23 mei 2020 en op 17 juni 2020 heeft [appellant] via het meldingsformulier klachten een klacht ingediend bij de AP, omdat de Belastingdienst heeft geweigerd op zijn verzoek zijn dossier toe te zenden. In de bij de klacht van 17 juni 2020 bijgevoegde brief (gedateerd 18 juni 2020) heeft [appellant] ook de AP verzocht corrigerende maatregelen te nemen. Op 25 maart 2021 heeft de AP het verzoek om handhaving afgewezen, omdat er na globaal bureauonderzoek onvoldoende feiten zijn om een overtreding van de AVG door de Belastingdienst vast te stellen. Daarvoor is nader onderzoek vereist. Omdat in onvoldoende mate aan de prioriteringscriteria is voldaan, heeft de AP besloten geen nader onderzoek te doen naar de klacht.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2431
Datum uitspraak
28 mei 2025
  • Hoger beroep
  • Persoonsgegevens
  • uitspraakin de zaak202303307/1/A2

202303455/1/A2

Bij besluit van 2 juli 2019 heeft de minister Volksgezondheid, Welzijn en Sport voor Medische Zorg en Sport de aanvraag van [appellant] voor een tegemoetkoming voor patiënten en nabestaanden in verband met Q-koorts, afgewezen. Bij uitspraak van 19 april 2023 heeft de rechtbank het door [appellant] daartegen ingestelde beroep ongegrond verklaard. Tegen deze uitspraak heeft [appellant] hoger beroep ingesteld. De minister heeft een schriftelijke uiteenzetting gegeven.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2432
Datum uitspraak
28 mei 2025
  • Hoger beroep
  • Schadevergoeding
  • uitspraakin de zaak202303455/1/A2

202303940/1/A2

Bij besluit van 30 juni 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Zaanstad een aanvraag om een tegemoetkoming in planschade van [appellant] afgewezen. [appellant] is eigenaar van het bedrijfspand met bovenwoning aan de [locatie] in Zaandam (hierna: het pand). In dit pand woont hij en exploiteert hij een medisch centrum. Op 17 november 2020 heeft hij verzocht om een tegemoetkoming in planschade die hij in de vorm van waardevermindering van het pand, inkomensderving en verminderd woongenot stelt te hebben geleden als gevolg van de inwerkingtreding van het bestemmingsplan Zuiderhout van 26 juni 1997, het bestemmingsplan Bedrijven Zuid van 4 juli 2013 en het bestemmingsplan Reparatie bestemmingsplan Bedrijven Zuid van 14 juli 2016 (hierna: het reparatieplan).

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2438
Datum uitspraak
28 mei 2025
  • Hoger beroep
  • Schadevergoeding
  • uitspraakin de zaak202303940/1/A2

202304034/1/A3

Bij uitspraak van 10 mei 2023, in zaak nr. 202104078/1/A3, ECLI:NL:RVS:2023:1837, heeft de Afdeling het beroep van [verzoeker] tegen het niet tijdig nemen van een besluit door het college van burgemeester en wethouders van Haarlem niet-ontvankelijk verklaard en het beroep van [verzoeker] tegen een besluit van het college van 14 september 2021 gegrond verklaard, dat besluit vernietigd voor zover dat betrekking heeft op documenten in (back-ups) van het opgeheven e-mailaccount van een voormalig burgemeester en het college opgedragen met inachtneming van de uitspraak een nieuw besluit te nemen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2436
Datum uitspraak
28 mei 2025
  • Herziening
  • Hoger Beroep - Overige
  • uitspraakin de zaak202304034/1/A3

202305184/1/R3

Bij besluit van 16 oktober 2018 heeft de raad van de gemeente Zuidplas het bestemmingsplan "Herziening Zuidplaspolder 2" vastgesteld. Bij uitspraak van 28 oktober 2020 heeft de Afdeling het besluit van de raad van 16 oktober 2018, waarbij het bestemmingsplan "Herziening Zuidplaspolder 2" (hierna: het bestemmingsplan) is vastgesteld, vernietigd, voor zover in dat plan aan onder meer de percelen van [appellant sub 1] en [appellante sub 2] geen ontwikkelingsmogelijkheden waren geboden ten behoeve van hun glastuinbouwbedrijven. Naar aanleiding van die uitspraak heeft de raad het "Reparatieplan Herziening Zuidplaspolder 2" vastgesteld. [appellant sub 1] is woonachtig en heeft een in het plangebied gevestigd bedrijf. [appellante sub 2] is eigenaar van een deel van de gronden in het plangebied. Zij kunnen zich beide niet met het reparatieplan verenigen. Zij vinden dat de raad niet heeft voldaan aan de opdracht die de Afdeling in haar uitspraak van 28 oktober 2020 aan de raad heeft gegeven met betrekking tot het creëren van voldoende ontwikkelingsmogelijkheden.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2451
Datum uitspraak
28 mei 2025
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Zuid-Holland
  • uitspraakin de zaak202305184/1/R3

202305267/1/R2

Bij besluit van 22 april 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Dongen akkoord gegeven op door [appellante] nagezonden stukken inzake de op 25 augustus 2016 verleende omgevingsvergunning voor het bouwen van een woning aan de [locatie] in Dongen (hierna: het perceel). [appellante] is eigenaresse van de woning op het perceel. Eerder is op 25 augustus 2016 aan haar een omgevingsvergunning verleend voor het bouwen van deze woning. De vergunning is onherroepelijk geworden door de uitspraak van de Afdeling van 18 januari 2018, ECLI:NL:RVS:2018:4155. Niet in geschil is dat de woning in afwijking van de verleende vergunning is gebouwd. Op grond van de omgevingsvergunning mag de woning een bouwhoogte van 8,8 m hebben, maar de woning heeft een bouwhoogte van 9,03 m. Het college heeft in het besluit van 22 april 2020 aangegeven dat in de omgevingsvergunning geen vloerpeil ten opzichte van het NAP is opgenomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2464
Datum uitspraak
28 mei 2025
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202305267/1/R2

202305323/1/A3

Bij besluiten van 7 december 2021 heeft de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport de verzoeken om wissing van persoonsgegevens van [appellanten] op grond van artikel 17 van de Algemene verordening gegevensbescherming buiten behandeling gesteld. Bij brieven van 31 mei 2021 hebben [appellanten] de minister verzocht om wissing van hun bij het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu aanwezige Covid-19 vaccinatiegegevens en Covid-19 persoonsgegevens. De minister heeft de verzoeken bij de besluiten van 7 december 2021 buiten behandeling gesteld omdat [appellanten] hebben geweigerd zich te legitimeren op een door de minister verzochte wijze, namelijk het toesturen van een kopie van hun paspoort of zich in persoon bij het kantoor van het RIVM legitimeren. De rechtbank heeft geoordeeld dat de minister de bezwaren terecht ongegrond heeft verklaard. Volgens de rechtbank mocht de minister de verzoeken buiten behandeling stellen op de grond dat de identiteit van de betrokkenen niet kon worden vastgesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2468
Datum uitspraak
28 mei 2025
  • Hoger beroep
  • Persoonsgegevens
  • uitspraakin de zaak202305323/1/A3

202305917/1/A2

Bij besluit van 9 september 2022 heeft het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen aan [appellant] een onderzoek opgelegd naar zijn drugsgebruik en zijn rijbewijs geschorst totdat de uitslag van dat onderzoek bekend is. Het CBR heeft [appellant] een onderzoek naar de geschiktheid, meer in het bijzonder naar zijn drugsgebruik, opgelegd naar aanleiding van een mededeling van de politie Eenheid Noord-Holland. Volgens die mededeling bestond bij de politie het vermoeden dat [appellant] op 17 juli 2022 onder invloed van drugs een motorrijtuig heeft bestuurd, en daarmee het vermoeden dat hij ongeschikt is om motorrijtuigen te besturen. De politie heeft [appellant] op die datum staande gehouden en een speekseltest afgenomen, die een indicatie aangaf voor methamfetamine, amfetamine en cannabis. Ook heeft de politie waargenomen dat [appellant] met een woordenvloed sprak. Vervolgens heeft de politie op 18 juli 2022 bloed afgenomen bij [appellant]. De uitslag van dat bloedonderzoek was een amfetaminegehalte van 227 microgram per liter, terwijl de grenswaarde om onder invloed van amfetamine te mogen rijden 50 microgram per liter is.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2461
Datum uitspraak
28 mei 2025
  • Hoger beroep
  • Wegenverkeerswet
  • uitspraakin de zaak202305917/1/A2

202305927/1/A2

Bij besluit van 31 januari 2022 heeft de burgemeester van de gemeente Oisterwijk aan Intents Evenementen B.V. een evenementenvergunning en een ontheffing op grond van de Alcoholwet verleend. Daarnaast heeft het college aan de vergunninghouder een ontheffing verleend voor het ten gehore brengen van dancemuziek voor het evenement en bepaald dat er verkeersmaatregelen moeten worden getroffen. De Abdij heeft bezwaar gemaakt tegen de vergunningverlening aan de vergunninghouder voor het organiseren van Karnaval Festival 2022 in een weiland aan de Pijnendijk in Moergestel, omdat het festival, zoals de Abdij stelt, leidt tot aantasting van de stilte en rust die gewenst is in de omgeving van de Abdij. De rechtbank heeft geoordeeld dat de burgemeester en het college op goede gronden de evenementenvergunning en de ontheffing hebben verleend. De rechtbank heeft daarbij in aanmerking genomen dat het college bij het opstellen van de Beleidsregels het belang van vergunninghouder bij het organiseren van het Karnaval Festival heeft afgewogen tegen het belang van onder meer buurtbewoners bij een leefbare omgeving.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2449
Datum uitspraak
28 mei 2025
  • Hoger beroep
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202305927/1/A2

202305937/1/A3

Bij besluit van 22 december 2022 heeft het college [appellante] onder aanzegging van bestuursdwang gelast om uiterlijk op 31 maart 2023 de woonarken, althans vaartuigen, het drijvende terras, de drijvende vlonder en de motorboot uit de Industriehaven te verwijderen en verwijderd te houden uit Utrechts openbaar vaarwater. [appellante] is eigenaar van zes arken. Haar plan was om met drie van de arken in het Merwedekanaal in Vianen een drijvend roei- en trainingscentrum op te zetten. De provincie Utrecht en Rijkswaterstaat hebben in 2020 laten weten hieraan geen medewerking te verlenen. De arken hebben met toestemming van de gemeente Vijfheerenlanden tot medio juni 2020 in de passantenhaven van Vianen gelegen. Het college heeft aan [appellante] toestemming gegeven om de arken naar de Industriehaven in Utrecht te verslepen. [appellante] heeft vervolgens de arken, een drijvend terras, een drijvende vlonder en een motorboot in de Industriehaven afgemeerd. Volgens het college had [appellante] tot 1 oktober 2020 toestemming om de arken en andere objecten in de Industriehaven af te meren. In geschil is of de arken en objecten ook na die datum nog in de Industriehaven mochten blijven liggen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2471
Datum uitspraak
28 mei 2025
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202305937/1/A3

202306872/1/A2

Bij besluit van 17 mei 2022 heeft het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen aan [appellant] een onderzoek opgelegd naar zijn drugsgebruik en zijn rijbewijs geschorst totdat de uitslag van dat onderzoek bekend is. Het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen heeft [appellant] een onderzoek naar de geschiktheid, meer in het bijzonder naar zijn drugsgebruik, opgelegd naar aanleiding van een mededeling van de politie Eenheid Oost-Nederland. Volgens die mededeling bestond bij de politie het vermoeden dat [appellant] op 7 april 2022 onder invloed van drugs een motorrijtuig heeft bestuurd, en daarmee het vermoeden dat hij ongeschikt is om motorrijtuigen te besturen. De politie heeft [appellant] naar aanleiding van een verkeerscontrole op die datum staande gehouden en waargenomen dat [appellant] bloeddoorlopen ogen had. De politie heeft een speekseltest afgenomen, die een indicatie aangaf voor cannabis. [appellant] heeft tijdens het verhoor verklaard dat hij in de afgelopen 24 uur twee keer heeft geblowd. Ook heeft de politie bloed afgenomen bij [appellant].

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2443
Datum uitspraak
28 mei 2025
  • Hoger beroep
  • Wegenverkeerswet
  • uitspraakin de zaak202306872/1/A2

202306918/1/A3

Bij besluit van 14 oktober 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders van Oude IJsselstreek het door [appellant] gedane verzoek om openbaarmaking van alle informatie met betrekking tot de gronden van [bedrijf], afgewezen omdat de gevraagde informatie reeds aan hem is verstrekt. [appellant] heeft het college op grond van de Wet open overheid (hierna: de Woo) verzocht om openbaarmaking van alle informatie met betrekking tot de gronden van [bedrijf]. Het college heeft dit verzoek afgewezen omdat de gevraagde informatie al aan hem is verstrekt in een eerdere procedure. [appellant] stelt dat er meer documenten onder het college moeten berusten dan het openbaar heeft gemaakt.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2462
Datum uitspraak
28 mei 2025
  • Hoger beroep
  • Openbaarheid
  • uitspraakin de zaak202306918/1/A3

202306958/1/R1

Bij afzonderlijke besluiten van 30 november 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Amstelveen geweigerd om omgevingsvergunning te verlenen voor het gebruiken van de bedrijfswoningen als burgerwoning aan de [locatie 1], [locatie 2] en [locatie 3] in Amstelveen. [appellant A] is eigenaar van de woning aan de [locatie 2], [appellant B] van de woning aan de [locatie 1] en [appellant C] van de woning aan de [locatie 3] in Amstelveen. Zij wonen in een bedrijfswoning. De aan deze bedrijfswoningen grenzende glastuinbouwbedrijven zijn niet meer in eigendom van [appellant A] en anderen. Daarom willen zij hun bedrijfswoning gebruiken als burgerwoning.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2437
Datum uitspraak
28 mei 2025
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Overige
  • uitspraakin de zaak202306958/1/R1

202307316/1/A2

Bij besluit van 14 september 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders van Tilburg de subsidieaanvraag van de stichting afgewezen. De stichting heeft bij het college van burgemeester en wethouders van Tilburg een subsidieaanvraag ingediend. De aangevraagde subsidie heeft betrekking op het op meerjarenbasis produceren en (wereldwijd) distribueren van journalistieke documentaire artistiek-inhoudelijke videoportretten van belangwekkende kunstenaars, ontwerpers, architecten, componisten, choreografen, musici, podiumkunstenaars e.d. van verschillende generaties en culturele achtergrond, die in en vanuit de stad en regio lokaal en bovenlokaal werkzaam zijn. Het college van burgemeester en wethouders van Tilburg heeft deze aanvraag afgewezen en de afwijzing in bezwaar gehandhaafd. In beroep heeft de stichting geklaagd over onder meer de gebreken aan de totstandkoming van het besluit. Verder heeft zij geklaagd over de inhoudelijke afwijzingsgronden. Tot slot heeft de stichting bij de rechtbank een beroep gedaan op diverse rechtsbeginselen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2460
Datum uitspraak
28 mei 2025
  • Hoger beroep
  • Subsidie
  • uitspraakin de zaak202307316/1/A2

202307907/1/A2

Bij besluit van 6 december 2022 heeft het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen het aan [appellant] afgegeven rijbewijs ongeldig verklaard. Naar aanleiding van een mededeling als bedoeld in artikel 130, eerste lid, van de Wegenverkeerswet 1994, heeft het CBR [appellant] een onderzoek naar de rijgeschiktheid opgelegd en zijn rijbewijs geschorst. Aan de mededeling heeft het CBR ten grondslag gelegd dat [appellant] gelet op een bij hem afgenomen speekseltest, door de verbalisant waargenomen kenmerken en eerdere registraties met betrekking tot drugs, zou hebben gereden onder invloed van drugs. Het bloedonderzoek gaf een uitslag van 13 microgram THC per liter bloed. Op basis van de ontvangen informatie bestond er bij het CBR een vermoeden dat er bij [appellant] sprake is van drugsmisbruik. De rechtbank heeft geoordeeld dat het CBR het rijbewijs van [appellant] ongeldig heeft mogen verklaren. Uit de verklaring van de psychologe van Rijbewijsbelang blijkt meer dan voldoende dat [appellant] weerstand heeft geboden bij het beantwoorden van vragen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2424
Datum uitspraak
28 mei 2025
  • Hoger beroep
  • Wegenverkeerswet
  • uitspraakin de zaak202307907/1/A2

202400072/1/R3

Bij besluit van 9 november 2023 heeft de raad van de gemeente Molenlanden het bestemmingsplan "Bleskensgraaf, Heulenslag 19-20" vastgesteld. Het plan ziet op het perceel Heulenslag 19-20 en voorziet het zuidelijke deel van een nieuwe woonbestemming met bijbehorende bouwvlakken. [partij] is de eigenaar van het zuidelijk deel en tevens initiatiefnemer van het plan. Om dit mogelijk te maken zijn de agrarische bouwvlakken die in het voorheen geldende plan lagen op de gronden van zowel de noord- als de zuidzijde van de Heulenslag wegbestemd. [appellant] is eigenaar van de noordelijk gelegen gronden. Voor deze gronden geldt, en gold, een agrarische bestemming. [appellant] kan zich niet met het plan verenigen, nu het op zijn perceel liggende agrarische bouwvlak is verwijderd. Hij wenst daarvoor compensatie te ontvangen, mede gezien het feit dat de gemeente hem gedurende de voorbereiding van het plan niet heeft ingelicht.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2448
Datum uitspraak
28 mei 2025
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Zuid-Holland
  • uitspraakin de zaak202400072/1/R3

202400409/1/A2

Bij besluit van 7 september 2022 heeft de staatssecretaris Rechtsbescherming een aanvraag van [appellant] om een Verklaring Omtrent het Gedrag (VOG) afgewezen. [appellant] heeft een VOG aangevraagd voor de functie van taxichauffeur. De staatssecretaris Rechtsbescherming heeft deze aanvraag afgewezen, omdat in het Justitieel Documentatie Systeem (JDS) strafbare feiten zijn vermeld die, indien herhaald, gelet op het risico voor de samenleving, een belemmering vormen voor een behoorlijke uitoefening van de functie van taxichauffeur (het objectieve criterium). Hoewel de staatssecretaris Rechtsbescherming het belang van [appellant] bij toewijzing van een VOG erkent, heeft de staatssecretaris Rechtsbescherming zich op het standpunt gesteld dat het belang bij beperking van de risico’s voor de samenleving zwaarder weegt (het subjectieve criterium). De rechtbank heeft overwogen dat de staatssecretaris de door [appellant] aangevoerde omstandigheden voldoende heeft meegewogen in zijn beoordeling en dat de staatssecretaris het belang bij beperking van de risico’s voor de samenleving zwaarder heeft mogen laten wegen dan het belang van [appellant] bij afgifte van een VOG.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2439
Datum uitspraak
28 mei 2025
  • Hoger beroep
  • Verklaring omtrent gedrag
  • uitspraakin de zaak202400409/1/A2

202401159/1/A2

Bij besluit van 7 augustus 2021 heeft de Belastingdienst/Toeslagen de huurtoeslag voor [appellant] voor het jaar 2020 vastgesteld op € 1.528,00. Deze zaak gaat over de hoogte van de huurtoeslag van [appellant]. De Dienst Toeslagen heeft de huurtoeslag van [appellant] in 2020 lager vastgesteld. Dit komt omdat [appellant] in juni 2020 is getrouwd en gaan samenwonen met [gemachtigde]. [gemachtigde] is vanaf dat moment zijn toeslagpartner. Dit betekent dat haar inkomen wordt meegenomen bij de berekening van zijn huurtoeslag. Het inkomen van [gemachtigde] in 2020 is vastgesteld op € 6.277,00. Dit geld is afkomstig van een bijstandsuitkering. Omdat dit inkomen meetelt, is de huurtoeslag voor [appellant] voor de maanden juni tot en met december 2020 lager dan als alleen wordt gerekend met zijn jaarinkomen. [appellant] vindt dit niet eerlijk. [gemachtigde] heeft haar bijstandsuitkering tot juni 2020 moeten gebruiken om rond te komen. Nadat zij met [appellant] is getrouwd, is haar bijstandsuitkering stopgezet. In de maanden juni tot en met december van 2020 heeft [appellant] daarom geen inkomsten meer gehad.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2426
Datum uitspraak
28 mei 2025
  • Hoger beroep
  • Geld
  • uitspraakin de zaak202401159/1/A2

202401328/1/R2

Bij besluit van 21 december 2023 heeft de raad van de gemeente Son en Breugel het bestemmingsplan "Son Zuid; Boslaan 63" vastgesteld. Bij besluit van 28 december 2023 heeft het college van burgemeester en wethouders van Son en Breugel een omgevingsvergunning verleend voor het realiseren van 12 appartementen op het perceel Boslaan 63 in Son en Breugel. Het bestemmingsplan en de omgevingsvergunning hebben betrekking op het perceel Boslaan 63 in Son, dat in de bebouwde kom in het zuidwesten van de kern Son ligt. Het bestemmingsplan en de omgevingsvergunning maken de bouw van 12 appartementen verdeeld over twee gebouwen in het hogere prijssegment mogelijk. Ook voorziet het bestemmingsplan in de bouw van één vrijstaande woning. De omgevingsvergunning heeft daarop geen betrekking. [appellant] en anderen, onder wie [partij A] en [partij B], wonen allemaal in de nabijheid van het plangebied. De beroepsgronden richten zich alleen tegen het bestemmingsplan. [appellant] en anderen zijn het hoofdzakelijk niet eens met dit plan, omdat het plan volgens hen niet stedenbouwkundig aanvaardbaar is.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2425
Datum uitspraak
28 mei 2025
  • Tussenuitspraak/bestuurlijke lus
  • Bouwen
  • RO - Noord-Brabant
  • uitspraakin de zaak202401328/1/R2

202401884/1/A2

Bij besluit van 23 maart 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Vught een verzoek van [appellant] om een verkeersbesluit te nemen afgewezen. [appellant] is bewoner en eigenaar van de woning aan de [locatie] in Vught. Bij brief van 19 januari 2021 heeft hij het college verzocht om een verkeersbesluit te nemen ten behoeve van het verwijderen van twee verkeerspaaltjes aan de noordzijde van de Groenewouddreef en het plaatsen van een vast verkeerspaaltje ten zuiden van de kruising tussen de Groenewouddreef en het Cromvoirtsepad. [appellant] doet een beroep op het vertrouwensbeginsel onder verwijzing naar een besluit van 5 oktober 2017. Uit dat besluit blijkt van een toezegging van het college dat de Groenewouddreef ter hoogte van de N65 een fysieke afsluiting krijgt. Volgens [appellant] is de weigering om het gevraagde verkeersbesluit te nemen in strijd met deze toezegging.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2445
Datum uitspraak
28 mei 2025
  • Hoger beroep
  • Wegenverkeerswet
  • uitspraakin de zaak202401884/1/A2

202402354/1/A2

Bij besluit van 3 augustus 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders van Den Haag de Karperdaal en de Steurendaal in Den Haag aangewezen als (woon-)erf (hierna: het verkeersbesluit), met daarbij een parkeerregeling voor de duur van twee jaar waarbij parkeren voor de eigen garage of berging onder voorwaarden is toegestaan (hierna: de pilot). Het college heeft het uit oogpunt van de verkeersveiligheid wenselijk geacht de Karperdaal en de Steurendaal aan te wijzen als (woon-)erf. Op grond van artikel 46 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 (hierna: RVV 1990) mag op een erf alleen worden geparkeerd op de daarvoor aangegeven plaatsen. Het college heeft die plaatsen aangeduid met een P-tegel in het wegdek. Daarnaast heeft het college het door middel van de pilot voor de bewoners van de Karperdaal en de Steurendaal mogelijk gemaakt om te parkeren voor de ingang van de eigen garage/berging. Die plaatsen zijn aangeduid met een wit steentje.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2435
Datum uitspraak
28 mei 2025
  • Hoger beroep
  • Wegenverkeerswet
  • uitspraakin de zaak202402354/1/A2

202402355/1/A2

Bij besluit van 3 augustus 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders van Den Haag de Karperdaal en de Steurendaal in Den Haag aangewezen als (woon-)erf (hierna: het verkeersbesluit), met daarbij een parkeerregeling voor de duur van twee jaar waarbij parkeren voor de eigen garage of berging onder voorwaarden is toegestaan (hierna: de pilot). Het college heeft het uit oogpunt van de verkeersveiligheid wenselijk geacht de Karperdaal en de Steurendaal aan te wijzen als (woon-)erf. Op grond van artikel 46 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 (hierna: RVV 1990) mag op een erf alleen worden geparkeerd op de daarvoor aangegeven plaatsen. Het college heeft die plaatsen aangeduid met een P-tegel in het wegdek. Daarnaast heeft het college het door middel van de pilot voor de bewoners van de Karperdaal en de Steurendaal mogelijk gemaakt om te parkeren voor de ingang van de eigen garage/berging. Die plaatsen zijn aangeduid met een wit steentje.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2434
Datum uitspraak
28 mei 2025
  • Hoger beroep
  • Wegenverkeerswet
  • uitspraakin de zaak202402355/1/A2

202402382/1/R3

Bij besluit van 30 oktober 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Westland aan [vergunninghouder] een omgevingsvergunning verleend voor het oprichten van een schuur met overkapping op de [locatie] te Honselersdijk. De omgevingsvergunning maakt de bouw van een tijdelijke schuur met overkapping op het perceel van [vergunninghouder] mogelijk in afwijking van het bestemmingsplan. [appellant] woont naast dit perceel. De schuur was al op het perceel aanwezig voordat de omgevingsvergunning werd verleend. Voorafgaand aan de afgifte van de omgevingsvergunning heeft [appellant] een handhavingsverzoek gedaan vanwege de aanwezigheid van de toentertijd illegale schuur. Dit heeft geleid tot de oplegging van een last onder dwangsom aan [vergunninghouder] en een invorderingsbeschikking. Nadien heeft [vergunninghouder] ter legalisatie een omgevingsvergunning aangevraagd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2469
Datum uitspraak
28 mei 2025
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202402382/1/R3

202402488/1/A2

Bij besluit van 3 augustus 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders van Den Haag de Karperdaal en de Steurendaal in Den Haag aangewezen als (woon-)erf (hierna: het verkeersbesluit), met daarbij een parkeerregeling voor de duur van twee jaar waarbij parkeren voor de eigen garage of berging onder voorwaarden is toegestaan (hierna: de pilot). Het college heeft het uit oogpunt van de verkeersveiligheid wenselijk geacht de Karperdaal en de Steurendaal aan te wijzen als (woon-)erf. Op grond van artikel 46 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 (hierna: RVV 1990) mag op een erf alleen worden geparkeerd op de daarvoor aangegeven plaatsen. Het college heeft die plaatsen aangeduid met een P-tegel in het wegdek. Daarnaast heeft het college het door middel van de pilot voor de bewoners van de Karperdaal en de Steurendaal mogelijk gemaakt om te parkeren voor de ingang van de eigen garage/berging. Die plaatsen zijn aangeduid met een wit steentje.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2433
Datum uitspraak
28 mei 2025
  • Hoger beroep
  • Wegenverkeerswet
  • uitspraakin de zaak202402488/1/A2

202402550/1/A2

Bij besluit van 15 november 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam een aanvraag van [appellante] om een urgentieverklaring afgewezen. [appellante] heeft een urgentieverklaring aangevraagd, omdat zij met haar vier kinderen in de tweekamerwoning van haar zus verblijft en haar zus heeft laten weten dat zij daar niet langer kunnen verblijven. Het college heeft de aanvraag afgewezen wegens het van toepassing zijn van twee algemene weigeringsgronden. Inwoning en een voor het huishouden te kleine woning worden namelijk op grond van artikel 2.6.5, eerste lid en onder b, van de Huisvestingsverordening en paragraaf 3, onder ad b) punt 2 en 5, van de Nadere Regels Huisvestingsverordening Amsterdam 2020 niet als een urgent huisvestingsprobleem aangemerkt. Verder voldoet [appellante] niet aan de in artikel 2.6.5, eerste lid en onder i, van de Huisvestingsverordening gestelde voorwaarde, omdat zij voorafgaand aan de aanvraag nog geen twee jaar in Amsterdam woonde. Ook heeft het college geen aanleiding gezien om een urgentieverklaring te verlenen op grond van de hardheidsclausule.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2427
Datum uitspraak
28 mei 2025
  • Hoger beroep
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202402550/1/A2

202404020/1/V6

Bij besluit van 3 september 2021 heeft de staatssecretaris een verzoek van [appellant] om hem het Nederlanderschap te verlenen afgewezen. [appellant] heeft de staatssecretaris op 1 december 2020 verzocht om hem het Nederlanderschap te verlenen. De staatssecretaris heeft het verzoek afgewezen op grond van artikel 9, eerste lid, aanhef en onder a, van de Rijkswet op het Nederlanderschap (hierna: de RWN), omdat ernstige vermoedens bestaan dat [appellant] een gevaar vormt voor de openbare orde. De reden hiervoor is dat de politierechter hem op 6 april 2020 heeft veroordeeld tot het betalen van een geldboete van € 850,00 voor handelen in strijd met artikel 8, vijfde lid, van de Wegenverkeerswet 1994 (hierna: de WVW). De zogenoemde rehabilitatietermijn van vijf jaar, als bedoeld in de Handleiding RWN, paragraaf 5 van het beleid voor artikel 9, eerste lid, aanhef en onder a, van de RWN was ten tijde van het verzoek nog niet verstreken. Volgens de staatssecretaris doen zich geen bijzondere omstandigheden voor die maken dat hij in afwijking van het beleid in de Handleiding RWN het Nederlanderschap aan [appellant] zou moeten verlenen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2452
Datum uitspraak
28 mei 2025
  • Hoger beroep
  • Nederlanderschap
  • uitspraakin de zaak202404020/1/V6

202405302/1/V6

Bij besluit van 24 april 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een verzoek van [appellante] om haar het Nederlanderschap te verlenen afgewezen. [appellante] stelt afkomstig te zijn uit de Democratische Republiek Congo en geboren te zijn op [geboortedatum] 1967. Zij is sinds maart 2000 in Nederland. [appellante] heeft een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd in het kader van de Regeling afwikkeling nalatenschap oude Vreemdelingenwet. De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid heeft op 10 februari 2023 een voornemen tot afwijzing van het verzoek uitgebracht. Hij heeft toegelicht dat in een eerdere door [appellante] gevoerde asielprocedure onderzoek is verricht naar de door haar verstrekte gegevens. In deze procedure is uit een individueel ambtsbericht van de minister van Buitenlandse Zaken van 4 januari 2001 (hierna: het individueel ambtsbericht) gebleken dat [appellante] niet bekend is op het door haar opgegeven Congolese adres. Ook het door [appellante] doorgegeven Congolese adres van haar werk bleek niet te kloppen. Daar komt bij dat haar familie in Kinshasa haar heeft geïdentificeerd als ‘[naam]’. Dit heeft geleid tot twijfels bij de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid over de identiteit en nationaliteit van [appellante].

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2453
Datum uitspraak
28 mei 2025
  • Hoger beroep
  • Nederlanderschap
  • uitspraakin de zaak202405302/1/V6

202405637/1/A2

Bij besluit van 13 juli 2023 heeft het bestuur van de raad voor rechtsbijstand een aan [appellant] toegekende vergoeding voor het verlenen van rechtsbijstand ingetrokken. Op 6 juli 2022 heeft [appellant] het bestuur van de raad voor rechtsbijstand verzocht om afgifte van een toevoeging voor rechtsbijstand aan een rechtzoekende voor het maken van bezwaar tegen een besluit van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Katwijk van 17 juni 2022, waarbij het college aan de rechtzoekende een persoonsgebonden budget voor 7 uur begeleiding per week heeft toegekend voor de periode van 1 juli 2022 tot en met 31 juli 2022. Bij besluit van 27 juli 2022 heeft het bestuur van de raad voor rechtsbijstand de toevoeging verleend onder kenmerk 3LQ2104. Bij besluit van 10 december 2022 heeft de raad aan [appellant] een vergoeding voor de in de procedure 3LQ2104 verrichte werkzaamheden toegekend ter hoogte van € 1.170,17.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2428
Datum uitspraak
28 mei 2025
  • Hoger beroep
  • Rechtsbijstand
  • uitspraakin de zaak202405637/1/A2

202406828/1/A2

Bij besluit van 18 augustus 2023 heeft het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen het rijbewijs van [appellant] met ingang van 25 augustus 2023 ongeldig verklaard. Voor de voorgeschiedenis van deze zaak verwijst de Afdeling naar de uitspraak van vandaag in zaak nr. 202306872/1/A2. In die uitspraak is geoordeeld dat het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen aan [appellant] een onderzoek naar zijn drugsgebruik mocht opleggen en dat het sepot in de strafzaak niet tot een ander oordeel leidt. Het CBR heeft het rijbewijs van [appellant] ongeldig verklaard omdat in twee psychiatrische onderzoeken naar zijn drugsgebruik, uitgevoerd op 13 januari 2023 en 21 juli 2023, de diagnose drugsmisbruik is gesteld. Volgens paragraaf 8.8 van de bijlage bij de Regeling eisen geschiktheid 2000 moet het CBR het rijbewijs in dat geval ongeldig verklaren.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2441
Datum uitspraak
28 mei 2025
  • Hoger beroep
  • Wegenverkeerswet
  • uitspraakin de zaak202406828/1/A2

202407114/1/A2

Bij uitspraak van 5 juni 2024,ECLI:NL:RVS:2024:2328, heeft de Afdeling bestuursrechtspraak het beroep van Digeketen tegen het besluit van het college van gedeputeerde staten van Noord-Brabant van 24 januari 2023 ongegrond verklaard. Digeketen heeft bij het college een subsidieaanvraag ingediend. Het college heeft die aanvraag afgewezen en die afwijzing in bezwaar gehandhaafd. Het beroep daartegen heeft de rechtbank ongegrond verklaard. De Afdeling bestuursrechtspraak heeft bij uitspraak van 3 november 2021, ECLI:NL:RVS:2021:2439, het besluit op bezwaar van het college vernietigd, omdat het advies van de adviescommissie onzorgvuldig tot stand was gekomen. Het college heeft daarna op 24 januari 2023 een nieuw besluit op bezwaar genomen. Tegen dat besluit heeft Digeketen beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak ingesteld. Bij uitspraak van 5 juni 2024, waarvan Digeketen nu om herziening verzoekt, heeft de Afdeling bestuursrechtspraak dat beroep ongegrond verklaard. Digeketen heeft verzocht om herziening van de uitspraak van 5 juni 2024, omdat de Afdeling niet alle stukken heeft betrokken bij de beoordeling en dat zij nagelaten heeft zelf nader onderzoek te doen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2455
Datum uitspraak
28 mei 2025
  • Herziening
  • Subsidie
  • uitspraakin de zaak202407114/1/A2

202407351/1/A2

Bij beslissing van 8 februari 2024 hebben de examinatoren het afstudeerproject van [appellant] met een ‘NVD’ beoordeeld. Bij beslissing van 4 november 2024 heeft het college van beroep voor de examens van Zuyd Hogeschool het door [appellant] daartegen ingestelde administratief beroep ongegrond verklaard. [appellant] is op 1 maart 2023 begonnen aan zijn afstudeerproject voor de bacheloropleiding HBO-ICT. Dit afstudeerproject is een 20 weken durend onderdeel van het vierde jaar van de studie, waarvoor 30 ECTS kunnen worden verkregen. Het blok waarbinnen het afstuderen ingeroosterd was, begon formeel enkele weken later. Aanleiding voor [appellant]’ vroege start was een deadline bij het stagebedrijf, die op 20 april 2023 stond ingepland. De startdatum voor de afstudeerprojecten was formeel 24 april 2023, dus na die deadline. [appellant] is zonder officiële toestemming van de opleiding aan zijn afstudeerproject begonnen. Wel heeft hij contact gezocht met de docentbegeleider en op 30 mei 2023 alsnog een officiële ‘GO’ voor zijn afstudeerproject gekregen. Bij het eerste inlevermoment in november 2023 was zijn afstudeerproject dusdanig onvoldoende dat het niet beoordeeld werd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2474
Datum uitspraak
28 mei 2025
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Studentenzaken
  • uitspraakin de zaak202407351/1/A2

202408092/1/A2

Bij beslissing van 30 juli 2024 heeft de examencommissie de verzoeken van [appellant] om een extra herkansing van het tentamen voor het vak Applied Econometrics for Business (hierna: AEB) en het vak Investment and Portfolio Theory 2 afgewezen. [appellant] zit in het laatste jaar van de bachelor Business Administration van de faculteit Economie & Bedrijfskunde van de Universiteit van Amsterdam. Op 9 juli 2024 heeft zij deelgenomen aan het hertentamen van het vak IPT 2. De examinator van het vak heeft dit hertentamen beoordeeld met een 4,5. Op 12 juli 2024 heeft zij deelgenomen aan het hertentamen van het vak AEB. De examinator heeft dit hertentamen beoordeeld met een 2,5. Dat cijfer is later aangepast naar een 3,0. Om de vakken af te ronden, moet zij minimaal een 5,0 halen. [appellant] heeft voor beide vakken om een extra herkansing gevraagd. [appellant] betoogt dat zij geen eerlijke kans heeft gekregen om het vak AEB af te ronden. Zij vindt dat zij om deze reden een extra herkansing voor het vak AEB had moeten krijgen en dat het - nu nog openstaande - vak AEB voor de toekenning van het verzochte extra hertentamen voor het vak ITP 2 daarom niet zou mogen meetellen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2459
Datum uitspraak
28 mei 2025
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Studentenzaken
  • uitspraakin de zaak202408092/1/A2

202500010/1/A2

Bij beslissing van 13 juni 2024 hebben de examinatoren van de bacheloropleiding Werktuigbouwkunde Duaal het afstudeerproject van [appellant] met een ‘NVD’ beoordeeld. Bij beslissing van 19 november 2024 heeft het college van beroep voor de examens van De Haagse Hogeschool het hiertegen door [appellant] ingestelde administratief beroep ongegrond verklaard. [appellant] is in augustus 2023 begonnen aan zijn afstudeerproject voor de bacheloropleiding Werktuigbouwkunde Duaal. Het afstuderen bestaat uit drie onderdelen: de afstudeerscriptie, de scriptieverdediging en het praktisch werk. De scriptie bestaat weer uit vijf subonderdelen die om te kunnen afstuderen gemiddeld met een 5,5 moeten worden beoordeeld. De eerste versie van de scriptie hebben de examinatoren met een onvoldoende beoordeeld. [appellant] heeft feedback gekregen en een gesprek met de begeleider over die feedback gehad. [appellant] heeft de feedback verwerkt, extra aandacht aan schrijfvaardigheid besteed en een aantal gesprekken met een andere docent gevoerd. Hij heeft zijn herkansing op 17 mei 2024 ingeleverd. De examinatoren hebben de herkansing met een onvoldoende beoordeeld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2475
Datum uitspraak
28 mei 2025
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Studentenzaken
  • uitspraakin de zaak202500010/1/A2

202501271/1/A2

Bij beslissing van de examencommissie van 2 juli 2024 heeft een docent van het vak Consumer Insights van de bacheloropleiding Commerciële economie de herkansing van de adviespresentatie van [appellant] voor dat vak met een 5,2 herbeoordeeld. [appellant] heeft in januari 2024 het vak Consumer Insights gevolgd. Het vak bestaat uit verschillende toetsonderdelen, waaronder een adviespresentatie. De adviespresentatie van [appellant] is met een 4,7 beoordeeld en de aangepaste adviespresentatie in de herkansing met een 5,2. [appellant] heeft administratief beroep ingesteld tegen de beoordeling van de herkansing van 5 april 2024. Het college heeft [appellant] en de examencommissie een termijn gesteld om de mogelijkheid van een schikking te onderzoeken. De examencommissie heeft aan [appellant] twee routes voorgesteld. Route 1 bestaat uit het nogmaals laten beoordelen van de herkansing door een onafhankelijk examinator onder de voorwaarde dat [appellant] zijn administratief beroep tegen de beslissing van 5 april 2024 intrekt. Mocht hij het niet eens zijn met de herbeoordeling, dan kan hij vervolgens opnieuw administratief beroep instellen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2442
Datum uitspraak
28 mei 2025
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Studentenzaken
  • uitspraakin de zaak202501271/1/A2

202501533/1/A2

Bij beslissing van 1 oktober 2024 heeft de examencommissie van de Erasmus School of Social and Behavioural Sciences het verzoek van [appellante] om toepassing van de compensatieregeling Bachelor-2 van Bijlage II van de Onderwijs- en Examenregeling (OER) 2021-2022 afgewezen. [appellante] volgt de bacheloropleiding Psychologie aan de Erasmus Universiteit Rotterdam. Zij heeft op 30 augustus 2024 de examencommissie verzocht om de compensatieregeling toe te passen op het vak ‘Psychometrics: An Introduction’. De compensatieregeling houdt in dat binnen een kenniscluster of vaardighedencluster aan vakken bij een clustergemiddelde van een 6.0, onvoldoende cijfers van minimaal een 4.0 kunnen worden gecompenseerd. De compensatieregeling is als onderdeel van een curriculum-wijziging per 1 september 2022 afgeschaft. Onder de nieuwe regeling dienen studenten voor elk vak afzonderlijk minimaal een voldoende (5,5) te halen. [appellante] heeft zeven pogingen gedaan, maar het is haar niet gelukt om voor het vak Psychometrics een cijfer van minimaal een 5,5 te halen. Het vak Psychometrics is het enige vak dat zij nog dient te halen om haar bachelor Psychologie af te ronden.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2440
Datum uitspraak
28 mei 2025
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Studentenzaken
  • uitspraakin de zaak202501533/1/A2

202502172/2/A2

[appellant] heeft beroep ingesteld tegen het besluit van het college van 2 april 2025, op het door hem gemaakte bezwaar tegen het besluit van het college van 29 november 2024. Het college heeft de vertrouwelijke versies van een aantal gedingstukken overgelegd en met verwijzing naar artikel 8:29 van de Awb medegedeeld dat uitsluitend de Afdeling kennis zal mogen nemen van deze stukken. [appellant] vindt beperking van de kennisneming van de stukken niet gerechtvaardigd, omdat daarmee zijn recht op een gelijke proceskans wordt beperkt terwijl daar volgens hem geen gewichtige redenen voor zijn.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2483
Datum uitspraak
28 mei 2025
  • Geheimhoudingsbeslissing
  • Openbaarheid
  • uitspraakin de zaak202502172/2/A2

202502492/1/V3 en 202502492/2/V3

Bij besluit van 12 maart 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie appellant in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2419
Datum uitspraak
28 mei 2025
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaak202502492/1/V3 en 202502492/2/V3

202304845/1/V2

Bij besluit van 26 januari 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid aanvragen om betrokkenen een machtiging tot voorlopig verblijf te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2408
Datum uitspraak
27 mei 2025
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaak202304845/1/V2

202407016/3/V1

Bij besluiten van 22 september 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid aanvragen van verzoekers om hun een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, opnieuw afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2407
Datum uitspraak
27 mei 2025
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202407016/3/V1

202407137/1/V1

Bij besluit van 8 april 2021 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag om appellanten een machtiging tot voorlopig verblijf te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2409
Datum uitspraak
27 mei 2025
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaak202407137/1/V1

202500167/1/V3

Bij besluit van 23 november 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie betrokkene een vrijheidsontnemende maatregel opgelegd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2397
Datum uitspraak
27 mei 2025
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaak202500167/1/V3

202500169/1/V3

Bij besluit van 24 november 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie betrokkene een vrijheidsontnemende maatregel opgelegd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2398
Datum uitspraak
27 mei 2025
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaak202500169/1/V3

202500189/1/V3

Bij uitspraak van januari 2025 heeft de rechtbank het tegen het voortduren van de maatregel door betrokkene ingestelde beroep, voor zover gericht tegen de tenuitvoerlegging van de maatregel, gegrond verklaard en voor het overige ongegrond en de minister opgedragen betrokkene schadeloos te stellen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2399
Datum uitspraak
27 mei 2025
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaak202500189/1/V3
vorige pagina1...363738...1.227volgende pagina

Facetten
Gepubliceerd
  • Uitspraken uit
Type uitspraak
Proceduresoort
Rechtsgebied
Bevat

Raad van State

De Raad van State is onafhankelijk adviseur van regering en parlement over wetgeving en bestuur en hoogste algemene bestuursrechter van het land.

  • Meer over ons
  • Vacatures

Contact

De Raad van State bevindt zich in het centrum van Den Haag. Wilt u in contact komen met ons of wilt u ons bezoeken voor een zitting?

  • Telefoon
  • Locatie en route
  • Post en e-mail
  • Digitaal procederen
  • Wet open overheid
  • Nieuwe zaak starten

Altijd op de hoogte

Ontvang ons nieuws via de abonnementenservice in uw mailbox. Op de hoogte gehouden worden over uitspraken die gedaan worden in bepaalde zaken? Meld u dan aan voor de e-mailservice. Of bekijk de voortgang van een bepaalde procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

  • Abonnementenservice
  • E-mailservice uitspraken
  • Voortgang procedure
  • Aanvragen oude uitspraken

Toegankelijkheid | Privacy | Cookiebeleid

Volg ons

  • Bluesky
  • LinkedIn
  • Instagram
  • Mastodon