Ga naar de inhoud
(naar homepage)
lees voor
Direct naar
  • en (Information in English)
  • de (Deutsche Informationen)
  • fr (Informations en français)
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
  • Actueel
    • Nieuws
    • Zittingsagenda
    • Persagenda
    • Evenementen
    • Piet Hein Donner Scriptieprijs
  • Adviezen
  • Uitspraken
  • Publicaties
    • Brochures
    • Studies en onderzoeken
    • Regelingen
    • Consultaties
    • Jaarverslagen
    • Toespraken vice-president
  • Over ons
    • Raad van State in het kort
    • Organisatie
    • Advisering
    • Bestuursrechtspraak
    • Begrotingstoezicht
    • Toetsing Klimaatwet
    • Geschiedenis
    • Raad van State in beeld
  • Zoeken
  • en
  • de
  • fr
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
Zoeken

  1. Home ›
  2. Uitspraken

Uitspraken

De Afdeling bestuursrechtspraak toetst of de overheid het recht goed heeft toegepast bij het nemen van een besluit. In dit onderdeel vindt u alle uitspraken die de Raad van State op zijn website publiceert. Meer informatie over de taak van de Afdeling bestuursrechtspraak vindt u in de rubriek Bestuursrechtspraak.


aantal resultaten: 122.613
aantal resultaten per pagina

Toon overzicht van de actuele uitspraken:

  • Hoofdzaken
  • Voorlopige voorzieningen
  • Interessant voor de media

202404250/1/A2

Bij besluit van 1 maart 2023 heeft de Dienst Toeslagen aan [appellant] een tegemoetkoming toegekend van € 10.000,00. Bij besluit van 17 juli 2023 heeft de Dienst Toeslagen het door [appellant] daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard. [appellant] is een kind van een gedupeerde ouder. Bij besluit van 1 maart 2023 heeft de Dienst Toeslagen aan haar een tegemoetkoming toegekend van € 10.000,00 omdat zij op 1 juli 2023 tenminste achttien jaar was. Bij besluit van 17 juli 2023 heeft de Dienst Toeslagen het door [appellant] daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard. De Dienst Toeslagen heeft daaraan ten grondslag gelegd dat er geen ruimte is om bij de kindregeling af te wijken van de forfaitaire bedragen zoals die zijn opgenomen in artikel 2.12 van de Wht. De bedragen zijn bedoeld als erkenning en als een steun in de rug, en niet als regeling voor compensatie van schade of schulden. De hoogte van de tegemoetkoming staat verder los van de duur van het leed en de omvang van de financiële benadeling van de gedupeerde ouders. Er bestaat geen aanleiding om de hardheidsclausule die in artikel 9.1, eerste lid, van de Wht is opgenomen toe te passen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2996
Datum uitspraak
2 juli 2025
  • Hoger beroep
  • Geld
  • uitspraakin de zaak202404250/1/A2

202404253/1/A2

Bij besluit van 1 maart 2023 heeft de Dienst Toeslagen aan [appellante] een tegemoetkoming toegekend van € 10.000,00. [appellante] is een kind van een gedupeerde ouder. Bij besluit van 1 maart 2023 heeft de Dienst Toeslagen haar een tegemoetkoming toegekend van € 10.000,00 omdat zij op 1 juli 2023 tenminste achttien jaar was. Bij besluit van 10 juli 2023 heeft de Dienst Toeslagen het door [appellante] daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard. De Dienst Toeslagen heeft daaraan ten grondslag gelegd dat er geen ruimte is om bij de kindregeling af te wijken van de forfaitaire bedragen zoals die zijn opgenomen in artikel 2.12 van de Wht. De bedragen zijn bedoeld als erkenning en als een steun in de rug, en niet als regeling voor compensatie van schade of schulden. De hoogte van de tegemoetkoming staat verder los van de duur van het leed en de omvang van de financiële benadeling van de gedupeerde ouders. Er bestaat geen aanleiding om de hardheidsclausule die in artikel 9.1, eerste lid, van de Wht is opgenomen toe te passen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2993
Datum uitspraak
2 juli 2025
  • Hoger beroep
  • Geld
  • uitspraakin de zaak202404253/1/A2

202404284/1/R2

Bij besluit van 22 november 2022 heeft de minister voor Natuur en Stikstof het wijzigingsbesluit Habitatrichtlijngebieden vanwege aanwezige waarden vastgesteld. Het wijzigingsbesluit heeft betrekking op 101 gebieden die zijn aangewezen als speciale beschermingszone ter uitvoering van de Richtlijn 92/43 EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 21 mei 1992 inzake de instandhouding van de natuurlijke habitats en de wilde flora en fauna (Pb L 206; de Habitatrichtlijn). Met het wijzigingsbesluit wordt beoogd te corrigeren wat niet goed is gegaan bij de oorspronkelijke aanwijzing van die gebieden. Agractie heeft als doel de belangen te behartigen van de agrarische sector. Zij bestrijdt het gehele wijzigingsbesluit.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2958
Datum uitspraak
2 juli 2025
  • Hoger beroep
  • Natuurbescherming
  • uitspraakin de zaak202404284/1/R2

202404334/1/R2

Bij besluit van 22 november 2022 heeft de minister voor Natuur en Stikstof het wijzigingsbesluit Habitatrichtlijngebieden vanwege aanwezige waarden vastgesteld. Het wijzigingsbesluit heeft betrekking op 101 gebieden die zijn aangewezen als speciale beschermingszone ter uitvoering van de Richtlijn 92/43 EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 21 mei 1992 inzake de instandhouding van de natuurlijke habitats en de wilde flora en fauna (Pb L 206; de Habitatrichtlijn). De staatssecretaris beoogt met het wijzigingsbesluit te corrigeren wat niet goed is gegaan bij de oorspronkelijke aanwijzing van de gebieden. De maatschap exploiteert aan de [locatie 1] een melkveehouderij. [appellant B] woont aan de [locatie 2], waar hij een melkveehouderij en een vleesvarkensbedrijf exploiteert. Zij hebben beroep ingesteld tegen het wijzigingsbesluit, voor zover dat betrekking heeft op het Natura 2000-gebied "Rijntakken".

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2975
Datum uitspraak
2 juli 2025
  • Hoger beroep
  • Natuurbescherming
  • uitspraakin de zaak202404334/1/R2

202404348/1/R2

Bij besluit van 22 november 2022 heeft de minister voor Natuur en Stikstof het wijzigingsbesluit Habitatrichtlijngebieden vanwege aanwezige waarden vastgesteld. Het wijzigingsbesluit heeft betrekking op 101 gebieden die zijn aangewezen als speciale beschermingszone ter uitvoering van de Richtlijn 92/43 EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 21 mei 1992 inzake de instandhouding van de natuurlijke habitats en de wilde flora en fauna (Pb L 206; de Habitatrichtlijn). Met het wijzigingsbesluit wordt beoogd te corrigeren wat niet goed is gegaan bij de oorspronkelijke aanwijzing van die gebieden. De maatschap en anderen exploiteren allen agrarische bedrijven in verschillende delen van Gelderland in de buurt van verschillende Habitatrichtlijngebieden. Zij hebben beroep ingesteld tegen het wijzigingsbesluit, voor zover dat betrekking heeft op de Habitatrichtlijngebieden "Stelkampsveld", "Borkeld", "Sallandse Heuvelrug", "Willinks Weust", "Rijntakken", "Buurserzand & Haaksbergerveen", "Naardermeer", "Veluwe", "Uiterwaarden Zwarte Water en Vecht" en "Landgoederen Brummen".

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2970
Datum uitspraak
2 juli 2025
  • Hoger beroep
  • Natuurbescherming
  • uitspraakin de zaak202404348/1/R2

202405079/1/R1

Bij besluit van 4 juli 2024 heeft de raad van de gemeente Haarlemmermeer het bestemmingsplan "Hoofddorp Hoofdweg 583 ca" gewijzigd vastgesteld. Bij besluit van 4 juli 2024 heeft het college van burgemeester en wethouders van Haarlemmermeer een omgevingsvergunning verleend voor het bouwen van 593 woningen, inclusief bijbehorende parkeergarage, wijk-ondersteunende voorzieningen en geluidschermen tussen de woningblokken langs de N201 op de locatie Wijkermeerstraat 15 in Hoofddorp. Het bestemmingsplan en de omgevingsvergunning maken de bouw van woningen mogelijk op een gedeelte van het bedrijventerrein Hoofddorp-Noord. Het plangebied ligt tussen de provinciale weg N201, de Hoofdweg, de Wijkermeerstraat en de Debbemeerstraat in Hoofddorp. Medamco is gevestigd in twee aan het plangebied grenzende bedrijfsverzamelgebouwen op de adressen Debbemeerstraat 25 en 25a in Hoofddorp. Werknemers van Medamco en andere bezoekers van deze panden parkeren op enkele naastgelegen parkeerplaatsen die zijn aangelegd op gronden van de gemeente Haarlemmermeer. Medamco had ten tijde van de bestreden besluiten op basis van een huurovereenkomst met de gemeente het exclusieve recht op het gebruik van het parkeerterrein.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2974
Datum uitspraak
2 juli 2025
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Bouwen
  • RO - Noord-Holland
  • uitspraakin de zaak202405079/1/R1

202405324/1/R4

Bij besluit van 18 januari 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders van West Betuwe aan [partij] een omgevingsvergunning verleend voor het legaliseren van een magazijnstelling aan de [locatie 1] in Geldermalsen. [partij] is een bedrijf in bouwmaterialen en heeft een bedrijfspand op het perceel. Op het perceel is een luifel aanwezig. Onder de luifel heeft [partij] een magazijnstelling geplaatst. [appellant] heeft een bedrijf aan de [locatie 2] in Geldermalsen, schuin tegenover het perceel. Hij kan zich niet vinden in de legalisering van de magazijnstelling. De rechtbank heeft bij mondelinge uitspraak van 4 juli 2024 geoordeeld dat het college de magazijnstelling terecht niet als gebouw heeft aangemerkt en dat het bouwwerk past binnen het bestemmingsplan. De rechtbank heeft voor haar oordeel van belang geacht dat de magazijnstelling op zichzelf niet als wand kan worden aangemerkt. De magazijnstelling bestaat uit verticale balken en horizontale leggers met daartussen steeds behoorlijke ruimtes. Daardoor is geen sprake van een omsluitende wand. Verder acht de rechtbank van belang dat er steeds wisselende hoeveelheden artikelen zijn opgeslagen in de magazijnstelling en de stelling niet het hele jaar vol ligt.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2946
Datum uitspraak
2 juli 2025
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202405324/1/R4

202405429/1/V6

Bij besluit van 4 juli 2023 heeft de minister van Buitenlandse Zaken een verzoek van appellanten om op enige wijze hun overkomst naar Nederland te faciliteren, afgewezen. Appellanten hebben de Afghaanse nationaliteit en verblijven in Afghanistan. Op 27 maart 2023 heeft [appellant] de minister gevraagd om hem en zijn gezin vanuit Afghanistan naar Nederland over te brengen. [appellant] stelt dat hij tussen 2007 en 2010 heeft gewerkt als bewaker van Afghan Security Guard voor de Nederlandse krijgsmacht in Uruzgan, Afghanistan. De minister heeft het verzoek afgewezen, omdat [appellant] niet valt onder de bij de brief van 11 oktober 2021 getroffen speciale voorziening (Kamerstukken II 2021/22, 27 925, nr. 860; de Kamerbrief). De minister heeft hiervoor als reden gegeven dat [appellant] niet voorkomt in de database van het Ministerie van Defensie met meldingen van Nederlandse veteranen en van hulpverzoeken die uiterlijk 11 oktober 2021 zijn gedaan. De minister heeft niet beoordeeld of [appellant] daadwerkelijk als bewaker van ASG heeft gewerkt voor de Nederlandse krijgsmacht.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2955
Datum uitspraak
2 juli 2025
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Overige
  • uitspraakin de zaak202405429/1/V6

202405727/1/A2

Bij besluit van 30 juni 2022 heeft de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport de vaststelling van de subsidie van [wederpartij] gewijzigd en op nihil gesteld en een bedrag aan ten onrechte uitbetaalde subsidie van € 100.000,- van [wederpartij] teruggevorderd. [wederpartij] is met ingang van 1 januari 2015 als medisch specialist in het specialisme Interne Geneeskunde in dienst getreden van het Havenziekenhuis en het Instituut voor Tropische Ziekten BV in Rotterdam. Daarvoor was hij daar werkzaam als vrijgevestigd medisch specialist. Voor de overgang van vrijgevestigd medisch specialist naar specialist in loondienst heeft het Havenziekenhuis namens [wederpartij] op 30 januari 2015 subsidie aangevraagd op grond van de Subsidieregeling overgang integrale tarieven medisch specialistische zorg. Bij besluit van 16 september 2015 heeft de minister de gevraagde subsidie, ten bedrage van € 100.000,-, verleend. Na het faillissement van het Havenziekenhuis in 2017 is [wederpartij] in loondienst bij Stichting IJsselland Ziekenhuis gaan werken. Met ingang van 1 april 2019 is hij in loondienst gekomen bij Coöperatief Medisch Specialistisch Bedrijf IJsselland.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:3000
Datum uitspraak
2 juli 2025
  • Hoger beroep
  • Subsidie
  • uitspraakin de zaak202405727/1/A2

202405978/1/R2

Bij besluit van 22 november 2022 heeft de minister het wijzigingsbesluit Habitatrichtlijngebieden vanwege aanwezige waarden vastgesteld. Het wijzigingsbesluit heeft betrekking op 101 gebieden die zijn aangewezen als speciale beschermingszone ter uitvoering van de Richtlijn 92/43 EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 21 mei 1992 inzake de instandhouding van de natuurlijke habitats en de wilde flora en fauna (Pb L 206; de Habitatrichtlijn). Met het wijzigingsbesluit wordt beoogd te corrigeren wat niet goed is gegaan bij de oorspronkelijke aanwijzing van die gebieden. [appellante] exploiteert een melkveehouderij aan de [locatie] in Oijen. Zij heeft beroep ingesteld tegen het wijzigingsbesluit, voor zover dat betrekking heeft op het Habitatrichtlijngebied "Vlijmens Ven, Moerputten & Bossche Broek" (hierna: het gebied). Dit gebied is op 23 mei 2013 aangewezen als Habitatrichtlijngebied.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2968
Datum uitspraak
2 juli 2025
  • Hoger beroep
  • Flora en fauna
  • uitspraakin de zaak202405978/1/R2

202406260/1/A2

Bij besluit van 12 januari 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam aan Equity Participations een vergunning verleend voor het omzetten van de zelfstandige woonruimte aan de Weteringstraat 28-1 in Amsterdam in vijf onzelfstandige woonruimten. Het gaat in deze zaak om de uitleg van artikel 3.3.11 van de Huisvestingsverordening 2020. Het college heeft in de omzettingsvergunning vermeld dat "[e]en maximum van 25% van het aantal adressen in het pand, of in een rij aaneengesloten eengezinswoningen (pandquotum) kan bestaan uit omgezette woonruimtes met in achtneming van het bepaalde in artikel 3.3.11, tweede lid van de Huisvestingsverordening Amsterdam 2020. Dit aantal wordt met de verstrekking van de vergunning niet overschreden."

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2950
Datum uitspraak
2 juli 2025
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202406260/1/A2

202407585/1/V6

Bij besluit van 4 juli 2023 heeft de minister van Buitenlandse Zaken een verzoek van appellanten om op enige wijze hun overkomst naar Nederland te faciliteren, afgewezen. Appellanten hebben de Afghaanse nationaliteit en verblijven in Afghanistan. Op 24 februari 2022 heeft [appellant] de minister gevraagd om hem en zijn gezin vanuit Afghanistan naar Nederland over te brengen. [appellant] stelt dat hij heeft gewerkt als bewaker van Afghan Security Guard voor de Nederlandse krijgsmacht in Uruzgan, Afghanistan. De minister heeft het verzoek afgewezen, omdat [appellant] niet valt onder de bij de brief van 11 oktober 2021 getroffen speciale voorziening (Kamerstukken II 2021/22, 27 925, nr. 860; de Kamerbrief). De minister heeft hiervoor als reden gegeven dat [appellant] niet voorkomt in de database van het Ministerie van Defensie met meldingen van Nederlandse veteranen en van hulpverzoeken die uiterlijk 11 oktober 2021 zijn gedaan. De minister heeft niet beoordeeld of [appellant] daadwerkelijk als bewaker van ASG heeft gewerkt voor de Nederlandse krijgsmacht.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2954
Datum uitspraak
2 juli 2025
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Overige
  • uitspraakin de zaak202407585/1/V6

202500363/1/A2

Bij besluit van 20 december 2021 heeft het Instituut de aanvraag van [appellant] om vergoeding van bijkomende kosten, voor zover het ging om gederfde huurinkomsten, afgewezen. Op 10 september 2020 heeft [appellant] een vergoeding van bijkomende kosten door schadeherstel aangevraagd. Hij heeft toegelicht dat hij € 14.000,- aan inkomsten heeft gederfd, omdat hij de woning twintig maanden niet kon verhuren. Daarbij heeft hij erop gewezen dat hij de bouwkundige schade aan de woning op 12 juni 2018 had gemeld, maar dat (de voorloper van) het Instituut pas op 16 maart 2020 een definitief besluit over de schade heeft genomen. Het Instituut heeft bij besluit van 20 december 2021, gehandhaafd bij besluit van 9 mei 2023, de aanvraag om vergoeding van gederfde huurinkomsten afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:3007
Datum uitspraak
2 juli 2025
  • Hoger beroep
  • Schadevergoeding
  • uitspraakin de zaak202500363/1/A2

202500457/1/A2

Bij beslissing van 17 juli 2024 heeft het college van bestuur van de Erasmus Universiteit Rotterdam de inschrijving van [appellant] voor de masteropleiding Geneeskunde aan de Erasmus Universiteit Rotterdam met ingang van 1 augustus 2024 definitief beëindigd. [appellant] is in februari 2020 begonnen met de masteropleiding Geneeskunde aan de Erasmus Universiteit Rotterdam. De examencommissie van het Erasmus MC heeft vanaf september 2020 meldingen ontvangen over onprofessioneel gedrag van [appellant], waaronder herhaalde klachten over het te laat of niet aanwezig zijn bij verplichte contactmomenten en het aantoonbaar liegen over de reden daarvan, over het gebrek aan benodigde kennis en over fraude. Na tussenkomst van de Commissie Longitudinale Beoordeling Professionaliteit heeft de examencommissie bij brief van 30 september 2021 te kennen gegeven dat zij, gelet op die meldingen, een onafhankelijke deskundige aanstelt, [deskundige], voor onderzoek naar het gedrag van [appellant].

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2998
Datum uitspraak
2 juli 2025
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • Studentenzaken
  • uitspraakin de zaak202500457/1/A2

202500462/1/A2

Bij brief van 17 januari 2025 heeft [appellant] bij de Afdeling een verzoek ingediend om de examencommissie Politicologie en Conflict Resolution and Governance te veroordelen tot vergoeding van schade die hij heeft geleden als gevolg van een onrechtmatige beslissing van 7 maart 2024. [appellant] volgt de masteropleiding Politicologie aan de Universiteit van Amsterdam. Voor de afronding van de masteropleiding in het studiejaar 2023-2024 moest [appellant] het keuzevak ‘Contested Market Liberalism’ (9 EC) en zijn masterscriptie (30 EC) behalen. Bij beslissing van 7 maart 2024 heeft de examencommissie het door [appellant] ingediende essay voor het vak ‘Contested Market Liberalism’ ongeldig verklaard wegens plagiaat en hem uitgesloten van alle vormen van toetsing van de opleiding voor een periode van zeven maanden. [appellant] heeft hiertegen administratief beroep ingesteld. Bij beslissing van 16 juli 2024 heeft het college van beroep voor de examens het beroep van [appellant] tegen de beslissing van 7 maart 2024 gegrond verklaard voor wat betreft de punitieve sanctie en de beslissing van de examencommissie vernietigd en haar opgedragen om een nieuwe beslissing te nemen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2957
Datum uitspraak
2 juli 2025
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • Schadevergoeding
  • Studentenzaken
  • uitspraakin de zaak202500462/1/A2

202501872/1/A2

Bij beslissing van 2 september 2024 hebben de examinatoren de scriptie van [appellant] met het eindcijfer 8 beoordeeld. [appellant] is in 2021 begonnen aan de tweejarige research master Language and Communication Technologies. Die master bestaat uit twee studiejaren waarvoor hij één jaar in Tsjechië aan de Charles University studeerde en het tweede studiejaar in Nederland aan de Rijkuniversiteit Groningen. In november 2022 benaderde [appellant] prof. dr. Michel voor de begeleiding van zijn masterscriptie. Vanwege de omvang van het project in zowel linguïstisch onderzoek, als het programmeren van een computerapplicatie is er enige tijd overheen gegaan. [appellant] rondde zijn scriptie in juli 2024 af. Deze werd door twee examinatoren op 2 september 2024 met het eindcijfer 8 beoordeeld. Het CBE heeft het administratief beroep van [appellant] gericht tegen die beoordeling ongegrond verklaard. Aan deze beslissing heeft het ten grondslag gelegd dat het enkel kan beoordelen of er enige rechtsregel of rechtsbeginsel is overtreden.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:3002
Datum uitspraak
2 juli 2025
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Studentenzaken
  • uitspraakin de zaak202501872/1/A2

202502180/1/A2

Bij beslissing van 28 oktober 2024 hebben de examinatoren de masterscriptie van [appellant] beoordeeld met een 7,5. [appellant] volgt de masteropleiding Rechtsgeleerdheid, specialisatie staats- en bestuursrecht, aan de universiteit Leiden. Ter afronding van de masteropleiding heeft hij een scriptie geschreven. De scriptie wordt door twee examinatoren beoordeeld. De eerste examinator is de begeleider van het scriptietraject. De tweede examinator is een zogenoemde tweede lezer. Deze is niet betrokken bij het begeleiden van de scriptie. De eerste examinator heeft de scriptie beoordeeld met het cijfer 8,0. De tweede examinator heeft de scriptie beoordeeld met een cijfer binnen de range 6,5 - 7,5. De examinatoren zijn uiteindelijk in hun gezamenlijk eindoordeel tot het cijfer 7,5 gekomen. De eerste examinator heeft aangegeven zich te kunnen vinden in de gedegen en zorgvuldige argumentatie van de tweede examinator waarom een 7,5 wat hem betreft het absolute maximum is. Hierbij heeft de eerste examinator met name de onzelfstandige wijze waarop de scriptie tot stand is gekomen laten meewegen. [appellant] betoogt dat het CBE heeft miskend dat de beoordeling van de scriptie onzorgvuldig tot stand is gekomen en ondeugdelijk is gemotiveerd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2937
Datum uitspraak
2 juli 2025
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Studentenzaken
  • uitspraakin de zaak202502180/1/A2

202402717/1/V3

Bij besluit van 27 maart 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van betrokkene om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen. Bij uitspraak van 24 april 2024 heeft de rechtbank het daartegen door betrokkene ingestelde beroep gegrond verklaard, dat besluit vernietigd en bepaald dat de staatssecretaris een nieuw besluit op de aanvraag neemt met inachtneming van de uitspraak. Tegen deze uitspraak heeft de staatssecretaris hoger beroep ingesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2934
Datum uitspraak
1 juli 2025
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202402717/1/V3

202403964/1/V3

Bij besluit van 25 mei 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van betrokkene om hem een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2935
Datum uitspraak
1 juli 2025
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaak202403964/1/V3

202501183/1/V3

Bij besluit van 18 januari 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie betrokkene een vrijheidsontnemende maatregel opgelegd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2925
Datum uitspraak
1 juli 2025
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaak202501183/1/V3

BRS.25.000062

Bij besluit van 8 december 2024 heeft de minister betrokkene een vrijheidsontnemende maatregel opgelegd. Bij uitspraak van 17 januari 2025 heeft de rechtbank het met een kennisgeving vanwege de minister daartegen aanhangig gemaakte beroep, voor zover gericht tegen de tenuitvoerlegging van de maatregel tot en met 2 januari 2025, gegrond verklaard en voor het overige ongegrond, en de minister opgedragen betrokkene schadeloos te stellen. Tegen deze uitspraak heeft de minister hoger beroep ingesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2901
Datum uitspraak
1 juli 2025
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaakBRS.25.000062

BRS.25.000063

Bij besluit van 8 december 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie betrokkene een vrijheidsontnemende maatregel opgelegd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2902
Datum uitspraak
1 juli 2025
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaakBRS.25.000063

BRS.25.000705

Bij besluit van 27 mei 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van betrokkene om hem een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen. Bij besluit van 11 november 2024 heeft de minister het daartegen door betrokkene gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2900
Datum uitspraak
1 juli 2025
  • Voorlopige voorziening
  • Regulier
  • uitspraakin de zaakBRS.25.000705

BRS.25.000741

Bij besluit van 11 december 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag om betrokkene een machtiging tot voorlopig verblijf te verlenen, afgewezen. Bij besluit van 24 december 2024 heeft de minister het daartegen door betrokkene gemaakte bezwaar ongegrond verklaard. Bij uitspraak van 26 mei 2025 heeft de rechtbank het daartegen door betrokkene ingestelde beroep gegrond verklaard, dat besluit vernietigd en bepaald dat de minister een nieuw besluit op het gemaakte bezwaar neemt met inachtneming van de uitspraak.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2868
Datum uitspraak
1 juli 2025
  • Voorlopige voorziening
  • Regulier
  • uitspraakin de zaakBRS.25.000741

BRS.25.000751

Bij besluit van 26 februari 2025 heeft de minister bepaald dat verzoeker wordt overgedragen aan Duitsland.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2892
Datum uitspraak
1 juli 2025
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.25.000751

202303434/1/V3

Verzoekers, vertegenwoordigd door mr. A. Khalaf, advocaat in Zwolle, hebben hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Groningen, van 25 mei 2023 in zaken nrs. NL23.9926 en NL23.9930. De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid heeft een nader stuk ingediend. Verzoekers hebben het hoger beroep ingetrokken en de Afdeling verzocht de minister van Asiel en Migratie te veroordelen in de bij hen opgekomen proceskosten.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2919
Datum uitspraak
30 juni 2025
  • Hoger beroep
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202303434/1/V3

202306806/1/V3

Bij besluit van 28 februari 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen. Bij besluit van 14 september 2022 heeft de staatssecretaris het daartegen door appellant gemaakte bezwaar ongegrond verklaard. Bij uitspraak van 6 oktober 2023 heeft de rechtbank het daartegen door appellant ingestelde beroep ongegrond verklaard. Tegen deze uitspraak heeft appellant, vertegenwoordigd door mr. B. Aydin, advocaat in Amsterdam, hoger beroep ingesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2915
Datum uitspraak
30 juni 2025
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaak202306806/1/V3

202501351/1/V3

Bij besluit van 13 februari 2025 heeft de minister appellant in bewaring gesteld. Bij uitspraak van 3 maart 2025 heeft de rechtbank het daartegen door appellant ingestelde beroep ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen. Tegen deze uitspraak heeft appellant, vertegenwoordigd door mr. S.L. Sarin, advocaat in Zaandam, hoger beroep ingesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2911
Datum uitspraak
30 juni 2025
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaak202501351/1/V3

202501370/1/V3

Bij besluit van 12 februari 2025 heeft de minister appellant in bewaring gesteld. Bij uitspraak van 5 maart 2025 heeft de rechtbank het daartegen door appellant ingestelde beroep ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen. Tegen deze uitspraak heeft appellant, vertegenwoordigd door mr. S.L. Sarin, advocaat in Zaandam, hoger beroep ingesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2912
Datum uitspraak
30 juni 2025
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaak202501370/1/V3

202501917/1/V3 en 202501917/2/V3

Bij besluit van 5 februari 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2896
Datum uitspraak
30 juni 2025
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202501917/1/V3 en 202501917/2/V3

202502471/1/V2

Bij besluit van 20 juli 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2897
Datum uitspraak
30 juni 2025
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202502471/1/V2

202502515/1/V2

Bij besluit van 24 december 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen. Bij uitspraak van 24 april 2025 heeft de rechtbank het daartegen door appellant ingestelde beroep ongegrond verklaard. Tegen deze uitspraak heeft appellant, vertegenwoordigd door mr. N.C. Blomjous, advocaat in Amsterdam, hoger beroep ingesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2909
Datum uitspraak
30 juni 2025
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202502515/1/V2

202503008/1/V3

Bij besluit van 25 oktober 2024 heeft de minister een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen. Bij uitspraak van 20 mei 2025 heeft de rechtbank het daartegen door appellant ingestelde beroep ongegrond verklaard. Tegen deze uitspraak heeft appellant, vertegenwoordigd door mr. H.M.A. Breuls, advocaat in Dalfsen, hoger beroep ingesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2913
Datum uitspraak
30 juni 2025
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202503008/1/V3

202503209/1/V2 en 202503209/2/V2

Bij besluit van 10 oktober 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2898
Datum uitspraak
30 juni 2025
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202503209/1/V2 en 202503209/2/V2

202503385/1/V2 en 202503385/2/V2

Bij besluit van 24 april 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen. Bij uitspraak van 10 juni 2025 heeft de rechtbank het daartegen door appellant ingestelde beroep ongegrond verklaard. Tegen deze uitspraak heeft appellant, vertegenwoordigd door mr. M.P.J.W.M. Govers, advocaat in Tilburg, hoger beroep ingesteld. Ook heeft hij de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2910
Datum uitspraak
30 juni 2025
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202503385/1/V2 en 202503385/2/V2

202503417/1/V2 en 202503417/2/V2

Bij besluit van 8 mei 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, opnieuw niet in behandeling genomen. Bij uitspraak van 10 juni 2025 heeft de rechtbank het daartegen door appellant ingestelde beroep ongegrond verklaard. Tegen deze uitspraak heeft appellant, vertegenwoordigd door mr. F.S. Boedhoe, advocaat in Dronten, hoger beroep ingesteld. Ook heeft hij de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2914
Datum uitspraak
30 juni 2025
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202503417/1/V2 en 202503417/2/V2

202503558/2/V2

Bij besluit van 29 oktober 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van verzoeker om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen. Bij uitspraak van 18 juni 2025 heeft de rechtbank het daartegen door verzoeker ingestelde beroep ongegrond verklaard. Tegen deze uitspraak heeft verzoeker hoger beroep ingesteld. Ook heeft hij de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2916
Datum uitspraak
30 juni 2025
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202503558/2/V2

BRS.25.000570

Bij besluit van 7 mei 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2885
Datum uitspraak
30 juni 2025
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.25.000570

BRS.25.000631

Bij besluit van 1 mei 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie appellant in bewaring gesteld

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2886
Datum uitspraak
30 juni 2025
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaakBRS.25.000631

BRS.25.000647

Bij besluit van 16 februari 2024, aangevuld bij besluit van 23 augustus 2024, heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van betrokkene om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2889
Datum uitspraak
30 juni 2025
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.25.000647

BRS.25.000692

Bij besluit van 23 februari 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van betrokkene om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2887
Datum uitspraak
30 juni 2025
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.25.000692

BRS.25.000702

Bij besluit van 16 mei 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid geweigerd om ambtshalve krachtens artikel 64 van de Vw 2000 te bepalen dat uitzetting van betrokkene achterwege blijft.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2891
Datum uitspraak
30 juni 2025
  • Voorlopige voorziening
  • Regulier
  • uitspraakin de zaakBRS.25.000702

202204771/1/V1

Bij besluit van 16 oktober 2020 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag om appellant een machtiging tot voorlopig verblijf (hierna: een mvv) te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2894
Datum uitspraak
27 juni 2025
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaak202204771/1/V1

202502652/1/V3

Bij besluit van 10 april 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie appellant in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2895
Datum uitspraak
27 juni 2025
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaak202502652/1/V3

202503368/1/V2 en 202503368/2/V2

Bij besluit van 20 januari 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet-ontvankelijk verklaard. Bij uitspraak van 4 juni 2025 heeft de rechtbank het daartegen door appellant ingestelde beroep ongegrond verklaard. Tegen deze uitspraak heeft appellant, vertegenwoordigd door mr. D.S. Harhangi-Asarfi, advocaat in Rotterdam, hoger beroep ingesteld. Ook heeft hij de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2908
Datum uitspraak
27 juni 2025
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202503368/1/V2 en 202503368/2/V2

202407766/1/R1

Bij besluit van 30 oktober 2024 heeft de raad van de gemeente Heerlen het bestemmingsplan "Schinkelkwadrant-Noord" vastgesteld. Het gaat in deze zaak over het bestemmingsplan "Schinkelkwadrant-Noord". Dit plan voorziet in de transformatie van bestaande leegstaande kantoren in 124 woningen, waarvan 108 appartementen. Het plan maakt onderdeel uit van "Urban Living". Dat is een grootschalige ontwikkeling in het centrum van Heerlen. [appellant] woont in het appartementencomplex De Veste I, op een afstand van ongeveer 29,4 meter van het plangebied. Hij stelt dat uitvoering van het plan zijn woon- en leefklimaat ernstig schaadt.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:3015
Datum uitspraak
27 juni 2025
  • Mondelinge uitspraak
  • RO - Limburg
  • uitspraakin de zaak202407766/1/R1

202304404/1/V2

Bij besluit van 21 maart 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van betrokkene om haar een EU-verblijfsvergunning voor langdurig ingezetenen te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2871
Datum uitspraak
26 juni 2025
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaak202304404/1/V2

202402016/1/V3

Bij besluit van 28 augustus 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid bepaald dat op 4 september 2023 het recht op bescherming eindigt dat appellant geniet op grond van Richtlijn 2001/55/EG en het daarop gebaseerde Uitvoeringsbesluit (EU) 2022/382 van 4 maart 2022. De staatssecretaris heeft appellant ook opgedragen om de Europese Unie binnen vier weken te verlaten. De staatssecretaris heeft dit besluit op 9 februari 2024 ingetrokken.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2874
Datum uitspraak
26 juni 2025
  • Hoger beroep
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202402016/1/V3

202402030/1/V3

Bij besluit van 14 augustus 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid bepaald dat op 4 september 2023 het recht op bescherming eindigt dat appellant geniet op grond van Richtlijn 2001/55/EG en het daarop gebaseerde Uitvoeringsbesluit (EU) 2022/382 van 4 maart 2022. De staatssecretaris heeft appellant ook opgedragen om de Europese Unie binnen vier weken te verlaten. De staatssecretaris heeft dit besluit op 6 maart 2024 ingetrokken.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2877
Datum uitspraak
26 juni 2025
  • Hoger beroep
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202402030/1/V3

202402523/1/V3

Bij besluit van 30 augustus 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid bepaald dat op 4 september 2023 het recht op bescherming eindigt dat appellant geniet op grond van Richtlijn 2001/55/EG en het daarop gebaseerde Uitvoeringsbesluit (EU) 2022/382 van 4 maart 2022.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2876
Datum uitspraak
26 juni 2025
  • Hoger beroep
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202402523/1/V3

202407691/1/V3

Bij besluit van 24 november 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie appellant een vrijheidsontnemende maatregel opgelegd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2878
Datum uitspraak
26 juni 2025
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaak202407691/1/V3

202407695/1/V3

Bij besluit van 19 november 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie appellant een vrijheidsontnemende maatregel opgelegd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2883
Datum uitspraak
26 juni 2025
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaak202407695/1/V3

202407699/1/V3

Bij besluit van 24 november 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie appellant een vrijheidsontnemende maatregel opgelegd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2882
Datum uitspraak
26 juni 2025
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaak202407699/1/V3

202407710/1/V3

Bij besluit van 19 november 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie appellant een vrijheidsontnemende maatregel opgelegd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2881
Datum uitspraak
26 juni 2025
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaak202407710/1/V3

202407715/1/V3

Bij besluit van 24 november 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie appellant een vrijheidsontnemende maatregel opgelegd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2880
Datum uitspraak
26 juni 2025
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaak202407715/1/V3

202502441/2/A3

De Stichting Regionale Omroep Brabant heeft het college van burgemeester en wethouders van Eersel verzocht om openbaarmaking van documenten over [verzoekster] op grond van de Wet open overheid. De Stichting Regionale Omroep Brabant vraagt om ‘toezicht documenten, waaronder die van de omgevingsdienst; handhavingsdocumenten, vergaderstukken, waaronder besluiten, besluitenlijsten en notulen; rapporten, adviezen en datasets’ van 1 november 2019 tot 14 juli 2023. Het college heeft bij besluit van 28 mei 2024 het verzoek deels toegewezen. Bij besluit van 30 januari 2025 heeft het college het bezwaar van [verzoekster] gegrond verklaard en het besluit van 28 mei 2024 herroepen omdat een aantal van de openbaar te maken documenten processtukken betreffen die buiten de reikwijdte van het Woo-verzoek vallen. Het college heeft daarom besloten om minder documenten openbaar te maken.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:3280
Datum uitspraak
26 juni 2025
  • Mondelinge uitspraak
  • Voorlopige voorziening
  • Openbaarheid
  • uitspraakin de zaak202502441/2/A3

202502965/2/A3 en 202502965/3/A3

Het verzoek richt zich tegen de uitspraak van 24 april 2025 van de rechtbank Amsterdam. De minister van Financiën en Gasunie en GTS hebben de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen. De minister en Gasunie en GTS voeren aan dat het openbaar maken van de gevraagde documenten tot onomkeerbare gevolgen leidt die de hogerberoepsprocedure zinledig maakt.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2928
Datum uitspraak
26 juni 2025
  • Mondelinge uitspraak
  • Voorlopige voorziening
  • Openbaarheid
  • uitspraakin de zaak202502965/2/A3 en 202502965/3/A3

202503057/2/A3

[wederpartij] heeft de raad van bestuur van de Nederlandse Organisatie voor toegepast-natuurwetenschappelijk onderzoek verzocht om openbaarmaking van documenten over cryptografie onderzoek, verslagen en rapporten van onderzoek bij en door RVO/TNO, verricht tussen de jaren 1946 en 1975. TNO heeft dit verzoek afgewezen en heeft zich daarbij op het standpunt gesteld dat de gevraagde onderzoeksgegevens niet onder het bereik van de Wet open overheid vallen. Daarnaast zijn de gevraagde documenten gerubriceerd. In verband met de veiligheid van de staat kunnen deze documenten niet worden gedeeld, aldus TNO. TNO heeft dit besluit in bezwaar gehandhaafd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:3012
Datum uitspraak
26 juni 2025
  • Mondelinge uitspraak
  • Voorlopige voorziening
  • Openbaarheid
  • uitspraakin de zaak202503057/2/A3

202503246/1/V3 en 202503246/2/V3

Bij besluit van 28 juni 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van appellante om haar een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2879
Datum uitspraak
26 juni 2025
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Regulier
  • uitspraakin de zaak202503246/1/V3 en 202503246/2/V3

202503278/1/V2 en 202503278/2/V2

Bij besluit van 2 mei 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de aan appellant verleende verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd ingetrokken.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2875
Datum uitspraak
26 juni 2025
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Regulier
  • uitspraakin de zaak202503278/1/V2 en 202503278/2/V2

202503289/1/V3

Bij besluit van 9 mei 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie appellant een vrijheidsontnemende maatregel opgelegd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2873
Datum uitspraak
26 juni 2025
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaak202503289/1/V3

202503355/1/V3 en 202503355/2/V3

Bij besluit van 17 oktober 2024, aangevuld bij besluit van 15 januari 2025, heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2808
Datum uitspraak
26 juni 2025
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202503355/1/V3 en 202503355/2/V3

202503386/1/V2 en 202503386/2/V2

Bij besluit van 9 oktober 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2872
Datum uitspraak
26 juni 2025
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202503386/1/V2 en 202503386/2/V2

202503394/1/V2 en 202503394/2/V2

Bij besluit van 17 februari 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2893
Datum uitspraak
26 juni 2025
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202503394/1/V2 en 202503394/2/V2

202503398/1/V2 en 202503398/2/V2

Bij besluit van 6 februari 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellanten om hun een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet-ontvankelijk verklaard.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2870
Datum uitspraak
26 juni 2025
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202503398/1/V2 en 202503398/2/V2

202403062/2/A2

Ten aanzien van zaak nr. 202403062/1/A2, die op 2 juli 2025 op zitting zal worden behandeld, heeft staatsraad mr. B.P. Vermeulen die als lid van de meervoudige kamer belast is met de behandeling van deze zaak, op 25 juni 2025 het verzoek gedaan zich te mogen verschonen. De staatsraad heeft te kennen gegeven dat bij de voorbereiding van bovenvermelde zaak is gebleken dat hij als lid van de Afdeling advisering van de Raad van State heeft geadviseerd over de wetsvoorstellen die geleid hebben tot de Huisvestingswet 2014 en tot de wijziging van die wet, in werking getreden in 2024. De rechtsvragen die in de bovengenoemde zaak bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State voorliggen, hebben mogelijk overlap met de adviezen die de Afdeling advisering over de betreffende wetsvoorstellen heeft gegeven. Om iedere schijn van vooringenomenheid bij de behandeling van het hoger beroep te voorkomen, heeft de staatsraad verzocht zich te mogen verschonen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2869
Datum uitspraak
26 juni 2025
  • Verschoning
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202403062/2/A2

202402332/1/V1

Bij besluit van 31 oktober 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2809
Datum uitspraak
25 juni 2025
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaak202402332/1/V1

202402948/1/V1

Bij besluit van 5 oktober 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2812
Datum uitspraak
25 juni 2025
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202402948/1/V1

202403726/1/V1

Bij besluit van 15 augustus 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van appellant om haar een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2818
Datum uitspraak
25 juni 2025
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaak202403726/1/V1

202403934/1/V1

Verzoeker, vertegenwoordigd door mr. D.H. Yabasun, advocaat in Amsterdam en vervolgens door mr. E. Arslan, advocaat in Amsterdam, heeft hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Utrecht, van 3 juni 2024 in zaak nr. NL24.15218.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2819
Datum uitspraak
25 juni 2025
  • Hoger beroep
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202403934/1/V1

202407737/1/V3

Bij besluit van 23 november 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie betrokkene een vrijheidsontnemende maatregel opgelegd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2820
Datum uitspraak
25 juni 2025
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaak202407737/1/V3

202407780/1/V3

Bij besluit van 6 december 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie betrokkene een vrijheidsontnemende maatregel opgelegd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2821
Datum uitspraak
25 juni 2025
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaak202407780/1/V3

202407874/1/V3

Bij besluit van 6 december 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie betrokkene een vrijheidsontnemende maatregel opgelegd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2822
Datum uitspraak
25 juni 2025
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaak202407874/1/V3

202407947/1/V3

Bij besluit van 30 november 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie betrokkene een vrijheidsontnemende maatregel opgelegd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2823
Datum uitspraak
25 juni 2025
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaak202407947/1/V3

202501022/1/V3

Bij besluit van 3 februari 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie appellant in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2824
Datum uitspraak
25 juni 2025
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaak202501022/1/V3

202501181/1/V3

Bij besluit van 1 december 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van betrokkene om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2825
Datum uitspraak
25 juni 2025
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202501181/1/V3

202501181/2/V3

Bij besluit van 1 december 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van betrokkene om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2826
Datum uitspraak
25 juni 2025
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202501181/2/V3

202502176/2/A3

Bij twee afzonderlijke besluiten van 27 november 2023 heeft de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid aan [verzoekster] een boete opgelegd wegens een overtreding van de Arbeidsomstandighedenwet, besloten inspectiegegevens openbaar te maken en een waarschuwing gegeven voor preventieve stillegging van de werkzaamheden. De rechtbank heeft bij uitspraak van 6 maart 2025 het door [verzoekster] ingestelde beroep ongegrond verklaard. De rechtbank heeft onder meer overwogen dat de minister de overtreding van artikel 4.48a, eerste lid, van het Arbeidsomstandighedenbesluit aan heeft mogen merken als een zware overtreding. De minister mocht daarom overgaan tot het openbaar maken van de inspectiegegevens. Het verzoek om voorlopige voorziening van [verzoekster] strekt ertoe dat de uitspraak van de rechtbank wordt geschorst totdat de Afdeling op het hoger beroep heeft beslist. Volgens [verzoekster] mag de minister overgaan tot openbaarmaking van de inspectiegegevens omdat het hoger beroep geen schorsende werking heeft en heeft openbaarmaking van deze gegevens onomkeerbare gevolgen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2814
Datum uitspraak
25 juni 2025
  • Mondelinge uitspraak
  • Voorlopige voorziening
  • Boete
  • uitspraakin de zaak202502176/2/A3

202502955/1/V1

Bij besluit van 10 oktober 2023 heeft de minister van Buitenlandse Zaken een aanvraag om appellant 1 een visum voor kort verblijf te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2817
Datum uitspraak
25 juni 2025
  • Hoger beroep
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202502955/1/V1

202503271/1/V3 en 202503271/2/V3

Bij besluit van 13 maart 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2810
Datum uitspraak
25 juni 2025
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202503271/1/V3 en 202503271/2/V3

202503311/1/V2 en 202503311/2/V2

Bij besluit van 31 januari 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2811
Datum uitspraak
25 juni 2025
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202503311/1/V2 en 202503311/2/V2

202503350/1/V3

Bij besluit van 20 mei 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie appellant een vrijheidsontnemende maatregel opgelegd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2816
Datum uitspraak
25 juni 2025
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaak202503350/1/V3

202503399/1/V3

Bij besluit van 20 mei 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie appellant een vrijheidsontnemende maatregel opgelegd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2815
Datum uitspraak
25 juni 2025
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaak202503399/1/V3

202503448/2/V2

Bij besluit van 3 november 2024, aangevuld bij besluit van 19 januari 2025, heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van verzoeker om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2813
Datum uitspraak
25 juni 2025
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202503448/2/V2

BRS.24.000414

Bij besluit van 4 september 2024 heeft de minister een aanvraag van betrokkene om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet-ontvankelijk verklaard. Bij uitspraak van 7 november 2024 heeft de rechtbank het daartegen door betrokkene ingestelde beroep gegrond verklaard, dat besluit vernietigd en bepaald dat de minister een nieuw besluit op de aanvraag neemt met inachtneming van de uitspraak. Tegen deze uitspraak heeft de minister hoger beroep ingesteld. Betrokkene, vertegenwoordigd door mr. K. Mohasselzadeh, advocaat in Voorburg, heeft een schriftelijke uiteenzetting gegeven.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2786
Datum uitspraak
25 juni 2025
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.24.000414

BRS.25.000220

Bij besluit van 2 februari 2025 heeft de minister appellant een vrijheidsontnemende maatregel opgelegd. Bij uitspraak van 20 februari 2025 heeft de rechtbank het daartegen door appellant ingestelde beroep ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2754
Datum uitspraak
25 juni 2025
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaakBRS.25.000220

BRS.25.000568

Bij besluit van 5 maart 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie appellant een vrijheidsontnemende maatregel opgelegd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2779
Datum uitspraak
25 juni 2025
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaakBRS.25.000568

BRS.25.000571

Bij besluit van 8 maart 2025 heeft de minister appellant een vrijheidsontnemende maatregel opgelegd. Bij uitspraak van 13 mei 2025 heeft de rechtbank het daartegen door appellant ingestelde beroep ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen. Tegen deze uitspraak heeft appellant, vertegenwoordigd door mr. J.E. Groenenberg, advocaat in Nieuw-Vennep, hoger beroep ingesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2778
Datum uitspraak
25 juni 2025
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaakBRS.25.000571

BRS.25.000639

Bij besluit van 17 maart 2025 heeft de minister een aanvraag van betrokkene om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen. Bij uitspraak van 22 mei 2025 heeft de rechtbank het daartegen door betrokkene ingestelde beroep gegrond verklaard, dat besluit vernietigd en bepaald dat de minister een nieuw besluit op de aanvraag neemt met inachtneming van de uitspraak. Tegen deze uitspraak heeft de minister hoger beroep ingesteld. Ook heeft zij de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2782
Datum uitspraak
25 juni 2025
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.25.000639

BRS.25.000641

Bij besluit van 27 november 2024, aangevuld op 3 april 2025, heeft de minister een aanvraag van verzoeker om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen. Bij uitspraak van 21 mei 2025 heeft de rechtbank het daartegen door verzoeker ingestelde beroep ongegrond verklaard. Tegen deze uitspraak heeft verzoeker hoger beroep ingesteld. Ook heeft hij de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2781
Datum uitspraak
25 juni 2025
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.25.000641

BRS.25.000660

Bij besluit van 4 november 2024 heeft de minister een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen. Bij uitspraak van 27 mei 2025 heeft de rechtbank het daartegen door appellant ingestelde beroep ongegrond verklaard. Tegen deze uitspraak heeft appellant, vertegenwoordigd door mr. D. van Elp, advocaat in Utrecht, hoger beroep ingesteld. Ook heeft hij de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2784
Datum uitspraak
25 juni 2025
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.25.000660

BRS.25.000683

Bij besluit van 12 februari 2021 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag om betrokkenen een machtiging tot voorlopig verblijf te verlenen, afgewezen. Bij besluit van 12 september 2023 heeft de staatssecretaris het daartegen door betrokkenen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard. Bij uitspraak van 13 mei 2025 heeft de rechtbank het daartegen door betrokkenen ingestelde beroep gegrond verklaard, dat besluit vernietigd en bepaald dat de minister binnen zes weken na de dag van verzending van de uitspraak een nieuw besluit op het gemaakte bezwaar neemt met inachtneming van de uitspraak. Tegen deze uitspraak heeft de minister hoger beroep ingesteld. Ook heeft zij de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2790
Datum uitspraak
25 juni 2025
  • Voorlopige voorziening
  • Regulier
  • uitspraakin de zaakBRS.25.000683

BRS.25.000710

Bij besluiten van 21 maart 2025 heeft de minister aanvragen van appellanten om hun een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen. Bij uitspraak van 5 juni 2025 heeft de rechtbank de daartegen door appellanten ingestelde beroepen ongegrond verklaard. Tegen deze uitspraak hebben appellanten, vertegenwoordigd door mr. S.A.S. Jansen, advocaat in Apeldoorn, hoger beroep ingesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2788
Datum uitspraak
25 juni 2025
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.25.000710

BRS.25.000712

Bij besluit van 10 januari 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van betrokkene om afgifte van een document als bedoeld artikel 9, eerste lid, van de Vw 2000, waaruit rechtmatig verblijf als gemeenschapsonderdaan blijkt, ingewilligd. Bij besluit van 21 december 2023 heeft de staatssecretaris het daartegen door betrokkene gemaakte bezwaar ongegrond verklaard. Bij uitspraak van 20 mei 2025 heeft de rechtbank het daartegen door betrokkene ingestelde beroep gegrond verklaard, dat besluit vernietigd en bepaald dat de minister binnen zes weken na de dag van verzending van de uitspraak met inachtneming ervan een nieuw besluit op het gemaakte bezwaar neemt.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2783
Datum uitspraak
25 juni 2025
  • Voorlopige voorziening
  • Regulier
  • uitspraakin de zaakBRS.25.000712

202200497/1/R4

Bij besluit van 23 november 2021 heeft de raad van de gemeente Beuningen het bestemmingsplan "Windpark Beuningen" vastgesteld. Bij besluit van 13 december 2021 heeft het college van B en W een omgevingsvergunning verleend als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder a en e, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht voor de bouw en het oprichten en in werking hebben van een windpark met vijf windturbines. Bij besluit van 13 december 2021 heeft het college van GS een ontheffing verleend voor het overtreden van verbodsbepalingen van de Wet natuurbescherming als gevolg van de aanleg en het in gebruik hebben van een windpark met vijf windturbines. De gecoördineerd voorbereide besluiten maken de ontwikkeling en het gebruik van het windpark Beuningen mogelijk. Het windpark bestaat uit vijf windturbines met een maximale tiphoogte van 245 m. Het windpark is gelegen in de gemeente Beuningen, ten zuiden van de A73 en ter hoogte van het knooppunt Ewijk, waar de A73 en de A50 elkaar kruisen. De windturbines zijn parallel aan de A73 voorzien. De windturbineopstelling wordt onderbroken door de A50, met ten westen daarvan twee windturbines en ten oosten daarvan drie windturbines.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2855
Datum uitspraak
25 juni 2025
  • Tussenuitspraak/bestuurlijke lus
  • Bouwen
  • Natuurbescherming
  • RO - Gelderland
  • uitspraakin de zaak202200497/1/R4

202203001/1/R2

Bij besluit van 17 februari 2022 heeft de raad van de gemeente Nuenen, Gerwen en Nederwetten het bestemmingsplan "Eeneind 2018" vastgesteld. Het plan betreft een actualisatie van de bestemmingsplannen in het dorp Eeneind in de gemeente Nuenen, Gerwen en Nederwetten. Het plangebied beslaat onder andere de ten zuiden van de kern Nuenen gelegen dorpskern Eeneind, alsmede de bedrijventerreinen die zich gaandeweg ten zuiden van de spoorlijn tussen Eindhoven en Helmond hebben ontwikkeld. [gemachtigde B] en [gemachtigde A] wonen aan de Kruisakker 8 in Nuenen. [gemachtigde B] is eigenaar van de gronden, kadastraal bekend gemeente Nuenen, sectie C, nrs. 3465, 3466, ,3468, 3469, 3470, 3892, 3894, 3895 en 4232. [appellante] exploiteert hier een autobeklederij. Zij vreest dat haar bedrijfsvoering door de verwezenlijking van het plan wordt beperkt. [appellante] betoogt dat onduidelijk is welke milieucategorie van bedrijven op het perceel 3469 is toegestaan. Zij wijst erop dat aan dit perceel niet de aanduiding "bedrijf tot en met categorie 3.2" is toegekend, maar wel de aanduidingen "specifieke vorm van gemengd - autobeklederij" en "specifieke vorm van gemengd - caravanstalling".

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2840
Datum uitspraak
25 juni 2025
  • Tussenuitspraak/bestuurlijke lus
  • RO - Noord-Brabant
  • uitspraakin de zaak202203001/1/R2

202204871/1/A3

Bij besluit van 4 juni 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Dordrecht het verzoek van [appellant] om zich tijdelijk te mogen laten vervangen op de zaterdagmarkt in Dordrecht door [persoon] afgewezen. In een besluit van 9 oktober 2013 heeft het college aan [appellant] een standplaatsvergunning verleend voor een marktstandplaats voor de zaterdagmarkt in de gemeente Dordrecht. De vader van [appellant] is vergunninghouder van een standplaats op een markt in Brabant. De vader van [appellant] is echter op leeftijd en heeft gezondheidsproblemen. Een besmetting met het coronavirus kan hem fataal zijn. [appellant] wil zijn vader daarom graag vervangen op de markt in Brabant. Om die reden heeft [appellant] op 14 mei 2020 een verzoek bij het college ingediend om zich op de zaterdagmarkt in Dordrecht te laten vervangen door [persoon]. In een besluit van 4 juni 2020 heeft het college dit verzoek afgewezen, omdat volgens de Marktverordening een vergunninghouder zich alleen in geval van vakantie of bijzondere omstandigheden kan laten vervangen. Van een bijzondere omstandigheid is volgens het college geen sprake.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2851
Datum uitspraak
25 juni 2025
  • Hoger beroep
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202204871/1/A3

202205291/1/A3

Bij besluit van 1 juli 2020 heeft de burgemeester van Gouda de aan [appellant] verleende exploitatievergunning en drank- en horecavergunning voor het horecabedrijf ‘[naam horecabedrijf]’ in Gouda ingetrokken. [appellant] is eigenaar van [horecabedrijf]. Uit een bestuurlijke rapportage van 28 maart 2019, opgemaakt in het kader van het landelijk strafrechtelijk onderzoek ‘Kassa’ van de Kansspelautoriteit, blijkt dat er een cash center in [horecabedrijf] in beslag is genomen. Bij de doorzoeking van het pand heeft de politie tevens een plastic zakje met 9,7 gram hasj aangetroffen. De burgemeester heeft op 4 september 2019 besloten [horecabedrijf] te sluiten voor de duur van negen maanden op grond van artikel 13b van de Opiumwet en artikel 2:17, eerste lid, van de Algemene plaatselijke verordening Gouda 2009. Vervolgens heeft de burgemeester op 1 juli 2020 de exploitatievergunning en DHW-vergunning ingetrokken. De Afdeling heeft in haar uitspraak van 6 juli 2022 (ECLI:NL:RVS:2022:1916) geoordeeld dat de burgemeester op grond van de Opiumwet het pand mocht sluiten. [appellant] betoogt dat de rechtbank ten onrechte heeft geoordeeld dat de burgemeester mocht overgaan tot intrekking van de vergunningen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2859
Datum uitspraak
25 juni 2025
  • Hoger beroep
  • Drank en horeca
  • uitspraakin de zaak202205291/1/A3

202206670/1/R4

Bij besluit van 13 april 2021 heeft het college aan [appellant B] een omgevingsvergunning verleend voor het bouwen van zeven appartementen en twaalf herenhuizen inclusief commerciële ruimten aan de Spinaker 1 t/m 37 (oneven nummers) in Loosdrecht. [appellant B] heeft op 24 november 2020 een aanvraag ingediend voor het realiseren van zeven appartementen en twaalf herenhuizen, waarvan een deel gecombineerd met commerciële ruimten op de begane grondlaag, op de bouwlocatie. Het project op de bouwlocatie maakt deel uit van het project "Porseleinhaven 3e fase". Ter plaatse gelden de bestemmingsplannen "Dorpscentrum Oud-Loosdrecht" (hierna: het bestemmingsplan) en "Parapluplan Parkeren Wijdemeren 2019". [appellant A] is het niet eens met het besluit van 19 oktober 2021. Hij vreest dat er als gevolg van het bouwplan onvoldoende parkeerplaatsen overblijven voor de jachthaven die hij wenst te realiseren.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2853
Datum uitspraak
25 juni 2025
  • Tussenuitspraak/bestuurlijke lus
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202206670/1/R4

202206745/1/A3

Bij besluiten van 17 december 2020 heeft de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap beslist op verzoeken van het kerkgenootschap en anderen om openbaarmaking van informatie op grond van de Wet openbaarheid van bestuur en documenten openbaar gemaakt. Het kerkgenootschap en anderen hebben de minister in de periode van eind oktober tot en met begin november 2020 bij afzonderlijke brieven verzocht om op grond van de Wob documenten openbaar te maken over het door de Universiteit Utrecht verrichte onderzoek naar seksueel misbruik en aangiftebereidheid binnen het kerkgenootschap, dat heeft geleid tot het rapport Seksueel misbruik en aangiftebereidheid binnen de gemeenschap van Jehova’s Getuigen van 11 december 2019. Het kerkgenootschap en anderen betogen dat de rechtbank ten onrechte heeft geoordeeld dat de minister voldoende inzicht heeft gegeven in hoe hij naar relevante documenten heeft gezocht. Hierbij voeren zij aan dat de minister alleen heeft gezocht naar correspondentie van en naar het ministerie, terwijl de verzoeken ook zien op notities, agenda’s, gespreks- of telefoonnotities, rapportages, beoordelingen, WhatsApp-berichten en sms-berichten.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2839
Datum uitspraak
25 juni 2025
  • Hoger beroep
  • Openbaarheid
  • uitspraakin de zaak202206745/1/A3
vorige pagina1...323334...1.227volgende pagina

Facetten
Gepubliceerd
  • Uitspraken uit
Type uitspraak
Proceduresoort
Rechtsgebied
Bevat

Raad van State

De Raad van State is onafhankelijk adviseur van regering en parlement over wetgeving en bestuur en hoogste algemene bestuursrechter van het land.

  • Meer over ons
  • Vacatures

Contact

De Raad van State bevindt zich in het centrum van Den Haag. Wilt u in contact komen met ons of wilt u ons bezoeken voor een zitting?

  • Telefoon
  • Locatie en route
  • Post en e-mail
  • Digitaal procederen
  • Wet open overheid
  • Nieuwe zaak starten

Altijd op de hoogte

Ontvang ons nieuws via de abonnementenservice in uw mailbox. Op de hoogte gehouden worden over uitspraken die gedaan worden in bepaalde zaken? Meld u dan aan voor de e-mailservice. Of bekijk de voortgang van een bepaalde procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

  • Abonnementenservice
  • E-mailservice uitspraken
  • Voortgang procedure
  • Aanvragen oude uitspraken

Toegankelijkheid | Privacy | Cookiebeleid

Volg ons

  • Bluesky
  • LinkedIn
  • Instagram
  • Mastodon