Ga naar de inhoud
(naar homepage)
lees voor
Direct naar
  • en (Information in English)
  • de (Deutsche Informationen)
  • fr (Informations en français)
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
  • Actueel
    • Nieuws
    • Zittingsagenda
    • Persagenda
    • Evenementen
    • Piet Hein Donner Scriptieprijs
  • Adviezen
  • Uitspraken
  • Publicaties
    • Brochures
    • Studies en onderzoeken
    • Regelingen
    • Consultaties
    • Jaarverslagen
    • Toespraken vice-president
  • Over ons
    • Raad van State in het kort
    • Organisatie
    • Advisering
    • Bestuursrechtspraak
    • Begrotingstoezicht
    • Toetsing Klimaatwet
    • Geschiedenis
    • Raad van State in beeld
  • Zoeken
  • en
  • de
  • fr
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
Zoeken

  1. Home ›
  2. Uitspraken

Uitspraken

De Afdeling bestuursrechtspraak toetst of de overheid het recht goed heeft toegepast bij het nemen van een besluit. In dit onderdeel vindt u alle uitspraken die de Raad van State op zijn website publiceert. Meer informatie over de taak van de Afdeling bestuursrechtspraak vindt u in de rubriek Bestuursrechtspraak.


aantal resultaten: 122.564
aantal resultaten per pagina

Toon overzicht van de actuele uitspraken:

  • Hoofdzaken
  • Voorlopige voorzieningen
  • Interessant voor de media

202205850/1/R4

Bij besluit van 5 februari 2021 heeft de staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport het verzoek van de stichting om handhavend op te treden tegen de verkoop van vislood in de winkels Decathlon in Breda en Fauna Hengelsport in Raamsdonksveer, afgewezen. De stichting zet zich in om het gebruik van lood door sportvissers te voorkomen. Vislood is een (doorgaans loden) accessoire dat aan een vislijn wordt bevestigd om deze te verzwaren. Volgens de stichting leidt het gebruik van vislood tot schade voor de volksgezondheid en het milieu en is de verkoop daarvan in strijd met artikel 9.2.1.2 van de Wet milieubeheer. De stichting heeft bij brief van 25 juli 2020 verzocht om handhavend op te treden tegen de verkoop van vislood in twee winkels. Bij het besluit van 5 februari 2021 heeft de staatssecretaris het handhavingsverzoek afgewezen. Bij het besluit van 9 juni 2021 heeft de staatssecretaris de afwijzing in stand gelaten. De staatssecretaris stelt zich op het standpunt dat niet handhavend kan worden opgetreden omdat er geen overtreding is.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:4414
Datum uitspraak
17 september 2025
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • Milieu - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202205850/1/R4

202207481/1/R3

Bij besluit van 20 maart 2020 heeft het college een omgevingsvergunning verleend aan [belanghebbende] voor het bouwen van een tweelaagse aanbouw aan de achterzijde van de woning en een constructieve doorbraak van een draagmuur op de begane grond op de locatie [locatie A] te Rotterdam. De omgevingsvergunning maakt de bouw van een tweelaagse aanbouw aan de achterzijde van de woning op dit adres en een constructieve doorbraak van een draagmuur op de begane grond mogelijk. [appellant sub 2] en anderen wonen aan de [locatie B] en [locatie C] en zijn het niet eens met de verlening van de omgevingsvergunning omdat de aanbouw hun woongenot aantast. Het college betoogt dat de rechtbank bij haar oordeel dat het college onvoldoende heeft onderbouwd waarom de uitbouw in twee lagen in overeenstemming is met een goede ruimtelijke ordening, niet heeft onderkend dat de uitbouw in twee lagen in overeenstemming is met het bestemmingsplan.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:4432
Datum uitspraak
17 september 2025
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202207481/1/R3

202300899/1/R3 en 202301231/1/R3

Bij besluit van 11 september 2020 heeft college van burgemeester en wethouders van Westland aan [partij] omgevingsvergunning verleend voor het bouwen van een keerwandconstructie met trap op het perceel [locatie 1] in Monster. [appellant] woont op het adres [locatie 2] in Monster, naast het perceel van [partij] aan [locatie 1]. [partij] heeft op zijn perceel een keerwand gerealiseerd. Volgens [appellant] is deze keerwand in afwijking van de in 2018 verleende omgevingsvergunning gerealiseerd. [appellant] heeft het college verzocht om daartegen handhavend op te treden. Het college heeft zich op het standpunt gesteld dat de keerwand inderdaad in afwijking van de omgevingsvergunning is gerealiseerd, en heeft [partij] in de gelegenheid gesteld om alsnog een legaliserende omgevingsvergunning aan te vragen. Dat heeft [partij] gedaan. Het college heeft deze omgevingsvergunning verleend en heeft vervolgens het verzoek om handhavend op te treden tegen de keerwand afgewezen. [appellant] is het daar niet mee eens. Volgens hem mocht het college de omgevingsvergunning niet verlenen en moet het wel handhavend optreden tegen de keerwand.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:4406
Datum uitspraak
17 september 2025
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202300899/1/R3 en 202301231/1/R3

202302920/1/A2

Bij besluit van 5 februari 2020 heeft het bestuur van de raad voor rechtsbijstand het verzoek van [appellant sub 2] om in de toevoeging 4NS9759 meer dan 27 uren te mogen besteden, afgewezen. [appellant sub 2] heeft [partij] bijgestaan in een huurgeschil. [partij] dreigde door de woningcorporatie uit zijn huis te worden gezet omdat hij stelselmatig overlast zou hebben veroorzaakt die ontruiming en ontbinding zou rechtvaardigen. Omdat de zaak volgens [appellant sub 2] feitelijk complex is door de omvang en het vele overleg dat noodzakelijk is, heeft hij op 13 januari 2020 en op 10 februari 2020 aanvragen bij de raad ingediend voor 11 respectievelijk 13 extra uren verleende rechtsbijstand. De raad voor rechtsbijstand heeft beide aanvragen voor extra uren afgewezen. Aan de handhaving daarvan in het besluit van 14 mei 2020 heeft de raad ten grondslag gelegd dat [appellant sub 2] zich met het verzoek om toekenning van extra uren beroept op een uitzonderingssituatie, waardoor het aan hem is om aannemelijk te maken dat sprake is van een bewerkelijke zaak.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:4418
Datum uitspraak
17 september 2025
  • Hoger beroep
  • Rechtsbijstand
  • uitspraakin de zaak202302920/1/A2

202303418/1/R3

Bij afzonderlijke besluiten van 18 november 2020 heeft het college de aanvraag van [appellant] om omgevingsvergunning voor het bouwen van acht woningen en het splitsen van de bestaande woning op het perceel Boekelosestraat 255 in Enschede, buiten behandeling gesteld, en de aanvraag van [appellant] om omgevingsvergunning voor het bouwen van een multifunctioneel gebouw met acht woonhuizen op de verdieping op het perceel buiten behandeling gesteld. Op 30 juni 2020 heeft de raad van Enschede de beheersverordening "Boekelosestraat 255-257 (2020)" vastgesteld en bepaald dat deze op 9 juli 2020 in werking treedt. Op 7 juli 2020 en 8 juli 2020 heeft [appellant] aanvragen om omgevingsvergunning ingediend. Volgens het college bevatten de beide aanvragen onvoldoende gegevens om deze inhoudelijk te kunnen beoordelen. Het college heeft [appellant] in de gelegenheid gesteld om de aanvragen binnen twaalf weken aan te vullen met de ontbrekende gegevens. Bij de besluiten van 18 november 2020 heeft het college de beide aanvragen buiten behandeling gesteld, omdat het de gegevens die [appellant] alsnog heeft ingediend nog altijd onvoldoende achtte om de aanvragen inhoudelijk te kunnen beoordelen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:4426
Datum uitspraak
17 september 2025
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202303418/1/R3

202303564/1/A2

Bij besluit van 22 juli 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam aan [partijen] een bestuurlijke boete opgelegd van € 11.600,00 voor het onttrekken van woonruimte aan de woonruimtevoorraad alsmede het niet voldoen aan de voorwaarde om vooraf melding te doen van de toeristische verhuur. In deze uitspraak beoordeelt de Afdeling of aan [partijen] een boete mocht worden opgelegd en zo ja, hoe hoog die boete moet zijn. Volgens het college moeten zij een boete van € 3.000,00 betalen. Volgens de rechtbank hoeven zij geen boete te betalen. [partijen] zijn eigenaar van de woning aan de [locatie] in Amsterdam. Op 10 november 2020 heeft een toezichthouder digitaal onderzoek gedaan naar de woning. Hieruit is gebleken dat de woning werd aangeboden voor vakantieverhuur en dat er in augustus 2020 een recensie is achtergelaten. Op basis hiervan heeft het college geconcludeerd dat de woning in die maand is verhuurd aan toeristen zonder vergunning en zonder dat vooraf melding van de verhuur is gedaan. Het college beschouwt dit als administratieve overtredingen en heeft een boete van € 11.600,00 aan [partijen] opgelegd voor het overtreden van artikel 21, aanhef en onder a, van de Huisvestingswet.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:4419
Datum uitspraak
17 september 2025
  • Hoger beroep
  • Boete
  • uitspraakin de zaak202303564/1/A2

202303789/1/R3

Bij besluit van 8 april 2021 heeft het college aan de gemeente Den Haag een omgevingsvergunning verleend voor het plaatsen van een sportkooi op een terrein bij de Houtrustweg, tegenover de Zeezwaluwstraat 295 in Den Haag. Met het besluit van 8 april 2021 heeft het college aan de gemeente Den Haag een omgevingsvergunning verleend voor het plaatsen van een sportkooi op het terrein bij de Houtrustweg, tegenover de Zeezwaluwstraat 295 in Den Haag. De omgevingsvergunning is verleend voor de activiteiten "bouwen" en "handelen in strijd met regels ruimtelijke ordening" als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder a en c, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht. [appellant] en anderen wonen in een appartementencomplex aan de [locatie] in Den Haag, tegenover de locatie waar de sportkooi is geplaatst. Zij stellen dat het gebruik van de sportkooi, die inmiddels in gebruik is genomen, leidt tot geluidsoverlast en overlast door hangjongeren.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:4420
Datum uitspraak
17 september 2025
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202303789/1/R3

202303898/1/R2

Bij besluit van 17 december 2020 heeft het college van gedeputeerde staten van Noord-Brabant aan Nautisch Centrum B.V. een vergunning als bedoeld in artikel 2.7. tweede lid, van de Wet natuurbescherming verleend voor het exploiteren en wijzigen van een betoncentrale aan de Veerstraat 42 in Boxmeer. Nautisch Centrum B.V. is eigenaar van een betoncentrale aan de Veerstraat 42 in Boxmeer. Voor het in werking hebben van de betoncentrale is op 14 januari 1992 een Hinderwetvergunning verleend. Op 9 juni 1996 is verder een melding als bedoeld in artikel 8.19 van de Wet milieubeheer gedaan. Nautisch Centrum B.V. heeft een natuurvergunning aangevraagd voor de exploitatie en wijziging van de betoncentrale en laad- en loswal met bijbehorende opslagfaciliteiten grenzend aan de rivier de Maas. De wijziging heeft betrekking op het vervangen van de installatie van de betoncentrales en de sloop en herbouw van een loods met kantoor en werkplaats. De exploitatie bestaat uit de productie van 60.000 m3 betonmortel per jaar, met de daarbij behorende transportbewegingen voor de aanvoer van grondstoffen en de afvoer van betonmortel.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:4431
Datum uitspraak
17 september 2025
  • Hoger beroep
  • Natuurbescherming
  • uitspraakin de zaak202303898/1/R2

202304542/1/R3

Bij besluit van 25 januari 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van De Fryske Marren aan Stichting Oud Lemmer omgevingsvergunning verleend voor het plaatsen van een "akenbank" aan de Prinsessekade in Lemmer. De Stichting wil aan de Prinsessekade in Lemmer, bij de hoek met de Tramhaven, een "akenbank" bij het water plaatsen. Dit is een (artistiek) kunstwerk in de vorm van een opengewerkte achtersteven van een Lemsteraak, dat ook fungeert als zitbank. Het gaat om een metalen bouwwerk van 1,4 m hoog en met een grondplaat met een breedte van 2,4 m en een lengte van 3 m. De akenbank komt in de plaats van twee hier eerder aanwezige zitbanken. [appellant] en anderen betogen dat de rechtbank heeft miskend dat het college de gevraagde omgevingsvergunning had moeten weigeren omdat er geschiktere locaties voor de akenbank zijn, die ook voor de Stichting aanvaardbaar zouden moeten zijn. [appellant] en anderen hebben op de zitting naar voren gebracht dat een verschuiving van de akenbank met enkele meters al een oplossing zou kunnen bieden.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:4421
Datum uitspraak
17 september 2025
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202304542/1/R3

202304702/1/R3

Bij besluit van 15 juli 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Ooststellingwerf aan [vergunninghoudster] omgevingsvergunning verleend voor het bouwen van bedrijfsverzamelgebouw nr. 3 en het wijzigen van de positie van gebouw 2 aan de Industrieweg in Appelscha. Bedrijfsplanning Bollenstreek wil op de locatie Industrieweg 8U1 t/m 8U12 in Appelscha een nieuw bedrijfsverzamelgebouw realiseren bij twee al bestaande bedrijfsverzamelgebouwen. Hiervoor heeft [vergunninghoudster] in haar opdracht een omgevingsvergunning aangevraagd. Dit nieuwe bedrijfsverzamelgebouw is niet in overeenstemming met het geldende bestemmingsplan "Bedrijventerrein" omdat het gedeeltelijk buiten het daarin aangewezen bouwvlak is geprojecteerd. Voor deze afwijking heeft het college mede omgevingsvergunning voor de activiteit handelen in strijd met regels ruimtelijke ordening verleend, met toepassing van artikel 2.12, eerste lid, aanhef en onder a, onder 2o, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, gelezen in samenhang met artikel 4, aanhef en onderdeel 1, van bijlage II van het Besluit omgevingsrecht.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:4422
Datum uitspraak
17 september 2025
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202304702/1/R3

202304731/1/R3

Bij besluit van 8 november 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Waadhoeke het verzoek van [partij] om handhavend op te treden tegen activiteiten op het perceel van [appellant sub 2] aan de [locatie 1] in Boksum onder meer afgewezen voor zover het gaat om de zonder omgevingsvergunning gerealiseerde omheining van een paardenbak, om de aanleg en het gebruik van die paardenbak, en om het in gebruik hebben van een mestopslag. [appellant sub 2] houdt bij zijn woonboerderij op het perceel enkele paarden, waarvoor zes paardenboxen aanwezig zijn. Op het perceel is ook een paardenbak aanwezig. Elders op het perceel is ook mestopslag aanwezig. [partij] woonde aan de [locatie 2] in Boksum, vlak naast de paardenbak. Hij heeft het college verzocht om handhavend op te treden tegen onder meer de paardenbak en de mestopslag. Het college heeft het verzoek, na enige aanpassingen aan de mestopslag en na het alsnog verlenen van een omgevingsvergunning voor de omheining van de paardenbak, in zoverre afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:4427
Datum uitspraak
17 september 2025
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202304731/1/R3

202305755/1/R3

Bij besluit van 27 juni 2023 heeft de raad van de gemeente Noordwijk besloten het bestemmingsplan "Gooweg perceel D2059 - Noordwijkerhout" niet vast te stellen. De erven van [appellante] zijn eigenaar van het perceel met de kadastrale aanduiding "Noordwijkerhout D 2059" dat ligt aan de westzijde van de [locatie] in Noordwijkerhout. Het perceel heeft op dit moment een agrarische bestemming. Op 29 september 2018 heeft [appellante] een verzoek ingediend om het bestemmingsplan "Buitengebied 2015" te wijzigen om op het perceel vier Greenportwoningen te kunnen realiseren. Om deze ontwikkeling mogelijk te maken voorzag het ontwerp van het bestemmingsplan "Gooweg perceel D2059 - Noordwijkerhout" in de wijziging van de agrarische bestemming van het perceel naar een woonbestemming. De raad heeft het bestemmingsplan niet vastgesteld. De erven van [appellante] betogen dat de raad ten onrechte niet heeft onderbouwd waarom het plan in strijd is met een goede ruimtelijke ordening, zodat de raad het besluit om het plan niet vast te stellen onzorgvuldig heeft voorbereid.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:4423
Datum uitspraak
17 september 2025
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Zuid-Holland
  • uitspraakin de zaak202305755/1/R3

202305998/1/R3

Bij besluit van 1 juni 2023 heeft de raad van de gemeente Teylingen het bestemmingsplan "Loosterweg 16, Voorhout" vastgesteld. Het plan wijzigt de bestemming van het perceel Loosterweg 16 in Voorhout. De bedrijfswoning aan de voorzijde van het perceel wordt omgezet naar een burgerwoning met een aangepaste kavel. Verder krijgen de omliggende gronden de bestemming "Agrarisch - Bollenteelt - bollenzone 1". Deze gronden hadden eerst de bestemming "Bedrijf - Agrarisch handels- en exportbedrijf" onder het bestemmingsplan "Buitengebied Teylingen". Stek was eigenaar van de kadastrale percelen waarop het bestemmingsplan betrekking heeft en heeft deze bij koopovereenkomst op 1 augustus 2022 verkocht aan [appellanten sub 1], onder voorwaarde dat Stek zorgdraagt voor een bestemmingsplanherziening. Hiertoe heeft Stek op 10 oktober 2022 een anterieure overeenkomst met de gemeente afgesloten. [appellanten sub 1] en Stek komen op tegen de vaststelling van het bestemmingsplan, omdat de raad ten opzichte van het ontwerpbestemmingsplan volgens hen ten onrechte het bestemmingsvlak "Wonen - 1" heeft verkleind van 1.000 m² naar 750 m² en het bestemmingsvlak "Tuin - 1" van 400 m² naar 250 m².

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:4424
Datum uitspraak
17 september 2025
  • Tussenuitspraak/bestuurlijke lus
  • RO - Zuid-Holland
  • uitspraakin de zaak202305998/1/R3

202306054/1/A3

Bij besluit van 24 augustus 2021 heeft het college van gedeputeerde staten van Drenthe een aanvraag van Snavelhof voor het doden van de vos met behulp van een lichtbak afgewezen. Snavelhof is een bedrijf dat sinds 1994 (sier)vogels en ander kleinvee verhandelt, importeert en exporteert. Eén van de onderdelen van de bedrijfsvoering is het fokken van bijzondere dieren, zoals flamingo’s. Volgens Snavelhof wordt de levende have in het bedrijf met enige regelmaat aangevallen door onder andere vossen. Ondanks voorzorgsmaatregelen om de vos buiten het verblijf van de dieren te houden, dringt de vos toch binnen. Op 11 februari 2021 is een vos bij extreme sneeuwval het verblijf van de flamingo’s binnengedrongen, waarbij enkele flamingo’s zijn dood gebeten. Volgens Snavelhof is de schade inmiddels meer dan € 100.000,-, mede omdat de flamingo’s na de aanval niet meer durven te broeden. Snavelhof wil bij het bestrijden van de vos deze in de nachtelijke uren gedurende alle seizoenen bejagen en daarbij gebruik maken van een lichtbak, waar de vossen aangetrokken door het licht op af komen en makkelijker af te schieten zijn.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:4425
Datum uitspraak
17 september 2025
  • Hoger beroep
  • Natuurbescherming
  • uitspraakin de zaak202306054/1/A3

202306229/1/R1

Bij besluit van 13 mei 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders van Haarlemmermeer het verzoek van [appellant sub 1] om een dwangsom wegens het niet tijdig beslissen op haar verzoek om handhaving van 1 november 2021 afgewezen. [appellant sub 1] woont op het perceel [locatie] in Zwaanshoek. Zij heeft op 1 november 2021 een verzoek om handhaving gedaan. Dat verzoek gaat over erfafscheidingen in de omgeving van haar perceel. Het college heeft op 14 december 2021 de wettelijke termijn van acht weken om te beslissen op de aanvraag verlengd tot 21 februari 2022. Op 4 maart 2022 heeft [appellant sub 1] het college in gebreke gesteld wegens het niet tijdig beslissen op het handhavingsverzoek. Op 14 april 2022 heeft zij het verzoek om handhaving ingetrokken. Daarbij heeft zij het college verzocht nog een besluit te nemen op de ingebrekestelling.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:4412
Datum uitspraak
17 september 2025
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202306229/1/R1

202306637/1/R2

Bij besluit van 13 juni 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders van Zundert [appellant] gelast om de zonder omgevingsvergunning geplaatste woonunit/stacaravan op het perceel [locatie] in Zundert te verwijderen en verwijderd te houden. [appellant] betoogt dat de rechtbank heeft miskend dat er geen sprake is van een overtreding. Volgens [appellant] kan de stacaravan namelijk vergunningvrij worden opgericht. Hij heeft hierover aangevoerd dat de stacaravan een bouwwerk, geen gebouw zijnde, is die past in het bestemmingsplan. Verder heeft [appellant] aangevoerd dat de stacaravan een bijbehorend bouwwerk is bij de al op het perceel aanwezige akkerschuur, die als hoofdgebouw moet worden aangemerkt. Uit het feit dat het college voor deze schuur in 1999 een bouwvergunning heeft verleend volgt volgens [appellant] dat het college de bouw van de schuur noodzakelijk achtte voor de uitvoering van de bestemming. Omdat de stacaravan in het achtererfgebied van de akkerschuur is geplaatst, is de stacaravan volgens [appellant] vergunningvrij.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:4411
Datum uitspraak
17 september 2025
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202306637/1/R2

202306912/1/R1

Bij besluit van 25 mei 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam de op die dag opgelegde mondelinge bouwstop schriftelijk bevestigd en [appellanten] onder oplegging van een dwangsom gelast de bouwwerkzaamheden in de tuin van het perceel [locatie 1] in Amsterdam gestaakt te houden. [appellanten] woont in de woning aan de [locatie 1]. Op 19 mei 2022 heeft een toezichthouder een controle uitgevoerd in de tuin van het perceel en geconstateerd dat daar bouwwerkzaamheden werden verricht ten behoeve van het plaatsen van een zwembad/jacuzzi zonder dat daarvoor een omgevingsvergunning was verleend. Er was een betonnen plaat gestort onder het maaiveld, waarop een constructie is gemaakt voor het plaatsen van een jacuzzi met een afdekplaat eroverheen, met een afmeting van 5,2 m x 3,3 m. Het college heeft de bouwstop en last onder dwangsom opgelegd ter voorkoming van voortzetting van de werkzaamheden.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:4409
Datum uitspraak
17 september 2025
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202306912/1/R1

202400470/1/R2

Bij besluit van 26 oktober 2023 heeft de raad van de gemeente Sint-Michielsgestel het bestemmingsplan "Oud Herlaer en Haanwijk" vastgesteld. Het bestemmingsplan "Oud Herlaer en Haanwijk" voorziet in de realisatie van het ‘Brabants Buitenmuseum Out Herlaer’ op het adres Oud Herlaer 1, de realisatie van permanente horeca-activiteiten ter plaatse van het hoofdhuis van landgoed Haanwijk aan de Haanwijk 1 en de omzetting van de bestemming "Agrarisch", inclusief bedrijfswoning in "Wonen" ter plaatse van Sterrenbos 1. [appellant] woont aan de [locatie]. Zijn woning ligt ten oosten van het plangebied, tussen de kruisingen van de Venstraat met de Dooibroek en de Venstraat met de Ruimel. Hij kan zich niet met het plan verenigen omdat hij vreest voor beperking van de bereikbaarheid van zijn perceel. [appellant] betoogt dat door het plan zijn perceel verminderd bereikbaar zal zijn. Hij voert aan dat zijn perceel, door maatregelen die zijn neergelegd in een convenant tussen de Stichting Het Noord-Brabants Landschap, de gemeente Sint-Michielsgestel en omwonenden, zeer slecht bereikbaar wordt voor bezoekers.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:4433
Datum uitspraak
17 september 2025
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Noord-Brabant
  • uitspraakin de zaak202400470/1/R2

202401328/3/R2

Bij tussenuitspraak van 28 mei 2025, ECLI:NL:RVS:2025:2425, heeft de Afdeling de raad van de gemeente Son en Breugel, opgedragen om binnen 16 weken na verzending van deze uitspraak het daarin omschreven gebrek in het besluit van 21 december 2023, waarbij het bestemmingsplan "Son Zuid; Boslaan 63" is vastgesteld, te herstellen. Bij besluit van 3 juli 2025 heeft de raad ter uitvoering van de tussenuitspraak het bestemmingsplan "Son Zuid; Boslaan 63" opnieuw en gewijzigd vastgesteld. De Afdeling heeft in overweging 9.3. en 10. van de tussenuitspraak overwogen dat artikel 2 in samenhang met artikel 1.29 van de planregels rechtsonzeker is. Volgens artikel 1.29 kan het peil op twee manieren worden bepaald, namelijk door de hoogte van het maaiveld + 0,1 m dan wel de bovenkant van de afgewerkte vloer. In de planregels wordt echter niet verduidelijkt wanneer uitgegaan moet worden van het maaiveld + 0,1 m of van de bovenkant van de afgewerkte vloer. Het besluit van 21 december 2023 tot vaststelling van het bestemmingsplan "Son Zuid; Boslaan 63" is in zoverre in strijd met de rechtszekerheid genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:4435
Datum uitspraak
17 september 2025
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Noord-Brabant
  • uitspraakin de zaak202401328/3/R2

202404515/1/R1

Bij besluit van 16 mei 2023 heeft het college van burgemeester en wethouders van Brummen besloten om de locatie Charlotte van Bourbonlaan / Gravin van Burenlaan in het Wilhelminapark te Eerbeek aan te wijzen als locatie voor het plaatsen van een ondergrondse restafvalcontainer. [appellant] en anderen betogen dat de belangen van de omwonenden onvoldoende zijn gewogen. Er is sprake van een politiek besluit en bovendien is zonder inhoudelijke reden een wijziging van de voorgenomen locatie van de ORAC naar de uiteindelijk gekozen locatie doorgevoerd. Daarbij is ten onrechte rekening gehouden met een door de bewonersvereniging BBEZ ingenomen standpunt, terwijl een uitgevoerde handtekeningenactie als uitkomst had dat de ondertekenaars tegen de plaatsing van een ORAC midden in het Wilhelminapark zijn. Plaatsing buiten c.q. bij de uitgang van het park heeft hun voorkeur.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:4430
Datum uitspraak
17 september 2025
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Afval
  • uitspraakin de zaak202404515/1/R1

202404737/1/R1

Bij besluit van 19 juni 2024 heeft het college van burgemeester en wethouders van Apeldoorn de locatie ter hoogte van de Van Huutstraat 3W te Apeldoorn aangewezen voor het plaatsen van een ondergrondse container voor restafval en een bovengrondse container voor bio-afval (GF). Bij het besluit is de locatie ter hoogte van de Van Huutstraat 3W in Apeldoorn aangewezen voor het plaatsen van de afvalcontainers (locatie BB 149). De beoogde locatie ligt naast de woning van [appellanten] aan de [locatie]. De GF-container kan alleen gebruikt worden door de bewoners van Van Huutstraat 3A tot en met 3W. De woningen 3A tot en met 3R zijn bestaande woningen. De woningen 3S tot en met 3W worden op dit moment gebouwd. [appellanten] zijn het niet eens met de plaatsing van de afvalcontainers op de aangewezen locatie en hebben daarom beroep ingesteld. [appellanten] stellen zich op het standpunt dat de in het besluit voorziene afvalcontainers overbodig zijn. De gebruikers van de beoogde GF-container hebben of krijgen immers hun eigen minicontainer. Met betrekking tot de ORAC voeren zij aan dat een andere container voor restafval zich zeer dicht in de buurt bevindt, namelijk bij het Caterplein.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:4417
Datum uitspraak
17 september 2025
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Afval
  • uitspraakin de zaak202404737/1/R1

202405288/1/A2

Bij besluit van 22 juli 2022 heeft de minister van Klimaat en Groene Groei aan [appellant sub 1] een tegemoetkoming in planschade toegekend van € 12.600,00, vermeerderd met de wettelijke rente. [appellant sub 1] stelt dat hij schade heeft geleden door het op 22 september 2016 door de minister van Economische Zaken en de minister van Infrastructuur en Milieu vastgestelde en op 19 november 2016 in werking getreden inpassingsplan "Windpark De Drentse Monden en Oostermoer". Dit plan maakt de aanleg van een windpark bestaande uit 45 windturbines inclusief netaansluiting en bijbehorende (nuts)voorzieningen planologisch mogelijk binnen het grondgebied van de gemeenten Aa en Hunze, Borger-Odoorn, Stadskanaal en Vlagtwedde. De windturbines kunnen een maximale ashoogte van 145 m en een maximale rotordiameter van 131 m krijgen. De tiphoogte kan maximaal 210,5 m bedragen. Ten noorden van het perceel ligt de zogeheten noordelijke lijnopstelling (windturbines OM 1.1 tot en met OM 1.7) en haaks daarop een tweede noordelijke lijnopstelling van windturbines. De dichtstbijzijnde turbine is gelegen op een afstand van ongeveer 1,2 km van de woning van [appellant sub 1].

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:4410
Datum uitspraak
17 september 2025
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • Schadevergoeding
  • uitspraakin de zaak202405288/1/A2

202405289/1/A2

Bij besluit van 28 januari 2021 heeft de minister van Klimaat en Groene Groei aan [appellant sub 1] een tegemoetkoming in planschade toegekend van € 10.700,00, vermeerderd met de wettelijke rente. [appellant sub 1] is sinds 4 oktober 1993 eigenaar van het perceel en de daarop gelegen woning en bijgebouwen aan de [locatie 1] in Gasselternijveenschemond (hierna: het perceel). Hij heeft op 30 juli 2019 een aanvraag om een tegemoetkoming ingediend bij de minister. [appellant sub 1] stelt dat hij schade heeft geleden door het op 22 september 2016 door de minister van Economische Zaken en de minister van Infrastructuur en Milieu vastgestelde en op 19 november 2016 in werking getreden inpassingsplan "Windpark De Drentse Monden en Oostermoer".

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:4408
Datum uitspraak
17 september 2025
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • Schadevergoeding
  • uitspraakin de zaak202405289/1/A2

202405422/1/A2

Bij besluit van 8 november 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders van Hulst aan [appellant] een last onder dwangsom opgelegd. Op 29 april 2016 heeft [appellant] het pand aan de [locatie] in Hulst gekocht van [persoon]. Het pand is sinds 1973 een rijksmonument. Op 12 mei 2016 heeft het college [persoon] gelast om tijdelijke maatregelen te treffen ter ondersteuning van de voorgevel om daarmee het acute gevaar voor de veiligheid van voorbijgangers en mogelijke gebruikers van het pand weg te nemen. [appellant] heeft als nieuwe eigenaar van het pand de tijdelijke maatregelen uitgevoerd. De Erfgoedvereniging Heemschut en de RCE hebben op 8 januari 2020 respectievelijk 31 maart 2022 het college verzocht om handhavend op te treden tegen de zeer slechte staat van onderhoud van het pand.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:4429
Datum uitspraak
17 september 2025
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202405422/1/A2

202405424/1/A2

Bij besluit van 8 november 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders van Hulst een aanvraag van [appellant] voor een incidentele subsidie afgewezen. Het rijksmonument [locatie] in Hulst bestaat uit drie onderdelen: een voorhuis, een koetshuis en een stadstuin. [appellant] heeft op 29 april 2016 het voorhuis gekocht. Het voorhuis verkeert in zeer slechte staat. Op 16 september 2022 heeft [appellant] bij het college een aanvraag om een incidentele subsidie ter hoogte van € 1.880.616,19 ingediend voor de restauratie van het voorhuis. Het college heeft deze aanvraag afgewezen omdat het er bewust voor heeft gekozen om geen subsidieregeling voor (de restauratie van) rijksmonumenten in het leven te roepen. Het college heeft [appellant] gewezen op de subsidiemogelijkheden op rijksniveau.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:4428
Datum uitspraak
17 september 2025
  • Hoger beroep
  • Subsidie
  • uitspraakin de zaak202405424/1/A2

202406164/1/R1

Bij besluit van 3 september 2024 heeft college van burgemeester en wethouders van Lelystad onder meer de locatie ter hoogte van Punter 10 16 te Lelystad aangewezen voor het plaatsen van een ondergrondse restafvalcontainer. [appellant] en anderen betogen dat ten onrechte niet van te voren over de voorziene locatie met hen overleg heeft plaatsgevonden. Ook stellen zij zich op het standpunt dat zij ten onrechte niet op de hoogte zijn gebracht van het ontwerpbesluit in een andere procedure met betrekking tot een eerder geplande locatie en de zienswijzen van omwonenden over die locatie. Bovendien wijzen [appellant] en anderen erop dat er in de reactie die het college op hun zienswijze heeft toegestuurd, geen beroepsclausule is opgenomen. Tot slot voeren [appellant] en anderen aan dat college onvoldoende gemotiveerd heeft waarom de ORAC op de beoogde locatie wordt geplaatst, mede gezien de gevolgen daarvan voor het uitzicht vanuit hun woningen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:4434
Datum uitspraak
17 september 2025
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Afval
  • uitspraakin de zaak202406164/1/R1

202504295/1/A2

Bij beslissing van 15 januari 2025 heeft de examencommissie van de Academie Gezondheid en Vitaliteit van de HAN University of Applied Sciences het (deel)tentamen voor het vak ‘Functioneren in de praktijk; Waarde(n)volle Zorg leerjaar 2’ (hierna: de stage) van [appellante] beoordeeld. [appellante] volgt de opleiding ‘Verpleegkundige - Academie Gezondheid en Vitaliteit’ aan de HAN University of Applied Sciences. Zij heeft de stage niet gehaald. Zij haalde hiervoor het cijfer 5,0. De stage begon op 18 november 2024 en duurde 32 werkdagen. [appellante] betoogt dat de stagebeoordeling onzorgvuldig tot stand is gekomen omdat op drie punten van de stagebeoordelingsprocedure is afgeweken.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:4416
Datum uitspraak
17 september 2025
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Studentenzaken
  • uitspraakin de zaak202504295/1/A2

202405147/1/V2

Bij ‘kennisgeving gewijzigde identiteitsgegevens’ (hierna: de kennisgeving) van 29 november 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid aan de Afdeling Vreemdelingenpolitie, Identificatie en Mensenhandel (hierna: de AVIM) laten weten de geboortedatum van betrokkene te hebben gewijzigd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:4381
Datum uitspraak
16 september 2025
  • Hoger beroep
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202405147/1/V2

202406705/2/V3

Bij besluit van 14 juni 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de aan verzoeker verleende verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd ingetrokken.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:4400
Datum uitspraak
16 september 2025
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaak202406705/2/V3

202400867/1/V3

Bij besluit van 2 januari 2024 heeft de staatssecretaris een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet-ontvankelijk verklaard.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:4371
Datum uitspraak
15 september 2025
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202400867/1/V3

202404169/2/V1

Betrokkene heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op een aanvraag om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:4370
Datum uitspraak
15 september 2025
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202404169/2/V1

202501832/1/V3

Bij besluit van 7 februari 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie appellant een vrijheidsontnemende maatregel opgelegd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:4357
Datum uitspraak
15 september 2025
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaak202501832/1/V3

202502854/1/V3

Bij besluit van 2 april 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:4368
Datum uitspraak
15 september 2025
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202502854/1/V3

202504847/1/V1

Appellant heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op een aanvraag om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:4366
Datum uitspraak
15 september 2025
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202504847/1/V1

202504849/1/V1

Appellant heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op een aanvraag om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:4365
Datum uitspraak
15 september 2025
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202504849/1/V1

202504851/1/V1

Appellant heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op een aanvraag om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:4364
Datum uitspraak
15 september 2025
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202504851/1/V1

202504923/2/V2

Bij besluit van 13 mei 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van verzoeker om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:4382
Datum uitspraak
15 september 2025
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202504923/2/V2

202407583/1/A2

Bij besluit van 26 oktober 2023 heeft de Commissie Schadefonds Geweldsmisdrijven een aanvraag van [appellant] om een uitkering uit het Schadefonds Geweldsmisdrijven afgewezen. Bij besluit van 5 januari 2024 heeft de CSG het door [appellant] hiertegen gemaakte bezwaar ongegrond.verklaard. [appellant] heeft op 24 mei 2023 een aanvraag om een uitkering uit het schadefonds ingediend. Hij heeft in het aanvraagformulier vermeld dat hij slachtoffer is geworden van een poging tot moord of doodslag. Aan de in bezwaar gehandhaafde afwijzing van deze aanvraag heeft de CSG ten grondslag gelegd dat [appellant] niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij slachtoffer is geworden van een opzettelijk gepleegd geweldsmisdrijf. [appellant] heeft weliswaar fors letsel opgelopen bij een schietincident, maar volgens de CSG is onvoldoende duidelijk wat de aanleiding, de toedracht en de omstandigheden waren waaronder dit heeft plaatsgevonden.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:4385
Datum uitspraak
15 september 2025
  • Hoger beroep
  • Mondelinge uitspraak
  • Schadevergoeding
  • uitspraakin de zaak202407583/1/A2

202406419/1/V2

Bij besluit van 29 augustus 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van betrokkene om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:4369
Datum uitspraak
12 september 2025
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202406419/1/V2

202503371/2/V1

Bij besluit van 27 februari 2025 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de aan verzoeker verleende verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd ingetrokken.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:4367
Datum uitspraak
12 september 2025
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202503371/2/V1

BRS.25.000153

Appellant heeft op 8 november 2023 op grond van artikel 72, derde lid, van de Vw 2000 bezwaar gemaakt tegen de mondelinge weigering van de Nederlandse ambassade in Saoedi-Arabië om een aanvraag in ontvangst te nemen om haar een faciliterend Schengenvisum te verlenen (hierna: het bezwaar).

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:4349
Datum uitspraak
12 september 2025
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaakBRS.25.000153

BRS.25.001074

Bij besluit van 4 juli 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie appellant een vrijheidsontnemende maatregel opgelegd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:4293
Datum uitspraak
12 september 2025
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaakBRS.25.001074

BRS.25.001108 en BRS.25.001109

Bij besluit van 27 maart 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:4351
Datum uitspraak
12 september 2025
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.25.001108 en BRS.25.001109

BRS.25.001202

Bij besluit van 24 juli 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:4352
Datum uitspraak
12 september 2025
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.25.001202

202302029/1/V3

Bij besluit van 24 september 2021 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van betrokkene om hem een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:4360
Datum uitspraak
11 september 2025
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaak202302029/1/V3

202307051/1/V3

Bij besluit van 9 april 2021 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid aanvragen om betrokkenen een machtiging tot voorlopig verblijf te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:4359
Datum uitspraak
11 september 2025
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaak202307051/1/V3

202307271/1/V3

Bij besluit van 18 september 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van betrokkene om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet-ontvankelijk verklaard.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:4358
Datum uitspraak
11 september 2025
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202307271/1/V3

202402522/3/V3

Bij besluit van 18 januari 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van verzoeker om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:4362
Datum uitspraak
11 september 2025
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202402522/3/V3

202406681/1/V1

Appellanten hebben beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op een aanvraag om een machtiging tot voorlopig verblijf (hierna: een mvv) te verlenen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:4361
Datum uitspraak
11 september 2025
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaak202406681/1/V1

202500613/2/R2

Bij besluit van 12 december 2024 heeft de raad van de gemeente Oss het bestemmingsplan ‘Stationskwartier Ravenstein - 2024’ vastgesteld. Het geschil gaat over het bestemmingsplan ‘Stationskwartier Ravenstein - 2024’. Dat plan maakt de bouw van ongeveer 330 woningen mogelijk. [verzoekster] is een bedrijf dat grote constructies en apparaten van metaal maakt. Daarvoor worden het materiaal en het eindproduct aan- en afgevoerd met grote vrachtwagens die 20m of langer kunnen zijn. [verzoekster] vreest dat haar bedrijfsvoering als gevolg van de verwezenlijking van het plan zal worden belemmerd. De ontsluitingsweg voor een deel van de woningen komt namelijk aan de overzijde van de weg, in de directe omgeving van haar perceel, precies op de plek waar al bijna 50 jaar vrachtauto’s staan voor het laden en lossen of om te wachten om het perceel op te rijden. Het verzoek is om een voorlopige voorziening te treffen dat het bestemmingsplan schorst.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:4298
Datum uitspraak
11 september 2025
  • Voorlopige voorziening
  • RO - Noord-Brabant
  • uitspraakin de zaak202500613/2/R2

202503931/1/V3

Bij besluit van 27 mei 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:4356
Datum uitspraak
11 september 2025
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaak202503931/1/V3

202503935/1/V3

Bij besluit van 27 juni 2023 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:4355
Datum uitspraak
11 september 2025
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaak202503935/1/V3

202504603/1/V3

Bij besluit van 7 juli 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie appellant een vrijheidsontnemende maatregel opgelegd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:4363
Datum uitspraak
11 september 2025
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaak202504603/1/V3

BRS.25.001071

Bij besluit van 6 maart 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag om appellant een machtiging tot voorlopig verblijf te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:4295
Datum uitspraak
11 september 2025
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaakBRS.25.001071

BRS.25.001099

Bij besluit van 1 augustus 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie appellant in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:4290
Datum uitspraak
11 september 2025
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaakBRS.25.001099

BRS.25.001145

Bij besluit van 18 september 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:4297
Datum uitspraak
11 september 2025
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.25.001145

202406675/1/V2

Bij brief van 8 augustus 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid betrokkene in kennis gesteld van zijn besluit om de overdrachtstermijn met twaalf maanden te verlengen (hierna: het verlengingsbesluit). Bij uitspraak van 4 oktober 2024 heeft de rechtbank het door betrokkene tegen het verlengingsbesluit ingestelde beroep gegrond verklaard en dat besluit vernietigd. Tegen deze uitspraak heeft de minister hoger beroep ingesteld. Betrokkene, vertegenwoordigd door mr. F.J.M. Schonkeren, advocaat in Tilburg, heeft een schriftelijke uiteenzetting gegeven.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:4498
Datum uitspraak
10 september 2025
  • Hoger beroep
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202406675/1/V2

202407741/1/V3

Bij besluit van 24 november 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie appellant een vrijheidsontnemende maatregel opgelegd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:4303
Datum uitspraak
10 september 2025
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaak202407741/1/V3

202504586/1/V3 en 202504586/2/V3

Bij besluit van 25 februari 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:4302
Datum uitspraak
10 september 2025
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202504586/1/V3 en 202504586/2/V3

202504630/1/V2 en 202504630/2/V2

Bij besluit van 13 mei 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:4301
Datum uitspraak
10 september 2025
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202504630/1/V2 en 202504630/2/V2

202504846/2/V2

Bij besluit van 17 maart 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van verzoeker om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:4299
Datum uitspraak
10 september 2025
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202504846/2/V2

BRS.25.001101 en BRS.25.001105

Bij besluit van 10 juli 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om hem krachtens artikel 64 van de Vw 2000 uitstel van vertrek te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:4287
Datum uitspraak
10 september 2025
  • Voorlopige voorziening
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Regulier
  • uitspraakin de zaakBRS.25.001101 en BRS.25.001105

202106742/2/R3

Bij tussenuitspraak van 31 juli 2024 heeft de Afdeling de raad van de gemeente Zwolle opgedragen om binnen 16 weken na verzending van de uitspraak het daarin omschreven gebrek in het besluit van 4 oktober 2021 te herstellen. De Afdeling heeft in de tussenuitspraak, onder 5.3, overwogen dat de raad met de artikelen 30.1 en 30.2 van de planregels het met het plan beoogde doel met betrekking tot het voormalige kantoorgebouw van het Gemeenschappelijk Administratiekantoor, gelegen aan de Burgemeester Drijbersingel 25, niet had bereikt. De mogelijkheid van sloop van het gebouw volgde namelijk niet uit de planregels en was daarmee in strijd. De insteek van de raad dat na de sloop van het gebouw nog rekening moet worden gehouden met de cultuurhistorische waarden van het gesloopte gebouw werd evenmin bereikt. De Afdeling heeft de raad opgedragen om dit gebrek binnen zestien weken na verzending van de tussenuitspraak te herstellen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:4310
Datum uitspraak
10 september 2025
  • Tussenuitspraak/bestuurlijke lus
  • RO - Overijssel
  • uitspraakin de zaak202106742/2/R3

202202314/1/R2

Bij besluit van 10 mei 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Deurne de aanvraag van [wederpartij] voor een omgevingsvergunning om een dagbesteding voor jongvolwassenen met een beperking te starten, geweigerd. [wederpartij] heeft een omgevingsvergunning aangevraagd om een dagbesteding te starten voor jongvolwassenen met een beperking op de [locatie] te Deurne. Het college heeft de vergunning geweigerd omdat het starten van een dagbesteding in strijd is met het geldende bestemmingsplan en geconcludeerd wordt dat niet is voldaan aan de voorwaarden van de binnenplanse afwijkingsmogelijkheid. Het plan voldoet volgens het college namelijk niet aan een goede ruimtelijke ordening omdat de voorgrondgeurbelasting te hoog is. [wederpartij] betoogt dat het college ten onrechte de voorgrondgeurbelasting heeft betrokken, omdat de achtergrondgeurbelasting als voldoende is geclassificeerd. Gelet op het gemeentelijk beleid, speelt de voorgrondgeurbelasting in die situatie geen rol in de beoordeling.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:4321
Datum uitspraak
10 september 2025
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202202314/1/R2

202204736/1/A3 en 202204738/1/A3

Bij besluit van 22 augustus 2019 heeft de minister Volksgezondheid, Welzijn en Sport op aanvraag van [vergunninghouder A] een vergunning verleend tot het bereiden en ter hand stellen van geneesmiddelen aan patiënten van zijn huisartsenpraktijk. [vergunninghouder A] en [vergunninghouder B] hebben een gezamenlijke huisartsenpraktijk in Kessel. De minister heeft hen vergunningen verleend tot het bereiden en het ter hand stellen van geneesmiddelen aan patiënten van de praktijk, als bedoeld in artikel 61, tiende en elfde lid, van de Geneesmiddelenwet. De minister heeft zich daarbij op het standpunt gesteld dat de afstand tussen de dichtstbijzijnde apotheek en de grens van het aangevraagde gebied 4,6 km bedraagt. [appellant sub 1A] en [appellant sub 1B] en [appellant sub 1C] werken als apothekers in Neer en zijn het niet eens met de besluiten van de minister. Volgens hen heeft de minister verkeerd gemeten en bedraagt de afstand tussen de dichtstbijzijnde apotheek en de grens van het aangevraagde gebied minder dan 3,5 km. De minister zou daarom geen vergunning mogen verlenen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:4323
Datum uitspraak
10 september 2025
  • Hoger beroep
  • Gezondheidszorg
  • uitspraakin de zaak202204736/1/A3 en 202204738/1/A3

202205671/1/A3

Bij besluit van 26 februari 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Breda een verzoek van [wederpartij] om openbaarmaking van documenten op grond van de Wet openbaarheid van bestuur gedeeltelijk toegewezen. [wederpartij] heeft verzocht om openbaarmaking van alle informatie die betrekking heeft op zijn aanvraag om een omgevingsvergunning voor de [locatie] in Breda. Met de besluiten van 26 februari 2020 en 22 oktober 2020 heeft het college verschillende stukken (gedeeltelijk) openbaar gemaakt. Het college heeft geweigerd de namen van advocaten openbaar te maken op grond van artikel 10, tweede lid, aanhef en onder e, van de Wob (eerbieding van de persoonlijke levenssfeer). De rechtbank heeft geoordeeld dat het belang van de eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer in het geval van advocaten niet zwaarder weegt dan het belang van openbaarmaking, omdat advocaten door hun functie in de openbaarheid treden. Verder heeft de rechtbank geoordeeld dat het college verschillende documenten alsnog openbaar moet maken.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:4322
Datum uitspraak
10 september 2025
  • Hoger beroep
  • Openbaarheid
  • uitspraakin de zaak202205671/1/A3

202205993/1/R1

Bij besluit van 8 april 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van IJsselstein geweigerd aan [appellant] een omgevingsvergunning te verlenen voor het splitsen van de woning op het perceel [locatie] in IJsselstein. [appellant] heeft de woning op het perceel verbouwd met de bedoeling er twee zelfstandige wooneenheden van te maken: een appartement op de begane grond waar hij zelf woont en een maisonnette op de eerste en tweede verdieping, die hij verhuurt. Het college heeft aan de weigering om hiervoor een omgevingsvergunning te verlenen ten grondslag gelegd dat het splitsen van de woning in strijd is met het ter plaatse geldende bestemmingsplan "Zenderpark", omdat slechts één afzonderlijk huishouden in de woning is toegestaan. [appellant] betoogt dat de rechtbank heeft miskend dat de splitsing van de woning niet in strijd is met het Parapluplan. Volgens [appellant] heeft het college bij de vaststelling van de parkeerbehoefte ten onrechte de parkeernorm voor de categorie woning-midden gehanteerd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:4336
Datum uitspraak
10 september 2025
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202205993/1/R1

202207180/1/R3

Bij besluit van 20 oktober 2022 heeft de raad van de gemeente Rotterdam het bestemmingsplan "Hoek van Holland Voorduin" vastgesteld. Met het bestemmingsplan heeft de raad beoogd de bestaande situatie in het Voorduin vast te leggen door de bestaande bebouwing in overeenstemming met de huidige functie te bestemmen. Verder heeft het plangebied grotendeels een groenbestemming en een natuurbestemming gekregen. Het Voorduin is een gebied gelegen in het westen van Hoek van Holland en grenzend aan de Nieuwe Waterweg. In het Voorduin bevindt zich een militair ensemble dat sinds 21 april 2020 is aangewezen als gemeentelijk monument. Voor het vaststellen van het bestemmingsplan gold er geen bestemmingsplan in het Voorduin. Het Jagershuis en anderen exploiteren op het perceel gelegen aan de Badweg 1 een restaurant in het Jagershuis, het voormalige kantinegebouw van het militair ensemble. Zij zijn het niet eens met het bestemmingsplan. Volgens Het Jagershuis en anderen zijn de bouw- en gebruiksmogelijkheden in het bestemmingsplan te beperkt om hun restaurant rendabel te houden.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:4315
Datum uitspraak
10 september 2025
  • Tussenuitspraak/bestuurlijke lus
  • RO - Zuid-Holland
  • uitspraakin de zaak202207180/1/R3

202300150/1/R2

Bij besluit van 13 november 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Venray aan [appellante sub 1] een omgevingsvergunning verleend voor het in afwijking van het bestemmingsplan bouwen van twee tunnelkassen en een pomphuis ten behoeve van fruitteelt aan de [locatie A] in Ysselsteyn. Op 16 september 2020 heeft [appellante sub 1] een aanvraag om een omgevingsvergunning ingediend voor het in afwijking van het bestemmingsplan bouwen van twee tunnelkassen en een pomphuis voor fruitteelt aan de [locatie A] in Ysselsteyn. De tunnelkassen en het pomphuis zijn al aanwezig op het perceel. De tunnelkassen dienen als voorzieningen voor de teelt van zachtfruit. Volgens de rechtbank is, anders dan [appellant sub 2] heeft betoogd, wel sprake van agrarisch grondgebruik in overeenstemming met artikel 3.1, onder a, van de planregels. De rechtbank heeft geoordeeld dat de tunnelkassen en het pomphuis worden opgericht ten behoeve van de fruitteelt en dat dat gebruik onder agrarisch gebruik valt op grond van artikel 1.15 van de planregels.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:4339
Datum uitspraak
10 september 2025
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202300150/1/R2

202300417/1/R2

Bij besluit van 20 oktober 2022 heeft de raad van de gemeente Eersel het bestemmingsplan "Buitengebied, herziening [locatie 1] en [locatie 2] Duizel" gewijzigd vastgesteld. Het plan maakt de herinrichting van de percelen [locatie 1] en [locatie 2] mogelijk. Het plan bestaat uit drie plandelen, waaronder het plandeel [locatie 1] in Duizel dat bestaat uit de percelen kadastraal bekend als gemeente Eersel, sectie H, nummers 964, 965 en 775 (gedeeltelijk). Daarop wordt een bestaande bedrijfswoning omgezet naar een burgerwoning en wordt een bijgebouw van 250 m² mogelijk gemaakt. [appellant sub 2] woont aan de [locatie 3] in Duizel. [appellant sub 1] woont aan de [locatie 4] in Duizel. Deze percelen liggen ten zuiden van het plandeel [locatie 1]. Zij zijn het niet eens met het plan omdat daardoor hun woon- en leefklimaat wordt aangetast. [partij] en anderen zijn eigenaren van de gronden in het plangebied en de initiatiefnemers.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:4338
Datum uitspraak
10 september 2025
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • RO - Noord-Brabant
  • uitspraakin de zaak202300417/1/R2

202301037/1/R3

Bij besluit van 31 januari 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Den Haag geweigerd om aan Centercom een omgevingsvergunning te verlenen voor het plaatsen van 861 reclameframes op stoplicht- en netwerkkasten op verschillende locaties in Den Haag. Centercom exploiteert landelijk reclameframes op stoplicht- en netwerkkasten (hierna tezamen: de netwerkkasten) die in eigendom van derden zijn. Centercom doet dit ook in de gemeente Den Haag. Op verzoek van het college heeft Centercom een omgevingsvergunning aangevraagd voor het gebruik van de reclameframes, nadat een concurrent van Centercom het college heeft verzocht om handhavend op te treden tegen de reclameframes. Het college heeft vervolgens geweigerd om de omgevingsvergunning voor de reclameframes te verlenen. Centercom is het hier niet mee eens.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:4317
Datum uitspraak
10 september 2025
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202301037/1/R3

202301640/1/R1

Bij besluit van 30 januari 2023 heeft de raad de geactualiseerde Bodembeheernota met bijbehorende bodemkwaliteitskaart 2022 van de Voormalige Vliegbasis Twenthe vastgesteld voor de duur van maximaal tien jaar. Vliegbasis Twenthe is een voormalige luchtmachtbasis, waarvan het militair gebruik per 1 januari 2008 is beëindigd. Er zijn plannen om de vliegbasis en een deel van het gebied eromheen te herontwikkelen naar onder meer hoogwaardige luchthavengebonden bedrijvigheid en natuur. Voor deze ontwikkeling is veel grondverzet nodig, waarbij de raad het wenselijk vindt dat de ontgraven grond zoveel mogelijk ter plaatse wordt hergebruikt. Als gevolg van de luchtmachtactiviteiten en bombardementen tijdens de Tweede Wereldoorlog is de bodem op en direct nabij het terrein van de vliegbasis licht tot gemiddeld verontreinigd geraakt. Daardoor is grondverzet en hergebruik van grond binnen het gebied niet zonder meer toegestaan. Om dat toch mogelijk te maken heeft de raad op 26 februari 2013 op grond van artikel 44 van het Besluit bodemkwaliteit de Bodembeheernota Vliegbasis Twenthe 2011-2020 vastgesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:4331
Datum uitspraak
10 september 2025
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • Bodembescherming
  • uitspraakin de zaak202301640/1/R1

202303488/1/A3

Bij besluit van 30 december 2021 heeft de burgemeester van Breda geweigerd een exploitatievergunning te verlenen voor het autoverhuurbedrijf van [bedrijf A] aan de [locatie 1] in Breda. [appellant] is samen met zijn broer [naam broer] vennoot van de vennootschap onder firma [bedrijf A]. De vennootschap exploiteert het autoverhuurbedrijf [bedrijf A] aan de [locatie 1] in Breda. [appellant] is daarnaast eigenaar van de eenmanszaak [bedrijf B], dat ook is gevestigd aan de [locatie 1]. [broer] is daarnaast eigenaar van de eenmanszaak [bedrijf A], gevestigd aan de [locatie 2]. Bij besluit van 30 maart 2020 heeft de burgemeester op grond van artikel 2:30 van de Algemene plaatselijke verordening Breda 2018 (hierna: APV) de autoverhuurbranche per 1 juni 2020 aangewezen als vergunningplichtige bedrijfsmatige activiteit, als bedoeld in artikel 2:31 van de APV. Op 16 september 2021 heeft [appellant] een aanvraag ingediend om een exploitatievergunning voor het autoverhuurbedrijf [bedrijf A]. De burgemeester heeft de vergunning geweigerd omdat [appellant] niet voldoet aan de eis dat de exploitant of beheerder/leidinggevende niet in enig opzicht van slecht levensgedrag is.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:4324
Datum uitspraak
10 september 2025
  • Hoger beroep
  • Drugs
  • Hoger Beroep - Overige
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202303488/1/A3

202303565/1/R3

Bij besluit van 21 januari 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Leiden aan Stichting Portaal een omgevingsvergunning verleend voor het vervangen van de hekwerken van verschillende woningen in Leiden. Stichting Portaal is de eigenaar van de woningen aan het Maansteenpad 102-130, de Turkooislaan 101-129 en 104a-106j, en de Smaragdlaan 95-95d in Leiden. Op 1 december 2020 diende zij een aanvraag in om een omgevingsvergunning ter legalisering van de op de dakterrassen van deze woningen aanwezige hekwerken en daarbovenop geplaatste buizenframes, die maken dat de woningen hoger zijn dan op grond van het bestemmingsplan is toegestaan en niet zijn vergund. In overleg met het college heeft zij de aanvraag vervolgens aangepast, omdat er een negatief stedenbouwkundig advies en een negatief welstandsadvies was afgegeven. De buizenframes zijn daarom door Stichting Portaal uit de aanvraag verwijderd zodat de totale hoogte van de woningen lager werd. [appellant] is huurder en bewoner van één van de woningen. Hij is het niet eens met de verleende omgevingsvergunning. Hij wil dat de hekwerken dan wel in hun feitelijke bestaande staat, dus inclusief de buizenframes, vergund worden, dan wel op een andere manier waarbij de huidige hoogte behouden blijft en zijn privacy gewaarborgd wordt.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:4325
Datum uitspraak
10 september 2025
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202303565/1/R3

202304604/1/R3

Bij besluit van 22 juni 2023 heeft de raad van de gemeente Meppel het bestemmingsplan "Meppel - Blankensteinweg 53" vastgesteld. Het plan heeft betrekking op het perceel Blankensteinweg 53, dat centraal gelegen is in de wijk Oosterboer in het oostelijke deel van Meppel, en kent daaraan de bestemmingen "Wonen" en "Agrarisch" toe. Het plan voorziet daardoor in de mogelijkheid om de bedrijfswoning bij de voormalige manege op het perceel in gebruik te nemen als woning en maakt daarnaast cultuurgronden en het houden van paarden mogelijk. [appellant] en anderen wonen rondom het plangebied en vrezen overlast van het houden van paarden. Het beroep van [appellant] en anderen is gericht tegen het toekennen van de bestemming "Agrarisch" aan een groot deel van de gronden op het perceel. [appellant] en anderen kunnen zich met die bestemming niet verenigen, omdat volgens hen op de gronden met die bestemming het bedrijfsmatig houden van paarden is toegestaan.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:4316
Datum uitspraak
10 september 2025
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Drenthe
  • uitspraakin de zaak202304604/1/R3

202305177/1/R1

Bij besluit van 22 juni 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Epe aan [appellant A] een omgevingsvergunning verleend voor de al gerealiseerde uitbreiding van de woning en een tuinhuisje en geweigerd om een omgevingsvergunning te verlenen voor de al aanwezige houtopslag en carport/opslagruimte op het perceel [locatie 1] in Vaassen. [appellanten] zijn sinds 2018 eigenaar van het perceel. Op het perceel staan een woning, een carport/opslagruimte, een houtopslag en een tuinhuisje. Tussen de voormalige eigenaar van het perceel en [appellanten] is een civielrechtelijk geschil ontstaan over de koopovereenkomst. Naar aanleiding van het vonnis van de civiele rechter van 17 februari 2021, ECLI:NL:RBNHO:2021:1436, hebben [appellanten] op 13 april 2021 een aanvraag om omgevingsvergunning ingediend. Het college heeft zich in het besluit op bezwaar van 30 november 2021 onder meer op het standpunt gesteld dat de woninguitbreiding vergunningvrij is. Zoals [persoon] op de zitting heeft bevestigd, gaat dit geschil uitsluitend over de uitbreiding van de woning.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:4340
Datum uitspraak
10 september 2025
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202305177/1/R1

202305460/1/R1

Bij besluit van 12 oktober 2022 heeft het college aan Lang Leve Thuis Midden B.V. een omgevingsvergunning verleend voor het uitbreiden van de woonzorgvoorziening Sparrenheuvel met zes wooneenheden in één bouwlaag. Bij mondelinge uitspraak van 7 juli 2023 heeft de rechtbank het door [appellant] daartegen ingestelde beroep ongegrond verklaard. Aan de Baarnseweg 18 in Bosch en Duin bevindt zich de woonzorgvoorziening Sparrenheuvel. Dit perceel grenst voor een klein gedeelte aan het perceel van [appellant], die woont aan de [locatie] in Bosch en Duin. Op 23 december 2020 is een aanvraag ingediend om de woonzorgvoorziening uit te breiden met 6 wooneenheden. Deze uitbreiding is 1 bouwlaag, die volgens de aanvraag aan de bestaande woonzorgvoorzieningen gebouwd wordt. [appellant] is het niet eens met de verlening van de omgevingsvergunning, onder andere vanwege de inbreuk op zijn privacy die de uitbreiding volgens hem met zich brengt. [appellant] betoogt dat de rechtbank ten onrechte heeft geoordeeld dat er geen evidente privaatrechtelijke belemmering is. Volgens [appellant] blijkt uit de aanvraag dat er ramen en deuren binnen 2 meter van de erfgrens worden geplaatst, die zicht geven op zijn perceel.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:4319
Datum uitspraak
10 september 2025
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202305460/1/R1

202305589/1/R2

Bij besluit van 6 januari 2021 heeft het college van gedeputeerde staten van Gelderland aan [appellant] een vergunning verleend op grond van artikel 2.7, tweede lid, van de Wet natuurbescherming voor de wijziging van een melkveehouderij. [appellant] heeft een natuurvergunning aangevraagd voor de wijziging van zijn veehouderij. Het gaat om de wijziging van de melkveebezetting. Daarnaast had de veehouderij voorheen een melkveetak en een varkenstak, maar die laatste tak wordt stopgezet. Het college heeft de natuurvergunning verleend, omdat het aangevraagde project niet tot andere of meer gevolgen leidt dan de gevolgen van het in de Hinderwetvergunning van 12 februari 1980 vergunde project (intern salderen). MOB en Leefmilieu verzetten zich tegen deze natuurvergunning, omdat volgens hen de Hinderwetvergunning is vervallen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:4318
Datum uitspraak
10 september 2025
  • Hoger beroep
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202305589/1/R2

202305790/1/R2

Bij het besluit van 26 oktober 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Heusden de door [appellant] aangevraagde omgevingsvergunning voor het bouwen van een fietsenhok op het perceel [locatie A] in Drunen geweigerd. [appellant] woont aan de [locatie A] in Drunen. Hij heeft een aanvraag voor een omgevingsvergunning ingediend voor het bouwen van een fietsenhok naast de oostelijke uitbouw van zijn woning. Bij het besluit van 26 oktober 2021 heeft het college de omgevingsvergunning geweigerd, omdat de bouw van het fietsenhok in strijd is met artikel 16.2.2, aanhef en onder h, van de planregels van het bestemmingsplan "Drunen Herziening 2014". Op grond van dit artikel dient bij vrijstaande hoofdgebouwen één der zijstroken vrij van aan- en uitbouwen en bijgebouwen te blijven. Volgens het college wordt het perceel als gevolg van het fietsenhok echter over de volle breedte dicht gebouwd. De rechtbank heeft geoordeeld dat het college het bezwaar tegen de brief van 14 december 2021 terecht niet-ontvankelijk heeft verklaard, omdat de brief geen besluit is in de zin van artikel 1:3, eerste lid, van de Awb en zich ook geen uitzonderingssituatie voordoet.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:4341
Datum uitspraak
10 september 2025
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202305790/1/R2

202306892/1/R1

Bij besluit van 11 oktober 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam geweigerd om een omgevingsvergunning te verlenen aan Rederij Lovers voor het bouwen van een kassahuisje en een steiger in de zogeheten middenkom van het Open Havenfront aan het Stationsplein in Amsterdam. Op 11 juli 2022 heeft Rederij Lovers een aanvraag ingediend voor een omgevingsvergunning voor het bouwen van een kassahuisje en een steiger in de middenkom van het Open Havenfront in Amsterdam. Op het moment dat Rederij Lovers de aanvraag indiende, werd de middenkom verbouwd. Het college heeft zich op het standpunt gesteld dat het bouwplan in strijd is met het bestemmingsplan "Stationseiland". Rederij Lovers vindt dat het college de aanvraag niet juist heeft beoordeeld en is het niet eens met de weigering van het college om van het bestemmingsplan af te wijken. Het bouwplan ligt volgens het college grotendeels op gronden met de bestemming "Water", waar een kassahuisje niet is toegestaan. Volgens Rederij Lovers bevindt het bouwplan zich op gronden met de bestemming "Dienstverlening", waar een kassahuisje wel is toegestaan.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:4313
Datum uitspraak
10 september 2025
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202306892/1/R1

202307386/1/R3

Bij besluit van 28 september 2023 heeft de raad het bestemmingsplan "Wonen Rijssen, [locatie 1]" vastgesteld. Het plan maakt op het perceel [locatie 1] in Rijssen, dat eigendom is van [partij], vijf appartementen mogelijk. Voorheen had dit perceel een bedrijfsbestemming en werd het gebruikt voor (vuurwerk)opslag. [appellant] exploiteert een winkel in vloerbedekking en raamdecoratie, die is gevestigd op de percelen [locatie 2]-[locatie 3] en aan de westzijde grenst aan het plangebied. Hij vreest voor belemmering van de bedrijfsvoering en een moeilijkere bereikbaarheid van zijn percelen, omdat woningen naast zijn bedrijf komen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:4332
Datum uitspraak
10 september 2025
  • Tussenuitspraak/bestuurlijke lus
  • RO - Overijssel
  • uitspraakin de zaak202307386/1/R3

202307971/1/R1

Bij besluit van 17 oktober 2023 heeft de raad van de gemeente Oost Gelre het bestemmingsplan "Buitengebied Herziening bestemming Bedrijf" vastgesteld. De raad wenst voor toekomstige ontwikkelingen niet-gebiedsgebonden bedrijvigheid in het buitengebied zoals detailhandel te voorkomen. Daarom heeft de raad een partiële herziening van enkele bestaande bestemmingsplannen vastgesteld om niet-gebiedsgebonden bedrijvigheid te beperken tot de bestaande bedrijven. Tot het plangebied van de partiële herziening behoren de gronden van de Aldi supermarkt aan de Heringsaweg 2 en 2a te Vragender. Aldi komt hiertegen in beroep en stelt dat de partiële herziening op onjuiste wijze in de bestaande supermarkt van de Aldi voorziet.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:4337
Datum uitspraak
10 september 2025
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Gelderland
  • uitspraakin de zaak202307971/1/R1

202400738/1/R3

Bij besluit van 11 december 2023 heeft de raad van de gemeente Dantumadiel het bestemmingsplan "Wenplan Driezum" vastgesteld. Het plan maakt 40 woningen mogelijk. Het plangebied bevindt zich aan de zuidoostzijde van het dorp Driezum. [appellante] woont op de [locatie] in Driezum, ten westen van het plangebied. [belanghebbende] is eigenaar van de gronden van het plangebied en de ontwikkelaar van de voorziene ontwikkeling. [appellante] betoogt dat het bestreden plan in strijd is met artikel 3.1.1 en artikel 3.1.2, lid d, van de Verordening Romte Fryslân 2014. Zo is er geen woonplan opgesteld en is er geen schriftelijke instemming van gedeputeerde staten van Friesland met de voorziene ontwikkeling, terwijl dit wel had gemoeten op grond van artikel 3.1.1 van de Verordening. Subsidiair voert [appellante] aan dat er weliswaar een woonplan is, maar dat dit plan niet een woonplan is in de zin van de Verordening.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:4342
Datum uitspraak
10 september 2025
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Friesland
  • uitspraakin de zaak202400738/1/R3

202401385/1/R3

Bij besluit van 22 juni 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders van Ommen het verzoek van [appellant] om handhavend op te treden tegen het in strijd met vergunningvoorschriften niet slopen van een schuur op het perceel [locatie 1] in Ommen door [partij], niet-ontvankelijk verklaard. Op 16 oktober 2019 heeft het college aan [partij] een omgevingsvergunning verleend voor het bouwen van een schuur. Aan die vergunning zijn enkele voorschriften verbonden, waaronder het voorschrift dat binnen 6 maanden na gereedkomen van de schuur de als zodanig op de situatietekening aangegeven te slopen schuren dienen te zijn gesloopt en verwijderd. Ten tijde van het verlenen van die vergunning woonde [appellant] op het perceel [locatie 2], schuin achter het perceel van [partij]. Op 2 februari 2022 heeft [appellant] een verzoek bij het college ingediend om handhavend op te treden tegen het niet voldoen aan de vergunningvoorschriften door [partij]. Bij besluit van 22 juni 2022 heeft het college dat verzoek niet-ontvankelijk verklaard, omdat [appellant] door het college niet als belanghebbende is aangemerkt.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:4326
Datum uitspraak
10 september 2025
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202401385/1/R3

202401587/1/A2

Bij besluit van 30 juni 2022 heeft de minister van Financiën geweigerd een private schuld van [appellant] over te nemen. De regeling voor het overnemen van private schulden in het kader van de hersteloperatie toeslagen is aanvankelijk neergelegd in het Besluit betalen private schulden, dat gold vanaf 29 oktober 2021. Daarna is de regeling opgenomen in de Wet hersteloperatie toeslagen, die op 5 november 2022 in werking is getreden. Zowel onder het Besluit betalen private schulden als onder de Wht gelden voor de overname van een schuld onder meer de voorwaarden dat die opeisbaar moet zijn voor 1 juni 2021 en - voor zover het gaat om een zogenoemde informele schuld - moet zijn vastgelegd in een notariële akte. [appellant] heeft verzocht om het niet terugbetaalde deel van een onderhandse geldlening van [persoon], ter hoogte van € 12.500,00, over te nemen in het kader van de hersteloperatie toeslagen. De minister heeft deze informele schuld niet overgenomen, omdat niet aan de daarvoor geldende voorwaarden is voldaan.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:4309
Datum uitspraak
10 september 2025
  • Hoger beroep
  • Geld
  • uitspraakin de zaak202401587/1/A2

202401855/1/A2

Bij besluit van 20 januari 2022 heeft de minister een aanvraag van [appellante] om een Nederlands paspoort buiten behandeling gesteld. [appellante] is op [geboortedatum] geboren in de Verenigde Staten. Haar ouders hadden destijds de Nederlandse nationaliteit. Bij haar geboorte heeft zij zowel de Nederlandse als de Amerikaanse nationaliteit verkregen. Op 10 augustus 2021 heeft [appellante] bij de Nederlandse ambassade in Washington een aanvraag om een Nederlands paspoort ingediend. Aan de buitenbehandelingstelling van de aanvraag heeft de minister ten grondslag gelegd dat [appellante] het Nederlanderschap op grond van artikel 16, eerste lid, aanhef en onder c, van de Rijkswet op het Nederlanderschap op 19 februari 2021 van rechtswege heeft verloren, omdat haar ouders op die datum vrijwillig de Amerikaanse nationaliteit hebben verkregen en afstand van de Nederlandse nationaliteit hebben gedaan.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:4307
Datum uitspraak
10 september 2025
  • Hoger beroep
  • Nederlanderschap
  • uitspraakin de zaak202401855/1/A2

202402263/1/A3

Bij besluit van 5 april 2022 (met kenmerk: 072100340/04) heeft de minister aan [appellante] een bestuurlijke boete opgelegd van € 4.500,00. [appellante] heeft bij asbestsaneringswerkzaamheden gebruik gemaakt van een mobiele torenkraan met werkplatform. Uit een door de Inspectie SZW opgesteld boeterapport van 10 februari 2021 volgt dat de twee werknemers op het werkplatform waren aangelijnd aan een valstopapparaat met een te lange vallijn. Eén van de werknemers is van het werkplatform afgestapt op een niet draagkrachtig, asbesthoudend dak. De inspecteur heeft verder vastgesteld dat niet is gebleken dat andere meer geëigende arbeidsmiddelen of werkmethoden beschikbaar waren om het dak te bereiken, zoals een verreiker. Daardoor was de torenkraan uitsluitend geschikt voor het vervoer van goederen en niet voor personen. De rechtbank heeft geoordeeld dat de boete terecht is opgelegd en [appellante] niet aannemelijk heeft gemaakt dat er andere meer geëigende arbeidsmiddelen dan de torenkraan beschikbaar waren.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:4308
Datum uitspraak
10 september 2025
  • Hoger beroep
  • Boete
  • uitspraakin de zaak202402263/1/A3

202402795/1/R2

Bij besluit van 5 maart 2024 heeft de raad van de gemeente 's-Hertogenbosch het bestemmingsplan "Brabantbad" vastgesteld. Het plan voorziet in de bouw van drie woontorens met maximaal 195 woningen. Het plangebied bevindt zich aan de oostzijde van het Prins Hendrikpark, nabij de plas De IJzeren Vrouw. De woontorens hebben een maximale toegestane bouwhoogte van noord naar zuid bezien van 54 m, 60 m en 48 m. In de plinten van de voorziene woontorens (onderste twee bouwlagen) worden, onder andere, horeca en maatschappelijke functies toegestaan.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:4335
Datum uitspraak
10 september 2025
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • RO - Noord-Brabant
  • uitspraakin de zaak202402795/1/R2

202402855/1/R1

Bij besluit van 13 maart 2024 heeft de raad van de gemeente Weert het bestemmingsplan "De Achterste Singel ong." vastgesteld. Het plan maakt op het perceel op de hoek van De Achterste Singel en de Geuzendijk, kadastraal bekend als sectie Y, nummer 177, in Weert een islamitische begraafplaats met maximaal 2.042 graven mogelijk. Ook mag er een gebouw met een oppervlakte van ongeveer 100 m² worden gebouwd. Het voornemen is in dit gebouw onder meer sanitaire voorzieningen en een stilteruimte te realiseren. Met het plan krijgen de gronden de bestemming "Maatschappelijk" met functieaanduiding "begraafplaats". De gronden hadden op basis van het vorige plan een agrarische bestemming en waren onbebouwd. Stichting Islamitische begraafplaats Weert is de initiatiefnemer van het plan. [appellant] woont aan de [locatie] op een afstand van ongeveer 55 m ten westen van het plangebied en is het niet eens met het plan. Hij vindt een begraafplaats niet passend op zo’n afstand van zijn woning.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:4328
Datum uitspraak
10 september 2025
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Limburg
  • uitspraakin de zaak202402855/1/R1

202403014/1/A2

Bij besluit van 21 april 2020 heeft het college het militair ensemble van het Voorduin in Hoek van Holland, inclusief het restaurantgebouw Het Jagershuis, aangewezen als gemeentelijk monument. Het Jagershuis en anderen exploiteren op het perceel gelegen aan de Badweg 1 in Hoek van Holland, een restaurant in Het Jagershuis, een gebouw dat onderdeel is van het militair ensemble in het gebied het Voorduin in Hoek van Holland. Het college heeft naar aanleiding van meerdere verzoeken van erfgoedorganisaties het militair ensemble, inclusief het restaurantgebouw, op 19 maart 2019 voorlopig aangewezen als gemeentelijk monument. Het Jagershuis en anderen zijn door het college in de gelegenheid gesteld om hierover hun zienswijze naar voren te brengen. Van deze mogelijkheid hebben Het Jagershuis en anderen bij brief van 29 mei 2019 gebruik gemaakt. De rechtbank heeft geoordeeld dat het college in redelijkheid tot aanwijzing van het militair ensemble van het Voorduin in Hoek van Holland, inclusief het restaurantgebouw Het Jagershuis, als gemeentelijk monument heeft kunnen komen. De monumentale waarden van het pand zijn in de redengevende omschrijving en het advies van de Welstandscommissie zorgvuldig in kaart gebracht.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:4314
Datum uitspraak
10 september 2025
  • Hoger beroep
  • Monumenten
  • uitspraakin de zaak202403014/1/A2

202403641/1/R1

Bij besluit van 6 mei 2024 heeft het college van burgemeester en wethouders van Haarlemmermeer onder meer de locatie ter hoogte van Lindholm 289 te Hoofddorp aangewezen voor het plaatsen van één ondergrondse afvalcontainer voor oud papier en karton en één voor glas. De beoogde locatie is voorzien aan een erftoegangsweg op een parkeervak schuin voor de woning van [appellant] aan de [locatie 1] (locatie LI289). Het gaat hierbij om een nieuwe locatie ter vervanging van de locatie ter hoogte van Lindholm 311. Het college heeft de nieuwe locatie aangewezen om de oude locatie te ontlasten. De oude locatie is gelegen nabij de woningen van [belanghebbende A] en [belanghebbende B], aan een doodlopende straat met veel bijplaatsingen en ongeregeldheden. Bij de vervanging komt één ondergrondse container voor oud papier en karton met een papierpers, en één voor plastic, blik en drinkpakken te vervallen. [appellant] is het niet eens met het besluit. Zij vreest voor zwerfvuil, geluidsoverlast, verkeersonveiligheid en aantasting van haar privacy.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:4327
Datum uitspraak
10 september 2025
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Afval
  • uitspraakin de zaak202403641/1/R1

202404027/1/A2

Bij besluit van 24 april 2023 heeft de raad voor rechtsbijstand de aanvraag van [appellant] om vergoeding voor rechtsbijstand verleend op toevoeging met kenmerk 3LU1203 afgewezen. Aan een rechtzoekende is op 1 juni 2015 een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd voor het volgen van een studie verleend. Wegens onvoldoende voortgang van de studie heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid bij besluit van 6 mei 2021, als gehandhaafd bij besluit van 9 december 2021, de verblijfsvergunning met ingang van 1 september 2020 ingetrokken. Voor het verlenen van rechtsbijstand aan de rechtzoekende in de beroepsprocedure over het besluit van 9 december 2021 is aan [appellant] de toevoeging met kenmerk 3LT7543 verleend. Ondertussen heeft de rechtzoekende op 7 december 2021 een nieuwe aanvraag om verlening van een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd voor het volgen van een studie ingediend. Omdat [appellant] onder de High Trust werkwijze valt, is de toevoeging met kenmerk 3LU1203 zonder inhoudelijke controle door de raad verleend.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:4306
Datum uitspraak
10 september 2025
  • Hoger beroep
  • Rechtsbijstand
  • uitspraakin de zaak202404027/1/A2

202405354/1/A2

Bij besluit van 19 oktober 2022 heeft het bestuur van de raad voor rechtsbijstand een aan [appellant] verstrekte toevoeging beëindigd. Aan [appellant] is op 1 april 2021 een toevoeging verstrekt voor het voeren van een strafrechtelijke hogerberoepsprocedure. Nadat de destijds betrokken rechtsbijstandverlener was gestopt als advocaat, heeft de raad een nieuwe toevoeging verstrekt op naam van [persoon]. Op 5 september 2022 heeft [persoon] bij de raad een verzoek ingediend om de toevoeging te beëindigen in verband met een vertrouwensbreuk. De raad heeft dat verzoek op grond van artikel 33, eerste lid, aanhef en onder b, van de Wet op de rechtsbijstand toegewezen. In bezwaar heeft [appellant] aangevoerd dat de raad het verzoek ten onrechte heeft toegewezen onder verwijzing naar de gestelde vertrouwensbreuk. Die motivering is onvolledig en onjuist en had moeten luidden dat [persoon] onvoldoende presteerde. Bovendien is het beëindigen van een toevoeging in strijd met Richtlijn 2016/1919 van het Europees Parlement en de Raad. De raad heeft zich in het besluit op bezwaar op het standpunt gesteld dat hij het verzoek om beëindiging van de toevoeging terecht heeft toegewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:4305
Datum uitspraak
10 september 2025
  • Hoger beroep
  • Rechtsbijstand
  • uitspraakin de zaak202405354/1/A2

202405384/1/A2

Bij besluit van 2 juni 2023 heeft het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen het rijbewijs van [appellant] ongeldig verklaard met ingang van 9 juni 2023. [appellant] is op 16 oktober 2022 aangehouden als beginnend bestuurder van een motorrijtuig. Hierbij is gebleken dat hij onder invloed was van alcohol. Het CBR heeft vervolgens bij besluit van 18 oktober 2022 bepaald dat [appellant] een onderzoek moet laten doen naar zijn alcoholgebruik en de geldigheid van zijn rijbewijs geschorst. Dat onderzoek heeft vervolgens plaatsgevonden op 11 en 17 januari 2023. Op basis van dit onderzoek is in de daarvan opgemaakte rapportage van 2 februari 2023 de psychiatrische diagnose alcoholmisbruik gesteld. Vervolgens heeft [appellant] aangegeven sinds 17 februari 2023 geen alcohol meer te drinken en is op zijn verzoek een tweede onderzoek verricht op 1 april 2023. De conclusie van dit onderzoek is dat op basis van alle relevante gegevens de diagnose alcoholmisbruik ten tijde van de aanhouding op 16 oktober 2022 kan worden gesteld. Volgens het tweede onderzoek lijkt het aannemelijk dat het alcoholmisbruik is gestopt per 17 februari 2023.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:4312
Datum uitspraak
10 september 2025
  • Hoger beroep
  • Wegenverkeerswet
  • uitspraakin de zaak202405384/1/A2

202405831/1/R3

Bij besluit van 11 juli 2024 heeft de raad van de gemeente Alphen aan den Rijn het bestemmingsplan "Christinastraat, Benthuizen" vastgesteld. Het plangebied bevindt zich aan de Christinastraat in Benthuizen. In het plangebied lag de Arnoldus van Os basisschool. Het plan kent aan het gebied de bestemmingen "Wonen", "Verkeer", "Groen" en "Water" toe. [appellant sub 1], en [appellanten sub 2] wonen aan de Margrietstraat, die zich ten noorden van het plangebied bevindt. Deze straat is momenteel doodlopend. Stichting WYwonen en Thunnissen Groep willen in het plangebied 29 appartementen in een parkachtige omgeving realiseren. [appellant sub 1], en [appellanten sub 2] betogen dat het plan het ten onrechte mogelijk maakt om de Margrietstraat en de Irenestraat verkeerskundig met elkaar te verbinden. Een doodlopende straat is volgens hen veiliger. Door de straten met elkaar te verbinden zal niet langer alleen bestemmingsverkeer door de straten rijden, waardoor de verkeersdrukte zal toenemen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:4343
Datum uitspraak
10 september 2025
  • Tussenuitspraak/bestuurlijke lus
  • RO - Zuid-Holland
  • uitspraakin de zaak202405831/1/R3

202406357/1/V6

Bij besluit van 24 oktober 2022 heeft de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid [appellante] een boete opgelegd van € 24.000,00 wegens zes overtredingen van artikel 2, eerste lid, van de Wet arbeid vreemdelingen en besloten tot openbaarmaking van de inspectiegegevens. [appellante] is een holdingmaatschappij waarvan [gemachtigde] enig aandeelhouder en bestuurder is. [gemachtigde] heeft in deze holdingmaatschappij haar huisartsenpraktijk ondergebracht. [appellante] huurt een pand aan de [locatie] (hierna: het pand) van de gemeente [plaats], waarin de huisartsenpraktijk gevestigd is. Op 11 november 2021 heeft bij [appellante] een controle plaatsgevonden door arbeidsinspecteurs van de Inspectie SZW (nu: de Nederlandse Arbeidsinspectie). In het op ambtseed opgemaakte boeterapport van 21 februari 2022 staat dat bij die controle is geconstateerd dat op 11 november 2021 vijf arbeidskrachten met de Georgische nationaliteit en een arbeidskracht met de Oezbeekse nationaliteit zonder tewerkstellingsvergunning bouwwerkzaamheden hebben verricht voor [appellante] in het pand en dat die arbeidskrachten geen gecombineerde vergunning hadden voor werkzaamheden bij [appellante].

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:4304
Datum uitspraak
10 september 2025
  • Hoger beroep
  • Boete
  • uitspraakin de zaak202406357/1/V6

202406775/1/A2

Bij besluit van 20 april 2020 heeft de Tijdelijke Commissie Mijnbouwschade Groningen aan [wederpartij] voor een aantal schades een schadevergoeding van € 37.607,15, te vermeerderen met bijkomende kosten en wettelijke rente, toegekend. In hoger beroep is in geschil of de rechtbank terecht heeft geoordeeld dat het Instituut voor de schades 3, 4, 5, 7, 22 en 40 het bewijsvermoeden niet heeft weerlegd en voor deze schades terecht een schadevergoeding van € 970.029,-, te vermeerderen met wettelijke rente, heeft toegekend. [wederpartij] exploiteerde een pluimveebedrijf met meerdere pluimveestallen (hierna: de stallen) met betonnen vloeren aan de [locatie] te Holwierde. Het pluimveebedrijf ligt direct boven het Groningenveld en binnen het effectgebied waar het wettelijk bewijsvermoeden uit artikel 6:177a BW van toepassing is. Bij de schades 3, 4, 5, 7, 22 en 40 gaat het om verzakking van, scheurvorming in en mechanische schade aan de betonvloeren in de stallen 2 t/m 6. Ook is er scheurvorming in de aansluiting tussen de vloer en de wanden.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:4320
Datum uitspraak
10 september 2025
  • Hoger beroep
  • Schadevergoeding
  • uitspraakin de zaak202406775/1/A2

202407788/1/V6

Bij besluit van 13 februari 2023 heeft de minister van Buitenlandse Zaken een verzoek van appellanten om op enige wijze hun overkomst naar Nederland te faciliteren, afgewezen. Appellanten, [appellant] en haar kinderen, hebben de Afghaanse nationaliteit en verblijven in Afghanistan. Op 29 augustus 2021 heeft [appellant] de minister gevraagd om haar en haar gezin vanuit Afghanistan naar Nederland over te brengen. Het verzoek is gebaseerd op de werkzaamheden van haar in 2020 overleden echtgenoot, die in de periode van oktober 2004 tot september 2006 als aannemer werkte voor zijn Afghaanse bedrijf ‘Rahnama Company’. [appellant] stelt dat haar echtgenoot verschillende constructieprojecten heeft uitgevoerd voor het Nederlandse Provincial Reconstruction Team als onderdeel van de ISAF-missie in Afghanistan in de stad Pol-e-Khomri in de Noord-Afghaanse provincie Baghlan.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:4271
Datum uitspraak
10 september 2025
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Overige
  • uitspraakin de zaak202407788/1/V6

202407793/1/V6

Bij besluit van 19 september 2023 heeft de minister van Buitenlandse Zaken een verzoek van appellanten om op enige wijze hun overkomst naar Nederland te faciliteren, afgewezen. Appellanten, [appellant], zijn echtgenote, hun acht kinderen en de vrouwen van twee van die kinderen, hebben de Afghaanse nationaliteit en verblijven in Iran. Op 5 september 2021 heeft [appellant] de minister gevraagd om hen vanuit Afghanistan naar Nederland over te brengen. [appellant] stelt dat hij in de periode 2004 tot en met 2010 heeft gewerkt als ‘verbindingsofficier’ voor het Nederlandse Provincial Reconstruction Team in de Noord-Afghaanse provincie Baghlan.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:4329
Datum uitspraak
10 september 2025
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Overige
  • uitspraakin de zaak202407793/1/V6

202501601/1/R2

Bij besluit van 23 november 2022 heeft het college een omgevingsvergunning aan [vergunninghouder] verleend voor het plaatsen van een buitenunit van een warmtepomp op het dak van de garage van [locatie 1] in Bergen op Zoom. Op 23 november 2022 heeft het college een omgevingsvergunning verleend voor het plaatsen van een buitenunit van een warmtepomp op het adres [locatie 1] in Bergen op Zoom. De buitenunit is geplaatst op het platte dak van de garage van vergunninghouder. De garage grenst aan de woning van [appellant sub 2], die aan de [locatie 2] woont. [appellant sub 2] verzet zich tegen de vergunning, omdat hij geluidshinder ervaart van de buitenunit. De rechtbank heeft het beroep van [appellant sub 2] gegrond verklaard en het besluit van 20 juni 2024 vernietigd. Hiertoe heeft de rechtbank overwogen dat weliswaar het geluidniveau op een juiste wijze is vastgesteld, maar dat het college niet aan de juiste norm heeft getoetst door niet op de juiste plek te meten.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:4334
Datum uitspraak
10 september 2025
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202501601/1/R2
vorige pagina1...181920...1.226volgende pagina

Facetten
Gepubliceerd
  • Uitspraken uit
Type uitspraak
Proceduresoort
Rechtsgebied
Bevat

Raad van State

De Raad van State is onafhankelijk adviseur van regering en parlement over wetgeving en bestuur en hoogste algemene bestuursrechter van het land.

  • Meer over ons
  • Vacatures

Contact

De Raad van State bevindt zich in het centrum van Den Haag. Wilt u in contact komen met ons of wilt u ons bezoeken voor een zitting?

  • Telefoon
  • Locatie en route
  • Post en e-mail
  • Digitaal procederen
  • Wet open overheid
  • Nieuwe zaak starten

Altijd op de hoogte

Ontvang ons nieuws via de abonnementenservice in uw mailbox. Op de hoogte gehouden worden over uitspraken die gedaan worden in bepaalde zaken? Meld u dan aan voor de e-mailservice. Of bekijk de voortgang van een bepaalde procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

  • Abonnementenservice
  • E-mailservice uitspraken
  • Voortgang procedure
  • Aanvragen oude uitspraken

Toegankelijkheid | Privacy | Cookiebeleid

Volg ons

  • Bluesky
  • LinkedIn
  • Instagram
  • Mastodon