Ga naar de inhoud
lees voor
Direct naar
  • en (Information in English)
  • de (Deutsche Informationen)
  • fr (Informations en français)
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
  • Actueel
    • Nieuws
    • Zittingsagenda
    • Persagenda
    • Evenementen
    • Piet Hein Donner Scriptieprijs
  • Adviezen
  • Uitspraken
  • Publicaties
    • Brochures
    • Studies en onderzoeken
    • Regelingen
    • Consultaties
    • Jaarverslagen
    • Toespraken vice-president
  • Over ons
    • Raad van State in het kort
    • Organisatie
    • Advisering
    • Bestuursrechtspraak
    • Begrotingstoezicht
    • Toetsing Klimaatwet
    • Geschiedenis
    • Raad van State in beeld
  • Zoeken
  • en
  • de
  • fr
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
Zoeken

  1. Home ›
  2. Uitspraken

Uitspraken

De Afdeling bestuursrechtspraak toetst of de overheid het recht goed heeft toegepast bij het nemen van een besluit. In dit onderdeel vindt u alle uitspraken die de Raad van State op zijn website publiceert. Meer informatie over de taak van de Afdeling bestuursrechtspraak vindt u in de rubriek Bestuursrechtspraak.


aantal resultaten: 126.875
aantal resultaten per pagina

Toon overzicht van de actuele uitspraken:

  • Hoofdzaken
  • Voorlopige voorzieningen
  • Interessant voor de media

202504211/1/A2

Bij besluit van 7 maart 2024 heeft de minister van Financiën een aanvraag van [appellante] om private schulden over te nemen afgewezen. [appellante] is een gedupeerde van de toeslagenaffaire. Het geschil beperkt zich tot haar verzoek aan de minister om overname van een schuld van 51.000,00 Antilliaanse gulden (ANG) aan [guesthouse] (de schuld). De schuld bestaat uit achterstallige huur over de periode van januari 2017 tot en met juli 2019 van in totaal 42.729,47 ANG en een contractuele boete van in totaal 8.270,53 ANG. De minister heeft geweigerd de schuld over te nemen, onder meer omdat op basis van de door [appellante] ingediende stukken niet kan worden vastgesteld dat sprake is van een rechtsgeldige schuld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3660
Datum uitspraak
24 juni 2026
  • Hoger beroep
  • Geld
  • uitspraakin de zaak202504211/1/A2

202504365/1/A2

Bij besluit van 19 december 2023 heeft de minister voor Rechtsbescherming aan [appellante] een boete van in totaal € 10.500,00 opgelegd wegens drie overtredingen van de Wet particuliere beveiligingsorganisaties en recherchebureaus. Bij besluit van 30 oktober 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheidhet door [appellante] daartegen gemaakte bezwaar gedeeltelijk gegrond verklaard, het besluit van 19 december 2023 herroepen en aan [appellante] een boete opgelegd van € 2.000,00 vanwege het viermaal overtreden van artikel 9, eerste lid, van de Wpbr. In geschil is of de rechtbank terecht heeft geoordeeld dat de minister terecht aan [appellante] een bestuurlijke boete van € 2.000,00 heeft opgelegd, omdat vier beveiligers op de kermis in Laren tijdens het uitvoeren van beveiligingswerkzaamheden geen goedgekeurd uniform hebben gedragen. Op 7 juli 2023 heeft het Team Korpscheftaken Midden-Nederland een controle uitgevoerd op de kermis en daar geconstateerd dat de vier beveiligers van [beveiligingsorganisatie] die beveiligingswerkzaamheden uitvoerden, geen goedgekeurd uniform droegen. De aanwezige beveiligers droegen een zwarte broek en een zwart T-shirt met aan de voorkant een V-teken en op de achterkant stond "Security". De naam van de beveiligingsorganisatie ontbrak op het uniform.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3678
Datum uitspraak
24 juni 2026
  • Hoger beroep
  • Beveiligingswerkzaamheden
  • uitspraakin de zaak202504365/1/A2

202504432/1/A2

Bij besluit van 3 december 2021 heeft het Instituut Mijnbouwschade Groningen aan [appellant] voor mijnbouwschade aan zijn woning een vergoeding van € 2.821,53, inclusief bijkomende kosten en wettelijke rente, toegekend. [appellant] is sinds 2009 eigenaar van de vrijstaande woning aan de [locatie] in Winschoten. Op 14 mei 2020 heeft [appellant] een vergoeding voor fysieke mijnbouwschade aan zijn woning aangevraagd. Na het in opdracht van het Instituut uitgebrachte (herziene) advies van 3 november 2021, opgesteld door deskundige K. Borger van NIVRE Calamiteiten & Projecten (NIVRE), heeft het Instituut bij besluit van 3 december 2021 een schadevergoeding van € 2.821,53, inclusief bijkomende kosten en wettelijke rente, toegekend. Het Instituut heeft op 4 januari 2023 het bezwaar onder verwijzing naar het advies van de bezwaaradviescommissie van 28 september 2022 ongegrond verklaard. [appellant] betoogt onder verwijzing naar het tegenadvies van Vergnes Expertise BV van 11 februari 2025 dat de rechtbank ten onrechte heeft geoordeeld dat het Instituut het bewijsvermoeden voor de schades 18 tot en met 30 en 32 tot en met 36 heeft weerlegd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3684
Datum uitspraak
24 juni 2026
  • Hoger beroep
  • Schadevergoeding
  • uitspraakin de zaak202504432/1/A2

202504743/1/R4

Bij besluit van 9 april 2025 heeft het college van burgemeester en wethouders van Kaag en Braassem zijn beslissing om op 22 januari 2025 spoedeisende bestuursdwang toe te passen wegens het in strijd met de Afvalstoffenverordening 2009 van de gemeente Kaag en Braassem aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen, op schrift gesteld. De toepassing van spoedeisende bestuursdwang heeft bestaan uit het verwijderen van twee huisvuilzakken met PMD-afval die op woensdag 22 januari 2025, een dag na de inzameldag, zijn aangetroffen bij een lantaarnpaal ter hoogte van de [locatie 1] in Roelofarendsveen. Een van de huisvuilzakken hing aan de kroonring van de lantaarnpaal. Het college is ervan uitgegaan dat [appellante] de huisvuilzakken verkeerd heeft aangeboden, omdat daarin twee plastic verpakkingen met daarop een adreslabel met haar naam en adres zijn aangetroffen. [appellante] betoogt dat het besluit onzorgvuldig is voorbereid. Zij voert aan dat in het besluit van 27 mei 2025 staat dat de huisvuilzakken zijn aangetroffen bij de [locatie 2] in Nieuw Wetering op 23 januari 2025, terwijl uit het rapport van de toezichthouder blijkt dat het afval is aangetroffen op de [locatie 1] in Roelofarendsveen op 22 januari 2025. Hierdoor is het volgens [appellante] onduidelijk over welk feitelijk voorval door het college wordt geoordeeld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3676
Datum uitspraak
24 juni 2026
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Afval
  • uitspraakin de zaak202504743/1/R4

202504779/1/A2

De Nederlandsche Bank (DNB) mocht een verzoek afwijzen om beschadigde eurobankbiljetten te vergoeden. Naar het oordeel van de Afdeling bestuursrechtspraak had DNB voldoende redenen om te vermoeden dat de bankbiljetten moedwillig zijn beschadigd. De man heeft er bewust voor gekozen om deze bankbiljetten aan te schaffen, terwijl hij wist dat deze zwaar beschadigd waren, en dat hij deze biljetten heeft gekocht voor 70% van de nominale waarde, omdat hij dacht daar geld mee te kunnen verdienen. Hierin heeft DNB volgens de Afdeling bestuursrechtspraak terecht aanleiding gezien om aan te nemen dat de man niet te goeder trouw is. DNB heeft daarom de waarde van de beschadigde bankbiljetten niet hoeven te vergoeden.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3650
Datum uitspraak
24 juni 2026
  • Hoger beroep
  • Geld
  • uitspraakin de zaak202504779/1/A2

202600660/1/R4

Bij besluit van 5 oktober 2025 heeft het college van burgemeester en wethouders van Den Haag zijn beslissing om op 1 oktober 2025 spoedeisende bestuursdwang toe te passen wegens het in strijd met artikel 9, eerste lid, van de Afvalstoffenverordening 2010 en het daarop gebaseerde Uitvoeringsbesluit aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen, op schrift gesteld. De toepassing van spoedeisende bestuursdwang heeft bestaan uit het verwijderen van een kartonnen doos, die op 1 oktober 2025 is aangetroffen naast de ondergrondse afvalcontainer ter hoogte van [locatie] in Den Haag. Het college is ervan uitgegaan dat [appellant] de kartonnen doos verkeerd heeft aangeboden, omdat er op de doos een adreslabel staat met daarop zijn adresgegevens. [appellant] kan zich niet verenigen met het besluit op bezwaar van 12 februari 2026. Hij betoogt dat de doos geen afval was, maar zijn privé-eigendom. Volgens hem is de doos door hem niet onbeheerd achtergelaten, omdat hij op ongeveer 10 meter afstand in de voortuin bij zijn woning op zijn buurman stond te wachten, die zou helpen de doos naar de kringloopwinkel te brengen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3649
Datum uitspraak
24 juni 2026
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Afval
  • uitspraakin de zaak202600660/1/R4

202600806/1/R4

Bij besluit van 6 september 2025 heeft het college van burgemeester en wethouders van Den Haag zijn beslissing om op 2 september 2025 spoedeisende bestuursdwang toe te passen wegens het in strijd met Artikel 9 lid 1 van de Afvalstoffenverordening 2010 en het daarop gebaseerde Uitvoeringsbesluit aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen, op schrift gesteld. De toepassing van spoedeisende bestuursdwang heeft bestaan uit het verwijderen van een kartonnen doos, die op 2 september 2025 is aangetroffen naast de papiercontainer ter hoogte van [locatie] in Den Haag. Het college is ervan uitgegaan dat [appellant] de kartonnen doos verkeerd heeft aangeboden, omdat er op de doos een adreslabel staat met daarop zijn naam- en adresgegevens. [appellant] betoogt dat hij de kartonnen doos niet naast de papiercontainer heeft geplaatst. Volgens [appellant] was de container ten tijde van het aanbieden vrijwel vol. Hij stelt de doos in de container te hebben gedeponeerd, waarbij door de beperkte ruimte een deel van de doos uit de opening van de papiercontainer stak. [appellant] geeft aan dat het zijn bedoeling was de doos op correcte wijze aan te bieden.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3648
Datum uitspraak
24 juni 2026
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Afval
  • uitspraakin de zaak202600806/1/R4

202600946/1/A2

Bij beslissing van 29 augustus 2025 heeft de examencommissie, namens het instellingsbestuur, een negatief bindend studieadvies (NBSA) aan [appellante] gegeven. Bij beslissing van 13 februari 2026 heeft het college van beroep voor de examens van de Technische Universiteit Eindhoven (het CBE) het daartegen door [appellante] ingestelde administratief beroep ongegrond verklaard. [appellante] is in het studiejaar 2022/23 gestart met de bacheloropleiding Data Science aan de Technische Universiteit Eindhoven en Tilburg University. Om een positief bindend studieadvies (BSA) te krijgen, moest zij 45 studiepunten voor de propedeutische fase behalen. In februari 2023 is zij met de opleiding gestopt. Zij heeft daarom geen BSA gekregen. In studiejaar 2023/24 is zij opnieuw begonnen met deze opleiding. Omdat zich persoonlijke omstandigheden bij [appellante] voordeden, heeft de examencommissie aanleiding gezien om aan het einde van het studiejaar 2023/24 het geven van een bindend studieadvies met een jaar op te schorten. Aan deze opschorting heeft de examencommissie de voorwaarde verbonden dat [appellante] aan het eind van het studiejaar 2024/25 minimaal 55 studiepunten uit de propedeutische fase moest behalen om alsnog een positief studieadvies te krijgen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3668
Datum uitspraak
24 juni 2026
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Studentenzaken
  • uitspraakin de zaak202600946/1/A2

202304051/1/V1

Verzoeker heeft het hoger beroep ingetrokken en gelijktijdig een verzoek gedaan om de minister krachtens artikel 8:75a van de Awb in de proceskosten te veroordelen. Daarvoor kan aanleiding bestaan als de minister aan hem is tegemoetgekomen of als het belang bij een uitspraak op het hoger beroep anderszins door toedoen van de minister is vervallen (uitspraak van de Afdeling van 5 augustus 2020, ECLI:NL:RVS:2020:1855, onder 2.1).

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3629
Datum uitspraak
23 juni 2026
  • Hoger beroep
  • Geld
  • uitspraakin de zaak202304051/1/V1

202405702/1/V1

Bij besluit van 29 juni 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aan appellant verleende erkenning als referent ingetrokken.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3628
Datum uitspraak
23 juni 2026
  • Hoger beroep
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202405702/1/V1

202601701/1/A2

Bij beslissing van 13 april 2026 heeft de examencommissie van de Faculteit der Geesteswetenschappen het verzoek van [verzoeker] voor een alternatieve datum voor de herkansing van een deeltentamen van het vak ‘Kunst in Nederland’ afgewezen. Tegen deze beslissing heeft [verzoeker] administratief beroep ingesteld bij het college van beroep voor de examens van de Universiteit van Amsterdam (CBE). Tijdens het studiejaar 2025/2026 heeft [verzoeker] het vak ‘Kunst in Nederland’ gevolgd. De eerste tentamenkans van deeltoets 1 is beoordeeld met een 1. Op 19 december 2025 vond de herkansing van deze deeltoets plaats. [verzoeker] heeft de examencommissie voorafgaand aan de herkansing verzocht om een alternatieve datum voor deze herkansing, omdat hij geen inzage had gehad in de beoordeling van zijn eerste kans. Dit verzoek heeft de examencommissie afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3583
Datum uitspraak
23 juni 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Studentenzaken
  • uitspraakin de zaak202601701/1/A2

BRS.26.000524

Bij besluit van 9 oktober 2025 heeft de minister een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3567
Datum uitspraak
23 juni 2026
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.000524

BRS.26.001699

Bij besluit van 31 juli 2025 heeft het COA voor de duur van een week € 14,87 ingehouden van het aan appellant op de voet van de Regeling verstrekkingen asielzoekers en andere categorieën vreemdelingen 2005 toegekende leefgeld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3574
Datum uitspraak
23 juni 2026
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.001699

BRS.26.001733

Bij besluit van 13 maart 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3558
Datum uitspraak
23 juni 2026
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.001733

BRS.26.001982

Bij besluit van 13 januari 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3551
Datum uitspraak
23 juni 2026
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.001982

BRS.26.002678 en BRS.26.002679

Bij besluit van 19 oktober 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van appellant om haar een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen en tegen haar een inreisverbod uitgevaardigd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3576
Datum uitspraak
23 juni 2026
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Regulier
  • uitspraakin de zaakBRS.26.002678 en BRS.26.002679

BRS.26.002728 en BRS.26.002729.

Bij besluit van 21 februari 2024, vervangen door het besluit van 22 juli 2025, heeft de minister van Asiel en Migratie appellant opgedragen de Europese Unie binnen 28 dagen te verlaten.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3572
Datum uitspraak
23 juni 2026
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Regulier
  • uitspraakin de zaakBRS.26.002728 en BRS.26.002729.

BRS.26.002747

Bij besluiten van 3 maart 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie aanvragen van verzoeker om hem en zijn minderjarige kinderen een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3634
Datum uitspraak
23 juni 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.002747

BRS.26.002751

Bij besluit van 13 maart 2026 heeft de minister een aanvraag van betrokkene om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3579
Datum uitspraak
23 juni 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.002751

BRS.26.002801

Bij besluit van 18 december 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van verzoeker om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3568
Datum uitspraak
23 juni 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.002801

BRS.26.002823 en BRS.26.002824

Bij besluit van 13 maart 2026 heeft de minister een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3590
Datum uitspraak
23 juni 2026
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.002823 en BRS.26.002824

BRS.26.002845

Bij besluit van 31 maart 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3570
Datum uitspraak
23 juni 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.002845

BRS.26.002869 en BRS.26.002872

Bij besluit van 15 juli 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellanten om hun een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3615
Datum uitspraak
23 juni 2026
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.002869 en BRS.26.002872

BRS.26.003064

Bij besluit van 20 februari 2026 heeft de minister een aanvraag van verzoekers om hun een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3598
Datum uitspraak
23 juni 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.003064

202502489/1/V2.

Bij besluit van 15 januari 2025 heeft de minister an Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3584
Datum uitspraak
22 juni 2026
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202502489/1/V2.

BRS.26.001358

Appellanten hebben beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op een aanvraag om hun een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3543
Datum uitspraak
22 juni 2026
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.001358

BRS.26.001463

Bij besluit van 5 januari 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van appellant om haar een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3552
Datum uitspraak
22 juni 2026
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaakBRS.26.001463

BRS.26.001715

Appellant heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op een aanvraag om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3548
Datum uitspraak
22 juni 2026
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.001715

BRS.26.001727

Appellant heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op een aanvraag om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3546
Datum uitspraak
22 juni 2026
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.001727

BRS.26.001895

Appellant heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op een aanvraag om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3544
Datum uitspraak
22 juni 2026
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.001895

BRS.26.001932

Bij besluit van 25 april 2020 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet-ontvankelijk verklaard.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3555
Datum uitspraak
22 juni 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.001932

BRS.26.002447

Bij besluit van 3 maart 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3542
Datum uitspraak
22 juni 2026
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.002447

BRS.26.002507

Bij besluit van 16 juli 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3535
Datum uitspraak
22 juni 2026
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.002507

BRS.26.002641

Bij besluit van 17 september 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van verzoeker om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3553
Datum uitspraak
22 juni 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.002641

BRS.26.002772

Bij uitspraak van 26 januari 2026 in zaak nr. NL24.20594 heeft de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Arnhem, de minister van Asiel en Migratie opgedragen om binnen twaalf weken na de dag van verzending van de uitspraak met inachtneming daarvan een nieuw besluit te nemen op het door appellanten gemaakte bezwaar tegen de afwijzing van een aanvraag om verlening van een machtiging tot voorlopig verblijf.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3569
Datum uitspraak
22 juni 2026
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaakBRS.26.002772

BRS.26.002793 en BRS.26.002794

Bij besluit van 8 april 2026 heeft de minister een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3589
Datum uitspraak
22 juni 2026
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.002793 en BRS.26.002794

BRS.26.002921

Bij besluit van 1 juni 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie appellant in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3557
Datum uitspraak
22 juni 2026
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaakBRS.26.002921

BRS.26.002954

Bij besluit van 24 juli 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie verzoeker opgedragen de Europese Unie binnen 28 dagen te verlaten.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3547
Datum uitspraak
22 juni 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Regulier
  • uitspraakin de zaakBRS.26.002954

BRS.26.001698

Appellant heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op een aanvraag om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3545
Datum uitspraak
22 juni 2026
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.001698

BRS.26.002028

Bij besluit van 25 februari 2026 heeft de minister een aanvraag van appellant om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet-ontvankelijk verklaard

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3556
Datum uitspraak
22 juni 2026
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.002028

202302511/1/V3

De minister heeft betrokkene op donderdag 16 maart 2023 op grond van artikel 59b, eerste lid, van de Vw 2000 in bewaring gesteld. De minister heeft op vrijdag 17 maart 2023 om 15.30 uur informatie van het Centraal Justitieel Incasso Bureau (CJIB) ontvangen op het Detentiecentrum Rotterdam, waaruit bleek dat betrokkene nog een strafrechtelijke detentie van tien dagen moest uitzitten. Op maandag 20 maart 2023 is die informatie geüpload in het zaaksysteem en op dinsdag 21 maart 2023 om 09.45 uur heeft de minister de bewaring opgeheven.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3578
Datum uitspraak
19 juni 2026
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202302511/1/V3

202305620/1/V1

Bij besluit van 22 juni 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van betrokkene om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen. Bij tussenuitspraak van 4 mei 2023 (tussenuitspraak) heeft de rechtbank de staatssecretaris in de gelegenheid gesteld om de gebreken in dat besluit te herstellen. Bij uitspraak van 3 augustus 2023 heeft de rechtbank het beroep van betrokkene tegen het besluit van 22 juni 2022 gegrond verklaard, dat besluit vernietigd en de staatssecretaris opgedragen om een nieuw besluit op de aanvraag te nemen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3586
Datum uitspraak
19 juni 2026
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202305620/1/V1

BRS.26.000143

Appellant heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit door de minister van Asiel en Migratie op een aanvraag om zijn vrouw en zes kinderen een machtiging tot voorlopig verblijf te verlenen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3519
Datum uitspraak
19 juni 2026
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaakBRS.26.000143

BRS.26.000536

Appellant heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op een aanvraag om een machtiging tot voorlopig verblijf te verlenen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3518
Datum uitspraak
19 juni 2026
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaakBRS.26.000536

BRS.26.000539

Appellanten hebben beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op een aanvraag om hun een machtiging tot voorlopig verblijf te verlenen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3509
Datum uitspraak
19 juni 2026
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaakBRS.26.000539

BRS.26.001530

Appellant heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op een aanvraag om een machtiging tot voorlopig verblijf te verlenen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3540
Datum uitspraak
19 juni 2026
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaakBRS.26.001530

BRS.26.001581

Appellant heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op een aanvraag om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3524
Datum uitspraak
19 juni 2026
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.001581

BRS.26.001612

Appellant heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op een aanvraag om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3521
Datum uitspraak
19 juni 2026
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.001612

BRS.26.001693

Appellant heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op een aanvraag om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3522
Datum uitspraak
19 juni 2026
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.001693

BRS.26.001739

Appellant heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op een aanvraag om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3523
Datum uitspraak
19 juni 2026
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.001739

BRS.26.002089

Appellant heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op een aanvraag om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3541
Datum uitspraak
19 juni 2026
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.002089

BRS.26.002466 en BRS.26.002467

Bij besluit van 21 september 2021 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag om betrokkenen een machtiging tot voorlopig verblijf te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3520
Datum uitspraak
19 juni 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Regulier
  • uitspraakin de zaakBRS.26.002466 en BRS.26.002467

BRS.26.002586

Bij besluit van 3 december 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van betrokkene om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3525
Datum uitspraak
19 juni 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.002586

BRS.26.002657

Appellant heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op een aanvraag om een machtiging tot voorlopig verblijf te verlenen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3536
Datum uitspraak
19 juni 2026
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaakBRS.26.002657

BRS.26.002714

Bij besluiten van 4 november 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie aanvragen van verzoekers om hun een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3529
Datum uitspraak
19 juni 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.002714

BRS.26.002780

Bij besluit van 1 februari 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van betrokkene om haar een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3550
Datum uitspraak
19 juni 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Regulier
  • uitspraakin de zaakBRS.26.002780

BRS.26.002785

Bij besluit van 14 april 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie vastgesteld dat appellant niet in aanmerking komt voor tijdelijke bescherming als bedoeld in de Richtlijn tijdelijke bescherming.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3472
Datum uitspraak
19 juni 2026
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaakBRS.26.002785

BRS.26.002811

Bij besluit van 25 juli 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van verzoeker om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen, verzoeker opgedragen om de Europese Unie onmiddellijk te verlaten en een inreisverbod tegen hem uitgevaardigd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3473
Datum uitspraak
19 juni 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.002811

BRS.26.002834

Bij besluit van 8 april 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van verzoeker om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3554
Datum uitspraak
19 juni 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.002834

BRS.26.003025

Bij besluit van 29 juli 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van verzoeker om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3559
Datum uitspraak
19 juni 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.003025

202601514/2/A3

Bij twee onderscheiden besluiten van 9 december 2024 heeft de burgemeester van Tilburg aan Cookaholics zowel de door haar aangevraagde exploitatievergunning als de door haar aangevraagde alcoholwetvergunning verleend. Bij besluit van 22 juli 2025 heeft de burgemeester het door [partij A], [partij B], [partij C] en [partij D] tegen de besluiten van 9 december 2024 gemaakte bezwaren gedeeltelijk gegrond verklaard en de besluiten van 9 december 2024 herroepen voor zover die zien op de tuin. Cookaholics huurt een gedeelte van het pand en de tuin gelegen aan de Noordstraat 36 in Tilburg. De burgemeester heeft Cookaholics op 9 december 2024 een exploitatievergunning en een alcoholwetvergunning verleend. Sindsdien organiseert Cookaholics zowel in het pand als in de tuin diverse horeca-activiteiten. Omwonenden hebben bezwaar gemaakt tegen de besluitvorming van de burgemeester. De burgemeester heeft deze bezwaren gedeeltelijk gegrond verklaard en de aan Cookaholics verleende vergunningen voor zover die zien op de tuin herroepen. Hieraan heeft de burgemeester, samengevat, ten grondslag gelegd dat op grond van het ter plaatse geldende bestemmingsplan "Binnenstad 2010" alleen horeca is toegestaan in het pand en niet in de tuin. De rechtbank heeft de besluitvorming van de burgemeester in stand gelaten.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3538
Datum uitspraak
18 juni 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Drank en horeca
  • uitspraakin de zaak202601514/2/A3

202601844/2/A3

Bij besluit van 8 januari 2026 heeft de burgemeester van Venlo op grond van artikel 13b van de Opiumwet besloten om de woning van [verzoekster] aan de [locatie] in Venlo voor de duur van drie maanden te sluiten.[verzoekster] betoogt dat zij spoedeisend belang heeft bij het treffen van een voorlopige voorziening omdat de burgemeester heeft aangekondigd dat haar woning op 19 juni 2026 wordt gesloten. De vraag of de voorlopige voorziening moet worden getroffen, kan op dit moment zonder zitting niet direct inhoudelijk worden beoordeeld. De voorzieningenrechter ziet daarom aanleiding om een ordemaatregel te treffen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3566
Datum uitspraak
18 juni 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Drugs
  • uitspraakin de zaak202601844/2/A3

BRS.25.002581

Bij besluit van 8 februari 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3427
Datum uitspraak
18 juni 2026
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaakBRS.25.002581

BRS.26.001355

Appellant heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op een aanvraag om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3444
Datum uitspraak
18 juni 2026
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.001355

BRS.26.001941

Bij besluit van 23 maart 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie appellant in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3451
Datum uitspraak
18 juni 2026
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaakBRS.26.001941

BRS.26.002284

Bij besluit van 9 april 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van betrokkene om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3460
Datum uitspraak
18 juni 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.002284

BRS.26.002286

Bij besluit van 23 februari 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van betrokkene om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3449
Datum uitspraak
18 juni 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.002286

BRS.26.002302

Bij besluit van 15 april 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie appellant in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3454
Datum uitspraak
18 juni 2026
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaakBRS.26.002302

BRS.26.002400

Bij besluit van 20 februari 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van betrokkene om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3455
Datum uitspraak
18 juni 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.002400

BRS.26.002648

Bij besluit van 8 december 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van verzoeker om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen. Ook heeft de minister geweigerd om verzoeker ambtshalve een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd of uitstel van vertrek om medische redenen te verlenen, en een terugkeerbesluit genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3464
Datum uitspraak
18 juni 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.002648

BRS.26.002767

Bij besluit van 3 maart 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van betrokkene om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3456
Datum uitspraak
18 juni 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.002767

BRS.26.002849 en BRS.26.002935

Bij besluit van 23 maart 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3530
Datum uitspraak
18 juni 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.002849 en BRS.26.002935

BRS.26.003030

Bij besluit van 17 november 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van verzoeker om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3563
Datum uitspraak
18 juni 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.003030

202503173/1/A2

[appellante] woont aan de Wilgenoord, een doodlopende zijstraat van de Straatweg in Rotterdam-Hillegersberg. Met het in bezwaar gehandhaafde besluit van 22 mei 2023 heeft het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam besloten dat parkeren op de Wilgenoord half op het trottoir wordt toegestaan. De termijn om beroep in te stellen tegen het besluit van 19 januari 2024 eindigde op 1 maart 2024. [appellante] heeft het beroepschrift niet per post verzonden maar in de brievenbus van de rechtbank gedeponeerd. Dan is voor het antwoord op de vraag of het beroepschrift tijdig is ingediend het tijdstip bepalend waarop het beroepschrift door de rechtbank is ontvangen. De rechtbank heeft als datum van ontvangst van het beroepschrift de stempeldatum van 4 maart 2024 gehanteerd. De rechtbank heeft terecht vastgesteld dat het beroepschrift buiten de termijn voor het instellen van beroep is ontvangen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3776
Datum uitspraak
18 juni 2026
  • Hoger beroep
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202503173/1/A2

202503482/1/A2

[appellante] heeft op 25 april 2024 een aanvraag ingediend voor een urgentieverklaring op grond van de urgentiegrond ‘Doorstroming vanuit opvanginstellingen’ (artikel 5.7 van bijlage 1 bij de Verordening Woonruimtebemiddeling regio Rotterdam 2020).

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3646
Datum uitspraak
18 juni 2026
  • Hoger beroep
  • Mondelinge uitspraak
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202503482/1/A2

202402538/1/V3

Bij besluit van 11 januari 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de aan betrokkene verleende verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingetrokken.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:5057
Datum uitspraak
17 juni 2026
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202402538/1/V3

202503466/2/R3

Bij besluit van 24 maart 2025 heeft de raad van de gemeente Opsterland het bestemmingsplan "Luxwoude - Grondwaterwinning- en drinkwaterproductielocatie" vastgesteld. Het bestemmingsplan maakt de realisatie en het gebruik van een nieuwe grondwaterwinningslocatie en drinkwaterproductiebedrijf mogelijk aan de Hegedyk in Luxwoude in de gemeente Opsterland. De ontsluiting van de percelen zal plaatsvinden via de Hegedyk. Het plan voorziet onder meer in de bouw van productiegebouwen, de aanleg van spoelwatervijvers en winputten en de omlegging van een watergang die de waterwinlocatie in de huidige situatie doorsnijdt. [verzoeker A] en [verzoeker B] wonen aan [locatie] in Langezwaag ten oosten van het plangebied. Zij kunnen zich niet verenigen met het plan, omdat zij onder andere vrezen voor een aantasting van hun woon- en leefklimaat, schadelijke gevolgen voor flora- en fauna in het plangebied en schade aan hun woning als gevolg van de beoogde grondwaterwinning.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3466
Datum uitspraak
17 juni 2026
  • Voorlopige voorziening
  • RO - Friesland
  • uitspraakin de zaak202503466/2/R3

202600033/2/R4

Bij besluit van 3 november 2021 heeft het college van gedeputeerde staten van Noord-Brabant aan [appellante] een omgevingsvergunning verleend voor de uitbreiding van de productiecapaciteit van diervoeders van 275.000 ton per jaar naar 390.000 ton per jaar (geperste- en meelproducten). Op 14 juli 2017 heeft [appellante] een aanvraag gedaan voor een revisievergunning als bedoeld in artikel 2.6 van de Wabo, voor de inrichting aan de [locatie] in De Rips. De uitbreiding wordt gerealiseerd door een uitbreiding van het aantal werkbare uren met de bestaande maal-/menglijn en perslijnen die geoptimaliseerd worden. Bij besluit van 3 november 2021 heeft het college de aangevraagde omgevingsvergunning verleend. Aan de vergunning zijn voorschriften verbonden. Bij uitspraak van 24 november 2025 heeft de rechtbank, voor zover hier van belang, de door [wederpartijen] daartegen ingestelde beroepen gegrond verklaard, het besluit van 3 november 2021 vernietigd en de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit in stand gelaten onder wijziging van en aanvulling met een aantal voorschriften. [appellante] heeft hiertegen hoger beroep ingesteld en de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3467
Datum uitspraak
17 juni 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202600033/2/R4

202601574/2/V1

Bij brief van 8 oktober 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie betrokkene geïnformeerd dat hij de opvang in de Landelijke Vreemdelingenvoorziening per 1 januari 2025 beëindigt. Bij besluit van 21 augustus 2025 heeft de minister het daartegen door betrokkene gemaakte bezwaar niet-ontvankelijk verklaard. Bij uitspraak van 24 april 2026 heeft de rechtbank het daartegen door betrokkene ingestelde beroep gegrond verklaard, dat besluit vernietigd en bepaald dat de minister binnen zes weken na de dag van verzending van de uitspraak een nieuw besluit op het gemaakte bezwaar neemt.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3468
Datum uitspraak
17 juni 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202601574/2/V1

202601581/2/V1

Bij brieven van 8 oktober 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie betrokkenen geïnformeerd dat hij de opvang in de Landelijke Vreemdelingenvoorziening per 1 januari 2025 beëindigt. Bij besluiten van 21 augustus 2025 en 11 september 2025 heeft de minister de daartegen door betrokkenen gemaakte bezwaren ongegrond verklaard. Bij uitspraak van 24 april 2026 heeft de rechtbank de daartegen door betrokkenen ingestelde beroepen gegrond verklaard, die besluiten vernietigd en bepaald dat de minister binnen zes weken na de dag van verzending van de uitspraak nieuwe besluiten op de gemaakte bezwaren neemt.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3470
Datum uitspraak
17 juni 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202601581/2/V1

BRS.25.002204

Bij besluit van 31 maart 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3408
Datum uitspraak
17 juni 2026
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.25.002204

BRS.26.000990

Bij besluit van 5 februari 2026 heeft de ministervan Asiel en Migratie betrokkene in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3430
Datum uitspraak
17 juni 2026
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaakBRS.26.000990

BRS.26.002547

Bij brieven van 8 oktober 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie verzoekers geïnformeerd dat hij de opvang in de Landelijke Vreemdelingenvoorziening per

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3439
Datum uitspraak
17 juni 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.002547

BRS.26.002681 en BRS.26.002700

Bij besluit van 23 februari 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3440
Datum uitspraak
17 juni 2026
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.002681 en BRS.26.002700

BRS.26.002725

Bij besluiten van 30 september 2025, aangevuld bij besluiten van 22 januari 2026, heeft de minister aanvragen van betrokkenen om hun een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3431
Datum uitspraak
17 juni 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.002725

BRS.26.002961 en BRS.26.002965

Bij besluit van 2 februari 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3528
Datum uitspraak
17 juni 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.002961 en BRS.26.002965

BRS.26.002988

Bij besluit van 19 augustus 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van verzoeker om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3527
Datum uitspraak
17 juni 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.002988

202205177/1/A3

Bij besluit van 15 december 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Land van Cuijk het verzoek van [wederpartij] om wijziging van haar persoonsgegevens in de basisregistratie personen (brp) afgewezen. [wederpartij] staat in de brp ingeschreven als [naam 1], geboren op [geboortedatum] 1982 in [plaats], China. Deze gegevens zijn ontleend aan een door haar op 19 maart 1999 afgelegde verklaring onder ede. [wederpartij] heeft het college op 22 januari 2020 verzocht om op grond van artikel 2.58 van de Wet brp haar persoonsgegevens te wijzigen naar [naam 2], geboren op [geboortedatum] 1974 in [plaats], China. Ook heeft zij verzocht om opneming in de brp van haar tot dan toe onbekende oudergegevens. Het college heeft het verzoek afgewezen omdat niet onomstotelijk vaststaat dat de overgelegde documenten, voor zover zij al beoordeeld kunnen worden, op [wederpartij] betrekking hebben.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3476
Datum uitspraak
17 juni 2026
  • Hoger beroep
  • Basisregistratie
  • uitspraakin de zaak202205177/1/A3

202300080/1/R1

Bij besluit van 12 januari 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Súdwest-Fryslân Ippel Dredging gelast om uiterlijk op 31 maart 2021 de opslag van niet toepasbare baggerspecie binnen de inrichting op het perceel Bovenburen 4 te Koudum te staken en gestaakt te houden onder oplegging van een dwangsom van € 300.000,00 ineens. Op 29 november 2019 heeft Ippel Dredging een melding op grond van het Besluit bodemkwaliteit gedaan betreffende de tijdelijke opslag van 7.200 m3 baggerspecie van het project Hallumer Feart van 1 april 2020 tot 30 september 2020 op het terrein Bovenburen 4 te Koudum. Het college heeft de ontvangst van de melding op 17 december 2019 bevestigd. Vermeld is dat de melding voldoet aan de indieningsvereisten van het Bbk. Verder is vermeld dat de toepasser zich dient te houden aan de zorgplicht. Op 10 en 11 maart 2020 heeft een toezichthouder een controle uitgevoerd op het perceel. Hij heeft geconstateerd dat Ippel Dredging reeds is begonnen met de in de melding genoemde werkzaamheden. Bij mail van 12 maart 2020 heeft het college Ippel Dredging bericht dat de bagger uit de Hallumervaart van vakken 1 tot en met 6 niet naar het bedrijfsterrein Bovenburen 4 te Koudum mag. De bagger is ingedeeld als niet toepasbaar en mag volgens de melding Activiteitenbesluit waaronder het bedrijf in werking is, niet aangevoerd worden.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3487
Datum uitspraak
17 juni 2026
  • Hoger beroep
  • Milieu - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202300080/1/R1

202304128/1/R2

Bij besluit van 1 april 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders van Rucpheneen omgevingsvergunning verleend voor het bouwen van een woning en het aanleggen van een uitrit op de [locatie 1] in St. Willebrord. Het college heeft een omgevingsvergunning verleend voor het bouwen van een woning en het aanleggen van een uitrit op de [locatie 1] (het perceel), voor de activiteiten bouwen van een bouwwerk, gebruiken van gronden of bouwwerken in strijd met het bestemmingsplan en maken van een uitrit. Naar aanleiding van het advies van de commissie bezwaarschriften heeft het college aan de omgevingsvergunning het voorschrift verbonden dat de ramen aan de achterzijde op de eerste verdieping moeten zijn voorzien van ondoorzichtige folie. [appellant A] en [appellante B] wonen aan de [locatie 2], direct achter de nieuwe woning en vrezen voor een onaanvaardbare aantasting van hun privacy.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3479
Datum uitspraak
17 juni 2026
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202304128/1/R2

202304574/2/R2

Bij tussenuitspraak van 24 december 2025, (ECLI:NL:RVS:2025:6326), heeft de Afdeling de raad van de gemeente Eindhoven opgedragen om binnen 16 weken na verzending van de tussenuitspraak de daarin omschreven gebreken in het besluit van 30 mei 2023, waarbij het bestemmingsplan "Land Forum (politielocatie)" is vastgesteld, te herstellen. Het bestemmingsplan voorziet in de ontwikkeling van de locatie "Land Forum" in Eindhoven tot een multifunctionele politielocatie met een maximum bruto vloeroppervlakte van 5.000 m2 waar diverse centrale functies van - met name - de regionale eenheid Oost-Brabant van de politie zullen worden gehuisvest. De Afdeling heeft onder 17 van de tussenuitspraak, naar aanleiding van een beroepsgrond van Bewonersvereniging Meerhoven en anderen, overwogen dat het besluit van 30 mei 2023 in strijd met artikel 3:2 en 3:46 van de Algemene wet bestuursrecht is vastgesteld. Beoogd is de Siffertestraat te verleggen en daarbij wordt een historisch pad doorkruist.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3502
Datum uitspraak
17 juni 2026
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • RO - Noord-Brabant
  • uitspraakin de zaak202304574/2/R2

202304655/2/A3

In deze tussenuitspraak gaat de Afdeling bestuursrechtspraak in op de vraag hoe de bestuursrechter een besluit beoordeelt waarbij een bestuursorgaan weigert om een eerder besluit te herzien. De uitspraak gaat over een besluit van de burgemeester van Roermond uit 2019 om een huurwoning voor een maand te sluiten. In de woning waren voorwerpen aangetroffen die duiden op de voorbereiding van een hennepkwekerij. De huurder van de woning diende geen bezwaar of beroep in tegen dat besluit, waardoor het besluit onherroepelijk werd. Later vroeg de man aan de burgemeester om het besluit alsnog te herzien, maar de burgemeester wees dat verzoek af. Tegen dat besluit kwam de man wel in beroep en vervolgens in hoger beroep. En zo kwam deze zaak bij de Afdeling bestuursrechtspraak terecht. Die oordeelde in een tussenuitspraak van januari 2025 dat de burgemeester in haar besluit om het herzieningsverzoek af te wijzen, niet is ingegaan op de persoonlijke omstandigheden van de man. De Afdeling bestuursrechtspraak droeg de burgemeester op om dat alsnog te doen. De burgemeester bleef bij haar besluit, maar wel met een aanvullende motivering. In deze oordeelt de Afdeling bestuursrechtspraak dat er geen sprake is van nieuwe feiten en omstandigheden (overweging 4.6), maar dat de burgemeester wel de omstandigheid of het oorspronkelijke besluit onmiskenbaar onjuist is, had moeten betrekken in de beoordeling van de vraag of de afwijzing van het herzieningsverzoek evident onredelijk is (overweging 4.7 t/m 4.10). De Afdeling bestuursrechtspraak wijst daarbij op een eerdere uitspraak van februari 2026 waaruit volgt dat de bestuursrechter de omstandigheid dat het oorspronkelijke besluit onmiskenbaar onjuist is, kan betrekken bij zo'n beoordeling. Omdat in deze zaak een motivering van de burgemeester ontbreekt over de vraag of het oorspronkelijke besluit tot sluiting van de woning in 2019 onmiskenbaar onjuist is, is sprake van een motiveringsgebrek. De Afdeling bestuursrechtspraak geeft de burgemeester daarom de opdracht om binnen zes weken alsnog met een aanvullende motivering te komen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3492
Datum uitspraak
17 juni 2026
  • Tussenuitspraak/bestuurlijke lus
  • Drugs
  • uitspraakin de zaak202304655/2/A3

202305533/1/R1

Bij besluit van 19 juli 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders van Schagen geweigerd om met toepassing van artikel 2.12, eerste lid, aanhef en onder a, onder 3o, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) aan URL een omgevingsvergunning te verlenen voor de realisatie van een zonnepark. URL heeft bij het college een omgevingsvergunning aangevraagd voor de realisatie van een zonnepark op het perceel Helmweg op de hoek met de Duinweg in Callantsoog. Het bouwplan heeft een omvang van ongeveer 60 hectare, waarvan 50 hectare ingericht zal worden als zonnepark en 10 hectare als natuur. De omgevingsvergunning is aangevraagd voor de activiteiten bouwen, aanleggen, en handelen in strijd met regels ruimtelijke ordening als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder a, b, en c, van de Wabo. Omdat het bouwplan in strijd is met het bestemmingsplan "Buitengebied Zijpe" en geen omgevingsvergunning kan worden verleend met toepassing van artikel 2.12, eerste lid, aanhef en onder a, onder 1o of 2o, van de Wabo, heeft het college onderzocht of een omgevingsvergunning kan worden verleend met toepassing van onderdeel 3o van dat artikellid.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3488
Datum uitspraak
17 juni 2026
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202305533/1/R1

202305848/1/R4

Bij besluit van 29 juni 2023 heeft de raad van de gemeente Nunspeet een projectuitvoeringsbesluit als bedoeld in artikel 2.10 van de Crisis- en herstelwet (Chw) genomen voor de realisatie van een appartementengebouw met acht appartementen op het perceel [locatie 1], en voor vier vrijstaande woningen op het perceel [locatie 2] in Nunspeet (het projectuitvoeringsbesluit van 29 juni 2023). De aanleiding voor de besluiten is het aangevraagde project voor de herontwikkeling van de percelen [locatie 1]-[locatie 2]. Op de gronden van de [locatie 1]-[locatie 2] staan momenteel de voormalige huishoudschool van Nunspeet en een bedrijfsgebouw voor een opslagbedrijf. De bedoeling is op deze locatie de bouw van een appartementengebouw voor acht appartementen in het hogere segment en de bouw van vier vrijstaande woningen mogelijk te maken (het project). Voor het project heeft het college bij besluit van 27 juli 2023 omgevingsvergunning voor de activiteiten bouwen en afwijken van het bestemmingsplan verleend. Voorafgaand daaraan heeft de raad het projectuitvoeringsbesluit van 29 juni 2023 genomen, dat onder meer bestaat uit een verklaring van geen bedenkingen. [appellant A] en anderen wonen in de omgeving van het plangebied en vrezen voor ernstige aantasting van hun woon- en leefklimaat.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3493
Datum uitspraak
17 juni 2026
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202305848/1/R4

202306243/1/A3

Bij besluit van 20 juni 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders van Utrecht het verzoek van [appellant] om openbaarmaking van documenten afgewezen. [appellant] heeft verzocht om openbaarmaking van ‘alle conceptuele dan wel definitieve rapporten betreft bouwkundige onderzoeken omtrent het adres [locatie 1] en [locatie 2], met inbegrip maar niet beperkt tot constructies aan de kelder(s) (keldergewelf, keldermuren, etc.) die in opdracht van de gemeente Utrecht door derde onderzoeksbureaus zijn opgesteld’. Het college heeft documenten aangetroffen, maar heeft openbaarmaking daarvan in zijn geheel geweigerd en het verzoek daarom afgewezen. De rechtbank heeft die afwijzing in stand gelaten. [appellant] is het daar niet mee eens en heeft daarom hoger beroep ingesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3266
Datum uitspraak
17 juni 2026
  • Hoger beroep
  • Openbaarheid
  • uitspraakin de zaak202306243/1/A3

202306720/3/R1

Bij uitspraak van 20 augustus 2025, ECLI:NL:RVS:2025:3988, heeft de Afdeling de raad van de gemeente Zaanstad opgedragen om binnen 26 weken na verzending van de tussenuitspraak het daarin omschreven gebrek te herstellen. De raad heeft bij besluit van 12 oktober 2023 het bestemmingsplan "Noorderveen" vastgesteld. In dat plan is aan het perceel [locatie] te Assendelft de bestemming "Agrarisch met waarden" toegekend. De Afdeling heeft in de tussenuitspraak, onder 11.3, overwogen dat de raad er ten onrechte van is uitgegaan dat het gebruik voor wonen in die bebouwing niet was toegestaan onder de werking van het bestemmingsplan "Saendelft" en daarmee onder het algemene overgangsrecht van dat plan viel. Evenmin heeft de raad inzichtelijk gemaakt waarom artikel 12, tweede lid, aanhef en onder h, van de planvoorschriften, dat betrekking heeft op een uit te werken bestemming, van toepassing was op het perceel van [appellant]. Ook heeft de raad niet gemotiveerd hoe wordt bepaald of het totale aantal woningen en agrarische bedrijfswoningen meer bedraagt dan 41. De Afdeling heeft daarom de raad opgedragen alsnog te beoordelen of een woonbestemming kan worden toegestaan op het perceel [locatie] en de geluidbelasting ter plaatse mee te nemen in de beoordeling.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3484
Datum uitspraak
17 juni 2026
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Noord-Holland
  • uitspraakin de zaak202306720/3/R1

202306913/1/A3

Bij brief van 4 oktober 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders van Utrecht aan [appellant] laten weten dat hij - of een ander namens hem - alleen met de gemeente Utrecht mag communiceren via een specifiek aan hem bekendgemaakt e-mailadres. Het college heeft bij brief van 4 oktober 2022 aan [appellant] laten weten dat hij - of een ander namens hem - alleen met de gemeente Utrecht mag communiceren via een specifiek aan hem bekendgemaakt e-mailadres. Voor de voorgeschiedenis en wat partijen verdeeld houdt, verwijst de Afdeling naar de uitspraak van de rechtbank, onder 1 tot en met 3. In hoger beroep gaat het om de vraag of de brief van 4 oktober 2022 een besluit is in de zin van artikel 1:3 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). De rechtbank heeft geoordeeld dat het college het bezwaar terecht kennelijk niet-ontvankelijk heeft verklaard, omdat de brief van 4 oktober 2022 niet als een besluit in de zin van artikel 1:3 van de Awb aangemerkt kan worden. [appellant] is het daar niet mee eens.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3287
Datum uitspraak
17 juni 2026
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Overige
  • uitspraakin de zaak202306913/1/A3

202307019/1/R1

Bij besluit van 6 juli 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Putten aan [vergunninghouder] een omgevingsvergunning verleend voor het gebruik van de garagebox aan de [locatie] in Putten als hobby- en klusruimte voor een periode van vijf jaar. [vergunninghouder] wil zijn garagebox tijdelijk gebruiken als hobby- en klusruimte voor zijn zoon. Dit gebruik past niet in het bestemmingsplan, omdat in de garage alleen is toegestaan motorvoertuigen en andere vervoermiddelen te stallen. Daarom heeft [vergunninghouder] een omgevingsvergunning aangevraagd om tijdelijk af te wijken van dit bestemmingsplan. Het college heeft deze vergunning verleend voor een duur van vijf jaar, omdat het de tijdelijke afwijking aanvaardbaar acht. [appellant] is het daar niet mee eens. Hij vindt dat klussen in de garagebox te veel geluidsoverlast veroorzaakt en ook zorgt voor parkeerproblemen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3483
Datum uitspraak
17 juni 2026
  • Hoger beroep
  • Project strijd bestemmingsplan
  • uitspraakin de zaak202307019/1/R1

202400298/1/R2

Bij besluit van 22 oktober 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Reusel-De Mierden de omgevingsvergunning van 17 februari 2014 voor de veehouderij aan de [locatie] in Reusel ingetrokken voor wat betreft de activiteiten bouwen, milieu en handelingen met gevolgen voor beschermde natuurgebieden voor stal C. [appellant] is eigenaar van de varkenshouderij aan de [locatie]. Het college heeft op 17 februari 2014 aan haar een omgevingsvergunning verleend voor de activiteiten bouwen, milieu en handelingen met gevolgen voor beschermde natuurgebieden. Deze omgevingsvergunning ziet onder andere op een nieuwbouwstal (stal C) voor het huisvesten van 1.920 vleesvarkens, 1.040 gespeende biggen en 84 fokzeugen. Stichting Milieuwerkgroep Kempenland en Stichting Groen Kempenland hebben bij het college een verzoek ingediend tot intrekking van deze omgevingsvergunning voor zover deze ziet op stal C, omdat volgens hen gedurende drie jaren geen gebruik is gemaakt van deze omgevingsvergunning. Na meerdere controles heeft het college geconstateerd dat stal C niet gebouwd is en heeft het de omgevingsvergunning in zoverre gedeeltelijk ingetrokken. [appellant] is het daar niet mee eens, onder meer omdat dit negatieve gevolgen heeft voor haar bedrijfsvoering.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3495
Datum uitspraak
17 juni 2026
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202400298/1/R2

202400299/1/R2

Bij besluit van 13 oktober 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Reusel-De Mierden de aanvraag om een omgevingsvergunning voor de bouw van varkensstallen aan [locatie] in Reusel buiten behandeling gelaten. [appellanten] is eigenaar van de varkenshouderij aan [locatie] in Reusel. Zij wil daar onder andere nieuwe stallen bouwen voor 27.000 biggen. [appellanten] heeft hiervoor een aanvraag om een omgevingsvergunning ingediend. Omdat geen m.e.r.-beoordelingsbesluit was genomen, heeft het college de aanvraag buiten behandeling gelaten. [appellanten] is het hier niet mee eens.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3496
Datum uitspraak
17 juni 2026
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • Vee e.a. dieren
  • uitspraakin de zaak202400299/1/R2
vorige pagina1...181920...1.269volgende pagina

Facetten
Gepubliceerd
  • Uitspraken uit
Type uitspraak
Proceduresoort
Rechtsgebied
Bevat

Raad van State

De Raad van State is onafhankelijk adviseur van regering en parlement over wetgeving en bestuur en hoogste algemene bestuursrechter van het land.

  • Meer over ons
  • Vacatures

Contact

De Raad van State bevindt zich in het centrum van Den Haag. Wilt u in contact komen met ons of wilt u ons bezoeken voor een zitting?

  • Telefoon
  • Locatie en route
  • Post en e-mail
  • Wet open overheid
  • Nieuwe zaak starten

Altijd op de hoogte

Ontvang ons nieuws via de abonnementenservice in uw mailbox. Op de hoogte gehouden worden over uitspraken die gedaan worden in bepaalde zaken? Meld u dan aan voor de e-mailservice. Of bekijk de voortgang van een bepaalde procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

  • Abonnementenservice
  • E-mailservice uitspraken
  • Voortgang procedure
  • Aanvragen oude uitspraken

Toegankelijkheid | Privacy | Cookiebeleid

Volg ons

  • Bluesky
  • LinkedIn
  • Instagram
  • Mastodon