Ga naar de inhoud
(naar homepage)
lees voor
Direct naar
  • en (Information in English)
  • de (Deutsche Informationen)
  • fr (Informations en français)
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
  • Actueel
    • Nieuws
    • Zittingsagenda
    • Persagenda
    • Evenementen
    • Piet Hein Donner Scriptieprijs
  • Adviezen
  • Uitspraken
  • Publicaties
    • Brochures
    • Studies en onderzoeken
    • Regelingen
    • Consultaties
    • Jaarverslagen
    • Toespraken vice-president
  • Over ons
    • Raad van State in het kort
    • Organisatie
    • Advisering
    • Bestuursrechtspraak
    • Begrotingstoezicht
    • Toetsing Klimaatwet
    • Geschiedenis
    • Raad van State in beeld
  • Zoeken
  • en
  • de
  • fr
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
Zoeken

  1. Home ›
  2. Uitspraken

Uitspraken

De Afdeling bestuursrechtspraak toetst of de overheid het recht goed heeft toegepast bij het nemen van een besluit. In dit onderdeel vindt u alle uitspraken die de Raad van State op zijn website publiceert. Meer informatie over de taak van de Afdeling bestuursrechtspraak vindt u in de rubriek Bestuursrechtspraak.


aantal resultaten: 103.071
aantal resultaten per pagina

Toon overzicht van de actuele uitspraken:

  • Hoofdzaken
  • Voorlopige voorzieningen
  • Interessant voor de media

202501864/1/A2

Bij besluit van 29 augustus 2022 heeft de Belastingdienst/Toeslagen de aanvraag van [appellante] tot overname van haar schuld bij ABN AMRO afgewezen. [appellante] is erkend gedupeerde van de kinderopvangtoeslagaffaire. Zij heeft verzocht om overname van haar private schuld bij ABN AMRO van € 18.086,00, thans overgenomen door incassobureau Flanderijn. Het is een doorlopend krediet dat zij in 2009 is aangegaan. De minister heeft geconstateerd dat de schuld bij ABN AMRO een flexibel krediet is. Zo’n schuld wordt ingevolge artikel 4.1, vierde lid, aanhef en onder b, van de Wht niet overgenomen, tenzij de hoofdsom vanwege betalingsachterstanden vóór 1 juni 2021 opeisbaar is geworden. Ook worden de betalingsachterstanden van vóór 1 juni 2021 overgenomen. De minister heeft € 510,00 van de schuld overgenomen. Dit deel van de vordering was vóór 1 juni 2021 opeisbaar. Voor het overige deel van de schuld, een bedrag van € 17.575,00, heeft de minister zich op het standpunt gesteld dat dit niet voor die datum opeisbaar was.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:918
Datum uitspraak
18 februari 2026
  • Hoger beroep
  • Geld
  • uitspraakin de zaak202501864/1/A2

202501940/1/A2

Bij besluit van 5 juli 2023 heeft de Sociale Banken Nederland namens de Dienst Toeslagen geweigerd een afgeloste private schuld van [appellante] te compenseren. [appellante] is gedupeerde van de toeslagenaffaire. Zij heeft de minister gevraagd om een schuld ter hoogte van € 1.583,62 over te nemen die voortkomt uit twee leningen die zij in het verleden is aangegaan bij haar voormalig werkgever. De minister heeft geweigerd om de schuld van € 1.583,62 over te nemen, omdat dit een informele schuld is die niet is vastgelegd in een notariële akte. De rechtbank heeft, onder verwijzing naar de uitspraak van de Afdeling van 15 mei 2024, ECLI:NL:RVS:2024:2045, overwogen dat de overgelegde akte van de geldlening, het addendum bij de akte van de geldlening, en de verklaring van de voormalige werkgever niet vergelijkbaar zijn met de vastlegging van een geldlening in een notariële akte. Niet blijkt hieruit bijvoorbeeld welke afspraken zijn gemaakt met betrekking tot de aflossingen en wanneer de schuld opeisbaar is geworden. [appellante] heeft dan ook onvoldoende zekerheid verschaft over het bestaan van en de afbetaling van de informele schuld aan haar voormalige werkgever.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:905
Datum uitspraak
18 februari 2026
  • Hoger beroep
  • Geld
  • uitspraakin de zaak202501940/1/A2

202502383/1/A2

Bij besluit van 22 februari 2024 heeft de CSG een aanvraag van [appellante] om een uitkering uit het Schadefonds Geweldsmisdrijven (het schadefonds) afgewezen. Op 8 augustus 2023 heeft [appellante] een aanvraag ingediend om een uitkering uit het schadefonds. Aan deze aanvraag heeft zij ten grondslag gelegd dat zij in de periode van 2008 tot en met 2010 slachtoffer is geworden van huiselijk geweld. [appellante] stelt in de aanvraag dat zij door een psychische blokkade de aanvraag pas in 2023 heeft ingediend. De CSG heeft de aanvraag afgewezen, omdat deze niet binnen de in artikel 7 van de Wet schadefonds geweldsmisdrijven gestelde termijn van tien jaar is ingediend en [appellante], hoewel zij daartoe in de gelegenheid is gesteld, geen stukken heeft overgelegd waaruit volgt dat de aanvraag zo spoedig is ingediend als redelijkerwijs kon worden verlangd. Weliswaar kan psychische overmacht op grond van de beleidsregels in de Beleidsbundel Schadefonds Geweldsmisdrijven (de Beleidsbundel) van 1 november 2022 een geldige reden voor overmacht zijn, maar dan moet de aanvrager de gestelde reden voor de termijnoverschrijding onderbouwen, bijvoorbeeld door middel van medische informatie over een behandeling voor psychische klachten die verband houden met het misdrijf.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:899
Datum uitspraak
18 februari 2026
  • Hoger beroep
  • Schadevergoeding
  • uitspraakin de zaak202502383/1/A2

202504164/1/A2

Het CBR heeft terecht besloten dat een 77-jarige man uit Breda niet meer geschikt is om auto te rijden. Hiervoor mocht het CBR zich baseren op een rapport van een psychiater, waarin geconcludeerd is dat sprake is van alcoholmisbruik. Voor een nieuw rijbewijs van een bestuurder vanaf 75 jaar is 'een verklaring van geschiktheid' nodig van het CBR, met een keuringsverslag van een arts. Een psychiater heeft onderzoek gedaan naar de man en in zijn rapport geconcludeerd dat sprake is van ‘alcoholmisbruik in ruime zin’. In het onderzoek is onder meer het bloed van de man onderzocht en daarbij zijn waarden aangetroffen die een aanwijzing zijn voor alcoholmisbruik. De man is het niet eens met het besluit van het CBR, omdat de diagnose ‘alcoholmisbruik in ruime zin‘ volgens hem geen reden kan zijn dat hij niet geschikt is om te rijden. Dat kan alleen zo zijn als hij met te veel alcohol op zou zijn gaan autorijden. Dat is niet het geval, aldus de man. Maar de Afdeling bestuursrechtspraak geeft de man geen gelijk. Uit de regels volgt dat een persoon die misbruik maakt van alcohol zonder meer ongeschikt is om te rijden. Zowel de eigen verklaringen over zijn dagelijkse alcoholinname als zijn bloedwaarden zijn aanwijzingen voor alcoholmisbruik. Het was aan de man om aannemelijk te maken dat daar een andere verklaring voor was dan alcoholmisbruik. Daar is hij niet in geslaagd. De Afdeling bestuursrechtspraak verklaart de bezwaren van de man dan ook ongegrond. Dat betekent dat het CBR terecht geen verklaring van geschiktheid heeft afgegeven aan de man. Zonder die verklaring kan hij geen nieuw rijbewijs aanvragen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:900
Datum uitspraak
18 februari 2026
  • Hoger beroep
  • Wegenverkeerswet
  • uitspraakin de zaak202504164/1/A2

202600087/1/A2

Bij beslissing van 7 augustus 2025 heeft de examencommissie Computational Social Science van de Universiteit van Amsterdam het verzoek van [appellante] om een extra herkansing van een opdracht van een vak, afgewezen. Tegen deze beslissing heeft [appellante] administratief beroep ingesteld. Bij beslissing van 12 december 2025 heeft het college van beroep voor de examens van de Universiteit van Amsterdam het administratief beroep ongegrond verklaard. [appellante] volgt de opleiding Computational Social Science aan de UvA. Ieder studiejaar van de opleiding bestaat uit twee semesters. In elk semester wordt een vak van 30 ECTS aangeboden dat bestaat uit opdrachten en tentamens. Ieder onderdeel moet behaald worden en kan één keer herkanst worden. Onder bepaalde omstandigheden wordt een verzoek om een derde kans toegewezen. Het eerste studiejaar bestaat uit semester 1 en 2 en het tweede studiejaar bestaat uit semester 3 en 4. Studenten moeten een semester afronden voor zij worden toegelaten tot het volgende semester.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:853
Datum uitspraak
18 februari 2026
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Studentenzaken
  • uitspraakin de zaak202600087/1/A2

202600087/2/A2

Bij beslissing van 7 augustus 2025 heeft de examencommissie Computational Social Science van de UvA het verzoek van [verzoekster] om een extra herkansing van een opdracht van een vak, afgewezen. Bij beslissing van 12 december 2025 heeft het college van beroep voor de examens van de Universiteit van Amsterdam het administratief beroep ongegrond verklaard. Tegen deze beslissing heeft [verzoekster] beroep ingesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:854
Datum uitspraak
18 februari 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Studentenzaken
  • uitspraakin de zaak202600087/2/A2

202600022/2/A3

Bij besluit van 14 februari 2025 heeft het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam het Besluit uitstootvrije zone pleziervaart centrumgebied Amsterdam 2025 vastgesteld. Het college heeft op grond van de Verordening op het binnenwater het Besluit uitstootvrije pleziervaart centrumgebied Amsterdam 2025 vastgesteld. In dit besluit is een verbod opgenomen om met niet-emissievrije pleziervaartuigen in het Amsterdamse centrumgebied te varen. De invoering van de uitstootvrije zone voor de pleziervaart draagt volgens het besluit bij aan het behalen van doelstellingen op het gebied van luchtkwaliteit, klimaat, en andere vormen van overlast.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:874
Datum uitspraak
17 februari 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202600022/2/A3

BRS.25.000138

Bij besluit van 1 januari 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie appellant een vrijheidsontnemende maatregel opgelegd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:835
Datum uitspraak
17 februari 2026
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaakBRS.25.000138

BRS.26.000554

Bij besluit van 15 augustus 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van verzoeker om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:820
Datum uitspraak
17 februari 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.000554

BRS.26.000562

Bij besluit van 1 mei 2025 heeft de minister een aanvraag van verzoeker om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:825
Datum uitspraak
17 februari 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.000562
vorige pagina1...139140141...10.308volgende pagina

Facetten
Gepubliceerd
  • Uitspraken uit
Type uitspraak
Proceduresoort
Rechtsgebied
Bevat

Raad van State

De Raad van State is onafhankelijk adviseur van regering en parlement over wetgeving en bestuur en hoogste algemene bestuursrechter van het land.

  • Meer over ons
  • Vacatures

Contact

De Raad van State bevindt zich in het centrum van Den Haag. Wilt u in contact komen met ons of wilt u ons bezoeken voor een zitting?

  • Telefoon
  • Locatie en route
  • Post en e-mail
  • Wet open overheid
  • Nieuwe zaak starten

Altijd op de hoogte

Ontvang ons nieuws via de abonnementenservice in uw mailbox. Op de hoogte gehouden worden over uitspraken die gedaan worden in bepaalde zaken? Meld u dan aan voor de e-mailservice. Of bekijk de voortgang van een bepaalde procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

  • Abonnementenservice
  • E-mailservice uitspraken
  • Voortgang procedure
  • Aanvragen oude uitspraken

Toegankelijkheid | Privacy | Cookiebeleid

Volg ons

  • Bluesky
  • LinkedIn
  • Instagram
  • Mastodon