Ga naar de inhoud
lees voor
Direct naar
  • en (Information in English)
  • de (Deutsche Informationen)
  • fr (Informations en français)
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
  • Actueel
    • Nieuws
    • Zittingsagenda
    • Persagenda
    • Evenementen
    • Piet Hein Donner Scriptieprijs
  • Adviezen
  • Uitspraken
  • Publicaties
    • Brochures
    • Studies en onderzoeken
    • Regelingen
    • Consultaties
    • Jaarverslagen
    • Toespraken vice-president
  • Over ons
    • Raad van State in het kort
    • Organisatie
    • Advisering
    • Bestuursrechtspraak
    • Begrotingstoezicht
    • Toetsing Klimaatwet
    • Geschiedenis
    • Raad van State in beeld
  • Zoeken
  • en
  • de
  • fr
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
Zoeken

  1. Home ›
  2. Uitspraken

Uitspraken

De Afdeling bestuursrechtspraak toetst of de overheid het recht goed heeft toegepast bij het nemen van een besluit. In dit onderdeel vindt u alle uitspraken die de Raad van State op zijn website publiceert. Meer informatie over de taak van de Afdeling bestuursrechtspraak vindt u in de rubriek Bestuursrechtspraak.


aantal resultaten: 105.523
aantal resultaten per pagina

Toon overzicht van de actuele uitspraken:

  • Hoofdzaken
  • Voorlopige voorzieningen
  • Interessant voor de media

202504663/1/A2

Bij besluit van 26 januari 2024 heeft het Instituut Mijnbouwschade Groningen aan [appellant] een schadevergoeding toegekend van € 10.666,67, vermeerderd met wettelijke rente van € 1.051,93, voor waardedaling van het winkelgedeelte van zijn pand. [appellant] was tot 15 december 2020 eigenaar van een pand met winkel- en bedrijfsruimte en bovenwoning aan de [locatie] in Appingedam. In de winkel- en bedrijfsruimte op de begane grond exploiteerde [appellant] een bloemenzaak- en binderij. In 2011 heeft [appellant] het pand te koop gezet voor € 495.000. Op 13 november 2020 heeft [appellant] het pand verkocht voor € 235.000. Uit de akte van levering van 15 december 2020 volgt dat € 75.000 van de verkoopprijs is toegekend aan het winkelgedeelte en € 160.000 aan de woning. [appellant] heeft op 17 september 2020 het Instituut verzocht om vergoeding van waardedaling van de bovenwoning. Bij besluit van 8 juni 2021 heeft het Instituut een vergoeding van € 10.970,29, vermeerderd met de wettelijke rente, toegekend. Dit besluit is in rechte onaantastbaar.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:4307
Datum uitspraak
22 juli 2026
  • Hoger beroep
  • Schadevergoeding
  • uitspraakin de zaak202504663/1/A2

202504678/1/A3

Bij besluit van 26 januari 2024 heeft de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid aan [appellante] een bestuurlijke boete opgelegd van € 7.500,00. Bij besluit van 12 juni 2024 heeft de minister het door [appellante] daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard. [appellante] heeft beroep ingesteld tegen het besluit van 12 juni 2024. De rechtbank heeft [appellante] hierop een nota voor het griffierecht toegezonden van € 187,00. [appellante] heeft vervolgens een betaling van € 240,00 gedaan, waarna de rechtbank het te veel betaalde griffierecht van € 53,00 heeft teruggestort. [appellante] heeft op 5 maart 2025 het resterende griffierecht betaald. De rechtbank heeft vastgesteld dat [appellante] het griffierecht daarmee niet binnen de gestelde betalingstermijn heeft voldaan. Volgens de rechtbank is het niet op tijd betalen van het resterende griffierecht niet verschoonbaar. Dat [appellante] niet direct bereid was het griffierecht te betalen omdat de rechtbank een fout had gemaakt, is volgens de rechtbank geen goede reden om niet tijdig te betalen. De rechtbank heeft daarom het beroep niet-ontvankelijk verklaard. [appellante] betoogt dat zij niet de nadelige gevolgen van de fout van de rechtbank zou moeten hoeven dragen. [appellante] had van de rechtbank enige coulance verwacht.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:4297
Datum uitspraak
22 juli 2026
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Overige
  • uitspraakin de zaak202504678/1/A3

202505467/2/A2

Het verzet richt zich tegen de uitspraak van de Afdeling bestuursrecht van 19 december 2025 in zaak nr. 202505467/1/A2. Bij die uitspraak heeft de Afdeling zich na vereenvoudigde behandeling kennelijk onbevoegd verklaard kennis te nemen van het hoger beroep van [opposant] tegen een uitspraak van de rechtbank Gelderland van 13 juli 2023. Tegen deze uitspraak heeft [opposant] verzet gedaan. De Afdeling overweegt in deze uitspraak ambtshalve het volgende. Zoals de Afdeling eerder heeft overwogen (zie de uitspraak van 23 juli 2025, ECLI:NL:RVS:2025:3447, en de in deze uitspraak genoemde rechtspraak van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens), is in een bestuursrechtelijke procedure eenieder die daarin een rol heeft, waaronder de rechtszoekende, gebonden aan het beginsel van behoorlijke procesvoering. Dat beginsel houdt onder meer in dat zowel schriftelijk als mondeling het debat met elkaar gevoerd moet worden op een fatsoenlijke manier, zonder daarbij gebruik te maken van ongepaste, beledigende en dreigende teksten en/of uitlatingen. Het verzetschrift van [oppasant] bevat een groot aantal passages met ongepaste, beledigende en dreigende teksten.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:4188
Datum uitspraak
22 juli 2026
  • Verzet
  • Hoger Beroep - Overige
  • uitspraakin de zaak202505467/2/A2

202505612/1/A2

Bij besluit van 12 december 2024 heeft het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen [appellant] niet rijgeschikt verklaard. Eind 2023 heeft [appellant] een aanvraag ingediend voor de verlenging van zijn rijbewijs. Omdat [appellant], geboren op [geboortedatum] 1940, ouder dan 75 jaar was, moest hij daarvoor een gezondheidsverklaring invullen en naar een keuringsarts. Naar aanleiding van de verklaring en het advies van de keuringsarts is [appellant] naar een oogarts verwezen die een gezichtsvelddefect bij hem heeft vastgesteld. Het CBR heeft vervolgens aanleiding gezien om aanvullende medische keuringen en rijtesten te laten verrichten. De eerste rijtest is afgebroken in verband met gevaarzetting. [appellant] heeft toen verzocht om een tweede rijtest. Die heeft plaatsgevonden in het kader van een herkeuringstraject. De tweede rijtest wees uit dat [appellant] niet in staat is om veilig een auto te besturen. Bij het in bezwaar gehandhaafde besluit van 12 december 2024, heeft het CBR [appellant] daarom niet rijgeschikt verklaard.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:4274
Datum uitspraak
22 juli 2026
  • Hoger beroep
  • Wegenverkeerswet
  • uitspraakin de zaak202505612/1/A2

202506029/1/A2

Bij besluit van 26 juli 2023 heeft het Instituut Mijnbouwschade Groningen een aanvraag van [appellante] om vergoeding van immateriële schade afgewezen. [appellante] woont aan de [locatie 1] in de stad Groningen. Van 25 november 2013 tot 1 november 2025 woonde zij aan de [locatie 2] in Groningen. Daaraan voorafgaand woonde zij - in ieder geval vanaf 16 augustus 2012 - aan de [locatie] te Eenrum. Deze adressen liggen in het aardbevingsgebied. Het Instituut heeft op 12 juli 2023 de aanvraag van [appellante] om vergoeding van immateriële schade als gevolg van de gaswinning in Groningen ontvangen. Immateriële schade is ander nadeel dan vermogensschade en betreft schade die iemand lijdt in de vorm van pijn, psychisch leed, verdriet of gederfde levensvreugde. Het Instituut heeft de aanvraag afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:4264
Datum uitspraak
22 juli 2026
  • Hoger beroep
  • Schadevergoeding
  • uitspraakin de zaak202506029/1/A2

202506214/1/R4

Bij besluit van 3 december 2025 heeft het college van burgemeester en wethouders van Groningen zijn beslissing om op 28 november 2025 spoedeisend bestuursdwang toe te passen wegens het in strijd met artikel 10, eerste lid, van de Afvalstoffenverordening gemeente Groningen 2025 en artikel 10, derde lid, van het Uitvoeringsbesluit Afvalstoffenverordening Groningen 2025 aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen, op schrift gesteld. Daarbij heeft het college vermeld dat de kosten van de toepassing van bestuursdwang, te weten € 212,10, voor rekening van [appellant] komen. De toepassing van spoedeisende bestuursdwang heeft bestaan uit het verwijderen van een kartonnen doos die op 28 november 2025 is aangetroffen op een ondergrondse papiercontainer met locatie nummer 3566 aan het Floresplein in Groningen. Het college is ervan uitgegaan dat [appellant] de doos verkeerd heeft aangeboden, omdat zijn adresgegevens op het adreslabel van de doos staat. [appellant] betoogt dat het college hem ten onrechte als overtreder heeft aangemerkt. Hij voert aan dat de enkele omstandigheid dat de aangetroffen kartonnen doos tot hem herleidbaar is, onvoldoende is om aan te nemen dat hij deze op de ondergrondse papiercontainer heeft geplaatst.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:4284
Datum uitspraak
22 juli 2026
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Afval
  • uitspraakin de zaak202506214/1/R4

202600313/1/A2

Bij beslissing van 9 december 2025 heeft het College van Bestuur van het ROC Mondriaan de klacht van [appellante] in de brief van 25 augustus 2025 ontvankelijk verklaard, de aanvullende klacht niet-ontvankelijk verklaard, de klacht ongegrond verklaard ten aanzien van het structureel tekortschieten in de zorgplicht en het onbehoorlijk handelen door het ROC Mondriaan en gegrond verklaard voor zover deze betrekking had op het onvolledig informeren van [appellante]. [appellante] volgt sinds augustus 2022 de opleiding MBO-Verpleegkunde aan de School voor Gezondheidszorg van het ROC Mondriaan in Den Haag. Zij kampt met een chronische aandoening die tijdens haar studie is vastgesteld en die haar fysieke belastbaarheid ernstig beperkt. Dit leidt ertoe dat zij haar opleiding en stages uitsluitend kan volgen onder aangepaste omstandigheden en begeleiding. Het CvB heeft, in reactie op het klaagschrift van [appellante] van 25 augustus 2025, het advies van de klachten- en bezwarenadviescommissie van 5 december 2025 overgenomen. [appellante] heeft zich per 1 september 2025 uitgeschreven van haar opleiding.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:4271
Datum uitspraak
22 juli 2026
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Studentenzaken
  • uitspraakin de zaak202600313/1/A2

202600745/1/R4

Bij besluit van 17 december 2025 heeft het college van burgemeesters en wethouders van Almere zijn beslissing om op 16 december 2025 spoedeisende bestuursdwang toe te passen wegens het in strijd met Artikel 10 lid 1 van de Afvalstoffenverordening Almere 2024 en Artikel 4 van de Uitvoeringsregeling Almere 2024 aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen, op schrift gesteld. Daarbij heeft het college vermeld dat de kosten van bestuursdwang, te weten € 97,83 voor rekening van [appellante] komen. [Appellante] betoogt dat zij haar vuilniszak heeft aangeboden bij de ondergrondse afvalcontainers, maar deze niet in de container kon deponeren, omdat alle containers vol waren. In dat verband voert zij aan dat de containers slechts eens per twee weken worden geleegd. Omdat er geen ruimte was in de containers, stelt [appellante] dat zij uit nood de afvalzak naast de container heeft geplaatst. Verder stelt zij dat het onredelijk is om van bewoners te verlangen dat zij hun afval ver weg brengen. Tot slot betoogt [appellante] dat de gemeente ten onrechte ook ander afval aan haar toerekent, zoals een rode plastic tas en losse zakjes.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:4283
Datum uitspraak
22 juli 2026
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Afval
  • uitspraakin de zaak202600745/1/R4

202601161/1/A2

Bij beslissing van 14 november 2025 heeft een examinator van de Faculteit der Rechtsgeleerdheid van de Universiteit van Amsterdam (de UvA) aan [appellant] een 7,5 toegekend voor het door hem afgelegde tentamen voor het vak ‘Strafrecht en Rechtstaat’. [appellant] volgt de master Publiekrecht aan de UvA. Op 21 oktober 2025 heeft hij het tentamen voor het vak ‘Strafrecht en Rechtstaat’ afgelegd. De betrokken examinator heeft het tentamen met een 7,5 beoordeeld. Volgens [appellant] zijn ten onrechte slechts 3 punten toegekend voor zijn antwoord op vraag 2a van het tentamen. Bij die tentamenvraag was een citaat weergegeven en de vraag luidde: "Beargumenteer welke strafrechttheorie dit citaat weergeeft en leg deze strafrechttheorie uit. (7 punten)". Volgens [appellant] had voor zijn antwoord 8 punten, althans ten minste 7 punten, toegekend moeten worden, zodat het tentamen met een 9,0 zou zijn beoordeeld. Hij heeft daarom verzocht om een herbeoordeling.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:4293
Datum uitspraak
22 juli 2026
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Studentenzaken
  • uitspraakin de zaak202601161/1/A2

202601376/1/A2

Bij beslissing van 15 augustus 2025 heeft het instellingsbestuur van de School of Business and Economics van de Universiteit van Maastricht (het bestuur) aan [appellante] een bindend negatief studieadvies gegeven. Bij beslissing van 19 maart 2026 heeft het college van beroep voor de examens van de Universiteit Maastricht het door [appellante] daartegen gemaakte administratief beroep ongegrond verklaard. [appellante] is in het studiejaar 2019/2020 gestart met de bacheloropleiding Economics and Business Economics. Vanwege persoonlijke omstandigheden van [appellante] is aan haar meerdere keren uitstel verleend voor het voldoen aan de norm voor het bindend studieadvies. In het studiejaar 2024/2025 voldeed zij hier nog steeds niet aan. Het bestuur heeft haar daarom op 15 augustus 2025 een bindend negatief studieadvies gegeven, waarbij zij is uitgesloten van het volgen van de opleiding voor een periode van zes jaar. Het CBE heeft die beslissing in stand gelaten. Volgens het CBE heeft het bestuur zich in redelijkheid op het standpunt kunnen stellen dat de beperkte studieresultaten niet uitsluitend voortkomen uit de persoonlijke omstandigheden van [appellante].

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:4296
Datum uitspraak
22 juli 2026
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Studentenzaken
  • uitspraakin de zaak202601376/1/A2
vorige pagina1...132133134...10.553volgende pagina

Facetten
Gepubliceerd
  • Uitspraken uit
Type uitspraak
Proceduresoort
Rechtsgebied
Bevat

Raad van State

De Raad van State is onafhankelijk adviseur van regering en parlement over wetgeving en bestuur en hoogste algemene bestuursrechter van het land.

  • Meer over ons
  • Vacatures

Contact

De Raad van State bevindt zich in het centrum van Den Haag. Wilt u in contact komen met ons of wilt u ons bezoeken voor een zitting?

  • Telefoon
  • Locatie en route
  • Post en e-mail
  • Wet open overheid
  • Nieuwe zaak starten

Altijd op de hoogte

Ontvang ons nieuws via de abonnementenservice in uw mailbox. Op de hoogte gehouden worden over uitspraken die gedaan worden in bepaalde zaken? Meld u dan aan voor de e-mailservice. Of bekijk de voortgang van een bepaalde procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

  • Abonnementenservice
  • E-mailservice uitspraken
  • Voortgang procedure
  • Aanvragen oude uitspraken

Toegankelijkheid | Privacy | Cookiebeleid

Volg ons

  • Bluesky
  • LinkedIn
  • Instagram
  • Mastodon